101 Nederlandse Voetbaliconen (67) Jan Peters

Geboren: 18 augustus 1954, Groesbeek
Overleden:
Positie: Middenvelder
Clubs: N.E.C., AZ’67, Genoa CFC, Atalanta Bergamo, N.E.C.
Actief: 1971-1988
Doelpunten: N.E.C. (16), AZ’67 (32), Genoa CFC (5), Atalanta Bergamo (1), N.E.C. (3)
Nederlands elftal: 31 Interlands; doelpunten: 4
Trainer: VV SJN, De Treffers

Het is altijd weer een gok. Als je medio jaren zeventig Jan Peters ter sprake brengt, moet er altijd enige uitleg bij. Want er zijn in die tijd twee Jannen Peters die aardig kunnen voetballen. De een is spits bij Feijenoord, de ander speelt in NEC in de eerste divisie. Omdat hij wat kleiner van stuk is, noemen we hem Jantje.

Zijn grote doorbraak beleeft Jantje als hij van laagvlieger NEC geselecteerd wordt voor het Nederlands elftal in 1977, overigens samen met die andere Jan Peters. Maar het wordt de interland van Jantje; door zijn twee goals wordt Engeland verslagen en verdient de inmiddels wat grotere Jan een transfer naar AZ. Later zelfs naar Italië waar hij uitkomt voor Genoa en Atlanta. Omdat die andere Jan Peters snel naar de achtergrond verdwijnt, wordt Jantje een grote Jan.


Jan Peters scoort voor op Wembley voor Oranje tegen Engeland. Rob Rensenbrink, Micky Doyle en Kevin Beattie zijn de toeschouwers
foto: United Press
NEC

Johannes Wilhelmus (Jan) Peters begon zijn carrière bij Germania. “Ik was vijftien of zestien jaar en speelde in het eerste van Germania. Leen Looijen was toentertijd trainer bij SCE in Nijmegen. We waren allebei derdeklasser en hebben twee keer tegen elkaar gespeeld. Toen werd hij assistent bij Wiel Coerver en trainer van het tweede en vroeg of ik bij NEC wilde gaan spelen. Datzelfde jaar ben ik bij NEC begonnen. Er kwam een groep jonge gasten, dat was een nieuw idee, die met het eerste gingen meetrainen. Jan van Deinsen, Roy Baeten, Jos Peeters. Ik had geen contract, ik was amateur. Er was een vergoeding, ik meen dat het 403 gulden in de maand was. Jan van Deinsen had wel een contract en zat bij de selectie van het eerste. Ik zat in principe bij de selectie van het tweede. Maar we trainden toen bijna allemaal overdag. Dat was vrij uniek, want ik praat nu over bijna dertig jaar terug.” Zegt Jan Peters in een interview met de supporters-site detrouwehonden.nl in juni 2000.

Zo vanzelfsprekend als de doorbraak van de 31-voudig international naar het hoogste niveau achteraf lijkt, was het bepaald niet. “Kijk, in het begin, je komt van een derdeklas amateur af en dan ga je van twee keer trainen naar tien keer trainen in een week. Coerver was een man die enorm veel van ons eiste en wij waren enorm leergierig. Maar ik had een moeilijke periode in het tweede. Ik was niet direct een uitblinker, want ik was toen fysiek niet één van de sterksten. Maar toen kwam er door blessures een plaats vrij in het eerste en kreeg ik het vertrouwen van Wiel Coerver. In de eredivisie ging het direct veel beter. Waarom, dat weet ik niet precies. Maar goed, je speelt met betere kwaliteiten en daar kwam ik toch beter tot mijn recht. Dat was voor mij natuurlijk positief. En je moet het geluk hebben, dat geldt ook voor die jonge gasten nu, dat er een trainer is die jou het vertrouwen geeft. Was dat vertrouwen er toen niet geweest, dan weet je natuurlijk nooit waar het eindigt.”

Hij meldde zich als zeventienjarige bij het stadion voor zijn debuut in het eerste en werd naar de afdeling ballenjongens gestuurd. ‘Je moet naar beneden toe, vertelden ze mij. Ze dachten dat ik een dolletje maakte. Ik zei: ja, maar ik moet voetballen. Je kunt me nog meer vertellen, was de reactie. Maar je kunt je voorstellen dat ik nog maar een jungske was.’ Ruim vijfjaar later is hij uitgegroeid tot man, die ook in Oranje weet te schitteren.

