101 Nederlandse Voetbaliconen (48) Theo Laseroms

Geboren: 8 maart 1940, Roosendaal
Overleden: 25 april 1991, Zwolle
Positie: Verdediger
Clubs: RBC, NAC Breda, Sparta, Pittsburgh Phantoms, Feyenoord, KAA Gent
Actief: 1956-1974
Doelpunten: NAC Breda (28), Sparta (11), Pittsburgh Phantoms (3), Feyenoord (4), KAA Gent (2)
Nederlands elftal: 6 interlands; doelpunten: 1
Trainer: KVK Ieper, FC Vlaardingen, Heracles Almelo, West Riffa, Bahrein, Al-Nahda, Helmond Sport, PEC Zwolle, Trabzonspor, Çengelköy SKK

Er is voor tegenstanders eind jaren zestig geen doorkomen aan tegen Feijenoord met Theo Laseroms en IJzeren Rinus Israël achterin. Toch is de bikkelharde Laseroms van origine een aanvaller. Bij RBC breekt hij door als een snelle rechtsbuiten. Later bij Sparta poseert trainer Wiel Coerver hem centraal in de verdediging. “Al draagt een trainer mij op te gaan keepen, dan doe ik dat ook,” zegt Laseroms. Hij is klein van stuk, heeft brede schouders en korte benen en loopt als het moet dwars door de muur heen, vandaar de bijnaam de Tank.

Zijn beste jaren als voetballer moeten dan nog komen. Na een tweejarig avontuur in de Verenigde Staten belandt de Brabander bij Feijenoord. De supporters zijn sceptisch over het binnenhalen van de meedogenloze Laseroms. Maar die scepsis slaat snel om in bewondering. Laseroms, de koning van de sliding, vormt met Israël een niets en niemand ontziend duo, dat een belangrijke pijler is onder het succes van de ploeg. Feijenoord wint in 1970 de Europacup I én de Wereldbeker.

De trainersloopbaan van Laseroms heeft niet veel om het lijf. Hij overlijdt in 1991 aan een hartstilstand. Hij is dan pas 51 jaar.


Een juichende Theo Laseroms in 1969 na een overwinning op AC Milan
foto: Onbekend
Matheus Wilhelmus Theodorus (“Theo” ) Laseroms moest ‘Ik mag nooit meer voetballen op straat’ ontelbare malen op het Roosendaalse politiebureau deze strafregels schrijven alvorens zijn vader hem kon komen ophalen. Zijn moeder was dan ook opgelucht toen de oudste van haar vijf kinderen in 1949 lid werd van de plaatselijke voetbalclub RBC. Daar ontpopte Theo zich als een felle rechtsbuiten. Nauwelijks zestien jaar oud kreeg hij een vaste plaats in het eerste elftal. Een jaar later, in 1957, werd RBC kampioen en promoveerde de club naar de eerste divisie. Intussen ging het op school minder goed. Laseroms moest de MULO voortijdig verlaten. Daarna volgde hij in Roosendaal opleidingen voor bankwerker en voor typograaf.

In 1958 werd de semi-prof Laseroms aangekocht door NAC. Bij deze Bredase eredivisieclub ontwikkelde hij zich tot een voorhoedespeler van klasse. Hij kreeg al snel een vaste plaats in het team van Jong Oranje. De voetbaltop bereiken was volgens hem alleen mogelijk wanneer men bij een club in de randstad speelde. Zijn overgang in 1963 naar Sparta betekende daarom voor Laseroms een belangrijke promotie. Bij de Rotterdamse club verwierf hij nationale faam. Door zijn bikkelharde speelstijl, zijn ijzersterke wedstrijdmentaliteit en zijn opvallende verschijning – kort van stuk, brede schouders en korte benen – kreeg hij al snel de bijnaam ‘Theo de Tank’. Ook bij Sparta stond Laseroms in de voorhoede, totdat trainer Wiel Coerver besloot hem als centrale verdediger op te stellen. In 1965 speelde hij zijn eerste interland tegen Noord-Ierland waar hij in totaal zes interlands voor zou spelen. In 1966 won hij de KNVB beker met Sparta.

