101 Nederlandse Voetbaliconen (34) Wim Jansen

Geboren: 28 oktober 1946, Rotterdam
Overleden:
Positie: Middenvelder
Clubs: Feyenoord, Washington Diplomats, Ajax
Actief: 1965-1982
Doelpunten: Feyenoord (34)
Nederlands elftal: 65 interlands; doelpunten; 1
Trainer: Feyenoord (assistent), KSC Lokeren, SVV (technisch directeur), Feyenoord, Saoedi-Arabië (assistent) Sanfrecce Hiroshima, Celtic, Urawa Red Diamonds, Feyenoord (technisch directeur / assistent /jeugdtrainer), Vitesse (technisch coördinator)

Een sliding, een val, een fluitsignaal: Feijenoorder Wim Jansen speelt een hoofdrol tijdens het onbetwiste naoorlogse dieptepunt van het Nederlands voetbal. de WK finale in 1974 tegen West-Duitsland. De sliding in de 26e minuut is van middenvelder Jansen, de val van de Duitse aanvaller Bernd Hölzenbein, het fluitsignaal van de Engelse scheidsrechter Jack Taylor. Paul Breitner benut de strafschop, de stand is weer gelijk.

Het wordt Jansen nauwelijks kwalijk genomen. De algemene opvatting in Nederland is dat Hölzenbein zich aan een ‘Schwalbe’ bezondigt. Een kwart eeuw later blijkt een andere Duitse international, Berti Vogts, er ook zo over denken. “De scheidsrechter stond er niet goed voor toen Jansen Hölzenbein verdedigde. De camera achter het doel liet zien dat de beslissing ons een strafschop te te kennen een vergissing was.” zegt hij in Bild.

Jansen is óók de stille en onmisbare kracht die met Feijenoord de Europacup en de Wereldbeker wint en de club vijftien seizoenen op rij trouw blijft, 65 interlands op zijn naam schrijft, als trainer opduikt in Lokeren, Saoedi-Arabië, Hiroshima en Glasgow en opvallend genoeg, door Johan Cruijff meerdere malen de hemel in wordt geprezen om zijn voetbalkennis.

Met onderbrekingen is hij sinds 2005 in verschillende functies werkzaam bij Feijenoord, zijn club. Het eindoordeel is van een voormalige ploeggenoot, Jan Boskamp: “Wim Jansen hoort in hetzelfde rijtje als Coen Moulijn en Willem van Hanegem.”


Jan Jeuring wordt achtervolgd door Wim Jansen tijdens de voetbalwedstrijd FC Twente-Feyenoord (1-2), 2 mei 1971.
foto: Dick Coersen

Wilhelmus Marinus Antonius (Wim) Jansen was een speler die de posities rechtshalf, linkshalf en libero innam. Hij speelde het grootste deel van zijn carrière bij Feyenoord (15 seizoenen).

Oud-teamgenoot Rinus Israël karakteriseert de bescheiden Wim Jansen het best. Rinus Israël heeft twee hartsvrienden aan het voetbal overgehouden: Lex Schoenmaker en Wim Jansen. Met de eerste vormde hij enkele jaren terug het trainersduo van ADO Den Haag, met de tweede hangt hij geregeld aan de telefoon. ‘Vooral als een van ons twee in het buitenland traint. Wimpie is een zachte, aardige jongen.’

Maar pas op. Hij mag dan klein van stuk zijn, 1 meter 65, gevoelig bovendien, Jansen laat zich niet bij de ballen nemen. Toen het beleid van Feyenoord hem niet aanstond, nam hij als speler de wijk naar Amerika. En toen hij het daar wel weer gezien had, ging hij niet terug naar Feyenoord, maar naar Ajax. Rinus Israël schold vroeger iedere ploegmaat verrot die in zijn ogen verzaakte. De Amsterdammer was libero en aanvoerder in het grootste Feyenoord aller tijden. En geméén. ‘In het tackelen wilde ik nog wel eens overdrijven, qua hardheid. Dat coachen van mij was ook al niet iets om trots op te zijn. God wat kon ik mijn ploegmaten onder de gordel raken.’

