101 voetbaliconen: (1) Florian Albert

PASPOORT
PASPOORT
Geboren:Hercegszántó, 15 september 1941
Overleden: Boedapest, 31 oktober 2011
Nationaliteit: Hongaars
Positie: Aanvaller
Clubs: Ferencvárosi TC
Interlands: 75 doelpunten: 31
Doelpunten: Ferencvárosi TC: 256
Trainer: Al-Ahli Benghazi (Libië) en Ferencvárosi

Flórián Albert veroverde in 1966 de voetbalwereld en wist uiteindelijk uit de voetsporen van zijn legendarische voorgangers te treden. Een van de meest elegante voetballers allertijden (Dennis Bergkamp lijkt erg veel op Albert) schonk het mondiale voetbal zoveel moois.

Er zijn veel spelers geweest die beter waren dan Albert, maar qua elegantie staat hij minimaal in de top 5. Sinds zijn voetbalpensioen is er geen Hongaarse voetballer meer geweest met de aantrek- kingskracht en verbeeldingskracht van Flórián Albert en misschien komt die er ook nooit meer. Voetballers zoals Albert lijken zachtjes aan uit te sterven, maar gelukkig hebben we de beelden en de overlevering nog.

Terwijl het fantastische Hongaarse elftal van de jaren vijftig uiteenviel, werd de basis voor een nieuw team reeds gelegd. Het duurde even, maar tijdens het WK in 1966 kwamen een aantal jonge talenten tot bloei. Het juweeltje onder hen was Florian Albert, spelbepaler van Hongarijje’s beste clubteam Ferencvaros. Als getalenteerd centrumspits speelde hij een centrale rol in de laatste Hongaarse ploeg die serieus meedeed op internationaal niveau. Zijn internationale carrière liep van 1959 tot 1974

In 1962 schoot Albert de Engelse hoop om wereldkampioen te worden aan gruzelementen om vervolgens een hattrick te scoren tegen Bulgarijje. Bij het WK van 1966 had Hongarijje een zware groep geloot met Brazilië en Portugal. De sleutelwedstrijd eindigde in een 3-1 overwinning op Brazilië en was een mini-klassieker. Hongarijje’s tweede beslissende doelpunt kwam voort uit een flitsende pass van Albert naar Frenc Bene, die de bal vervolgens naar Janos Farkas speelde. Deze laatste knalde de bal op adembenemende wijze in één keer tegen het net. In de kwartfinale had de sterke Sovjet ploeg zijn huiswerk gedaan: ze dekten Albert en sneden daarmee de aanvoer vanaf het middenveld af. Deze tactiek droeg sterk bij aan hun 2-1 overwinning.

Hij deed met de nationale ploeg mee aan de WK’s van 1962 en 1966, en veroverde brons op de Olympische Spelen (1960) en het EK van 1964.

De vleugelspeler van Upjest Dozsa, Ferenc Bene, was een fenomenale aangever voor Albert. Dankzij zijn snelheid en scorend vermogen maakte hij alle doelpunten in een 6-0 overwinning op Marokko tijdens de Olympische Spelen van 1964.

Ferencvaros, de club van Albert, werd de enige Hongaarse club die een Europses beker zou winnen toen ze in 1965 Juventus versloegen in de finale van de jaarbeursbeker.

In 1966 was hij, samen met Eusebio, topscorer van het Europa Cup I-toernooi en in 1967 werd hij gekozen tot Europees Voetballer van het Jaar, vóór Bobby Charlton, Jimmy Johnstone, Franz Beckenbauer en Eusebio. Hij is tot op heden de enige Hongaarse voetballer die de Gouden Bal ooit in de wacht sleepte. Albert scoorde 255 keer in 351 wedstrijden. Zijn sprookjeshuwelijk met de beroemde actrice Eve Balint hield heel Hongarije bezig. In 1963 werd hun dochter Helga geboren, in 1967 volgde zoon Gustav.

In totaal werd Albert vier keer landskampioen. In 1972 won hij met Ferencvárosi voor de eerste en laatste keer de Beker van Hongarije. In de rest van Europa raakte Albert vooral bekend door zijn deelnames aan de wereldkampioenschappen.