In die jaren konden nog weinig profvoetballers van hun inkomsten leven. Via bestuursleden van NAC en Sparta vond Laseroms werk als vertegenwoordiger bij een houthandel in Breda en bij een glashandel in Rotterdam. Later zou hij twee slijterijen bezitten, gekocht van het geld dat hij verdiend had in de Verenigde Staten. Als een van de eerste Nederlandse voetballers was Laseroms, begin 1967, naar dit land vertrokken. Door bemiddeling van de Duitse voetbalmakelaar Raymond Schwab kreeg hij een contract bij de Pittsburgh Phantoms. Laseroms’ plotselinge vertrek bij Sparta leidde tot een geruchtmakende rechtszaak wegens contractbreuk. De Rotterdamse club werd een schadevergoeding van 170.000 gulden toegekend, die door de Phantoms werd betaald. Het Amerikaanse verblijf was financieel gezien weliswaar een succes, maar sportief viel het tegen: het Amerikaanse voetbal stond nog in de kinderschoenen. In deze periode strandde zijn huwelijk.

Feijenoord

Na nog geen jaar in de VS keerde Laseroms alweer terug in Nederland, waar hij ging voetballen voor Feyenoord.

Toen Feyenoord hem binnenhaalde vroegen veel fans zich af wat ze met de onverzettelijke maar ogenschijnlijk beperkte verdediger aanmoesten. Onterecht: Laseroms paste als noeste werker in het elftal met op andere plaatsen meer dan voldoende voetbalvernuft en speelde tussen 1968 en 1972 een flinke erelijst bij elkaar.

Eind 1967 keerde Laseroms terug naar Nederland. Hij hertrouwde met Ineke van Gool, die hij al vóór zijn vertrek had ontmoet, en kreeg – met ingang van het seizoen 1968/1969 – een contract bij Feyenoord. In Rotterdam zou Laseroms uiteindelijk worden omgeturnd tot de keiharde en gevreesde verdediger waar iedereen hem van kent.

In ‘de Kuip’ ontvingen de supporters hem, vanwege zijn reputatie van meedogenloze voetballer, met de nodige scepsis, maar hun argwaan maakte al gauw plaats voor bewondering. Laseroms liet zien dat hij met zijn zuivere passes en zijn koptechniek wel degelijk over technische vaardigheden beschikte. Zijn specialiteit was de sliding-tackle over grote afstand, die door het publiek beloond werd met een langgerekt ‘Theóóóóó! Theóóóóó!’.


Theo Laseroms in actie voor Sparta in duel met Johan Cruijff.
foto: Onbekend
Bij Feyenoord kwam Laseroms terecht in wat later het ‘droomelftal’ zou worden genoemd. Met coryfeeën als Willem van Hanegem en Wim Jansen op het middenveld en Coen Moulijn en Ove Kindvall in de voorhoede. In de defensie vormde Laseroms samen met ‘IJzeren’ Rinus Israel een bijna niet te passeren duo, dat kwaliteit koppelde aan hardheid. ‘Eerst de man en dan pas de bal’, was hun lijfspreuk. Zelfs de gevaarlijkste aanvallers van Nederland, de Ajacieden Johan Cruyff en Piet Keizer, hadden tegen hen amper kans. Dat was van belang omdat in de wedstrijden tegen Ajax, waarmee Feyenoord eind jaren zestig, begin jaren zeventig steevast een nek-aan-nekrace voerde, de basis voor het kampioenschap moest worden gelegd.

