101 Nederlandse Voetbaliconen (83) Wim Suurbier

Geboren: 16 januari 1945, Eindhoven
Overleden:
Positie: Verdediger
Clubs: Ajax, Schalke 04, Metz, Los Angeles Aztecs, Sparta, San Jose Earthquakes, Golden Bay Earthquakes, Tampa Bay Rowdies
Actief: 1964-1987
Doelpunten: 16 (Ajax)
Nederlands elftal: 60 interlands; doelpunten: 3

Trainer: San Jose Earthquakes (assistent), Tulsa Roughnecks, Los Angeles Heat, Tampa Bay Rowdies, Fort Lauderdale Strikers, Miami Sharks, St. Petersburg Kickers, Kerala Blasters (assistent)

Afgekeurd als linksbuiten van DWS, maar een bruikbare rechtsback voor Ajax. Wim Suurbier houdt het vooral vanwege zijn snelheid en verbetenheid bijna vijftien jaar vol op het hoogste niveau. De olijke Amsterdammer maakt de roemrijke periode onder trainer Rinus Michels mee en is basisspeler van Oranje op de WK’s van 1974 en 1978.

Na zijn voetbaljaren bij Ajax komt hij ook nog in Duitsland, Frankrijk, de Verenigde Staten en Hong Kong terecht. ‘Je wordt geboren om lol te maken’ is zijn levensmotto. Maar Suurbier is niet van de fijnzinnige humor. Niet iedereen kan lachen als hij zijn geslachtsdeel in de soep hangt.

Wim Suurbier een vaste waarde bij Ajax van 1964 tot 1977.
foto: Onbekend

Wilhelmus (“Wim”) Lourens Johannes Suurbier werd als de oudste van twee zonen geboren uit het eerste huwelijk van Willem Suurbier en Nelly Kwint. Vooral als junior speelde Suurbier om het even waar: links, rechts, centraal. Hij kon uitstekend verdedigen maar was ook een prima spits. Uiteindelijk werd de verdediging zijn terrein. Dankzij zijn snelheid, conditie, opbouwende kwaliteiten en onstuitbare drang naar voren, wordt Suurbier gezien als de eerste moderne back van Nederland.

Suurbier: “Ja, mijn ouders zijn jong overleden en daardoor moesten mijn broer en ik veel zelf doen. Maar dat deed je gewoon ik stond er niet bij stil. Je kunt er wel over zeuren maar daar heb je niks aan. Toen mijn ouders nog leefden hielp ik thuis ook al. Een was draaien of zo dat kon ik wel hoor! Natuurlijk hadden we ook wel wat mensen om ons heen die hielpen, wij hadden bijvoorbeeld nog een oom die meehielp. Later als je wat ouder bent en om je heen kijkt bij vrienden dan denk je wel eens dat het leuk geweest was als ze er bij geweest waren. Met mijn ouders verhuisden we al van Eindhoven naar Amsterdam.”

“Ik ging daar in de pupillen voetballen bij Amstel. Piet Keizer voetbalde daar ook, hij was iets technischer dan mij dat ken je wel zeggen. Ja dat klopt, wij deelden samen de kousen, het broekje en het shirt. Wij konden nooit samen spelen. Bij een wedstrijd van de jeugdselectie van Amsterdam werd ik gescout door Ajax. Ik speelde misschien niet goed maar scoorde wel drie keer. Er was nog een heel mooi doelpunt bij ook, die flipte (?) ik zo achter mijn rug om in de goal. Bij Ajax kwam ik Pietje ook weer tegen, en Michels. Met Michels heb ik nooit problemen gehad. Ik zei gewoon altijd waar het op stond en op het veld deed ik wat ik moest doen. Cruijff was er natuurlijk ook. Met Johan, zijn broer Henny en Barry Hulshoff werden we meteen jeugdkampioen van Nederland. Johan is voor mij de beste voetballer ooit.”

Suurbier maakt op 5 januari 1964 in het uitduel met ADO Den Haag (1-0 nederlaag) zijn competitiedebuut voor Ajax. Hoewel de 18-jarige Amsterdammer op de bank start, wordt hij door trainer Jack Rowley na 33 minuten spelen ingebracht ten faveure van Kees Ruiter. Zijn laatste wedstrijd speelt de rechtervleugelverdediger op 19 oktober 1977 tegen het Bulgaarse Levski Spartak (1-2-zege) in de tweede ronde van de Europa Cup 1.

