101 Nederlandse Voetbaliconen (91) Gerald Vanenburg

Geboren: 5 maart 1964, Utrecht
Overleden:
Positie: Middenvelder
Clubs: Ajax, PSV, Júbilo Iwata, FC Utrecht, AS Cannes, 1860 München
Actief: 1980-2000
Doelpunten: Ajax (64), PSV (48), Júbilo Iwata (9), FC Utrecht (2), AS Cannes (6), 1860 München (2)
Nederlands elftal: 42 interlands; doelpunten: 1
Trainer: PSV (jeugdtrainer), 1860 München, Helmond Sport, FC Eindhoven, Willem II (veldtrainer)

‘Van straat tot stadion’ heet de videoband met daarop alle trucs, dribbels en bewegingen van de jong Ajaxied Gerald Vanenburg. Een veelbelovende carrière ligt voor de dan twintigjarige Utrechter in het verschiet, maar hij raakt in 1985 in onmin met trainer Johan Cruijff.

In 1986 vertrekt hij naar PSV. De balgoochelaar van weleer wordt een dienstbare middenvelder. Een rol die hij ook vertolkt in het Nederlands elftal, dat in 1988 de Europese titel wint. In datzelfde jaar geeft Cruijff een interview aan Voetbal International waarin hij zegt: “Vanenburg is geen leider, daar heeft hij de stem niet voor.” Het achtervolgt hem sindsdien. Hij verbindt zich voor lange tijd aan PSV, maar in de Nederlandse stadions wordt hij overal begeleid met piepgeluiden.

Vele jaren later betuigt Cruijff spijt van zijn opmerking over Vanenburg. “Achteraf heb je daar, zeg maar, spijt van. Daar doe je iemand tekort mee.” Vanenburg is een bescheiden jongen die beschermd is opgevoed, heeft er niets meer aan. Hij heeft lang niet alles uit zijn loopbaan gehaald. Misschien dertig procent, concludeert hij bitter.


Begaafd technicus Gerald Vanenburg in dienst bij PSV.
foto: Onbekend
Gerald Mervin Vanenburg, bijgenaamd Vaantje (ook wel “Geraldinho”), begon zijn voetbalcarrière bij de Utrechtse volksclub Sterrenwijk. Ook speelde hij voor Elinkwijk om vanaf daar half 1979 over te stappen naar Ajax. De fans van Gerald Vanenburg hielden ervan om hem ‘Vaantje’ of ‘Geraldinho’ te noemen. Beide bijnamen sloten perfect aan bij wat hij in zijn 20-jarige voetballoopbaan heeft laten zien. De middenvelder en vleugel- aanvaller was een speler met een geweldige techniek en wordt door velen nog altijd gezien als de Nederlandse voetballer met de allerbeste techniek ooit. De televisiedocumentaire Van Straat tot Stadion’ (1984) was toegewijd aan Vanenburg en in het bijzonder aan zijn voetbalvaardigheden.

Na in het seizoen 1979/80 in de jeugd gespeeld te hebben, werd Vanenburg een vaste contractspeler bij de selectie van Ajax met ingang van het seizoen 1980/81. Na driekwart jaar bankzitter te zijn geweest, speelde Vanenburg zijn eerste wedstrijd in Ajax. Op 5 april debuteert hij in het eerste van Ajax tegen FC Den Haag, 17 jaar oud. Kenners noemen hem het grootste talent van Nederland. Trainer Aad de Mos ziet de frivole dribbelaar een maand later tegen MVV zijn eerste twee doelpunten maken. Met zijn zeventien jaar was Gerald Vanenburg destijds de jongste speler die ooit bij Ajax het eerste elftal haalde. Het vertrek van Frank Arnesen maakte voor hem de weg vrij voor een basisplaats. Zijn weergaloze acties leverden hem al snel de Braziliaanse bijnaam ‘Geraldinho’ op. Maar misschien werd er wel teveel van hem verwacht.

