101 Nederlandse Voetbaliconen: (86) Rinus Terlouw

Geboren: 16 juni 1922, Capelle aan den IJssel
Overleden: 16 december 1992, Capelle aan den IJssel
Positie: Verdediger
Clubs: Sparta
Actief: 1949-1958
Doelpunten: Onbekend
Nederlands elftal: 30 interlands
Trainer: DCV Krimpen

Wie Rinus de Rots als bijnaam heeft, weet één ding zeker: voor fijngevoeligheden is er geen plaats in je oeuvre. In het geval van Rinus Terlouw klopt dat ook. Een voorstopper van graniet, als het nodig is kopt hij een gaskachel uit de lucht. Maar het scheelt weinig of Terlouw was nooit voetballer geworden. Dominee Vlot van de Hervormde Kerk is een groot fan van de zondagsheiliging en vindt voetbalen een heidense bezigheid. Tot teleurstelling van zijn ouders en met hulp van de buren die zijn kleren wassen, meldt Terlouw zich toch aan bij De Zwervers in Capelle en later bij DCV in Krimpen aan den IJssel. Bij die club, op dat moment tweedeklasser, haalt hij Oranje.

De mythe wil dat Terlouw een onpasseerbare voorstopper is, de praktijk vertelt een ander verhaal. In de 34 interlands dat Terlouw staat opgesteld, krijgt Oranje liefst 94 goals tegen, Desalniettemin krijgt hij bij zijn afscheid als eerste Nederlander een benefietduel aangeboden, tegen Blackburn Rovers.

Jayne Mansfield wenst Rinus Terlouw geluk met een kus. Op de mond!
foto: Stadsarchief/collectie Ary Groeneveld

Marinus (Rinus) Terlouw bijgenaamd De Rots, was een voetballer die in zijn carrière als verdediger speelde. Hij speelde 34 wedstrijden voor het Nederlands elftal en nam deel aan de Olympische Spelen in Engeland (1948) en Finland (1952).

In 1948 ging de inkoper van scheepswerf Van der Giessen spelen voor Sparta. In samenwerking met de elegante doelman Wim Landman leverde de krachtige stopper de Rotterdamse ploeg de reputatie van onneembaar bolwerk. Behalve die ene dag dat hij op de middenstip de Amerikaanse seksbom Jane Mansfield mocht kussen: Sparta leed tegen DOS de grootste thuisnederlaag in jaren (1-7). De Rots, schreef Herman Kuiphof, was die dag van bordpapier. De filmster was uitgenodigd om de aftrap te verrichten. De spelers van de Rotterdamse club waren naar verluidt zo onder de indruk van de zwoele kus op de mond van Terlouw dat Sparta met 7-1 verliest.

Zijn spel paste prima bij Sparta, dat zich altijd al aan de Engelse manier van voetballen had gespiegeld. Hij bleef tot 1958 de onbetwiste leider van de verdediging.

De voetballerij doet het derhalve met de herinnering aan een meer dan stevige, linksbenige spil. Met name wordt teruggedacht aan de heroïsche duels in de Holland-Belgie-wedstrijden tussen Rinus Terlouw en Rik Coppens. Die confrontaties zijn op den duur een eigen leven gaan leiden. Terlouw-Coppens, daar vlogen de vonken van af, dat was jaren aan een stuk water en vuur, het gesprek van de week. Coppens hield het er zelf op dat hij in interlands acht keer tegen Terlouw had gespeeld. Fout. Rinus Terlouw heeft twaalf keer tegen de Belgen gespeeld. Negen maal was Sjef Mermans van Anderlecht zijn tegenstander, slechts drie (!) keer kruiste Coppens van het Antwerpse Beerschot zijn pad.

In 1954, bij Terlouws 32ste cap, kreeg hij beide Belgische aanvallers tegenover zich. Nederland verloor in Antwerpen met 4-0. Terlouw, stijf links, schoot tot overmaat van ramp in eigen doel. Twee duels later zwaaide hij af.

Volgens de kranten en weekbladen van toen had het spel van 34-voudig international Terlouw iets heldhaftigs, vooral tegen de Belgen. Tegenwoordig zou men hem bij gebrek aan resultaat niet zo snel als een kanjer hebben beschouwd. Dit zijn namelijk de cijfers: 34 interlands, 9 gewonnen, 4 gelijkgespeeld, 21 verloren. En ook in die duels met Sjef Mermans en Rik Coppens ging het niet altijd naar wens. Van de twaalf ontmoetingen, wonnen de Belgen er acht, terwijl zij ook nog twee keer gelijkspeelden. Bovendien: Mermans hield aan die confrontaties met Terlouw zeven doelpunten over en Coppens vijf; en hun kwelgeest schoot ook nog eens twee keer in eigen doel. Nochtans moet Rinus Terlouw een groot verdediger zijn geweest.

