101 voetbaliconen: (10) Jan van Beveren

PASPOORT

Geboren: Amsterdam, 5 maart 1948
Overleden: Beaumont, 26 juni 2011
Nationaliteit: Nederlands
Positie: Doelman
Clubs: Sparta, PSV, Fort Lauderdale, Dallas Sidekicks
Interlands: 32
Doelpunten:
Trainer: keeperstrainer bij verschillende Amerikaanse (amateur)clubs

Met stijlvol keeperswerk maakte hij menig doelpoging onschadelijk. Jan van Beveren was Nederlands beste doelman ooit: enorme lenigheid, ongeëvenaarde reflexen, grote sprongkracht, tweebenig, alle ballen klemvast en uitworpen tot voorbij de middenlijn. Een prachtkeeper.

Vederlicht zweefde de legendarische doelman door het luchtruim. KLM-piloten konden er jaloers op zijn. Er waren mensen die speciaal naar het stadion kwamen om Van Beveren te zien duiken. “Hij was qua aanleg een van de besten van de wereld”, meende Willem van Hanegem. Maar Van Beveren eindigde in drieste droefenis in Amerika.

In 1970 maakte hij de overstap van Sparta naar PSV, de club waar hij tien jaar bleef spelen. Van Beveren was misschien wel de beste doelman die Nederland ooit gekend heeft. Zijn stijl was lenig en sierlijk als een balletdanser. Een prima keeper die te weinig prijzen won. We noteren één KNVB-beker met Sparta en drie landskampioenschappen, een UEFA-Cup en nog een KNVB-Beker met PSV. Voor veel Randstedelingen ging de man door het leven als een lastige Brabander. Toch werd de keeper in 1948 in Amsterdam geboren waarna hij op vijftienjarige leeftijd verhuisde naar Emmen.

Van Beveren kwam 32 keer uit voor het Nederlands elftal, maar maakte nooit een eindronde van het wereldkampioenschap of Europees kampioenschap mee. Voor het WK van 1974 (West-Duitsland) was hij geblesseerd, kort voor het EK van 1976 (Joegoslavië) keerde hij het Nederlands elftal de rug toe uit boosheid over de voorkeursbehandeling voor met name Johan Cruijff.

Toenmalig bondscoach Jan Zwartkruis haalde de keeper, die bekend stond om zijn lenigheid, terug bij Oranje. Toen Van Beveren vervolgens als reserve werd aangewezen, bedankte hij opnieuw en miste daardoor ook het WK van 1978 (Argentinië). Als gevolg van alle strubbelingen ontving Van Beveren zelfs bedreigingen, wat hem er mede toe bracht Nederland te verlaten. In 2007 verscheen een boek over Van Beveren, Klem!, geschreven door Ruud Doevendans.

Gebrek aan erkenning dreef hem in 1980 naar de Verenigde Staten en zette daar een postzegelhandel op. Hij werkte ook als keeperstrainer voor verschillende clubs. Hij overleed op 63-jarige leeftijd in de Verenigde Staten.

Jeugdjaren

Jan van Beveren (Amsterdam, 5 maart 1948 – Beaumont, 26 juni 2011) zag het levenslicht in Amsterdam (!) en groeide op in de Argonautenstraat, pal tegenover het Olympisch Stadion. Van Beveren, was de zoon van Wil van Beveren, die de zesde plaats veroverde in de finale van de 200 meter sprint bij de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. De kleine Jan speelde van jongs af aan op het Stadionplein. Voor voetballen had hij minder aanleg dan zijn ouder broer Wil, die later semiprof zou worden bij Sparta en SVV. Van Beveren in 1973: “Mijn broer Wil kreeg de bal waar hij ‘m wilde hebben, ik niet. Ik stond voor een hek, dat mijn mijn doel. Ik weet zeker dat ik daar de elementaire dingen heb geleerd van het keepen, hoewel je het niet echt kunt leren. Waar je moet staan ten opzichte van een aanvaller, moet je bijvoorbeeld van nature weten.”

Jan van Beveren bleek een natuurtalent, dat vermoedelijk bij Ajax was terechtgekomen, als zijn ouders in 1958 niet naar Drenthe waren verhuisd. Vader Wil van Beveren stapte in 1958 als sportjournalist over van Sport & Sportwereld naar de Emmer Courant. Zodoende werd Jan van beveren lid van (toen nog) amateurclub Emmen. Op zijn vijftiende stond hij er al in het eerste elftal. Een jaar later bleek de keeper ook al over een eigenzinnig karakter te beschikken. Na een conflict met het bestuur wilde hij hoe dan ook weg bij de club, zijn broer achterna naar Sparta.

