101 Nederlandse Voetbaliconen (57a) Gerrie Mühren

Geboren: 2 februari 1946, Volendan
Overleden: 19 september 2013, Voldendam
Positie: Middenvelder
Clubs: Volendam, Ajax, Real Betis, FC Volendam, MVV, Seiko, DS’79, FC Volendam
Actief: 1963-1985
Doelpunten: Volendam (7), Ajax (54), Real Betis (11), FC Volendam (7), MVV (3), Seiko (2)
Nederlands elftal: 10 interlands
Trainer:

Het gebeurt op een avond in Estadio Bernabéu in Madrid, in 1973. Bij Real Madrid – Ajax (0-1), in de halve finale van het toernooi om de Europacup I, houdt middenvelder de bal ter hoogte van de middenlijn even een paar maal hoog. Hij vangt een breedtepasss van Wim Suurbier op met zijn linkervoet, tikt de bal direct over naar zijn rechtervoet, dan weer naar zijn linkervoet, vervolgens weer naar rechts. Daarna laat hij de bal een moment roerloos liggen op zijn linkervoet. waarna hij ‘m doorspeelde naar de opkomende Ruud Krol.

Ajax is superieur in Europa. Een maand na de avond in Madrid, waarop Mühren ook het enige doelpunt maakt, zou Ajax in de finale tegen Juventus de triologie voltooien. Driemaal op rij winnaar van de Europacup I en Mühren is er drie keer bij.

De actie van Mühen in Madrid is geen provocatie, maar een uiting van de spelende mens, “Ik dacht er niet eens bij na.” Hij is een fabelachtige technicus die zijn kwaliteiten in dienst stelt van het team. Naast zijn goede lang passes en voorzetten valt hij ook op door zijn verdedigende kwaliteiten. Hij heeft een geweldige conditie.

Na zijn carrière is Mühren, die in 2013 overlijdt aan de beenmergziekte MDS, scout voor Ajax en organiseert hij met broer Arnold clinics voor de jeugd.


23 september 1973: Arnold en Gerrie Mühren (rechts)scoren allebei tegen Feyenoord, waardoor Ajax wint met 2-1 in het Olympisch Stadion.
foto: Onbekend
Gerardus Dominicus Hyacinthus Maria (Gerrie) Mühren was een broer van de voetballer Arnold en de gitarist Jan (Next One en solo)en een neef van Arnold Mühren van The Cats. Na vijf seizoenen voor Volendam maakte de technisch begaafde stilist de overstap naar Ajax. De transfer van Gerrie Mühren leverde Volendam destijds wel 225.000 aan transfersom op, maar het verlies van de in het dorp zeer sympathieke Mühren woog zwaar. Na Dick Bond (Telstar) en daarvoor Janny Schilder (Sparta) was hij eigenlijk de derde bekende Volendammer, die voor een sensationele transfer zorgde. Een verrassing was dat niet, want toen Gerrie als junior bijvoorbeeld tot de beste aanvaller op PSV’s Frans Otten-toernooi werd uitgeroepen, kon hij al naar andere clubs. Maar vader Mühren hield zijn oudste zoon koest, liet hem ervaring opdoen en wachtte hét bod af. Dat bod deed Ajax (dat hemzelf drie jaar later opnieuw een contract voor drie jaar aanbood en bovendien bijna een half miljoen betaalde voor Arnold). De oudste van de broers Mühren debuteerde op 8 september 1968 voor Ajax in de wedstrijd tegen Fortuna SC (2-0).

Bij de Mührens stond letterlijk alles in het teken van de voetballerij. Achter het kleine huisje was een stenen plaatsje, dat vrijgemaakt is om te voetballen. Het is misschien hooguit zeven meter lang en drie meter breed en het wordt afgesloten door een vrij hoge groene schutting. Méér hebben zij niet nodig, die Mührens. Daar geeft Gerrie les aan de jeugd, iedere dag, dat hij zich even vrij kan maken. Daar wordt het balletje onder de voet gehouden (een Volendammer specialiteit), daar wordt het balletje hoog gehouden met de kop, daar wordt het balletje gestopt en daar wordt tussen de benen gespeeld, wat in huize Mühren iets plastischer ‘tussen ‘t kruis’ spelen heet.

