101 Nederlandse Voetbaliconen (52) Aad Mansveld

Geboren: 14 juli 1944, Den Haag
Overleden: 5 december 1991, Den Haag
Positie: Verdediger
Clubs: ADO Den Haag, Feyenoord, FC Utrecht
Actief: 1964-1982
Doelpunten: ADO Den Haag (71), Feyenoord (8)
Nederlands elftal: interlands 6
Trainer: FC Den Haag (jeugd),HVV Laakkwartier, H.s.v. Oranje Blauw, SV ’35

De beste speler uit de historie van ADO en FC Den Haag. Daar hoeven de fans van de club niet lang over na te denken. Aad Mansveld is Mister Den Haag. De stijlvolle ausputzer, zoon van een verwarmingsmonteur, is in totaal 27 jaar lid van ADO/FC Den Haag als hij in 1977 naar Feijenoord overstapt.

Maar naam maakt hij in en om het Zuiderpark, waar later een tribune naar hem wordt genoemd. Ook siert een standbeeld het Haagse Heldenplein voor het huidige Kyocera Stadion. Mansveld is niet alleen een sierlijke speler, voor een verdediger scoort hij opmerkelijk veel. Vaak zijn het treffers van grote afstand. In een Europacupduel met West Ham United scoort hij zelfs driemaal.


Aad Mansveld heerser over de grond en in de lucht.
foto: Onbekend
Adriaan (Aad) Mansveld was een typische exponent van die unieke generatie spelers die het Nederlandse voetbal voor eeuwig wereldfaam bezorgde. De jongens die net na de Tweede Wereldoorlog opgroeiden, hun eigen boontjes leerden doppen en voor niets en niemand bang waren. Met zijn speelstijl – altijd inschuiven en een mannetje-meer creëren op het middenveld – en snoeiharde spel stond hij aan de basis van wat we later Totaalvoetbal gingen noemen. Adriaan Aadje – in het Haagse dialect: ‘Aadsjuh’ – Mansveld groeide, samen met zijn oudere zuster Hennie, op in de Haagse volkswijk het Laakkwartier. Mansveld bezat een geweldige lange trap, was de regisseur van de verdediging, veelvuldig doelpuntenmaker en had een vlijmscherpe tackle. Adriaan Mansveld, schoffie van Laakkwartier, icoon van ADO en FC Den Haag, hoorde bij de allerbesten. Maar zijn loopbaan werd er een van vallen en opstaan.

Het was voor de mensen uit Laakkwartier van zelfsprekend dat Aad ging voetballen bij de voetbal vereniging HVV Laakkwartier, toch deed Mansveld dat niet wat hem veel commentaar opleverde bij zijn vriendjes die daar wel allemaal speelden. Nadat hij de lagere school en de Capadose-school voor voortgezet lager onderwijs had bezocht, trad hij in het voetspoor van zijn vader en was hij van 1960 tot 1968 werkzaam als verwarmingsmonteur. Voetbal en honkbal waren Aadjes grote liefhebberijen. Voor beide takken van sport had hij talent, maar toen hij op vijftienjarige leeftijd een keuze moest maken, koos hij voor het voetbal, zowel om het aanzien als vanwege de financiële mogelijkheden.

Aadje speelde toen al zeven jaar bij ADO, en zijn keus had hij mede gemaakt onder invloed van zijn neef Frans Kok, keeper bij het eerste elftal van deze Haagse club. Aanvankelijk was hij geen groot talent, maar een jeugdtrainer zag in de redelijke linksbinnen een prima verdediger aanvankelijk als voorstopper, maar al snel bleek de positie van laatste man voor hem het geschiktst. Op deze plaats ontwikkelde hij zijn grootste kwaliteiten: het inschuiven op het middenveld, het schot van lange afstand en de feilloze pass over tientallen meters.

Daarna klopte hij toch aan de deur van het eerste elftal van ADO. Het bestuur zag het niet in hem zitten, de nieuwe Oostenrijkse trainer Ernst Happel durfde de gok wel aan. Mansveld kreeg een profcontract: 600 gulden ging hij verdienen. Per jaar, wel te verstaan. Op 2 augustus 1964 debuteerde Mansveld in het eerste elftal van ADO – dat op dat moment in de top van de eredivisie speelde – in een oefenwedstrijd tegen Borussia Dortmund; drie weken later nam hij deel aan zijn eerste competitiewedstrijd. Een jaar later was hij vaste keus. Hij bleek enorme kwaliteiten te bezitten: leiderschap, hardheid, maar vooral een prachtige pass die naar het leek op afstand bestuurd door de lucht zeilde om in de voeten van het doelwit te landen. Als Mansveld van afstand op goal schoot, was er voor de keeper vaak geen grijpen aan.

