101 Nederlandse Voetbaliconen (26) Bertus de Harder

Geboren: 14 januari 1920, Den Haag
Overleden: 8 december 1982, Jeumont
Positie: Aanvaller
Clubs: VUC, Bordeaux, Den Haag ’54, Holland Sport, Bordeaux
Actief: 1937-1957
Doelpunten: Bordeaux (72), Den Haag ’54 (3), Holland Sport (16)
Nederlands elftal: 12 interlands, 3 doelpunten
Trainer: Angoulême CFC, FC Mulhouse

Soms vertellen bijnamen meer over een speler dan beelden. Zo ook bij De Harder, die voetbal bedreef in een tijd ver voordat er ook maar nagedacht werd over gekleurde schoenen of tatoeages.

De Braziliaan van de Schilderswijk, de goede prins, de goddelijke kale, de koning van het veld en de beweeglijke duivel, De Harder was het allemaal. En toch zag het er lange tijd niet naar uit dat hij een van de eerste Nederlandse profs zou worden en zou uitgroeien tot de held van Bordeaux.

Bij het Haagse VUC brak De Harder in de jaren dertig door met zijn snelle rushes en vele doelpunten. Het bleef niet onopgemerkt en De Harder maakte zelfs deel uit van de WK-selectie van 1938, maar jaren later liep zijn reputatie een fikse deuk op. Tijdens de competitie van 1944 werd hij beschuldigd van betrokkenheid bij omkoping en voor tweeënhalf jaar geschorst. Bewijs werd overigens nooit gevonden.

Na zijn schorsing kwam De Harder terug. Hij ontving in 1949 een invitatie voor het B-elftal van Nederland, dat in Bordeaux uitkwam tegen Frankrijk B. Oranje kreeg een pak slaag (6-0), maar het spel van de linksbuiten viel op bij de op de tribune aanwezige bestuurders van Girondins de Bordeaux.


20 april 1941: 15 jarig jubileum van oud-international en V.U.C.-speler Koos van Gelder. Namens bestuur en spelers werd hem een Friese klok aangeboden die hij hier samen met ploegmaat Bertus de Harder (L) wegdraagt.
foto: ANP / G. V.d. Werff
Johannes Lambertus (Bertus) groeide op als tweede van vijf kinderen. Geld voor voetbalschoenen was er niet. Niettemin bracht hij buiten school zijn tijd in de Haagse volksbuurt de Schilderswijk vooral trappend tegen een bal door. Hij had geen hoofd om te leren en was na de lagere school los werk gaan zoeken. De eerste club waar hij in 1933, samen met zijn oudere broer Karel, op mocht, was Transvaal uit de Nederlandsche Arbeiders Sport Bond. Het motief om lid te worden lag niet in socialistische sympathieën, maar in de lage contributie.

Toen vader De Harder en Karel in dienst kwamen van de gasmeterfabriek ‘Wilsonmeters’ in Loosduinen, mocht ook Bertus in 1935 bij het bedrijfsteam – eenvoudig Wilsonmeters geheten – meespelen. Vader beheerde het speelterrein en de koffietent. De broers vielen snel op als getalenteerde spelers, en er ontstond belangstelling van de grote Haagse clubs. Na aanvankelijk door de ballotagecommissie geweigerd te zijn, omdat hun vader te laag op de maatschappelijke ladder stond, belandden zij toch bij de Voorwaarts Utile Dolci Combinatie (VUC), die in de hoogste klasse van de KNVB speelde.

Het gebrek aan enige maatschappelijke status van vader De Harder, vormde voor VUC aanvankelijk een probleem voor het lidmaatschap van Bertus en Karel. De ballotage- commissie hield het lidmaatschap tegen, waarna de broers gedesillusioneerd naar ADO gingen. Mede geïnformeerd door de journalist Ad van Emmenes – hij had als eerste geschreven dat in de bedrijfscompetitie twee voetballers rondliepen die daar qua talent niet op hun plaats waren zo kwam het bestuur van VUC in tweede instantie terug op het besluit. Bertus en Karel de Harder mochten alsnog lid worden. Jaren lang zouden zij de bijzondere linkervleugel van de zwart-witten vormen.

