101 Nederlandse Voetbaliconen (100b) Richard Witschge

Geboren: 20 september 1969, Amsterdam
Overleden:
Positie: Middenvelder
Clubs: Ajax, FC Barcelona, Bordeaux, Blackburn Rovers, Ajax, Alavés, Oita Trinita
Actief: 1986-2004
Doelpunten: Ajax (3), FC Barcelona (2), Bordeaux (9), Ajax (11), Alavés (1)
Nederlands elftal: 31 interlands; doelpunten: 1
Trainer: Ajax (individueel techniektrainer)

De voetbalhumor is bij hem nooit ver weg. Wie in een kleedkamer met Richard Witschge bivakkeert, moet voorbereid zijn op de gekste dingen. Zijn meest favoriete staaltje voetbalhumor vindt plaats op de dag dat hij zogenaamd namens Sony een lijstje ophangt waarop elke speler en trainer zijn naam kan zetten voor een grote of kleine tv met flinke korting, “Iedereen trapte erin,” vertelt Richard Witschge aan Sportweek. “Ook Louis van Gaal. Die had eerst zijn naam bij de grote tv’s gezet, later bij de kleine. Hij had bij zijn moeder het tv-kastje opgemeten en dat bleek te klein voor de grote tv. Ze zouden afgeleverd worden bij Soccer World, daar stond iedereen dus flink voor lul. Dat zijn leuke dingen. Zo heb ik bij een teamgenoot ook weleens een dampende drol in zijn voetbalschoen gedeponeerd.”

Maar het is niet altijd lachen met Witschge. Als hij in mei 2001 gepasseerd wordt voor een wedstrijd tegen FC Twente, zegt hij ook in Sportweek dat “Co Adriaanse in de stront kan zakken.”. Zijn meest opvallende handeling, het hoog houden van de bal tijdens Ajax-Feijenoord van 26 oktober 1997, is bedoeld als sneer richting Feijenoord-coach Arie Haan die eerder dat jaar in conflict is gekomen met broer Rob.


Voetbalglobetrotter Richard Witschge speelde in Nederland, Spanje, Frankrijk, Engeland en Japan
foto: Onbekend

Richard Peter Witschge begint al op heel jonge leeftijd, eigenlijk al op het moment dat Richard kan lopen. Geen enkele bal is veilig voor hem en elke vrije minuut, elke locatie wordt gebruikt om te voetballen. In huis, op straat, tegen de muur – de jongste van twee kinderen is altijd ‘aan de bal’. En wie hem vraagt wat hij wil worden, krijgt steevast het antwoord: profvoetballer.

Hij is 8 jaar als zijn talent voor het eerst herkend wordt, door een scout van Ajax. Richard speelt op dat moment bij SDW, Sterk door Wilskracht in Amsterdam-West, en valt op door zijn balvaardigheid en spelinzicht, niet door zijn snelheid (‘dat is nooit mijn sterkste punt geweest’, geeft hij eerlijk toe). Ajax zit echter helemaal aan de andere kant van de stad. Zijn ouders vinden dan ook dat hij nog maar een paar jaar moet wachten. Als troost krijgt hij te horen ‘dat wat goed is, toch wel komt’.

Hij is 13 jaar als hij dan eindelijk naar het grote Ajax mag. Hij ontmoet daar Brian Roy, Dennis Bergkamp, de broertjes De Boer, Danny Hesp, stuk voor stuk talenten die samen onder andere de C1 onoverwinnelijk maken. ‘Ik kan mij nog herinneren dat we kampioen werden met 44 punten uit 22 wedstrijden en met een doelsaldo van 170 vóór. Echt – er stonden honderden mensen langs de lijn als we speelden.’

“Voetballen, voetballen en voetballen. Altijd en overal. Ik ging zelfs al dribbelend naar school. Het ergste wat ons kon gebeuren, was dat onze spijkerbroek eraan ging. Dan naaide onze moeder er van die kniestukken op – een aardbei, of een vrachtwagen – en was de broek weer zo goed als nieuw.”

“Ik kom uit een echte, Amsterdamse arbeidersfamilie. Van mijn vaders kant gaat het Amsterdamse bloed tot zes generaties terug. Allemaal werkers. Mijn opa was broodbakker in de Van Hallstraat. Mijn vader had een hoedenfabriekje aan de Lindengracht. Ook werkte hij als beheerder van kantines van het Gemeente-Energie­bedrijf.”