Flórián Albert (links) in actie voor het Hongaarse nationale elftal.
foto: onbekend
Hoe goed Florian Albert eigenlijk wel was blijkt uit het feit dat hij de favoriete voetballer van Johan Cruijf was. Johan Cruijff hield van creatieve voetballers, mits ze het optimale rendement uit hun kwaliteiten halen. Zij moeten volgens Cruijff hun creativiteit wel functioneel gebruiken. Als kind logeerde hij regelmatig bij SC Enschede-speler Arend van der Wel, een vriend van zijn vader, waardoor hij Abe Lenstra goed leerde kennen.

Maar de eigenwijze Fries behoorde niet tot zijn favoriete voetballers. Evenmin als Alfredo Di Stéfano, Gianni Rivera, Stanley Matthews, Bobby Charlton, Pelé, Raymond Kopa of Franz Beckenbauer. Cruijff genoot van zijn medespeler bij Ajax, Piet Keizer. Hij vermaakte zich zodra George Best aan de bal kwam en had veel respect voor Willem van Hanegem. Als De Kromme niet in vorm was, gooide de Feyenoorder zijn fysieke kracht in de strijd en kon hij alsnog wedstrijden beslissen. Dribbelkoning Faas Wilkes was de favoriete vaderlandse vedette van Cruijff. Over de grens ging zijn voorkeur heel verrassend uit naar de Hongaarse midvoor Florian Albert, een sportieve gentleman-voetballer met een fluwelen techniek en een neusje in de zestienmeter.

In 1974 zette Albert een punt achter zijn loopbaan als voetballer. Na zijn actieve carrière trad Albert als voetbalcommentator in dienst van het persbureau MTI en had hij eindelijk tijd om concerten te bezoeken, want hij gek op composities van Johann Brahms. In 2007 werd het stadion van zijn ex-club naar hem vernoemd. Het Albert Flóriánstadion werd echter in 2013 afgebroken.

Jeugdjaren

Albert werd, als zoon van een smid, geboren en groeide op in de kleine stad Hercegszántó dichtbij de grens van het vroegere Joegoslavië. Daar maakte hij ook kennis met het voetbal door samen met zijn twee broers te spelen. Zijn moeder was een Hongaars Kroatische, van het Šokác volk. Zij overleed wanneer Flórián 2 jaar oud was. Zijn grootvader gaf hem zijn voornaam, Flórián, naar de patroonheilige van de brandweer, maar zijn familie noemde hem Gyuri (George). Wanneer de familie naar Budapest verhuisde nam Albert in 1952 deel aan een talentenjacht gehouden door Ferencvárosi TC. Hij maakte indruk op de coaches en werd geselecteerd door de club Op dat ogenblik was hij 11 jaar oud. Zijn carrière nam een spectaculaire start bij Ferencváros, waar hij vanaf 2 november 1958 niet meer uit het eerste elftal weg te denken was. Hij was 16 jaar toen hij debuteerde en scoorde onmiddel- lijk tweemaal.

De voorgeschiedenis van Ferencváros en het Hongaarse elftal

Op 3 mei 1899 stichtte drankfabrikant Ferenc Springer, in de volkswijk Ferencváros van Boedapest, de Ferencvárosi Torna Club. Vanaf de eerste dag bestond er vijandigheid tussen de nieuwe voetbalvereniging en het in 1888 door Joodse zakenmensen in dezelfde wijk opgerichte MTK. Toen Hongarije vóór de Tweede Wereldoorlog de kant van Adolf Hitler koos, werd de populaire club Ferencváros het boegbeeld van de Hongaarse nazi’s.

De situatie escaleerde toen de gehate minister van Binnenlandse Zaken, Andor Jaross, in 1944 voorzitter van Ferencváros werd. Hij was in juli 1940 betrokken bij de liquidatie van MTK. De succesvolle Jodenclub werd uit de competitie gehaald. Doordat het bestuur van Ferencváros protesteerde tegen deze beslissing, greep minister Jaross zelf de macht. Hij was tevens verantwoordelijk voor de deportatie van veel Joodse wijkbewoners, onder wie officials en spelers van MTK, naar Auschwitz. Jaross had de dood van duizenden Joodse Hongaren op zijn geweten en werd na de oorlog ter dood veroordeeld.

