101 Nederlandse Voetbaliconen (44) Piet Kruiver

Geboren: 5 januari 1938,Koog aan de Zaan
Overleden: 18 maart 1989, Amsterdam
Positie: Aanvaller
Clubs: KFC, PSV, Lanerossi Vicenza, Feyenoord, DWS
Actief: 1957 – 1968
Doelpunten: Onbekend
Nederlands elftal: 22 interlands; 12 doelpunten
Trainer:

In het seizoen 1961-1962 speelt een opvallende Nederlander voor het Italiaanse Lancrossi Vicenza: Piet Kruiver alias de blonde Zaankanter. Door zijn vader Jo, linksbuiten van KFC, is Piet al vroeg wegwijs gemaakt in de voetballerij. Piet krijgt als jonge jongen te horen dat hij aan later moet denken. Het levert hem de bijnaam Pietje Geld op. Van KFC gaat hij al op negentienjarige leeftijd naar PSV en voor 275.000 gulden verkast hij later naar Italië. Van zijn driejarig contract bij Vicenza dient hij slechts twaalf maanden uit.

“Het voetbal was een ramp in Vicenza” zegt Kruiver. Italiaans voetbal is in zijn ogen een corrupt zaakje, en je wordt wekelijks volgestopt met doping. “Een spuit en een pil. waarna je anderhalf uur als een gek liep, werkelijk, als de wedstrijd anderhalve dag had geduurd, zou ik nog hebben gelopen.”

Voor drie ton keert hij terug naar Nederland, naar Feijenoord. Na vier mooie jaren verkast hij naar DWS. Kort na die overgang plaatst Kruivert bij een interview in Het Parool zelf een advertentie: “Wegens vertrek naar Amsterdam te koop, prachtige witte bungalow met garage en grote, mooi aangelegde tuin rondom. Circa vijftien minuten rijden van Rotterdam. Eventueel direct te aanvaarden. Prijs Fl. 65.000 kosten koper, Piet Kruiver, Seringenstraat 10, Papendrecht.


1963: Feyenoord tegen DWS 0-1. Duel Frits Flinkevleugel en Piet Kruiver
foto: Eric Koch / Anefo
KFC/PSV

Piet Kruiver begon op 8-jarige leeftijd met voetballen bij KFC. Voor Cruijff en Kluivert was er Kruiver. Ruim vijftig jaar geleden was Piet Kruiver een goaltjesdief, zoals ze niet meer gemaakt worden….In een interview met de Volkskrant vertelt Dick Schouten over Piet Kruiver. Schouten, die later nog in het betaald voetbal bij AZ’67 in Alkmaar onder de lat stond, was ook al doelman van KFC toen Kruiver halverwege de jaren vijftig zijn debuut maakte in het eerste elftal. Kruiver was toen achttien jaar en slechts bekend als de zoon van Jo Kruiver, een aanvaller die KFC twee decennia eerder naar grote hoogten had geschopt.

Het Zaans fanatisme had Piet van geen vreemde. Schouten: ‘Jo Kruiver was altijd met Piet in de weer op het voetbalveld. Voor zijn zoon deed Jo alles.’ Ook het sarcasme deelden de Kruivers. Als het fanatisme niet het gewenste resultaat had gehad, dan kon het commentaar bijtend zijn.

In 1955 werd KFC kampioen van afdeling 1 C. Kruiver had in zijn eerste seizoen een vaste plek in de aanval veroverd, onderscheidde zich dat seizoen met twee hattricks en was volgens het regionale dagblad ‘uit het goede voetbalhout gesneden’. De pagina waarop het kampioenschap breed stond uitgemeten, werd opgesierd met een advertentie: ‘Ook Kruivers manufacturenhandel kampioen’. Die handel was van vader Kruiver.