“Mijn moeder werkte in een van die kantines en maakte schoon bij mensen thuis. Door die baan bij het energiebedrijf zijn we in de Staatsliedenbuurt terechtgekomen. We woonden rechts van het terrein van de Westergas­fabriek, en later bij de Gashouder.” Nu een gebied van kunst en cultuur… Lachend: “Nou, toen niet. Amsterdam was op sommige plekken best grauw en somber. Ik weet nog dat er straten waren waar je liever niet inging. De bus naar Ajax reed vanuit West via het Oosterdok naar de Watergraafsmeer. Dan kwam je langs een soort no man’s land; waar nu dure huizen staan, stonden toen verlaten loodsen op afbraakterreinen.”

“We trainden toen om zes uur, maar vaak ging ik na school zo snel mogelijk naar de club. Als ik wat vroeger was, bestelde ik een tosti in de kantine. Ik vond dat een gouden plek. Er stond een tafelvoetbalspel en zo’n speelkast van Space Invaders. Voor en na de trainingen was ik daar niet weg te slaan. Om negen uur moest ik thuis zijn. Dan deed mijn moeder nog snel de was, en die van Rob. De volgende ochtend stond ik om half acht op. Zo ging het vier keer per week.”

Via steeds de hoogste elftallen mag hij op zijn 17e debuteren in het eerste (26 oktober, uit tegen AZ’67 gewonnen met 6-1) in navolging van oudere broer Rob. Hij zal dat moment nooit vergeten. ‘De blik van je trainer jouw kant op en dat “ga maar alvast warmlopen”. Er ging echt een rilling door mijn buik. En het werd nog mooier toen Johan Cruijff zei dat ik ook echt mocht invallen. Ik, Richard Witschge, meedoen met Ajax 1. A dream comes true.’

Bijna een jaar later maakte hij zijn eerste doelpunt voor Ajax. Samen met zijn broer Rob won hij in 1987 de Europacup II.

Al snel volgt een nieuw debuut, dat bij het Nederlands elftal. Richard is dan 19. En het blijft crescendo gaan, want hij is ruim 19 als er vanuit het buitenland belangstelling wordt getoond. Hij twijfelt en neemt daarom contact op met zijn grote leermeester: Johan. Die adviseert hem nog even te wachten.

Patatgeneratie

Wij zijn geboren tussen circa 1970 en 1985. We weten nog hoe het was om te bellen vanuit een telefooncel en geld te wisselen voor je met vakantie ging. Dit is de Patatgeneratie!”, een regel uit een stuk van het Algemeen Dagblad, een stuk van ergens in 2017.

Het woord is in het voetbal terecht gekomen door de onvolprezen Leo Beenhakker. Hij hekelde de instelling van veel van zijn jongste spelers – waaronder Roy ” en Richard Witschge. Ik kan me een wedstrijd tussen Ajax en PSV herinneren waarin Roy een rode kaart kreeg. Hij liep langs Beenhakker, die hem straal negeerde. Daar werd hij door de sportpers op aangesproken, waarop hij dan weer reageerde met de opmerking dat hij met het team bezig was, en niet met Roy. ‘Wat moet ik dan? Moet ik hem een zoen geven?’

Witschge: “Beenhakker was in 1989 trainer van Ajax geworden, en de chemie was niet optimaal. Er was weinig vertrouwen. Beenhakker was ook een andere coach dan zijn voorganger Johan Cruijff: niet het type dat op de training even alles voordoet, maar meer een prater. Ook zette hij zich nogal af tegen de jongeren in de selectie, jongens als Bryan Roy, Marciano Vink, Frank en Ronald de Boer, Dennis Bergkamp. Hij vond dat we te gemakzuchtig waren, te verwend. Hij dacht blijkbaar dat we liever in de snackbar zaten dan dat we op het voetbalveld stonden, en slingerde toen die kreet de wereld in.”

“Op een dag – ongelooflijk maar waar – werd mijn moeder gebeld door een journalist met de vraag wat ze mij en mijn broer Rob zoal te eten gaf. Toen moest mijn moeder, die haar hele ­leven gezond voor ons had gekookt, zich ook nog verantwoorden. “Tijdens een nabespreking gooide ik een tafel omver en smeet ik de deur dicht. Niet zo handig. Ik werd teruggezet naar het tweede elftal, waardoor ik een oefenwedstrijd tegen Saint-Étienne miste, waar mijn broer Rob was gaan spelen. Dat deed me pijn, omdat ik daar enorm naar had uitgekeken.”