In 1969, in Laseroms’ eerste seizoen, werd het ‘droomelftal’ niet alleen landskampioen, maar sleepte het ook de KNVB-beker in de wacht. Het jaar daarop won Feyenoord – nu onder leiding van de legendarische trainer Ernst Happel – als eerste Nederlandse club de Europacup voor landskampioenen. Op 6 mei 1970 werd in een zinderende finale in Milaan het Schotse Celtic met 2-1 verslagen. Als Rinus Israël en Theo Laseroms achterin stonden bij Feyenoord, was er geen doorkomen aan. Dat is tenminste wat de overlevering ons wil vertellen. Lang niet altijd waar, natuurlijk. Maar in de Europa Cup I-finale hadden IJzeren Rinus en Theo de Tank hun zaakjes inderdaad goed voor elkaar. Celtic begon als favoriet aan de eindstrijd in Milaan, maar een gaatje vinden in de soms bikkelharde maar goed georganiseerde Rotterdamse defensie ging The Lisbon Lions (naar hun EC-zege in 1967) moeilijk af.

Op 9 september haalde Feyenoord ook de officieuze wereldcup in huis door een 1-0 overwinning – na een bikkelharde wedstrijd – in de Kuip op het Argentijnse Estudiantes de la Plata, na eerder in Buenos Aires met 2-2 gelijk te hebben gespeeld. Als gevolg van de zware internationale verplichtingen moesten de Rotterdammers in 1970 het landskampioenschap aan Ajax afstaan. In het daaropvolgende seizoen eindigde Feyenoord echter opnieuw bovenaan. Ondanks deze successen was Laseroms geen heldenrol in het Nederlands elftal beschoren. In de jaren 1968-1970 speelde hij nog slechts vier interlandwedstrijden, omdat bondscoach George Kessler de voorkeur gaf aan Hans Eijkenbroek, Laseroms’ oude teamgenoot bij Sparta. Zijn tweede interland speelde hij overigens als spits, omdat bondscoach Denis Neville tegen Zwitserland ‘een soort met dynamiet geladen speerpunt’ zocht. De opzet mislukte: Nederland werd uitgeschakeld. Wel scoorde Laseroms tegen Zwitserland het enige doelpunt voor Nederland, met een fraaie kopbal uit een voorzet van Sjaak Swart.

In juni 1972 liep het contract bij Feyenoord van de inmiddels 32-jarige Laseroms af. Hij speelde 4 seizoenen bij Feyenoord en maakte onderdeel uit van het elftal met daarin Eddy Pieters Graafland, Piet Romeijn, Rinus Israël, Theo van Duivenbode, Franz Hasil, Wim Jansen, Willem van Hanegem, Henk Wery, Ove Kindvall en Coen Moulijn. Vanaf het seizoen 1972/1973 kwam hij bij AA Gent nog twee jaar lang in de Belgische competitie uit.

Trainerscarrière Laseroms

Daarna werd hij trainer. Laseroms zou er zeven jaar voor nodig hebben om het A-diploma van de KNVB te halen. De opleiding was hem te theoretisch: ‘ik ga van de praktijk uit’. Hij werkte achtereenvolgens in België bij Ieper (1974-1975) en in Nederland bij de eerste-divisieclubs FC Vlaardingen (1975-1979) en Heracles in Almelo (1980-1982). In 1982 besloot de avontuurlijke Laseroms zijn geluk opnieuw in het buitenland te beproeven. Als een van de eerste Nederlandse trainers vond hij werk in het Midden-Oosten. Hij werd oefenmeester van de club West-Riffa in Bahrein en van het nationale elftal van dit oliestaatje en later ook van de club Alnahda in Saoedi-Arabië. Na vijf jaar kreeg hij genoeg van dit ‘speeltuinvoetbal’, en eind 1987 keerde hij terug naar Nederland, waar hij de rest van het seizoen werkzaam was bij Helmond Sport.

In 1988/1989 trainde Laseroms PEC Zwolle, zijn eerste en laatste eredivisieclub. Hier beleefde hij de grootste teleurstelling uit zijn loopbaan, omdat zijn elftal degradeerde, waarna de spelers het vertrouwen in hem opzegden. Laseroms kon maar moeilijk wennen aan het tactischer voetbal dat in de jaren tachtig in Nederland werd gespeeld. Ook de veranderde mentaliteit van de nieuwe generatie spelers viel hem tegen. ‘Mijn visie is: voetbal moet uit je hart komen – en bij deze groep komt voetbal niet uit het hart. (…) Er zijn jongens die denken met een minimum aan inspanningen een maximaal rendement te kunnen halen’.