Het betaald voetbal leek uitgevonden voor de man met de vele bijnamen. Pietje Geld werd er één van. In een tijd waarin voetballers nog gebakken zaten aan club en streek, wilde Piet Kruiver al geen dief zijn van zijn eigen portemonnee. Hij verkaste in 1956 van Koog naar Eindhoven en vijf jaar later was hij een van de eersten voor wie in het Nederlands voetbal te weinig betaald werd.

Schouten: ‘Het stelde ook niets voor in die tijd. Je kreeg presentiegeld voor trainingen en wedstrijdpremies. Dat was het. Een overwinning was goed voor veertig gulden, bij verlies moest je het doen met zeven gulden vijftig.’

Door zijn vader Jo, in de Zaanstreek jarenlang een begrip als de linksbuiten van KFC, was Piet al vroeg wegwijs gemaakt in de voetballerij. Piet kreeg als jonge jongen te horen dat hij aan later moest denken. Dus trok de klassieke midvoor als knul van amper negentien jaar naar PSV. Dat vonden ze bij KFC helemaal niet leuk, maar daar kon ‘Pietje Geld’ werkelijk niet mee zitten. Zijn doelpunten werden in Eindhoven nu eenmaal met veel meer geld gehonoreerd dan in Koog aan de Zaan. Dag KFC!

PSV, dat in 1957 het toen als enorm ervaren transferbedrag van 40 000 gulden aan KFC had overgemaakt, ontving van de Italiaanse club Vicenza 25 miljoen lires; toen 275 000 gulden. Men sprake er schande van, in Nederland.

‘Alsof je het over bruine bonen hebt in plaats van guldens’, schreef een krant destijds. Betaald voetbal stond in Nederland nog in de kinderschoenen. Transferbedragen boven de ton kwamen niet voor. Zelf was Kruiver destijds voor veertig mille door PSV gekocht van Koog aan de Zaan Football Club.

Vicenza Calcio

Vicenza Calcio is al meer dan een eeuw oud. Ooit, in het seizoen 1961-1962, speelde een opvallende Nederlander voor deze club, die toen nog Lanerossi Vicenza werd genoemd: Piet Kruiver, alias ‘de blonde Zaankanter’. Hij verdiende zijn contract in Italië door als stormram-midvoor van PSV de keeper van Lanerossi uit de wedstrijd te schoppen. Daar kon men het nuttige wel van inzien in Vicenza; een dag later mocht de ‘blonde Zaankanter’ een koninklijk contract voor drie seizoenen tekenen.

In de lente van 1961 een transfer doordrukken naar Italië, hoe deed je dat? Als voetballer was je in geval van deze ambitie vooral aangewezen op je zelf. De spelersvakbond VVCS was pas vijf maanden eerder opgericht en nog niet toegerust voor de begeleiding van avonturiers, die zoiets uitzonderlijks wilden als voetballen in den vreemde. Kwam bij dat de georganiseerde beroeps- c.q. premie-voetballer in die dagen nog zes jaar bittere strijd met de KNVB voor de boeg had, alvorens zijn status als werknemer in de zin der wet een feit werd.

Vóór de jaren zestig waren enkele Nederlandse voetballers al wel over de grenzen getrokken. Dat gebeurde in de Hollandse amateurtijd. Degenen die deze stap maakten, werden hier te lande door velen als paria’s behandeld. Voetballen voor geld, dat was immers lange tijd een schande. Voetballen deed je voor je plezier, voor de kas van je club en – als international – natuurlijk ook voor de grote KNVB en voor de eer van het vaderland. Wie er anders over dacht, kreeg de mestkar over zich heen. Zo ver liet de befaamde Beb Bakhuys het al komen, toen hij in 1937 van het Haagse HBS naar de Franse profclub Metz overstapte. In de jaren na de oorlog volgde het vertrek van grote spelers als Faas Wilkes (van Xerxes naar Inter Milaan), Cor van der Hart (van Ajax naar Lille), Bertus de Harder (van VUC naar Girondins de Bordeaux) en Kees Rijvers (van NAC naar St. Etienne) maar ook van een minder grote speler als André Roosenburg (van Neptunia uit Sneek naar Fiorentina).

