101 Nederlandse Voetbaliconen (58a) Jan Mulder

Geboren: 4 mei 1945, Bellingwolde
Overleden:
Positie: Aanvaller
Clubs: Anderlecht, Ajax
Actief: 1965-1975
Doelpunten: Anderlecht (91), Ajax (16)
Nederlands elftal: Interlands 5; doelpunten: 1
Trainer:

Niemand zit in tv-studio’s vaker aan tafel dan de Groningse schoenmakerszoon, de voetballer die schrijver wordt en later een nukkige, wispelturige beroepscommentator. Uit een onderzoek uit januari 2014 blijkt dat Jan Mulder bijna duizend keer te gast is in talkshows op de Nederlandse televisie. De voorsprong op de nummers twee en drie, Marc-Marie Huijbregts (218) Frits Wester (187) is groot, en dan zijn de optredens van Mulder in Studio Voetbal nog niet eens meegeteld. In de jaren negentig krijgt hij een vaste plaats op televisie, in het programma Barend en Van Dorp. Een van de hoogtepunten beleeft Mulder tijdens het WK in Frankrijk in 1998, als derde man in Villa BvD.

‘Stukjesschrijver’, ‘mannetje van de televisie’, Mulder is de eerste om zijn werk te relativeren. Zijn schrijverschap begint begin jaren zeventig als NRC Handelsblad hem vraagt een ‘Hollands Dagboek’ te schrijven en hij columns gaat produceren voor weekblad De Tijd. In 1976 lokt chef-sport Ben de Graaf hem naar de Volkskrant. Mulder excelleert elke maandag met een column op de sportpagina. In NRC Handelsblad kijkt hij ruim dertig jaar later terug op zijn debuut. “Ik weet nog hoe gelukkig ik me voelde toen ik op een zondagavond samen met mijn vrouw Johanna mijn eerste twee stukjes ging inleveren op de redactie aan de Wibautstraat.

Het verlangen naar het veld verdwijnt echter niet. “In een flits scoren en dat enorme geluid uit vijftigduizend toeschouwers, daar heb ik altijd van genoten. Een ingezonden brief na een column is toch minder.”

Zijn voetbalcarrière is een rijke bron van inspiratie. Als jongen uit Winschoten verovert hij in het tweede deel van de jaren zestig Brussel, als midvoor van Anderlecht. In 1972 stapt hij voor het recordbedrag van 1,3 miljoen gulden over naar Ajax. Een zware knieblessure dwingt hem er twee jaar later toe zijn loopbaan te beëindigen.

“Schrijven heeft me uit het zwarte gat gehaald van de profvoetballer die vroegtijdig moet stoppen,” zegt hij in 2003 in De Morgen. “Een midvoor wordt hard aangepakt, ik ben zo’n zeven keer geopereerd. Nu ben ik opgewekt van aard en heb ik er nooit echt veel last van gehad, maar op het laatst van mijn carrière zag ik het toch duister in. Dat gesukkel met die knie. Weer het ziekenhuis in, die pijn, niet kunnen spelen, falen in zekere zin.”


Jan Mulder (rechts) in zijn Ajax periode samen met Johan Cruijff.
foto: Voetbal International
Johan (Jan) Mulder groeide op in Bellingwolde, een dorp in de provincie Groningen, als de zoon van een schoenmaker. Hij volgde de HBS, maar maakte zijn studies niet af. Op jonge leeftijd sloot hij zich aan bij de Winschoter voetbalvereniging WVV 1896 en voetbalde hij voor verscheidene vertegenwoordigende elftallen. Zo won hij in juni 1963 met het Groninger voetbalelftal een internationaal jeugdtoernooi in Veendam. Daar werd hij door de voorzitter van het Belgische Racing Tienen, dat ook aan het toernooi had deelgenomen, ontdekt. Maar ondanks een verblijf van enkele dagen in België besloot Mulder om niet bij de Belgische derdeklasser aan de slag te gaan.