Nadat Hongarije was bevrijd door de Sovjet-Unie, speelde Ferencváros opnieuw een hoofdrol. Toen de Russische bevrijders zich als bezetters manifesteerden, werd Ferencváros een anti-communistisch bolwerk. MTK werd geadopteerd door de vakbond van textielarbeiders, maar in 1951 kreeg het weer een Joodse voorzitter. István Vas lieerde zijn club aan de gehate geheime dienst van het communistische bewind, waardoor Ferencváros weer de populairste vereniging van Hongarije werd.

Ferencváros in 1930
foto: Wikipedia
In het begin van de jaren vijftig produceerde de club opnieuw jeugdige talenten, maar toen Sándor Kocsis, Zoltán Czibor en László Budai doorbraken, werden ze opgeroepen voor militaire dienst en moest Ferencváros de spelers afstaan aan de legerclub Honvéd. In 1963 werd Ferencváros, na zestien jaar, weer landskampioen, onder trainer József Mészáros. Twee jaar later volgde er zelfs internationaal succes, toen de ploeg de Jaarbeurssteden- beker won, door in de finale Juventus met 1-0 te verslaan, onder leiding van het begenadigde talent Florian Albert.

Het Hongaarse regime wilde zich via aansprekende voetbalsuccessen profileren. Overal werden trainingsaccommodaties aangelegd en stadions gebouwd. In 1953 werd in Boedeapest het Nép Stadion geopend. Legerclub Honvéd vertolkte een sleutelrol. Daar werden Ferenc Puskás en József Bozsik groot, de regisseurs van het latere Wonderteam. Minister Mihály Farkas zag in voetbal het ultieme middel om zijn politieke standpunten te promoten. Hij misbruikte zijn macht door alle goede voetballers op te roepen voor militaire dienst, waarna ze verplicht voor Honvéd moesten uitkomen. Dat leverde de club in 1950 voor het eerst een landstitel op.

In 1952 won Hongarije in Helsinki olympisch voetbalgoud. Het resultaat was een groot feest in Hongarije, want de ploeg had uitgerekend in de finale van Joegoslavië gewonnen en de Russische leider Jozef Stalin was de aartsvijand van zijn Joegoslavische collega Tito.

Het Hongaarse voetbalelftal aan het begin van de jaren vijftig: Staand vanaf links: Gyula Lorant, Jeno Buzanszky, Nandor Hidegkuti, Sandor Kocsis, Joszef Zakarias, Zoltan Czibor, Joszef Bozsik, Laszlo Budai; Voorste rij vanaf links: Mihaly Lantos, Ferenc Puskas, Gyula Grosics
foto: ANP
Op 25 november 1953 speelden de Hongaren op Wembley het thuis onverslaanbaar geachte Engeland met 3-6 van het heilige gras. Een paar maanden later in Boedapest gingen de Engelsen zelfs met 7-1 ten onder. In 1954, tijdens het WK in Zwitserland, moest het Wonderteam de show stelen. Maar tijdens de finale tegen West-Duitsland ging het fout. De Hongaren namen al snel een 2-0 voorsprong, maar verloren in Bern na 31 overwinningen op rij met 2-3, ondanks de aanwezigheid van de door het regime geproduceerde vedetten Puskás, Grosics, Lorant, Hidegkuti, Bozsik, Zakarias, Lantos, Buzanski, Toth, Kocsis en Czibor.

Terug in Hongarije moesten de spelers door de politie worden beschermd tegen een woedende volksmassa.

Twee jaar later keerde die woede zich tegen de geheime politie, doordat er tijdens een vredig protest van studenten met scherp werd geschoten op de demonstranten. Het was helemáál een klap in het gezicht van de machtshebbers dat de nationale helden Puskás, Kocsis en Czibor naar het buitenland vluchtten.

In 1958 zou het gouden team weer deelnemen aan het WK. Drie van de zes topspelers waren echter om verschillende redenen afwezig. Ferenc Puskás, de vedette van het team, was het Hongaarse regime ontvlucht, richting Spanje. In 1958 speelde hij voor Real Madrid, en de regels schreven voor dat alleen spelers die in Hongarije voetbalden, opgeroepen mochten worden. Sándor Kocsis, de spits van het elftal, speelde eerst in Zwitserland en daarna voor FC Barcelona. Zoltán Czibor, de linksbuiten, was in 1956 vertrokken naar AS Roma, om in 1958 zich bij Kocsis en Kubala aan te sluiten aan de Spaanse kust.

