101 Nederlandse Voetbaliconen (24) Henk Groot

Geboren: 22 april 1938, Zaandijk
Overleden:
Positie: Aanvaller
Clubs: Ajax, Feijenoord, Ajax
Actief: 1959-1969
Doelpunten: Ajax (116); Feijenoord (54); Ajax (101)
Nederlands elftal: 39 interlands; 12 doelpunten;
Trainer:

Sommige voetballers denken met afgrijzen terug aan bepaalde wedstrijden. Begin met Henk Groot niet over een interland uit 1969 tegen Polen, want dan wordt hij lijkbleek. Dat is de wedstrijd die het begin van het einde van zijn carrière inluidt. Hij weet niet meer precies welke Pool hem die doodschop verkoopt, wel dat de knie vanaf dat moment dienst weigert.

De tweevoudig eredivisietopscorer en vijfvoudig landskampioen (met Ajax én Feijenoord) moet op zijn 31e noodgedwongen afscheid nemen van het betaalde voetbal. De kopbal- en penaltyspecialist is geveld en dat doet pijn. Tot op de dag van vandaag.


1967: Henk Groot voor Ajax actief in de Europa Cup tegen Dukla Praag
foto: Erfgoed Ajax
Jeugd

Hendrik (Henk) Groot groeide op in het dorp Zaandijk en begon daar bij de plaatselijke voetbalvereniging vv Zaandijk met voetballen. Henks vader was in 1917 al nauw betrokken bij de oprichting van de vereniging en ook zijn broer Cees Groot, met wie hij later bij Ajax speelde, begon er zijn carrière. Op 16-jarige leeftijd debuteerde hij in het eerste van Zaandijk, maar zijn talent werd al eerder ontdekt. “Hij stak in ons aspirantenteam al ver boven de rest uit. Technisch was hij gewoon veel beter”, zegt oud-teamgenoot Kees Hartland.

In het eerste elftal scoorde hij aan de lopende band doelpunten. Korte tijd later meldde zich de club Stormvogels waar hij als semi-prof begon te voetballen. Ook zijn zes jaar oudere broer Cees werd bij de deal betrokken en zo speelden de beide broers bij de club uit IJmuiden. “Ik kan mij nog herinneren dat wij een goede ploeg hadden daar”, zegt Groot. Na drie seizoenen in Velsen tekende Henk in 1959, net als zijn broer Cees, bij Ajax.

Ajax

In 1959 stapten de beide broers over naar Ajax. Naast zijn broer Cees speelde zijn veel jongere broer Rob Groot ook bijna nog voor Ajax. Op het laatste moment ketste de overname van de Telstar-speler echter af. ,,Ik kwam als begin twintiger bij Ajax en kon me geen betere entree wensen. In een vriendschappelijke wedstrijd tegen Schalke‘04 maakte ik gelijk drie doelpunten. En ook in onze eerste competitiewedstrijd tegen NAC waren het er drie van mij. Ik kon niet meer stuk. Uiteindelijk werden het er in de competitie dat seizoen 37, 9 meer dan zijn broer Cees die derde werd op de topscorerslijst. In zijn eerste seizoen won hij met Ajax zijn eerste landskampioenschap.

Het seizoen later waren dat er 41. Nét te weinig om PSV-topscorer Coen Dillen te achterhalen. Dat blijft jammer, maar het zit me niet dwars. Wel zonde.”

,,Die doeltreffende periode heeft me wel een plek in een mooi rijtje opgeleverd. Ik behoor tot de spelers met de meeste goals in een jaar. Gerd Müller staat daar ook bij. Laatst kwam Lionel Messi er ook bij. Daar ben ik zeker trots op. Al is het niet zo dat ik het zelf bij houd. Ik loop daar zelf niet achteraan, hoor het soms wel. Af en toe blader ik wat door fotoboeken. In mijn eerste jaar als voetballer hield ik dat zelf bij. In latere jaren heeft Hennie Schuurman, nu van het Erfgoedcomité, dat voor mij gedaan.” In totaal maakte hij dat seizoen zelfs 65 goals, de doelpunten in het beker- (veertien in acht wedstrijden) en Intertoto-toernooi (negen in vijf wedstrijden) erbij opgeteld.

