101 Nederlandse Voetbaliconen (59) Bennie Muller

Geboren: 14 augustus 1938, Amsterdam
Overleden:
Positie: Middenvelder
Clubs: Ajax, Holland Sport, Blauw-Wit
Actief: 1958-1970
Doelpunten: Ajax (51)
Nederlands elftal: 43 Interlands; doelpunten: 2
Trainer:

Kleine, maar belangrijke halfspeler van Ajax en een ouderwetse semiprof, Muller bestiert jarenlang een sigarenzaak om aan de kost te komen. Hij heeft niet de tijd om zich volledig aan het voetbal te kunnen wijden en loopt net de gloriejaren van zijn club en het Nederlands elftal mis. Zijn 43e en laatste interland speelt hij in 1968.

Muller is op 17 januari 1965 het mikpunt van een discriminerende belediging. DWS-doelman Jan Jongbloed ergert zich aan de manier waarop Muller op hem inloopt. Jongbloed kan zich niet beheersen en roept ‘vuile rotjood’ naar Muller. Het incident vormt een bizar dieptepunt in de sfeer van vaak zwartgallige animositeit tussen landskampioen DWS en stadgenoot Ajax. Jongbloed wordt uiteindelijk voor twee duels geschorst. Die straf heeft zware consequenties. Als DWS in de Kuip tegen Feijenoord voor de titel gaat, blundert invaller-doelman Leo Heeres drie keer en wint Feijenoord met 3-1. Ook tegen Fortuna ’54 verliest DWS met Heeres op doel een week later met 0-2. Door die resultaten wordt niet DWS maar Feijenoord kampioen.


Bennie Muller speelde dertien seizoenen voor Ajax
foto: Onbekend
Ben (“Bennie”) Muller vormde jarenlang met Sjaak Swart het echte Amsterdamse gezicht van Ajax. Bennie Muller werd op 14 augustus 1938 geboren als zoon van Bernardus Muller en Kaatje Sluijter. Vanaf 1938 woonde het gezin Muller op de Rapenburgerstraat waar ze tot 1950 zijn blijven wonen. Het oorspronkelijke beroep van Bennie is diamantslijper, net zoals zijn grootvader.

Oorlog

De vader van Bennie was niet Joods, zijn moeder wel. Ten tijde van de oorlog woonde het gezin midden in de Joodse buurt. Daarover vertelt Bennie in het interview van Frank Kromer uit 2014. Hij vertelt niet alleen hoe het ging in de buurt, maar hij vertelt ook dat gemengde huwelijken niet bij voorbaat van deportatie waren uitgesloten: ‘Ik heb iedereen weggehaald zien worden. Het was verschrikkelijk. Op een dag stonden er twee moffen en een Hollandse SD’er voor de deur. Ze kwamen alleen voor mijn moeder, want mijn vader was niet-Joods. Alle kinderen – ik heb vier broers en zusjes – hebben staan schreeuwen en janken. Er was grote paniek, maar ze werd gewoon meegenomen. In die consternatie zijn die moffen onze bovenburen, een groot Joods gezin van elf man, vergeten. Die hebben de oorlog ook overleefd. Gelukkig kon mijn vader mijn moeder na drieënhalve maand vrij krijgen uit Westerbork door te bewijzen dat hij niet-Joods was. Als klein jongetje had dat een ongelofelijke impact op me. Tijdens de hongerwinter was ik zes jaar. Ik heb zo vaak door die verlaten buurt gelopen. En ik heb er zoveel narigheid gezien. Maar laten we erover ophouden, anders wordt het me teveel’ Bennie’s moeder was Kaatje Sluijter. Het gemengde huwelijk redde haar het leven maar dat gold niet voor haar ouders en het grootste deel van haar broers en zussen.

Bennie Muller was een van de Joodse spelers bij de ‘Joodse’ club Ajax. Hij heeft aangegeven niets op te hebben met de supporters die zich laten voorstaan op het Joodse imago van de club.