Ook scoorde Vanenburg op 28 mei 1981 in de thuis in Amsterdam met 1-3 verloren bekerfinale tegen de dat seizoen 1980/81 superieure landskampioen AZ’67, die tevens UEFA Cup-finalist was. Bij Ajax speelde Vanenburg onder meer samen met Piet Schrijvers, Hans Galjé, Stanley Menzo; Keje Molenaar, Jan Weggelaar, Sonny Silooy, Wim Jansen, Jan Mølby, Frank Rijkaard, Edo Ophof, Piet Wijnberg, Ronald Spelbos, Peter Boeve; Henning Jensen, Frank Arnesen, Ronald Koeman, Winston Haatrecht, Dick Schoenaker, Johan Cruijff, Søren Lerby, Martin van Geel, Felix Gasselich, Arnold Mühren; Tscheu La Ling, John van ‘t Schip, Wim Kieft, Marco van Basten, John Bosman, Martin Wiggemansen, Piet Hamberg, Jesper Olsen en Rob de Wit. Als trainers maakte Vanenburg Leo Beenhakker, Aad de Mos (interim), Kurt Linder, opnieuw Aad de Mos, het interim-trio Tonny Bruins Slot-Spitz Kohn-Cor van der Hart, en ten slotte Johan Cruijff mee.

De Utrechter maakt in de periode 1981 – 1986 in 209 wedstrijden voor Ajax 64 doelpunten. Onmin met Johan Cruijff en later ook met Leo Beenhakker maken zijn periode bij Ajax niet de allermooiste. Vanenburg was een groot talent en leek voorbestemd om zo goed te worden als Johan Cruyff. Helaas kon hij deze status nooit waar maken. Johan Cruyff zelf merkte ooit op dat Vanenburg door zijn hoge stem nimmer een leidersrol zou kunnen hebben. In een aflevering van de NOS-documentairereeks Andere Tijden Sport over Vanenburg in 2012 bood Cruijff later zijn excuses aan voor deze opmerking. “Dat was een van de dingen die ik niet had moeten zeggen. Helemaal achteraf heb je daar spijt van. Want je doet iemand tekort en dat hoeft helemaal niet. Je creëert in feite een probleem terwijl dat totaal niet nodig is.”

De komst van Cruijff betekende dat Vanenburg zijn eerste kritiek te verwerken kreeg. Gerald moest meer initiatief tonen en meer rendement opleveren. Nadat hij met die club drie keer kampioen was geworden, ging hij in de zomer van 1986 naar PSV. Vooral omdat hij voelde dat hij door zijn trainer bij Ajax, Johan Cruijff, niet gerespecteerd werd.

In de zomer van 1986 maakte hij de overstap naar PSV (“1 ding is toch zo zeker: het is geen probleem om hier weg te komen. Want nogmaals: Ajax heeft er niets aan als ze een speler gaan spelen die niet meer voor die club wil spelen…Ik denk dat het voor Ajax niet goed is, en ik denk dat het voor de speler ook niet goed is. Dus wat dat betreft zijn er helemaal niet zo vreselijk veel problemen als je hier echt weg wilt komen.”).

PSV dat hem een plaats als centrale middenvelder beloofde. Maar ook hier kreeg hij de kritiek dat hij te weinig leiderschap toonde. Evenwel won hij met de Eindhovenaren de Europa Cup 1. Maar zelfs toen wilde hij bij het publiek niet écht populair worden. En dan was er ook de gevoelige overstap van Ajax, waar hij twee keer gekozen was tot speler van het jaar, naar PSV. Vanenburg erkent dat hij de impact destijds onderschatte. Achteraf was het denk ik verstandiger geweest om toen van Ajax naar het buitenland te gaan.


Gerald Vanenburg succesvol bij Ajax 1981-1986.
foto: Onbekend

Als speler van PSV nam hij zijn sportieve wraak door nog meer dribbelvaardigheden en finesse op het veld te laten zien. Met PSV won hij de Europa Cup I in 1998, vijf landstitels en drie keer de KNVB-Beker. Zijn grootste succes was echter het winnen van het EK met het Nederlands Elftal. In een team met onder andere Marco van Basten en Ruud Gullit was Vanenburg een van de sterkhouders.

