101 Nederlandse Voetbaliconen (3) Bram Appel

Geboren: 30 november 1921, Rotterdam
Overleden: 31 oktober 1997, Geleen
Positie: Aanvaller
Clubs: Hertha BSC, ADO, Sittard, Sittardse Boys, Stade de Reims, Lausanne Sports, Fortuna ’54
Actief: 1942-1960
Doelpunten: 57 (Fortuna ’54)
Nederlands elftal: 12 interlands; 10 doelpunten
Trainer:Lausanne-Sports, Fortuna ’54, Volendam, PSV, Fortuna ’54, Beringen FC

Zijn vader is paardentrainer op Duindigt, hij wordt met ADO tweemaal kampioen van Nederland, in de oorlog wordt hij tewerkgesteld in Duitsland, hij vecht voortdurend conflicten uit met KNVB voorzitter Karel Lotsy en hij speelt in 1953 mee in de befaamde Watersnoodwedstrijd. De voetballoopbaan van Bram Apperl is veelbewogen.

In Berlijn verovert Appel als dwangarbeider een bevoorrechte positie. Na een proeftraining krijgt hij een plaats in de selectie van Hertha BSC. Een baan op kantoor een maandloon van driehonderd mark is zijn beloning. Zevenmaal wordt de productieve aanvaller gekozen in een officieus Nederlands elftal.

Uit het Parool: ” Op 6 augustus 1944 speelden de Nederlanders tegen het Tsjechische team, waarbij Karel Lotsy op het ereterras zat. Toen Appel hem na de oorlog tegenkwam, schorste Lotsy hem tot 1 januari 1947 wegens het spelen voor een Duits elftal. Appel is woedend; “Ik kreeg een berisping, terwijl Lotsy zelf gewoon in Duitsland naar wedstrijden ging kijken. ”


18 maart 1960. Blauw-Wit tegen Fortuna 1-4, eerste doelpunt van de juichende Bram Appel
foto: Wim van Rossem / Anefo
Abraham Leonardus (Bram) Appel (speelde in Nederland onder andere voor Fortuna ’54, Blauw Zwart en ADO Den Haag. Bram Appel werd geboren in Rotterdam, maar hij groeide op in Den Haag en Wassenaar, waar zijn vader op Duindigt beroepsmatig in de paardensport zat. In Den Haag begon je jonge Bram, vermaard om zijn schot- en kopkracht, te voetballen bij kleine clubs als Blauw-Zwart, SVT en Archipel. Op zijn 9e jaar begon Bram Appel zijn voetballoopbaan overigens als keeper bij BZW in Den Haag.

De oorlog

Via Bram werden zijn vader en moeder in 1942 met de dood bedreigd. Bij een razzia kreeg de Bram te horen dat zijn ouders zouden worden dood geschoten, wanneer hij zich ’s avonds niet op het Hollands Spoor voor transport naar Duitsland zou melden. “Dan heb je niet veel keus meer”, zei hij achteraf.

In zijn studie Hertha unter dem hakenkreuz stelt Koerfner: ‘De leidinggevenden bij Hertha BSC waren vaak partijleden, maar het merendeel van de vierhonderd leden sympathiseerde niet met de nazi-ideologie. Naarmate de anti-Joodse politiek sterkere vormen aannam en de nazi-ideologie steeds meer op de voorgrond trad, werd de sympathie voor het regime hard minder en groeide het verborgen verzet.’

Zo ontfermde Hertha BSC zich ook over een aantal Hollandse dwangarbeiders, die zo probeerden te ontsnappen aan de gruweldaden van de bezetter. De bekendste speler is Bram Appel, die op 30 oktober 1921 in Rotterdam werd geboren. Hij werkte in de Rekenkamer in Den Haag, toen hij in 1942 bij een razzia werd opgepakt. Hij moest zich melden voor transport naar Berlijn; anders zouden zijn ouders worden vermoord.

Appel werkte in een fabriek in Berlijn waar hij op 22 november 1943 aan de dood ontsnapte toen de fabriek werd gebombardeerd. Op zijn nieuwe werkplek, een fabriek voor vliegtuigonderdelen in Mariendorf, stapte Bram Appel onmiddellijk naar de directie toe en zei dat hij niets van machines wist en ander werk wilde. ,,We kwamen in gesprek over voetballen. Ik zei hem dat ik wel iets voelde voor een proeftraining bij Hertha BSC”, vertelde Appel. Hij kreeg toestemming en na de eerste training werd hij opgesteld in het derde elftal, dat elke wedstrijd met tenminste tien doelpunten verschil won.

Het derde team speelde echter op een terrein ver buiten de stad. Op een dag zag hoofdtrainer Hans Sauerwein Appel toevallig aan het werk in een met 18-0 gewonnen wedstrijd. De trainer was zeer onder de indruk en na één duel met het tweede elftal, werd de Joodse Nederlander overgeheveld naar de hoofdmacht. Goalgetter Bram Appel, die beschikte over een keihard schot, ging in nazi-Duitsland als Leo of Bram door het leven. ,,Ze noemden mij Leo, want Bram vonden ze te joods.”