“Later zei Beenhakker dat hij me wilde prikkelen. Voor mij was het meer een dreun. Ik heb toen Cruijff nog gebeld om te vragen hoe ik hiermee moest omgaan. Hij zei dat ik scherp moest blijven, sneller moest handelen en me rustig moest houden – in en buiten het veld. Dat advies heeft me weer op het goede spoor gebracht. In 1990 werden we alsnog kampioen, tijdens het jaarlijkse voetbalgala werd ik uitgeroepen tot talent van het jaar en Beenhakker, inmiddels bondscoach, selecteerde me voor het WK in Italië.”

De ‘beloning’ volgt twee jaar later want het is dezelfde Johan die vraagt of hij naar Spanje, naar Barcelona wil komen. Het gaat om en contract van zeven jaar. ‘Daar heb ik niet lang over hoeven nadenken, over die vraag. Dat snap je wel.’

De transfer duurde nog tot de winterstop. Die tijd was zo anders dan nu. Nu is een EK of WK het moment voor een voetballer om stil te staan bij een overstap naar een grotere club, maar in 1990 waren de grenzen dicht. Een club mocht maar enkele buitenlandse spelers opstellen, dus de kans om een transfer te maken, was veel kleiner.”

“Ik kreeg na het WK wel een contractverlenging bij Ajax en veel meer salaris. Ineens was ik een grootverdiener en daarmee was ik dik tevreden. Toen belde mijn zaakwaarnemer alsnog: hij was gebeld door Real Madrid, niet de eerste de beste club. Spanje trok me altijd al aan: het klimaat, het eten, de volle stadions. Ik voelde er wel wat voor.” Maar uiteindelijk kwam hij bij FC Barcelona terecht, de aarts­rivaal van Real Madrid.

“Weer door Johan Cruijff. Ik belde hem voor advies en hij zei zonder omhaal: ‘Wacht even, Ries, ik ben bezig je naar Barcelona te halen.’ Daarmee was Madrid van de baan. Johan had mij bij Ajax als trainer vertrouwen gegeven en me laten debuteren. Ik kon niet wachten om weer met hem te werken. Al moest ik nog behoorlijk geduld hebben, want de onderhandelingen verliepen stroef en het nieuws lekte ook uit – met als gevolg dat na wat mindere wedstrijden werd geschreven dat ik alleen nog maar met die transfer bezig was. Flauwekul.”

“Ik was uit vorm en iedere topsporter weet hoe moeilijk dat is. Vorm is ongrijpbaar. Soms verwacht je niet te veel en speel je de pannen van het dak, en een andere keer denk je alles aan te kunnen en raak je geen pepernoot. Na al die jaren topvoetbal kan ik nog steeds niet uitleggen hoe dat proces verloopt.”

Lefgozer

Ik ben vaak door de buitenwereld uitgemaakt voor geldwolf. Dat krijg je er blijkbaar van als je op je achttiende al in een dure Citroën rondrijdt en op je twintigste bij Barcelona voor zeven jaar een miljoenencontract tekent. Ik heb natuurlijk altijd ongelooflijk goed verdiend, maar een patser ben ik volgens mij nooit geworden.”

“Ik ben niet van de excessen en buitensporig geld uitgeven. Dat doe ik nog steeds niet. En als het moment zich voordoet, doneer ik aan goede doelen, vooral als die iets doen aan de ziekte die we thuis nog altijd ‘K’ noemen. Zo ben ik opgevoed. Dat je een euro maar één keer kan uitgeven en dat je oog moet houden voor de mensen om je heen. Dat heb ik mijn kinderen ook willen bijbrengen. Er is niets ­tegen af en toe wat toestoppen, maar je moet zelf werken om iets te bereiken.”

