101 Nederlandse Voetbaliconen (49) Tonny van der Linden

Geboren: 29 november 1932, Zuilen
Overleden: 23 juni 2017, Vianen
Positie: aanvaller
Clubs: DOS, Elinkwijk
Actief: 1950-1970
Doelpunten: 208 (DOS)
Nederlands elftal: 24 interlands; doelpunten: 17
Trainer:

Het weekblad Sport en Sportwereld van maandag 16 juni 1958 bericht over de kampioenswedstrijd tussen SC Enschede en DOS. Journalist Martin Bremer beschrijft het winnende doelpunt van DOS-spits Tonny van der Linden als volgt: “Eindelijk kreeg aanvoerder Van der Linden de kans om zijn behendigheid met de bal te demonstreren. Goochelend met de bal beurtlings op de voet en op het hoofd legde hij een tweetal Enschedese verdedigers in de luren. Om daarna een schot te lossen dat doelman Van der Wint blijkbaar totaal verraste.”

Die treffer maakt het Utrechtse Door Oefening Sterk voor het eerst in zijn bestaan kampioen van Nederland. Tonny van de Linden is een sieraad voor de voetbalsport. Een sierlijke aanvaller, wiens bescheidenheid een transfer naar een grote buitenlandse club in de weg staat.

Hij blijft DOS lang trouw, maar hij bewaart weinig goede herinneringen aan zijn afscheid van de club, in 1967. Na een wedstrijd tegen Ajax krijgt Van der Linden een enveloppe zónder inhoud.


Tonny van der Linden in actie namens DOS tegen Feyenoord van een andere Utrechter, Hans Kraay.
foto: ANP
Anthonie (Tonny) van der Linden begon zijn voetballoopbaan bij de amateurclub VV Voorwaarts. De legendarische DOS trainer Jaap van der Leck zag een junior van Voorwaarts met onwaarschijnlijke precisie de ballen steeds over de sloot trapte naar het trainingsveld van DOS aan de Marnixlaan. De jonge Tonny van der Linden werd prompt aangenomen als lid. “Ja, zo is het allemaal begonnen. Alsof het gisteren was, ik zie Van der Leck nog verbaasd staan kijken.”

In 1950 verkaste hij naar DOS, alwaar hij twee jaar later tegen RCH debuteerde in het eerste elftal onder trainer Jaap van der Leck. Twee maanden erna scoorde hij al zijn eerste competitiegoal tegen De Volewijckers. Het begin van een rijke doelpuntengeschiedenis. Van der Linden ontpopte zich in no time tot een goalgetter van het zuiverste soort. Tonny scoorde altijd en overal. Een ouderwetse linksbinnen met een feilloos gevoel voor timing en een ziedend schot. Hij werd weleens verweten lui te zijn, maar schijn bedriegt. Hij was vooral slim. Boekte de meters die nodig waren en sloeg verpletterend toe op het juiste moment.

Ton van der Linden was de absolute vedette van DOS, maar hij had de reputatie geen gedreven voetballer te zijn. “Dat onzinnige verhaal moet maar eens de wereld uit, ik was juist erg bezeten van voetbal. Op de training liep ik altijd voorop, het was heerlijk om je lichaam af te matten. Maar ik liep me niet uit de naad op domme ballen, ik bewaarde mijn energie liever voor beslissende acties. Pepi Gruber had daar geen moeite mee, onze trainer had zelf aan de top gevoetbald en kon zich daarom inleven in talentvolle spelers. Het waren gekke tijden, Gruber was zelf bereid om het gras bij mij thuis te maaien zodat ik me niet te veel zou vermoeien. Aan die onzin deed ik niet mee, ook niet aan zijn suggestie om iedere morgen een paar geklutste eieren te eten. Maar dat hoorde bij die man, hij had heel eigen opvattingen” zegt hij in een interview met het DOS blad

Toen in het seizoen 1956/57 voor het eerst de professionele competitie in de eredivisie van start ging, zou Van der Linden het allereerste doelpunt maken.

DOS landskampioen

Met Tonny van der Linden als grote vedette won DOS – Door Oefening Sterk – in 1958 het landskampioenschap. Een unieke prijs en daarmee het absolute hoogtepunt in de historie van de Utrechtse club. Pepi Gruber, de Oostenrijkse succestrainer van dienst, had een uitgebalanceerd elftal tot zijn beschikking. Naast Tonny van der Linden maakten ook spelers als Frans de Munck, Hans Kraaij, Louis van den Bogert, Henk Temming, Cor Luiten en Andries Nagtegaal onderdeel uit van de ‘Gele Kanaries’. De meeste spelers waren rasechte Utrechtenaren, in sommige gevallen waren het ook nog eens familiegenoten. Een hecht vriendenteam dat voor elkaar door het vuur ging. En wie anders dan Tonny van der Linden zou in 1958 een hoofdrol spelen bij het behalen van de historische landstitel ?