Groot hoeft op de eeuwige topscorerslijst van Ajax slechts drie clubgenoten voor zich te dulden. Alleen Sjaak Swart (228 doelpunten), Johan Cruijff (271) en Piet van Reenen (273) lieten de Ajax-fans vaker juichen voor hun club.

Van dat trio kunnen alleen oer-Ajacied Van Reenen en Cruijff een beter doelpunten- moyenne overleggen. Ajax’ eeuwige topschutter had (in de ‘gouden jaren dertig’; een bloeiperiode in de clubhistorie) 237 duels nodig voor zijn imposante doelpuntenproductie. ‘Goaltjes Piet’ maakte daarmee gemiddeld 1,15 goals per optreden. Cruijff was gemiddeld goed voor 0,73 doelpunten per duel. Groot zit er met zijn gemiddelde nipt onder: 0,68 treffers per wedstrijd. Mister Ajax Swart speelde 603 wedstrijden (0,38 per duel).

Groot was de favoriete voetballer van Ajaxjeugdspeler Louis van Gaal, en de stronteigenwijze tiener Johan Cruijff luisterde bij Ajax naar niemand, behalve naar Piet Keizer, soms, en naar Henk Groot, altijd.

Feyenoord

Het Italiaanse Lanerossi Vicenza, dat uitkwam in de hoogste klasse, wilde Groot overnemen. Groot had er wel oren naar. Ajax vroeg een transfersom van 250.000 gulden, maar dat vond Lanerossi Vicenza te gortig. Groot liet zich daarop bij Ajax op de transferlijst zetten omdat de club niets had gedaan met een bod van de Italianen. Door het transfersysteem was het verder voordeliger als de speler zichzelf op de transferlijst zette. Met gemengde gevoelens hoorde Groot dat hij voor een bedrag van 250.000 gulden werd overgenomen door Feyenoord in 1963. Hij speelde daar twee seizoenen en kwam tot 33 treffers in de competitie. In zijn tweede seizoen bij de Rotterdamse club won hij zijn tweede landskampioenschap. Met Ajax ging het in de tussentijd steeds minder (13de in 1964/65), tot de komst van Jaap van Praag als voorzitter. Voor een destijds fors bedrag van 375.000 gulden kocht Ajax de spits terug. De terugkomst was een eis van de nieuwe trainer Rinus Michels.

Terug bij Ajax

Als routinier kreeg Henk Groot een andere rol te vervullen dan in zijn eerste periode bij Ajax. Als opbouwende middenvelder bracht hij rust in de selectie met jonge spelers als Johan Cruijff, Wim Suurbier en Barry Hulshoff. De beginnende trainer Michels wilde Ajax professionaliseren en had het voetbalverstand van Groot nodig om lijn te brengen in het vaak ondoordachte spel van de Amsterdammers.

Met de jongste Groot als spelbepaler (de zes jaar oudere Cees was inmiddels teruggekeerd naar de Zaan, naar de fusieclub FC Zaanstreek) greep Ajax eerst de macht in eigen land, om vervolgens ook in Europa terrein te winnen. Met de wondervoorhoede Sjaak Swart, Klaas Nuninga, Johan Cruijff en Piet Keizer werd Ajax drie keer achter elkaar kampioen.

Op het middenveld heerste Henk Groot, die zich in de rug wist gesteund door Bennie Muller, de slimme en onvermoeibare werker met z’n kromme beentjes, specialist in halve slidinkjes, waarmee hij tegenstanders plots de bal ontfutselde. De volledig toegewijde Michels ramde met harde hand de vrijblijvendheid uit het spel van Ajax en uit de organisatie van de club. De discipline werd aangehaald, de spelers werden in een keurslijf geregen, met uitzondering van spelverdeler Groot en de aanvalspioniers Cruijff en Keizer: die mochten zich vrijelijk bewegen.

