101 Nederlandse Voetbaliconen (73) Kees Rijvers

Geboren: 27 mei 1926, Princenhage
Overleden:
Positie: Aanvaller
Clubs: NAC, AS Saint-Étienne, Stade Français, AS Saint-Étienne, Feyenoord, AS Saint-Étienne, NAC
Actief: 1944-1963
Doelpunten: NAC (2), AS Saint-Étienne (51), Feyenoord (36)
Nederlands elftal: 33 interlands; doelpunten: 10
Trainer: TSC, Willem II (assistent), FC Twente, PSV, Beringen FC, Nederland, FC Twente (technisch directeur), PSV

Op 21 december 1981 speelt Spanje in Sevilla een cruciale EK-kwalificatiewedstrijd tegen Malta (12-1). Kees Rijvers neemt niet de moeite het duel op televisie te bekijken. De coach van Oranje verkiest een kaartavond bij de buren in Knegsel. Het potje kaarten wordt in de media jarenlang met enige regelmaat opgerakeld en geldt als een klassieke anekdote. Als bondscoach in de periode 1981-1984 laat Rijvers onder anderen Gullit, Rijkaard, Van Basten, Ronald Koeman, Vanenburg en Wouters debuteren, maar juist dat voorval blijft aan hem kleven. Hij is de man die op een beslissend moment -niet Nederland maar Spanje plaatst zich dankzij de omstreden zege voor het EK- zit te kaarten bij de buren.

Op gezag van persbureau ANP maken een dag na de wedstrijd talloze andere kranten melding van de kaartavond. Pas twintig jaar later zorgt de Volkskrant voor eerherstel, “Rijvers kaartte die avond helemaal niet,” bekent Wim Jesse, de journalist die Rijvers destijds bijstaat als persvoorlichter. “Het woord kaarten is plompverloren uit mijn brein ontsproten, toen ANP-redacteur Leo van de Ruit me vroeg: maar Wim, wat deed-ie-dan bij de buren ? Waarop ik zei: ach misschien zat-ie wel te kaarten. Toen ik Rijvers enige dagen later vertelde dat het kaartverhaal uit mijn brein was ontsproten, zei hij maakt niet uit, maar ik hou niet eens van kaarten.”

Wat wel waar is dat Rijvers de beschutting van de buren had opgezocht. “Hij had op voorhand al geen vertrouwen in het resultaat van de wedstrijd,” zegt Jesse later. “Hij voelde aan dat er iets ging gebeuren en wenste niet te kijken.”

Rijvers verdient beter, Hij is de man met een formidabele staat van dienst in het voetbal als speler van NAC, Saint-Etienne en Feijenoord en Oranje (33 interlands). De eigenzinnige schoenmakerszoon speelt mee in de Watersnoodwedstrijd en vormt na de Tweede Wereldoorlog met Faas Wilkes en Abe Lenstra het vermaarde Gouden Binnentrio.

Ook als trainer (mét pet) van FC Twente en PSV is Rijvers succesvol. Met PSV domineert hij in de tweede helft van de jaren zeventig het Nederlandse voetbal en wint hij de UEFA Cup (1978). In 2004 krijgt hij uit handen van Rinus Michels een oeuvreprijs voor zijn prestaties als trainer.


Het elftal van Feyenoord in 1958 met Kees Rijvers. Hij zit tweede van rechtsonder naast Coen Moulijn.
foto: Onbekend
Cornelus Bernardus (“Kees”) Rijvers die als voetballer opgroeide bij de Bredase vereniging Groen-Wit, verwierf kort na de oorlog gedurende zes seizoenen faam als linksbinnen bij NAC, waarbij hij al meteen de status van international had bereikt. Rijvers speelde vanaf zijn 17e in het eerste van NAC Breda. Hij viel bij de kenners meteen op: de jongeman was een felle ras-dribbelaar die onvermoeibaar op de bal bleef jagen. Een middenvelder die toen al het hele veld bestreek en niet enkel uit was op eigen succes.

