101 Nederlandse Voetbaliconen (21) Frits Flinkevleugel

Geboren: 3 november 1939, Amsterdam
Overleden: 10 april 2020
Positie: Verdediger
Clubs: DWS, FC Amsterdam
Actief: 1955-1977
Doelpunten: Onbekend
Nederlands elftal: 11 interlands
Trainer:

Frits Flinkevleugel, kent u een mooiere voetbalnaam? Deze kuitenbijter kwam uit voor DWS en FC Amsterdam en speelde elf interlands voor het Nederlands elftal. Hij werd twee keer kampioen in Nederland: in 1963 met DWS in de Eerste Divisie en een jaar later, in 1964, kampioen van de Eredivisie.

Flinkevleugel had naast zijn carrière als voetballer een sigarenzaak in de Kinkerstraat. Het monument van de club, organiseerde vanuit zijn sigarenwinkel ook supportersreizen naar de uitwedstrijden van FC Amsterdam. André Hazes reed ook vaak mee in de bus. Flinkevleugel: “Ik had er ook altijd een paar deftige dames bij. Maar toen die André een keer tegen de bus zagen plassen, hebben ze nooit meer een kaartje gekocht.”


Frits Flinkevleugel wordt gepasseerd door Piet Kruiver van Feijenoord
foto: Onbekend

Flinkevleugel groeide op in hartje Amsterdam en voetbalde vanaf zijn achtste voor DWS. Op 16-jarige leeftijd maakte hij zijn debuut in het eerste elftal van de vereniging. De rechtervleugelverdediger maakte in 1961 zijn debuut voor Jong Oranje.

Het is nu moeilijk voor te stellen, maar er bestond een tijd dat het Amsterdamse voetbal meer en groter was dan Ajax. Blauw-Wit en De Volewijckers waren actief op landelijk niveau, evenals het gevreesde DWS (Door Wilskracht Sterk). Deze Amsterdammers uit de Spaardammerbuurt werden in 1964 de laatste landskampioen zonder de kleur rood in het thuisshirt. De club bracht grote spelers voort als Rinus Israël, Rob Rensenbrink, Jan Jongbloed, Daan Schrijvers en Mosje Temming. Decennia later waren Ruud Gullit en Frank Rijkaard lid van DWS, dat inmiddels was verhuisd naar Nieuw-West.

DWS degradeerde in het seizoen 1961/1962 naar de 1e divisie, maar! Het seizoen erop werd DWS kampioen van de 1e divisie en promoveerde weer naar de Eredivisie en wat niemand voor mogelijk had gehouden en tot op de dag van vandaag geen enkele vereniging is gelukt, werd DWS het seizoen erop kampioen van Nederland door thuis op de laatste speeldag met 3-1 te winnen van GVAV.

Het waren bijzondere jaren voor het voetbal in de Spaarndammerbuurt. DWS pakte na het kampioenschap in de eerste divisie een jaar later meteen de titel in de eredivisie. Israël: “Dat zou nu betekenen dat SC Cambuur volgend jaar landskampioen wordt. Dat kun je je toch niet voorstellen?”

Het gebeurde in de geschiedenis van de eredivisie slechts één keer eerder dat Ajax, PSV en Feyenoord twee jaar op rij de titel aan een andere club moesten laten. Het kampioenschap ging in 1958 naar DOS, in 1959 behaalde Sparta de landstitel. DWS (1964), AZ (1981 en 2009) en FC Twente (2010) zijn de clubs die de hegemonie van ‘de grote drie’ daarna nog doorbraken.

In de gloriejaren van de jaren zestig stond een ijverige en agressieve rechterverdediger langs de lijn te razen: Frits Flinkevleugel. Hij leefde van het uitschakelen van buitenspelers. Coen Moulijn van Feyenoord en Piet Keizer van Ajax konden er moedeloos van worden. ‘Heerlijke tegenstanders’ noemde hij de twee vedetten van het Nederlandse voetbal in Het Parool.

Als mandekker was Flinkevleugel bikkelhard en meedogenloos. Van zeuren hield hij niet, hij speelde zelfs een Europees duel met een gebroken teen. “Ik zorgde ervoor dat ik mijn eerste duel won. Desnoods met een overtreding, dat maakte me niets uit. De linksbuiten wist dan waar hij aan toe was.”

Wars van tactieken vloog hij wedstrijden in. Knokken was het devies. “Bij DWS heb ik eens met een sliding het bord waarmee de tactiek besproken werd, vernield. ‘Dan hebben we dat alvast gehad,’ riep ik dan. Dat bord is nooit meer gebruikt.”