In zijn eerste wedstrijd voor VUC, tegen Go Ahead in 1937, scoorde De Harder onmiddellijk door een terugspeelbal op te pikken en de keeper – de beroemde Leo Halle – de bal door de benen te spelen. En zo leerde de aanhang van VUC De Harder kennen: een intelligente linksbuiten met ingewikkelde en onnavolgbare passeerbewegingen, grote snelheid op de eerste meters, een afgemeten voorzet en een goed schot in beide benen. Geregeld bracht hij zijn tegenstander tot wanhoop, ook in samenspel met zijn broer. Soms ving hij een bal op en sprintte langs de lijn weg met de back aan zijn zij, die er vervolgens achter kwam dat De Harder de bal had laten liggen voor een medespeler. Het verschijnsel ontstond dat het VUC-publiek zich na de toss massaal naar dat deel van het veld verplaatste waar hun balgoochelaar speelde.

Op 21 mei 1938, nog pas achttien jaar oud, maakte De Harder in Amsterdam zijn debuut in het Nederlands elftal. Dat maakte een moeilijke periode door na een reeks successen in het midden van het decennium en was aan verjonging toe. Hoewel de wedstrijd tegen Schotland met 1-3 verloren werd, liet de ‘Oranjebaby’ een behoorlijke indruk achter. Tot mei 1940, toen de Duitse bezetting een einde maakte aan het interlandvoetbal, speelde De Harder slechts in één van de tien interlands niet mee. Hij scoorde drie keer.

Kampioenschap van Nederland VUC-De Volewijckers

Tijdens de bezetting kwam de voetbalcompetitie in Nederland snel weer op gang. Er waren natuurlijk ongewone moeilijkheden, zoals het verdwijnen van spelers als gevolg van het onderduiken of de Arbeitseinsatz, het vorderen van speelterreinen en luchtalarm tijdens wedstrijden. Niettemin nam de belangstelling toe, omdat men vertier en afleiding zocht. Voor het eerst in het bestaan van de club werd VUC in 1944 afdelingskampioen. In de daaropvolgende strijd om het landskampioenschap ging het vooral tussen het Amsterdamse De Volewijckers en VUC. Het duel aan de Schenkkade in Den Haag – toeschouwers stonden ook samengepakt op de perrons van het treinstation Laan van Nieuw-Oost-Indië, vanwaar het veld te zien was – werd door de thuisploeg met 2-0 gewonnen. De Harder scoorde en excelleerde. Voor de match in het Olympisch Stadion, op 30 april 1944, was de toeloop zo groot dat lang niet iedereen een toegangskaartje kon bemachtigen en er relletjes uitbraken. De wedstrijd werd door VUC met 5-1 kansloos verloren. Het opmerkelijkste was dat sterspeler Bertus de Harder zich de hele wedstrijd ongeïnteresseerd aan het spel had onttrokken.

Alleen al voor het artistieke en ook nog productieve spel van Bertus de Harder kwamen voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog duizenden mensen naar het zo sfeervolle VUC-terrein aan de Schenkkade. Dat voetballeven van De Harder bereikte tijdens de oorlog een dieptepunt. De linksbuiten werd tijdens de kampioenscompetitie van 1944 voor tweeëneenhalf jaar geschorst. Er werd gesproken over omkoping, maar nooit werd enig bewijs voor die beschuldiging op tafel gelegd. De Harder had wel geld aangenomen voor het spelen van een bedrijfselftal uit IJmuiden.

Dat gebeurde drie dagen voor de op 30 april 1944 in het afgeladen Olympisch Stadion gespeelde wedstrijd tegen de latere kampioen De Volewijckers. Woedend als hij was over dat partijtje van Bertus (en ook van broer Karel) in IJmuiden, stond VUC-voorzitter Willem Burgwal de linksbinnen vlak voor de aftrap tegen De Volewijckers in de kleedkamer uit te schelden. Toen de speler ook nog werd beticht van dronkenschap, was voor hem de maat vol. Na die belediging gooide De Harder de kont tegen de krib. Demonstratief was die middag zijn gebrek aan inzet. Het werd 5-1 voor De Volewijckers, maar nog had VUC, met een punt voorsprong op de club uit Amsterdam-Noord en met de resterende thuiswedstrijden tegen LONGA en Heerenveen voor de boeg, de kansen in eigen hand. Meteen ging het bestuur van VUC echter over tot sancties. Bertus en Karel de Harder en ook de met de IJmuidense club banden onderhoudende Joek Brandes werden geschorst. Voor Bertus kwam de inmiddels 35-jarige ex-international Koos van Gelder in het veld. Het eind van het liedje was dat VUC van LONGA verloor en tegen Heerenveen gelijkspeelde, waardoor De Volewijckers kampioen werd.