Integendeel: Rijvers was een speler die anderen in de gelegenheid bracht te scoren en zijn team beter liet spelen. En toch was het Kees Rijvers die evenzogoed bij zijn debuut wél de enige, en dus winnende, treffer op zijn naam schreef. Er zouden overigens in zijn carrière nog bijna 100 doelpunten volgen.

Rijvers werd vervolgens als een van de eerste Nederlandse voetballers professional, en wel in Frankrijk, bij AS Saint-Étienne. Valencia toonde belangstelling voor Rijvers, maar uitgerekend op dat moment werd hij getroffen door de bof. Rijvers adviseerde de Spanjaarden om Faas Wilkes aan te trekken, en advies dat opgevolgd werd en waarvoor men altijd dankbaar is gebleven.

In 1953 was hij een van de spelers die namens de Nederlandse profs meededen in de Watersnoodwedstrijd in Parijs tegen het nationale elftal van Frankrijk. Rijvers kwam later nog uit voor Feyenoord en keerde daarna terug naar Frankrijk. Met Saint-Étienne werd hij landskampioen en veroverde hij de beker, maar zijn succes in Frankrijk kende ook een keerzijde. Hij mocht niet voor het Nederlands elftal uitkomen zolang hij als prof in het buitenland speelde. Dat waren toen de regels.

Hij sloot zijn actieve loopbaan in 1963 af bij NAC. In april 1963 scoorde hij zijn laatste doelpunt in de Eredivisie in een uitwedstrijd tegen AFC Ajax. De wedstrijd werd met 3-1 door NAC gewonnen.

Hij was een van de beste voetballers die Nederland ooit had, hij was zeker een van de wonderlijkste. Kees Rijvers was een aparte. Zoon van een Bredase schoenmaker en zelf gediplomeerd elektricien. Hij was nukkig, wantrouwig, principieel, rechtlijnig, ernstig. Hij had op allerhande manieren zijn eigenaardigheden, ook in positieve en ludieke zin. ‘Ik speelde het beste als het regende. Eigenaardig, maar waar. In ieder geval speelde ik graag op een glad veld, dan had ik het meeste zelfvertrouwen.’ Misschien dat de onrust van Rijvers te maken had met de onvrede over het semiprofessionalisme waarmee hij bij Feyenoord werd geconfronteerd, Rijvers wilde terug naar Frankrijk, naar het profvoetbal van St. Etienne. Hij was wel geweldig geliefd in Frankrijk. Toen hij na twee jaar St. Etienne terug naar Nederland wilde en bij Feyenoord ging spelen, speet dat de Franse club zeer. De beste vertrok immers. De binnenspeler ging echter voor het geld en zijn toekomst.

“In het topvoetbal bereikte ik, mag ik toch gerust stellen, een heleboel. In 1950 verruilde ik NAC voor AS Saint Etienne. Sindsdien zit Frankrijk diep in mijn hart. Ik vind Fransen sympathieke mensen. Leven en laten leven, redeneren ze. Geen bemoeiallen die je uithoren. Zodra je hun vertrouwen wint, kun je altijd een beroep op hen doen. Nederlanders zijn berekender. Voor wat hoort wat. Begin jaren negentig emigreerden we naar Ile d’Oléron, een eiland in het zuidwesten van dat prachtige land. In 2013 keerden we terug naar mijn geboorteplaats Princenhage, een wijk van Breda. Ik ben hoofdcoach geweest van onder meer FC Twente, PSV en het Nederlands elftal. De basis van mijn successen: mijn visie op voetbal. Ik trainde en coachte op de manier waarop ik dat zelf had gewild. Ik zette iedereen op zijn plek, zorgde dat iedereen optimaal tot zijn recht kwam. Waar iemand in uitblonk, buitte ik uit. En bleek iemand niet zo sterk met koppen, dan stak ik er geen extra energie in om te proberen hem beter te laten koppen. Tamelijk zinloos. Bij Oranje benaderde ik Johan Cruijff twee keer. In 1983, hij zat toen bij Feyenoord, voerde ik een constructief gesprek met hem. Twee dagen voor een interland belde hij plotseling af. Enige tijd erna gebeurde hetzelfde. Daarna riep ik hem niet meer op. Zijn toch nog tamelijk onverwachte dood greep ook mij uiteraard aan; 67 is zó jong.”

