101 Nederlandse Voetbaliconen (22) Ruud Geels

Geboren: 28 juli 1948, Haarlem
Overleden:
Positie: Aanvaller
Clubs: Telstar, Feijenoord, Go Ahead Eagles, Club Brugge, Ajax, RSC Anderlecht, Sparta, PSV, NAC
Actief: 1964-1984
Doelpunten: Telstar (5), Feijenoord (46), Go Ahead Eagles (35), Club Brugge (28), Ajax (123), RSC Anderlecht (25), Sparta (35), PSV (15), NAC (6)
Nederlands elftal: 20 interlands; 11 doelpunten
Trainer:

Banketbakkerszoon, huisschilder, Haarlemmer, kopspecialist en waarschijnlijk de meest onderschatte spits uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis. Geels is vijfvoudig topscorer van de eredivisie-viermaal als Ajacied, eenmaal als Spartaan- maar het beklijft niet lang. Niet voor niets is de ondertitel van het boek Ruud Geels, altijd raak, dat Theo Vaessen in 2007 over hem schrijft De biografie van een ‘vergeten’ topscorer.

Met Ronald Koeman is hij de enige die zowel voor Feijenoord, Ajax als PSV speelt, Geels is een ster tegen wil en dank, ook bij Club Brugge en Anderlecht. een zachtmoedige man die moeite heeft met de mores in het profvoetbal. “Het verwachtingspatroon was te hoog, er was teveel aandacht voor mijn persoon, en ook een zekere mate van cynisme.” De cijfers liegen echter niet. In 473 wedstrijden scoort hij maar liefst 318 maal.


Ruud Geels (Ajax) in duel met Johan Derksen (Haarlem)
foto: Onbekend
Geertruida Maria Geels Geels geboren als vierde zoon van de Haarlemse bakker Henk Geels. Voor hij bij Telstar – in 1965 – debuteerde in het betaalde voetbal speelde de goaltjesdief voor de amateurclubs DSS en Onze Gezellen. HFC Haarlem was uit den boze, omdat hij in een EDO-buurt woonde. Bovendien was de jonge Geels erg verbolgen over het feit, dat een bestuurslid van Haarlem nogal lauw reageerde, toen die vroeg wat zijn vader voor werk deed. Bij Telstar in Velsen/IJmuiden speelde hij in de landelijke jeugd en speelde in het seizoen 1965/1966 in de spits van het eerste elftal. Hij trainde twee keer in de week. De eigenaar van het schildersbedrijf waar hij werkte was een groot Telstar-fan en vond het prima dat Geels gedurende werktijd ging trainen. Na 8 wedstrijden en 5 doelpunten voor Telstar, werd de 18-jarige aanvaller verkocht aan Feijenoord, dat 165.000 gulden voor hem betaalde, toen een zeer hoge transfersom voor een jonge speler.

Deze transfer veroorzaakte de nodige commotie in de gemeenteraad van Velsen (“Zo’n schandalig hoge transfersom voor zo’n jonge knul”). Zo berekende een raadslid van de CPN dat Feyenoord voor Ruud Geels 1270 gulden per pond (“schoon aan de haak”) aan Telstar had betaald.

Bij Feyenoord verloor hij echter de concurrentiestrijd om de spitspositie van Ove Kindvall. In 4 seizoenen Feyenoord kwam Geels tot 89 competitiewedstrijden en 46 doelpunten. In de Europa Cup speelde hij 5 wedstrijden en scoorde 6 maal. Hij won twee prijzen in deze periode: het landskampioenschap en de KNVB beker, beide in seizoen 1968/69.

Bij Feyenoord behaalde Geels de Europacup 1 in 1970. Helaas speelde Geels toen niet. Sterker nog, hij zat ook niet op de reservebank en zelfs niet in het stadion. De enige bank die hij warm mocht houden was die in zijn eigen huis, alwaar hij de wedstrijd op de televisie heeft gezien. Tot op de dag van vandaag is het missen van de Europa Cup I finale een smet op zijn blazoen. Wat was nu het geval? Geels: “Ik wilde Feyenoord aan het eind van het seizoen verlaten. Dat werd tegen mij gebruikt, en ik mocht niet mee naar Milaan”. Dat was een klap in zijn gezicht: “Een zwarte bladzijde in mijn carrière”.

In 1970 vertrok Geels naar Go Ahead, de club van trainer Barry Hughes, dat een seizoen later de toevoeging ‘Eagles’ achter zijn naam kreeg. 2 seizoenen en 35 doelpunten later ging Geels voor het eerst in het buitenland voetballen, voor het Belgische Club Brugge. In Brugge scoorde Geels 28 doelpunten in 53 wedstrijden.