Beschuldiging van omkoping

Wat er gebeurd was, is nooit helemaal opgehelderd. Maar De bescheiden en stille De Harder ontkende, was gekrenkt, en wist niet anders te reageren dan de strijd mokkend aan zich te laten voorbijgaan. Daarmee liet hij zijn club deerlijk in de steek. Er werd – wegens een vergaderverbod pas in mei 1945 – tot royement besloten, maar na enige maanden werd deze straf omgezet in een schorsing van tweeënhalf jaar. In deze periode degradeerde VUC naar de tweede klasse.

Twee en een half jaar niet voetballen, het was een extreem zware straf voor de voetballer, over wie aan de borreltafel werd gezegd dat hij zich in 1944 voor ‘een zak aardappelen’ door De Volewijckers had laten omkopen.

Verhalen in dat genre zijn hardnekkig gebleken. Jaren na zijn dood in 1982, is zelfs door een De Harder-fan als de journalist Herman Kuiphof in zijn boek ‘Twee seconden geluk en andere voetbalverhalen’ beweerd dat Bertus de Harder onbetrouwbaar was. ,,Toen hij diep in de oorlog een zak meel ontvreemd had om zijn gezin te eten te kunnen geven, liep een meelspoor naar zijn voordeur. En toen een paar supporters van De Volewijckers hem omkochten om te verhinderen dat VUC kampioen van Nederland werd, kwam het onmiddellijk uit. Typisch Bertus, zeiden we dan. Hij was niet braaf, maar veel te naïef om slecht te kunnen zijn”, aldus Kuiphof.

Herman Kuiphof was er in de herfst van 1994 bij, toen in de Haagse Schilderswijk de prachtige, door Piet van der Eijk geschreven biografie ‘Bertus de Harder, het levensverhaal van de Goddelijke Kale’ werd gepresenteerd. Karel de Harder, de linksbinnen die bij VUC jarenlang een sublieme vleugel met zijn broer had gevormd, kon bij de presentatie van het boek zijn tranen niet bedwingen. Van der Eijk had zich in de ‘omkoping’ vastgebeten. Wat Karel de Harder altijd al had beweerd, werd door Van der Eijk als conclusie in zijn boek opgenomen: er is geen spoortje van een bewijs dat Bertus de Harder zich door De Volewijckers heeft laten omkopen.

Wel heeft hij er in die zo belangrijke wedstrijd voor de kampioenscompetitie doelbewust met de pet naar gegooid. In het Olympisch Stadion was het spel van de linksbuiten een anderhalf uur durende demonstratie van persoonlijk ongenoegen. Dat had te maken met de scheldpartij in de kleedkamer, die VUC-voorzitter Willem Burgwal zich kort voor de aftrap in de richting van de sterspeler had gepermitteerd. In aanwezigheid van alle andere spelers werd De Harder verweten dat hij daags tevoren dronken in Den Haag was gesignaleerd.

Ernstiger nog dan dat was het feit dat Bertus samen met Karel de Harder en midvoor Joek Brandes drie dagen voor de wedstrijd tegen De Volewijckers, in IJmuiden een illegale wedstrijd met de bedrijfsvoetbalclub Sminia Boys had gespeeld. Achter dit clubje zaten vermogende mensen, die de Haagse cracks lekker wilden maken voor een overgang naar Stormvogels. Aangenomen mag worden dat de drie spelers van VUC geld hebben gekregen voor dat wedstrijdje. Toen de ziedende Burgwal in de kleedkamer zinspeelde op een geldkwestie en Bertus de Harder op het veld vervolgens weigerde op een geloofwaardige manier te voetballen, werd in Haagse kringen al gauw gezegd dat De Harder met een paar onbetrouwbare Amsterdammers een zaakje had geregeld.

Dat De Harder er in het Olympisch Stadion een potje van maakte, staat vast. Van der Eijk: ,,Bertus liep op geen enkele bal, deed er niets mee als hij hem had, of schopte hem willekeurig een kant op, zelfs richting eigen doel.” De Volewijckers won met 5-1 en het gekke was dat Bertus zowaar nog scoorde. De club uit Amsterdam-Noord werd een maand later landskampioen.