Theo van Duivenbode, die aan de andere kant van de verdediging opereerde, lag bij Ajax vier, vijf jaar lang met Suurbier op de kamer tijdens trainingskampen en buitenlandse wedstrijden. Hij roemt de kwaliteiten van zijn voormalige ploeggenoot. ,,Wim was verschrikkelijk snel en had een fantastische conditie”, steekt het voormalig lid van de Raad van Commissarissen van Ajax van wal. ,,Daarnaast was hij rücksichtslos in de duels. Als je tegen Wim zei: die nummer elf van de tegenpartij wil ik vandaag niet zien, kwam het voor elkaar. Verder kwam hij mede door zijn goede conditie geregeld op vanaf de rechterkant.”

Van Duivenbode, die Ajax in 1969 verruilde voor Feyenoord, is niet verbaasd dat Suurbier nadien zoveel succes kende. ,,Ook in mijn tijd hadden we al een fantastisch elftal met Johan Cruijff en Piet Keizer als grote uitblinkers. Mede door hen hebben de meeste spelers altijd twee niveautjes hoger gespeeld. Toen Johan nog in de spits speelde, hield hij altijd twee, drie tegenstanders bezig, waardoor anderen meer ruimte kregen. Wim heeft onder meer driemaal de Europa Cup 1 – de huidige UEFA Champions League – gewonnen en twee WK-finales gespeeld. Er zijn niet veel spelers die dat kunnen zeggen.”

In het hedendaagse voetbal ziet Van Duivenbode maar weinig backs die kunnen wedijveren met Suurbier. ,,Ik zie in de Nederlandse competitie sowieso geen jongens lopen met de hardheid, snelheid en conditie van Wim. Met de discussie dat het voetbal toen heel anders was dan tegenwoordig ben ik inmiddels gestopt.”

Ook buiten het veld kon Van Duivenbode goed met Suurbier overweg. ,,Ik heb in die vijf jaar dat ik met hem op de kamer lag vreselijk veel gelachen. Wat overigens weleens vergeten wordt, is dat Wim ook een serieuze gozer was die heel goed over dingen nadacht.” Dat Ajax destijds behalve Suurbier en Van Duivenbode nog zes, zeven Amsterdamse jongens in het elftal had, maakt nostalgische gevoelens los bij laatstgenoemde. ,,Al weet ik zeker dat er nu binnen een straal van honderd kilometer nog behoorlijk veel talent zit.”

Suurbier: “Ik heb met en tegen heel veel grote voetballers gespeeld. Bobby Charlton, Beckenbauer, George Best maar hij was echt de allerbeste. Voor of achter met links of rechts het maakte hem allemaal niks uit. En hij bepaalde in het veld natuurlijk alles. Tuurlijk, Pele en Maradona waren ook fantastisch maar Cruijff was veel completer. Toen hij in 1981 als 34 jarige bij Ajax terug kwam stak hij er nog ver boven uit.”

“In 1966 was Engeland wereldkampioen geworden en speelden wij daarna voor de Europa Cup I tegen Liverpool. Thuis wonnen we met 5-1. Die coach van Liverpool, die Shankly, riep daarna dat wij geluk gehad hadden, je kent dat wel. Maar uit speelden wij mooi 2-2. Dat was toch niet slecht. Maar we waren nog geen wereldtop. Later natuurlijk wel. Ik weet niet wie allemaal op Johan gestemd hebben maar ik in ieder geval wel. (Cruijff was in 1973 aanvoerder maar in de zomer moest een nieuwe aanvoerder worden gekozen. Keizer of Cruijff. Het werd Keizer en Cruijff vertrok). Er waren toen een paar spelers die dachten dat ze het zonder Johan wel konden maar ik heb gelijk gezegd dat wij misschien wel een paar wedstrijden zonder Johan konden maar nooit een heel seizoen. Als we nog een paar jaar bij elkaar gebleven waren dan had Bayern Munchen echt niet drie keer die Europa Cup gewonnen.

