101 Nederlandse Voetbaliconen (7) John Bosman

Geboren: 1 februari 1965, Bovenkerk
Overleden:
Positie: Aanvaller
Clubs: Ajax, Mechelen, PSV, Anderlecht, Twente, AZ
Actief: 1983-2002
Doelpunten: Ajax (105), Mechelen (34), PSV (11), Anderlecht (71), Twente (34), AZ (24)
Nederlands elftal: 30 interlands; 17 doelpunten
Trainer:

Het geluk lacht John Bosman niet altijd toe in het leven. Oké, hij scoort met name bij Ajax sneller dan zijn schaduw, maar in Oranje worden zijn optredens achtervolgd door pech. Als hij vijf keer scoort tegen Cyprus wordt de wedstrijd later ongeldig verklaard. Vecht hij zich in de basis van het elftal dat aan de start staat van het EK van 1988, gaat uitgerekend die eerste wedstrijd (tegen de Sovjet-Unie) prompt verloren. Er hangt altijd de schaduw van ene Van Basten om hem heen.

Maar dit sportieve leed valt in het niet bij het persoonlijk drama dat hem overkomt. De dood van zijn zoontje Devin in 2001 bij een verkeersongeluk. “Ik heb het leven nu redelijk weer opgepakt, maar ik had zo mijn hele carrière willen inleveren om hém terug te krijgen” zegt Bosman in de rubriek Huize Heukels in Sportweek.


1987: Ajax tegen Feyenoord; John Bosman passeert keeper Joop Hiele
foto: Bart Molendijk/Anefo
Jakobus Johannes (John) Bosman werd in zijn tijd op de Nederlandse velden vaak één van de sympathiekste spelers uit de eredivisie genoemd. Charmant, voorkomend, nuchter, en een voorbeeldige prof zijn slechts enkele kwalificaties die op hem van toepassing zijn. Bosman bewees als lange kopsterke spits in de top van Nederland en in de top van België een echte topschutter te zijn.

Ajax

De lange kopsterke spits begon zijn carrière bij Ajax. John Bosman debuteerde in de eredivisie op 21 augustus 1983 tegen FC Utrecht. In het tweede duel, op 20 november 1983 toen Bosman in de basis startte tegen Roda JC, maakte hij zijn eerste goal in het shirt van Ajax. Het was de eerste van 77 competitiegoals die hij voor Ajax zou maken. De productie zou daarna nooit meer stokken. Bij KV Mechelen (34), PSV (11), Anderlecht (71) en FC Twente (34) legde hij de basis voor zijn ongelooflijke totaalscore. De laatste drie seizoenen bij AZ voegde hij daar nog 24 doelpunten aan toe, al was alleen in het eerste Alkmaarse jaar van Bosman-kaliber, toen hij achttien maal succesvol was.

In vijf seizoenen speelde hij 165 wedstrijden voor Ajax. Hij maakte in totaal 105 doelpunten voor de Amsterdamse club, waar hij concurrentie had voor de spitspositie van Marco van Basten. Met zijn 77 treffers in de competitie staat hij in de top twintig van de topschutters aller tijden van Ajax. Na het vertrek van Van Basten naar AC Milan werd Bosman in het seizoen 1987/88 clubtopscorer van Ajax. In zijn vijfde en laatste seizoen bij Ajax stond Bosman in de spits in de finale van de Europacup II. Titelverdediger Ajax verloor met 0-1 van het KV Mechelen van voormalig Ajax-trainer Aad de Mos. Aan het einde van het seizoen stapte Bosman over naar deze Belgische club.

KV Mechelen, PSV en Anderlecht

De Mos kende hij nog van zijn tijd bij Ajax. Tijdens zijn periode bij KV Mechelen werd hij landskampioen en veroverde hij de Beker van België. In 1989 veroverde hij de Europese Supercup met KV Mechelen.

