101 Nederlandse Voetbaliconen (19) Willy Dullens

Geboren: 29 januari 1945, Broeksittard
Overleden:
Positie: Middenvelder
Clubs: Sittardia, Fortuna SC
Actief: 1963-1969
Doelpunten: Sittardia (30), Fortuna SC (1)
Nederlands elftal: 4 interlands
Trainer: TD Fortuna Sittard, VVV

Nederlands voetballer van het jaar in 1966. Dat is om meerdere redenen opmerkelijk. Willy Dullens is een pas 21-jarige aanvaller van een eerstedivisieclub, Sittardia, en hij houdt onder meer Johan Cruijff achter zich. Cruijff verklaart dat Dullens een betere technicus is dan hijzelf- een groot compliment.

Tot wasdom komt Dullens als voetballer niet, door een ernstige knieblessure. het noodlot slaat toe in augustus 1966, in een uitwedstrijd tegen Vitesse. ” Ene Bart van Ingen, of misschien was het een ander, hield me vast toen ik was doorgebroken en op De Munck afging. Ik lag met mijn voet op een tegenstander toen die Van Ingen op mijn knie viel. Nee, niet opzettelijk, het was een ongeluk. Maar voor mij stortte de hele wereld in. Potverdorie, het is gebeurd met je, Dullens, ging het door mij heen.”

Dat klopt. Hij voetbalt nog twee jaar door, maar haalt nooit meer zijn oude niveau. In NRC Handelsblad toont hij jaren later zijn verdriet. “Na de eerste operatie bleek al snel dat mijn hele toekomst weg was. Ik woog normaal 55,56 kilo. Toen heel vlug nog maar 46, wegens de pijn en vooral door het verdriet. Bijna dag en nacht heb ik liggen huilen.”


17-4-1966, Willy Dullens in actie voor Oranje tegen België: 3-1
foto: Onbekend
Midden jaren zestig dienen zich twee grote talenten aan: Johan Cruijff en Willy Dullens. Cruijff groeide uit tot een wereldster, Dullens was een dergelijke loopbaan niet gegeven hoewel hij een stormachtig begin kende. In het seizoen 1963/1964 maakte Dullens op 18-jarige leeftijd zijn debuut bij Sittardia, de voorloper van Fortuna Sittard.

Dullens was als jochie al helemaal gek van het spelletje, hij was voortdurend bezig om zijn techniek te verbeteren. In Limburg was zijn ster al lang rijzende, de rest van Nederland maakte in 1963 kennis met zijn enorme voetbalkwaliteiten. Hij maakte in dat jaar zijn debuut voor Sittardia tegen De Volewijckers en werd dat seizoen in de eerste divisie direct topscorer met achttien goals. ‘Het voetbalwonder van Limburg’ leverde daarmee een belangrijke bijdrage aan de promotie naar de Eredivisie. De Limburgers degradeerden het seizoen erna overigens direct weer naar de Eerste Divisie, om in 1965 weer terug te keren naar het hoogste podium. Dullens was ondertussen een belangrijke speler geworden bij Sittardia en had groot aanzien gekregen in Nederland.

In zijn tijd als voetballer reisden spelers nog per trein naar uitwedstrijden. Het contrast met de jongens en hun laptops kan bijna niet groter. ‘Ach ja, het is de tegenwoordige tijd hè’, zegt Dullens. ‘Wij hadden vroeger geen computers, dus je ging sneller de straat op om te voetballen. Eerlijk gezegd heb ik er wel eens moeite mee. De spelers van Fortuna trainen één keer per dag, ongeveer anderhalf uur. Dat is toch niets? Als ik daar over begin, dan zeggen ze: je moet aan de arbeid-rustverhouding denken, Willy. Maar als je hogerop wilt komen, dan moet je daar energie in steken.’

Zelf was hij, de frêle aanvaller van Sittardia, een perfectionist. Hij trainde acht uur per dag, op het maniakale af. Thuis had hij een zelfgemaakt roeiapparaat en in zijn tuin stond een kopgalg. ‘Urenlang stond ik te springen. Ik ben maar een klein mannetje, maar op een gegeven moment sprong ik 2,23 meter hoog. Ik ging net zo lang door totdat ik tevreden was. Als ik dan op bed lag, verheugde ik me al op de volgende dag: dan mocht ik weer gaan trainen. Eerlijk gezegd vraag ik me af of profs van tegenwoordig er ook zo over denken.’

Ik leefde voor het voetbal. Ik lag elke avond om tien uur op bed. Eén keer werd dat tien minuten later. Ik heb toen de hele nacht liggen woelen uit schuldgevoel. De volgende dag raakte ik geen bal.’

Willy Dullens moet een briljante voetballer zijn geweest: snel, technisch, intelligent. Een sensatie op de Limburgse velden, voetballer van het jaar in 1966 en net zo goed als Cruijff; elk interview met Dullens refereert daar aan.