En Rinus Michels was volgens van Duivenbode dol op de speler, die zijn taken minitieus uitvoerde. “Voor de beruchte derde wedstrijd tegen Benfica, het beslissingsduel in Parijs, Zei Michels tegen Suurbier en mij: Jullie hoeven niet mee te doen, maar alleen die links- en rechtsbuiten uit te schakelen. We hebben twee keer drie kwartier en de verlenging achter Simoes en Augusto aangelopen en alle vier geen bal geraakt, maar het werd wel 3-0. De discipline van Wim was ongekend.”

Mister Ajax, Sjaak Swart, “bij Ajax was het altijd lachen met hem. Dat heb je als club nodig lachen én presteren.” En dat deed de tandem Suurbier-Swart aan de rechterkant. “We waren een heel goed koppel. Als Wim eroverheen kwam, dan nam ik zijn verdedigende positie over, Met onze snelheid hebben we wat verdedigingen tureluurs gespeeld.”

Naast zijn snelheid had Suurbier volgens Swart nog een heel bijzonder kwaliteit. “Hij was meedogenloos, Het is jammer dat hij niet in deze tijde speelde, want ik had hem weleens tegen Cristiano Ronaldo willen zien. Als die een ‘fratsie’ zou uithalen, had hij geen vijf minuten gespeeld. Want ook binnen het veld was Wim een moordgozer.”

Dertien seizoenen deed hij dat in het eerste elftal van de Amsterdammers, daarna ging hij nog tien jaar op avontuur in het buitenland. De supporters van Ajax weten dat Suurbier zijn grootste prestaties in het shirt van hun club heeft geleverd. Hij vertrok pas uit de Meer toen hij al drie Europa Cups en zeven landstitels met Ajax achter zijn naam had staan. Het is om die reden dat hij net als de eerder overleden Johan Cruijff, Piet Keizer, Barry Hulshoff en Gerrie Mühren in een eregalerij thuishoort.

De Club van 100 van Ajax telt liefst 150 spelers die meer dan honderd officiële wedstrijden voor Ajax hebben gespeeld. Wim Suurbier kwam als vleugelverdediger in totaal tot 509 wedstrijden in dienst van Ajax.

Suurbier: “In 77 ben ik vertrokken bij Ajax. Ik sta op de tweede plaats van Ajaxieden met meest gespeelde wedstrijden maar na mijn laatste wedstrijd kon er nog niet een bloemetje af. Ach, ik voel mij niet meer dan wie ook, ik ben ook maar een gewone jongen maar het was wel leuk geweest. Het ging toen niet zo goed met Ajax dat zal er ook mee te maken hebben gehad. Ik ben daarna naar Schalke 04 gegaan en ik moet zeggen dat ik daar een hele leuke tijd heb gehad.”

Wim Suurbier speelde dertien seizoenen in de hoofdmacht van Ajax. Hij won kampioenschappen, bekers, Europa Cups, Wereldbekers, hij speelde zestig interlands en heeft twee WK-finales op zijn naam staan. Na dertien jaar topvoetbal was Suurbier bankroet. Zijn kapsalon werd een mislukking, zijn sportzaak ging failliet, hij had nog een schuld bij de belastingdienst en bij de Amsterdamse aannemer Freek van der Meyde stond nog een persoonlijke lening open.

Ajax-voorzitter Jaap van Praag had begrip voor de problemen van zijn vrolijke rechtsback en vroeg uiteindelijk slechts tweehonderdduizend gulden voor de geroutineerde verdediger. De Hongaarse manager van Schalke 04, Emil Ostereicher, sloeg meteen toe. Hij was groot geworden bij Honved en Real Madrid. Na de onderhandelingen in Hotel Maritim in Gelsenkirchen werd de transfer afgerond in Hilton Amsterdam. Het oogde destijds als de set van een low budget gangsterfilm. Suurbier liet zich begeleiden door de Haagse goudhandelaar Hans Kattenburg. Nadat hij zijn handtekening onder het contract had gezet, ontving hij van Ostereicher een diplomatenkoffer met zijn handgeld in cash.