Als voorstopper werd hij ook gevreesd door het opzetten van een-tweetjes met zijn middenvelders (Dick Advocaat, Piet de Zoete) teneinde tot scoringspogingen te komen. Een vergelijking met de stijl van Franz Beckenbauer ligt daarbij voor de hand. Als aanvoerder van het team was hij het boegbeeld, een situatie waaraan hij als risicominnend voetballer enigszins moest wennen. Een voorbeeld dat hierin vaak wordt geciteerd is zijn opzettelijke handsbal in een wedstrijd tegen Ajax teneinde ervoor te zorgen dat Ajax de wedstrijd won. Dit was nodig omdat ADO in 1968 de KNVB beker van Ajax had gewonnen en deel kon nemen aan het toenmalige Europa Cup II-toernooi als Ajax kampioen zou worden. Door de handsbal kreeg Ajax een penalty, scoorde en won met moeite de wedstrijd.

Door zijn goede prestaties kwam hij in de belangstelling van clubs als Ajax, PSV, Feyenoord en het Belgische Anderlecht, maar als Hagenees kon hij kennelijk niet buiten het Zuiderpark en bleef Mansveld bij ADO. Na de fusie van ADO met Holland Sport (1971) ging Mansveld mee naar FC Den Haag waar hij het – met twee onderbrekingen – tot 263 wedstrijden (77 doelpunten) bracht. In 1975 won ADO de KNVB beker voor de tweede keer en het seizoen daarop speelde de club weer in het EC II-toernooi.

In 1975 kreeg Mansveld de gelegenheid mede-eigenaar en aandeelhouder te worden van een aantal aannemerijen met de verzamelnaam ‘ZweMaVa’, waarbij ‘Ma’ stond voor Mansveld. In totaal werkten er ruim honderd personen voor het bedrijf. Mansveld gaf, zo goed en zo kwaad als mogelijk, mede leiding, waartoe hij nogal eens moest schipperen met zijn trainingen bij de club. De toekomst voor de Haagse voetballer leek in de ondernemerswereld te liggen. Om zijn inkomen in de toekomst te garanderen kocht Mansveld in 1979 aan de Genestetlaan in Den Haag een winkelpand. Hierin vestigde hij een sportzaak, nadat hij zijn aandeel in ZweMaVa met winst had overgedaan.

Ter ere van het 100 Jarig bestaan Gala van ADO Den Haag in het Circus Theater vertelde Kees Jansma een anekdote over Mansveld. “Aad Mansveld was voor niets en niemand bang en zeker niet voor de grote clubs.

Ik weet nog goed hoe in zijn tijd PSV doodsbang was voor Mansveld en de zijnen. In het oude Zuiderpark lagen de toiletten van de spelers tussen de twee kleedkamers in en op een woensdagavond, pal voor het Haags/Eindhovens topduel, stapten Mansveld, doelman Ton Thie en doelman Jan van Beveren gezamenlijk op de twee beschikbare toiletten af. Van Beveren, altijd even geniaal als nerveus, moest hoog nodig, maar Mansveld en Thie sneden hem de pas af en namen ieder plaats op het toilet.

Ikzelf, als opgewonden reporter, sloot ook aan, achter Van Beveren. Die trappelend van ongeduld de discussie tussen Thie en Mansveld, die over de w-c deuren met elkaar spraken, volgde. Nerveus, hé, die Van Beveren, zei Mansveld; zag jij het ook, zei Thie, volgens mij schijt-ie nou al in zijn broek…….Logisch zei Aad, ik scoor altijd tegen hem en hij weet dat ik in vorm ben. Probeer jij die vrije trappen weer eens, zoals die van de week op de trainingen liepen zei Thie; ik maak er twee vanavond zei Mansveld, die hoorbaar een sigaretje aanstak, ik voel het gewoon nu ik hier op me gemakkie zit……Uiteindelijk vroeg Van Beveren of hij misschien ook effies mocht, waarna Aad sorry zei en Jan bij het verlaten van het toilet lachend een sigaretje aanbood.

Tijdens de wedstrijd kreeg Mansveld twee vrije trappen, die hij er vanaf 30 meter in ramde. Het werd 4-1 voor FC Den Haag.