Toen Piet Kruiver in het voorjaar van 1961 zijn doelpunten in de Italiaanse profcompetitie te gelde wilde maken, was het in Nederland al weer geruime tijd ongebruikelijk om die stap te wagen. In Nederland was er tenslotte ook al weer zeven jaar semi-profvoetbal. En in die categorie kon je bij de betere clubs toch ook al gauw honderd gulden voor een overwinning krijgen. Dat vonden Nederlandse semi-profvoetballer echt een bedrág; in 1961. Piet Kruiver vond dat helemaal géén bedrag; in 1961.

Dag PSV!, klonk het vervolgens op 8 juni 1961. Die dag speelde PSV in Vicenza tegen Lanerossi de finale om de zogeheten ‘Vriendschapsbeker’. Dat leek Piet Kruiver wel wat: voetballen bij deze club. Hij wist dat de voetbaltrots van Vicenza via een stel schatrijke industriëlen veel geld had te besteden voor een fysiek sterke en makkelijk scorende midvoor. Dus daags voor de reis naar Noord-Italië, pakte Piet al zijn plakboeken in de koffer. Hij had gehoord dat lichaamskracht en zelfs ruw spel andere en ook aanzienlijke aanbevelingen zouden vormen in de sollicitatie-wedstrijd. Dus beukte de ouderwetse stormram er keihard in. Na een uur gaf hij de Vicenza-doelman een zodanige beuk, dat de arme jongen vervangen moest worden. Piet werd zelf uit het veld gestuurd.

Tot zijn stomme verbazing kwam het bestuur van Lanerossi na afloop van het duel naar hem toe. Of Piet geen zin had het seizoen daarop in de Italiaanse competitie te voetballen. De onvervaarde aanpak van Kruiver, door de kranten in die dagen met zijn geboortestreek in verband gebracht, strekte tot aanbeveling. Voor een bedrag van 275 duizend gulden veranderde Piet de Doorzetter in Il biondo Kruiver.

Uitgekookte Piet ging zaken doen in een competitie waarin geld echt een rol speelde. Italiaanse clubs speelden bijvoorbeeld al met shirtreclame. Op het tricot van Lanerossi Vicenza prijkte een R. Die letter stond voor Rossi, directeur van de Vicentijnse textielfabriek Lanerossi en eigenaar van de naar zijn nering vernoemde voetbalclub.

Kruiver belandde in een wereld waarin hij met Duits en Engels niet terecht kon. ‘Daar werd ik knap nerveus van.’ Het voetbal bood weinig afleiding. ‘Tien man in de verdediging en één man in de aanval. Dat was ik dus. Vreselijk onbevredigend.’

Als Piet de Doordouwer het op z’n Zaans probeerde, kreeg hij met gelijke munt terug betaald. ‘Ik liep eens stevig op een keeper in. Mooi dat ik meteen een kwartier gestrekt lag. Dat heb ik dus nooit meer gedaan.’

Kruiver hield het uiteindelijk maar een jaar uit in Italië, maar de belevenissen waren genoeg voor menig mensenleven. Toen al werd er volgens hem geslikt en gespoten. ‘Je liep anderhalf uur als een gek, maar als de wedstrijd een dag had geduurd, liep je nog.’

Elke week kreeg Kruiver bovendien vitaminen geïnjecteerd omdat het voedsel in de trainingskampen tekort schoot. ‘Steeds weer een miezerig stukje vlees met sla en een beetje soep. ‘s Nachts sloop ik vaak naar de keuken van het hotel om een stuk droog brood te stelen. Echt, ik leefde gewoon als een dief’, zei hij in een interview met Voetbal International.

Ondanks het driejarig contract kon hij na één seizoen vertrekken naar Feyenoord. Ondanks alle ontberingen, nam hij met pijn in zijn hart afscheid. ‘Die menselijkheid bij het vertrek deed me iets. Als je hier bij een club wegging, kon je een schop nakrijgen.’

