101 Nederlandse Voetbaliconen (72) Wim Rijsbergen

Geboren: 18 januari 1952, Leiden
Overleden:
Positie: Verdediger
Clubs: PEC Zwolle, Feyenoord, SC Bastia, New York Cosmos, Helmond Sport, FC Utrecht
Actief: 1970-1986
Doelpunten: Feyenoord (1), SC Bastia (2), New York Cosmos (2)
Nederlands elftal: 28 interlands; doelpunten: 1
Trainer: Ajax (jeugd), DS’79, LV Roodenburg, DWS, FC Volendam, NAC, FC Groningen, Universidad Católica, Al-Ittifaq, Club América (assistent), Trinidad en Tobago, PSM Makassar, Indonesië, Indonesië (technisch directeur), Persibo Bojonegoro, Salomonseilanden

Oké, hij maakt een goed seizoen door bij Feijenoord, waarmee hij in 1974 de UEFA Cup wint, maar niemand verwacht dat Wim Rijsbergen daarna meteen doorbreekt in Oranje. Hijzelf al helemaal niet. Dat hij na het afhaken van de geblesseerde Barry Hulshoff bij de selectie zit, is al een verrassing, dat hij vanaf wedstrijd één een centraal duo vormt met Arie Haan is een nog grotere surprise. Maar het vertrouwen dat Michels in hem stelt, betaalt zich uit. Rijsbergen is een stoere, onverzettelijke voorstopper die zich door niets of niemand van de wijs laat brengen.

Zelfs als speler bij het sterrenensemble van New York Cosmos, met vedettes als Pelé en Beckenbauer om hem heen, vertrekt hij geen spier. Sober verdedigen is zijn handelsmerk en dat houdt hij, ondanks veel fysieke malheur, lang vol.


Gerd Müller zet in de WK-finale van 1974 een sliding in op Wim Rijsbergen.
foto: ANP
Wilhelmus (“Wim”) Gerardus Rijsbergen begon te voetballen in de jeugd van het Leidse Roodenburg en begon zijn profcarrière in 1970 bij PEC Zwolle. Wim Rijsbergen was nog maar negentien jaar toen hij in de zomer van 1971 door Feyenoord werd weggeplukt bij PEC Zwolle. Dat was een opmerkelijke transfer, niet alleen omdat de jonge verdediger er slechts één seizoen in de eerste divisie had opzitten, maar ook omdat hij zwakke enkels had. ‘Balletenkels’, noemde hij ze zelf. Rijsbergen: “Bij het Nederlands jeugdelftal zeiden ze dat ik er nooit het betaalde voetbal mee ging halen. Ik zwikte er al doorheen als ik op een kiezeltje stond.”

Met elke training en elke wedstrijd flink wat tape om zijn enkels kon hij de strijd toch aan. En een strijd moest hij ook daadwerkelijk aangaan om bij Feyenoord zijn plekje te veroveren. Rijsbergen: “Ik kwam naar De Kuip om Rinus Israel en Theo Laseroms op te volgen. Dat moest soms met twee benen vooruit.” Op de training ging het er regelmatig hard aan toe. “Theo en Rinus zagen me als hun concurrent en daardoor heb ik een hele goede opvoeding gehad. Ze schopten me dwars doormidden. Ik ben maar af en toe een schoppie terug gaan geven, anders ging je er binnen no time aan. Hier was tennisvoetbal al oorlog. Als je aan het net kwam had je zes noppen in je borstbeen. Die mannen wilden laten zien dat je niet met ze kon dollen.”

Gelukkig voor Rijsbergen bleef het niet bij schoppen alleen: “Ze hielpen me ook. Goede opleiders. Ze praatten veel met me over voetbal. Als je niets leerde, hoorde je er niet bij.” De harde leerschool legde Rijsbergen geen windeieren. Hij veroverde in het seizoen 1972/’73 een basisplaats en zou die nooit meer afstaan. Een jaar later, toen Feyenoord het landskampioenschap en de UEFA-Cup won, werd het sterke spel van de nog altijd maar tweeëntwintigjarige verdediger zelfs beloond met een basisplaats op het WK in Duitsland.