Na de oorlog accepteerde Bertus de Harder zijn schorsing. Hij bleef lid van VUC. Toen hij op 21 januari 1947 tegen Hercules weer mee mocht doen, maakte hij alle Haagse goals in die met 4-1 gewonnen wedstrijd.

De Harder speelde vooral op de linksbuitenpositie. In drie seizoenen bij VUC wist De Harder 46 keer te scoren. Zo werd hij in het seizoen 1938-1939 topscorer van de Divisie West 2.

Girondins de Bordeaux

In 1949 speelde Oranje tegen Frankrijk maar De Harder was geselecteerd voor het B-elftal. Het B-elftal speelde in Bordeaux tegen het B-elftal van Frankrijk. Het spel van De Harder werd opgemerkt door de directie van Girondins de Bordeaux. De voorzitter van Bordeaux, Pujolle, bood De Harder daarop een contract aan bij de Franse club. Girondins de Bordeaux was net gepromoveerd van de Ligue 2 naar de Ligue 1 en kon de spelers- kwaliteiten van de Hagenees gebruiken op het hoogste niveau.

Ze boden de Hagenaar 30.000 gulden handgeld en De Harder, kind uit een arm gezin, ging overstag. Zo behoorde hij tot de eerste generatie Nederlandse profvoetballers, waartoe ook Frans de Munck (1. FC Köln), Faas Wilkes (Internazionale), Kees Rijvers (Saint-Étienne), Cor van der Hart (Lille OSC) en Bram Appel (Stade Reims) behoorden. De Harder ging het buitenlandse avontuur aan en werd na Gerrit Keizer (Engeland), Beb Bakhuys, Gerrit Vreeken (beiden Frankrijk), Faas Wilkes, die het profbestaan ging opzoeken bij Inter Milaan in Italië, de vijfde Nederlandse voetballer die in het buitenland ging spelen.

Binnen de KNVB werd beroepsvoetbal als zedenverwildering beschouwd; spelers die geld ontvingen werden persona non grata. Maar voor De Harder, die nooit vast werk van lange duur had en inmiddels voor een vrouw en drie kinderen had te zorgen, was dit de grote kans om van zijn talent zijn beroep maken. Het Nederlands elftal werd hiermee echter voor De Harder helemaal onbereikbaar.

In augustus 1949 ging De Harder aan de slag in Bordeaux. In Bordeaux werd de De Harder onderdeel van een voetbalsprookje. De vrees bestond dat De Harder zich in Frankrijk niet zou kunnen redden, maar die bleek ongegrond. Hoewel hij de Franse taal maar moeizaam onder de knie kreeg, werd hij met zijn meegaand karakter binnen de club snel geaccepteerd. Het belangrijkste was natuurlijk dat De Harder ook in het Franse betaalde voetbal een ster werd.

In het eerste seizoen na promotie (1949-1950) werd de Franse club meteen lands- kampioen. De Harder, door de Fransen geschreven als Berthus de Harder, was de sterspeler geworden van Girondins de Bordeaux. Hij werd in zijn eerste seizoen topscorer met 21 doelpunten. De stad benoemde het elftal tot ereburgers. De Fransen gaven hem meerdere bijnamen, zoals Le bon prince (‘de goede prins’), Le Divin Chauve (‘de goddelijke kale’), Le roi du terrain (‘de koning van het veld’) en Un diable frétillon (‘Een beweeglijke duivel’).

Girondins de Bordeaux bleef een topclub en De Harder een van de helden, hoewel zijn weinig atletische uiterlijk en zijn steeds kalere hoofd dat niet direct deden vermoeden. Hij zou uiteindelijk vijf succesvolle Franse jaren kennen. Na een moeilijke periode, waarin zijn langdurig zieke vrouw in april 1952 overleed, hervond hij zijn evenwicht en werd hij in 1953 door het sportblad L’Equipe uitgeroepen tot beste speler in Frankrijk en ereburger van Bordeaux.

Op 34-jarige leeftijd na vijf seizoenen in Frankrijk keerde De Harder in de zomer van 1954 terug naar Den Haag alwaar hij een contract tekende voor de pas opgerichte profclub Den Haag ’54. Na de fusie tussen KNVB en NBVB speelde De Harder nog een volledig seizoen (1954-1955) voor Holland Sport. Na vier wedstrijden in het daaropvolgende seizoen ging De Harder terug naar Bordeaux, dat er achter was gekomen dat hij aldaar nog onder contract stond. Holland Sport liet hem gaan mede omdat de gloriejaren van De Harder wel voorbij waren. Dat hij langzamerhand minder hard en lang kon lopen, begon hem op te breken. Het onherroepelijke einde van zijn loopbaan als beroepsvoetballer kwam in 1957. Desondanks nam De Harder pas twee jaar later, als aanvoerder van Bordeaux, definitief afscheid van het profvoetbal.


