101 Nederlandse Voetbaliconen (28) Puck van Heel

Geboren: 21 januari 1904, Rotterdam
Overleden: 18 december 1984, Rotterdam
Positie: Middenvelder
Clubs: Feijenoord
Actief: 1923-1940
Doelpunten: Feijenoord (43)
Nederlands elftal: 64 interlands
Trainer:

‘Puck’ van Heel komt uit een groot katholiek gezin uit Rotterdam-Zuid. Hij schopt het tot 64 interlands. In 1937 lost hij Harry Dénis af als recordinternational en pas in 1979 passeert Ruud Krol de Feijenoorder op die ranglijst.

Van Heel is een bescheiden man, die later toegeeft dat hij in het begin van zijn interlandloopbaan moeite heeft met de vele medespelers die aan de universiteit studeren. “Die mensen kwam voor ons Feijenoorders uit een andere wereld. Maar acht, toen wij later in de meerderheid waren, keken we iemand als Gejus van der Meulen niet meer aan.”

Zoals veel van zijn ploeggenoten verdient Van Heel zijn geld in een eigen sigarenzaak en later een café. Hij wordt benoemd tot lid van verdienste van Feijenoord en de KNVB maakte hem in 1964 bondsridder.


De spelers van het Nederlands elftal betreden het speelveld.
Voorop Puck van Heel, gevolgd door Frank Wels en Sjef van Run. Nederland – Zwitserland (2-3), gespeeld op 27 mei 1934
foto: Nationaal Archief
Gerardus (“Puck”) van Heel werd in 1904 geboren in een groot katholiek gezin. Zijn ouders kwamen uit Brabant, maar omdat zijn vader aan de slag ging in de Rotterdamse haven was de familie van Heel vertrokken naar Rotterdam Zuid. Zijn vader was een havenarbeider, maar de jonge ‘Puck’ , de vierde van elf kinderen, zou niet in zijn voetsporen treden. Die begaf zich namelijk liever in de straten van Rotterdam, waar hij regelmatig een potje voetbal speelde met zijn vrienden. Al snel werd duidelijk dat Puck veel beter was dan zijn leeftijdsgenootjes, met name vanwege zijn verfijnde traptechniek.

Gerard werd al op de lagere school, vanwege zijn bescheiden lengte, Puck genoemd, Hij was een rasvoetballertje en later een bescheiden man. In het begin van zijn interlandloopbaan, zo gaf hij later toe, had hij moeite met de vele medespelers die aan de universiteit studeerden.

Het lag min of meer voor de hand dat hij zich aanmeldde als lid van de Rotterdamsche Voetbal Vereeniging Feyenoord, de club van de linker Maasoever.

Feijenoord

Op 12 oktober 1919 droeg hij voor de eerste maal het rood-witte shirt van deze club, die hij zijn leven lang trouw zou blijven.

Van Heels talenten bleven niet lang onopgemerkt, en in augustus 1924 maakte hij zijn debuut in het eerste elftal van Feyenoord. Toch behoorde hij hier niet tot de basisspelers, omdat zijn positie van linkshalf vooralsnog werd ingenomen door Cor van der Velde. Toen zich evenwel het unieke feit dreigde voor te doen dat Van Heel, als speler uit het tweede team, in de nationale ploeg zou worden gekozen, trad Van der Velde vrijwillig terug om zijn jeugdige concurrent èn opvolger niet langer in de weg te staan. Ruim vijftien jaar lang was Van Heel vervolgens de centrale figuur van Feyenoords eerste elftal

Vooral de middenlinie, met Van Heel en de broers Bas en Jaap Paauwe, was in het begin van de jaren dertig het pronkstuk van de club. Onder leiding van aanvoerder Van Heel werden de Rotterdammers tussen 1925 en 1939 elfmaal afdelingskampioen, vijfmaal landskampioen en twee keer winnaar van de nationale voetbalbeker. In het ‘topjaar’ 1938 won Feyenoord niet alleen de Nederlandse voetbaltitel, maar ook het belangrijke toernooi om de ‘Zilveren Bal’, terwijl het befaamde Arsenal uit Londen, vele malen Engels kampioen, in een volgens ooggetuigen onvergetelijke oefenwedstrijd met 1-0 werd verslagen. Dit laatste duel vond overigens plaats in het een jaar eerder in gebruik genomen Stadion Feyenoord, waarvoor Puck van Heel – wie anders? – in juli 1935 de eerste paal had geslagen.