Een van zijn medespelers was Rinus Israël. In de drie jaar dat ze samen speelden, vertrouwde Israël blind op Flinkevleugel. “Hij was een van de weinige rechtsbacks die overeind bleven tegen Keizer en Moulijn,” zegt Israël telefonisch. “Moulijn hield in die jaren van een versnelling buitenom. Daarmee omspeelde hij elke verdediger, maar bij Flinkevleugel maakte hij geen kans.”

In 1964 werd hij met DWS landskampioen en in het seizoen 1964-1965 reikte hij met zijn ploeg tot de kwartfinale van de Europacup I. Op 9 december 1964 werd hij onder bondscoach Denis Neville voor het eerst geselecteerd voor het Nederlands elftal. De thuiswedstrijd tegen Engeland eindigde in 1-1.

De Amsterdammer, die zijn sigarenzaak in de Kinkerstraat en een slijterij in de Spaarndammerstraat belangrijker vond dan voetbal, speelde in de periode tussen 1964 en 1967 elf interlands en zag onder anderen Johan Cruijff debuteren. Onder trainer Georg Kessler verloor hij echter zijn positie aan Wim Suurbier die hem uit het basiselftal speelde. Wim Suurbier verloor uiteindelijk met Oranje de WK-finales van 1974 en 1978.

Voor DWS bleef hij echter een vaste waarde. Na de fusie in 1972 van DWS, Blauw-Wit en De Volewijckers in FC Amsterdam, kwam Flinkevleugel nog enkele jaren uit voor deze ploeg. In het seizoen 1974-1975 kwam hij met FC Amsterdam uit in de UEFA Cup.

Hoewel FC Amsterdam in 1976 degradeerde naar de eerste divisie, waren sommige prestaties legendarisch. Zoals de 4-2 overwinning op Ajax in De Meer (seizoen ’74-’75). En de 1-2 zege op Internazionale in 1974 voor de UEFA Cup, 2 goals van Nico Jansen in het San Siro. Aan de vooravond waande de ploeg zich zo kansloos dat werd besloten er maar een leuke reis van te maken en werd er stevig gedronken met alle positieve gevolgen van dien. Als een van de hoogtepunten noemde Flinkevleugel later de winst op Chelsea in de Jaarbeursstedenbeker in het seizoen 1968-1969.

Met Amsterdammer en ex-Ajaxied Co Prins had Flinkevleugel het regelmatig aan de stok. Toen de voetbaltijd van Co Prins er al bijna op zat, misdroeg hij zich als speler van Helmond Sport in een wedstrijd tegen FC Amsterdam. Met een gruwelijke overtreding brak hij Chris Dekker het linkerbeen. Toen Frits Flinkevleugel verhaal ging halen, werd de rechtsback door Co toegebeten: “Rot op, kleine pooier.” Met een stalen gezicht liep Co na die wedstrijd naar de kleedkamer van FC Amsterdam. Hij wilde het weer eens goed maken. Toen hij hem in de deuropening zag staan, raakte Jan Jongbloed buiten zinnen. De keeper wilde Co te lijf gaan. Er moest veel mankracht aan te pas komen om dat te voorkomen. Pas vele maanden later kon Chris Dekker weer lopen.

In 1977 besloot hij mede vanwege een aantal hardnekkige blessures zijn actieve voetballoopbaan te beëindigen. Hij kwam nog wel uit voor het team van oud-internationals en in het zaalvoetbal.


Frits Flinkevleugel in duel met Lambert Maassen van ADO
foto: Onbekend
Volkskrant verslaggever Robèrt Misset bezocht in mei 2007 de DWS/FC Amsterdam (‘cultclub’ in de jaren zeventig) reünie. Het geeft een mooi inkijkje bij de club waar ik in de jaren zeventig vaak een heel vak voor mezelf had in het Olympisch Stadion en de sfeer rook van vergane glorie.

Bij de reünie van FC Amsterdam ontbreekt de reclame uit de jaren zeventig niet. ‘Ai, ai, ai die Caballero, dat is pas een sigaret’ en ‘Heerlijk, helder Heineken’ schallen door de speakers in het verlaten Olympisch Stadion. Ook 25 jaar nadat de club een zachte dood was gestorven op het veld naast het stadion komt er geen hond kijken naar de erewedstrijd van de roemruchte ‘Lieverdjes’.Het lag ook aan het slechte imago van het oude stadion, veronderstelt Jan van Galen, voorzitter van de Sociëteit Olympisch Stadion en medeorganisator van deze reis door de nostalgie.