Bij WVV vormde hij in het eerste elftal een succesvol aanvalsduo met Sietze Veen. In 1963 werd Mulder uitgenodigd voor het Nederlands amateurvoetbalelftal en speelde drie interlands. In het seizoen 1963/64 werd Mulder topschutter met 37 doelpunten en veroverde WVV de titel in de Eerste Klasse Noord. In 1964 kregen Veen en Mulder een aanbieding van RSC Anderlecht. De Belgische topclub wilde beide spelers kopen en vervolgens een jaar bij satellietclub Racing Tienen stallen. De transfer ging niet door omdat Mulder, die ook bij het Nederlandse amateurelftal speelde, zich veel te groot vond om bij Tienen te spelen en Veen van zijn ouders niet naar het verre Brussel mocht. Uiteindelijk trok Veen in 1964 naar SC Heracles, terwijl Mulder ondanks herhaaldelijk aandringen van Albert Roosens, de toenmalige voorzitter van Anderlecht, bij WVV bleef.

In het seizoen 1964/65 is Mulder goed voor 23 doelpunten en wordt WVV derde. In het voorjaar van 1965 werd hij door bondscoach Georg Kessler als eerste amateurvoetballer ooit opgeroepen voor Jong Oranje. Bovendien mag hij in die periode enkele keren meetrainen en -spelen met het eerste elftal van Anderlecht. Hoewel met Ajax en GVAV ook clubs uit de Eredivisie interesse tonen, tekende Mulder in 1965 een contract bij de Brusselse club.

Anderlecht

In Anderlecht werd Jan Mulder in het team van trainer Pierre Sinibaldi een ploeggenoot van onder meer Paul Van Himst, Jef Jurion, Wilfried Puis, Laurent Verbiest, Georges Heylens, Johan Devrindt en Pierre Hanon. Ook zijn landgenoot Gerard “Pummy” Bergholtz maakte in 1965 de overstap naar Brussel. Op 6 oktober 1965 maakte Mulder in de beker van België zijn officieel debuut voor Anderlecht. Paars-wit won toen met 16-0 van Marchienne; Mulder maakte vijf doelpunten en Johan Devrindt vestigde een clubrecord door zeven keer te scoren.

Nadien kreeg de 20-jarige aanvaller, die vooral opviel door zijn techniek en kracht, ook zijn kans in de competitie en Europa. Op 23 november 1965 maakte Mulder zijn Europees debuut. Anderlecht won toen in de 1/8 finale van de Europacup I met 9-0 van het Ierse Derry City. Mulder scoorde in dat duel een hattrick. In de volgende ronde nam Anderlecht het op tegen Real Madrid. Anderlecht won de heenwedstrijd met 1-0, maar in het Estadio Chamartin won Real Madrid mede dankzij de Franse scheidsrechter José Barberan met 4-2. Barberan, wiens naam nadien in België synoniem werd voor scheidsrechterlijke dwalingen, keurde om onbegrijpelijke redenen een geldig doelpunt van Mulder af. Anderlecht sloot het seizoen uiteindelijk af als landskampioen met zeven punten voorsprong op het Sint-Truiden van trainer Raymond Goethals.

In het seizoen 1966/67 werd de Hongaar András Béres trainer. Onder hem raakte Anderlecht niet verder dan de tweede ronde van de Europacup I, maar won het in eigen land wel opnieuw de titel. Mulder had een belangrijk aandeel in de nieuwe landstitel; hij werd met twintig doelpunten de eerste Nederlandse topschutter in de Belgische competitie. Hij was de eerste buitenlander die dit presteerde sinds de Eerste Wereldoorlog.

Dat jaar werd hij ook voor het eerst geselecteerd voor Oranje. In het volgende seizoen raakte Anderlecht opnieuw niet verder dan de tweede ronde van het kampioenenbal. Béres werd in januari 1968 opgevolgd door hulptrainer Arnold Deraeymaeker. Onder hem werd Mulder, die wegens een blessure een groot deel van het seizoen miste, voor de derde keer op rij kampioen.

In oktober 1968 werd de Roemeense coach Norberto Höfling aangetrokken, maar ook hij sneuvelde met paars-wit al in de tweede ronde van de Europacup I. Bovendien slaagde hij er met Anderlecht niet in om de titel te verlengen. Nog voor het einde van het seizoen haalde het bestuur de Franse succescoach Pierre Sinibaldi terug. De man onder wie Mulder in 1965 zijn debuut voor Anderlecht had gemaakt, loodste Anderlecht in 1970 naar de finale van de Jaarbeursstedenbeker. Anderlecht, dat onderweg onder meer Newcastle United en Internazionale had uitgeschakeld, trof in de finale Arsenal. Paars-wit won de heenwedstrijd met 3-1 dankzij twee doelpunten van Mulder. De terugwedstrijd op Highbury werd met 3-0 verloren, waardoor Mulder naast zijn eerste Europese trofee greep.