Voor DWS’er Israël had Feyenoord in 1966 het recordbedrag van 450.000 gulden over. De dure aankoop nam in de kleedkamer en op het veld meteen de leiding en sloot stilzwijgend vriendschap met zijn tegenpool Jansen.

‘Wimpie was de begaafde technicus op het middenveld. Een aardige, zachte jongen. In het veld deed hij zijn mond gerust open, maar schelden deed hij nooit. Wimpie coachte positief. Buiten het veld hoorde je hem nóóit. Als we op reis waren, had je er niet eens erg in dat hij ook mee was. Als voetballer werd hij completer en completer. Hij had een bloedhekel aan duurlopen, maar het korte werk lag hem goed. Hij was snel en hij ging het spel steeds beter zien. Daardoor stond hij op het laatst altijd op de goede plek. Ontelbare ballen heeft hij zo veroverd. Het was aanleg plus snelheid plus ervaring plus zelfvertrouwen.’

Jansen was voor Israël de vrijwel complete voetballer. ‘Het enige wat je hem kon aanwrijven, was dat hij niet koppen kon. In de lucht had je geen moer aan hem. Maar voor de rest. Wimpie is denk ik de enige geweest die ik nooit een keer stijf heb gevloekt. Omdat er nooit ook maar één ding op hem aan te merken was. Zijn inzet was voorbeeldig. Op een trainingspartijtje mocht ik hem graag in mijn team hebben. Bij het tennisvoetbal ook. Dat ging bij ons op leven en dood. Je kop ging er af als je je te dicht bij het net waagde. Willem van Hanegem, Wimpie Jansen en ik, dat was de beste combinatie. Grote Wim en ik aan het net en kleine Wim er achter om op te zetten. Willem en ik sloegen dan met de kop de punten bij elkaar.’

IJzeren Rinus, grote en kleine Wim maakten Feyenoord tot de beste van de wereld. Goed beschouwd hebben ze hun club daardoor met een eeuwig probleem opgezadeld. Het gloriejaar 1970 is dan wel niet de norm geworden, maar zelfs in barre tijden wordt er nog immer naar verwezen. Hoe goed we toen wel niet waren. Het rijke verleden zal in De Kuip altijd verwachtingen blijven wekken.



1968: Sparta-Feijenoord 0-1. Wim Jansen in duel met Hans Venneker.
foto: Eric Koch / Anefo
In 1980 loopt het contract van Wim Jansen bij Feyenoord af. De middenvelder die met zijn club alle nationale en internationale prijzen heeft gewonnen en met Oranje twee WK-finales heeft gespeeld, is benieuwd hoe het er binnen een andere vereniging aan toegaat. Het wordt de Washington Diplomats, waar Cruijff op dat moment al onder contract staat.

‘Het was de mooiste tijd die we samen hebben gehad. Johan haalde me ernaartoe als voetballer en we keerden terug in Nederland als vrienden. We trokken dagelijks met elkaar op, waren altijd met zijn tweeën. We speelden drie, vier uitwedstrijden achter elkaar. In elke stad waar we kwamen was Johan de enige die een individuele persconferentie moest geven. Iedereen wilde met hem praten. Ik was er steeds korter van stof van geworden, maar Johan nam voor alles en iedereen de tijd. Hij was exceptioneel in alles, ook in publiciteit.’

‘Het voetbal bond ons. Daar spraken we verreweg de meeste tijd over. Doordat we allebei alles hadden meegemaakt in de top, begrepen we elkaar. Onze gezinnen waren mee naar Washington. Over familie bleken we ook dezelfde gedachten te hebben. Familie gaat voor alles. Na thuiswedstrijden gingen we onze eigen weg, naar huis. Die tijd in Amerika is zo’n dierbare herinnering.’

Na een kort verblijf bij Washington Diplomats in de Amerikaanse competitie maakte hij eind 1980 de overstap naar aartsrivaal Ajax. Wim Jansen zou in de wedstrijd tegen Twente, de week daarvoor, al debuteren maar de KNVB had de broodnodige telex uit de Verenigde Staten (Jansen speelde tot kort daarvoor bij de Washington Diplomats) nog niet binnen. De USSF (de Amerikaanse voetbalfederatie) had al laten weten dat de ex-Feyenoorder nagelaten had zich op de officiële Amerikaanse transferlijst te laten zetten. De naam van Jansen moest tenminste 72 uur op deze lijst staan, om zodoende andere geïnteresseerden te kans te geven een bod op hem uit te brengen. Donderdag 4 december 1980 was Jansen eindelijk speelgerechtigd voor Ajax.

