101 Nederlandse Voetbaliconen (27) Cor van der Hart

Geboren: 25 januari 1928, Amsterdam
Overleden: 12 december 2006, Amsterdam
Positie: Verdediger
Clubs: Ajax, Lille OSC, Fortuna ’54
Actief: 1947-1966
Doelpunten: Onbekend
Nederlands elftal: 44 interlands; 2 doelpunten
Trainer: Holland Sport, AZ, Nederland, Standard Luik, FSC, AZ, Fort Lauderdale Strikers, MVV, ADO Den Haag, FC Volendam,
Ajax (assistent), Telstar, Wydad Casablanca, Sariyer GK

Samen met nog driehonderd jongens mag Cor van der Hart op zijn elfde proefwedstrijdjes spelen voor Ajax. Twee jongens krijgen te horen dat ze mogen blijven. Rinus Michels is de ene, Cor van der Hart de andere. Het is het begin van een een lange, soms tumultueuze loopbaan in het voetbal. De Amsterdammer wordt als zeventienjarige met Ajax kampioen van Nederland (1947) en wijkt vijf jaar later uit naar Frankrijk (Lille), zoals meer Nederlandse ‘voetbalvluchtelingen’ die van hun hobby hun beroep willen maken. Het geld is zijn enige drijfveer. “Ik ben naar de ambachtsschool geweest om mijn diploma te halen, maar ik heb altijd geweigerd voor een baas te werken. Ik wilde voetballer worden. Ik ging naar de penningmeester van Ajax en vroeg kaartjes voor mijn vrienden. Als ik ze niet kreeg, weigerde ik te spelen. Als ik ze wel kreeg verkocht ik ze door.”

Van der Hart (44 interlands, waarvan 26 als aanvoerder) is een trotse verdediger met een uitzonderlijke traptechniek, een broodvoetballer die zich er later vaak over zal beklagen dat hij het grote geld heeft misgelopen. Als trainer haalt hij de top niet. Op zijn lijst staan clubs als AZ, Standard Luik, MVV, ADO Den Haag, Volendam en Telstar.

En er is dat alcoholprobleem dat hem parten speelt. Het zal de reden zijn geweest dat hij in 1974, als assistent van bondscoach Fadrhonc en supervisor Michels, het spelershotel van Oranje moet verlaten. Slecht pakt het overigens niet uit, Van der Hart krijgt de taak de komende tegenstanders te analyseren en wordt voor zijn rapporten overladen met complimenten.


Het Nederlands elftal in Keulen voor de interland tegen West Duitsland (7-0), oktober 1959.
Staand vlnr: Jan Notermans, Eddy Pieters Graafland, Jan Klaassens, Kees Kuys, Hans Kraay, Cor van der Hart. Zittend: Piet van der Kuil, Faas Wilkes, Tonny van der Linden, Fons van Wissen en Frans Bouwmeester.
foto: ANP

De in Amsterdam-Oost geboren Cornelis (“Cor”) van der Hart beleefde de grootste successen in zijn actieve loopbaan als ‘stopperspil’, aanvankelijk bij Ajax. Van der Hart is een Amsterdamse/Amstelveense familie die een brede geschiedenis met AFC Ajax heeft. Cor van der Hart, wordt gezien als één van de beste verdedigers die Nederland gekend heeft. Hij beschikte over een goed schot, veel overzicht en een sterk fysiek.

Begin jaren 1940 deed de verdediger Cor van der Hart mee aan een talentendag bij de Jeugdopleiding van AFC Ajax. Van de 300 spelers werden alleen hij en Rinus Michels aangenomen. Van der Hart debuteerde op achttienjarige leeftijd bij Ajax. De fysiek sterke verdediger beschikte over een goede techniek en had een uitstekende pass in zijn benen.

Van der Hart maakte zijn Ajax-debuut op 11 mei 1947 in een thuiswedstrijd tegen Feyenoord (1-1). De ‘stopperspil’ speelde zijn eerste duels onder trainer Jack Reynolds en besloot zijn eerste seizoen in de Amsterdamse hoofdmacht direct met een landstitel. Het bleek de opmaat voor een imposante voetbalcarrière.

Drie jaar en 74 wedstrijden in het Ajax-shirt later behoorde de 22-jarige stoere verdediger tot de eerste Nederlandse voetballers die het profavontuur aangingen in een buitenlandse competitie. Ook in dienst van Lille OSC slaagde Van der Hart erin de Franse voetbalharten te veroveren. Dat Van der Hart door de KNVB als uitschot werd gezien en daarop geschorst werd voor interlandvoetbal, nam hij voor lief.

Colly, zoals de Fransen hem noemden, speelde er vier seizoenen In 1953 won hij de Franse beker en in 1954 werd hij met Lille OSC landskampioen.