Viermaal op rij topscorer van de eredivisie

Direct na het wereldkampioenschap van 1974 maakte Ruud Geels de overstap naar Ajax, waar hij 4 jaar in de aanval stond tot en met half 1978. In 131 competitiewedstrijden voor de Amsterdammers scoorde Geels 123 maal. Hiermee werd Geels viermaal op rij topscorer van de eredivisie (seizoenen 1974/1975 tot en met 1977/1978). In een van de wedstrijden scoorde hij vijf doelpunten, tegen Feyenoord op 1 november 1975 (6-0). Geels was een kopsterke midvoor om precies te zijn. Behept met een sprongkracht die hem immuun maakte voor de zwaartekracht. Zijn vader deed aan hoog- en verspringen wat misschien wel zijn fabuleuze sprongtechniek verklaart. Toen hij tegen Feyenoord uit zwevende positie raak kopte, merkte opponent Willem van Hanegem naderhand op dat het leek alsof Ajacied Geels uit de lichtmasten was gevallen.

Hij werd eenmaal landskampioen (1976/1977), 1 keer 2e (1977/1978) en 2 maal 3e (1974/1975 en 1975/1976) met Ajax. Geels speelde met Ajax 1 maal een KNVB bekerfinale (1977/1978 Ajax-AZ’67 0-1, 5-5-1978). Voor de tweede keer in zijn carrière vertrok hij naar een Belgische ploeg, ditmaal RSC Anderlecht (half 1978), waar hij één seizoen (1978-1979) bleef en 25 doelpunten maakte.


Ruud Geels (Ajax) tegen Michel Van der Korput van Feijenoord
foto: ANP
Record: voor de vijfde keer topscorer van de eredivisie

Zijn terugkeer in Nederland vanaf het seizoen 1979/1980, was bij Sparta Rotterdam, waar hij in het seizoen 1980/1981 voor de vijfde keer topscorer werd van de Eredivisie. Na 2 seizoenen en 36 doelpunten vertrok hij om in het seizoen 1981/1982 bij PSV te gaan spelen. Door de transfer naar PSV werd Geels een van de weinige spelers die voor alle drie de topclubs van Nederland speelden. Geels speelde daarnaast ook voor de Belgische topclubs Club Brugge (1972/1973 en 1973/1974) en Anderlecht (1978/1979). In zijn eerste seizoen in Eindhoven, 1981/1982, speelde Geels 28 wedstrijden en trof 15 maal doel. In zijn 2e seizoen bij PSV, 1982/1983, kwam hij nauwelijks nog in actie voor PSV: 4 keer (geen doelpunten), toen aan het begin van het seizoen duidelijk werd dat hij achter Jurrie Koolhof de reserve-spits zou worden vertrok Geels naar NAC, alwaar hij in 35 wedstrijden nog 12 maal doel trof (1982/1983) en daarna zijn carrière afsloot.

Hij werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw vijf keer topscorer van de eredivisie en won één zilveren en twee bronzen schoenen. Kortom, hij was vrijwel ongrijpbaar in de lucht dankzij zijn sprongkracht. Het scorend vermogen bracht hem, de zoon van een banketbakker uit Haarlem, de sterstatus die hij niet wilde, en de armslag om zijn eigen dingen te doen, die hij beslist wél wilde.

“Het verwachtingspatroon was te hoog, er was te veel aandacht voor mijn persoon, en ook een zekere mate van cynisme”, vertelt de vedette van weleer in de biografie Altijd raak. Hij had echter een van de meest in het oog lopend beroepen gekozen en dat bijna twintig jaar lang met opvallend succes uitgeoefend. Hij speelde bij alle topclubs van Nederland en België én kwam twintig keer voor Oranje uit. Het wereldkampioenschap voetbal in 1974 begon en eindigde voor hem echter als een deceptie. Op de reservebank.

Geels was het vaakst topscorer in een seizoen – 5x en ook het meest aantal keren topscorer achter elkaar – 4x. Daarnaast heeft Geels ook het record aantal clubs in de eredivisie gediend, namelijk 7. Eén van de meest trefzekere spitsen ooit scoorde volgens een eigen hoogst betrouwbare telling meer goals dan Romario. Dankzij de plakboeken kon hij berekenen dat hij in zijn leven 1026 keer scoorde. Ruud Geels scoorde uit alle hoeken en in alle standen. Met kopballen, zweefduiken, omhalen, intikkertjes en loeiharde schoten.

Nederlands elftal

Geels kwam 20 keer uit voor het Nederlands elftal en maakte daarin 11 doelpunten. Hij behoorde tot de selectie voor het WK 1974, maar werd in geen enkele wedstrijd opgesteld. Waarom speelde hij dan maar 20 interlands en stond hij bijvoorbeeld tijdens het WK in 1974 niet één minuut op het veld?