Twaalf maanden en veel bizarre ervaringen verder, was ‘Pietje Geld’ al weer terug in Nederland. “Het voetbal was een ramp in Vicenza”, sprak Piet. En het voetbal in Nederland zou weer leuk worden, want Feyenoord trok drie ton voor hem uit. Het driejarig contract in Vicenza werd ontbonden, Piet kreeg een leuk aandeeltje van de transfersom. Opgeteld bij de door hem als ‘kolossaal veel’ ervaren verdiensten bij Lanerossi, kon hij ineens beschikken over een som geld, waarmee hij alle andere Feyenoorders de ogen uitstak. De beste spelers van Feyenoord hadden toentertijd een rijtjeshuis of een flat. Piet Kruiver kocht in Papendrecht meteen maar een schitterende bungalow. Dat Piet niet gauw tevreden was, liet hij Feyenoord en de burgemeester van Papendrecht direct weten. “Feyenoord wil dat ik veel doelpunten ga maken. En wat gebeurt me nou hier in Papendrecht? Tegenover mijn bungalow wordt ineens een cafetaria gebouwd. Door de herrie van de brommer-jeugd kom ik nachtrust tekort. Dat lijkt mij in het nadeel van Feyenoord.”

Nachtrust had Piet in Vicenza juist bovenmatig veel gekend. Hij trok van trainingskamp naar trainingskamp. Zijn vrouw en pas geboren dochtertje zag hij maar zelden. Natuurlijk, hij had een riant salaris in Vicenza en ook de winstpremie van duizend gulden was voor een Nederlandse voetballer in 1961 onvoorstelbaar. Piet Kruiver vond het echter ook een vreemde wereld. De Nederlandse correspondent van tal van dagbladen liet hij op zeker moment optekenen en doorseinen: “Piet Kruiver, de Zaanse profvoetballer van Lanerossi Vicenza, weet nu wel wat het harde profvoetbal inhoudt. De leiding van Lanerossi heeft de spelers opgesloten in een kamp, teneinde het moreel en de onderlinge vriendschaps- banden zo sterk mogelijk te maken. Kruiver is al weer ruim twee weken van huis en zijn jonge echtgenote, mevrouw Ria Kruiver-Heidel, mag hem slechts enkele malen opzoeken! Dit alles is mede gedaan om de prestaties op te voeren. Succes is niet uitgebleven, want vorige week won Lanerossi met 0-3. Kruiver heeft de laatste wedstrijden enkele persoonlijke successen behaald en maakte knappe doelpunten. De zware bewaking, waaraan Piet bloot staat is wel oorzaak van blessures. Maar vorige week konden miljoenen Italianen hem weer op het tv-scherm zien.”

Veel doelpunten zagen de Italianen overigens niet van Piet in dat ene seizoen: vier stuks. Piet wist wel waarom het er voor zijn doen zo weinig waren. Dat Italiaanse voetbal was een corrupt zaakje! Je moest nota bene twee keer per dag trainen, je kreeg alleen maar een klein stukje vlees en nauwelijks groente te eten, je werd wekelijks volgestopt met doping, maar wat Lanerossi ook allemaal uithaalde, helpen deed het niks, want de grotere clubs wonnen altijd. “Winnen van de rijke clubs is voor een club uit Vicenza uitgesloten. De scheidsrechters hebben zo verschrikkelijk veel doelpunten van mij afgekeurd, gewoon goede, geldige doelpunten. Ik werd er op den duur gek van.”

Aan zijn Italiaanse avontuur hield Piet Kruiver behalve een mooi banksaldo, ook nog even aan handel in kleding over. Toen hij op de leeftijd van dertig jaar een in veel opzichten versleten lichaam had, moest hij noodgedwongen stoppen met voetballen. Zijn Italiaanse kleding kon hij toen alleen nog slijten in een marktkraam op de Albert Cuyp.