“We hadden het vroeger niet breed. Ik kreeg vaak de schoenen en de kleren die eerder door Rob waren gedragen, ook de voetbalschoenen. Toen ik tien was, kreeg ik voor het eerst mijn eigen Pumaatjes. Die kicksen waren mijn trots. Tot ze tijdens een schoolvoetbaltoernooi werden gejat. Ik weet nog dat ik onbedaarlijk heb gejankt. Ook omdat die schoenen mijn ouders een rib uit het lijf hadden gekost. Er was geen geld om weer nieuwe te kopen. Dus voetbalde ik de zaterdag erop bij onze club SDW weer op de oude schoentjes van Rob.”

Barcelona

Wie Richard Witschge zegt, zegt eigenlijk ook meteen Johan Cruijff. Hij was niet alleen zijn trainer en zijn coach, Johan was ook een grote steun. ‘Streng maar rechtvaardig’, noemt hij zijn grote voorbeeld en leermeester. ‘Johan weet wat hij wil en hoe hij het wil hebben. Je kunt heel goed met hem in gesprek gaan, maar uiteindelijk gebeurt er toch wat hij wil.’


1992: Richard Witschge spelend voor Barcelona in een oefenwedstrijd tegen Feijenoord.
foto: ProShots

Johan liet hem kennismaken met onder meer het Spaanse voetbal. Het soort voetbal dat Richard wel kan waarderen. Dan gaat het om het niveau waarop het spelletje gespeeld wordt, de sfeer erom heen, het soort voetbal. Totaal anders dan het Engels voetbal dat het midden jaren ’90 vooral moest hebben van de lange bal. ‘Daar is heel veel veranderd, want ook daar gaat het steeds meer om de techniek.’ Richard, zelf een voetballer die het van de techniek moet hebben, juicht dat toe.

Terugkijkend op zijn carrière die – alles overziend – weinig negatieve momenten laat zien. Zelfs de roddelpers heeft weinig over hem te melden gehad. Hij heeft daar zelf overigens een logische verklaring voor. ‘Je moet gewoon goed voetballen. Dan schrijven ze ook goed over je.’

Toch wil hij één – noem het een misser – niet onvermeld laten. Dat is de Champions League finale die hij met Barcelona had kunnen spelen tegen Juventus. Richard zat echter op de tribune wegens een blessure, opgelopen net vóór die finale. Hij weigerde met een injectie te spelen, uit angst dat de blessure nog erger wordt . ‘Ik heb wel even zitten janken, dat mag je best weten. Want ik miste door die blessure niet alleen de finale, ik kon ook niet met Oranje mee naar het EK. Dat was geen leuke periode.’

Door de toenmalige regel dat er slechts drie buitenlanders gelijktijdig in het elftal mochten staan en hij Ronald Koeman, Michael Laudrup en Hristo Stoichkov voor zich moest dulden, kon hij echter zelden rekenen op speeltijd. Na twee jaar houdt hij het voor gezien, want hij wil niet nog eens vijf jaar op het strand liggen. Daarom vertrok hij naar Frankrijk om te spelen bij Bordeaux. Desondanks won hij met de club de Europacup I, de UEFA Super Cup, twee landskampioenschappen en de Supercopa.

Frankrijk, Engeland, Japan en Ajax

Van Barcelona gaat het naar FC Girondins Bordeaux. Hier kwam hij meer aan spelen toe en beleefde een succesvolle periode met Bordeaux. Na drie seizoenen, waar hij onder andere nog samenspeelde met Zinédine Zidane vertrok hij in maart 1995 voor een leenperiode naar Blackburn Rovers. Hij speelde hier slechts één wedstrijd. Wel mocht hij hier het kampioenschap vieren van de Premier League..

Vervolgens keerde hij in het seizoen 96/97 terug bij zijn jeugdliefde Ajax. Dit was na de grote Ajax succesperiode onder Louis van Gaal, om het team van ervaring te voorzien. Het meest memorabele en discutabele moment uit zijn loopbaan vond plaats op 26 oktober 1997. Dit was toen hij met Ajax thuis speelde in de Amsterdam ArenA tegen Feyenoord. Tijdens de wedstrijd, die door Ajax met 4-0 werd gewonnen, baarde Witschge opzien door de bal al sprintend aan de linkerkant van het veld negen keer hoog te houden. De actie werd door Feyenoordfans als vernederend ervaren, al heeft Witschge naderhand altijd volgehouden dat hij niet bewust heeft gehandeld.