Hij was, geeft hij zelf toe, geen ‘absolute vedette’. Geels was niet meedogenloos genoeg. ‘Op de eerste rij zaten de vedetten, de spelers van Oranje uit 1974, zoals Cruijff, Van Hanegem, Neeskens, Suurbier en Krol. Ik miste blijkbaar het karakter om bij die groep te horen.’

Later beschreef hij het verblijf in West-Duitsland als “de ergste weken uit mijn leven”, niet zozeer vanwege het niet spelen maar vooral door de dagelijkse pesterijen van het Ajax-duo Wim Suurbier en Ruud Krol.

Vooral tijdens het eten was de nette en beleefde Geels vaak de klos. Suurbier en Krol, ‘Babbel en Snabbel’ genoemd in die tijd, hadden opmerkelijke voetbalhumor. Zo liet Suurbier ooit zijn handvat in de soep hangen, al is nooit bevestigd dat dit bord inderdaad onder de neus van hun timide teamgenoot is gezet. Ook probeerden ze hem regelmatig op de kast te jagen. ‘Zeg, Geelsie wat zei jij net over meneer Michels voordat hij binnenkwam..?’

Biografie

In 2007 kwam de biografie van Geels uit: Altijd Raak!. De presentatie van het boek was in het DSB-stadion van AZ waar Louis van Gaal, een voormalige ploeggenoot bij Sparta, het eerste exemplaar kreeg overhandigd. Van Gaal schreef ook het voorwoord. Geels is overigens de vader van de voormalig topsporter Luciène Geels die jarenlang deel uitmaakte van het Nederlands damessoftbalteam en deelnam aan de Olympische Spelen van 1996.

Waarom wil iemand een boek schrijven over Ruud Geels?

Misschien omdat Geels een bijzondere voetballer was? Maar dat waren Ruud Krol en Wim Suurbier ook, om maar twee namen te noemen. En over hen is nooit een boek verschenen. Dat gebeurt vast nog wel een keer. Vaessen raakte bevriend met Geels en begin 2007 stelde hij voor de zoveelste keer voor zijn biografie te schrijven. Tevens is het een poging tot eerherstel.

Vaessen schrijft dat Geels in zijn gehele carrière werd ondergewaardeerd, ‘de financiële sluitpost vormde voor veel clubs en niet de lof kreeg toegezwaaid die hij ontegenzeggelijk verdiende.’

Het sneed hem door zijn ziel als supporters van de tegenpartij hem voor ‘kale’ uitscholden. En dat deden ze vaak. Het voetbal schonk hem nauwelijks geluk: ‘Het gekke van mijn carrière was: waar ik ook speelde, na elke wedstrijd was ik kapot. Ik trok onophoudelijk aan mijn shirtje van de zenuwen. Mensen die dat doen, zitten niet goed in hun vel. Maar ik kon me niet veranderen.’

Het is zelfs zo erg dat hij zich wel eens schuldig heeft gevoeld omdat hij zo vaak scoorde. Want daarmee bezorgde hij supporters van de tegenpartij verdriet. Verklaart dat ook waarom hij als voetballer maar liefst veertien keer is verhuisd en voor negen clubs speelde, waaronder Ajax, Feyenoord, PSV, Anderlecht en Club Brugge?

Ja. Geels begon overal vroeg of laat te twijfelen, en meestal vroeg. ‘De biografie van een ‘vergeten’ topscorer, is de ondertitel. De Haarlemse bakkerszoon is echt niet vergeten. Hij is wel uit het voetbal verdwenen. Na zijn loopbaan is hij, bijna opgelucht, een schildersbedrijf begonnen. ‘Hoog op de schildersladder beseft hij zo trots als een pauw dat hij het wereldje heeft overleefd.’ Ruud Geels schilderde zoals hij vroeger voetbalde en de voetbalwereld kleur gaf. Met verve!

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen Eredivisie (Feijenoord): 1968/69
* KNVB Beker (Feijenoord): 1968/69
* Europacup I (Feijenoord): 1969/70
* Eerste Klasse (Club Brugge): 1972/73
* Kampioen Eredivisie (Ajax): 1976/77
* UEFA Supercup (Anderlecht): 1978
Nederlands elftal:
* 20 interlands; 11 doelpunten
* WK 1974
Individueel
* Topscorer Eredivisie: 1974/75, 1975/76, 1976/77, 1977/78, 1980/81
* Topscorer UEFA Cup: 1975/76

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, Volkskrant, Ajax.nl, heldenvanhaarlem.nl, kentudezenog.nl