Vaak genoeg twijfelde hij in die tijd aan zijn toekomst, maar de Joegoslavische trainer Vujadin Boskov hielp hem erbovenop. Met Boskov vierde Mansveld zijn grootste successen: winst in de KNVB Beker 1975 met FC Den Haag na een 1-0 zege in de finale op FC Twente’65 (slimme vrije trap van Mansveld, afgewerkt door Henk van Leeuwen) en het jaar erna de legendarische kwartfinale om de Europa Cup II tegen West Ham United. Ruim vier miljoen televisiekijkers zagen Mansveld binnen 38 minuten een zuivere hattrick scoren en Den Haag leidde met 4-0 bij rust, om na de rust in te zakken: 4-2. Mansveld was groots in dat duel, leidde zijn ploeg in woord en daad, was de Beckenbauer van de Lage Landen. In de return ging het mis. Desalniettemin was Aad Mansveld na dat tweeluik een legende.

In 1977 maakte Aad Mansveld de overstap naar Feyenoord. Voor de FC Den Haag supporter een afknapper die veel pijn deed in Den Haag. Mansveld verklaarde zelf hierover dat hij op dat moment 34 jaar was en bij FC Den Haag een tienjarig contract wilde hebben. Mansveld wilde destijds nog 2 jaar voetballen om daarna uit te groeien als Technisch Directeur cq Manager. Omdat in die tijd deze functie totaal niet bestond in het betaalde voetbal deed het toenmalige bestuur hier lacherig over. Aad kon met zijn overstap zijn financiële toekomst veiligstellen en vertrok naar Rotterdam. Bij Feijenoord speelde hij 22 competitiewedstrijden en scoorde hij acht keer.


Aad Mansveld in duel met Bennie Muller van Ajax.
foto:ANP
Na anderhalf jaar kocht FC Den Haag Mansveld terug van Feyenoord. Na twee seizoen FC Den Haag stapte Mansveld over naar FC Utrecht. FC Den Haag kwam in 1981 in grote financiële problemen. De gemeente nam FC Den Haag over. Mansveld inmiddels 37 was toen te duur. Mansveld zelf ging er van uit dat hij niet meer op het veld terecht kwam en ging met zijn gezin op vakantie naar Spanje. Tot zijn eigen verbazing kwam de voorzitter van FC Utrecht Mansveld opzoeken in Spanje. FC Utrecht ging er vanuit dat Mansveld nog een jaar zou bij tekenen bij FC Den Haag en mede door het vertrek van Wim van Hanegem wilde FC Utrecht Mansveld inlijven.

Slechts een half jaar zou zijn periode bij FC Utrecht gaan duren. Hij speelde slechts twaalf competitiewedstrijden voor FC Utrecht. Het was geen succes, omdat hij werd ingezet op het middenveld, en daar lagen zijn kwaliteiten niet. Bovendien was hij met zijn 37 jaar eigenlijk te oud om het middenveld te kunnen belopen. Trainer Han Berger keek er bijna veertig jaar later zelfkritisch op terug: ,,Ik heb Aad in een situatie gebracht waarin hij eigenlijk niet meer kon slagen.”

Na een half jaar Utrecht en FC Den Haag op de voorlaatste plaats belande in de Eredivisie kocht Mansveld met wat hulp van sponsoren van FC Den Haag zich zelf vrij om vervolgens weer terug te keren bij FC Den Haag dat in grote degradatienood verkeerde. Hij keerde terug op het oude nest om FC Den Haag van de degradatie te redden, maar trainer Cor van der Hart, nota bene de spil van wie hij vroeger plakboeken bijhield, zette hem zonder pardon uit de ploeg. Op de afscheidsavond lag er een cadeau op hem te wachten: drie vulpennen. Aad Mansveld was beledigd en liet zijn gezicht meer dan een jaar niet zien in het Zuiderpark. Mansveld wilde wel trainer worden, maar ervoor studeren zag hij niet zitten. Een studiebol was hij nooit geweest. Voor vlijt scoorde hij op de lagere school het cijfer 3. Daarom bleef hij als trainer, hoewel van tijd tot best succesvol, ‘hangen’ in de onderste regionen. De waardering voor zijn werk als oefenmeester was wel groot. Mansveld verstond de kunst spelers te motiveren, door zijn grote eigen vaardigheid maar ook door sociaal vaardig te zijn. Op Mansveld deed je zelden tevergeefs een beroep. Iemand ziek? Mansveld stond met een bloemetje voor de deur? Werd er iemand gezocht die de rol van kerstman speelde? Mansveld deed het.