Suurbier: “Het was een leuke club met goede voetballers. Russmann, Fichtel, de Kremers-tweeling, Abramczik, Bongartz, Klaus Fischer… Friedel Rausch was trainer, dat was ook wel een goede. Ook niet zo’n echte Duitser, maar hij had gesjoemeld met verkoop van kaartjes op de zwarte markt en moest vertrekken. Daarna kregen we zo’n echte Duitse conditietrainer. In dat oude stadion van Schalke had je om het veld nog zo’n atletiekbaan. Bij een training moesten we eerst vier keer honderd meter lopen daarna vier keer tweehonderd meter, vier keer vierhonderd meter, vier keer achthonderd meter en op het end nog een keer vijftienhonderd meter. Na afloop zaten al die Duitse internationals uitgeput in de kleedkamer maar niemand durfde wat te zeggen. Toen zeg ik luid: “Zeg hebben wij hier een atletiektrainer of zo!?”

“Daarna kwam ik op de bank te zitten maar na een paar verliespartijen zei die voorzitter, Gunther Siebert, dat Suurbier weer moest spelen. Ik heb daarna nog wel lekker gespeeld maar in die zomer waren er financiële problemen en ben ik vertrokken naar Frankrijk en ben bij Metz gaan spelen. Daarna heb ik in Amerika gespeeld bij de Los Angeles Aztecs, daar zaten Michels en Cruijff ook. Michels was buiten het voetbal wel wat losser geworden maar we trainden daar gewoon keihard hoor! Leo van Veen wist niet wat hij meemaakte. Ik heb tegen Leo gezegd dat we bij Ajax nog wel even wat harder trainden in Michels zijn tijd. Met Johan had ik ook goed contact maar niet overdreven. Ik dring me eigen niet op, daar hou ik niet van. Barry Hughes zat begin jaren tachtig bij Sparta en had wat problemen ze stonden geloof ik laatste. Hij belde me op of ik wou helpen. Ik heb toen nog negentien wedstrijden bij Sparta gespeeld. We verloren er één, de rest wonnen we of speelden we gelijk. Dat jaar werden we nog zesde. Ik heb nog gevoetbald in Hong Kong en Singapore en ben trainer geweest in Qatar, Amerika, de Verenigde Arabische Emiraten, heb nog een bedrijfje gehad in Dusseldorf.”

Suurbier werd mede dankzij het totaalvoetbal dat onder aanvoering van Johan Cruijff bij Ajax en Oranje begin jaren zeventig ontstond een unieke back. Hij gaf een totaal nieuwe invulling aan de positie van vleugelverdediger. Het Nederlands elftal veroverde bij het WK in 1974 de wereld met even sensationeel en revolutionair spel en daarin werd in aanvallend opzicht ongelooflijk veel van de beide backs verwacht. Suurbier had daarvoor de kwaliteiten en vulde dat op een voor iedereen indrukwekkende manier in.

Suurbier is altijd een razendsnelle speler geweest. In zijn tijd onbetwist en veruit de snelste voetballer van Nederland en volgens kenners ook wereldwijd zéker in de top 5. Combineer die snelheid met zijn ijzeren conditie, zijn bijna onverwoestbaar lichaam (Suurbier was nagenoeg nooit geblesseerd), zijn allesverzengende wil om te winnen, zijn ijzige kalmte, zijn meedogenloze instelling en zeker ook de eindeloos herhaalde tactische lessen van trainer Rinus Michels en je hebt uiteindelijk een voetballer die je echt niet tegen je wilt hebben.

Slechts weinigen staan er bij stil, maar de kilometerteller van Suurbier moet aan het einde van zijn loopbaan dezelfde stand hebben gehad, als die van een oerdegelijke Mercedes na 23 taxi-jaren. Het is vandaag de dag bijna niet voor te stellen dat een profvoetballer op zijn negentiende in het eerste elftal komt en tot zijn 42e jaar doorgaat. Maar Suurbier volbracht het, notabene op een positie waar hij de hele rechterkant bestreek en waar hij in zijn gloriejaren bij Ajax en Oranje tegenstanders eerst genadeloos tackelde om vervolgens volop mee in de aanval te gaan.

Wim Suurbier ten voeten uit in 1973: op snelheid aan de zijlijn in Ajax-stadion De Meer tegen Go Ahead.
foto: Studio Friendfinder

Nederlands elftal

Er is een klein groepje internationals dat in staat bleek om binnen vier jaar met het Nederlands elftal twee WK-finale te halen. Totdat groepje behoorde Suurbier die in totaal zestig interlands verdeeld over twaalf seizoenen, tussen 1966 en 1978, voor Oranje in actie kwam, waarin hij drie maal scoorde.