Deze successen leverden enkele spelers van Mechelen transfers op. Bosman vertrok in 1990 naar PSV. Daar was hij de opvolger van Wim Kieft. Hij fungeerde als aanspeelpunt naast Romario, maar voelde zich niet prettig in die rol en dreigde daarnaast zijn basisplaats te verliezen aan Twan Scheepers. Met PSV werd hij landskampioen, maar vertrok toch alweer na één seizoen naar RSC Anderlecht, waar hij herenigd werd met oud KV Mechelen spelers als Graeme Rutjes en Bruno Versavel.

Bij Anderlecht vond Bosman, die de bijnaam ‘De Giraffe’ kreeg, ook trainer De Mos terug die Bosman trainde bij zowel Ajax als Mechelen. In 1996, toen Johan Boskamp trainer was van RSC Anderlecht, belandde de spits op de bank. Andere spitsen kregen de voorkeur waarop Bosman terugkeerde naar de Nederlandse velden. In totaal scoorde hij 71 doelpunten voor de Brusselse club.

FC Twente en AZ

Bosman vervolgde zijn carrière bij voetbalclub FC Twente. Ook hier bleek hij van grote waarde, en nog altijd even scherp te zijn voor het doel. Hij maakt 34 doelpunten. Daarna vertrok hij in 1999 naar het AZ van Dirk Scheringa. Ook in Alkmaar maakte hij zijn reputatie waar, en speelde daarnaast een belangrijke rol bij het coachen en trainen van de jongere aanvallers. In 2002 besloot Bosman te stoppen met voetballen. De vroege dood van zijn zoon Devin, die bij een verkeersongeval in oktober 2001 om het leven kwam, speelde ook een rol in die beslissing.

Zijn laatste wedstrijd in de Alkmaarderhout werd een mooie. Getooid met nummer 9 betrad Bosman het veld. In de wedstrijd oogde de veteraan scherp. Na drie minuten opende Bosman de score. Barry van Galen zette voor, Max Huiberts kopte door en Bosman kopte vallend raak. Ook zijn tweede was een fraaie. Opnieuw kwam de voorzet van links van Van Galen. Maar deze keer werkte de goaltjesdief de bal al glijdend bij de eerste paal in het doel. Beide doelpunten waren kenmerkend voor zijn klasse en bezetenheid.

De laatste twee seizoenen was het beste er af. Een basisplaats was mede door blessures nog maar zelden voor hem weggelegd. Toen Bosman werd getroffen door het verlies van zijn zoontje, leek een geruisloos afscheid van het betaalde voetbal zijn deel te worden. Toch maakte hij in de laatste weken van dat seizoen zijn rentree, met de 250ste en 251ste doelpunt tegen NEC tot gevolg. Bosman zei zelf niet geobsedeerd te zijn geweest door de jubileumgoal. ‘Ik zou er ook vrede mee hebben gehad als ik op 249 was geëindigd’, zo relativeerde de 30-voudige international de mijlpaal in de Volkskrant.

De 35 jaar ervoor reikten alleen Willy van der Kuylen, Johan Cruijff en Ruud Geels tot een dergelijk astronomisch aantal op het hoogste niveau. Sinds 1979, toen Johan Cruijff voor de 250ste in competitieverband scoorde, was het geen Nederlander meer gelukt om dat aantal te bereiken. Ook erkende goalgetters en generatiegenoten van John Bosman als Peter Houtman, Marco van Basten en Wim Kieft haalden dat bij lange na niet.

Tijdens zijn hele carrière is het Bosman gelukt om nagenoeg blessurevrij te blijven. Bosman heeft geen relatie met het voor het internationaal belangrijke Bosman-arrest, dat is vernoemd naar de Belgische voetballer Jean-Marc Bosman.