Wordt u daar niet moe van, die vergelijking met Cruijff?

Dullens schudt zijn hoofd. ‘Welnee. Ik vind het een eer dat ik in één adem met hem wordt genoemd. Er zijn mindere voetballers op deze aarde met wie ik vergeleken zou willen worden.’

Voetballer van het jaar.

Al op 21-jarige leeftijd werd Dullens uitgeroepen tot voetballer van het jaar, als eerste divisie-speler nota bene. In het bijzijn van zijn verloofde kreeg de trotse dribbelaar op 20 mei 1966 in Hilton Amsterdam de prestigieuze prijs in ontvangst van Toon Hermans. Dullens zou een grote toekomst tegemoet gaan, dat leek wel zeker. Hij stond op dat moment in de belangstelling van grote clubs als Feyenoord en Anderlecht. En dat was niet voor niets. De kleine Limburger was snel, behendig en was niet van de bal te krijgen. De toen ook nog jonge Johan Cruijff stelde zelfs dat Dullens technisch gezien beter was dan hij.

Hij werd daarnaast opgeroepen voor Oranje, waar hij zou komen tot slechts 4 interlands (tegen België, Schotland, Tsjecho-Slowakije en Denemarken). Een ongekende loopbaan was in de maak en er was daarom alle reden voor optimisme.

Dullens speelde vier interlands. In drie daarvan stond hij samen met Cruijff op het veld. ‘Johan was twee jaar jonger. Hij was een diepe spits, ik meer een aanvallende middenvelder. Hij had toen al een grote mond. Ik was een stuk bescheidener, maar we voelden elkaar perfect aan.’ Uit zijn portemonnee haalt hij het Haasje, dat elke international bij zijn debuut cadeau krijgt van de KNVB. ‘Het is een beetje afgesleten door het vele geld dat er in al die jaren langs is geschuurd. Maar het is nog altijd een dierbare herinnering. Mijn mascotte.’

Velen zijn ervan overtuigd dat Willy Dullens, een van de beste spelers is die Nederland heeft voortgebracht. Had Nederland met hem erbij het WK ’74 wél gewonnen? Niemand zal het ooit te weten komen. Zeker is wel dat de goedlachse Dullens met zijn grote voorbeeld en vriend Johan Cruijff een heerlijke tandem had kunnen vormen bij Oranje en dat wij als voetballiefhebbers nog lang hadden kunnen genieten van zijn kunsten.

Willy Dullens, alias Willy Wilkes, is de blues van het voetbal. De Limburger wordt gezien als de beste Nederlandse voetballer aller tijden, die dat nooit is geworden. Door een zware blessure in 1966 moest hij noodgedwongen stoppen.

De knieblessure

‘In aanleg is hij misschien wel beter dan ik’, heeft het grote talent Johan Cruijff van zijn Limburgse evenknie Willy Dullens gezegd. Die wordt wel vergeleken met de grote dribbelaar Faas Wilkes. Nadat ‘Willy Wilkes’ in het voorjaar van 1966 als international van het kleine Sittardia heeft geschitterd tegen België (3-1 winst in De Kuip) en Schotland (3-0 winst in Glasgow) wordt hij verkozen tot ’s lands voetballer van het jaar.

Terwijl dat eigenlijk het moment was om te oogsten en de stap te maken naar een topclub, sloeg het noodlot toe. Drie maanden later kreeg hij een ernstige knieblessure. Tijdens een oefenwedstrijd in de seizoensvoorbereiding tegen Vitesse dribbelde Dullens zijn directe tegenstander Van Ingen voorbij, werd vervolgens vastgehouden en viel daarbij ongelukkig terwijl zijn tegenstander met zijn volle gewicht op de knie van Dullens viel.

Wat was er nou gebeurd bij Vitesse? In Arnhem botste Dullens tegen Vitesse-speler Bart van Ingen. “De scheidsrechter floot niet eens”, aldus Van Ingen. Dullens meende dat hij verkeerd was gevallen nadat zijn tegenstander hem had weg getrokken. Aan de andere kant oordeelde Van Ingen dat Dullens een mislukte schijnbeweging maakte, waarna ze in botsing kwamen. Maar de vraag wie nou verantwoordelijk was, veranderde de gevolgen niet: Dullens kon nooit meer voetballen op het hoogste niveau. Zijn interlandloopbaan bleef beperkt tot vier wedstrijden voor Oranje.

Jaren later kwamen de twee voetballers tot een vorm van verzoening. Dullens: “Hij kon er niets aan doen, het was geen doodschop. En ik koester geen wrok tegen hem. Voor hem was het ook niet prettig.”