Mansveld heeft met ADO en later FC Den Haag vijf maal de finale bereikt van de KNVB beker (Amstelcup) tweemaal won hij deze cup de eerste keer in 1968, en de tweede keer in 1975. Mansveld heeft bijna tot zijn 38ste in de Eredivisie gespeeld, alleen dat is al opzienbarend. Mansveld stond bekend om zijn vrije trappen, en om zijn enorme passes, schoot menigmaal vanaf een afstand van zo’n 25 meter de ballen in de touwen van de tegenstanders. Er zijn maar weinig spelers die zoveel gescoord hebben als laatste man, Mansveld is menigmaal bij de eerste drie geëindigd van de topscoorders van zijn elftal per seizoen.

De laatste tien jaar van Mansvelds leven waren toch al geen hoogtijdagen. Zijn huwelijk liep op de klippen omdat Mansveld er de ene na de andere buitenechtelijke relatie op na hield. Ook de band met zijn kinderen stond even onder druk, maar zoontje Rudy kon zijn pa niet missen en ze spraken de problemen uit, vlak voor een wedstrijd door het gaas dat de tribune van het veld scheidde: ,,Hij was gewoon een wereldvader.” Mansveld was niet alleen een wereldvader, hij was ook een goed en sociaal mens. De man die op het veld door een muur ging en spelers ‘verrot kon schelden’ was buiten het veld een zachtaardige persoon die buitenlandse medespelers hielp bij het invullen van formulieren en al een brok in de keel kreeg als zijn dochter een zwerfkatje mee naar huis nam.

Na zijn voetbalcarrière was Mansveld actief als coach. Hij trainde achtereenvolgens de jeugd van FC Den Haag (1976-1978), het eerste elftal van VVM (1980), Laakkwartier (1981) en Oranje Blauw (1983). In 1984 keerde hij bij FC Den Haag terug als assistent van trainer Rob Baan. Na een seizoen werd hij hoofdtrainer bij HVV, vervolgens tot en met 1986 bij SV ’35 en van 1987 tot 1991 opnieuw bij Laakkwartier.

Het Nederlands elftal; een dubbel gevoel

In 1972 mocht hij, 28 jaar inmiddels, het dan toch eens in Oranje proberen, maar het vertrouwen in Mansveld was bij bondscoach Frantisek Fadrhonc nooit echt aanwezig. Op die dag kwam hij uit in een vriendschappelijke wedstrijd tegen Tsjechoslowakije. Mansveld speelde een matige wedstrijd. Zijn aanwijzingen voor medespelers – altijd luidkeels te horen in het Zuiderpark – klonken in het stadion van Ledna niet of nauwelijks. De reden was zijn nervositeit, die hij steeds voor iedere interland zou hebben. Zelf zei hij hierover: ‘Dat heb ik nu eenmaal, daar raak je nooit meer vanaf, daar komt nog bij dat ik het Nederlands elftal beslissend vind voor mijn toekomst, voor mijn gezin. Ik ben nu 28, stel dat ik nog vier jaar bij de selectiegroep kan blijven, dan betekent dat financieel gezien een veiligstelling voor mijn gezin’

En Mansveld voelde zich als international ook nooit comfortabel. Moest hij, als speler van FC Den Haag, dan zomaar even de ballen gaan opeisen bij die vedetten van Ajax en Feyenoord? Ze zagen hem al aankomen, zeg. Vrijwel steeds keerde hij na een interland met een dubbel gevoel terug naar Den Haag: ontevreden over zijn spel, blij dat hij weer in zijn eigen stad was.

Op 18 november 1973 was hij desondanks onderdeel van het elftal dat de kwalificatie voor het WK zeker stelde. Hij speelde alle kwalificatie wedstrijden mee voor het WK. Mansveld was laatste man en op papier de aangewezen speler om in de defensie de lakens uit te delen, maar Fadrhonc zei tijdens de wedstrijdbespreking tegen Ajacied Barry Hulshoff: ,,Barry, jij moet de verdediging organiseren want dat kan Aad niet.” België scoorde vlak voor tijd omdat Hulshoff de buitenspelval niet goed organiseerde, maar de goal werd ten onrechte afgekeurd en Nederland mocht alsnog naar het WK in West-Duitsland. Mansveld scheurde drie maanden daarvoor, op 15 maart 1974 – volgens hem ‘zwarte vrijdagmiddag’ zijn enkelband.

,,Eerlijk, ik heb zitten huilen als een heel kleine jongen. Het WK had alles voor me betekend. Echt niet in de eerste plaats om de centen, maar gewoon als ervaring, om erbij te zijn. Dat wereldkampioenschap had het hoogtepunt van mijn carrière moeten worden.” Toen Oranje de wereld aan zijn voeten had, lag Mansveld in de lappenmand.