‘De betonnen kolos, pisbak; erg flatteus werd het stadion niet beschreven. En dan keken soms 500 mensen naar FC Amsterdam, terwijl er in die tijd 60 duizend in konden.’In het stadion is een kleine expositie te zien over tien jaar FC Amsterdam tussen 1972 en 1982. ‘Ondanks zijn korte bestaan is FC Amsterdam een cultclub geworden’, aldus Van Galen.‘In tegenstelling tot Ajax was FC Amsterdam ook een oer-Amsterdamse club. De meeste spelers kwamen uit de Spaarndammerbuurt. Het waren jongens van de straat, meedogenloos voor hun tegenstanders én voor elkaar. Bij Ajax speelden de mannen met glamour, de snelle boys.’Humor is het karakter in de ploeg, die lijfspreuk hing boven het spelershome en wordt door de helden van weleer in ere gehouden.

Als Tjeerd Koopman al na enkele minuten ‘geparkeerd’ staat en met een zweepslag uitvalt, zegt de kogelronde spits Nico Jansen: ‘Normaal gesproken krijgt-ie alleen zweepslagen van zijn vrouw.’En over rechtsback Frits Flinkevleugel: ‘Hij was zo klein dat we hem onder de grasmat vandaan moesten halen.’Overdag stond Flinkevleugel in zijn sigarenzaak in de Kinkerstraat. Een boefje was hij. Eentje die ‘slecht op zichzelf kon passen’, zegt hij. ‘Ik kwam weleens met de ochtendkrant thuis.’ Kaarten en gokken kon Flinkevleugel tot hij er bij neerviel. Maar op zondag was hij niet te passeren.En als het moest, schopte ‘Fritsie’ Ajax-legende Piet Keizer en Feyenoord-icoon Coen Moulijn zonder pardon de sintelbaan van het Olympisch Stadion op.

Flinkevleugel, met glimmende oogjes: ‘Met Keizer wedde ik telkens om een joetje wie er zou winnen. Ik heb dat tientje vaker aan hem moeten betalen dan hij aan mij. ‘Maar Piet speelde niet graag tegen mij en Moulijn ook niet. Ik werd er ooit van beschuldigd dat ik Moulijn een zware blessure had bezorgd. Belde Coentje me op en zei: maak je geen zorgen kleine, de volgende keer laat ik je weer alle hoeken van de Lijnbaan zien.’ Bij FC Amsterdam regeerde uiteraard de Amsterdamse humor. Voor Utrechter Leen van der Merkt viel het niet mee. ‘Ik heb wat te stellen gehad met die gasten. Ik was het boertje. Ik liep voor mijn debuut bij Amsterdam een gebruinde Flinkevleugel tegen het lijf. Ik had doorgetraind om me goed te prepareren. Zegt Frits: ‘Hebben ze jou onder de IJtunnel gevonden?’Ook op het veld proberen vijftigers en zestigers het glorieuze verleden op te roepen. Keeper Jan Jongbloed keept nog altijd met blote handen. ‘Vallen lukt nog wel, alleen opstaan duurt wat langer’, zegt hij, lachend. ‘Het opstellen, het anticiperen; dat verleer je nooit. De warmte die ik nu weer voel, was de basis voor onze successen. We waren een begrip in Nederland en dat lag ook aan onze markante voorzitter.’In februari overleed Dingeman (Dé) Stoop en met een minuut stilte wordt een eerbetoon gebracht aan de voornaamste architect van FC Amsterdam. ‘Die man was zijn tijd ver vooruit’, aldus organisator Van Galen.

‘Niemand had nog gehoord van Scheringa of Berlusconi, toen Stoop al clubeigenaar was. Dat lag gevoelig in de jaren zeventig. Hij werd geassocieerd met poen en was politiek rechts. Stoop was zo opgelucht na de val van het kabinet Den Uyl dat hij zijn werknemers bij Starlift 25 gulden gaf.’Stoop kon ook een duitendief zijn. Van Galen: ‘Frank Kramer was de enige voetballer bij Amsterdam met een hbs-diploma. Een zaakwaarnemer vond hij niet nodig bij de onderhandelingen over zijn contract.

