101 Nederlandse Voetbaliconen (5b) Ronald de Boer

Geboren: 15 mei 1970, Hoorn
Overleden:  –
Positie: Aanvaller/Middenvelder
Clubs: Ajax, FC Twente, Ajax, Barcelona, Glasgow Rangers, Al-Rayyan, Al-Shamal
Actief: 1988-2008
Doelpunten: Ajax (14), FC Twente (22), Ajax (36), Barcelona (1), Glasgow Rangers (31), Al-Rayyan (3), Al-Shamal (7)
Nederlands elftal: 67 interlands; doelpunten: 13
Trainer: Qatar –23 (assistent), Ajax –19, Ajax (jeugd)

Iets meer levensgenieter dan broer Frank, tien minuten eerder geboren ook, maar ook behept met hetzelfde fanatisme en winnaarsmentaliteit. Dat maakte hem binnen de lijnen tot een smaakmaker van hoog niveau. De Boer kan een tegenstander op de vierkante meter passeren, een eigenschap die je nog zelden tegenkomt in het hedendaagse voetbal.

Bij Ajax groeit hij uit tot een topspeler, de overstap naar het buitenland, na een op de spits gedreven conflict met club en trainer (Morten Olsen) leidt een mindere periode in, vooral vanwege fysieke ongemakken die De Boer om de haverklap treffen. Hij sluit zijn actieve periode af in Quatar, waar hij blijft plakken, onder meer om zich in te zetten als ambassadeur voor het WK-bid van het land. Ook daarin is hij succesvol want Quatar krijgt inderdaad het WK van 2022 toegewezen.

Daarna is hij actief als analyticus waarbij hij opvalt door een scherpe en duidelijke mening. Ook is hij individuele trainer binnen de Ajax-opleiding.


Ronald de Boer in zijn Ajax periode.
foto: Onbekend

De Boer en zijn tweelingbroer Frank groeiden op in Grootebroek. Ze begonnen met voetballen bij de plaatselijke voetbalclub VV De Zouaven. Daar werd hij opgemerkt door Johan Cruijff, die hem op veertienjarige leeftijd naar de voetbalacademie van Ajax haalde.

Van (de) Boer(tjes) tot wereldburger

Frank en Ronald de Boer zijn voetballers die bij uitstek functioneren in het collectief. Ze zijn dan ook als collectief geboren, op 15 mei 1970. Nu ja, bijna als collectief, want Frank is een kwartiertje jonger dan Ronald. Ze zijn een wij dat in de ik-vorm spreekt. Niet alleen zien ze er precies hetzelfde uit, met dezelfde norse blik en hetzelfde melkboerenhonden- haar; in hun jeugd droegen ze ook precies dezelfde kleren, zaten ze bij elkaar in de klas en speelden ze in hetzelfde voetbalelftal.

Onafscheidelijk waren ze. Heel lang hadden ze één bankrekening en deelden ze hun inkomsten. Nog steeds zijn ze elkaars beste vriend, hoeven ze elkaar maar even aan te kijken om te weten wat er in de ander om gaat.

In Grootebroek beleefden ze een onbezorgde kindertijd. Vader was, tot hij werd afgekeurd, stukadoor, moeder huisvrouw. Ze leerden zelf ook een heus vak aan de lts: Frank is elektromonteur, Ronald metaalbewerker. Ooit bezochten ze nog de mavo voor volwassenen, maar, zo verklaarde Frank, ‘toen we boeken moesten gaan lezen zijn we gestopt’.

En ze moesten spreekbeurten gaan houden, dat was de tweede reden om af te zwaaien. ‘Ik ben geen prater’, aldus Frank.

Het is dan ook ronduit ironisch dat je de Boertjes tegenwoordig voortdurend hoort praten. Ze hebben ook identieke stemmen, met dezelfde langgerekte eeeh-pauzes die als stoten op een misthoorn de woorden onderbreken. Ze zeggen zelden of nooit iets dat het onthouden waard is. Nog ironischer is dat hun zaakwaarnemer in onderhandeling was met de commerciële zender Canal+ voor exclusieve interviews met de tweeling tijdens het wereldkampioenschap in 1998. De conclusie van Frank: ‘De woorden van een voetballer worden duur.’