Jeugd

Uiteindelijk was de buurt rond de Rapenburgerstraat de buurt waar Bennie opgroeide. Hij voetbalde er, trapte zijn balletjes in het poortje naast het gebouw van de Stadsreiniging in deze straat en juist daar werd zijn voetbaltalent gescout. Op een zekere dag stapte er namelijk een man op Bennie af en duwde hem een uitnodiging voor een proefwedstrijd bij Ajax onder de neus. Die proefwedstrijd duurde in eerste instantie maar tien minuten, toen had men bij Ajax het talent van Bennie al gezien. Maar Bennie werd kwaad en wilde de wedstrijd uitspelen. Na die proefwedstrijd volgde de overgang van zijn voetbalclub Training Doet Winnen naar Ajax waar hij vervolgens dertien jaar zou blijven.

Het merendeel van die duels speelde Muller aan de zijde van zijn grote vriend Sjaak Swart. ,,Ik ken Bennie al vanaf mijn zevende, achtste jaar”, zegt Mister Ajax, die precies zes weken ouder is dan zijn maatje. ,,We begonnen toen samen bij T.D.W. Centrum en speelden onze eerste wedstrijd tegen PVZB, die we met 8-1 verloren. Bennie is daar vervolgens gebleven en ik ging naar OVVO. Toen ik 10 jaar was ging ik naar Ajax, Bennie kwam iets later.” Behalve het voetbal is er echter nog iets wat Muller en Swart verbindt: hun Joodse wortels.

Ajax

Muller debuteert in 1958 in het eerste elftal van de Amsterdammers. Twee jaar later schopt hij het al tot international. In totaal maakt de Amsterdammer liefst 43 keer zijn opwachting in Oranje. Swart is dan ook lyrisch over zijn oude ploegmakker. ,,Bennie was een van de allerbeste tackelaars. Als een tegenstander dacht dat hij er langs was, kwam Ben nog even de bal afpakken. Verder was hij technisch en had hij een groot loopvermogen. Hij was gewoon een heel goede middenvelder, die alleen wat klein was.”

In het 4-2-4 spelsysteem was hij de stofzuiger en ook technicus naast de aanvallende Henk Groot. Veelvuldig kwam hij uit voor het Nederlands elftal (43 keer) en was soms doelpuntenmaker (zowel tegen het onbeschaamd spelende Besiktas als tegen het taaie Fenerbahçe scoorde hij 2-0). Hij was dertien jaar lang vaste keuze bij Ajax, waar hij 426 wedstrijden speelde.

Bennie Muller was op z’n best in de jaren zestig, toen voetballers – ook die van zijn kaliber – er nog gewoon een baan naast hadden. Muller en zijn vrouw runden jarenlang een sigarenzaak in Amsterdam. Het Ajax-icoon speelde bijna voor aartsvijand Feyenoord, maar uiteindelijk ging die transfer niet door, omdat de Amsterdammers te veel geld vroegen.

Bennie moest overdag trainen in De Meer, waardoor zijn vrouw en later zijn dochter het meest in de winkel stonden. Tussen de middag hielp hij vaak mee, want klanten uit heel Amsterdam kwamen naar de winkel om Bennie te ontmoeten. Opvallend was dat zijn winkel niet in een ‘Ajax buurt’ gevestigd was, maar in een buurt met veel DWS fans. Sommige DWS fans kwamen uit principe niet naar zijn winkel.

Bennie dacht dat het gemakkelijk was om een sigarenwinkel te runnen. Maar in de praktijk viel dit tegen. De winkel was zes dagen in de week open van 07.00 tot 19.00, dus het waren lange dagen. In de winkel werden onder andere sigaren, sigaretten, pijpen, aanstekers, ansichtkaarten, staatsloten en voetbalkaartjes verkocht. Door zijn contacten in de voetbalwereld, was het voor Bennie eenvoudig om aan de voetbalkaartjes te komen.