Na de invoering van het profvoetbal in Nederland keerde hij terug en trad in dienst van Fortuna ’54, de eerste Nederlandse profclub. In dienst van de toenmalige Limburgse sterrenploeg veroverde Van der Hart in 1957 de nationale beker. Achter hem stond in het Nederlands elftal en bij Fortuna de legendarische doelman Frans de Munck. Hij bleef nog twaalf jaar voetballen bij de Limburgse club, totdat hij als 38-jarige een punt achter zijn actieve loopbaan zette.

Vier jaar lang speelde Van der Hart in Noord-Frankrijk en in zijn derde jaar kwam hij dan toch uit voor het Nederlands Elftal, dit in de Watersnoodwedstrijd die werd gespeeld om aandacht te vragen voor de slachtoffers van de Watersnoodramp van 1953. Samen met onder meer Frans de Munck en Bertus de Harder werd er in Parijs tegen Frankrijk gespeeld en gewonnen; met 1-2.

De wedstrijd in Frankrijk wordt gezien als een directe aanleiding voor betaald voetbal in Nederland, wat een jaar later werd geïntroduceerd. De schorsing van Van der Hart en zijn landgenoten die buiten Nederland profvoetbal bedreven werd opgeheven en Van der Hart ging weer in Nederland voetballen. Het net opgerichte Fortuna ’54 nam de verdediger over van de Fransen. Een jaar na zijn terugkeer speelde Van der Hart ook zijn eerste officiële voor Oranje: tegen Denemarken. Een andere bekende wedstrijd waar Van der Hart in uitkwam is de uitzege op wereldkampioen West-Duitsland in 1956. In totaal speelde hij 44 interlandwedstrijden, en droeg in 26 wedstrijden de aanvoerdersband, waarin hij tweemaal scoorde. Dat hadden er veel meer kunnen zijn, ware het niet dat hij door de KNVB werd gepasseerd omdat hij al zeer snel als prof voetbalde in Frankrijk. Hierdoor speelde hij pas op 27-jarige leeftijd zijn eerste interland met Oranje. Zijn laatste interland speelde hij in 1961.

De Amsterdammer verdedigde bovendien ook vier keer de eer van zijn geboortestad als speler van het Amsterdamse elftal.

In 1966 nam Van der Hart afscheid als profvoetballer en ging hij verder als trainer, wat hem onder meer in de Verenigde Staten, Marokko en Turkije bracht.

Na zijn actieve loopbaan werd hij trainer, onder meer bij Holland Sport, Standard Luik, AZ ’67, de Fort Lauderdale Strikers en Telstar. In 1978 finishte hij met AZ’67 als derde in de competitie en won hij de KNVB beker (Finale AZ’67-Ajax 1-0).

In 1973 werd hij vanwege zijn sterke analyses toegevoegd aan de technische staf van het Nederlands elftal, naast dr Frantisek Fadrhonc. Dat Oranje zo ver reikte op het WK van 1974, in de finale, was volgens de later aangestelde supervisor Rinus Michels voor een groot deel te danken aan het voorbereidende werk en de analyses van Van der Hart. Het WK verliep triest voor Van der Hart.

Met Michels en Fadrhonc was hij actief tijdens het WK 1974, tot hij na een incident kort voor de finale naar huis gestuurd werd. De officiële reden die de KNVB opgaf was dat zijn contract per 30 juni afliep en hij niet meer nodig was voor het maken van rapporten over komende tegenstanders. Van der Hart had op dat moment al een contract voor het daaropvolgende seizoen bij Standard Luik.

Vanaf seizoen 1984/1985 was hij enkele jaren een van de drie assistent-trainers bij Ajax (de andere twee waren Spitz Kohn en Tonny Bruins Slot). Dit trio coachte Ajax in de maanden mei en juni 1985 als hoofdcoaches naar het landskampioenschap, na het ontslag van Aad de Mos op 6 mei 1985. Vervolgens was hij nog assistent-trainer onder Johan Cruijff.

Het Turkse Sariyerspor was zijn laatste club in het betaalde voetbal. Van der Hart heeft drie zoons. Zijn oudste zoon Cor jr. is orthopedisch chirurg en heeft veel sporters met knieletsel behandeld. Zijn kleinzoon Mickey van der Hart kwam als doelman in het betaald voetbal onder meer uit voor Jong Ajax en PEC Zwolle.

Prijzenkast en erelijst:

* Nederlands kampioen (Ajax): 1947/48
* Franse kampioen (Lille OSC): 1954
* Franse beker (Lille OSC): 1953
* Nationale beker (Fortuna ’54): 1957
Nederlands elftal
* 44 interlands; doelpunten 2

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, ajax.nl, afcajax.fandom.com, kentudezenog.nl,