Emmen weigerde alle medewerking en hield het supertalent maandenlang buiten het veld. Maar Jan van Beveren vertrok aan het einde van het seizoen tóch naar Rotterdam-West, waar hij al snel uitgroeide tot eerste doelman. Op 29 november 1967 debuteerde de toen pas negentienjarige Van Beveren al in het Nederlands Elftal, dat in De Kuip de Sovjet-Unie met 3-1 versloeg.

Sparta: 1965-1970

Van Beveren, in 1973:”Ik kwam op mijn zeventiende naar Rotterdam met het idee: Ik kijk het anderhalf jaar aan of het bevalt. Een soort carrièreplanning. Ik ben met hart en ziel begonnen en heb er zelfs het laatste jaar van de hbs voor laten schieten, tot grote ergernis van mijn ouders. Ik heb me er aardig doorheen geslagen, met behulp van mijn broer Wil, in die totaal nieuwe omgeving. Maar wat wil je? Ik ben een enorme individualist, een self made man. Het liefst doe ik álles alleen. Ik ben ook eigenwijs, ook voor mezelf. Vind ik iets wit en anderen zeggen met goede argumenten dat het zwart is, dan blijft het voor mij toch wit.”

Jan van Beveren in actie tijdens de voetbalwedstrijd Sparta – Ajax, 0-1 (1 sept 1968)
foto: Nationaal Archief
“Bij Sparta werd Wiel Coerver mijn trainer, die man was dag en nacht met voetbal bezig. Ik trainde drie keer per dag met hem. Stel je voor, drie keer per dag! Ik moet zeggen dat hij van grote invloeg is geweest op mijn carrière. Maar de absoluutheid waarmee Coerver de voetballerij benaderde, leidde ten slotte tot persoonlijke problemen. We gingen uit elkaar. Coerver vertrok bij Sparta, ik kwam in 1970 bij PSV terecht”.

Van Beveren werd als het ware geruild met Pim Doesburg, die terugkeerde naar Sparta. Doesburg was drie jaar eerder nota bene van Spangen vertrokken om plaats te maken voor het talent Van Beveren.

PSV: 1970-1980

In Eindhoven voelde van Beveren zich al snel op zijn gemak. Maar in zijn eerste drie seizoenen bleven de successen uit.

Van Beveren was aanzienlijk optimistischer aan het begin van de jaargang 1973/74: “Dit seizoen moeten we het gaan maken. Het is duidelijk dat er veel is veranderd, nu zelf Eef Mulders geen basisplaats meer heeft. De afgelopen jaren is gebleken dat je geen team kunt kopen. Ja, je kunt spelers kopen, maar geen karakter. Onder trainer Kurt Linder zijn daar veel problemen over ontstaan. Hij onderdrukte de persoonlijkheid.”

“Kees Rijvers benadert iedereen individueel en werkt constructief volgens plan. PSV heeft nu een echte groep die enorm graag wil. Maar de werkwijze van Rijvers vergt tijd, we zullen geduld moeten hebben.”

Jan van Beveren tekende in 1973 zelfs een zevenjarig contract bij PSV, maar hij hoefde niet lang op successen te wachten. In 1974 won PSV de KNVB-beker, het jaar daarop zelfs de dubbel. Het aandeel van de uitstekend keepende Van Beveren was niet gering, hij werd zelfs aanvoerder. Rijvers zorgde in 1975 voor nogal wat opwinding in de groep door te stellen dat PSV maar drie vedetten had: Ralf Edström, Willy van der Kuijlen en Jan van Beveren. De overige spelers noemde hij ‘waterdragers’, die zich prompt ondergewaardeerd voelden.

Jan van Beveren in actie voor PSV tegen Utrecht in de Galgenwaard.
foto: Onbekend
Van Beveren in die dagen: “Niet alleen die zogenaamde waterdragers vonden die uitspraken niet leuk, maar die vedetten – om dat verveldende woord te gebruiken – óók niet. Van der Kuijlen en Edström voelden zich nu eenmaal geen leiders. Die twee hebben wel de kwaliteiten om een elftal te dragen, zij kunnen de wedstrijden in hun eentje beslissen Maar daarom hoeven de anderen zich nog niet onbelangrijk te voelen. Wat Willy van der Kerkhof bijvoorbeeld voor de ploeg betekent, is niet uit te drukken.”