Al direct tijdens zijn debuut, op 14 november 1971 thuis tegen FC Groningen, steelt Jantje de harten van het publiek. Hij speelt met lef, is technisch zeer vaardig en heeft een goeie pass in de benen. Wanneer hij na een uur het veld verlaat, laat het publiek met boegeroep luidruchtig zijn afkeuring blijken over de wissel. “Het was een begrijpelijke wissel want ik was total-loss. Het was een wissel om mij te beschermen, maar de mensen dachten dat het een wissel was omdat ik slecht was. Dat is nu nog in het voetbal. De mensen op de tribune begrijpen vaak niet waarom er gewisseld wordt. En ik was zo jong, dan hebben ze natuurlijk een beetje sympathie voor je.”

De sympathie bleef en groeide in de loop der jaren uit tot grote bewondering en enthousiasme. Jantje Peters werd de speler waar alles om draaide bij NEC. Ook landelijk kreeg hij veel aandacht. Zonder overdrijving kan worden gesteld dat hij in die jaren, in het kielzog van de grote generatie met Cruijff en Van Hanegem, als hèt grote talent van Nederland werd beschouwd. Ajax, Feyenoord en Anderlecht streden om hem.

Peters is trots op zijn carrière. Maar had er niet meer in gezeten? Hij had bijvoorbeeld in 1974, 19 jaar oud, naar Ajax gekund. Maar hij werd afgekeurd. ‘Ik denk weleens: godverdomme, hoe zou het zijn geweest als ik naar Ajax was gegaan?’ Eerder kon hij, tot twee keer toe, naar Anderlecht. ‘Maar ja, 18 jaar en dan naar Brussel… Ze zeiden weleens: als Jan Peters de brug bij Nijmegen over is, dan is hij de kluts kwijt. Nu zou ik zeggen: doen, wegwezen. Maar het waren andere tijden.’

Bij Ajax, keurt dokter Rolink keurt hem af op zijn knie. Ook met Anderlecht is hij bijna rond, tenminste… “Het bestuur van NEC belde. Ze hadden goede zaken gedaan met de mensen van Anderlecht en wachtten op mij en mijn vader. De champagne stond al klaar en het was allemaal geweldig. Er was nog iets met financiën en we wisten niet goed hoe we steeds van Groesbeek naar Brussel moesten komen, drie uur onderweg. Mijn vader blies het toen af. Meneer Bekeffy, een voetbalmakelaar die ertussen zat, zag een behoorlijke som geld door zijn neus geboord gaan. Dus hij bood mijn vader een auto aan, een Mercedes waarmee hij zich iedere week op en neer kon laten rijden. Als ik maar zou tekenen bij Anderlecht. Toen zei mijn vader: ‘Al geef je me een helicopter, onze Jan die git nie.’ Hij was enorm geïrriteerd doordat de club hem in een feeststemming opbelde, terwijl wij er nog niet uit waren. Dat was een enorme domper voor club.”

Jan Peters ging in juli 1977 over naar AZ’67. ‘Dat kwam als geroepen. Het was een club in opbouw. Ik heb er geen spijt van gehad.’ Bij N.E.C. speelde Peters 6 seizoenen waarbij hij 16 maal het net wist te vinden in 165 wedstrijden.

AZ

Vanaf het midden van de jaren zeventig bouwen in Alkmaar de gebroeders Molenaar met veel geld aan een topclub. De aankoop van Jan Peters past in dat plaatje. Al zeer ervaren en toch nog maar 23 jaar, komt hij met Willem van Hanegem op een middenveld te spelen. Hij wilde alles winnen. Hij had toen een clubje waarmee hij spellen deed, toentertijd was dat geloof ik Risk. Dan zaten ze tot vijf uur te Risken, want dan had Willem een keer verloren en moesten ze net zo lang doorgaan totdat Willem weer won. Maar dat is wel de mentaliteit. Ik vond het wel eens kinderachtig. Ik had dat niet zo in het extreme als Willem. Bij een topclub als AZ was winnen normaal. Bij NEC was het elke keer als je won juichen, springen. En bij AZ won je met 5-1 en kreeg kritiek: d’r had veel meer ingezeten. Wat is dit voor gelul, dacht ik dan. Verliezen was dodelijk.”


