101 Nederlandse Voetbaliconen (8) Tinus Bosselaar

Geboren: 16 januari 1936, Rotterdam
Overleden: 6 juni 2018, Capelle aan de IJssel
Positie: Linksbuiten
Clubs: Sparta, Feijenoord, Sparta
Actief: 1953-1966
Doelpunten: Feijenoord (12), Sparta (50)
Nederlands elftal: 17 interlands; 4 doelpunten
Trainer:

Voor veel fans is hij nog steeds de beste Spartaan ooit. En de succesvolste. Hoewel de volksjongen Tinus Bosselaar eigenlijk was voor bestemd voor Excelsior.

Clubtrouw is een heel ouderwetse deugd in het voetbal. En bij Sparta komt die al helemaal zelden voor. Maar Tinus Bosselaar bleef zijn hele carrière Spartaan, hoewel hij even een uitstapje maakte naar aartsvijand Feyenoord na een conflict. Maar hij keerde al snel vol heimwee terug in de moederschoot. Hij was één van de eerste spelers in het Nederlandse betaalde voetbal werd waartegen een arbitragezaak werd aangespannen.

Tinus Bosselaar was levenslang Spartaan in hart en nieren en ambassadeur van de club.


Tinus Bosselaar in actie voor Sparta
foto: SPARTAROTTERDAM
Martinus (Tinus) Bosselaar werd in 1936 in Crooswijk geboren en speelde vanaf zijn tiende jaar bij de jeugd van Sparta. Zijn vader had een dierenvoederzaak in Crooswijk met de slogan ‘Verse waar van Bosselaar’. Eigenlijk was hij als volksjongen voorbestemd om bij Excelsior te gaan spelen. Maar dankzij een goed woordje van de wethouder kon hij bij het chique Sparta komen. De linksbuiten speelde vrijwel zijn hele voetballoopbaan voor Sparta, uitgezonderd een korte periode dat hij voor Feijenoord uitkwam.

Bosselaar speelde vanaf zijn tiende voor Sparta. Bosselaar vertelde ooit: “Je werd niet zomaar aangenomen. Ik kwam uit een volkswijk en Sparta was een chique club. Maar ik kwam door de ballotagecommissie heen, omdat de wethouder een goed woordje voor mij had gedaan.” Hij maakte al snel naam als talentvol speler. De kleine Bosselaar blinkt aan de lopende band uit met zijn fantastische dribbels, meestal op de linkerflank. Zijn debuut in de Spartaanse hoofdmacht is slechts een kwestie van tijd Hij kwam op 17-jarige leeftijd uit voor het Nederlands jeugdelftal en kort daarna voor het Nederlands B-team. In 1954 maakte hij de overstap van Sparta naar plaatsgenoot Feijenoord.

In 1954 stapte hij over naar Feyenoord, omdat Sparta haar toptalent niet naar een international jeugdtoernooi in Turkije liet vertrekken, waar hij met Jong Oranje in actie zou komen. “Ze dachten bij Sparta dat ik naast mijn schoenen ging lopen.” ‘Eigenlijk was hij zo boos dat hij helemaal wilde stoppen. Maar de keeper van Feyenoord haalde hem over naar Rotterdam-Zuid te komen en daar te gaan spelen’, zegt zijn zoon Tinus Bosselaar jr. Nadat de transfer was beklonken, stond voetballend Rotterdam op zijn kop. Een krant schreef groot: ‘Voetbaloorlog in Rotterdam: Bosselaar naar Feijenoord’.

Als Feyenoorder maakte hij zijn debuut in het Nederlands elftal in een wedstrijd tegen België. In zijn tweede interland op 6 november 1955 tegen Noorwegen maakte hij in een team met vier spelers van Fortuna ’54 twee van de drie doelpunten. Ondanks alle succes en erkenning voelt Tinus zich ‘op de boerenzij’ niet zo op zijn gemak als eerder op Het Kasteel. In zijn contract met Feijenoord staat dat in geval van heimwee hij altijd ‘om niet’ terug mag naar Sparta.

Het is die aparte ontsnappingsclausule die hem medio 1956 de mogelijkheid biedt om weer voor zijn eerste voetballiefde uit te komen. Tot geweldige ergernis van de Feijenoordleiding die onder aanvoering van voorzitter Cor Kieboom net is begonnen aan een ambitieuze doorontwikkeling van de club. Het kwam zelfs zover dat Feijenoord een arbitragezaak aanspande tegen de speler, al werd die eenvoudig gewonnen door Bosselaar. De ‘Zaak-Bosselaar’ was gauw afgehandeld omdat Sparta bij de transfer had geëist dat Bosselaar na anderhalf jaar mocht terugkeren. Hierdoor hoefde Feijenoord ook geen transfersom te betalen. Toen Bosselaar weer voor Sparta tekende, moest hij onder ede verklaren geen dat hij geen tekengeld van de club had gekregen. Hierop sloeg de rechter de zaak in het voordeel van Bosselaar af met de hamer.

