101 Nederlandse Voetbaliconen: (87) Frans Thijssen

Geboren: 23 januari 1952, Malden
Overleden:
Positie: Middenvelder
Clubs: N.E.C., FC Twente ’65, Ipswich Town, Vancouver White Caps, Nottingham Forest, Vancouver White Caps, Fortuna Sittard, FC Groningen, Vitesse
Actief: 1970-1991
Doelpunten: N.E.C. (9), FC Twente ’65 (47), Ipswich Town (10), Vancouver White Caps (2), Nottingham Forest (3), Vancouver White Caps (7), Fortuna Sittard (11), Vitesse (1)
Nederlands elftal: 14 interlands; doelpunten: 3
Trainer: Vitesse, Malmö FF, De Graafschap, Fortuna Sittard, Al-Wahda FC (jeugd), Al-Wakrah SC (assistent), Qatar SC (jeugd). Al-Jazira Club (jeugd), FC Twente (beloften), Brisbane Roar FC (a.i.)

Kappen en draaien, tot je er tureluurs van wordt. Als geen ander brengt Frans Thijssen de oefenstof van de vermaarde Wiel Coerver in de praktijk. Bij NEC komen ze elkaar begin jaren zeventig tegen, daarna zullen ze onlosmakelijk met elkaar verbonden blijven.

Thijssen ís kappen en draaien, ook bij elke club waar hij na NEC onder contract staat. En hij kapt het ver. Met als hoogtepunt zijn tijd bij Ipswich Town waarmee hij de UEFA Cup wint in 1981. In hetzelfde jaar wordt hij als eerste niet-Brit ooit uitgeroepen tot Speler van het Jaar. Kijken naar Thijssen is een lust voor het oog, twintig jaar houdt hij het op het hoogste niveau vol. En daarna baant hij zich kappend en draaiend een weg bij oud-Vitesse.


1980: Frans Thijssen voor Ipswich, kapt Alan Kennedy (l) en Alan Hansen van Liverpool uit.
foto: BBC

Franciscus (“Frans”) Johannes Thijssen bijgenaamd Stille Frans, begon zijn voetballoopbaan bij de amateurclub SV Juliana ’31. In 1969 werd hij ingelijfd door het Nijmeegse N.E.C., met trainer Jan Remmers. Hij debuteerde op 10 januari 1971 in een uitwedstrijd tegen Ajax. Vanaf seizoen 1971/72 was Wiel Coerver de coach in Nijmegen. Onder hem kreeg Thijssen een vaste basisplaats. In seizoen 1972/73 reikte hij met N.E.C. tot de finale van de KNVB beker, waarin de ploeg verloor van NAC.

In 1973 verkaste hij voor 250.000 gulden naar FC Twente ’65, waarmee hij in 1974 tweede werd in de Eredivisie en in 1975 de finale van de UEFA Cup speelde. In 1977 won Thijssen met Twente de KNVB beker.

In januari 1979 werd hij ingelijfd door het Engelse Ipswich Town, waar hij zijn grootste successen vierde. In 1981 werd Thijssen als eerste niet-Britse speler gekozen tot Engels Voetballer van het Jaar. De ploeg onder leiding van Bobby Robson en met landgenoot Arnold Mühren sleepte met verzorgd en technisch voetbal in datzelfde jaar de UEFA Cup binnen. In de finale over twee wedstrijden werd AZ ’67 verslagen.

In een interview met Panorama verklaart Thijssen zijn populariteit in Engeland. “In Ipswich, waar ik samen met Arnold Mühren aan de basis stond van de UEFA Cup-winst in 1981, word ik nog altijd als een held gezien. Ik merk het elke keer weer als ik daar ben. Dan beginnen ze over doelpunten die ik zelf al niet meer weet en komen ze meteen met allerlei plakboeken naar me toe. Of ik die wil tekenen. Moet je nagaan: dat is bijna veertig jaar geleden, hè.”

Logisch: je werd toen als eerste niet-Britse speler gekozen tot Engels Voetballer van het Jaar!

“Waardoor ik nu in een rijtje sta met Dennis Bergkamp en Robin van Persie, jongens die na mij werden gekozen. Dat zijn natuurlijk grandioze spelers, net als Cristiano Ronaldo, een andere winnaar van die prijs… Maar ja, daarna weer hetzelfde liedje. Na Ipswich Town, waar ik onder leiding van Bobby Robson echt heel goed speelde, kon ik naar Chelsea, maar ook dat deed ik niet. Omdat ik kort daarvoor mijn woord al aan Vancouver Whitecaps had gegeven.”