We gaan terug naar 15 juni dat jaar. DOS speelt een beslissingswedstrijd om het landskampioenschap tegen SC Enschede. De wedstrijd was nodig omdat beide elftallen met 47 punten gelijk geëindigd waren in de competitie. Op neutraal terrein moest de beslissing vallen. Theater van dienst: Stadion de Goffert in Nijmegen. Bijna 40.000 fans bezochten de wedstrijd die in een verzengende hitte van meer dan 30 graden gespeeld moet worden. In het stadion van DOS volgden ook nog eens 14.000 supporters de wedstrijd. Hoe? Door mee te luisteren met een radio-verslag. Heel Utrecht leefde mee.

De wedstrijd was overigens niet alleen Utrecht tegen Enschede, maar ook Tonny van der Linden tegen Abe Lenstra. De Friese vedette bouwde op dat moment zijn carrière af in Tukkerland.

De wedstrijd zou meer spannend worden dan goed. De hitte kostte de spelers van beide elftallen veel energie. Een van de weinige opwindende momenten was het afgekeurde doelpunt van SC Enschede-speler Gerrit Moddejonge vanwege vermeend buitenspel. Maar dan vindt Tonny van der Linden het in de derde (!) verlenging welletjes. Hij speelt tot dan toe een onopvallende wedstrijd, maar dan komt ZIJN moment. Hij wacht op een bal van Cor Luiten die de bal inspeelt, loopt slim langs twee verdedigers en schiet met zijn zwakke linkerbeen de bal in de verste hoek, keeper Jan van der Wint is kansloos! Het onmogelijke is gebeurd: DOS wint en is kampioen van Nederland!

Het verslag uit het weekblad Sport en Sportwereld (van maandag 16 juni 1958, prijs 28 cent) kent iedere rechtgeaarde DOS-supporter uit het hoofd. Journalist Martin Bremer beschrijft het winnende doelpunt daarin van aanvoerder Van der Linden. De voetbaljournalist vervolgt zijn verhaal met het beschrijven van de euforie die in het met 38.000 toeschouwers volkomen uitverkochte stadion De Goffert losbarstte. “Vrijwel op hetzelfde moment was Van der Linden verdwenen, bedolven onder zijn uitgelaten medespelers. Even later verscheen hij weer, nu op de schouders van de vele Utrechtse supporters die meteen bezit hadden genomen van de grasmat. Het doelpunt van Van der Linden betekende dat DOS voor het eerst in zijn bestaan kampioen van Nederland was geworden.”

Ton van der Linden spreekwoordelijke nuchterheid viert de boventoon. “Van het doelpunt weet ik alleen dat die bal bij toeval op het doel van Enschede werd gejoekeld. Ik zag zo gauw niemand vrij staan en voor een soloactie was het veel te heet. Ik kon dat ding dus niet kwijt en besloot intuïtief te schieten. Daar kunnen blijkbaar mooie dingen van komen, zoals een landskampioenschap. Het gebeurde ook nog met m’n iets zwakkere linkervoet, zo weet ik me nog te herinneren.” Hij scoorde dat seizoen al 27 keer in 32 wedstrijden.

Een groot feest zou volgen. In Tivoli vierden de spelers het kampioenschap tot in de kleine uurtjes. De kanaries werden voor hun wereldprestatie beloond met een horloge; een rijtour door Utrecht zou volgen als huldiging. Een tour die Tonny overigens moest missen omdat zijn schoonvader net na de wedstrijd was overleden. De Domstad was in opperste staat van euforie. Een unieke prestatie was geleverd.

De titel in 1958 is nog altijd het enige Utrechtse landskampioenschap ooit. Helaas voor de club bleek dit niet de opmars naar grotere successen. De beste spelers vertrokken en er kwamen mindere voor terug. DOS slaagde er niet in om het grote succes te consolideren en zakte langzaam af naar lagere regionen in de Eredivisie. In 1971 zouden DOS, Velox en Elinkwijk fuseren tot een gezamenlijke profclub: FC Utrecht.

Tussen 1952 en 1967 werd Van der Linden door voetballiefhebbers in de Galgenwaard op handen gedragen. Tonny, zoals iedereen hem liefkozend noemde, was een stilist, een briljant technicus met een verwoestend schot in de benen. Van der Linden wordt met Anton Geesink beschouwd als de grootste sporticoon van Utrecht. Ook Marco van Basten hoort in dat rijtje thuis, maar die heeft zich nooit in eigen stad gemanifesteerd.