Dankzij de rentree van Bosselaar bij Sparta slaat in de ‘strijd om de hegemonie van Rotterdam’ de balans voorlopig om in het voordeel van de Spangenaren. Want trainer Denis Neville is zeer gecharmeerd van de behendige ‘spijtoptant’ en maakt hem belangrijk, ook al kan hij zich soms vreselijk ergeren aan zijn balverliefdheid. ,,Tinus, we spelen vandaag met twee ballen. Eentje voor jou en eentje voor de rest van het elftal,” zet de Britse Kasteelheer hem dan op zijn nummer.

Sparta verovert in 1958 voor het eerst de KNVB-beker en wordt een jaar later voor de zesde maal landskampioen. De Denis Nevillebrigade is in deze periode een puzzel die keer op keer blijkt te kloppen, Bosselaar geregeld een van de meest opvallende stukken. Voetbalgeschiedenis schrijft hij op 23 augustus 1959 in de beladen stadsderby in de met ruim 63.000 toeschouwers volgelopen Kuip.

In de slotfase, bij de stand 0-0, geeft Feijenoordgoalie Eddie Pieters Graafland alvorens uit te trappen Spartaan Wim van der Gijp nog even een vriendschappelijk tikje op zijn achterste. Strafschop!, beslist scheidsrechter Leo Horn, tot grote verbijstering van eigenlijk iedereen. Specialist Bosselaar moet hem nemen! Voormalige ploeggenoten als Henk Schouten roepen hem toe: “Joh Tinus, die schiet je toch zeker wel over?” Maar wat denkt Tinus? Letterlijk: ‘Ammehoela!’ en knalt de bal langs Eddie PG. Dan zijn de rapen zijn compleet gaar, het woedende Legioen is amper in bedwang te houden, Leo Horn moet onder bescherming het veld verlaten. De ongekende supportersuitbarsting is voor Feyenoord aanleiding tot het nemen van veiligheidsmaatregelen die in etappes zullen leiden tot de overbekende spelerstunnel.


Tinus Bosselaar uitkomend voor het Nederlands elftal.
foto: Onbekend
Bosselaar wint met Sparta nog twee keer de ‘granaatappel’ (1962 en 1966) en kroont zich zodoende tot meest succesvolle naoorlogse Spartaan. Na de laatste KNVB- bekertriomf (met zo’n 250 wedstrijden in het eerste op de teller plus zeventien interlands) vindt hij het welletjes en besluit (als in zijn jongensjaren) zijn vader te gaan bijstaan in het dierenvoedingsbedrijf, dat heel Rotterdam kent van de leus ‘Verse waar van Bosselaar”. Tinus bouwt nog twee seizoenen af in Sparta 3 en vervolgens bij RKSV Leonidas. Van zijn opleiding als reclameschilder maakt hij steeds meer gebruik door zijn te bekwamen als kunstschilder. Zozeer zelfs dat hij het op een gegeven moment aandurft om ‘De Nachtwacht’ van Rembrandt na te bootsen. Het was geen Rembrandt, maar kwam er dichtbij.’

Ook de rest van zijn leven bleef Bosselaar een echte Spartaan. Hij voetbalde met de oud-Spartanen. Hij was elftalleider en hij leidde mensen rond in het stadion. In 1988 benoemde Sparta hem tot lid van verdienste en in 1999 kreeg hij het erelidmaatschap van Sparta. Dribbelaar Bosselaar was liefst 72 jaar lid van Sparta en speelde nog in het systeem met vijf voorhoedespelers, als ‘linksbinnen’of ‘linksbuiten’ zoals dat destijds genoemd werd.

Bosselaar bezocht samen met zijn vrouw Loes alle thuiswedstrijden van Sparta. Met haar had hij twee kinderen die zowel voor Sparta als Leonidas voetbalden, maar nooit het niveau van hun vader haalden.

Voor veel fans geldt hij nog altijd als de beste Spartaan ooit. Daarover valt te discussiëren. Maar hij was zeker een van de succesvolste. Met Sparta won Bosselaar drie keer de KNVB-beker en werd hij in 1959 landskampioen. En hij speelde zeventien wedstrijden voor het Nederlands elftal, waarin hij vier keer scoorde. Tinus Bosselaar overleed 6 juni in een verpleeghuis in Capelle aan den IJssel. Zijn dementie weerhield hem te gaan drinken en eten op eigen kracht na een galblaasoperatie.

Prijzenkast en erelijst:

* Landskampioen van Nederland (Sparta); 1959
* KNVB beker: 1958, 1962, 1966
Nederlands elftal:
* 17 interlands; 4 doelpunten

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Volkskrant, Telegraaf, kentudezenog.nl, sparta-rotterdam.nl