Suurbier stond hij in de WK-finales van 1974 en (als invaller) 1978, op beide toernooien met nummer 20. Ook speelde hij op Europees kampioenschap voetbal 1976, waar Oranje 3e werd.

Buiten het veld verwierf Suurbier natuurlijk ook bekendheid door de ooit met Ruud Krol spontaan bedachte act Snabbel en Babbel. Tijdens het wereldkampioenschap voetbal in de zomer van 1974 vermaakten ze het Nederlandse volk elke dag met een sketch. Amsterdamse ‘geinponems’ waren ze. Suurbier was de keizer van de voetbalhumor, Ruud Krol de koning, werd ooit geschreven.

“Zo heeft hij, op het WK van ’74, de kok van Hiltrup totaal overspannen gemaakt. Op het WK van ’78 in Argentinië zaten we eens in de bus. Suurbier moest plassen. Heeft hij uit het raam van de rijdende bus staan plassen, helemaal geen punt voor die gekke Suurbier. Ook kon hij ‘s nachts de beest uithangen tot 3 uur of half 4, maar als z’n cluppie moest spelen op zondag om half 3, dan stond hij er altijd. Wat ‘n prachtgozer, die Suurbier!” aldus Willy van der Kerkhof

Suurbier had die humor nodig in zijn wereld. Het was een mix van adrealine, die hij kwijt moest, en energie. Hij dreef de spot met zijn ploeggenoten en zal Ruud Geels bij Ajax en Oranje meermaals tot wanhoop hebben gedreven. Eenmaal op het veld ging de knop om en was hij meedogenloos.

Suurbier: “Op het WK74 hadden we met Rijsbergen, Neeskens, Van Hanegem en mij genoeg harde spelers. Maar dat elftal had alles hoor! Daar zaten ook spelers bij die hun beperkingen kenden. Kijk ik moet eerst mijn man uitschakelen en dan pas aan iets anders gaan denken. Ik heb echt wel eens iemand gepasseerd maar dan ging het wel per ongeluk. Het maakt mij niet uit hoor maar die verhalen dat ik ik géén voorzet kon geven zijn zwaar overdreven.”

“:k kan mij zo een paar beslissende voorzetten herinneren. Volgens Van Hanegem gaf ik met opzet voorzetten achter de goal omdat daar een kennis van mij zat. Ik kon wel tegen die voetbalhumor, ik vond dat altijd wel leuk. Maar op het moment zelf! Niet van te voren bedenken wat nou leuk zou zijn. Van Hanegem en Israël, die konden er ook wel wat van. Ik moet zeggen dat ik zelf die Duitsers nooit onderschat heb. Ze doen dan wel wat minderwaardig over dat Duitse elftal maar die spelers waren wel allemaal de beste spelers van hun club. Ja, misschien heeft Michels Rensenbrink te lang laten staan. Maar ik vind het toch eerst een zaak van de speler. We hoeven er geen halszaak van te maken maar als je voelt dat je niet fit bent moet je zo professioneel kunnen zijn om te zeggen dat je niet kunt spelen. In 1978 waren Cruijff en Van Hanegem er niet bij en Van Beveren, Gerrit (Muhren) en Geels ook niet.”

“Dat waren ook hele goede spelers hoor! Van Beveren was de beste keeper van allemaal. Dat conflict met Cruijff had natuurlijk helemaal niet zo uit de hand hoeven te lopen maar het is misschien wat groter geworden dan dat het eigenlijk was. (Cruijff en Neeskens kwamen een dag later later dan de rest van de Oranje selectie in het trainingskamp). Dat kwam ook door allerlei figuren die erbij rondliepen. Van Beveren zei ook tegen Cruijff waar het op stond, daar hou ik wel van.”