1981: Jan Peters in actie voor AZ tegen Ray Kennedy van Liverpool
foto: Hans van Dijk / Anefo

Verliezen deed AZ steeds minder. Af en toe ging het nog mis, vooral in de wedstrijden tegen de ‘kleinere’ ploegen werden soms knullig punten weggegeven. Zoals in mei 1980, toen jan Lohman NEC naar een 1-0 overwinning schoot in de laatste wedstrijd van het seizoen. NEC redde zich weer eens op het nippertje, AZ werd net geen kampioen. In het seizoen daarna waren de Alkmaarders echter ongenaakbaar. “Wij speelden toen eigenlijk zo perfect, dat het werd afgeschilderd als voorspelbaar. Later zeiden mensen als Cruijff en Keizer dat AZ toen bijna op het niveau van het grote Ajax speelde. Maar wij hadden toen weinig tegenstand. Ajax, Feyenoord en PSV speelden we gewoon van de mat af. Dus toen waren we ineens de kampioen van de zwakken. Maar wij waren toen echt zo goed, dat we eigenlijk zelf niet beseften hoe goed we waren. We hadden de eerste tien wedstrijden 20 punten, trouwens de eerste twintig wedstrijden haalden we 39 punten. In de elfde wedstrijd speelden we gelijk tegen Twente, die scoorden in de laatste minuut 1-1. Ik heb dat seizoen niet één keer verloren. Ik was toevallig geschorst tegen Ajax thuis, dat was zes wedstrijden voor het einde, toen verloren we met 2-1. Dertig wedstrijden gespeeld, nooit verloren. Ik heb toen ook nooit de indruk gehad dat we zouden verliezen, dat was ook zo gek.”

De club zet in 1981 de kroon op het werk met een perfect seizoen en een landstitel. Hier zou hij 120 wedstrijden spelen. En ook hier wist hij te scoren, namelijk 20 keer. Het verval zet snel daarna in en Peters vertrekt naar Italië, om Genua en Atalanta Bergamo te dienen.

Genua en Atalanta Bergamo

Nog één seizoen blijft Jan Peters in Alkmaar en vertrekt dan naar Italië. Hij zal drie jaar bij Genua en één jaar bij Atalanta Bergamo doorbrengen. Na het bijna perfecte voetbal van AZ een hele overstap. “Ik heb in Italië bij clubs gespeeld, dat waren het Volendam van Serie A. Je speelde daar 80,90% onder druk, het was allemaal kunst en vliegwerk. In onze tijd was het catenaccio, het is nu wat minder, maar wij hadden er wel een handje van om de zaak dicht te metselen. Met Genua streden we tegen degradatie en in het tweede jaar gebeurde dat ook; in het derde jaar speelden we Serie B. Ik ging in een tijd dat er nog niet zoveel buitenlanders waren. Krol speelde bij Napoli en Van de Korput in Turijn. Dan ging er eentje in je broekzak zitten en die stond daar te hijgen, nou joh, daar werd je misselijk van, die gekke Italianen. En schoppen en slaan. Ik ben nooit één van de liefste geweest, maar daar heb ik heel wat moeten incasseren en ik heb ook heel wat uitgedeeld. Ik heb er wat koekies uitgedeeld. Ik laat me een beetje door een Italiaan…”

Qua voetbal was het voor Peters dus afzien, maar hij heeft er een mooie tijd gehad. “Het was prachtig. Daar heb je nou echt het idee: je begint met zijn allen aan een seizoen en je weet, we gaan het schip op en het kan zinken, maar iedereen werkt er zó hard voor En dan die emotie, alhoewel ja… Ik heb zo vaak in een deuk gelegen, want ja… Ik kon me daar helemaal niet druk om maken. Hoe die mensen daar mee omgaan, prachtig. Eerlijk waar, prachtig. En gek jongen, die lui. Dat was abnormaal. En dan de derby. Sampdoria tegen Genua. Een slachtpartij. De eerste derby die ik speelde: negen gele en twee rode kaarten. Dat was gewoon overleven, dat had niks met voetbal te maken. En niet verliezen, hè. Die wedstrijd verliezen telde veel zwaarder dan vijf andere wedstrijden achter elkaar verliezen. Ik heb het gelukkig nooit meegemaakt, alle vier mijn derby’s eindigden gelijk. Het was de strijd tussen het rijke Sampdoria en Genua, de club van de havenarbeiders. Als wij thuis speelden zaten er tienduizend van die gekke Sampdorianen de tegenstander aan te moedigen. Maar ja, dat hield je wel scherp, hè. Wij speelden met een gemiddelde van 47.000 mensen en waren gewoon het Volendam van de eredivisie.”