Bij Feijenoord speelde hij zeven jaar tot 1978. Hij speelde bij Feyenoord voornamelijk op de positie van rechtsachter maar bleek ook op andere posities uit de voeten te kunnen. Zo speelde hij de laatste seizoenen bij de club als centrale verdediger. In het Feyenoord van de jaren zeventig bracht hij de lessen van de Leidse straat in praktijk. Willem van Hanegem (‘die Kromme’) had het grootste respect voor de stoere stopper, die elke doodschop met gelijke munt plus rente terugbetaalde. Om Rijsbergen kon letterlijk niemand heen. Hij was de kurk op de fles van het succesvolle Feyenoord, dat in 1974 landskampioen werd en de UEFA cup won. Hij stond eenzaam aan de basis van het totaalvoetbal van 1974.

Hierna verkaste hij naar het Franse SC Bastia. Bij deze club op Corsica speelde hij samen met vedette Johnny Rep, die een jaar eerder met deze club de UEFA cup finale bereikte. Rijsbergen kwam 24 wedstrijden uit voor de club en verhuisde toen naar de Verenigde Staten, om bij New York Cosmos te gaan spelen. Hij behoorde als voetballer tot de categorie robuuste en betrouwbare verdedigers en vocht duels uit met de grootste spitsen ter wereld, van Gerd Müller in Duitsland tot Johan Cruijff in Amerika.

In deze periode speelde hij tevens 28 keer in het Nederlands elftal, onder andere bij het WK van 1974 en 1978, waarin Nederland beide keren de WK finale haalde. Beide keren was het helaas ook zonder succes. Daarnaast speelde Rijsbergen op het EK van 1976.


Wim Rijsbergen zeven jaar lang verdediger bij Feijenoord.
foto: Onbekend
Met het idee ‘lekker bruin te worden op de reservebank’ vertrok Wim Rijsbergen in juni 1974 met de Oranje-selectie naar West-Duitsland. ‘Ik hoopte dat ik op het WK af en toe wat speelminuten zou krijgen’, vertelt Rijsbergen, die in de laatste oefeninterland vóór het toernooi – in De Kuip tegen Roemenië (0-0) – had gedebuteerd. ‘Ik had eigenlijk het EK van 1976 al in mijn hoofd. Dáár hoopte ik basisspeler te zijn, in Duitsland wilde ik alleen wat ervaring opdoen.

Het liep anders. Vanaf het eerste duel, op 15 juni met Uruguay, tot en met de finale op 7 juli tegen West-Duitsland stond Rijsbergen in het basisteam van bondscoach Rinus Michels. ‘Ik had het voordeel dat we met Feyenoord een topseizoen hadden gedraaid’, weet Rijsbergen. ‘We werden kampioen en wonnen de UEFA Cup. Cor van der Hart was als assistent-coach van het Nederlands elftal de vaste scout bij Feyenoord. Hij heeft ervoor gezorgd dat ik bij de selectie kwam.’ In de aanloop naar het toernooi raakten andere topverdedigers als Barry Hulshoff en Aad Mansveld geblesseerd. ‘En ook Rinus Israel was niet helemaal topfit’, herinnert Rijsbergen zich. ‘Waarschijnlijk was ik een goed alternatief. Achteraf kan ik me de gedachtegang van Michels wel voorstellen. Dat Totaalvoetbal van Oranje, dat later zo geroemd is, is gebaseerd op een zeker risico. Om aanvallend sterker te worden wilde Michels – en hij zal daarbij best zijn ingefluisterd door Johan Cruijff – een laatste man die voortdurend zou inschuiven, om een overtalsituatie op het middenveld te creëren. Dat werd Arie Haan. Die speelstijl kun je alleen maar hanteren als je een heel sterke verdediging hebt. Ruud Krol en Wim Suurbier hadden als backs al de nodige ervaring, ik kwam erbij om de spitsen af te stoppen.’