“Maar het was wel zo dat er achter Van Beveren ook nog een paar goede keepers rondliepen. Dat maakt je positie toch wat zwakker. Dat verhaal dat Van Beveren en zijn gezin bedreigd werden nadat bekend werd dat hij commentaar zou geven bij Nederland-Peru ken ik niet. Dat is natuurlijk heel erg. Ik weet niet of dat de reden voor hem is geweest om naar Amerika te vertrekken. Ik heb hem in Amerika nog een paar keer gesproken en hij had het daar heel erg naar zijn zin. Na die huldiging in 78 op Soestdijk heb ik tegen Willem Alexander gezegd dat hij maar effe tegen zijn oma moest zeggen dat wij bleven eten en tegen Bernhard zei ik dat het plafond gewit moest worden. Dat was ok zo!! Het zag er echt niet uit. Na afloop kwam Happel in de bus naar mij toe: “Wilhelm dass kannst du ja doch nicht sagen!!” Ik heb Ernst toen maar effe verteld dat hij was ingehuurd tot en met de finale en dat hij nu niks meer te zeggen had.

In 2005 benoemde de gemeente Amsterdam de Wim Suurbierbrug.

Wim Suurbier als persoon en trainer

Suurbier moet een vermogen hebben verdiend als voetballer. Dertien succesvolle jaren bij Ajax, in 1974 en 1978 speelde hij de WK-finale. Schalke 04 en FC Metz betaalden topsalarissen en hij kwam ook nog even uit voor Sparta en Seiko Hongkong. In Amerika stond hij onder contract bij Los Angeles Aztecs, San José Earthquakes en Tulsa Roughnecks.

Na een kleurrijke carrière nam hij totaal berooid afscheid. Niet veel later was hij in Hermosa Beach te vinden , een voorstad van Los Angeles. George Best exploiteerde in Palm Drive zijn café Besties, Suurbier overleefde daar voor 35 dollar per dag als barkeeper. Na zijn werk verdiende hij wat bij als chauffeur bij een bloemenimporteur, hij reinigde tapijten en was in te huren als tuinman. Suurbier werkte dag en nacht, maar de mooie Anna uit New Mexico had hem achtergelaten met een schuld van vijftigduizend dollar. Hij woonde intussen bij de piepjonge Terri, een serveerster die van een carrière als filmster droomde en dat waarschijnlijk nog steeds doet.

Onaangekondigd stond hij ooit in Barcelona op de stoep bij de familie Cruijff. Hij was toevallig in de buurt en kwam even gezellig een kopje koffie drinken. Johan en Danny hebben een zwak voor Wim Suurbier. Hij was van harte welkom, niks hotel, de logeerkamer was voor hem. Waar Suurbier verschijnt wordt gelachen en is de sfeer ontspannen.

Iedere ochtend verzorgde de onverwachte gast een indrukwekkend ontbijt voor de familie. Koffie, thee, verse jus d’orange, broodjes, gekookte en gebakken eieren en fruit. Als onbezoldigd butler had Suurbier zijn draai gevonden. Hij zat Johan en Danny niet in de weg, maar na een week of zes hebben ze toch maar eens voorzichtig geïnformeerd wat de verdere plannen waren van Wim. Suurbier bleek geen geld te hebben voor een vliegticket en was daarom maar blijven hangen bij de familie Cruijff.

De ex-international heeft structureel financiële problemen, was regelmatig op de vlucht voor schuldeisers en dook dan onder bij vrienden en bekenden. Piet Keizer ving hem regelmatig op als hij in Nederland was. Suurbier acteerde een vrolijke clown, maar achter die façade ging een eenzame man schuil. Niemand kende Wim Suurbier als hij alleen is. De luidruchtige sfeerbepaler in het café maakte dan plaats voor een in zichzelf gekeerde tobber. Een man die zich wanhopig afvroeg waarom het leven zo is gelopen en wat zijn toekomst is.

Terug in Nederland probeerde hij de kost te verdienen als stoepier in Amsterdam en in de telecommunicatie in Düsseldorf. Hij belandde nog even in handen van de vermakelijke oplichter Peter van der Rijt en vond rust bij een vriendin in Rotterdam. In die periode zakte hij eens met René van der Gijp door. Op weg naar huis reed Suurbier in een politiefuik. Hij wilde niet opnieuw zijn rijbewijs kwijtraken en ging snel met Van der Gijp op de achterbank zitten. Toen de agent informeerde waar de chauffeur was, jokte Suurbier dat de Bob de benen had genomen toen hij de politie zag. Vervolgens werden de heren door een agent naar huis gereden.