In zijn eerste seizoen in het blauwwitte shirt van Hertha BSC scoorde de wonderspits 57 keer en in ’44 schoot hij Hertha naar het laatste Gau-kampioenschap. In ruil daarvoor kreeg hij een kantoorbaan met een maandloon van driehonderd mark. ,,Ik had een mooie kamer in een tuinhuis gekregen, zodat ik niet in barakken hoefde te wonen”, aldus Appel. In Berlijn was Heinrich Himmler op zeker moment zijn buurman. ,,Pas na die rotoorlog kreeg ik te horen waar Himmler verantwoordelijk voor was.”

Appel werd ook zeven maal geselecteerd voor een officieus Nederlands Elftal, dat bestond uit voetballers in de Einsazt. Het deed hem deugd zijn landgenoten op de tribune wat afleiding te bieden in de oorlogstijd. En die toeschouwers boden hem weer afleiding door anti-Duitse leuzen te schreeuwen. Het enige waar Appel wel problemen mee had, was het brengen van de Hitlergroet. Eén keer weigerde hij dat en de andere keren was zijn weigering wat subtieler met een nonchalant armgebaar.

Onder de Nederlandse dwangarbeiders bevonden zich drie voetballers die in eigen land de status van international bereikten: Henk Blomvliet (Ajax), Gerrie Stroker (Blauw Wit, na de oorlog Ajax) en Bram Appel. Stroker was in 1942 vrijwillig naar Duitsland gegaan. Hij was gek op sport en vond dat de Duitsers de sport heel goed aanpakten. Bij Potsdam ’03 was hij een gewaardeerde middenvelder. De latere heilgymnast en voetbalcoach Stroker werd na de oorlog zijn gang naar Duitsland snel vergeven. Ajax lijfde hem meteen in en in 1947 werd hij gekozen in het echte Nederlands elftal.

Stroker, Blomvliet en Appel waren in oorlogstijd Hollands ‘international’ in het grotendeels uit dwangarbeiders gevormde ‘Verzwegen Oranje’. De titel wijst op het heimelijk karakter van het elftal, dat in en om Berlijn tussen april 1943 en december 1944 vijftien ‘interlands’ speelde tegen Vlaanderen, Wallonië, Servië, Frankrijk en Tsjechoslowakije.

Toen zij in 1945 thuiskwamen, werden veel dwangarbeiders met scheve ogen aangekeken. ‘Had je niet kunnen onderduiken?’ In die sfeer was geen plaats voor enige trots op een recent verleden als oorlogs-international. Toch waren die jongens op zeker moment binnen de Nederlandse enclave net zo populair als echte internationals. Voor vele duizenden vormden de ‘interlands’ het spaarzame vermaak in een tijd die overliep van ellende.

Na de oorlog werd Bram Appel in Nederland geschorst door de KNVB. Het was nota bene bondsvoorzitter Karel Lotsy, die zich sterk maakte voor die schorsing; dezelfde man, die het tijdens de bezetting zo goed kon vinden met de Duitsers en die in Berlijn zelfs bij wedstrijden met Bram Appel in het veld op de eretribune werd gesignaleerd.

De schorsing na de oorlog wekte bij Appel een woede, die hij nooit meer kwijtraakte. “Niemand heeft mij ooit kunnen uitleggen wat er fout aan was om als dwangarbeider in Duitsland ook nog te voetballen. Door dat voetballen kreeg ik beter te eten en kwam ik op een minder gevaarlijke plaats te werken. Mocht dat niet, dan?”

Clubcarrière

In 1949 vertrok hij naar Frankrijk en werd bij Stade de Reims een uiterst belangrijke profvoetballer: in 1950 de eerste Nederlander in de finale en winnaar van de Coupe de France, in 1953 Frans landskampioen en winnaar van de Coupe Latine. Voor de club uit de Champagne maakte deze uitstekende goalgetter in 154 Division 1-wedstrijden in totaal 96 doelpunten. Met de beroemde Raymond Kopa vormde Bram Appel de vermaarde “switch”.

In 1954 vertrok Appel weer naar het buitenland. Hij werd speler-trainer bij Lausanne. Na een jaartje in de Zwitserse competitie bij Lausanne Sports, tekende hij in 1955 een contract bij Fortuna ’54. Voor die club schoot hij in 107 wedstrijden 57 keer raak.


1956-1957: Willem II-Fortuna 54. Bram Appel (Fortuna) op weg naar het doel van Willem II
foto: Onbekend
Nederlands elftal

Bram Appel was al bijna 27 jaar toen hij in het Nederlands elftal debuteerde. Dat gebeurde op de Olympische Spelen van 1948. Nadat midvoor André Roosenburg geblesseerd was geraakt in de openingswedstrijd tegen Ierland, werd Appel met spoed overgebracht naar Londen, waar hij op Highbury tegen de Britse ploeg meteen twee keer scoorde. Oranje verloor overigens na verlenging met 4-3. Zeven jaar later kreeg Appel als gevorderde dertigplusser een tweede kans in het Nederlands elftal. Op de leeftijd van 39 jaar zette hij een punt achter het actief voetballen.