Piet Kruiver scoort koppend een van zijn vele doelpunten voor Feijenoord
foto: Onbekend
Feijenoord en D.W.S.

In 1961 kwam Piet Kruiver vanuit Italië (Vicence) terug als ‘grote meneer’ naar Nederland om bij Feyenoord te gaan voetballen. Elek Schwartz regelde dat. De bondscoach had zo zijn motieven.

In die tijd was het haast onmogelijk om voor het Nederlands elftal uit te komen. De KNVB-regel luidde, dat als je in het buitenland voetbalde, je geen recht had geselecteerd te worden voor Oranje. Later werd die regel herroepen, want de beste spelers kwamen toen al in grote buitenlandse competities uit. Het nationale team moest zo sterk mogelijk worden.

Als bijna enige, goed verdienende fullprof betekende voetbal voor Kruiver zijn enige werk. Zo had hij meer dan genoeg tijd om zich bezig te houden met zijn grote hobby’s: vissen en jagen. Terwijl de meeste van zijn medespelers er een baan bij hadden – zoals Piet Franssen, de melkboer – stak Kruiver in de vroege morgen zijn voeten in zijn laarzen om er op uit te trekken een mooie vis te vangen. De trainingen vonden immers vooral in de middaguren plaats.

In seizoen ’64-‘65, een dag na de wedstrijd tegen GVAV, het huidige FC Groningen, ging Kruiver weer eens op pad. De toen 26-jarige Feyenoord-aanvaller was in die wedstrijd keihard verdedigd door een zeer verdienstelijke speler van GVAV: Martin Koeman. Ook zijn zonen brachten later het een en ander teweeg in de voetbalwereld, maar dit terzijde. Kruiver was blij dat hij die maandag even kon vissen. Hij was bont en blauw getrapt en was toe aan de nodige ontspanning. Na korte tijd te hebben gehengeld sloeg het geluk toe: hij haalde een joekel van een snoek uit het water. Omdat het tijd was om te trainen, gooide hij de snoek in een kleddernatte handdoek achter in zijn auto en reed als een gek naar De Kuip, waar de training zou plaats hebben. Daar aangekomen, zat Kruiver met de snoek in zijn maag. Zonder na te denken gooide hij het beest in het zwembad van de kleedkamer waarna hij zich omkleedde voor de training.

Zoals altijd waren er na de training een aantal spelers haantje de voorste om zo snel mogelijk in het zwembad te duiken. Ook deze keer weer. De spelers renden de kleedkamer in, gooiden hun trainingsspullen uit waarna drie van hen in het bad doken. Kruiver wist natuurlijk wat er zou gaan gebeuren en had van tevoren al een paar medespelers ingeseind. Maar Thijs Libregts, Hans Kraay sr. en Pummie Bergholtz wisten van niets. Ze sprongen spiernaakt het water in. Je kunt je voorstellen wat ze dachten toen er op hetzelfde moment een narrig roofdier in de gedaante van een meterslange snoek met een opengesperde bek tussen hun benen door zwom. Zo snel ze er in waren gesprongen, zo snel waren ze het bad weer uit onder het roepen van de nodige krachttermen. Het verhaal werd nog maandenlang naverteld in De Kuip. Zelfs anno 2019 wordt er nog altijd smakelijk er om dit verhaal gelachen.

Aan zijn vier seizoenen bij Feyenoord bewaarde Piet Kruiver achteraf gezien zijn beste herinneringen. Vooral met Coen Moulijn verliep de samenwerking perfect. ‘Ik heb erg veel doelpunten gemaakt voor Feyenoord. Zonder Coen zou het misschien de helft zijn geweest.’