Zodoende bleven Gyula Grosics, de keeper, József Bozsik, de verdedigende middenvelder en Nándor Hidegkuti, de spelmaker, over. Zij konden niet voorkomen dat Hongarije er op het WK van 1958 er al na de groepsfase uit lag.

Olympische Spelen 1960

Twee jaar later leek er echter een nieuwe lichting op te staan. Een jong Hongarije deed mee aan de Olympische Spelen in Rome. In een poule met Frankrijk, Peru en India werd de ploeg ongeslagen eerste. In drie wedstrijden scoorde het vijftien goals en kreeg het er maar drie tegen. Er viel één speler nadrukkelijk op; middenvelder Flórián Albert, een dunne middenvelder van nog maar achttien jaar die al snel de voetbalharten in Italië en Hongarije deed veroveren.

Albert speelde met een bepaalde flair en doordat hij zo fragiel was veel op techniek. In de groepsfase scoorde hij ook nog eens vier goals waardoor hij belangrijk voor de ploeg was. Toegegeven, de tegenstanders in de groepsfase waren niet van hetzelfde niveau. In de halve finale waren de Denen met uiteindelijk 2-0 te sterk. In de wedstrijd om de derde plek wist Hongarije wel een goede indruk achter te laten; een Italië met de toptalenten Burgnich en Rivera en de latere succescoach Giovanni Trapattoni werd met 2-1 aan de kant gezet.

Wereldkampioenschap 1962

De fans in Hongarije waren opgelucht, bang als zij waren dat het nationale elftal in verval zou raken na het verlies van al haar sterspelers. Enkele grote talenten hadden zich aangediend en het land had vertrouwen in een goed WK twee jaar later. De ploeg was immers in de kwalificatie voor dat toernooi eerste in de poule geworden, terwijl alleen keeper Grosics nog bij het team zat.

Knap, want een sterk geacht Nederlands elftal en Oost-Duitsland zaten met de Hongaren in de poule. Nederland had de beschikking over onder andere Sjaak Swart, Faas Wilkes en Henk Groot, maar zij konden niet voorkomen dat er uit met 3-0 verloren werd en er thuis met 3-3 gelijkgespeeld werd. Op het WK zelf werd Hongarije wederom eerste in de poule. Het speelden tegen de Engelsen (met o.a. Jimmy Greaves, Bobby Charlton en de prachtige Johnny Haynes), de Argentijnen en de Bulgaren. Flórián Albert scoorde uiteindelijk in de poulefase 4 van de 8 goals.

WK 1962: Flórián Albert scoort voor Hongarijje tegen Engeland.
foto: onbekend
Dat Spanje, waar Ferenc Puskás voor uitkwam, laatste werd in de poule, moet voor sommige Hongaarse spelers als een morele overwinning gevoeld hebben.

Dat de ploeg uiteindelijk er tegen Tsjecho-Slowakije uitging, was geen schande. De ploeg onder leiding van Rudolf Vytlacil had een geweldige lichting spelers. Op doel stond Viliam Schrojf, een van de beste keepers destijds, achterin beschikte het over Ján Popluhár, een Europese topverdediger en op het middenveld stond Josef Masopust, die datzelfde jaar de Gouden Bal zou winnen.

Deze topploeg haalde uiteindelijk de finale die tegen het Brazilië van Garrincha en Vavá (Pelé speelde niet mee in de finale) met 3-1 verloren werd. Hongarije kon echter terug- kijken op een goed toernooi. Het werd dan ook als één van de favorieten voor het EK van 1964 gezien.

Europees Kampioenschap 1964

De Hongaarse ploeg kwalificeerde zich na overwinningen tegen Wales, Oost-Duitsland en Frankrijk. Op het EK speelde uiteindelijk vier ploegen om de titel en Hongarije moest het opnemen tegen Spanje. In de verlenging scoorde uiteindelijk Amancio de beslissende 2-1. Hongarije won nog wel de wedstrijd om de derde plek tegen Denemarken met 3-1, maar de ploeg had op meer gehoopt. Albert en zijn mannen hadden nooit helemaal uit de schaduw van hun illustere voorgangers kunnen treden. Twee jaar later zou daar echter verandering in komen.