In totaal kwam Mansveld zesmaal uit voor Oranje. Zijn laatste interland speelde hij tegen België op 18 november 1973.

In memoriam

In de zomer van 1990 werd bij Aad Mansveld longkanker geconstateerd. Hij overleed een halfjaar later, slechts 47 jaar oud. Onder grote publieke belangstelling – alsof het een thuiswedstrijd van ADO of FC Den Haag betrof – werd de markante speler gecremeerd. Ruim drieduizend vrienden en fans namen afscheid van de voetballer, die, ondanks zijn internationale prestaties, toch een Haagse held was gebleven.

Tot op de dag van vandaag is Mansveld nog steeds Europees topscorer van ADO Den Haag. Ook heeft Mansveld nog steeds een Europees record om een loepzuivere hattrick te maken als laatste man in een kwartfinale Europacup wedstrijd tegen West Ham United. (drie doelpunten in 1 helft) Mansveld staat op de vierde plaats in Nederland met de meest gespeelde wedstrijden in de eredivisie als veldspeler.

Aad (Haags: Aadsjuh) Mansveld is de onbetwiste clublegende en toonbeeld van onverzettelijkheid en de spreekwoordelijke ‘Haagse Bluf’. De langezijde in het Zuiderpark Stadion was als eerbetoon naar hem vernoemd. In het nieuwe Kyocera Stadion staat op het Haagse Heldenplein een standbeeld van Mansveld. Ook is de korte zijde naar hem vernoemd: De Aad Mansveld Tribune.

Den Haag heeft een Aad Mansveldstraat. Over het tot stand komen van deze naamgeving was ophef op lokaal niveau. De indruk werd gewekt dat de naamgeving van een volkse stadsheld niet zou passen in een klaarblijkelijk chique woonomgeving. De gemeentecommissie Straatnaamgeving ging niet op de bezwaren van toekomstige bewoners in. (Andere straten in het nieuwbouwbuurtje zijn genoemd naar andere (Haagse) sporters: Beb Bakhuys, Abe Lenstra en Bertus de Harder.)

In 2000 werd Aad Mansveld verkozen tot voetballer van de Eeuw door de gemeente en inwoners van Den Haag. Mansveld werd tevens verkozen tot sporter van de Eeuw op de derde plaats onder hockeyer Ties Kruize en tennisser Richard Krajicek. In juli 2019 kwam het boek “Ruwe bolstâh” uit over Mansveld geschreven door Ruud Doevendans.

Aad Mansveld heeft o.a. samen gespeeld als speler van ADO, FC Den Haag, Oranje, jong Oranje, Feyenoord en FC Utrecht met :

Johan Cruijff, Johan Neeskens, Arie Haan, Wim Suurbier, Ruud Krol, Piet Schrijvers, Rob Rensenbrink, Gerrie Mühren, Barry Hulshoff, Johnny Rep, Theo de Jong, Rinus Israel, Willem van Hanegem, Hans van Breukelen, Frans Adelaar, Gerard v/d Lem, Jan Wouters, Gert Kruis, Leo van Veen, Jan Willem van Ede, Ton Thie, Eddy Treitel, Ben Wijnstekers, Sjaak Troost, Joop Hiele, Stanley Brard, Wim Rijsbergen, Wim Jansen, Peter Houtman, Michael van der Korput, Jan van Deinsen, Martin Vreysen, Andre Stafleu, Nico Jansen, Willy Kreuz, Lex Schoenmaker, Henk van Leeuwen, Simon van Vliet, Roger Albertsen, Martin Jol, John Dusbaba, Mark Wotte, Jan Mulder, Dick Schneider, Harry Heijnen, Rene van Delft, Hans Galje, Cris Treling, Harold Berg, Tscheu la Ling, Aad Kila, Dick Advocaat, Willy Brokamp, Theo Pahlplatz, Dojo Perazic, Clyde Best.

Aad Mansveld heeft o.a. onder de volgende trainers gewerkt bij ADO, FC Den Haag, Oranje, Jong Oranje, Feyenoord en FC Utrecht met :

Ernst Happel, Vaclav Jezek, Vujadin Boskov, Evert Teunissen, Rob Baan, Cor v/d Hart, Frantisek Fadrhonc, Hans Kraaij sr, Martin van Vianen, Han Berger, George Kessler, Piet de Visser.

Prijzenkast en erelijst:

* KNVB Beker: 1968, 1975
Nederlands elftal:
* 6 interlands
Individueel
* Voetballer van de Eeuw Gemeente Den Haag

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, aadmansveld.nl, resources.huygens.knaw.nl, frieschdagblad.nl