Ajax maakte grote vorderingen en rukte op in Europa, in het seizoen 1968-’69 voor het eerst tot in de finale van het toernooi voor de landskampioenen. Het begon, ruim vijftig jaar geleden, met een sensationele zege op FC Nürnberg. Na de 1-1 uit, op 18 september, werd het thuis, op 2 oktober, 4-0, in een bomvol en euforisch Olympisch Stadion.

Vuurpijlen schoten de hemel boven Amsterdam in, prins Bernhard verscheen in de kleedkamer en Max Merkel, de trainer van Nürnberg, die in de jaren vijftig ook nog even bondscoach in Nederland was, sprak zijn grote bewondering uit voor het energieke, aanvalslustige spel van Ajax. En Johan Cruijff, aldus de flamboyante Oostenrijker, was misschien wel de beste spits die hij ooit had gezien.

Cruijff blonk uit tegen de Duitsers, maar volgens de kranten was hij niet de enige. Piet Keizer, de getruukte linksbuiten, werd geprezen, net als de beide middenvelders, Groot en Muller. Zij smoorden de Duitse aanvallen in de kiem en voedden de op volle toeren draaiende Ajax­aanval, waarin ook Swart het op zijn heupen had. De rechtsbuiten met het harde schot, de ferme kopstoot en de passeerbeweging buitenom maakte de 1-0 en de 2-0. Groot, gezegend met een fluwelen trap, maakte de 3-0 uit een strafschop en Cruijff besloot de gedenkwaardige voetbalavond met de prachtige 4-0, na een solo vanaf eigen helft.

Even daarvoor hadden jonge, uitzinnige, supporters het veld bestormd en tot grote hilariteit van het stadion wisten zij de achter hen aan hollende politieagenten op het verkeerde been te zetten. Maar toen de deugnieten eenmaal in de kraag waren gevat, kregen zij er flink van langs. Dat leidde tot verontwaardiging op de tribunes. In 1968, het jaar waarin de gevestigde orde het zwaar te verduren kreeg, werd een bruusk optreden van het gezag niet meer zo makkelijk gepikt.

Zelfs televisiecommentator Herman Kuiphof toonde zich ontstemd. “Nou, nou, nou, zo hardhandig,” klonk het misprijzend in de Nederlandse huiskamers. “Als je niet beter wist, dames en heren, zou je denken dat het hier Zuid-Amerika was. Maar er was toch echt niet zo veel aan de hand.”

De glansrijke zege op de kampioen van West-Duitsland deed het Amsterdamse zelfvertrouwen geweldig goed. Eerder in de Europa Cup was het elftal van Rinus Michels tegen Dukla Praag en Real Madrid fysiek en mentaal tekortgeschoten, maar in de herfst van 1968 deinsden de Amsterdammers niet meer terug voor een elftal met mannetjesputters.

Overwinningen op Fenerbahçe, Benfica en Spartak Trnava brachten Ajax in 1969 de finale, maar tegen het geslepen AC Milan bleken de Amsterdammers (nog) niet opgewassen. Argeloos aanvallend liepen zij in het vlijmscherpe Italiaanse countermes: 1-4.

De weifelend optredende Michels zocht de schuld voor deze afgang niet bij zichzelf, maar schoof die in de schoenen van zijn elftal. Dat had te braaf gespeeld. Ajax was volgens Michels te weinig meedogenloos. Dat rekende ‘De Bul’ vooral linksback Theo van Duivenbode, stopper Ton Pronk, aanvaller Klaas Nuninga en Bennie Muller aan. Van Duivenbode en Nuninga werden meteen afgedankt en verkocht aan respectievelijk Feyenoord en DWS. Pronk en Muller werden bankzitters.


Henk Groot speelde meer dan 300 wedstrijden voor Ajax.
foto: Onbekend
Ook voor Groot was het in 1969 ineens afgelopen bij Ajax. In de nazomer ruïneerde Zygfryd Szoltysik diens rechterknie met een doodschop, tijdens de WK-kwalificatie- wedstrijd Polen-Nederland. De vliegende tackle was een carrière­breker voor Groot.

In de kantine op De Toekomst wrijft hij over het nog altijd zere gewricht. “Ik verzeker jullie: die gozer was erop uit. Het was een aanslag en ik voel het nog steeds. Ik denk dat ze het in de rust besproken hebben, want hij gaf mij toch een schop. Dat is mijn laatste wedstrijd geweest”, zegt hij terwijl hij zijn schouders ophaalt.