Het is aan die dagelijkse oefeningen, dat de Mührens hun werkelijk fabelachtige techniek te danken hebben. In het veld vindt men dat ‘plaatsje’ terug. Geen bal kan er hard genoeg op Gerrie Mühren worden gespeeld of hij heeft die bal aan de voet – of hij nou effectvol en over de grond of dat ie hard en door de lucht is. En elke tegenstander van Arnold Mühren moet uitkijken, dat hij de benen sluit als hij hem aanvalt: Arnold is een meester in het tussen de benen spelen (wat voor sommige fijnproevers nog altijd een van de schitterendste manieren van passeren is. Bij Ajax beheerste Keizer dat bijvoorbeeld goed, Feijenoords Wim van Hanegem is er een meester in – vaak worden spelers, die het slachtoffer van zo’n manoeuvre geworden zijn, geprikkeld of geïntimideerd).

De Mührens waren de meest sprekende exponenten van het stilaan uitgestorven type ‘straatvoetballers’. Bekend is bijvoorbeeld, dat Abe Lenstra een groot meesterschap over de bal had. Die kon urenlang een tennisballetje tegen een blinde muur tikken, links en rechts. Als die naar school ging of van school terugkwam, dan legde hij die afstand ‘per bal’ af. Alleen al in dat opzicht is Abe een legendarische figuur.

Straatvoetbal is zowat verleden tijd. Er zijn nu vaak de ‘trapveldjes’, soms met heuse doelen, waar de jeugd zich bezig kan houden met voetbal. Maar het op straat voetballen, met de ruimte tussen de twee putten (of de ruimte tussen de muur en de lantaarnpaal) als doel, dat zie je haast nergens meer. Het afschuwelijke leger automobielen heeft de straatvoetballertjes hun domein afgepikt. Maar bij Jan Mühren achter hadden ze er wat op gevonden. En Gerrie is de superieure leermeester, wiens hartelijkheid en liefde voor het voetbal de pijlers zijn, waarop die dynastie van de voetbalfamilie Mühren rust. Herinnert zich Arnold: ‘We namen de bal mee naar onze kamer als we gingen slapen. We stopten ‘m onder ‘t kussen.’

Sociologisch gezien waren Gerrie en Arnold Mühren de symbolen van nieuw-Volendam. Nieuw-Volendam, dat wil zeggen: het Volendam dat zich uit het isolement heeft bevrijd, dat in een verbijsterend tempo moderniseert, terwijl het oudere deel nog in de vorige eeuw leeft. Nog maar vrij kort geleden voelde een Volendammer zich onbehaaglijk, als hij zich buiten de veilige beschutting van de dijk dorst te wagen. Maar nu met dat spookbeeld afgerekend is, laat Volendam zich gelden. Niet voor niets heeft Volendam de faam ‘Het Amerika van Europa’ te zijn. In Volendam kan alles, in het goede en in het kwade; in Volendam heeft iedereen geld, omdat zij kwaliteiten hebben en omdat zij bereid zijn verschrikkelijk hard te werken. En in Volendam is de eerzucht onvoorstelbaar groot. De Volendammer wil de top bereiken – merkt hij dat het niet lukt, dan haakt hij af.

En in dat licht moeten Gerrie en Arnold Mühren gezien worden. Tussen hen is er vijf jaar verschil, die vader Mühren als volgt uitdrukte: ‘Toen Gerrie 20 was, had ie minder lef dan Arnold.’ Terwijl Gerrie nog gedeeltelijk de sporen draagt van de ‘ouderwetse’ Volendammer is Arnold zeer duidelijk een product van de jonge generatie, die qua mentaliteit steeds meer op de Amsterdammer gaat lijken: een tikje arrogant ten opzichte van de buitenwereld, maar een arrogantie, die niet storend werkt. Vóór Arnold bijvoorbeeld de eerste trainingen bij Ajax meemaakte kon hij thuis losjesweg wat spottend zeggen: ‘Ik zal ze wel ‘s leren wat voetballen is, die lui daar in Amsterdam.’ Toen Gerrie voor het eerst bij Ajax kwam trainen (hij was toen 22 jaar) bekende hij: ‘Ik was erg onzeker. Ik dacht, hoe zullen die sterren me nu gaan opvangen?’