“Mijn financiële belangen legde ik nooit in handen van een manager. De contracten wikkelde ik hoogstpersoonlijk af; desnoods sloeg ik met de vuist op tafel voor wat extra centen. Tegenwoordig draait alles om geld. Sommige voetballers verdienen jaarlijks tientallen miljoenen, waarbij voor de managers flink wat aan de strijkstok blijft hangen. Messi van Barcelona speelt de laatste maanden ver beneden zijn niveau, ik krijg de indruk dat dat komt doordat hij vermoedt door een batterij zaakwaarnemers te worden opgelicht.


Kees Rijvers in de Franse competitie bij Saint-Etienne.
foto: Onbekend
Hoewel Rijvers enkele jaren voor Feyenoord speelde (1957-1960) en zijn carrière afsloot bij NAC (1962-1963), speelde het grootste en meest succesvolle gedeelte van zijn voetballoopbaan zich af in Frankrijk en dan met name bij Saint-Etienne. Met “Les Verts” werd hij Frans kampioen en won hij de Franse beker.

Nederlands elftal

Rijvers speelde in totaal 33 wedstrijden voor het Nederlands voetbalelftal. Hij maakte zijn debuut op 3 oktober 1946 in een met 6-2 gewonnen uitwedstrijd tegen Luxemburg. Nadat in Nederland het betaald voetbal was ingevoerd (1954) konden de in het buitenland spelende profs ook weer naar Nederland terugkeren en weer voor het Nederlands elftal uitkomen. Samen met Abe Lenstra en Faas Wilkes vormde Rijvers in Oranje wat destijds “het gouden binnentrio” werd genoemd. Van de tien interlands die zij samen speelden werd er slechts één verloren. Zijn laatste wedstrijd was op 7 maart 1960, toen hij in een uitwedstrijd tegen het Surinaamse elftal in de 58e minuut werd gewisseld voor Cees Groot. Nederland won uiteindelijk met 4-3.

Opmerkelijk was Kees Rijvers in die zin ook dat hij rustig bedankte voor het Nederlands elftal als hem een kleinigheid dwars zat. Zo bleef hij lang buiten Oranje nadat een opmerking van Cor van der Hart hem in het verkeerde keelgat was geschoten. Van der Hart had het na een verloren interland gewaagd te zeggen dat Rijvers zich niet aan de afspraken had gehouden. Dat was te veel gezegd. Met deze Van der Hart wenste Rijvers nooit meer in een en hetzelfde elftal te staan. Er was een deftige bespreking voor nodig, met alle kopstukken, om Rijvers over te halen zich weer beschikbaar te stellen voor Oranje.

Met zijn vertrek naar Saint-Étienne in 1950 werd Kees Rijvers een van de eerste Nederlandse profvoetballers. De KNVB sprak er schande van en Rijvers was niet meer welkom in het Nederlands elftal. In Frankrijk werd hij speler van het jaar, en in Parijs dwong hij met een gelegenheidselftal van Nederlandse profs in de legendarische Watersnoodwedstrijd het Franse team op de knieën. Er is trouwens een tijd geweest dat Rijvers in Oranje had moeten staan, maar niet geselecteerd had kunnen worden. Rat Verlegh legde dat eind 1955 in een krantenartikel uit toen hij pleitte voor een rentree van Rijvers in Oranje. ‘Want Rijvers bezit de internationale, zelfs de grote internationale klasse. In deze fase van de competitie is het echter wel zeker, dat St. Etienne, waarvoor hij op het ogenblik goud waard is, hem niet vrij zal geven.’

Kees Rijvers debuteerde als 19-jarige al in 1946 in het Nederlands elftal en bracht het tussen 1946 en 1960 tot 33 caps. Dat hadden er meer kunnen zijn, maar in 1950 verkaste hij naar de Franse profclub Saint-Étienne en was als prof niet meer welkom….

Trainer: FC Twente en PSV

Na zijn actieve voetballoopbaan werd Rijvers trainer bij verschillende clubs, waar hij immer oog voor nieuw talent bleek te hebben en waarbij vooral zijn periode bij PSV zeer geslaagd was: drie keer landskampioen, twee keer de KNVB-beker en een keer de Uefa-cup.