De linksbenige Van Heel speelde 322 competitiewedstrijden voor Feijenoord, waarin hij 43 goals maakte, en was betrokken bij alle grote Feijenoord successen van voor de oorlog (vier landskampioenschappen en twee KNVB bekers). Hij was jarenlang aanvoerder van het eerste elftal en groeide uit tot het sportieve boegbeeld van de club. Het hoeft dan ook geen verrassing te zijn dat het juist Van Heel was, aan wie op 16 september 1935 de eer werd gegund om de eerste paal van het nieuw te bouwen Stadion Feijenoord te slaan. Hij was ook een van de 11 Feijenoord-spelers, (Adri van Male, Pleun de Groot, Joop van der Heide, Bas Paauwe, Gerard Kuppen, Jan Linssen, Piet Smits, Manus Vrauwdeunt, Leen Vente, Piet Kantebeen) die op 27 maart 1937 met een vriendschappelijke wedstrijd met het Belgische Beerschot het nieuwe stadion inwijdden. Gadegeslagen door 37.825 toeschouwers werd het 5-2 voor Feijenoord in de stromende regen.

Feyenoord was van oudsher een club van het gewone werkvolk. De spelers kwamen vrijwel stuk voor stuk voort uit het arbeidersmilieu. Het voetbal bood hun wel de mogelijkheid tot enig financieel voordeel, want de populariteit kon bij de supporters te gelde worden gemaakt. Bij Feyenoord had een beetje voetballer een café. Dat gold vanaf 1938 ook voor Van Heel. Eerder had hij in hartje Rotterdam een sigarenzaak gedreven. Dat werk combineerde hij met de verkoop van kolen voor het bedrijf van Feyenoords legendarische bestuurder Cor Kieboom.

Een prachtmens en een prachtvoetballer”, aldus diezelfde Cor Kieboom over Puck van Heel. Dankzij zijn indrukwekkende traptechniek groeide hij uit tot één van de sterspelers van Feyenoord en een van de beste Nederlandse voetballers van voor de Tweede Wereldoorlog.


Seizoen 1935-1936. Staand vlnr, Janus Bul, Bart Wursten, Bas Paauwe, doelman Adri van Male, Puck van Heel, Joop van der Heide, elftalbegeleider M.Groot.
Gehurkt: Manus Vrauwdeunt, Arie Paauwe, Jaap Barendregt, Piet Kantebeen en Jan Linssen.
foto: Nationaal Archief
Nederlands elftal

KNVB-official Karel Lotsy staat in 1924 in Dordrecht langs de lijn bij de oefenwedstrijd DFC-Feyenoord, wanneer hij bij de Rotterdammers een leuke speler ziet lopen. Op aandringen van Lotsy wordt de speler in kwestie, Puck van Heel, vervolgens opgeroepen voor het Nederlands elftal. Met succes pleitte de voetballeider voor een proef met de veelbelovende linkshalf in het Zwaluwen-team, het voorportaal van het grote Oranje. Dat gebeurde op 1 september 1924 in Tilburg tegen een Zuid-Afrikaanse selectie. Opmerkelijk, want Van Heel speelt op dat moment in het tweede elftal van Feyenoord.

Van Heel speelde ook die wedstrijd zo opvallend, dat hij even later werd geselecteerd voor de interland Nederland-Duitsland. Hij bleef toen nog reserve achter Sparta’s linkshalf Henk Steeman, maar drie weken later werd de speler van Feyenoord 2 opgesteld tegen Zwitserland. Toch had Van Heel een goede indruk achter gelaten, waarna hij op 19 april 1925 als eenentwintigjarige zijn debuut mocht maken in het Nederlands Elftal, op de voor hem wat vreemde rechtshalfpositie. In Zürich verloor het Nederlands Elftal met 4-1 van de sterke Zwitserse ploeg. Na zijn Oranjedebuut werd hij een vaste waarde in Feyenoord 1, en ook bij het Nederlands elftal miste hij niet veel wedstrijden. In de volgende dertien jaar miste de technisch bekwame kanthalf nog maar dertien interlands; de meeste door ziekte of blessures.