Het contact met Michels bleef tijdens het toernooi vrijwel beperkt tot het uitwisselen van de woorden dag en hallo. Rijsbergen: ‘Ik denk dat ik in de zes weken die we met de selectie bij elkaar zijn geweest twee zinnen met hem gesproken heb. De kracht van Michels was dat hij het vermogen had mensen belangrijk te maken, én dat hij goed inschatte welke voetballers de beste combinatie zouden vormen. Bovendien verstond hij de kunst de touwtjes op het juiste moment te laten vieren. Als wij na een overwinning wilden feesten, dan liet hij dat ook toe. En dan werden er de nodige biertjes gedronken.’

De hiërarchie in de spelersgroep was duidelijk, zegt Rijsbergen. ‘Johan Cruijff was natuurlijk de leider, Willem van Hanegem op een andere manier. Op de training schold hij je soms helemaal verrot. Daar kon je je aan gaan ergeren, maar dan had je elke dag een psycholoog nodig. Bovendien zei Willem altijd: “Pas als ik niks meer tegen je zeg, heb ik geen vertrouwen meer in je.”

Oranje kwam de poule met Uruguay, Zweden en Bulgarije vrij simpel door en in de tweede ronde klopte het achtereenvolgens Argentinië en Oost-Duitsland. Vervolgens wachtte op 3 juli in Dortmund titelverdediger Brazilië. Rijsbergen: ‘Brazilië was op dat moment nog steeds het beste team van de wereld. technisch bijna onverslaanbaar, het enige minpunt was dat ze wel eens voetbalden om te voetballen, en niet om te scoren.’ Het werd een keihard duel, waarin Johan Neeskens enige tijd bewusteloos op het veld lag na een vuistslag van Mario Marinho en diens ploeggenoot Luis Pereira kort voor tijd rood kreeg na een aanslag op diezelfde Neeskens. ‘Wij hadden aan een gelijkspel genoeg’, weet Rijsbergen. ‘Vanwege ons risicovolle spel moesten we bij balverlies proberen de bal meteen weer te veroveren. En dan moet je wel eens een schopje uitdelen… Wij waren óók niet misselijk, hè. Nadat wij op voorsprong waren gekomen probeerde Brazilië de boel te forceren en toen liep het helemaal uit de hand.’

De strafschop die Neeskens al na één minuut in de finale tegen West-Duitsland benutte had hij achteraf bezien beter kunnen missen, vindt Rijsbergen. ‘Na die 1-0 kwam er een tweedeling in de groep. De ene helft wilde meteen de tweede goal maken, terwijl de andere helft de voorsprong ging verdedigen. Dat werkte niet.’ De gastheren scoorden nog vóór rust twee keer. In de pauze nam Michels de omstreden beslissing René van de Kerkhof in te brengen voor Rob Rensenbrink. Rijsbergen: ‘Rob had nooit moeten spelen, want hij was tegen Brazilië geblesseerd geraakt. Later is geschreven dat hij op de avond vóór de finale een sponsorcontract met Puma zou hebben getekend. Hij zou het geld alleen krijgen als hij daadwerkelijk zou spelen. Ik weet niet of dat waar is, maar dat maakt niet uit: ik kan me goed voorstellen dat je als voetballer koste wat kost wilt meedoen in een WK-finale. Maar voor het elftal was het achteraf beter geweest als hij zich had teruggetrokken. Piet Keizer voelde zich gepasseerd toen Van de Kerkhof het veld op moest en niet hij, maar daar heb ik niets van meegekregen omdat ik in een andere kleedkamer werd verzorgd door Pierre van den Akker.’ Rijsbergen moest de eindstrijd uiteindelijk geblesseerd verlaten. ‘Het rare is dat je van tevoren denkt dat een WK-finale het hoogtepunt uit je voetbalcarrière wordt. Maar omdat we verloren, is het in principe een dieptepunt geworden.’

De blonde Leidenaar Wim Rijsbergen speelde ook nog bij Helmond Sport en beëindigde zijn profcarrière in 1986 bij FC Utrecht. Een liesblessure maakte verder spelen onmogelijk.

Rijsbergen werd als speler landskampioen, won de Europa Cup en de KNVB Beker en maakte twee WK’s mee.