In de competitie ging in zowel 1970 als 1971 de landstitel naar rivaal Standard. Ook in de beker presteerde paars-wit ondermaats, hoewel Mulder in het seizoen 1970/71 topschutter werd in de beker met een recordaantal van twaalf doelpunten. In de eerste ronde won Anderlecht met 14-0 van het bescheiden SV Blankenberge. Mulder scoorde toen zeven keer en evenaarde zo het clubrecord van zijn vroegere ploegmaat Devrindt.

In 1971 werd Constant Vanden Stock voorzitter van Anderlecht en trok de club met succescoach Georg Kessler een oude bekende van Mulder aan. De vroegere trainer van het Nederlands amateurelftal moest het team discipline bijbrengen. Zowel Mulder als Van Himst stoorde zich aan de eigenzinnige aanpak van Kessler. Anderlecht won op de laatste speeldag met 5-1 van Sint-Truiden, maar was afhankelijk van het resultaat van Club Brugge, dat niet mocht winnen van het Brusselse RWDM. Het stadion van Anderlecht wachtte via de radio in spanning het resultaat af van de andere wedstrijd. Brugge speelde uiteindelijk gelijk, waardoor Anderlecht kampioen werd. Mulder liet zich toen met ontbloot bovenlijf op handen dragen door de supporters.


Jan Mulder topscorer van België in het seizoen 1966/67
foto: Onbekend
Ajax

In 1972 besloot Mulder, die niet langer met Kessler wilde samenwerken, om terug naar Nederland te keren. Zowel Ajax als Feyenoord toonde interesse in de 28-jarige spits. Wekenlang speculeerden de Belgische en Nederlandse pers over welke topclub aan het langste eind zou trekken. Op 14 juni 1972 maakte hij bekend dat hij voor Ajax had gekozen, na heftig touwtrekken tussen Ajax en Feyenoord. De geboren Groninger zou eigenlijk naar Feyenoord gaan. Jaap van Praag deed nog een laatste poging namens Ajax. Mulder moest trainen en de voorzitter bood aan op zijn zoon te passen. Toen zijn vrouw thuiskwam lag Geret op de buik van Van Praag, samen in diepe slaap. Een gecharmeerde Mulder volgde zijn hart en koos voor Ajax. De transfersom bedroeg 1,3 miljoen gulden, voor die tijd een recordbedrag voor een Nederlandse club.

In Amsterdam maakte Mulder aanvankelijk deel uit van een talentvolle generatie bestaande uit Johan Cruijff, Johan Neeskens, Sjaak Swart, Piet Keizer, Ruud Krol, Wim Suurbier en de net als hij van WVV uit Winschoten afkomstige Arie Haan. Maar door een aanslepende knieblessure kon Mulder nooit doorbreken bij Ajax. In zijn eerste jaar speelde Mulder slechts 4 wedstrijden voor de succesformatie die landskampioen werd, de wereldbeker, de eerste Super cup en een derde Europa Cup 1 won. Bij het behalen van de enige hoofdprijs in de daaropvolgende twee jaren zonder Cruijff, was Mulder de driftige en scorende aanjager toen ten koste van AC Milan (6-0 thuis) de Super cup werd geprolongeerd.

In het seizoen 1973/74 keerde Mulder terug in het elftal, dat na het vertrek van Cruijff naar FC Barcelona er niet meteen in slaagde om nieuwe successen te boeken. Ajax werd in de eerste ronde van de Europacup I uitgeschakeld en moest zich in de Eredivisie tevreden stellen met een derde plaats.