In Nijmegen besluit hij daarna zijn profcarrière en plakt er een paar jaar achteraan bij amateurs van De Treffers, in Groesbeek. Daar pakt hij nog een landskampioenschap mee, een prachtige afronding van een schitterende loopbaan. Daar werd hij later ook trainer en technisch manager

Nederlands elftal

Peters speelde 31 interlands waarin hij vier keer het doel trof. Terwijl NEC in de eerste divisie bivakkeert, maakt hij zijn entree in het Nederlands elftal, als invaller in de eerste wedstrijd na de WK-finale in München. Zijn elfde interland in NEC-dienst speelt hij tweeënhalfjaar later, op Wembley tegen Engeland terwijl NEC net boven de rode streep in de eredivisie staat. Het zal zijn laatste als NEC-er zijn, maar ook zijn meest spectaculaire. Peters werd vooral bekend in Nederland doordat hij op 9 februari 1977 tegen het Engelse elftal op Wembley twee keer scoorde voor het Nederlands voetbalelftal (0-2).

Jan, man, man, what a goals! koppen de Engelse kranten, nadat hij met twee doelpunten de uitvinders van het moderne voetbal op het heilige gras van Wembley voor aap heeft gezet.

Het Nederlands elftal staat er net zo voor als veel vaker het geval is: het loopt voor geen meter bij Oranje. Tot Jan Peters uit Groesbeek twee keer scoort, in een wedstrijd waaraan Johan Cruijff ook meedoet. Deze dinsdagavond staat in het teken van ‘ons’ elftal, Wembley en nummer 14. De verwachtingen voor Engeland-Nederland zijn februari 1977 niet hooggespannen. Maar ineens is het er weer: het totaalvoetbal waarmee Oranje op het WK van 1974 opzien baarde. Oranje wint op het heilige gras van Wembley met 2-0.

Denkt Peters, toen NEC, nog vaak aan die dag terug? ‘Nee. Nee. Het zou ook een drama zijn als ik er na al die jaren nog dagelijks mee bezig was’, zegt hij op de dag dat het Oranje van bondscoach Danny Blind een oefeninterland speelt op Wembley. Maar een hoogtepunt in zijn carrière is het wel. En ook speciaal: hij speelde samen met Johan Cruijff. ‘Het was de eerste keer dat ik samen met hem in de basis stond. Ik was al wel meerdere keren ingevallen toen hij speelde’, aldus Peters. ‘Het was een wedstrijd waarin Cruijff excelleerde.’

In 1979 deed zich een uniek feit voor tijdens de jubileumwedstrijd van de FIFA, die Oranje speelde tegen Argentinië: Peters speelde zijn twintigste interland, en na 57 minuten werd Kees Kist gewisseld voor een andere Jan Peters, van Feyenoord. De wedstrijd eindigde in 0-0 en strafschoppen moesten de beslissing brengen. Beide Jannen Peters misten.

Jantje Breed

Peters stond bekend onder de bijnaam Jantje Breed, omdat hij de bal vaak breed zou leggen. Vervelend? ‘Eerst stoorde ik me eraan. Het is ook niet terecht. Het slaat nergens op. Er was toen geloof ik een show van Harry Vermeegen. En als je dan eens een balletje breed speelt en ze laten dat dan twee of drie keer zien, dan heb je die naam. En dan kom je er nooit meer vanaf.’

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen Eredivisie (AZ’67): 1980/81
* KNVB Beker (AZ’67): 1978, 1981
* Finale UEFA Cup (AZ’67): 1980/81
Nederlands elftal:
* 31 Interlands; doelpunten: 4

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, detrouwehonden.nl, omroepgelderland.nl, kentudezenog.nl