Tijdens zijn eerste interlands constateerde de ‘arbeider’ Van Heel dat er bij Oranje, anders dan bij zijn eigen club, duidelijk sprake was van standsverschillen. Later vertelde hij daarover: “Dan speelde je met ingenieur Dénis, met dokter Le Fèvre, met dokter Van der Meulen, met dokter Tetzner, enzovoort. Wij hadden als eenvoudige jongens van Feyenoord een gespannen houding met die mensen. Het was heus niet zo lollig voor ons. Ach, die dokters keken een beetje op ons neer, zo was het gewoon. Maar ja, later kregen wij de overhand en was Van der Meulen er ook nog bij. Die werd toen door ons niet meer aangekeken.”

Van Heel was actief op de Olympische Spelen van 1928 en op de WK-eindronden van 1934 en 1938. In 1934 gold Oranje als een ploeg die in staat werd geacht in Italië een belangrijke rol te spelen. Heel Nederland was in de ban van het wereldkampioenschap, maar na één wedstrijd was het al gedaan. Het veel zwakker ingeschatte Zwitserland won in het San Siro-stadion van Milaan verrassend met 3-2. Ondanks de aanwezigheid van klassespelers als Bep Bakhuys, Kick Smit en Leen Vente kon Nederland het niet bolwerken. Heel wat Oranjespelers bleven op het ongelijke veld onder hun niveau, ook Van Heel.

Vier jaar later was het Nederlands elftal op papier een stuk zwakker dan de ploeg van 1934. Van het sterke Tsjecho-Slowakije werd echter pas in de verlenging verloren. Het Nederlands elftal had toen met de Feyenoorders Adri van Male, Bas Paauwe, Puck van Heel en Leen Vente een Rotterdams stempel.

Van Heel zat in die periode als dertigplusser al tegen het einde van zijn voetbaltijd. In het najaar van 1938 speelde hij in Denemarken voor de laatste keer mee. In het favoriete linkerbeen worstelde hij met een kniedefect. Zijn afscheidsinterland in Kopenhagen was toevallig ook het debuut van zijn clubgenoot Arie de Vroet, die Feyenoord als linkshalf zijn opvolger werd.

In het programmaboekje van Nederland-België (27 februari 1938), dat speciale aandacht besteedt aan zijn jubileum, kijkt Van Heel terug op zijn beginjaren in Oranje. “Het voetballen voor het Nederlandsche elftal was in die dagen nog heel anders dan tegenwoordig. Toen hadden we nog geen ‘concentratiekampen’ (Van Heel bedoelt een trainingskamp, concentratiekamp had toen nog niet dezelfde gruwelijke betekenis als tegenwoordig, red.). Wij gingen ’s morgens als we een thuiswedstrijd hadden, eenvoudig met ons voetbalkoffertje in onze hand naar ‘Americain’ en verder niks. Van gezamenlijk trainen en zoo was ook geen sprake. Dat is nu allemaal erg veranderd en verbeterd.”

Dat blijkt ook wel uit de uitslag van het jubileumduel tegen de Belgen. Het Nederlands elftal loopt met 7-2 over de Belgen heen, mede dankzij vier doelpunten van Kick Smit.

In het programmaboekje wordt Van Heel verder gevraagd wat hij denkt van de vijf en zeventigste (interland, red.). Zijn antwoord is duidelijk. “Je weet, wat ik je net gezegd heb: ze moeten me d’r uit góóien…!”

Dat gebeurt – helaas voor Van Heel – nog datzelfde jaar: op 23 oktober 1938 speelt de Rotterdammer zijn laatste interland. Puck van Heel komt tussen 1925 en 1938 uiteindelijk tot 64 interlands, een record dat lang blijft staan. Negenentwintig keer droeg hij de aanvoerdersband. Op 2 mei 1937 speelde hij tegen België zijn zevenenvijftigste interland, en brak daarmee het record van Harry Dénis. Op 23 oktober 1938 speelde hij op 34-jarige leeftijd zijn vierenzestigste en laatste interland tegen Denemarken.

De KNVB benoemt hem in 1964 vanwege zijn prestaties in Oranje tot bondsridder. Twintig jaar later, in 1984, overlijdt hij op tachtigjarige leeftijd. Hij maakt nog net mee dat Ruud Krol in 1979 zijn record verbetert.