Even later meldde René Meulensteen, jarenlang assistent van Wiel Coerver, zich. Hij had als trainer een contract getekend in Qatar en zocht een assistent met status. Meulensteen en Suurbier vormden een perfect duo. Suurbier woonde gratis in een huis van de sjeik, reed in een Chevrolet Cavalier van de club en de dollars werden keurig op zijn bankrekening gestort. Toen Manchester United zijn baas contracteerde, moest Suurbier noodgedwongen terug naar Nederland.

Riemer van der Velde zag een ideale assistent van Foppe de Haan in hem, maar het verblijf bij SC Heerenveen werd geen succes. De Haan stoorde zich aan de dominante aanwezigheid van de ex-international die hij opgedrongen kreeg en het contract werd niet verlengd.

De buitenwereld heeft overigens een totaal verkeerd beeld van Suurbier. De losbol buiten het veld was een serieuze, degelijke prof zodra hij op het veld stond. Trainers zetten altijd hun vraagtekens bij zijn levenswandel, maar roemden vervolgens zijn instelling.

In de laatste periode van zijn leven, waarin hij tweemaal een hersenbloeding kreeg, was zijn voormalige echtgenote er weer voor hem. Maja Suurbier was in de jaren zeventig de bekendste voetbalvrouw, nog beroemder dan Danny Cruijff en Truus van Hanegem. Ze was vijf jaar jonger dan Wim en werd geboren in de Amsterdamse Jodenbuurt, waar de oorlog diepe wonden had achtergelaten. Later in haar leven bezocht ze Kamp Westerbork. waar ze veel informatie over haar familie vond. Ze waren in die dagen al een ‘glamourkoppel’. Ze hadden elkaar op het strand van Zandvoort ontmoet en ze trouwden binnen een half jaar. Suurbier was makkelijk met geld, kocht een huis in Bergen, en nodigde de halve wereld altijd uit om bij hem thuis te eten.

In het boek ‘Spelersvrouwen” vertelt Marja dat haar Wim nooit het gevoel had dat hij bij de beste voetballers van Nederland hoorde. “Hij haalde zichzelf vaak naar beneden. Ik ben niet de beste”, zei hij dan. Ik praatte op hem in. Rinus Michels deed dat ook. Die gaf hem vaak dat extra zetje dat hij nodig had. Suurbier was een favoriet van Michels, al gaf die dat nooit toe. Maja: “Rinus was gek met Wim, hij heeft hem echt gevormd. Veel mensen zagen Wim alleen maar als die grappenmaker met die grote bek, maar hij was ook een echte prof. Eentje die er voor 200 procent voor ging. Als we op vakantie waren stond hij in de laatste week om zes uur ‘s ochtends op om te gaan hardlopen, Als iedereen in de eerste trainingsweken afgepeigerd raakte bij de bekende duurlopen door het Amsterdamse Bos, deed Wim dat lachend. Hij was topfit.”

Een ding kon Michels hem niet afleren. Suurbier hield van stappen en geld uitgeven. “Dan ging hij stiekem met de jongens van Ajax naar Can Can op het Leidseplein, Als ze buiten kwamen stond Michels voor de deur. Hij zei dan helemaal niets, maar de volgende dag hing er een briefje aan Wims haakje in de kleedkamer, Hij had een boete gekregen. Jammer, dacht Wim dan, maar ik heb een leuke avond gehad.”

Het huwelijk hield, zoals bekend geen stand.

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen Eredivisie (Ajax): 1965/66, 1966/67, 1967/68, 1969/70, 1971/72, 1972/73, 1976/77
* KNVB Beker (Ajax): 1966/67, 1969/70, 1970/71, 1971/72
* Europacup I (Ajax): 1970/71, 1971/72, 1972/73
* UEFA Super Cup (Ajax): 1972, 1973
* Intertoto Cup (Ajax) Poulewinnaar in 1968
* Wereldbeker voor clubteams (Ajax): 1972
Nederlands elftal:
* 60 interlands; doelpunten: 3
* WK Voetbal zilver 1974 en 1978
* EK voetbal brons 1976

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, Voetbal International, Telegraaf, wk74finale.nl, kentudezenog.nl, bhic.nl, ajax.nl