De Capellenaar was altijd van graniet, zijn bijnaam was Rinus de Rots en hij was als verdediger schier onpasseerbaar. Hij nam het Nederlands elftal bij de hand toen het tijd was voor een moderner tactiek, het Engelse stopperspilsysteem.

Terlouw zal ongetwijfeld een uitstekend speler zijn geweest, maar zijn prestaties leden onder de neerwaartse curve van het Nederlandse voetbal in zijn jaren. Het uitblijvende professionalisme in eigen land had zo zijn effecten. In twintig van zijn 34 interlands behoorde Terlouw tot de verliezende partij. In de 25 interlands als Spartaan, als DCV’er speelde hij fortuinlijk genoeg nog samen met groten als Faas Wilkes en Kees Rijvers, stapte hij slechts drie keer als winnaar van het veld. Hij kreeg in die 34 wedstrijden liefst 94 goals tegen. Drie keer wist hij met zijn makkers de nul te houden. Het zwartst waren de twee jaren van april 1950 tot april 1952. In elf duels kreeg het Nederlands elftal 51 treffers tegen. Maar een wedstrijd werd gewonnen, met 5-4 nota bene.


Nederland – België 5-4, Olympisch Stadion, Amsterdam (15 april 1951)
Nederlands elftal, staand vlnr.: Aad de Jong, Jan van Schijndel, Abe Lenstra, Piet Kraak, Loek Biesbrouck en Rinus Terlouw;
gehurkt vlnr.: Cock van der Tuyn, Noud van Melis, Henk Schijvenaar, Jampie Kuneman en Piet Groeneveld.
foto: Kees Molkenboer

Van de ene op de andere dag, tot verbazing van Sparta, zette Terlouw een punt achter zijn loopbaan als actief voetballer. Hij kreeg als eerste in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal een benefietduel, tegen Blackburn Rovers. Meteen erna werd hij bij DCV de succesvolle trainer.

Op 43-jarige leeftijd brak hij radicaal met de sportwereld en keerde hij terug naar de kerk. In 1965 kwam hij tot een radicale ommekeer. “Hij was inkoper op de scheepswerf van Van der Giessen in Krimpen”, zegt Scholten, vroeger mede-diaken van Terlouw. “Daar moet het gebeurd zijn dat gesprekken met een collega tot gevolg hadden dat Terlouw de weg naar de kerk terugvond. Ook moet hij in die tijd zijn moeder op haar sterfbed hebben beloofd met de sport te breken. Ik heb dat niet uit zijn eigen mond gehoord, want hij sprak nooit over zijn innerlijk.”

Rinus Terlouw besteedde daarna al zijn aandacht aan de kerk, die hij volgens vrienden wilde dienen omdat hij dat zijn moeder nu eenmaal had beloofd. Die toewijding ging zo ver, dat hij zelfs alle herinneringen aan zijn voetbaltijd uitwiste. Diverse journalisten hebben decennia lang visjes uitgegooid voor een interview met de spil, die in de jaren vijftig ooit Jayne Mansfield op de middenstip van Sparta’s Kasteel zoende. Het waren vruchteloze pogingen. Echtgenote Mien nam altijd de telefoon op, Terlouw isoleerde zich van de buitenwereld. Eerder had hij afscheid genomen van het in zijn ogen zo zondige voetballeven, door zelfs belangrijke onderscheidingen terug te sturen naar de KNVB: de Oranje-seizoenkaart voor het leven die alle internationals na tien interlands krijgen, plus het konijntje dat een speler na zijn 25e interland ten deel valt.

De laatste 27 jaar van zijn leven was Rinus Terlouw een compleet raadsel. Niemand kreeg hem te spreken, brieven werden niet beantwoord, uitnodigingen genegeerd. Zelfs op zijn werk, bij scheepsbouwer Van der Giessen-De Noord, werd Terlouw een eenling. Hij sprak nauwelijks met mensen en ging schichtig door het leven.

Na Terlouws overlijden op 70-jarige leeftijd noemde een krant hem “een van de meest karakteristieke voetballers van ons land.” Toen in 1999 in de Rotterdamse wijk Nieuw Terbregge straten naar sporters werden vernoemd, kwam er ook een Rinus Terlouwstraat, met op het naambord de vermelding “1922-1992, voetballer Sparta”. Het voet- en fietspad dat bij de nieuwe Capelse gemeentewerf aan de Groenedijk -op de plaats waar Terlouw als jongen voetbalde- is aangelegd, werd eveneens naar hem vernoemd. Vanwege een verleden waarvan hij zelf radicaal afstand had genomen.

Prijzenkast en erelijst:

* KNVB Beker (Sparta): 1958
Nederlands elftal:
* 34 interlands
* Olympische Spelen 1948 en 1952

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, Trouw, cip.nl, voetballegends.nl, digibron.nl