In januari 1966 slaagde hij voor het trainersdiploma-A. Enkele maanden later werd bekend dat hij per 1 juni 1966 aangesteld werd als hoofdtrainer van FC Twente, waar hij Friedrich Donenfeld opvolgde. Rijvers bleef zes jaar bij Twente. Hij voerde een drastische verjonging door in het team. Zo liet hij de tieners Jan Jeuring, Theo Pahlplatz en René Notten debuteren en haalde hij talenten als Epi Drost, Kick van der Vall, Dick van Dijk en Piet Schrijvers naar Enschede. In seizoen 1968/69 streed FC Twente lang mee om het landskampioenschap en werd het uiteindelijk derde. Dit was het begin van een langdurige periode waarin FC Twente uitgroeide tot een stabiele subtopper in de Eredivisie en waarin het zich geregeld plaatste voor Europees voetbal.

Rijvers vertrok in 1972 naar PSV en werd bij Twente opgevolgd door zijn assistent Spitz Kohn. PSV leidde hij in 1975 naar het eerste landskampioenschap sinds 1963. Ook in de seizoenen 1975/76 en 1977/78 werd het team landskampioen. Daarnaast wonnen Rijvers en PSV in 1974 en 1976 de KNVB beker en werd in 1978 de UEFA Cup binnengesleept. In twee wedstrijden werd het Franse SC Bastia in de finale verslagen. Nadat de resultaten in seizoen 1979/80 tegenvielen, werd Rijvers in januari 1980 te kennen gegeven dat zijn contract aan het einde van het seizoen zou worden verbroken. PSV stond op dat moment vierde in de competitie en was in de UEFA Cup in de tweede ronde uitgeschakeld door AS Saint-Étienne. Na een nederlaag in de competitie tegen FC Utrecht, besloot Rijvers op op 24 januari 1980 per direct op te stappen. Hij werd opgevolgd door zijn assistent Jan Reker.

Trainer Nederlands elftal

In februari 1981 was hij door de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond benaderd nadat zijn voorganger Jan Zwartkruis zijn functie had neergelegd, nadat na 2 nipte uit-nederlagen in de herfst van 1980 in de eerste 2 kwalificatieduels voor het WK Spanje 1982, de situatie uitzichtloos leek voor het Nederlands elftal. Officieel ging het contract in per 1 juli 1981, maar in de drie interlands die in de tussentijd werden gespeeld werd Rijvers door interim-trainer Rob Baan al nadrukkelijk betrokken bij het nationale elftal. Opmerkelijk was dat Rijvers zich direct inzette voor een terugkeer van de op dat moment 33-jarige Johan Cruijff. Nadat Cruijff was opgenomen in de selectie voor een wedstrijd tegen Frankrijk in maart 1981, bedankte hij echter op het laatste moment omdat hij vanwege zakelijke belangen niet in een shirt van KNVB-sponsor Adidas wilde spelen.


Bondscoach Kees Rijvers geeft instructies terwijl Sonny Silooy luistert.
foto: Onbekend
Hoewel Rijvers tussen maart 1981 en november 1981 vele oudgedienden terughaalde (Ruud Krol, John Rep; Willy van de Kerkhof, Jan Peters (AZ´67), Johan Neeskens, René van de Kerkhof en Piet Schrijvers), staat hij bekend als degene die Oranje drastisch verjongde vanaf september 1981 / februari 1982. Van het elftal dat in 1988 onder leiding van Rinus Michels Europees kampioen werd, liet Rijvers vanaf september 1981 negen spelers debuteren, te weten achtereenvolgens Wim Kieft, Frank Rijkaard, Ruud Gullit, Gerald Vanenburg, Jan Wouters, Ronald Koeman, Marco van Basten, Erwin Koeman en Adri van Tiggelen. Ook Edo Ophof debuteerde onder Rijvers, op 25 maart 1981 (Nederland-Frankrijk 1-0). Datzelfde deden Michel Valke, René van der Gijp, René Hofman en Peter van de Ven in 1982. Onder Rijvers werd het WK van 1982 niet gehaald na een 2-0 uitnederlaag bij Frankrijk in het laatste kwalificatieduel (november 1981). Ook het EK in 1984 werd net niet gehaald, mede omdat Spanje met 12-1 won van Malta in december 1983, en zo Nederland nipt op doelsaldo voorbleef.