Mede op voorspraak van Cruijff was Jansen naar Amsterdam gehaald. Cruijff zei hierover: “Met het huidige materiaal valt prima te werken. De middenvelders stoppen al hun energie in de aanvallende taak, maar dat veroorzaakt een onevenredige druk op de verdediging. In die defensie is het overzicht zoek. Met een man als Wim Jansen achterin kan er veel ten goede keren.”

De overgang van Jansen naar de landskampioen zette kwaad bloed bij vele Feyenoord supporters. Het zogenaamde ”rukwindbeleid van Ajax” (aldus toenmalig Feyenoordmanager Peter Stephan) bleek in de naaste omgeving van de Kuip tot orkaankracht te zijn aangewakkerd. Jan van der Schoot, in die tijd voorzitter van de Supportersclub Feyenoord: “Ik kan mij de woede wel voorstellen. Persoonlijk vind ik ook dat Wim Jansen een bepaalde grens heeft overschreden. Ajax werkt bij ons Feyenoorders toch als de bekende rode lap op de stier. Ik sta ver af van hen die het bloed van Wim Jansen willen, maar ik weet dat sommigen zich niet meer in de hand hebben sinds het bekend is geworden”.

Jansen liet zich echter niet uit het veld slaan en kwam die middag, in Ajax-tenue, het veld op voor de warming-up in De Kuip, waar een flinke laag sneeuw over de grasmat lag. En toen ging het mis, of eigenlijk raak. Want opeens lag Jansen groggy op de grond met een van pijn vertrokken gezicht. De kersverse Ajacied was in zijn oog geraakt door een ijsbal vanaf de tribune. In paniek werd Jansen door zijn medespelers naar de tunnel gedragen. Het drama was compleet nog voor de wedstrijd was begonnen.

Jansen werd in de kleedkamer behandeld. Het projectiel was op zijn linkeroog gekomen en hij zag wazig. Afgesproken werd dat Jansen toch zou proberen te spelen. Mocht hij na een kwartier nog moeite hebben met zijn zicht, dan zou hij naar de kant gaan.

Toenmalig assistent-trainer Bobby Haarms van Ajax zag het allemaal voor zijn ogen gebeuren. “Het was een verschrikkelijk gezicht om hem in de kleedkamer te zien liggen”, vertelde Haarms na afloop. “Aangeslagen en volkomen gedesillusioneerd. In je eigen huis zoiets meemaken, zoiets gun je niemand.” Na ruim een kwartier was de lijdensweg van Jansen voorbij. Zijn zicht was nog steeds niet goed en hij werd vervangen door Piet Hamberg. Het hoornvlies van zijn linkeroog bleek beschadigd.

Met Ajax klom hij als opvolger van de zomer 1980 vertrokken libero Ruud Krol in het seizoen 1980-1981 op van een 8e plaats halverwege de competitie, naar een nipte 2e plaats vlak voor nummers 3, 4 en 5 FC Utrecht, Feyenoord en PSV. In 1981-1982 werd hij met Ajax landskampioen met 117 goals vóór en 42 tegen. Na zijn afscheidsduel (België-Ajax 4-2, juni 1982, vriendschappelijk) werd hij door zijn teamgenoten Piet Schrijvers en Søren Lerby op de schouders genomen, en van het veld gedragen.

Bij Feyenoord won hij veel prijzen. Hij won er onder andere de Nederlandse beker, werd er drie keer landskampioen en won in zijn topjaar in 1970 ook nog eens de Europacup I plus de wereldbeker. In 1974 werd dat nog eens gevolgd door de UEFA Cup.

Wim Jansen speelde 65 interlands en maakte alleen tegen de amateurs van Luxemburg een goal.