Thijssen staat samen met Arnold Mühren centraal in het boek, dat is geschreven door Tom van Hulsen, voormalig hoofdredacteur van weekblad Voetbal International. Het Nederlandse duo veroverde in de jaren 80 van de vorige eeuw Engeland met Ipswich. Ze waren de eerste Nederlandse full-profs, die in Engeland gingen voetballen en plaveiden er de weg voor vele landgenoten. Beiden werden bij Ipswich Town uitgeroepen tot Speler van het Jaar en Thijssen won in 1981 de verkiezing van Voetballer van het Jaar in Engeland, waarmee hij zich schaarde in een rijtje met Stanley Matthews en George Best. Op 20 mei 1981 won Ipswich Town de UEFA Cup in het Olympisch Stadion van Amsterdam, ten koste van AZ ’67.

Tom van Hulsen vertelt in 2016 bij de uitreiking over zijn boek. “In het nawoord van mijn boek ‘Het geheim van Ipswich – Hoe Arnold Mühren en Frans Thijssen het Engelse voetbal veranderden’ schrijf ik in mijn nawoord ook over bovenstaand wedstrijdbezoek. Als voetbaljournalist was ik er in latere jaren in geslaagd om de onoverbrugbare stap naar de profvoetballers toch te maken. In de 23 jaar die ik bij Voetbal International werkte interviewde ik bijna 600 (ex-)profvoetballers. Onder hen mijn grote helden van het eerste uur: Arnold Mühren en Frans Thijssen, die een half jaar na Mühren de overstap naar de Engelse club ook had gemaakt. In 2015 besloot ik hun belevenissen bij Ipswich Town op papier te zetten en sprak ik ze vaker dan ooit. Meestal wordt gezegd dat je je helden nooit moet ontmoeten, omdat dat alleen maar kan tegenvallen. Mühren en Thijssen zijn in mijn achting echter alleen maar gestegen, omdat ze zo bescheiden zijn gebleven. Zo puur. Zo echt. Zo bijzonder, maar toch zo gewoon.

“En dat terwijl ze in Engeland op een enorm voetstuk staan. Toen ‘Het geheim van Ipswich’ in het Engels was vertaald onder de titel ‘Game Changers’ bezocht ik Portman Road, het stadion van Ipswich Town, samen met de voormalige middenvelders. Rijen dik stonden ze voor de signeertafels, de fervente fans van Ipswich Town. Niet iedereen had meegekregen dat vooral Mühren in de loop der jaren weinig is veranderd. Twee mensen stapten recht op mij af, pakten mijn hand vast en zeiden: ‘It’s an honour to meet you, Arnold!’

“Mühren en Thijssen namen voor iedereen tijd, gingen met iedereen op de foto. Ook met de man die opviel door zijn paars gekleurde haar en baard. ‘It’s so good to see you again!’, zei hij tegen de twee. ‘Het is 36 jaar geleden dat jullie bij mij thuis waren, weten jullie dat nog? Wij hebben onze zoon destijds naar jullie vernoemd en daarom kwamen jullie destijds even langs. Hij heet Frans Arnie Markwell.’ Ze wisten het nog.”

“Zó populair was het duo in Ipswich.”

“Na de signeersessies liepen we een rondje door Ipswich. Mensen die de twee voormalige helden zagen langslopen, stopten met praten. Ze keken alleen maar, de mond open van verbazing.”

Bij Portman Road staan twee standbeelden: één van Alf Ramsey, de Ipswich-manager die overstapte naar de Engelse voetbalbond en het land in 1966 de wereldtitel bezorgde, en één van Bobby Robson. Die laatste haalde Mühren en Thijssen naar Ipswich, een actie die alleen al een standbeeld verdiend. Misschien dat er ooit nog een poging gedaan zal worden om een standbeeld te laten vervaardigen van de Dutch Masters van Ipswich.