Henk Groot werd 39 keer geselecteerd voor het Nederlands elftal en kwam eerder uit voor het Nederlands Jeugdelftal, Jong Oranje en het Nederlands Militaire elftal.

De Zaankanter speelde tussen 1959 en 1969, verdeeld over twee Amsterdamse periodes, 305 officiële duels als Ajacied. Imposanter dan dat aantal is zijn doelpuntenproductie. Met zijn 207 Ajax-treffers ontpopte Groot zich tot een van de beste Ajax-spitsen in de clubhistorie en is houder van een fraai clubrecord.

Het was een publiek geheim dat Groot, inmiddels afgekeurd en lid van de Technische Commissie, de opstelling maakte. Nou was dat niet zo moeilijk in die tijd, want het elftal stond zo goed als vast. Eigenlijk was alleen de vraag: wie staat er rechtsbuiten, Sjakie (Swart) of Johnny (Rep)?

Swart was bijna 35, Rep 21. Bij Ajax durfde niemand tegen Swart te zeggen dat het tijd werd om plaats te maken voor de jeugd. Ook Stefan Kovács niet. Ajax’ Roemeense trainer stond trouwens onder curatele.

Het werd een pijnlijke kwestie. Swart vond dat Groot hem liet zakken, maar Groot deed voor zijn gevoel alleen maar wat goed was voor Ajax: de jeugd laten doorstromen. 1973 kwam tussen hen in te staan en maakte dat de gabbers Groot en Swart niet meer zo close als vroeger waren. “Ze hebben me gebruikt,” verzucht Groot, 45 jaar later op De Toekomst. “De heren van het bestuur hebben toen misbruik van mij gemaakt. Omdat ik zoveel kijk op voetbal had, hebben ze mij die functie gegeven, maar ze lieten me mooi de kastanjes uit het vuur halen. En dat heb ik gedaan met mijn stomme kop. Ik dacht: iemand moet het doen, dus laat mij het maar doen, van mij accepteren ze het wel. Maar dat was fout. Er kwam alleen maar heibel van. Niet leuk hoor.”

Gemeenteraadslid

In 1970 werd hij namens de partij Gemeentebelangen verkozen in de gemeenteraad van Zaandijk.

-Henk Groot is een van de zes spelers die in de klassieker tussen Feyenoord en Ajax in dienst van beide ploegen gescoord hebben. De andere vijf zijn Johan Cruijff, Keje Molenaar, Ruud Geels, Ronald Koeman en Angelos Charisteas.
-Henk Groot is de enige speler die in De Meer en De Kuip voor zowel Ajax als Feyenoord gescoord heeft.
-Op de lijst van de doelpuntenmakers van de Eredivisie staat hij op de zesde plek met 195 doelpunten. Hij moet Willy van der Kuijlen, Ruud Geels, Johan Cruyff, Kees Kist en Tonny van der Linden voor zich laten.
-Op de lijst van doelpuntenmakers van Ajax staat hij op de vierde plaats. Hij moet alleen Piet van Reenen, Johan Cruyff en Sjaak Swart voor zich dulden.
-Henk Groot en Arnold Scholten zijn de enige spelers die van Ajax naar Feyenoord gingen, om later terug te keren naar Ajax.

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen Eredivisie (Ajax): 1959/60, 1965/66, 1966/67, 1968/69
* Kampioen Eredivisie (Feijenoord): 1964/65
* KNVB beker (Ajax): 1960/61, 1966/67
* KNVB beker (Feijenoord): 1964/65
* International Football Cup (Ajax): 1961/62
Nederlands elftal:
* (1960-1969) 39 Interlands; 12 doelpunten
Individueel
* Zesde op de lijst van de doelpuntenmakers van de Eredivisie
* Vierde op de lijst van doelpuntenmakers van Ajax.
* Topscorer Eredivisie: 1959/60, 1960/61

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, Het Parool, ajax.nl, zvvzaandijk.nl, zaanwiki.nl, kentudezenog.nl