Een lobby van een groep trainers onder leiding van Leo Beenhakker van FC Volendam lag mede ten grondslag aan het vertrek van Rijvers.

Ook als coach was Rijvers atypisch. Hij ging overal zijn eigen gang. Rijvers was wel een succescoach, vooral bij FC Twente en PSV. Bij het Nederlands elftal stond hij aan de wieg van de gouden generatie-Van Basten/Gullit. Hij viel op door niet erg vaak televisievoetbal te zien. Zo ontging hem Spanje-Malta, de beruchte 12-1 van Sevilla die Oranje het EK 1984 kostte. Voetbal op televisie boeide hem niet, zelfs de grote toernooien liet hij aan zich voorbij gaan als hij er niet zelf bij was. “Voetbal op tv is surrogaat, dus lees ik alles wel uit de kranten”, zei hij als directeur van FC Twente. Gek genoeg toog Rijvers als speler van St. Etienne wel op eigen gelegenheid naar het WK van 1954 in Zwitserland om er de grote ploegen aan het werk te zien. Bij terugkeer in St. Etienne kon hij dan heerlijk met zijn trainer Snella in discussie die ook bij dat WK was gaan kijken.

Van 1981 tot 1984 was hij bondscoach van het Nederlands elftal. Als bondscoach liet Rijvers acht spelers debuteren die met Oranje in 1988 Europees Kampioen werden: Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Adri van Tiggelen, Erwin Koeman, Jan Wouters, Marco van Basten, Ruud Gullit en Gerald Vanenburg.

Latere carrière

In 1986 keerde Rijvers terug bij FC Twente als technisch directeur met hoofdtrainer Theo Vonk onder zich, en drie jaar later werd hij technisch coördinator bij PSV. In oktober 1994 werd hij, tot zijn eigen ongenoegen, drie maanden interim-coach van PSV, omdat Aad de Mos op staande voet was ontslagen en er op dat moment geen andere vervanger was met een volledig trainersdiploma. Rijvers zette het elftal weer op de rails en werkte zijn opvolger Dick Advocaat, hoewel hij zelf Huub Stevens wilde, in.

In 2004 kreeg Rijvers de oeuvreprijs voor zijn hele trainersloopbaan uit handen van Rinus Michels. Rijvers was de eerste persoon ooit die deze prijs kreeg. Sinds het overlijden van Michels in maart 2005, reikt Rijvers deze prijs zelf uit, in 2008 bijvoorbeeld aan Wiel Coerver. Rijvers was voor PSV actief als scout in Frankrijk.

In 2019 werd Rijvers benoemd tot erelid van FC Twente. Tegenwoordig woont Rijvers weer in zijn geboortedorp Princenhage, dat onderdeel is van de gemeente Breda. In mei 2016 verscheen de biografie Prof, over het leven van Kees Rijvers. Rijvers’ kleindochter Antje Veld, in het dagelijks leven freelance journaliste, schreef dit boek en interviewde behalve haar opa ook vele oud-spelers met wie Rijvers tijdens zijn loopbaan werkte.

Prijzenkast en erelijst:

* Eerste Klasse (NAC): 1945/46
* Division 1 (Saint-Étienne): 1956/57
* Coupe de France (Saint-Étienne): 1961/62
Nederlands elftal:
* 33 interlands; doelpunten: 10
Trainer:
* UEFA Cup (PSV): 1977/78
* Kampioen Eredivisie (PSV): 1974/75, 1975/76, 1977/78
* KNVB Beker (PSV): 1977/78
Individueel
* Rinus Michels Award: 2004
* Erelid van FC Twente: oktober 2019

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, bhic.nl, kentudezenog.nl, maxmagazine.nl, NOS.nl, thomasrap.nl, voetballegends.nl