Bovendien werd hij dat seizoen 1968/1969 als enige nieuwe aankoop aan de selectie toegevoegd, wat het acclimatiseren ook al niet bevorderde. Dat seizoen (68-69) bereikte Ajax in het Europees bekertoernooi de finale tegen AC Milan. Michels hield, dat is begrijpelijk, aan zijn basiselftal vast en voor Mühren waren er niet meer dan de kruimeltjes van wedstrijden, meestal vlak voor of na een Europa Cupwedstrijd. Mühren treurde niet lang en schaafde dat eerste seizoen vooral aan ‘wat Michels de zwakke punten noemde’. Op de training had Michels alle aandacht voor het gewillige klasse-ventje Mühren. Hij liet hem sprinten tot ie er bij neerviel om de snelheid op te voeren. Michels gebood Mühren de bal sneller te spelen.

Mühren had wat dat betreft een van de Volendammer ziektes, hij wilde graag de bal nog eens aaien of een mannetje pakken. Michels leerde hem, dat zoiets in profvoetbal niet past. En Michels leerde Mühren vooral ook koppen. Mühren herinnert zich: ‘Soms als ik de lucht inging, dan riep Michels: “Gerrit, je lijkt wel een schroevedraaier…” Wanneer Mühren tijdens een trainingspartijtje meer dan wie dan ook liep te rennen, dan zei Michels niets: hij wist, dat Mühren over een ongelooflijk uithoudingsvermogen beschikt; wanneer Mühren een moeilijke bal moeiteloos doodmaakte, zei Michels niets: hij kende de technische kwaliteiten van Mühren voldoende. Pas als Mühren goed de lucht inging of zich pittig teweerstelde in een persoonlijk duel, pas dan kon Michels stentoren: Zo ís ‘t, Gerrit’.

Dat seizoen erop, toen de selectie bij Ajax door de aankopen van Soendergaard, Van Dijk en Rijnders en het inbrengen van Krol een aanzienlijke facelift onderging, voelde Gerrit Mühren zich niet langer meer de mindere van wie dan ook. In dit eerste seizoen had Mühren nog geen basisplaats, maar in dat jaar scoorde hij wel tegen Telstar het duizendste doelpunt van Ajax in de eredivisie. Het jaar erop zou hij Bennie Muller uit de startopstelling verdringen. Zijn technische hoogstandjes moest hij van trainer Rinus Michels achterwege laten. 1969 was ook het jaar dat Gerrie Mühren als eerste Volendammer in het Nederlands elftal speelde.

Gerrie Mühren was in de gouden jaren zeventig een onvervalste basiskracht in de Ajax-ploeg. In, maar zeker ook buiten Amsterdam werd de klasse erkend van Mühren. Zijn fijnbesnaarde techniek, loopvermogen én zijn opofferingsgezindheid werden door velen geroemd. ,,Gerrit beschikt over z’n goede traptechniek dat hij met de bal de veters uit je schoenen kan halen’’, liet Willem van Hanegem – ploeggenoot van Mühren bij Oranje – ooit bewonderend weten.

Tussen de Mühren zoals die op de dagelijkse trainingen (behalve maandag, wanneer er verzorging is en soms woensdag, als er een vrije dag wordt uitgeschreven, traint de selectie van Ajax elke dag) schitterde en de Mühren, zoals die voetbalde, lag aanvankelijk een aanmerkelijk verschil. Juist, omdat Michels na Madrid het risico wilde vermijden ging Mühren steeds meer als een robot spelen. De technische foefjes, waarmee hij zich bij Volendam en later op de trainingen bij Ajax faam verwierf, bleven achterwege. De scherpe, maar avontuurlijke dieptepass (zoals vroeger op Tol, later werd dat moeilijk, omdat er een extra verdediger achter de stopper geposteerd is, die libero (Italiaans), ausputzer (Duits) of gewoon vrije verdediger werd genoemd) bleef uit. Mühren speelde veel op zeker, durfde het risico niet aan, durfde niet te passeren en nog altijd had hij niet de vereiste hardheid in de directe duels.