Voor de Eindhovense ploeg speelt de voetballer met Surinaams bloed tussen 1986 en 1993 in de Eredivisie 199 wedstrijden en maakt 48 doelpunten. 1988 is een succesjaar met de landstitel, bekerwinst, de Europacup voor landskampioenen en ook nog het Europees kampioenschap met Oranje. Vanenburg laat een lucratief contract – salaris 5.8 miljoen gulden – met AS Roma lopen voor een contract voor het leven bij PSV. Daar krijgt de zoon van een kapper spijt van en vertrekt naar Jubilo Iwata in Japan.

Aanvankelijk had Vanenburg veel succes bij PSV, maar begin jaren 90 bleek de relatie tussen de club en de speler te zijn bekoeld, met als voornaamste reden dat Vanenburg moeite had een leidersrol in het team te bekleden. Ook kreeg Vanenburg bij PSV minder toestemming zijn creativiteit te tonen, dan bij Ajax. Het contract werd ontbonden en Vanenburg vertrok naar de Japanse en net gestarte J. League, waar de Nederlander Hans Ooft trainer was.

In een interview met Voetbal International zegt Vanenburg over de mislukte Italiaanse transfer: ‘Ik had absoluut naar Roma moeten gaan’

Was er nooit iemand die zei: ‘Gerald, effe kalm nu.’
‘Jawel, mensen als Kees Rijvers, Hans Dorjee en Hans Ooft. En mijn vader heeft op een gegeven moment gezegd. “Pas nou eens op”.
’ Neem de situatie AS Roma. Je had daar al getekend.

‘Op een gegeven moment zat ik al een paar jaar bij PSV. Als ik me eenmaal bij een club op mijn gemak voel, hoef ik niet zo nodig weg. Dat had ik eerder bij Ajax en later bij PSV. Toch kreeg ik op een bepaald moment het gevoel dat ik niet meer de motivatie kon vinden die ik altijd gehad had. Die stadions had ik allemaal twintig, dertig keer gezien; dat weet je onderhand wel. Dan kom je voor een keuze te staan. Ik kon naar meer clubs in Italië, maar ik koos op dat moment voor AS Roma. Bij PSV werd daar echter heel heftig op gereageerd. Zeker door de beleidsbepalers. Die waren aan het huilen en gaven aan dat ik moest blijven. Voor zoiets ben ik erg gevoelig.’

Beleidsbepalers die zaten te huilen?
‘Ja, dat heb ik echt meegemaakt. Toen heb ik besloten te blijven in de veronderstelling dat een transfer altijd nog kon.’
Uit eerdere verhalen begreep ik dat juist de voorzitter van AS Roma in huilen uitbarstte toen jij alsnog weigerde?

‘Die werd ook heel emotioneel, net als de mensen in Eindhoven. Dus besloot ik te blijven.’
Volgens mij ook vanwege de toezegging dat er een team om jou en Romário gebouwd zou worden

‘Ja, dat klopt. Ik moet zeggen dat ik daar niet zo veel waarde aan hechtte, omdat ik altijd wel het gevoel had dat ik speelde op de manier zoals ik wilde spelen. Als je maar de goede spelers om je heen hebt. Dat is de essentie van mijn spel. Daarvoor hoef ik niet zo nodig aanvoerder en spil te zijn van het geheel.’

Een bijzondere periode in zijn loopbaan, waarvan hij zeker als mens ook een hoop heeft geleerd, was die in Japan. Van 1993 tot en 1996 was Vanenburg drieënhalf jaar actief in het land van de rijzende zon. ‘In het begin had ik zeker moeilijk met de cultuur en dacht ik echt: hoe moet ik hier doorheen komen. Japanners zijn als je ze wat langer kent echt erg vriendelijk en er is veel respect. Als ik in de winkelstraat liep, kreeg ik bijvoorbeeld gratis meloen aangeboden. Die zijn daar harstikke duur, maar er wordt wel verwacht dat je het aanneemt. Bij mijn vertrek stonden er ook honderden mensen op het station te huilen. Heel bijzonder om mee te maken.’ Hier speelde hij 64 wedstrijden waarin hij 9 keer scoorde.

In 1996 maakte hij een terugkeer op de Nederlandse velden bij FC Utrecht in zijn geboortestad. Hierna speelde hij nog een seizoen bij AS Cannes, waarna hij zijn carrière afsloot bij TSV 1860 München.