Hij wist op dat moment eigenlijk al dat zijn voetbalcarrière voorbij was. Aanvankelijk wilde Dullens daar niets van weten. Hij trainde als een bezetene om weer de oude te worden. Twee maanden later stond hij weer op het veld. De kleine dribbelaar zou in november zelfs nog twee interlands spelen, tegen Tsjechoslowakije en Denemarken. Maar Dullens kreeg steeds meer pijn in de knie. In december 1966 zou hij geopereerd worden. Na een lange rustperiode – zijn knie, kruisband en meniscus waren inmiddels verwijderd – zou hij het weer proberen.

Binnen- en buitenmeniscus plus een kruisband zijn aan gort en midden jaren zestig betekent dat voor een profvoetballer eigenlijk meteen einde carrière. Operaties bieden slechts gedeeltelijk herstel, Dullens blijft het nog wel proberen, maar zijn sukkelen leidt tot hevige frustraties en zelfs tot problemen aan de gave linkerknie. Willy Dullens noodgedwongen zijn voetbalcarrière beëindigen in 1968. De officiële afkeuring volgde in 1969.

Alles kapot: knie en carrière. Weg mooie toekomst. De pijn was onbeschrijfelijk, zegt Dullens. En niet alleen fysiek. ‘Godverdomme, waarom moest dit uitgerekend mij overkomen? Beter dan Cruijff, maar wel gehandicapt.’ Dit viel hem erg zwaar en hij had enige jaren te kampen met zware depressies.


1966; Willy Dullens aan de bal voor Sittardia tegen NAC
foto: Jac. de Nijs / Anefo
Benefietwedstrijd door Ajax

Begin 1969 wordt het gemankeerde supertalent na Sittardia-Ajax (0-1) gevraagd of hij even in de Amsterdamse spelersbus wil komen. ‘We laten je niet in de steek Willy’, krijgt Dullens van de Ajacieden te horen. Wanneer later dat jaar zijn afkeuring definitief wordt, regelen Ajax-aanvoerder Gert Bals, Piet Keizer, Theo van Duivenbode en Johan Cruijff wat in de kranten ‘een bedelwedstrijd’ voor hun zo onfortuinlijke vakbroeder wordt genoemd.

Er komt kritiek op het initiatief, omdat ‘er wel erger leed in de wereld is’, maar Bals pareert die door namens Ajax op te merken dat het met de schadeloosstelling van beroepsvoetballers bij blijvende invaliditeit bedroevend gesteld is. Dullens kan fluiten naar een mooie carrière, en dus ook fluiten naar mooie verdiensten.

Ajax zet door en het Olympisch Stadion (kwijtschelden huur) en de gemeente Amsterdam (kwijtschelden vermakelijkheidsbelasting) doen mee. Alemannia Aachen verlaagt zijn startgeld, bedrijven sponseren en zeker 50.000 toeschouwers passeren de kassa’s. De bedelactie is een groot succes en ontroert Dullens, die met de geblesseerde Cruijff de aftrap verricht, zichtbaar. Er werden mooie woorden gesproken. Cruijff bijvoorbeeld: ‘In aanleg was Willy een betere voetballer dan ik’, zei hij.

Op de avond van de goedertierenheid loopt het Olympisch Stadion helemaal vol, zwaait de in de knop gebroken belofte Willy Dullens in maatkostuum dankbaar naar de afgeladen tribunes en speelt Ajax zonder Johan Cruijff drie kwartier prachtvoetbal. Ajax speelt volgens de kranten op de zwoele dinsdagavond 5 augustus in een Europa Cup-achtige sfeer een formidabele eerste helft waarbij de Amsterdammers ‘elkaar bijna achteloos vinden in flitsende combinaties’. Bij rust is het ‘slechts’ 2-0 door doelpunten van Sjaak Swart en Ruud Krol. Uitblinker is Gerrie Mühren, de Volendamse middenvelder die voor zijn grote doorbraak staat. In de tweede helft doet Ajax het kalmpjes aan en kan Alemannia terugkomen tot 2-1.

Het goede doel van de benefietwedstrijd Ajax tegen Alemannia Aachen, dan de nummer twee van West-Duitsland achter Bayern München, stamelt dat hij 5 augustus 1969 nooit meer zal vergeten.

In een stampvolle en bloedhete bestuurskamer zijn Willy Dullens en zijn echtgenote Janny het stralende, maar toch ook wel bedroefde middelpunt. Wanneer journalisten informeren naar de opbrengst van de benefietavond davert de stem van Jaap van Praag door het betonnen vertrek. Er wordt nog steeds geteld, aldus de Ajax-voorzitter, maar de uitkomst zal in het belang van Willy Dullens niet worden meegedeeld. Daarop maakt de pers zijn eigen rekensommetje en die komt er op neer dat Dullens het formidabele bedrag van zo’n anderhalve ton tegemoet kan zien. Genoeg voor het opbouwen van een eigen kapperszaak, maar lang niet genoeg om enkele zware mentale depressies buiten de deur te houden.