Voetbal was vanaf de luier hun leven. Ze trapten balletjes op straat, tegen de garagedeur, en slalomden om de meubels in de zitkamer. Hun vader vuurde hen alleen maar aan, hij was ooit semiprof geweest bij Alkmaar ’54, voorloper van het huidige AZ. Op hun zevende debuteerden ze in de B5 van de Zouaven in Lutjebroek. Het moet een legendarische wedstrijd zijn geweest, de broertjes herinneren zich hem in ieder geval als gisteren. Ze wonnen met tien tegen nul, allebei scoorden ze vijf keer. Daarna ging het snel met ze: ze kwamen steevast in de hoogste Lutjebroekse pupillenelftallen terecht, werden opgenomen in de voetbalschool van AZ, maakten deel uit van het Noord-Hollands jeugdelftal, en kregen een jeugdcontract bij Ajax.

Vader De Boer heeft er nooit aan getwijfeld dat zijn tweeling het zou redden. Toen hij door Ajax gewaarschuwd werd dat maar één procent van de jongens uit de jeugdopleiding doorstroomt naar het eerste elftal was zijn reactie: dan hebben wij een streepje voor, wij zijn met twee procent. Hij kreeg gelijk. Op 22 november 1987 debuteerde Ronald in de spits van Ajax één, een klein jaar later stond Frank in de basis als linksback.

Hoewel de loopbaan van Frank iets minder horten en stoten vertoont dan die van Ronald, hebben hun carrières een grote overeenkomst. Het publiek sloot de tweeling allerminst direct in het hart. Ze werden allebei voor nors en arrogant versleten, terwijl ze, naar eigen zeggen, echt vrolijke en vriendelijke jongens zijn.

Er werd ook getwijfeld aan hun capaciteiten als voetballer. Traag zouden ze zijn, nonchalant, fouten makend uit misplaatste hoogmoed. Ronald miste als spits bovendien killersinstinct. En het is waar, hoe begenadigd de Boertjes als voetballer ook waren, het oogde allemaal niet zo soepel en virtuoos.

Frank had inmiddels een standaardantwoord bedacht als hij kritiek kreeg: ‘Daar zakt m’n broek van af.’

Ajax

Ronald de Boer kende zijn grootste successen bij Ajax, waarmee hij onder meer vijf landstitels en de Champions League won. Hij werd in die tijd tweemaal tot Nederlands Voetballer van het Jaar uitgeroepen. Na zijn tijd bij Ajax speelde hij voor verscheidene clubs in het buitenland.

Ronald de De Boer debuteerde voor Ajax op 22 november 1987 tegen PEC Zwolle en scoorde in zijn eerste wedstrijd. Twee dagen later mocht hij ook invallen in de UEFA Super Cup tegen FC Porto. In de volgende drie seizoenen kwam hij met enige regelmaat in actie. Zijn cijfermatig beste seizoen was 1989/1990, waarin hij twintig Eredivisie-duels speelde, zeven keer scoorde en met Ajax de eerste landstitel sinds vijf jaar veroverde.

In de zomer van 1991 verkocht Ajax De Boer aan FC Twente. Hier speelde hij in zijn eerste jaar 33 wedstrijden en maakte hij elf goals. De Boer kwam hier regelmatig als rechtshalf uit. Zijn tweede seizoen in Enschedese dienst begon hij met elf goals in zestien duels, waarop Ajax hem terughaalde. De Boer maakte het seizoen af in Amsterdam met nog vijf doelpunten. Met Ajax won hij de beker en de Super Cup.

In het seizoen 1993/1994 was De Boer een vaste waarde in een Ajax dat landskampioen werd. De aanvaller toonde zich met name als aangever van clubtopscorer Jari Litmanen. De Boer werd dat jaar tot Nederlands Voetballer van het Jaar verkozen. Hij kreeg echter van trainer Van Gaal het verwijt te weinig te scoren voor een diepe spits (vijf goals). Zelf gaf hij aan zich beter te voelen op het middenveld. Hierna werd hij steeds vaker gebruikt als middenvelder.