Zijn vrouw vond het leuk om veel te kletsen met de klanten en nam de tijd om bijvoorbeeld samen met de klant een mooie ansichtkaart uit te zoeken. Ook wist zij precies wat voor soort sigaren of sigaretten klanten rookten. Al kon zij het soms niet laten om ze van het roken af te helpen. Dan zei ze gewoon “Nee, ik verkoop u het niet!” Hij dreef zijn sigarenzaak in de Haarlemmerstraat tot 2000 en Bennie woont net als vroeger in het pand boven zijn oude zaak.


Bennie Muller (links) in duel met Frits Flinkevleugel van D.W.S.
foto: Onbekend
Hoewel Muller met Ajax vele hoogtepunten beleeft, springt Ajax – Feyenoord uit 1960 er uit. Ajax en de Rotterdamse aartsrivaal eindigen dat jaar op een gezamenlijke eerste plek, met hetzelfde aantal punten én doelpunten. Een beslissingswedstrijd moet dus uitsluitsel brengen. Tot overmaat van ramp komt de thuisploeg in het Olympisch Stadion met 0-1 achter via een door Muller veroorzaakte strafschop. ,,Bennie maakte hands en had daar in de rust vreselijk de pest over in. Waarop ik tegen hem zei: Ben, het komt goed, ik maak er zo wel een. Uiteindelijk wonnen we met 5-1 en speelde Ben een geweldige pot”, vertelt Swart – die woord hield en de 3-1 maakte – op eigen karakteristieke wijze.

Nadat Ajax in de Europa Cup 1-finale van 1969 met 4-1 werd weggespeeld door AC Milan besloot coach Rinus Michels de ploeg te verjongen en verder te professionaliseren.

Hoewel de uitslag teleurstellend was, 4-1 verlies, beschouwt hij het duel toch als een mijlpaal. Voor het eerst speelde een Nederlandse club in de finale van de Europacup. “Ik vond het een hoogtepunt om in de finale te staan. We hebben toen eigenlijk onnodig verloren”, zegt Muller. Nog steeds weigert hij zich bij het verlies neer te leggen.

Volgens Muller is de nederlaag te wijten aan een verkeerde techniek. “Suurbier raakte geblesseerd en toen moest Sjakie (Swart, red.) op de rechtsbackplaats spelen. Sjakie had nog nooit back gespeeld. Hij was geen back, maar een aanvaller.” Dat had trainer Michiels volgens hem verkeerd gezien. “Ik blijf zeggen dat we die wedstrijd onnodig verloren hebben.”

De ironie wil dat Muller als voetballer een van de eerste slachtoffers was van de nieuwe zakelijkheid bij Ajax. Nadat de Amsterdammers in de Europa Cup 1-finale van 1969 een pak slaag (4-1) kregen van AC Milan besloot de toenmalige coach Rinus Michels het elftal te verjongen en nog verder te professionaliseren. Muller moest in 1970 wijken voor aanstormende talenten als Johan Neeskens en Arie Haan.

Als Muller in 1970, na het behalen van onder meer vijf landstitels, van trainer Rinus Michels te horen krijgt dat hij mag vertrekken, komt er een einde aan een periode van twaalf jaar lang voetballen in Ajax 1. Al had dat volgens Swart niks te maken met zijn voetballende kwaliteiten. ,,Bennie had altijd een bepaald trucje, waarmee hij de bal terughaalde. Michels wilde echter dat hij directer ging spelen. Bennie was alleen een beetje eigenwijs, waardoor er onderling gemopper ontstond. Dat heeft hem uiteindelijk de das omgedaan.”

Het gedwongen afscheid van zijn club stemt hem nog altijd bitter. ,,Ik heb als profvoetballer de slag gemist”, constateert hij later in de keuken achter zijn Amsterdamse sigarenzaak. ,,Hoewel ik tien jaar in het Nederlands elftal heb gespeeld en dertien seizoenen bij Ajax, verdiende ik 48.000 gulden bruto per seizoen.