De watersnoodwedstrijd: Frankrijk – Nederland 1953

Bram Appel stond als mede-organisator van de watersnoodwedstrijd Frankrijk – Nederlandse profs op 12 maart 1953 in Parijs aan de wieg van het profvoetbal in Nederland….

Bram Appel speelde, waarschijnlijk zonder het zelf te beseffen, een belangrijke rol bij de invoering van het betaald voetbal in Nederland. Appel verdiende zijn geld als voetballer bij de Franse club Stade Reims, toen hij in 1953 in samenwerking met Theo Timmermans het initiatief nam tot de ‘watersnoodwedstrijd’ tussen de nationale ploegen van Frankrijk en een elftal, dat was samengesteld uit in het buitenland spelende Nederlandse profs.

De KNVB had al een paar interlands gepland, tegen Denemarken voor het Rampenfonds en tegen Zwitserland, en voelde niet voor de door Timmermans en Appel voorgestelde datum in maart. Drie interlands in korte tijd zou te zwaar zijn voor amateurs. Timmermans in het boek De Historie van Oranje: ‘Daarmee was in principe de weg vrij voor de wedstrijd van Nederlandse profs tegen Frankrijk.’

Appel legde contact met Lo Brunt, de enige KNVB-bestuurder die voorstander was van betaald voetbal. Brunt zei tegen Appel: ‘Laat Timmermans nou een telegram sturen aan prins Bernhard, de voorzitter van het Rampenfonds, met de aanbieding om die wedstrijd voor het Fonds te spelen, want als de KNVB langs die weg wordt benaderd kunnen ze geen nee zeggen. Brunt zette dus zijn eigen bestuur onder druk.’ De KNVB ging overstag en stelde de datum voor de wedstrijd vast op 12 maart.

Dus toen waren er twee benefietwedstrijden voor de slachtoffers van de watersnoodramp van februari in Zeeland: de amateurs speelden tegen Denemarken, de profs tegen Frankrijk. Het duel van de amateurs in De Kuip viel tegen. Nederland, met onder anderen Lenstra, verloor met 2-1.

Timmermans en Appel belden heel wat af om een elftal op de been te krijgen. De Munck kwam uit Keulen, Wilkes mocht van Torino niet meedoen uit angst voor een blessure. Uiteindelijk bestond het team uit onder anderen Rijvers, De Harder, De Vroet, Van der Hart, Appel en Timmermans.

Appel trof als directe tegenstander Marche, met wie hij ook bij Reims speelde. In het Parc des Princes waren 35.000 toeschouwers, onder wie 5000 tot 10.000 Nederlanders. De profs waren gekleed in een rood shirt, witte broek en blauwe kousen. Oranje mocht alleen worden gedragen door het officiële Nederlands elftal. Aanvoerder Appel maakte de winnende goal: 2-1.

Door zijn profavontuur bij Reims kwam Appel jarenlang niet in aanmerking voor het nationale team. Pas op 16 oktober 1955, een jaar na invoering van het profvoetbal in Nederland, speelde hij tegen België zijn tweede interland (2-2). Opnieuw scoorde Appel twee keer. Twaalf interlands hadden de kopsterke en veel schietende midvoor tien goals gebracht.

De vrij lange Appel was een ware stormram, die uitblonk in het 2-3-5 systeem dat in de jaren vijftig werd gespeeld. In de punt van de aanval wachtte de 12-voudig international op de kansen die vooral de binnen- en buitenspelers hem boden. Appel stond ook bekend als een kanonnier. Hij kon bijzonder hard schieten: voor latere superschutters als de PSV’ers Coen Dillen en Willy van der Kuylen vormde hij het grote voorbeeld. Appel was een bewonderaar van Ronald Koeman, zo liet hij zich eens ontvallen, “Koeman schiet bijna net zo hard als ik”. De in Rotterdam geboren Appel kon de bal ook met zijn hoofd flink vaart meegeven. Aan het einde van de oorlog, in 1945, kopte hij bij ADO in Den Haag een keer de deklat doormidden.

Vanaf 1960 werkte hij als full time-trainer bij Volendam, PSV, Fortuna ’54, Beringen en Eindhoven. Hij was als trainer redelijk succesvol. Met PSV werd hij in 1963 kampioen van Nederland. Net vijftig jaar was Appel toen hij het trainersvak voor gezien hield en overstapte naar de handel in huizen. De laatste jaren leidde Appel een teruggetrokken leven.

Prijzenkast en erelijst:

* Coupe de France 1950 (Stade de Reims)
* Landskampioen Frannkrijk 1953 (Stade de Reims)
* KNVB beker 1957 (Fortuna ’54)
Nederlands elftal
* 12 interlands; 10 doelpunten

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, Trouw, NRC, Volkskrant, voorouder.nl, www.voetballegends.nl, frieschdagblad.nl