Als trainer en technisch adviseur

Na zijn loopbaan kwam hij weer bij zijn club Feyenoord te werken. Eerst vier seizoenen als jeugdtrainer, dan nog een seizoen als assistent-trainer. Hierna verhuisde hij naar SC Lokeren waar hij één seizoen bleef. Daarna ging hij nog twee seizoenen naar SVV.

In het jaar 1990 kwam echter zijn belangrijkste stap in zijn trainerscarrière. Hij ging naar Feyenoord toe, voor twee seizoenen als coach. Daarna bleef hij nog twee seizoenen technisch directeur. Hij won in die periode twee Nederlandse bekers, in 1991 en 1992. Later als technisch directeur werd hij in 1993 nog eens landskampioen en won in 1994 weer de Nederlandse beker.

Bij Feijenoord kwam Jansen niet bepaald in een gespreid bedje terecht. Zijn voorganger, trainer Ruud Gullit en TD Mark Wotte, hadden een selectie met grootverdieners samengesteld, een enkele uitzondering daargelaten, allemaal miskopen. Vierde in de eredivisie en een verrotte spelersgroep. Jansen was redelijk succesvol bij Feijenoord, maar hij keerde De Kuip de rug toe toen hij botste met Jorien van den Herik, de almachtige voorzitter. Die bemoeide zich te veel met zijn zaken. Toen Jansen tegen hem zei dat Willem van Hanegem niet meer als trainer voldeed, moest de directeur dat probleem zelf maar zien op te lossen. Kennelijk hield de voorzitter er niet zo van om nare boodschappen zelf te gaan brengen.

Daarna ging hij nog naar Saoedi-Arabië, Japan en Schotland toe. In Schotland won hij met Celtic nog de beker en werd hij landskampioen. In oktober 2003 sloeg Jansen een rentree, een aanbod om ditmaal in de technische staf van Ajax te komen werken, af; hij had het naar eigen zeggen prima naar zijn zin in Japan. “Ajax hoeft me niet te bellen.”, grapte hij. Vanaf het seizoen 2005/2006 keerde hij terug bij Feyenoord, waar hij een functie als technisch adviseur bekleedde. Hij bleef hierbij nadrukkelijk op de achtergrond.

Aan het begin van het seizoen 2008/2009 verraste Jansen vriend en vijand door terug te keren op het trainingsveld: hij werd assistent van de nieuwe Feyenoord-trainer Gertjan Verbeek. Na zeven maanden als assistent-trainer gefunctioneerd te hebben stapte Jansen op 14 januari 2009 op bij Feyenoord. Hij verklaarde zich solidair met de ontslagen trainer Verbeek.

Op 6 augustus 2011 maakte Feyenoord bekend dat Jansen terugkeerde. Ditmaal ging hij trainers binnen de jeugdopleiding begeleiden.

Wim Jansen: ‘Waardering is altijd mooi’

Wim Jansen kreeg in 2017 een zilveren schaal overhandigd gekregen vanwege zijn plek in het ‘Gouden Elftal’: een ploeg waarin de beste spelers uit zestig jaar Eredivisie werden verkozen. ‘Het is een eer om deze schaal in ontvangst te mogen nemen, zeker als je ziet wie de andere genomineerden waren. Jan Wouters, Arie Haan en Johan Neeskens: dat zijn geweldige namen. Als je daar dan uit verkozen wordt, is dat heel mooi.’

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen Eredivisie (Feijenoord): 1968/69, 1970/71, 1973/74
* Kampioen Eredivisie (Ajax): 1981/82
* KNVB Beker (Feijenoord): 1968/69
* Europacup I (Feijenoord): 1969/70
* UEFA Cup (Feijenoord): 1973/74
* Intertoto Cup (Feijenoord): 1967, 1968, 1973
* Wereldbeker voor clubteams (Feijenoord): 1970
Nederlands elftal:
* 65 interlands; doelpunten; 1
* Zilver WK 1974 en WK 1978
* EK 1976
Trainer
* KNVB beker (Feijenoord): 1990/91, 1991/92
* Scottish Premier League (Celtic): 1997/98
* Scottish Cup (Celtic): 1997/98

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, Telegraaf, Trouw, Hard Gras (Jaap Visser), NOS, sportgeschiedenis.nl,fr12.nl