Stoop zei: ik schrijf een bedrag op, maar daar mag je met niemand over praten, anders staan alle spelers voor mijn neus. ‘Kramer tekende, maar aan het einde van het seizoen ging het gerucht dat de club failliet zou gaan. De spelers vertelden elkaar hoeveel ze verdienden en Kramer bleek het slechtste contract van allemaal te hebben.’Wellicht dat Kramer daarom ontbreekt als de Amsterdam-selectie van 1972-1977 met 4-1 verliest van de ‘jonkies’ uit de periode 1977-1982. ‘Geeft niks Pim’, zegt Gerard van der Lem – lid van de droomvoorhoede met Meijer en Jansen – lachend tegen trainer Pim van de Meent. ‘Oefenwedstrijden waren vroeger ook niks voor ons, maar we stonden er als het moest.’Van de Meent, vertederd: ‘Ik moest die rakkers soms tegen middernacht het spelershome uitgooien. Zaten ze nog te kaarten. Als hun vrouwen belden, moest ik ze nog dekken ook. Maar op het veld toonden ze karakter.’Een prachtig elftal had FC Amsterdam in 1974 en 1975, mijmert Van de Meent. Ze versloegen het grote Inter met Facchetti en Oriali in San Siro en vernederden Ajax in De Meer met 4-2 na een snelle 2-0-achterstand. ‘Er was een duidelijke hiërarchie in het elftal, dat mis ik nu in het Nederlandse voetbal. Door het vele geld is het ieder voor zich. Bij Amsterdam bepaalden Jongbloed, Fransz en Flinkevleugel alles en volgden de anderen.’De neergang kwam al snel. Van de Meent: ‘Na het succesjaar vertrokken twaalf spelers, onder wie Jongbloed en onze spitsen. Stoop heeft er jaarlijks tonnen op toegelegd.

Het verval van Amsterdam was niet te stoppen.‘Stoop heeft er later spijt van gehad. Hij vertelde me eens: als ik had geweten hoeveel ik aan de verkoop van mijn bedrijf zou overhouden, was ik doorgegaan.’ In 1982 was het voorbij. ‘Er is geen serieuze stad in de wereld waar niet tenminste twee profclubs naast elkaar leven’, verzucht Van Galen. ‘De Amsterdammer ziet het helaas niet zitten.’ En dus rest in het Olympisch Stadion slechts de weemoed, zo fraai vertolkt door de prominente FC Amsterdam-supporter André Hazes, op de melodie van Een Vriend. ‘Waar zijn de tijden van weleer? Mijn Amsterdam wat doet dit zeer. Nooit meer Nico Jansen, Van der Lem. Doe ik mijn ogen dicht, hoor ik Jongbloeds harde stem.’

18 mei 1964 werd DWS Landskampioen en met een platte wagen met onder andere Joop de Jong, Frits Flinkenvleugel, Rinus Israel en Piet Schrijvers werden zij door de Spaarndammer- en Staatsliedenbuurt gereden. De meeste voetballers hadden een sigarenwinkel en in de Van Limburg Stirumstraat zat Joop de Jong. Op de Haarlemmerweg zat ook een sigarenwinkel vlak bij het Nassauplein waar elke zondag op grote borden de eindstanden werden opgeschreven. Het was om een uur of vier altijd druk, ook vanwege de voetbaltoto.

Net als Flinkevleugel hadden onder anderen Israël en teamgenoot Jan Jongbloed een sigarenzaak. Soms tot grote verbazing van tegenstanders. “Toen we voor de Uefa Cup bij Inter Milaan hadden gewonnen, zijn die gasten voor de return nog bij Jongbloed in de winkel komen kijken. Die dure vedetten konden niet geloven dat de keeper van het Nederlands elftal een sigarenzaak had,” zei Flinkevleugel tegen Het Parool.

Flinkevleugel stopte in 1977 met voetballen, nadat hij enkele keren was uitgeschakeld met aanhoudende blessures. Even probeerde hij het nog als elftalleider bij FC Amsterdam. Dat werd geen succes. Flinkevleugel bleef de lolbroek die hij zijn hele carrière was geweest. “Ik voelde me niet geroepen om leiding te geven. Daarom ben ik ook nooit aanvoerder geweest. Alleen bij een geintje liep ik voorop. Heel eerlijk.’’

Hij bracht daarna meer tijd door in zijn winkels en woonde nog een tijd in Zandvoort. Flinkevleugel werd 80 jaar.

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen Eredivisie (DWS): 1963/64
Nederlands elftal:
* 11 interlands

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Volkskrant, Het Parool, kentudezenog.nl