Wereld Kampioenschap 1966

Deze hardwerkende midvoor blijft het best in de herinnering door zijn uitstekend geïnspireerde matchen op de Wereldbeker 1966 in Engeland (Brazilië uitgeschakeld en vier gespeelde matchen, maar geen doelpunten). Daar zou hij zijn klasse bevestigen voor heel voetballend Europa.

Nadat de ploeg zich redelijk makkelijk gekwalificeerd had voor het WK van 1966 in Engeland, kwam het uiteindelijk op het toernooi zelf in een poule des doods terecht. Het werd ingeloot met wereldkampioen Brazilië en het Portugal van Eusébio, Coluna en José Augusto. De Bulgaren completeerden de poule. Albert had echter vertrouwen in een goed toernooi. Ferenc Bene was namelijk doorgebroken, een snelle en handige aanvaller.

WK 1966: Florian Albert kijkt toe de Russische doelman Lev Yashin een Hongaarse aanval onderschept.
foto: Press Association
Albert had een goede connectie met Bene in het veld en de ploeg die zo goed gepresteerd had op de Olympische Spelen van 1960 was volwassener geworden. De eerste wedstrijd ging verloren tegen de schier onverslaanbare Portugezen. Het werd 3-1, Ferenc Bene had het enige doelpunt gemaakt voor de Hongaren. Twee dagen later moest het team het echter opnemen tegen de Brazilianen. Die werden nog een klasse hoger inschat dan de Portugezen. De rij topspelers leek wel eindeloos. Gilmar, Djalma Santos, Pelé, Gérson, Zito, Garrincha, Jairzinho en ga zo maar door. De Hongaren, hoe leuk de ploeg ook speelde, kon hier nooit van winnen.

Wat dat betreft blijft voetbal dan ook een prachtig mooi spel. Want toen het fluitje eenmaal gegaan was vielen de monden van het Engelse voetbalpubliek op Goodison Park van verbazing open.

Waar men verwacht had dat de Brazilianen met hun samba-voetbal de Hongaren op een hoopje zouden spelen, was het tegenovergestelde waar. Flórián Albert en Ferenc Bene ontmantelden handmatig het Braziliaanse sterrenensemble. Niet met verdedigend voetbal maar met schitterend voetbal. Pelé en zijn kompanen werden tureluurs getikt en kregen alle hoeken van het veld te zien. Het werd “slechts” 3-1; al in de tweede minuut opende Bene de score. Tostão zou al snel gelijk maken maar goals van Farkas en Mészöly in de tweede helft zorgden ervoor dat er een wonder geschied had.

Albert was in alles de man van de wedstrijd. Hij had dan wel niet gescoord maar zijn spel was zo mooi, zo puur en zo elegant, dat hij een staande ovatie van het publiek in Liverpool kreeg. Gérson, de geweldige Gérson, had totaal geen vat op zijn vaste man. De wedstrijd en het optreden van Albert worden nog steeds gezien als een van de mooiste en meest bijzondere wedstrijden in de historie van het WK. Nadat de ploeg in de derde wedstrijd Bulgarije wist te verslaan, kwam het uiteindelijk niet verder in de kwartfinale, waar het door de Russen uitgeschakeld werd.

Flórián Albert werd na het toernooi gekozen in het team van toernooi, waarschijnlijk grotendeels voor zijn optreden tegen Brazilië. Een jaar later zou een nog grotere eer hem ten deel vallen; niet WK-winnaar Bobby Charlton maar Albert werd gekozen tot Europa’s beste speler in 1967. Hij was de eerste en enige Hongaar die de Ballon d’Or won.

Hij kwam voor het nationale elftal tot 31 goals in 75 interlands. Hij was ook nog actief op het EK van 1972, waar de ploeg knap vierde werd. Hij droeg het shirt van de Hongaarse nationale ploeg al op zijn zeventiende. Zijn eerste wedstrijd voor de nationale ploeg speelde hij op 28 juni 1959 tegen Zweden met 3-2 winst, met twee assist van Albert Flórián. Zijn laatste wedstrijd als internationaal viel tegen Joegoslavië op 29 mei 1974 en werd eveneens met 3-2 gewonnen.