Ondanks interesse van een groot aantal nationale en internationale clubs zou Van der Linden als een van de weinige sterkhouders DOS trouw blijven. Aan interesse ontbrak het niet. Het lijstje van clubs dat naar zijn diensten hengelde was groot. De aanvaller kon naar Valencia, destijds een topclub in Spanje. Maar Tonny weigerde. Hij was net getrouwd en was een sigarenzaak begonnen. Later stond Fiorentina bij hem aan de deur, maar DOS hield de doelpuntenmachine netjes aan zijn contract dat nog twee jaar doorliep. Later meldden Ajax en Feyenoord zich nog, maar zij waren niet bereid om de gevraagde 250.000 euro te betalen. Ook een transfer naar GVAV ging op het nippertje niet door. Coen Moulijn zei ooit: “Tonny was een geweldige spits, maar in Italië of Spanje zou hij nog beter zijn geworden. Hij zat bij de verkeerde club.” In Utrecht waren de fans er maar wat blij mee dat hij de Domstad trouw bleef.

Tonny van der Linden zou uiteindelijk in 1967 afscheid nemen van DOS vanwege gezondheidsproblemen. In maart werd hij gehuldigd met een ereronde voorafgaand aan DOS – Ajax. In het boek ‘Tonny’, dat geschreven is ter ere van zijn 75-jarige leeftijd vertelt hij: “Ik kon het zomaar benauwd krijgen. Alleen met sporten had ik aanvankelijk geen last. Tot die wedstrijd tegen MVV in 1967. Hartkloppingen, benauwd. Toen dacht ik: straks ga ik op het veld de pijp uit. Ik heb er voor de vorm nog een nachtje over geslapen, maar mijn besluit stond eigenlijk vast. Stoppen.” Het besluit kwam als een donderslag bij heldere hemel bij het DOS-bestuur, dat de zaak niet vertrouwde, ook omdat de dokter gezegd zou hebben dat hem lichamelijk niets mankeerde. Hij kreeg met de ereronde nog wel een afscheid. Maar dat liep uit op een grote teleurstelling voor Tonny: hij kreeg een lege enveloppe van zijn club. Hij voelde zich zwaar in de steek gelaten. Later zou van de Linden toch nog de voetbalkicksen aantrekken bij zowel de prof- als de amateurtak van Elinkwijk.

Toen hij nog in zijn Viaanse flat woonde deed vrijwel niets denken aan de roemrijke DOS-jaren, alleen van het afscheid is een kleinood terug te vinden op de kast. Bij nader inzien blijkt het geen geschenk van de Kanaries maar van Ajax te zijn, een maquette met bijpassende tekst. Misschien symbolisch voor het tekort aan respect dat de beste voetballer die Utrecht ooit heeft voortgebracht, uit eigen gelederen kreeg. Over zijn afscheid in Galgenwaard tegen Ajax wilde Van der Linden zelfs helemaal niet meer praten, want dan moet de befaamde enveloppe zonder inhoud weer te sprake komen. “En dan maak ik me weer kwaad en daar heb ik alleen mezelf mee. Maar het steekt nog steeds.”

Hij was een ouderwetse pingelaar die met beide benen vernietigend kon uithalen. Hij had een bloedhekel aan meeverdedigen, evenals aan mandekking. Als iemand niet van zijn zijde wilde wijken, liep hij weleens naar de dugout en keek of de speler hem volgde. Zijn zoon John van der Linden, die later als spits ook voor FC Utrecht speelde, haalde dezelfde grap ook weleens uit.

Tijdens zijn voetbalcarrière werkte hij al deels in het bedrijf van sanitair en kachels van zijn vader, dat hij overnam maar later verkocht. Daarna was hij enige tijd makelaar, kroegeigenaar en exploitant van een sportcafé. Ook deed hij scoutingswerk voor FC Utrecht. Dat duurde niet lang. ‘Hij was niet altijd gemakkelijk’, zegt zijn zoon John. ‘Hoewel hij het grote geld niet verdiende, hebben we het als kinderen nooit slecht gehad.’ Tonny van der Linden verdiende in zijn hoogtijdagen maar 5.000 gulden per jaar.


