101 Nederlandse Voetbaliconen (12) Bertus Caldenhove

Geboren: 19 januari 1914, Amsterdam
Overleden: 30 juli 1983, Amsterdam
Positie: Verdediger
Clubs: DWS
Actief: 1931 – ???
Doelpunten:
Nederlands elftal: 25 interlands
Trainer:

Amsterdamse straatvoetballer pur sang die vijftien jaar aanvoerder is van DWS. Hij speelt 25 interlands, onafgebroken, maar zijn interlandloopbaan eindigt abrupt als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Na zijn carrière is Caldenhove vaak te vinden in zijn sigarenzaak in de Amsterdamse Haarlemmerpoort. In zijn winkel hangt één foto van Oranje. En boven de ingang het uithangbordje B.J. CALDENHOVE, DE DWS-ER. De verdediger heeft tijdens zijn voetballeven ook niets bewaard: geen knipsels, geen speldjes, geen foto’s. Interviews geeft hij nauwelijks. “Waarom is het nodig zoveel over mij te schrijven ? ”


1936 Nederlands Elftal: vlnr; Bertus Caldenhove, Mauk Weber, Bas Paauwe, Evert
Mul, Wim Anderiesen, Puck van Heel. Gehurkt vlnr; Frank Wels, Daaf Drok,
Bep Bakhuys, Kick Smit, en Joop van Nellen
foto: Onbekend
Bernardus Joannes (Bertus) Caldenhove begon zijn voetballoopbaan bij SDZ, maar al spoedig ging hij naar DWS. Hij debuteerde op zijn zeventiende in het eerste elftal van DWS en was een jaar later reeds aanvoerder van de club uit de Amsterdamse Spaarndammerbuurt. Caldenhove bleef vijftien seizoenen lang aanvoerder en speelde gedurende zijn hele carrière voor DWS. Clubtrouw was in die tijd normaal, zo niet dan werd je een overloper genoemd, wat men weinig sympathiek vond. In het seizoen 1937/38 werd hij met DWS kampioen van Nederland.

Bekende namen waren toen naast Bertus Caldenhove: Guus Dräger, Toon Bruins-Slot, Bram Wiertz, De gebroeders van Stokken en niet te vergeten de legendarische trainer Jackson. De speler werden feestelijk ingehaald in de Spaarndammerstraat, aan de gevels en op de balkons hingen levensgrote portretten van de spelers in het DWS tenue.

Nederlands elftal

Op 31 maart 1935 speelde hij zijn eerste wedstrijd voor het Nederlands elftal in een met 4-3 gewonnen wedstrijd tegen België. Caldenhove speelde van 1935 tot 1940 25 achtereenvolgende interlands van Oranje in de basis.

Bijzonder moment voor Bertus was de wedstrijd Frankrijk-Nederland, uitslag 1-6, gespeeld in Parc de Princes Parijs in 1936. Het was een grote prestatie omdat de Oranje amateurs speelden tegen Franse professionals die in Europa tot de subtop behoorde. In 1937 stond hij opgesteld in een wedstrijd tussen de beste spelers van West-Europa en Centraal-Europa.

Bertus Caldenhove was een tot over de grenzen gerespecteerde back. Een uitverkocht Olympisch Stadion zag hem aan het werk in een West-Europees elftal dat tegen Centraal Europa speelde (in 1937). Caldenhove was met Beb Bakhuys en Kick Smit namens Nederland uitgenodigd. Een maal werd hij geselecteerd voor het Europees Elftal dat in Engeland zou spelen. Caldenhove moest bedanken omdat die wedstrijd op zaterdag was, een dag voor een interland met Oranje in Kopenhagen tegen Denemarken.

In 1938 kwam hij uit op het wereldkampioenschap. In zijn 25e interland, op 17 maart 1940 tegen België, was hij voor het eerst aanvoerder.

De wedstrijd ging met 7-1 verloren en het werd meteen de laatste interland voor Caldenhove. Door een blessure aan de knie, opgelopen in een wedstrijd tegen ADO, moest hij afzeggen voor de eerstvolgende twee interlands. Vervolgens kwam Oranje in verband met de Tweede Wereldoorlog tot maart 1946 niet in actie. In de oorlog werd Caldenhove uitgenodigd voor de Amsterdamse selectie en voor een selectie van voetballers uit West-Nederland.

Menig voetballer heeft vanwege de vijf oorlogsjaren een veel kortere interlandloopbaan gehad dan wanneer het tussen 1940 en 1945 vrede was geweest. Een voorbeeld betreft Herman Choufoer van ADO die slechts één keer in het oranje speelde (in 1940) maar die, toen een redacteur van de Revue der sporten zich in 1943 zette aan het vervaardigen van een theoretisch Nederlands elftal, daar zeker een plaats in zou hebben gekregen. Hij schreef toen dat Choufoer snel zich van uitstekend clubspeler ontwikkeld had tot volwaardig international.

Wie waren de overige zogenaamde internationals? Als keeper had de schrijver de keus uit drie doelverdedigers: Piet Kraak, Wim Landman en Joop Wille (EDO). Tot veler verbazing ging zijn voorkeur uit naar Wille. Na Choufoer zou hij Bertus Caldenhove hebben opgesteld, net zo’n technisch type als Choufoer. Caldenhove kon op de vierkante meter en zonder een glijpartij (sliding) een speler de bal afnemen en een correcte pass geven. Wie moesten het middenveld vormen? Op rechts de SVV’er Poulus (die boven de Feyenoorder Bas Paauwe werd geprefereerd), als spil aarzelde onze man tussen de stoere VSV’er De Vries en de Hagenaar en VUC-speler Bob Stam, die sneller en technischer was dan De Vries.

Bertus Caldenhove werd na de oorlog nog wel geselecteerd voor het Nederlands elftal, maar had zijn plaats in de basis verloren aan Henk van der Linden en kwam niet verder dan de reservebank.

Caldenhove was technisch briljant. Zijn spel was gebaseerd op elegantie. ‘Op een klein stukje grond draaide hij, vaak in de meest moeilijke omstandigheden, weergaloos handig om zo’n aanvaller heen – en als dat nodig was ook voor de tweede keer – zonder dat daar ooit moeilijkheden voor zijn team uit voortkwamen.’ De pers dichtte hem een bijna magische macht toe over de bal.

Hij was een rechtervleugelverdediger, maar speelde zijn meeste interlands als linksback.

Enkele jaren na de oorlog hield hij zijn actieve voetballoopbaan voor gezien. Hij kwam vervolgens nog uit voor het elftal van oud-internationals. Caldenhove was eigenaar van een sigarenzaak aan de Haarlemmerdijk in Amsterdam. Hij was en bleef wel betrokken bij DWS, voornamelijk als supporter. Even was hij trainer bij OSV.

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen Nederland (DWS): 1937/38
Nederlands elftal:
* 25 interlands
* WK 1938
Individueel
* Elftal beste spelers van West-Europa 1937

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, NRC, historiebetaaldvoetbal.nl/dws, voetballegends.nl