In de herfst van 1974 speelde een kleurloos Ajax in een mistroostig Olympisch Stadion voor de UEFA Cup tegen Stoke City. Mulder was de beste man van het veld. Hij sleurde, vocht keiharde duels uit en liep op iedere bal. Toen hij één van die ballen bij het hek ophaalde, keek hij in onze tienerogen en ondertitelde: ‘Wat is dit zwaar, jongens’. Alsof hij een column opende …

Ook na de komst van Hans Kraay sr. in de zomer van 1974 veranderde weinig aan de situatie van Ajax. Mulder en zijn ploegmaats raakten opnieuw niet verder dan de derde plaats, terwijl ze in de UEFA Cup in de 1/8 finale werden uitgeschakeld door Juventus. Na afloop van het seizoen 1974/75 werd de 30-jarige Mulder omwille van zijn knieblessure medisch afgekeurd. Mulder speelde tijdens zijn loopbaan vijf keer voor het Nederlands Elftal. Daarnaast speelde hij 39 Europese wedstrijden voor Anderlecht en Ajax.

Na de voetbalcarrière zou Jan Mulder zich ontpoppen als een aantrekkelijke auteur die op geheel eigen, anekdotische wijze het voetbal, de sport en aanverwante zaken optekent. Mulder schrijft zoals hij voetbalde: onvoorwaardelijk en doelgericht.

‘Ik heb geen beroep. Ik ben voetballer. Nog steeds. Zo voel ik me al sinds mijn 6de, ook al ben ik er op m’n 29ste mee opgehouden”, zegt Mulder stellig tegen AD. Maar als hij toch iets moet invullen: ”Columnist dan misschien. Je schrijft toch niet ‘tv-persoonlijkheid’ op? Waanzin.”

Het beroep voetballer is volgens de voormalig Anderlecht-speler iets magisch. ”Ik accepteerde bij Anderlecht elk contractvoorstel dat ik kreeg. En ik koos daarna voor Ajax, hoewel Feyenoord me zes ton meer bood, in die tijd een gigantisch bedrag.” Het draaide voor hem niet om dure sportauto’s en meer geld. ”Dat je deel uitmaakte van de betovering tussen voetballer en publiek, daar deed ik het voor.”

Als columnist werkte Mulder sinds 1978 tot en met de jaren ’90 onder andere voor de weekbladen De Tijd en Elsevier. Voor Humo en Dagblad van het Noorden. In de Volkskrant schreef hij tot juli 2006 samen met Remco Campert de column CaMu op de voorpagina. Mulder was ook een poos columnist in dienst van de Vlaamse krant Het Nieuwsblad. In 2015 stapte hij over naar Het Laatste Nieuws.

Met ingang van het seizoen 2005-2006 ging Mulder als voetbalanalyticus aan de slag bij Talpa in het programma De Wedstrijden. Ook nadat de zender werd omgedoopt tot Tien, bleef Mulder verbonden aan dit programma. Samen met Ruud Gullit gaf Mulder elke week uitvoerig zijn mening over de gespeelde wedstrijden in de Eredivisie. Na de jaargang 2006-2007 verhuisde Mulder – in tegenstelling tot onder meer Humberto Tan en Jan van Halst – echter niet mee naar RTL. Tijdens het WK 2006 was hij nog wel te zien in het programma Villa BvD van Frits Barend en Henk van Dorp.

Met ingang van oktober 2008 was Mulder analist voor het programma Studio Voetbal van de NOS. Eén keer in de twee weken schoof hij aan in dit voetbal-praatprogramma. Ook was hij gast van de show bij De Wereld Draait Door.

Mulder trouwde in 1968 met Johanna van der Wal. Ze zijn de ouders van Youri Mulder en Geret Mulder. Beide zonen werden geboren in Brussel.

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen België (Anderlecht): 1965/66, 1966/67, 1967/68, 1971/72
* Beker van België (Anderlecht): 1971/72
* Kampioen Eredivisie (Ajax): 1972/73
* Europacup I (Ajax): 1972/73
* UEFA Super Cup (Ajax): 1972, 1973
* Wereldbeker / Intercontinental Cup (Ajax): 1972
Nederlands elftal:
* Interlands 5; doelpunten: 1
Individueel
* Topscorer in de Belgische competitie: 1967
* Topscorer in de Belgische beker: 1971, 1972

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, Voetbal International, kentudezenog.nl, ajax.nl, rtlnieuws.nl, dutchfellow.wordpress.com,