1966: DOS aanvoerder Tonny van der Linden in de Utrechtse stadsderby in duel met Jos Gademand van Elinkwijk.
foto: ANP
Elinkwijk

In 1967 verhuisde hij van DOS naar stadsgenoot Elinkwijk, waar hij nog drie jaar zou spelen. Een van zijn niet geringe verdiensten is dat hij Johan Derksen tot zwijgen bracht. Derksen speelde in het seizoen 1968/1969 met SC Cambuur tegen het Utrechtse Elinkwijk waar de illustere DOS-spits Tonny van der Linden in zijn nadagen was terechtgekomen. Tien jaar eerder had Derksen als klein jongetje op de tribune gezeten van stadion De Goffert, waar DOS kampioen van Nederland werd met de enige door Van der Linden.

Derksen besloot hem geen millimeter te gunnen. ‘Ik heb Van der Linden geïntimideerd, uitgescholden voor ouwe lul, getackeld op zijn achillespezen en met gestrekt been bestreden. Van der Linden kwam niet tot scoren, maar ik schaam me nog steeds als ik hem tegenkom. Die blik in zijn ogen zal ik nooit vergeten. De sierlijke aanvaller zei niets, liet alles maar over zich heen komen’, zo schreef hij in 2007 in Voetbal International.

Volgens Faas Wilkes, Abe Lenstra en Coen Moulijn behoorde Van der Linden tot de buitencategorie. Topclubs in binnen- en buitenland wilden hem wat graag inlijven, maar zijn bescheidenheid en angst voor het onbekende stonden hem een loopbaan lang in de weg. ‘Als hij bij Feyenoord of Ajax had gespeeld, had ‘ie een veelvoud van die 24 interlands gespeeld’, zei Moulijn ooit.

Oranje

Tonny van der Linden liet zich ook bij Oranje niet onbetuigd. Tussen 1957 en 1963 kwam hij in totaal 24 keer uit voor het Nederlands Elftal, hij scoorde hierin zeventien keer. Dat hij niet meer interlands speelde, had enerzijds te maken met het feit dat Oranje toentertijd veel minder vaak speelde en anderzijds met het feit dat de bondscoaches de voorkeur gaven aan Faas Wilkes en Abe Lenstra.

Zijn beste wedstrijd was tegen Bulgarije toen hij driemaal scoorde in een 4-2 gewonnen wedstrijd. De interland tegen Bulgarije met debutant Humphrey Mijnals en doelman Frans de Munck zodat voetbalstad Utrecht met drie internationals van de partij was. “Eén van de beste wedstrijden die ik in Oranje heb gespeeld, met drie mooie doelpunten. Landen als Bulgarije en Hongarije lagen me beter dan bijvoorbeeld België, tegen dat land heb ik niet vaak uitgeblonken. Die spelstijl lag me niet terwijl het tegen technische vaardige tegenstanders meestal lekker ging.” Drie treffers maakte Van der Linden tegen doelman Nadenov, het was begin april 1960. “Ik was toen op mijn top, waarschijnlijk had ik toen beter naar collega Faas Wilkes moeten luisteren. Hij beweerde dat Italië aan mijn voeten zou liggen, maar ik ging liever op vakantie naar Texel om telefoontjes van makelaars te ontlopen. Mijn gezin werd gek van alle aanbiedingen en daar was het lekker rustig. Ik speelde op safe en bleef bij DOS.”

Hij staat nog in de Top Twintig van Oranje-schutters. “Wanneer je bedenkt dat er toen beduidend minder interlands werden gespeeld dan tegenwoordig, mag ik niet ontevreden zijn. We hadden toen klassespelers als Wilkes, Rijvers en Lenstra. Daar kwam je niet zomaar tussen. Er wordt vaak beweerd dat die vroegere cracks tegenwoordig niet meer aan de bak zouden komen, maar dat is onzin. Ze hadden zoveel technische bagage en voetbalinzicht, dan lopen er vandaag de dag hele volksstammen die hun veters nog niet zouden mogen vastmaken en toch de grootste praatjes hebben. En dan heb ik het nog niet eens over de bal die toen twee keer zo zwaar was als tegenwoordig.”

Van der Linden was een van de beste naoorlogse spitsen van Nederland. Op de eeuwige topscorerslijst, aangevoerd door Willy van der Kuijlen, staat Van der Linden op de vijfde plaats. Hij maakte 208 competitiedoelpunten in de Eredivisie (waaronder het allereerste in 1956), plus nog eens 48 in de eerste twee jaar van het betaalde voetbal toen de hoogste klasse nog gevormd moest worden.

Ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag in 2007 verscheen TONNY, een biografie met dvd over de oud-international. Hij overleed in 2017 op 84-jarige leeftijd.

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen Eredivisie: 1957/58
Nederlands elftal:
* 24 interlands; doelpunten: 17

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, Volkskrant, Voetbal International, kentudezenog.nl, dos1958.nl