In het seizoen 1994/1995 werd De Boer met Ajax ongeslagen Nederlands kampioen en won het eveneens ongeslagen de Champions League, na een finale tegen AC Milan. Later voegde De Boer met Ajax de Nederlandse Super Cup, de Europese Super Cup en de Wereldbeker voor clubteams toe aan de erelijst. Het daaropvolgende jaar volgde nog een landstitel en wederom een (ditmaal verloren) Champions League-finale. De Boer was inmiddels vaste middenvelder bij de Amsterdamse club en kwam af en toe als spits of buitenspeler uit. Hij werd voor de tweede maal tot beste Nederlandse voetballer uitgeroepen.

In 1996 kwam de omslag voor Ajax, dat een matig seizoen kende. In de zomer van 1997 was het grootste deel van het team van ’95 vertrokken naar het buitenland. De gebroeders De Boer behoorden tot de weinigen die bij Ajax bleven. In het seizoen 1997/1998 heroverde De Boer met een sterk gereviseerd Ajax onder leiding van Morten Olsen de Nederlandse landstitel. Vaste rechtshalf De Boer maakte zeven treffers (waaronder de winnende uit bij Feyenoord en de openingstreffer tegen PSV) en had tien assists. Eind 1998 kregen Frank en Ronald de Boer een conflict met de clubleiding. Ze ontvingen een aanbod van FC Barcelona waarbij hun salaris in vergelijking met hun Ajaxloon vervijfvoudigd zou worden. Ajax weigerde het tweetal te laten gaan. De arbitrage- commissie stelde de Amsterdammers in het gelijk. Ajax liet ze desondanks alsnog vertrekken.


Ronald de Boer en broer Frank van Ajax naar Barcelona.
foto: REUTERS / Gustau Nacarino

De laatste jaren bij Ajax hadden ze vaak gezegd: ze hebben het perfect bij Ajax, Ajax is de mooiste club ter wereld. En hoewel ze geld belangrijk vinden – Ronald: ‘Doe mij toch maar lekker veel’ – en ze in het buitenland dozen vol peseta’s gingen verdienen, hadden ze zich altijd tevreden betoond met wat Ajax maandelijks op hun bankrekening stortte. ‘Ik vind genoeg op een gegeven moment genoeg’, is de tautologische mantra van Ronald.

De gebroeders De Boer waren ook geen jongens om, zeg, te flaneren op de Ramblas. Hollandser dan zij konden voetballers niet zijn. Als er zoiets als een landsaard bestaat en voetbal daar de spiegel van is, dan zijn de broertjes de helden die erbij passen. Men vroeg zich dan ook af wat ze in godsnaam moesten in de primera division.

Het begint al bij hun naam: De Boer. In de wandelgang werden ze liefkozend De Boertjes genoemd, of nog korter: Boertjes. Ze zijn polderjongens, geboren en getogen in de Melkstraat in Grootebroek. In de woorden van Frank: ‘Ik ben geen herrieschopper.’ Voorop staat hun huiselijk geluk, home sweet home. Liever gingen ze in hun vrije tijd bij hun schoonmoeder op bezoek of naar de camping in Garderen waar hun ouders een caravan hadden staan. Ze konden er voetballen en tennissen en spelletjes doen, eindeloos veel spelletjes doen. Klaverjassen en rummicubben, ze zijn er ware kampioenen in. ‘Ik vind het heerlijk’, vertelde Frank. ‘Ik hoef niet naar Benidorm of zo.’

Het lievelingskostje van Ronald is elleboogjesmacaroni, Frank smult van andijvie met gehakt.

Ze waren zogezegd de vleesgeworden triomf van de gewoonheid. En ze zijn het nog steeds. Nu geldt dat voor veel Nederlandse voetballers, maar voor de Boertjes geldt het in optima forma. Een van de redenen daarvoor is dat de Grootebroekse moraal ze, naar eigen zeggen, met de paplepel is ingegoten: je moet geen kapsones hebben, want alle mensen zijn gelijk; nuchterheid is de voorwaarde om te overleven.

Ze waren vedetten zonder vedetteneigingen. Hoe groot hun roem ook was, ze bleven altijd met beide voeten op de kleigrond staan. Hun taal is de taal van het understatement. Hadden ze met Ajax of het Nederlands elftal op een imponerende manier de tegenstander vernederd, dan was hun commentaar: ‘Tja, het was wel een aardige wedstrijd.’ Scoorden ze een paar keer in een wedstrijd, dan hebben ze ‘wel lekker gespeeld’.