Ferencvárosi 1958 -1974

In 1952 neemt Albert, op elfjarige leeftijd, deel aan een talentenjacht georgraniseerd door Ferencváros Hij maakte indruk op de coaches en werd geselecteerd door de club. In 1958 debuteerde Albert als spits bij Ferencváros. Hij was 16 jaar toen hij debuteerde en scoorde onmiddellijk tweemaal en enkele weken later werd hij al voor de eerste keer opgeroepen voor de nationale ploeg. In zeer korte tijd maakte de jonge aanvaller furore met zijn neus voor doelpunten en met een elegante speelstijl die in de loop der jaren zou uitgroeien tot zijn handelsmerk.

Een spaarzaam Europees hoogtepunt was in 1972 toen hij met Ferencváros Jaarbeurs- stedenbeker tegen Juventus met 1-0 won. Albert Flórián, speelde overigens een prima wedstrijd in de finale.

De Keizer van Hongarije, zoals hij in de volksmond heette, speelde van 1958 tot 1974 liefst 537 wedstrijden voor Ferencváros, hij bleef zijn carrière, 22 jaar lang, trouw aan Ferencváros. Zijn laatste wedstrijd speelde hij op 17 maart 1974, waarna hij de fans en de club bedankte en een ereronde door het stadion maakte.

Flórián Albert op weg naar één van zijn vele doelpunten.
foto: Onbekend
Na zijn actieve voetbalcarrière

Naderhand begon hij een nieuwe carrière als journalist en werd hij nog trainer van Al-Ahli Benghazi (Libië) en Ferencváros, waar hij naast jeugdtrainer, ook nog technisch directeur was en later erevoorzitter.

40 Jaar na het veroveren van de Europese ‘Gouden Bal’ (1967) werd het Üllõi Stadion van zijn club, Ferencváros, herdoopt in het Albert Stadion, naar hun legendarische voetbalster. De plechtigheid vond plaats op 12 december 2007. Na Puskás Ferenc, Hidegkuti Nándor, Budai II László, Czibor Zoltán, Illovszky Rudolf en Szusza Ferenc, viel dus ook Albert Flórián de eer te beurt een voetbalstadion naar zich genoemd te krijgen. Naast de hoofd- ingang van het stadion werd een bronzen standbeeld van Albert Flóián geplaatst (een werk van beeldhouwer Kligl Sándor).

In 2013 werd het stadion echter afgebroken (omdat een renovatie te duur zou uitvallen) en op dezelfde plaats werd een nieuw stadion gebouwd dat de naam ‘Groupama Arena’ kreeg. Op 10 augustus 2014 werd het nieuwe stadion officiëel ingehuldigd met een wedstrijd tussen Ferencvárosi TC en Chelsea FC. Chelsea won de wedstrijd met 1-2, maar pas nadat Gera Zoltán de stand voor Ferencváros geopend had.

Flórián overleed op 31 oktober 2011 in het ziekenhuis in Budapest, vier dagen nadat hij een bypass-operatie had ondergaan, waarna complicaties optraden. Hij werd 70 jaar oud. Joseph Blatter, FIFA-Voorzitter, en Michel Platini, UEFA-Voorzitter, boden hun medeleven aan bij Dr. Csányi Sándor, Voorzitter van de MLSZ. Op 2 november 2011 herdacht de Voorzitter van het Olympisch Comité, Borkai Zsolt, de overleden met een toespraak aan de muur van de Olympische Kampioenen op de begraafplaats van Farkasréti.

Florian Albert, een waardig ambassadeur voor het topvoetbal !

Prijzenkast en erelijst:

* Landskampioen: Ferencváros (Hongarije) – 1963, 1964, 1967, 1968
* Bekerwinnaar: Ferencváros (Hongarije) – 1972
* Jaarbeursstedenbeker – 1965
* Nationale elftal: 75 interlands, 31 doelpunten.
* Nationale elftal: Olympische Spelen Brons – 1960
* Nationale elftal: EK Brons – 1964

1967: Florian Albert als beste Europese speler bekroond met de Gouden Bal.
foto: Onbekend
Individueel:

* Europees voetballer van het jaar – 1967
* WK topscorer – 1962
* Hongaars topscorer – 1960, 1961, 1965
* Jaarbeursstedenbeker topscorer – 1967
* Europacup I topscorer samen met portugees Eusébio, 1965/1966

Referenties en bronnen:
Wikipedia, www.labdarugo.be, www.deheldenvanleon.be, Voetbal International, pareltjesvanhetvoetbal.wordpress.com, Het Voetbal Boek.