John Bosman haalt uit voor RSC Anderlecht
foto: RSCA MEDIA

Bosman: ‘Alsof een stukje uit m’n hart is weggenomen

Elke dag, onderweg van Amstelveen met de auto naar De Toekomst, passeert John Bosman de kruising. De kruising die al die schitterende doelpunten, al die bekers, al die interlands in één klap onbelangrijk maakte. De voetbalwereld hield voor hem op te bestaan toen John, destijds 36 en spits van AZ, in oktober 2001 zijn vijfjarige zoontje Devin bij een tragisch verkeersongeval verloor. Zijn zoontje viel van zijn fiets en de chauffeur van een achteropkomend taxibusje zag Devin niet.

De onnoemelijke pijn van het verlies verscheurde hem van verdriet. Vijftien jaar lang zweeg hij. Bewust meed hij de pers. Hoe verwerk je een tragedie, zo groot, dat die eigenlijk niet te verwerken is? Maar John knokte zich terug in het leven. Mede dankzij het voetbal. Vijftien jaar later was hij klaar om zijn verhaal te vertellen in het magazine Helden.

“Devin was een eigenwijs en vrolijk jongetje. Het moest zoals hij het wilde. Hij luisterde niet. Ik had het gevoel dat hij al heel ver was, want hij doorzag zoveel. Een heel apart kindje. Hij deed niet mee met wat andere kinderen allemaal wilden. Ging hij iets anders doen. Een enorm eigen karakter. Bij de Coenradi Boys van Roda’23 ging hij voetballen. Natuurlijk wilde ik dat graag. Maar hij vond ’t niks. Dus ging hij keepen, want dan mocht hij tenminste de bal uittrappen. Ik weet nog goed dat hij ineens van het veld liep. Ik als voetbalvader erachteraan natuurlijk. ‘Wat ga je doen?’ vroeg ik. ‘Snoep halen,’ antwoordde hij. Zo’n jochie was het. Hij heeft nog eens in zijn eigen doel geschoten. Voetbal werd ‘m niet, denk ik,” grinnikt John.

‘Het blijft een groot gemis. Hoe leg ik dat uit? Er sterft iets in je’

Nederlands elftal

Bosman speelde in zijn carrière 30 interlands waarin hij 17 keer het vijandelijke doel trof. Tijdens een kwalificatie interland tegen het kleine Cyprus scoorde John Bosman zelfs vijf doelpunten in één wedstrijd. Het duel onder leiding van de Luxemburgse scheidsrechter Roger Philippi werd echter overschaduwd door het “bomincident”, en de wedstrijd werd overgespeeld. Daardoor is zijn prestatie niet in de geschiedenisboeken beland.

Hij maakte ook deel uit van de succesvolle formatie die het EK 1988 in Duitsland won. Hij kwam tijdens dit toernooi in actie bij de groepswedstrijden tegen de Sovjet-Unie en Ierland. Bij het begin van het EK had Bosman het vertrouwen van coach Rinus Michels, en hij hield daarmee Marco van Basten op de bank. Na het verloren groepsduel tegen de Sovjet-Unie verloor hij zijn basisplaats aan Van Basten, die daarna zou uitgroeien tot de ster van het EK.

Na zijn actieve carrière werd hij individueel trainer bij Ajax.

Prijzenkast en erelijst:

* Europacup II (Ajax): 1986/87
* Kampioen Eredivisie (Ajax): 1984/85
* KNVB Beker (Ajax): 1985/86, 1986/87
* UEFA Super Cup (KV Mechelen): 1988
* Kampioen Eerste Klasse (KV Mechelen): 1988/89
* Kampioen Eredivisie (PSV): 1990/91
* Kampioen Eerste Klasse (Anderlecht): 1992/93, 1993/94, 1994/95
* Belgische Beker (Anderlecht): 1993/94
Nederlands elftal
* 30 interlands; 17 doelpunten
* EK 1988: Goud

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, Volkskrant, Trouw, Voetbal International, kentudezenog.nl, nhnieuws.nl,heldenonline.nl