Trainerscarrière

Nieuwsgierig naar wereld en reislustig van nature, trok hij daarna over de globe, ging naar Spanje, Amerika, Chili, Mexico, werd assistent van L eo Beenhakker en zag hoe de selectiespelers in Trinidad hagedissen vingen om op te eten. Hij maakte kennis met de corrupte Fifa-bobo Jack Warner en wacht nog altijd op zijn geld van het eiland. Hij maakte kennis met de strenge islamitische wetten in Saoudi-Arabië. Zijn betrekking bij de Indonesische voetbalbond eindigde ook in rechtszaken en gedoe.

Rijsbergen: “Het is altijd mijn ideaal geweest om wat meer van de wereld te zien. Toen ik aan de opleiding als trainer begon heeft dat ook meegespeeld. Als voetballer heb ik met Feyenoord en het Nederlands elftal natuurlijk alles meegemaakt, maar bij New York Cosmos heb ik ook een geweldige tijd gehad, met de beste spelers van de hele wereld. Pele speelde soms mee, Frans Beckenbauer, en het sociale leven was er fantastisch.”

Hij trainde hij van 1986 tot 2004 verschillende clubs, waaronder FC Groningen, NAC Breda en Club Deportivo Universidad Católica, en was hij tijdelijk analyticus bij Studio Sport. Daarna was hij onder Leo Beenhakker assistent-bondscoach van Trinidad en Tobago. Nadat Beenhakker in 2006 naar Polen vertrok, volgde hij hem op als hoofdcoach. Rijsbergens assistent was ook een Nederlander: Jan van Deinsen. Rijsbergen was daarnaast ook trainer in Chili, Saoedi-Arabië en Mexico.

In januari 2011 tekende Rijsbergen een contract bij PSM Makassar in Indonesië. Op 14 juli 2011 werd bekendgemaakt dat de Nederlander daarnaast was aangesteld als interim-bondscoach van het nationale elftal van Indonesië. Twee dagen later tekende hij een contract voor twee jaar.

Op 1 maart 2012 kondigde de FIFA een onderzoek aan naar de 10-0 nederlaag die de ploeg van Rijsbergen een dag eerder had geleden in de WK-kwalificatiereeks tegen Bahrein. Dat land moest met minimaal negen doelpunten verschil winnen om kans te blijven maken op het bereiken van de volgende kwalificatieronde. De Indonesische keeper Syamsidar kreeg in de wedstrijd al na twee minuten de rode kaart wegens het veroorzaken van een strafschop.

Wim Rijsbergen is niet vies van een reisje op zijn tijd. In Chili, Mexico, Trinidad en Tobago, Indonesië en Saudi-Arabië plantte hij zijn noppen in het gras. En in 2019 zelfs op de Salomonseilanden als bondscoach zonder daar ooit eerder geweest te zijn. ,,Prachtig vakantiewerk”, stelt de Leidenaar. ,,Toen ik gebeld werd, was ik meteen enthousiast. De Salomonseilanden, man. De naam kende ik nog van mijn Aardrijkskunde-lessen van vroeger. Een immens domein van rieten rokjes en van kannibalen, weet ik nog. Nou, die plek wil ik weleens leren kennen. En wie weet ontdek ik er wel de Lionel Messi van de Salomonseilanden, joh. Het is in elk geval het speuren waard. In dat geval beloof ik dat ik hem meteen op het vliegtuig mee terugneem naar Nederland.”

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen Eredivisie (Feijenoord): 1973/74
* UEFA Cup (Feijenoord): 1973/74
* Intertoto Cup (Feijenoord): 1973
* Soccer Bowl (New York Cosmos): 1980, 1982
* KNVB Beker (FC Utrecht): 1984/85
Nederlands elftal:
* 28 interlands; doelpunten: 1
* Wereldkampioenschap voetbal Zilver: 1974, 1978
* Europees kampioenschap brons: 1976

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, Algemeen Dagblad, kentudezenog.nl,feyenoordgeschiedenis.net, Wim Rijsbergen ‘Van Feyenoorder tot globetrotter’, Voetbal International.