Toch heette hij in zijn eerste Feyenoord-seizoen Piet Miskoop, ook wel Piet Vuurpijl vanwege de schoten die hoog over het vijandelijke doel gingen. Eddy Pieters Graafland, destijds keeper van Feyenoord: ‘Het was ook niet eenvoudig voor een nieuweling bij Feyenoord. Dat was in die dagen nog echt een toonaangevende club. Elke nieuweling had tijd nodig om zich aan te passen. Maar Kruiver was natuurlijk niet de eerste de beste. Die kwam uit het grote Italië.’

Piet Kruiver was een spits, zoals je ze nu eigenlijk niet meer ziet. Schouten: ‘Tegenwoordig moeten aanvallers meevoetballen.’ Pieters Graafland: ‘Piet was gehaald om te scoren. En met die instelling ging hij ook het veld op. Als-ie niet gescoord had, dan was het geen goede wedstrijd geweest.’ Als ze hem moeten vergelijken met een hedendaagse aanvaller vallen de namen van Kluivert en Van Hooijdonk. Schouten: ‘Hij had niet de techniek van Kluivert, maar in zijn bewegingen deed-ie wel aan hem denken.’ Pieters Graafland: ‘Hij had net zo’n neusje voor goals als Van Hooijdonk heeft.’

Het winnende doelpunt in de thuiswedstrijd tegen Real Madrid beschouwde Kruiver zelf als zijn mooiste. ‘Het was een paar minuten voor tijd. Ik ging in de clinch met de keeper. Hij sloeg mis en via de lat kwam de bal in het net.’ Het Europacupduel leeft vooral voort in de herinnering dankzij de klopjacht van Feyenoorders op Real-back Miera die Moulijn onderuit had gehaald. Kruiver ging op z’n Zaans voor in die strijd.

Met zijn ervaringen in Italië ervoer Kruiver het Nederlandse voetbal als te netjes. Pieters Graafland: ‘Daar had hij ook wel gelijk in. We waren nog tamelijk lief in die tijd.’ Kruiver was al wijzer. Schouten: ‘Piet ging ervoor, maar het was geen gemene voetballer. Zijn overtredingen waren altijd erg opzichtig.’

In 1966 ging Piet Kruiver naar DWS. de eerste full-profclub van Nederland waar hij tot verbijstering van Feyenoord voor koos; na vier mooie jaren in Rotterdam-Zuid. In Amsterdam wilde men de drie mille extra uittrekken, die men te Rotterdam onaanvaardbaar te veel vond. Sportief een achteruitgang misschien, maar voor Kruiver was dat van secundair belang. ‘Je gaat meer geld verdienen en dat is het belangrijkste’, zei Piet Geld in Het Parool en liet naast het interview een advertentie plaatsen. ‘Wegens vertrek naar Amsterdam prachtige bungalow in Papendrecht te koop. Direct te aanvaarden.’

Slechts één seizoen was hij Door Wilskracht Sterk. Zijn zwakke rug begon Kruiver steeds meer parten te spelen en al op dertigjarige leeftijd werd hij afgekeurd voor betaald voetbal. In 186 competitiewedstrijden scoorde Kruiver 111 keer. Kruiver speelde 22 interlands en scoorde 12 keer.

Naast het voetbal heeft textiel zijn leven beheerst. Zijn vader handelde erin en in Vicenza herinnerde de R op het shirt aan textielkoning Rossi. Ook zelf ging hij na het voetbal zijn geld verdienen met de verkoop van kleren: eerst op de Albert Cuypmarkt, later had hij met Het Broekenpaleis een eigen zaak in Krommenie en Zaandam.

Piet Kruiver overleed in 1989 aan kanker. Hij werd slechts 51 jaar.

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen Eredivisie (Feijenoord): 1964/1965
* KNVB Beker (Feijenoord): 1964/1965
Nederlands elftal:
* Interlands 22; doelpunten: 12
Individueel
* Topscorer Eredivise (gedeeld met Willy v/d Kuijlen): 1965/1966 met 23 doelpunten

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, Volkskrant, Trouw, exprofs.nl