Na zijn carrière

Eind jaren 1970 begon hij met het begeleiden van enkele jonge wielrenners, waaronder Michel Jacobs. Van de opbrengst van de benefiet – 140.000 euro – kocht Dullens een kapperszaak, omdat hij ‘iets met mensen’ wilde gaan doen. ‘Stom’, zegt hij nu. ‘Ik had in het voetbal moeten blijven. Maar op dat moment kon ik dat niet aan. Het voelde zo onrechtvaardig. Ik had altijd als een asceet voor mijn sport geleefd. Waarom moest uitgerekend mij het noodlot zo treffen? Ik vraag het me soms nog steeds af. Maar die vraag neem ik mee het graf in. Er is geen antwoord op.’

Na zijn afkeuring heeft Dullens jarenlang geen wedstrijd meer gezien. De pijn was te groot. Hij verklaarde later ook jarenlang niet over zijn blessure te kunnen praten zonder dat hij een brok in zijn keel had. En toen kwam de lente van 1988, waarin het Nederlands elftal Europees kampioen werd, Nederland Oranje kleurde en Marco van Basten tot volksheld werd uitgeroepen.

Dullens, 43 toen, stortte volledig in. ‘Van Basten kwam net terug van een blessure. Hij was zo gefocust op een terugkeer, maar Rinus Michels koos voor John Bosman in de eerste wedstrijd tegen Rusland. ’s Avonds in bed lag ik te malen: waarom geeft Michels Marco geen kans? Ik identificeerde me helemaal met Van Basten die zoveel pech had gehad met zijn enkel. Wat mij was overkomen, moest hem bespaard worden. Ik ging daar helemaal in op.’

Zijn vrouw was de eerste die voorzichtig opperde of hij misschien niet overspannen was. ‘Ik, overspannen? Kom nou, zoiets zou mij toch niet overkomen?’ Een paar dagen later zat hij in het ziekenhuis te praten met een psycholoog. Urenlang. Over zijn voetbalcarrière, het abrupte einde, het gevoel van onrecht. ‘Het kwam er allemaal uit. Ik ben uiteindelijk acht maanden uit de running geweest. Daarna heb ik mijn leven weer opgepakt. Die psycholoog heeft mij geleerd te relativeren. Er zijn ook heel veel dingen wél goed gegaan in mijn leven: ik heb een lieve vrouw, prachtige dochters en beeldschone kleinkinderen. Wat wil ik nou nog meer?’

Maar toch, de wond zal nooit helemaal helen. ‘Soms denk ik wel eens: zouden we met mij wél wereldkampioen zijn geworden in 1974? Vind je dat raar?’

Wat Dullens goed deed, was dat Johan Cruijff hem selecteerde voor zijn ‘Elftal van de Eeuw’. Hij laat het shirt zien waarmee hij die avond speelde: nummer 7. ‘Van tevoren dacht ik: ze zullen mij toch niet vergeten? Maar Johan was de eerste die mij belde voor die avond in de Arena. Ik geloof dat ik drie ballen heb geraakt, maar het was een geweldige ervaring.’

In 2000 werd Dullens afgekeurd als kapper: gescheurde pees in de schouder. Wéér blessureleed. Tegelijkertijd hing directeur Theo Mommers van Fortuna aan de lijn: ‘Een beetje laat, Willy, maar wil je ons gaan adviseren op technisch gebied?’ Dullens kon wel janken van geluk. ‘Waar de ene blessure mij verwijderde van het voetbal, bracht de andere mij juist weer terug. Je kunt mij elke dag langs het voetbalveld zetten. Wat zou het mooi zijn als ik op een dag de nieuwe Willy Dullens ontdek.’

Gedurende het seizoen 2009-2010 maakte hij de overstap naar VVV-Venlo, alwaar hij de functie van technisch adviseur ging vervullen en deel uit ging maken van het technisch platform. Hij gaf vooral advies over eventuele aankopen. Op 30 juni 2013 vertrok hij uit eigen beweging, naar eigen zeggen omdat hij vond dat zijn rol te beperkt was. In juli van dat jaar keerde hij in dezelfde functie terug bij Fortuna Sittard en kreeg een contract voor onbepaalde tijd. Dullens ging er zich vooral bezighouden met advies en ondersteuning van de scouting en het opleiding. Daarnaast ging hij wedstrijden analyseren en advies geven over de te volgen technische koers. Ook ging hij contacten onderhouden met sponsors.

Prijzenkast en erelijst:

Nederlands elftal:
* 4 interlands
Individueel
* Voetballer van het jaar: 1966

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, ajax.nl, nu.nl, fckruisband.nl, kentudezenog.nl