Waarom ging de tweeling dan opeens buitengaats? Het ligt voor de hand de schuld daarvan te zoeken bij de voormalige patatboer Rob Cohen, destijds schoonvader van Ronald en de zaakwaarnemer van beide Boertjes. Cohen was de drijvende kracht achter Team Holland, de BV die de rechten van de spelers van Oranje uitbaatte. Hij was de man die overal geld, geld en nog meer geld ruikt. Hij was het brein achter Twin Life, de kledinglijn van de Boertjes, van Soccer World, een voetbalcafé in de Arena, van het lucratieve beachvoetvolleytoernooi.

Maar er is ook een andere verklaring voor hun vertrek. Volgens Louis van Gaal waren de Boertjes allergisch voor kritiek. Toen ze het voorstel deden voor een forse belasting- verlaging voor topvoetballers, vonden ze een cynische premier Kok op hun weg die zei dat de broers niet direct de minst bedeelde Nederlanders zijn en dat hij de eerste zou zijn die ze op Schiphol zou uitzwaaien als ze naar het buitenland gingen. ‘En dat moet ons land besturen’, schamperde Ronald. Het commentaar van Frank: ‘Daar zakt m’n broek van af.’ Het is kortom de schuld van Kok. De Boertjes lieten zich niet beledigen.

Bij Ajax en Oranje speelden ze voetbal dat op hun karakter rijmde: ordelijk, georganiseerd en bedachtzaam. Voetbal waarin het om positiespel en beredeneerde positiewisselingen ging, om driehoekjes en ingestudeerde vrije trappen. De Boertjes waren ideale pionnen van de coach. Koele strategen waren ze, schakers, schematici die, hoe nonchalant en laconiek ze soms ook oogde, risico zo veel mogelijk uitbannen. Explosiviteit, passie, grilligheid, intuïtie, al die ingrediënten die voetbal leuk maken – het was ver bij ze te zoeken. Daar wordt het maar een rommeltje van.

FC Barcelona

Het Spaanse FC Barcelona, onder leiding van Louis van Gaal, werd de eerste buitenlandse club van de broers De Boer. Met een Nederlandse kern won de Catalaanse club de landstitel. Ronald de Boer speelde dertien wedstrijden in het restant van het seizoen. Hij overtuigde Barcelona daarmee niet. Na het jubileumseizoen 1999/2000 mocht Ronald de Boer (twintig duels, één goal) vertrekken.

Glasgow Rangers

Dick Advocaat haalde Ronald de Boer naar Rangers FC. Naast de Nederlandse trainer kwam hij hier wederom een aantal Nederlandse medespelers tegen. Blessureleed zorgde ervoor dat hij hier vaak wat minder aan spelen toekwam, maar hij was normaliter een vaste waarde. In zijn tweede seizoen won De Boer met Rangers zowel de Schotse beker als de Schotse League Cup. In 2002/2003 evenaarde De Boer zijn meest productieve seizoen met 33 duels en zestien goals. Hij won de Schotse landstitel en wederom beide Schotse bekers. Zijn vierde en laatste seizoen bij Glasgow Rangers was er een waarin hij zestien competitieduels speelde. Gedurende de tweede helft van het seizoen sloot ook zijn broer Frank zich aan bij de selectie van de Schotse club.

Qatar

Na zijn Schotse jaren vertrokken Ronald en Frank de Boer naar Qatar om hun loopbaan af te sluiten. Ze speelden één seizoen voor Al-Rayyan. Medio 2005 vertrokken ze beiden naar het eveneens in Qatar gelokaliseerde Al-Shamal. Frank de Boer stopte in 2006 met voetbal, Ronald ging door. Eind 2007 kreeg hij last van een nekhernia, die hem maanden aan de kant hield. In maart 2008 was hij weer fit. Desondanks besloot hij zijn contract in te leveren. Hij wilde geen gezondheidsrisico’s meer nemen in de laatste twee wedstrijden, tevens kon de club op deze manier een andere buitenlandse speler vastleggen.