Nederlands elftal

Vanenburg speelde 42 interlands voor het Nederlands elftal en scoorde daarin opmerkelijk genoeg maar één keer. Op 17 december 1983 trof hij doel in de EK-kwalificatiewedstrijd tegen Malta (5-0). Zijn aller eerste interland speelde hij in april 1982 en zijn laatste in 1992.

Net als bij Ajax raakte hij in het seizoen 1985/86 in ongenade bij bondscoach Leo Beenhakker (na FC Porto-Ajax 2-0, september 1985: Leo Beenhakker: “Maar Vanenburg in Portugal? Dan ga ik teleurgesteld weer naar huis toe. Want Vanenburg laat zich toch weer twee keer over de zijlijn drukken”); Vanenburg daarop na de uitschakeling van Nederland tegen België, oktober en november 1985, voor het WK Mexico 1986, over Beenhakker: “Onzin toch. Prestaties tellen, of je mooi kunt praten telt helemaal niet. Wat hebben we nou eigenlijk gepresteerd? 2-2 over 2 wedstrijden tegen België, uitgeschakeld voor Mexico ’86.” “Maar ik ben genegeerd door de bondscoach. Onterecht, dat vond ik, dat vind ik nog steeds, en nu ZEG ik het ook!”).

Ook maakte hij deel uit van de selectie die in 1988 Europees kampioen werd in Duitsland. Dit was met recht zijn hoogtepunt. Hij kan zeggen dat hij erbij was en zijn minuten maakte op het enige EK dat Nederland ooit wist te winnen. Echter speelde hij niet de grootste rol van betekenis. Met spelers om zich heen als Ruud Gullit, Marco van Basten en Ronald Koeman was hij met zijn dribbels en fabuleuze (trap)techniek een nuttige aanvulling op het team dat de cup greep.

De generatie 1988 is nog steeds het enige Nederlandse elftal dat een titel pakte en dat kan nog best een tijdje zo blijven. Toch hoopt Vanenburg dat er ooit opvolgers komen. Aan Rinus Michels, destijds de coach, heeft hij mooie herinneringen. ‘Een man met een unieke uitstraling, maar zeker niet zo’n harde man zoals hij op de buitenwereld over kwam. Voor ons als spelers was dat echt heel anders.

Op de WK in 1990 is zijn basisplaats vergeven, het blijft bij een invalbeurt van 45 minuten tegen Egypte; 14 oktober 1992 speelt de straatvoetballer uit Utrecht zijn laatste interland.

Carrière als trainer

Na zijn voetbalcarrière werd hij in 2000 jeugdtrainer bij PSV. Dit zou hij, met twee korte tussenstops in 2001 en 2004, waarin hij assistent- en hoofdtrainer was bij 1860 München, blijven tot 2005.

Vanenburg in Voetbal International: “Ik doe er alles aan om iemand te helpen. Ik ben wel een type dat alles zegt. Dat heb ik in het verleden ook gedaan. Ook bij Guus Hiddink (trainer bij PSV 2002-2006). Ik denk dat daardoor heel veel dingen gebeurd zijn. Vaak niet in mijn voordeel. Toen ik binnenkwam bij PSV zei Hiddink tegen mij dat hij heel veel met mij wilde gaan doen. Vervolgens bleek daar helemaal niets van. Ik wil er geen zielig verhaal van maken, maar er zijn daar heel rare dingen gebeurd.’

‘Zo werd er op een gegeven moment, toen ik trainer was van het tweede, bij mij geïnformeerd of ik bij FC Eindhoven aan het werk wilde. Ik heb aangeven dat mij dat op zich een uitdaging leek als dat in samenwerking met PSV zou gebeuren. In het verleden was het vaak lastig jonge talenten naar FC Eindhoven te halen. Die wilden niet. Met mij was dat probleem opgelost, omdat iedere jeugdspeler van PSV met mij wilde werken. Daar was ik van overtuigd. Natuurlijk had ik het prima naar mijn zin bij het tweede, maar ik wilde natuurlijk wel ergens naartoe. Het gekke was dat toen spelers als Ibrahim Afellay of Ismail Aissati doorbraken, er steeds door mensen als Hiddink werd gezegd dat ze dat puur op hun eigen talent hadden bereikt. Enige waardering voor mijn werk hoorde ik nooit. Dan vroeg ik mij weleens af: Wat sta ik hier nou te doen?’