In maart 1983 volgde een transfer naar Vancouver Whitecaps. Door deze ploeg werd hij tussen 1 oktober 1983 en 1 mei 1984 uitgeleend aan Nottingham Forest FC. Tussen mei en oktober 1984 kwam Thijssen opnieuw uit voor Vancouver Whitecaps. Zijn loopbaan leek op dat moment op retour, maar Thijssen keerde terug naar Nederland waar hij nog zeven seizoenen speelde voor achtereenvolgens Fortuna Sittard, FC Groningen en Vitesse. In 1989 werd hij uitgeroepen tot speler van het jaar in de Nederlandse Eerste divisie. In 1991 beëindigde hij op 39-jarige leeftijd zijn loopbaan. In zijn laatste seizoen reikte hij met Vitesse nog tot de derde ronde in de UEFA Cup.

In een interview met Panorama vertelt Thijssen waarom hij destijds Fortuna Sittard verkoos boven Feijenoord.

Je kon in 1984 naar Feyenoord, maar ging naar Fortuna Sittard! Leg uit…

“Ja, zo zit ik in elkaar. Als ik eenmaal mijn woord heb gegeven, houd ik me daaraan. Ik ben geen Dick Advocaat die elders een beter contract tekent omdat hij daar meer geld kan verdienen. Zo heb ik dat altijd in mijn carrière gedaan. Begin jaren 70 kon ik bijvoorbeeld ook naar PSV, maar toen had ik al ja gezegd tegen FC Twente.”

Maar Feyenoord had dat jaar net de dubbel gewonnen!

Klopt. En bij Feyenoord had ik waarschijnlijk ook meer succes gehad. Dan zou je kunnen zeggen: ik heb de verkeerde keuze gemaakt, maar ik weet niet of dat echt zo is. Ik vind gewoon dat je je aan je woord moet houden.”

Heeft die bescheidenheid jou als speler tegengewerkt, denk je?

“Niet alleen als speler. Ook als trainer. Ik vergeet het nooit meer. Ik had net in Zweden getekend, bij Malmö FF, toen Wiel Coerver, mijn voormalige coach bij NEC, mij belde. Ik kon met hem mee naar Qatar, waar ik als trainer heel veel geld kon verdienen. Daar had Coerver het al met de sjeik over gehad. Maar ja, ik stond op het punt om in Zweden te beginnen. Dus zei ik nee…”

Denk je ook dat je meer interlands had gespeeld als je een grotere mond had gehad?

“Zonder meer. In 1978 zat ik in de voorlopige WK-selectie, maar viel toen af. Natuurlijk, Johan Neeskens en Wim Jansen, mijn concurrenten op het middenveld, waren niet de minsten. Maar het kwam, denk ik, ook omdat de bondscoach wist dat ik niet mondig genoeg was. Dat maakt het voor een coach natuurlijk veel makkelijker. Want hij weet: Thijssen houdt zich wel rustig.”

Maar goed, je ging naar Fortuna Sittard. Wat gaf de doorslag?

“Het gevoel. Voor een speler is het natuurlijk lekker als je merkt dat een club je graag wil hebben. Dat speelt ook mee in jouw beslissing. Het gaat echt niet alleen maar om geld.

” Een jaar later eindigden jullie als zevende, de hoogste klassering in de geschiedenis van Fortuna Sittard. Hoe kwam dat?

“Oh, vergis je niet, hoor. We hadden toen echt een heel goede ploeg. Willy Boessen en René Maessen waren heel fanatieke backs, uitgerust met een echte mijnwerkers- mentaliteit. Wim Koevermans was een rijzige verdediger, Chris Dekker bracht achterin rust, terwijl ik op het middenveld een klik had met Arthur Hoyer en Anne Evers. Voorin was Wout Holverda snel en gevaarlijk, terwijl Tini Ruys een neusje had voor de goal. Ik zeg je: als we met dit elftal nu in de eredivisie zouden spelen, hadden we zonder meer in de top meegedraaid. Daar ben ik heilig van overtuigd.”

In hoeverre speelde Bert Jacobs, jullie trainer, daarin een rol?

“Bert was natuurlijk ook heel belangrijk. Want naast dat hij een heel goede trainer was, wist hij als geen ander de sfeer erin te houden. Neem die keer in Spanje, toen we daar op trainingskamp waren. We liepen langs een kraam toen hij ineens de ketchupfles pakte en die saus in zijn gezicht spoot. Vervolgens pakte hij een mes en deed al schreeuwend alsof hij zich daarmee had gestoken. En die Spanjaarden verbijsterd toekijken, haha… Bert werd ook weleens door de Spaanse politie opgepakt, omdat hij tijdens een wedstrijd zomaar het veld was opgelopen. Dat mocht daar namelijk niet. Maar Bert trok zich daar weinig aan aan. Echt een wereldgozer. Helaas is hij veel te vroeg overleden.”