Niettemin, de keiharde training op Volendam, die hij samen met boezemvriend Barry Hulshoff al voor het seizoen afwerkte, had succes, want Gerrie Mühren speelde dat hele seizoen. Tot aan de kampioenswedstrijd, tegen SVV. De week ervoor had Ajax bij Telstar verzuimd kampioen te worden en als straf dacht Michels uit, dat Gert Bals, Hulshoff en Mühren naast het elftal stonden. Die maatregel, genomen in een periode vol spanningen tussen Michels en de spelers, veroorzaakte zeer grote consternatie bij de spelers. Na de wedstrijd (Ajax won met 8-0 en was daarmee kampioen) was er van feestvreugde überhaupt geen sprake. De spelers trokken zich ter discussie terug; Michels werd daarbij niet toegelaten. Als blijk van afkeuring werd overwogen de receptie die avond te boycotten. Bij de stemming bleek de meerderheid wel voor, maar omdat niet alle spelers vóór stemden werd het plan uiteindelijk verworpen.

Wat wel gebeurde: Hulshoff en Mühren waren die avond in Kras afwezig, een omstandigheid, waarover Michels in het openbaar zei dat te betreuren (algemeen bekend is, dat zowel Hulshoff als Mühren tot Michels’ favorieten behoorden. Hij had met het bescheiden tweetal nooit enige last, bovendien waren zij beiden vrij constant in hun prestaties, een feit, dat bij rekenmeester Michels zwaar woog). Voor Hulshoff was het de tweede maal, dat hem zoiets was overkomen, Mühren besloot uit solidariteit tegenover zijn vriend het voorbeeld te volgen. Pas aan het begin van het seizoen werd er tussen Michels en zijn spelers over het incident gesproken. Michels bracht begrip op voor de provocerende uiting van teleurstelling en zei tegen Mühren: ‘Gerrit, je bent een volwaardige kracht.’

De werkelijkheid gebiedt te zeggen, dat Michels Mühren ook wilde prikkelen. Het lag niet in de karakterstructuur van Mühren opgesloten, dat hij er bij duels inklatst als bijvoorbeeld Neeskens en Rijnders dat konden. Niettemin had Michels zich als ideaalbeeld gevormd, dat zijn elftal moest bestaan uit elf schakeltjes, die geen van elf ooit mochten breken, omdat anders de ketting van het elftal niet meer zou functioneren. Michels wist, dat er in een elftal niemand, op wat voor manier dan ook, uit de boot mocht vallen, omdat dan aan zijn gevechtseenheid onherstelbare schade was toegebracht. Dus was hij erop gebrand ‘lieve’ spelers als Mühren (maar ook Hulshoff) om te turnen.

Niet, zoals zo vaak gesteld is, door hen te vertellen dat ze de tegenstander invalide moesten schoppen. Maar wel op zó’n manier, dat de directe tegenstander van Mühren op geen enkele wijze de overmacht kreeg. Want dat betekende een overbezetting voor de achter Mühren spelende collega’s als bijvoorbeeld Krol en Rijnders, wat weer méér werk voor Vasovic met zich meebracht en ga zo maar door. En omdat Michels had gemerkt, dat de vriendelijke Mühren wel degelijk was te prikkelen (bijvoorbeeld als hij Mühren een weekje rust gaf in de wedstrijd erna) had hij besloten juist Hulshoff en Mühren te passeren. Het ligt voor de hand, dat Michels een slecht psycholoog geweest zou zijn, als hij Mühren de werkelijke reden had vermeld.