Op zich niet zo vreemd. Je noemde Leo Beenhakker een idioot toen hij Bryan Roy en Richard Witschge omschreef als de patatgeneratie. En later typeerde je hem zelfs als een eikel, omdat hij jou na een helft op het WK in Italië buiten het team had gezet.

‘Tja, dat was niet zo slim, maar dat voelde ik op dat moment wel zo. Ik merk wel dat zoiets doorwerkt. Als je kijkt wat ik als voetballer heb bereikt, dan zou het zo moeten zijn dat ik heel snel aan de bak kom als assistent of als hoofdtrainer. Maar dat gebeurt niet. Waarschijnlijk komt dat inderdaad ook door mijn uitgesproken mening. Al ben ik echt wel genuanceerder geworden.’

Op 7 december 2005 ontving Vanenburg het KNVB-diploma Coach Betaald Voetbal. Hierna besloot hij ontslag te nemen bij PSV, om ergens hoofdtrainer te kunnen worden. In het seizoen 2006/07 kwam zijn wens in vervulling, toen hij trainer werd van eerstedivisionist Helmond Sport. In februari 2007 werd hij echter ontslagen wegens tegenvallende resultaten. Helmond Sport zou dat jaar afsluiten als 18e in de competitie.

Van 1 januari tot 25 maart 2008 was hij hoofdtrainer bij FC Eindhoven. Vanenburg kreeg een schorsing van vijf wedstrijden van de KNVB-tuchtcommissie naar aanleiding van een klap die hij had gegeven aan FC Emmen-speler Frank Broers. Aangezien de competitie nog slechts enkele wedstrijden zou duren en hij sowieso voornemens was de club aan het einde van het seizoen te verlaten, beëindigde Vanenburg per direct zijn contract. In mei 2008 ging hij kortstondig aan de slag als extra veldtrainer bij Willem II. Op basis van zijn ervaring die hij had opgedaan bij PSV, ging hij bij Willem II de spelers individueel begeleiden.

Na een carrière als trainer richt Vanenburg zich tegenwoordig op hele andere zaken. De veertigvoudig internationaal heeft een grote passie voor Afrika en wilde dieren. ‘Met zijn zwager, die daar al jaren woont, beheer ik een private lodge in Zuid- Afrika op 45 á 60 minuten van Johannesburg. We kunnen onze gasten daar een unieke Afrika-ervaring bieden.’

De liefde voor dit continent is al ontstaan tijdens zijn actieve carrière en zit diep. Tv-zender Fox wijde er zelfs een hele documentaire aan. ‘Ik vind Afrika echt prachtig. De mensen zijn ook heel gastvrij. Ik voel me er echt op mijn gemak. Er heerst rust, maar je kunt zeker ook de drukte opzoeken.’ Zijn passie voor Afrika en dieren breng Vanenburg graag ook op anderen over.

Vanenburg keerde in augustus 2020 weer terug op het oude nest in Amsterdam. Hij gaat binnen de jeugdopleiding van Ajax aan de slag als techniektrainer van de elftallen van onder 17- en 18. Daarvoor was hij al enkele maanden betrokken bij de middenbouw van Ajax.

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen Eredivisie (Ajax): 1981/82, 1982/83,1984/85
* KNVB Beker (Ajax): 1982/83, 1985/86
* Europacup I (PSV): 1987/88
* Kampioen Eredivisie (PSV): 1986/87, 1987/88, 1988/89, 1990/91, 1991/92
* KNVB beker (PSV): 1987/88, 1988/89, 1989/90
* Nederlandse Supercup (PSV): 1992
Nederlands elftal:
* 42 interlands; doelpunten: 1
* Europees Kampioen: 1988
* WK 1990

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Koning Voetbal, Voetbal International, utrechtsesportkrant.nl, kentudezenog.nl, 433magazine.nl