Hij voert nog steeds de lijst “vriendschappelijke interlandwedstrijden” aan met 55 wedstrijden. Dat zijn er vijf meer dan Jan Klaassens, Edwin van der Sar en Wesley Sneijder die gedeeld tweede staan.

Na zijn actieve loopbaan

Het einde van de voetballer Puck van Heel was opmerkelijk. Toen hij eind 1939 gekeurd moest worden voor de mobilisatie-dienst, vormde de linkerknie een beletsel. Van Heel werd afgekeurd, maar van de keuringsarts kreeg hij meteen te horen dat hij dan ook met voetballen diende te stoppen. Eerder en later was hij nog even trainer bij de amateurclubs Fortuna (Vl), Oud-Beijerland, Flakkee en SSS Klaaswaal. Al gauw vond hij het echter leuker met zijn oude voetbalvrienden naar de wedstrijden van Feyenoord te kijken.

Als zovele ex-voetballers beheerde Van Heel na zijn carrière een café (1939-1969). Voordien was hij, om in zijn levensonderhoud te voorzien, enige tijd werkzaam geweest als arbeider in de margarinefabriek van Van den Bergh, als vertegenwoordiger van de kolenhandel van Feyenoord-bestuurslid Cor Kieboom en als sigarenhandelaar.

De Stadion-club had hem in 1935 al benoemd tot lid van verdienste. De KNVB maakte hem in 1964 Bondsridder en van de Stad Rotterdam kreeg hij in 1979 bij zijn 75ste verjaardag de Wolfert van Borselenpenning. Een jaar eerder was zijn echtgenote Marie Schellekens overleden. Zij was in de jaren twintig en dertig de gangmaakster onder de vrouwen van de spelers van Feyenoord en Oranje. De klap die het overlijden van zijn vrouw hem gaf, deprimeerde de stervoetballer van weleer. Gaandeweg begon hij het contact met de buitenwereld te mijden en stierf in 1984.

Puck van Heel behoort zonder twijfel tot de beste spelers uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis. Zijn lange loopbaan en zijn vele interlands dienen daarvoor als tastbaar bewijs. Hoewel klein van stuk won hij, door een enorm atletisch vermogen, toch vele kopduels, ofschoon hij zich daarbij af en toe ook op de schouders van tegenspelers afzette. Veel scheidsrechters ontgingen dergelijke onregelmatigheden niet, maar legden jegens Van Heel een opvallende clementie aan de dag, wat zijn reputatie alleen maar bevestigde. Tijdgenoten roemden zijn superieure techniek, waardoor hij veel wedstrijden meer op inzicht dan op inzet kon voltooien. Van Heel was overigens geen snelle voetballer, en naarmate hij ouder werd nam zijn tempo steeds verder af, een tekortkoming die door zijn ploeggenoten moest worden gecompenseerd. Bovendien werd hij gehinderd door zijn linkerknie, die hij, als puur linksbenige speler, te veel belastte. De dikke zwachtels die hij om die reden tijdens de wedstrijden altijd om zijn benen droeg, verleenden zijn toch al gedrongen gestalte een weliswaar weinig flatteuze, maar karakteristieke indruk. Van Heel dankte zijn populariteit voor een belangrijk deel ook aan het feit dat hij, ondanks zijn naam en faam, een uiterst eenvoudig en bescheiden persoon bleef. Of zoals ex-Feyenoord-voorzitter Kieboom hem eens typeerde: ‘Een pracht mens en een pracht voetballer. Hij had een droom van een pass en hij stond altijd op het goeie plekkie’ (Het Vrije Volk , 20-1-1979).

Prijzenkast en erelijst:

* Landskampioen: 1924, 1928, 1936, 1938, 1940
* KNVB beker: 1930, 1935
* Afdelingskampioen Eerste klasse: 1924, 1926, 1927, 1928, 1929, 1931, 1932, 1933, 1936, 1937, 1938, 1940
* Zilveren Bal: 1926, 1928, 1930, 1933, 1937, 1939
Nederlands elftal:
* 64 interlands
* Olympische Spelen 1928
* WK 1934, WK 1938
Individueel:
* Van Heel was van 23 oktober 1938 tot 22 mei 1979 recordinternational met 64 wedstrijden
* Hij voert nog steeds de lijst “vriendschappelijke interlandwedstrijden” aan met 55 wedstrijden.

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, KNVB, resources.huygens.knaw.nl, voetballegends.nl, sportgeschiedenins.nl