,,Een jaar na mijn vertrek bij Ajax kreeg een reserve als doelman Heinz Stuy al 150.000 gulden bruto, omdat Johan Cruijff zich namens de selectie sterk had gemaakt voor betere salarissen. Ik werd zonder pardon afgedankt. Michels zal wel gelijk hebben gehad, want daarna begon de grote bloeiperiode bij Ajax. Maar ik kreeg het gevoel dat ik als een zak vuil buiten de deur werd gezet. Dat noemden ze bij Ajax toen al professioneel. Het ergste vond ik dat het bestuur aan Holland Sport nog een transfersom van 100.000 gulden vroeg voor een speler, die altijd onderbetaald is geweest. Dat zal ik nooit vergeten.”

Met een vleugje sarcasme vertelt Muller dat Ajax uiteindelijk niet meer dan 15.000 gulden voor hem heeft ontvangen. ,,Het bestuur had me te laat een aanbieding gedaan. Ze stuurden nog een telegram naar Holland Sport. Dat kwam om kwart over twaalf binnen, een kwartier na het sluiten van de transfermarkt. Toen mocht Ajax nog blij zijn met die 15.000 piek. Daarvan heb ik tweeënhalf procent gekregen, dat was mijn klapper. Toch ben ik altijd Ajacied gebleven. Ik debuteerde in 1958 in het eerste elftal, toen was Ajax in feite nog een amateurclub. We kregen veertig gulden voor een overwinning, de helft voor een gelijkspel en een tientje bij een nederlaag. Voor het volgen van een training ontving ik vijf gulden. Ach, het voetbal was nog zo gemoedelijk in die tijd.”

Lachend herinnert Muller zich nog dat hij als kind een intuïtieve afkeer had van Ajax. ,,Onder dwang van mijn vader heb ik als jochie van zeven jaar oud het overschrijvings- formulier getekend”, zegt hij. ,,Ik wilde niet naar die kapsonesclub, want zo stond Ajax in die tijd bekend. Ik speelde in Duivendrecht bij een klein cluppie, we waren allemaal stinkend jaloers op de spelers van Ajax in hun mooie trainingspakken. Vergeet ook niet dat in mijn tijd bijna alleen maar Amsterdammers bij Ajax speelden. We waren zelfbewust en we weerspiegelden het karakter van de stad. Nu moet je als profvoetballer vijf talen spreken om je teamgenoten te kunnen verstaan.”

Muller was een middenvelder die makkelijk zijn man passeerde: “Ik kon twee, drie man uitspelen. Ik was eigenlijk wat meer verdedigend, maar kon ook aanvallen. Ik kon behoorlijk goed koppen en ging niemand uit de weg.” Na het vertrek bij zijn jeugdliefde speelt de Amsterdammer nog bij Holland Sport en Blauw-Wit, voordat hij zijn schoenen opbergt.

In het kader van 60 jaar Eredivisie in 2016, verrichten clubiconen in speelronde 5 de aftrap van de eredivisiewedstrijden. Bij de thuiswedstrijd van Ajax tegen Vitesse werd Muller namens de Amsterdammers naar voren geschoven. Bennie Muller is de vader van voormalig FC Barcelona en Cambuur Leeuwarden speler Danny Muller.

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen Eredivisie (Ajax): 1959/60, 1965/66, 1966/67, 1967/68, 1969/70
* KNVB Beker (Ajax): 1961, 1967, 1970
* Europacup I finale: 1969 AC Milan-Ajax
Nederlands elftal:
* 43 Interlands; doelpunten: 2

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, retro.nrc.nl, nhnieuws.nl, ajax.nl, buurtwinkels.amsterdammuseum.nl, joodsamsterdam.nl