In het seizoen 2001/02 werd hij verhuurd aan het Spaanse Alavés. Maar het seizoen er op kreeg hij weer een plek in de selectie van Ajax. Vanaf februari 2004 speelde hij nog een seizoen voor het Japanse Oita Trinita. Het bizarste hoofdstuk uit zijn carrière speelde zich af in Japan, waar hij zes maanden speelde en woonde.

Witschge: ‘Aan het eind van mijn carrière als profvoetballer tekende ik een contract voor zes maanden bij Oita Trinita op het Japanse eiland Kyushu. Toentertijd sprak niemand daar Engels. Met handen en voeten wist ik me te behelpen. De ene keer deed ik een koe na, de andere keer een kip. Hoewel we redelijk geïsoleerd leefden – contact met collega’s en locals was lastig – brachten we veel tijd door op de stranden in de Baai van Beppu, zoals het goed onderhouden Tanoura Beach en het afgelegenere Ojuki Beach. Verwacht echter geen strandtentjes en dergelijke. De Japanners zijn niet zo’n strandvolk. Meestal hingen ze, met al hun kleren aan, rond op het strand. Er was bijna niemand die het water inging. De grootste attracties van de regio vind je iets verderop, in Beppu, dat bekend staat om haar heetwaterbronnen. Na Yellowstone Nationaal Park in de V.S. produceren de bronnen in Beppu dagelijks zelfs het meeste thermale water ter wereld. In de stad vind je tig badhuisjes, genaamd onsen. Sommige onsen bieden een ‘zandbadbehandeling’ aan. Je wordt gewoon ingegraven in het zand dat van zichzelf al warm is.’.

Toen zijn contract daar echter afliep en een proefperiode bij Glasgow Rangers niet positief eindigde, besloot hij een punt te zetten achter zijn actieve carrière.

Op 21 februari 1990 maakte Witschge zijn debuut voor het Nederlands elftal in de thuiswedstrijd tegen Italië (0-0). In totaal speelde hij 31 keer in Oranje en daarin maakte hij één doelpunt: de winnende treffer in een EK kwalificatiewedstrijd op 16 oktober 1991 tegen Portugal.

Trainer

Hij heeft veel van de wereld gezien, de nodige hoogte- en dieptepunten meegemaakt samen met spelers als Patrick Kluivert, Edwin van der Sar, Marc Overmars en Marco van Basten en bracht een aantal jaren met veel enthousiasme zijn kennis en kunde over aan de jonge talenten bij – hoe kan het anders – Ajax.

Hij deed dat middels het begeleiden van acht spelers uit de B1, A1 en a2. Dat betekent wedstrijden volgen (live of anders later via de beelden), trainen, ze elke keer iets verder te brengen en door ze normen en waarden bij te brengen. ‘En door ze te leren dat voetbal een teamsport is en geen sport voor grote egotrippers. Daar hameren we dagelijks op.’ Hij doet het met plezier, blijkt. ‘Het is dagelijks genieten van die jongens.’

“Het voetballen op straat was voor mijn generatie een goede leerschool. Vooral de een-tegen-eenpartijtjes en het bomenvoetbal. Daardoor werd je gedwongen creatieve oplossingen te vinden, om initiatief te nemen. En dan moest je ook nog rekening houden met de auto’s op straat en de ramen in de buurt. Dat naar oplossingen zoeken is minder geworden, omdat er minder op straat op wordt gespeeld. Ik probeer de jongens op dat gebied wat bij te brengen. Dat ze vooral ook blijven nadenken en niet in robotjes veranderen.”

Sinds 2018 is Witschge individueel techniektrainer bij Ajax, daarvoor was hij assistent-trainer onder Aron Winter bij Jong Ajax.

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen Eredivisie (Ajax): 1989/90, 1997/98
* KNVB Beker (Ajax): 1986/87, 1997/98, 1998/99
* Johan Cruijff Schaal (Ajax): 2002
* Europacup II (Ajax): 1986/87
* Europacup I (Barcelona): 1991/92
* UEFA Super Cup (Barcelona): 1992
* Primera División (Barcelona): 1991/92, 1992/93
* Supercopa (Barcelona): 1992
* UEFA Intertoto Cup (Girondins de Bordeaux): 1995
* Premier League (Blackburn Rovers): 1994/95
Nederlands elftal:
* 31 interlands; doelpunten: 1
* WK 1990, EK 1996

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, Het Parool, 433magazine.nl, kentudezenog.nl, ajaxwintdewereldcup.nl