Maar zevende worden met Fortuna Sittard, is dat moeilijker dan kampioen worden met Feyenoord?

“Vind ik wel. Al moet ik wel zeggen dat in 1985 echt alles op zijn plek viel. Ik werd zelfs bijna gekozen tot Voetballer van het Jaar! En dat voor een speler van Fortuna Sittard, moet je nagaan!”

Des Bremer (L), Frans Thijssen (R) Aston Villa tegen Ipswich Town
foto: Onbekend

Thijssen over zijn specialiteit kappen en draaien:

“Ja, dat is een bepaalde kwaliteit. En zo handig. Met één beweging stuur je de tegenstander de verkeerde kant op. Maar dat zie je dus nauwelijks nog. Soms denk ik: waarom speel je nou in vredesnaam terug? Als je naar voren draait, zoals ik dat altijd deed, ben je de tegenstander namelijk direct kwijt. Maar dat zit gewoon niet meer bij de gasten in het systeem.”

Hoe is dat op te lossen? Massaal de techniekboeken van Wiel Coerver openslaan?

“Nou, volgens velen sloeg Coerver door met zijn kap- en draaioefeningen, maar in de basis had hij natuurlijk groot gelijk. Een goede basistechniek is zo belangrijk. Daar heb ik als speler altijd baat bij gehad. Bij Vitesse speelde ik samen met Theo Bos. Die was niet snel, maar omdat wij naar voren speelden, kregen we nauwelijks doelpunten tegen. Dus ik zeg: ga op techniek trainen. De KNVB heeft het steeds over het fysieke gedeelte. Maar dan denk ik: wat lullen ze nou? Voetbal is toch geen vechtsport? Maar ja, weten zij veel. De gasten die dat zeggen hebben zelf nooit gevoetbald.”

Thijssen zelf speelde 21 seizoenen betaald voetbal.

Nederlands Elftal

Thijssen speelde veertien keer in het Nederlands Elftal. Onder leiding van bondscoach George Knobel maakte hij zijn debuut op 30 april 1975 in de vriendschappelijke wedstrijd tegen België in Antwerpen, net als Adrie van Kraaij (PSV), Jan Everse (Feyenoord), Peter Arntz (Go Ahead Eagles), Johan Zuidema (FC Twente), Kees Kist (AZ’67) en Bobby Vosmaer (AZ’67)[2]. België won het oefenduel in het Bosuilstadion met 1-0 door een doelpunt in de 78ste minuut van Raoul Lambert. In 1980 zat Thijssen bij de selectie voor het Europees kampioenschap. Thijssen scoorde drie keer in Oranje, in 1975 tegen Polen, in 1979 tegen Oost-Duitsland en in 1981 tegen Ierland.

Trainerscarrière

Thijssen werd vervolgens trainer en was in dienst van Vitesse, Malmö FF en De Graafschap. Bij De Graafschap duurde het dienstverband slechts enkele competitiewedstrijden en stapte Thijssen in augustus 1999 na een conflict met assistent-coach Massimo Morales op. In november 2000 trad hij in dienst van Fortuna Sittard, waarmee hij zich wist te handhaven in de eredivisie. Desondanks vertrok Thijssen bij de club. In augustus 2002 werd hij voor een jaar als jeugdtrainer van Al-Wahda uit de Verenigde Arabische Emiraten aangesteld, later werkte hij in dezelfde functie voor Al-Wakrah en Qatar SC in Qatar. In mei 2009 keerde hij terug als werkloos coach terug in Nederland.

In het voetbalseizoen 2010/11 is Thijssen de assistent-trainer van in eerste instantie René Hake en vanaf oktober 2010 Jos Daerden bij het beloftenteam van FC Twente. Zijn laatste functie als trainer in het betaalde voetbal is interim-coach van Brisbane Roar FC.

In 2020 werd Thijssen gekozen tot beste Gelderse voetballer aller tijden.

Prijzenkast en erelijst:

* UEFA Cup ( Ipswich Town): 1980/81
Nederlands elftal:
* 14 interlands; doelpunten: 3
Individueel
* Engels voetballer van het jaar: 1981

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Voetbal International, Panorama, bd.nl, www.kentudezenog.nl (Tom van Hulsen)