Uit op eerherstel vertrok Laseroms in juli 1989 naar Turkije. Hij werkte daar eerst een jaar bij de eerste-divisieclub Trabzonspor, daarna werd hij trainer in de derde divisie, bij Cengelköy. Ook in Istanboel zou Laseroms niet lang blijven. Hij moest vertrekken omdat de voorzitter van de club – bij wie hij persoonlijk in dienst was – door speculaties grote schulden had gemaakt. Begin 1991 keerde Laseroms terug naar Nederland. Hij was op zoek naar een nieuwe werkgever toen hij, pas 51 jaar oud, getroffen werd door een hartstilstand.

Buiten het veld was Laseroms een enthousiaste prater en een beminnelijk mens. Op het veld was hij genadeloos. Vooral zijn jaren bij Feyenoord bezorgden hem grote bekendheid als de helft van het roemruchte duo dat hij met Rinus Israel vormde. In zijn tijd gold hij als de ideale centrumverdediger. Zoals zijn teamgenoot – en concurrent – Eijkenbroek het uitdrukte: ‘Het was gemakkelijker van Oost- naar West-Duitsland te komen, dan Theo Laseroms te passeren’.

Theo Laseroms was de eerste Nederlandse voetballer met een gele kaart

Laseroms was op 1 september 1971, in een oefenwedstrijd tussen Feyenoord en Lierse SK de eerste Nederlander die een gele kaart ontving. De gele en rode kaart werden in 1970 ingevoerd om taalproblemen tussen spelers en scheidsrechters op te lossen. Nee, niet Willem van Hanegem was de eerste Nederlander die geel kreeg.

Blijft de vraag over welke Nederlandse speler als eerste een gele kaart kreeg. Willem van Hanegem kreeg die inderdaad op 13 augustus 1972 tijdens Feyenoord – NEC, maar daarmee was niet de eerste die dag dit overkwam. De Volkskrant toonde in 2016 aan dat Eltje Edens van Veendam met deze eer ging strijken,

En zelfs dan zijn we er nog niet, want op Europees niveau hadden enkele Nederlanders ook al eens geel gezien, zoals Johan Neeskens op 3 november 1971 in de Europa Cup 1-wedstrijd Ajax – Olympique Marseille. En nog eerder Henk ‘Charly‘ Bosveld tijdens Levski Spartak Sofia – Sparta voor de Europa Cup 2. “Bosveld kreeg direct een gele kaart voorgetoverd toen hij wat al te luidruchtig commentaar gaf op de leiding”, aldus De Tijd in het wedstrijdverslag.

Die waren allemaal eerder dan Edens, maar de alleroudste melding is van 1 september 1971 toen Feyenoord een vriendschappelijke wedstrijd speelde tegen het Belgische Lierse SK. In het wedstrijdverslag van het Vrije Volk stond: ’59 min.: Gele kaart voor Laseroms, die naar Ressel trapte. (In België werken de scheidsrechters volgens Mexico-systeem. ‘n Gele kaart betekent laatste waarschuwing, de volgende keer ga je op de bon). Geen gele kaart in een officiële wedstrijd dus, maar geel is geel. En daarom is Theo Laseroms de eerste Nederlander, die werd gestraft met een gele kaart.

In Rotterdam is een straat naar Laseroms vernoemd, in Roosendaal of Breda (nog) niet.

Prijzenkast en erelijst:

* KNVB Beker (Sparta): 1966
* Kampioen Eredivisie (Feijenoord): 1968/69, 1970/71
* KNVB Beker (Feijenoord): 1968/69
* Intertoto Cup: 1968
* Europacup I (Feijenoord): 1969/70
* Wereldbeker voor clubteams (Feijenoord): 1970
Nederlands elftal:
* Interlands 6; doelpunten: 1

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, kentudezenog.nl, sportgeschiedenis.nl, bndestem.nl, resources.huygens.knaw.nl