Nederlands elftal

Op 24 maart 1993 debuteerde De Boer in een WK-kwalificatiewedstrijd tegen San Marino voor het Nederlands Elftal, toen hij na de eerste helft aantrad als vervanger van René Eijkelkamp. Hij scoorde meteen. Een half jaar later speelde De Boer zijn tweede interland tegen wederom San Marino en scoorde weer. Tegen Polen scoorde hij zijn derde kwalificatietreffer. Oranje kwalificeerde zich voor het Wereldkampioenschap 1994 in de Verenigde Staten, waar ook De Boer heen ging. Hij speelde er drie wedstrijden, inclusief de verloren kwartfinale tegen Brazilië.

In de kwalificatie voor het EK 96 was De Boer een vaste waarde en vond hij driemaal het net. Op het eindtoernooi speelde hij alle wedstrijden mee. In de kwartfinale tegen Frankrijk werd Nederland na strafschoppen uitgeschakeld. De Boer schoot wel raak in de serie.

Ook op het WK 1998 vertegenwoordigde De Boer Nederland. In de groepsfase scoorde hij tegen Zuid-Korea en tegen Mexico. In de kwartfinale tegen Argentinië stond hij met een loopactie aan de basis van de openingstreffer. Oranje won met 2-1. In de halve finale tegen Brazilië was De Boer met zijn voorzet aangever op de late gelijkmaker van Kluivert. Het kwam vervolgens op penalty’s aan, waarbij De Boers inzet gekeerd werd door Taffarel en uitschakeling een feit was.

Voor het Europees kampioenschap was medeorganisator Nederland automatisch gekwalificeerd. Nederland boekte drie groepsoverwinningen (onder meer op regerend wereldkampioen Frankrijk) en een 6-1-overwinning op Joegoslavië. De Boer kwam drie keer in actie en was doeltreffend tegen Denemarken. In de halve finale werd Oranje uitgeschakeld door Italië, wederom na strafschoppen.

Na het EK in eigen land deden zowel Louis van Gaal als Dick Advocaat in niet meer dan twee kwalificatiewedstrijden een beroep op de rechtshalf van Glasgow Rangers. Het Nederlands elftal wist zich niet te kwalificeren voor het WK 2002. Dit lukte wel voor het EK 2004, maar De Boer was hierbij niet meer van de partij: in april 2003 speelde hij zijn laatste wedstrijd voor Oranje. In totaal speelde hij 67 interlands, waarin hij dertien keer scoorde en tweemaal de aanvoerdersband droeg.

Voetbalanalist

De Boer gaf bij zijn afscheid aan nog één of twee jaar in Qatar te willen blijven, in een functie als voetbalanalist voor een sportzender. In 2008 deed hij de verkorte trainerscursus voor voetballers met meer dan 40 interlands. Ook liep hij stage bij het Ajax van Marco van Basten. Daarnaast speelt hij bij het team van oud-Ajacieden ‘Lucky Ajax’.

De Boer is analist voor wedstrijden van het Nederlands elftal in binnen- en buitenland. Onder meer tijdens het WK 2010, waar hij in Studio Sportzomer voor de NOS zijn commentaar gaf. Hetzelfde deed hij voor Al Jazeera Sports uit Qatar. Later trad De Boer als vaste analist in dienst bij sportzender FOX Sports en SBS 6.

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen Eredivisie (Ajax): 1989/90, 1993/94, 1994/95, 1995/96, 1997/98
* KNVB Beker (Ajax): 1992/93, 1997/98
* Nederlandse Supercup (Ajax): 1993, 1994, 1995
* Champions League (Ajax): 1994/95
* UEFA Super Cup (Ajax): 1995
* UEFA Cup (Ajax): 1991/92
* Wereldbeker voor clubteams (Ajax): 1995
* Primera División (Barcelona): 1998/99
* Copa del Rey (Barcelona): 1998
* Scottish Premier League (Glasgow Rangers): 2002/03
* Scottish Cup (Glasgow Rangers): 2001/02, 2002/03
* Scottish League Cup (Glasgow Rangers):
* Emir of Qatar Cup (Al-Rayyan): 2005
Nederlands elftal:
* 67 interlands; doelpunten: 13
* WK 1994, EK 1996, WK 1998, EK 2000
Individueel
* Beste speler van de Eredivisie: 1994, 1996

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, De Groene Amsterdammer, kentudezenog,nl, hpdetijd.nl,