Interland Nederland-Denemarken (1-1) in 1955, rechtsonder Bertus de Harder
foto: ANP
Watersnoodswedstrijd

Een hoogtepunt in zijn loopbaan was de ‘watersnoodrampwedstrijd’. Op 12 maart 1953 versloeg een elftal van in Frankrijk spelende Nederlandse voetballers in Parijs het sterke nationale team van Frankrijk. De 1-2 zege – De Harder scoorde en speelde een schitterende wedstrijd – maakte in Nederland veel enthousiasme los. Waar het officiële Nederlands elftal vaak bedroevend presteerde, was dit succes een bevrijdende gebeurtenis.

Ze hadden nog nooit met elkaar samengespeeld, maar toch won Oranje-vreemdelingen- legioen die dag. Het betekende in Nederland de doorbraak van het betaalde voetbal, waar de KNVB zich eerst nog hevig tegen verzette. Omdat De Harder in die jaren als prof in Frankrijk speelde en door de Tweede Wereldoorlog, kwam hij tot maar twaalf interlands.

De KNVB bleef beroepsvoetbal echter afwijzen. Toen daarom in 1954 de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond werd opgericht, wist de profclub Den Haag Bertus de Harder als publiekstrekker aan te werven, die graag weer naar zijn geboortestad terugkeerde. In het najaar ging de KNVB alsnog door de knieën. In de ‘noodcompetitie’ van 1954/1955 – de eerste fase van de integratie van beide bonden – kwam De Harder uit voor Holland Sport, dat op Houtrust in Den Haag speelde.

Hoe goed De Harder nog was, bleek uit zijn hernieuwde uitverkiezing – op 35-jarige leeftijd – voor het Nederlands elftal. In het voorjaar van 1955 speelde hij drie interlands. Vooral in het met 1-0 gewonnen jaarlijkse prestigeduel tegen België was hij op dreef. Vanuit een meer teruggetrokken positie zette hij de Nederlandse aanvallen op. Op 19 mei – zeventien jaar na zijn debuut – speelde hij zijn twaalfde en laatste interland, tegen Zwitserland.

Na zijn actieve loopbaan

De keuze om daarna voetbaltrainer te worden lag voor de hand, hoewel de zachtaardige De Harder niet het karakter van een leider had. In Nederland waren diploma’s vereist, en dus bleef hij in Frankrijk, waar hij met redelijk succes werkte bij amateurclubs in Angoulême, Jarny, Mulhouse, Saint-Louis, Biach en Jeumont. In de laatstgenoemde plaats werd hij beheerder van het gemeentelijk sportpark. Zelf had De Harder wel terug willen keren naar Den Haag, maar zijn tweede vrouw, met wie hij in 1956 getrouwd was, voelde zich in Frankrijk ingeburgerd.

In september 1977 eerde de Franse voetbalbond Bertus de Harder met een zilveren medaille voor bewezen diensten voor het Franse voetbal.

Op 62-jarige leeftijd overleed hij plotseling aan een hartaanval.

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen Divisie West 2 met VUC (1943-1944)
* Landskampioen Ligue 1 met Bordeaux (1949-1950)
* Verliezen finalist Coupe Latin met Bordeaux (1949-1950)
* Verliezend finalist Coupe de France met Bordeaux (1951-1952)
* Kampioen Ligue 2 met Angoulême als speler-coach (1957-1958)
Nederlands elftal
* 11 interlands; 3 doelpunten
Individueel
* Topscorer Divisie West 2 (1938-1939)
* Topscorer Bordeaux met 21 doelpunten (1949-1950)
* Ereburger van de stad Bordeaux (1950)
* Topscorer Bordeaux met 25 goals (1951-1952)
* Beste speler van de Franse competitie (1952-1953)
* Geëerd door de Franse voetbalbond met een zilveren medaille voor bewezen diensten (september 1977)

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Trouw, NOS, resources.huygens.knaw.nl, kentudezenog.nl, voetballegends.nl