In 1968 speelt Gerrie Mühren (rechts) voor het eerst in Ajax, tegen Fortuna Sittard 2-0.
foto: Onbekend
Legendarisch was zijn brutale staaltje voetbal in de halve finale van de Europa Cup 1 tegen Real Madrid in 1973. Hij kreeg de 100.000 Madrileense fans in stadion Bernabeu stil door de bal doodgemoedereerd vijf keer hoog te houden. Het legendarische moment in de halve finale van de Europacup 1 staat velen nog op het netvlies. De begaafde technicus neemt een hoge voorzet aan op de voet en houdt de bal een aantal keren achteloos hoog, alvorens hem door te schuiven naar teamgenoot Ruud Krol. ‘Het was voor mij een fantastische dag. Maar wat ik niet begrijp is dat niemand de uitslag nog weet en wie het doelpunt heeft gemaakt. Vraag wie het doelpunt heeft gemaakt en ze noemen tien namen, op eentje na.’

‘Het symboliseerde dat Ajax boven het machtige Real Madrid stond’, zei de middenvelder er zelf over. Ajax won dankzij de treffer van Mühren met 1-0 en plaatste zich voor de finale tegen Juventus, die de Amsterdamse club ook zou winnen.

Jaren later haalde Gerrie Mühren meer herinneringen op aan zijn tijd bij Ajax: ,,Zo vond ik mijn doelpunt tegen Bayern München het mooiste. Maar ook de Ajax – Feyenoord, die we met 2-1 wonnen door een doelpunt van mij en één van Arnold net voor tijd, was schitterend”, sprak hij eind 2003. Naast zijn debuut in Ajax 1 sprak Mühren in 2008 vol trots over de jubileumtreffer die hij ooit maakte als Ajacied. ,,Ajax speelde tegen Telstar en direct na de aftrap stond iedereen van ons in het strafschopgebied van Telstar. Ik snapte er niets van en sloot ook maar aan. Swart legde de bal terug en drie man maaiden er overheen. Ik kon de bal zo intikken en kreeg een staande ovatie. Ik begreep er niets van. Bleek mijn goal het duizendste doelpunt van Ajax in eredivisieverband te zijn. Die wilde iedereen wel scoren. Iedereen wist het ook, behalve ik!”

Na de karrenvracht aan Amsterdamse successen – Ajax en Mühren wonnen alles wat een club kan winnen – verliet hij club na het seizoen 1975 – 1976. Na 298 officiële optredens in Ajax 1 (72 doelpunten) volgde een overstap naar Spanje. Opnieuw was Mühren succesvol. Als speler van Real Betis Sevilla werd de Volendammer in 1977 gekroond tot Spaans Voetballer van het Jaar. ,,Het is persoonlijk mijn mooiste prijs’’, blikte Mühren daar in 2010 zelf trots op terug. ,,Vooral ook omdat er die tijd zo veel goede spelers in Spanje voetbalden. Neem Johan Cruijff en Johan Neeskens bij FC Barcelona. Ook Mario Kempes was een ster in de Primera Division. Ook toen speelde ik natuurlijk tegen Real Madrid. Wist je dat ik zeven keer tegen Real heb gespeeld en zeven keer niet heb verloren?’’

Later speelde Mühren voor MVV en Seiko. Na zijn carrière als voetballer hield Mühren zich bezig met het begeleiden van de jeugd. Ook zijn jongere broer Arnold was een succesvol voetballer.

In totaal heeft Gerrie Mühren 298 wedstrijden gespeeld, waarin hij 84 keer scoorde. Ook speelde hij 10 interlands. Zijn eerste interland was in 1969 tegen Engeland en zijn laatste was in 1973 tegen België.

Mühren overleed op 67-jarige leeftijd aan de gevolgen van een beenmergstoornis.

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen Eerste Divisie (FC Volendam): 1966/67
* Kampioen Eerste Divisie (DS ’79): 1982/83
* Kampioen Eredivisie (Ajax): 1969/70, 1971/72, 1972/73
* KNVB Beker (Ajax): 1969/70, 1970/71, 1971/72
* Europacup I (Ajax): 1970/71, 1971/72, 1972/73
* UEFA Super Cup (Ajax): 1972, 1973
* Wereldbeker voor clubteams (Ajax): 1972
* Copa del Rey (Real Betis): 1976/77
* First Division League (Seiko): 1981/82, 1982/83
Nederlands elftal:
* Interlands 10