Maar de enige échte leider van het team was dus Jan van Beveren. Er kwam echter ook kritiek, bijvoorbeeld van Oranje-concurrent Piet Schrijvers. De Ajax-doelman beweerde in 1977 dat Van Beveren na diens liesblessure van 1974, waardoor hij het WK moest missen, nooit meer de oude was geworden. Die kwetsuur achtervolgde Van Beveren bijna een heel jaar. Van Beveren reageerde pisnijdig: “Gelul wat Schrijvers roept! Ik oordeel nooit over collega’s, omdat je die maar een paar keer per jaar in levenden lijve ziet”.

“Mijn tweede kampioensjaar met PSV, in 1976, dus ná mijn blessure, was nota bene het beste seizoen dat ik ooit heb gehad. Zonder mezelf op de borst te slaan, durf ik te zeggen dat ik een van de héél wenigen ben die erin geslaagd is na een afwezigheid van een jaar weer op hetzelfde niveau terug te komen.”

Dat bewees hij in het seizoen 1977/78, het meest succesvolle uit de loopbaan van Jan van Beveren. PSV won de landstitel én de UEFA Cup. Maar voor de doelman begon die jaargang dramatisch. “Ik heb nog nooit zoveel pech gehad als in de zomer van 1977. In de eerste oefenwedstrijd, tegen Hapert, viel ik met mijn hoofd tegen een paal: lichte hersen- schudding. Ik was amper hersteld, of ik liep in Eindhoven dwars door de glazen deur van een restaurant. Die deur staat normaal altijd open in de zomer, maar die dag was-ie dicht. Ik kwam er nog goed af met wat diepe snijwonden aan mijn benen. De hechtingen zaten er nog in toen ik met mijn hond ging wandelen en over een prikkeldraadversperring viel. Lag ik wéér helemaal open. Op dat moment zag ik het niet meer zitten. En dat het dan toch zo’n schtitterend jaar is geworden…”

Van Beveren op de training zwevend in de lucht, zoals we hem herinneren.
foto: AD
Van Beveren ergerde zich kort na het behalen van de landstitel alleen aan een tv-interview met PSV-manager Ben van Gelder, die weer eens afzette tegen alles-en-iedereen van boven de Moerdijk. Van Beveren: “Ik ben na die uitzending op hem afgestapt en heb hem gezegd dat hij nu eens moet stoppen met dat eeuwige gezeur over onder de Moerdijk. PSV is geen club meer voor Brabanders, die tijd is voorbij.”

“PSV is eigendom van heel Nederland. Ik weet zeker dat er in Almelo, Leiden en Heerenveen ook mensen wonen die voor PSV zijn. PSV is een topclub. Daar moeten we ons dan ook naar gedragen.” De landstitel en de UEFA Cup vergoedde voor Van Beveren de pijn nadat hij begin 1978 had bedankt voor Oranje, met het WK in Argentinië in het vooruitzicht. Hij voelde zich gepiepeld door bondscoach Jan Zwartkruis, die een aantal beloften niet zou zijn nagekomen. Tijdens het WK werd Van Beveren uitgenodigd door Studio Sport om commentaar op een wedstrijd te geven. Maar die avond knapte er definitief iets bij de sensibele doelman. Nadat aangekondigs was dat Jan van Beveren te gast was, werd de redactie van Studio Sport overspoeld door telefoontjes van woedende mensen. Van Beveren werd uitgemaakt voor ‘landverrader’, zijn huis zou in brand gestoken worden, en zijn vrouw en kinderen ontvoerd. Volkomen ontdaan ontvluchtte Van Beveren naar huis, zonder op tv te zijn verschenen.

Hij zou nog twee jaar onder de lat staan bij PSV, maar het was voor hem toen al zeker dat hij in 1980 uit Nederland zou vertrekken. In een land waar hij kennelijk werd uitgekotst, wilde hij niet langer wonen.

Begin 1980 gaf Van Beveren toe: “Op weg van Hilversum naar huis, na mijn vertrek bij Studio Sport, is mijn besluit gevallen. Zodra mijn contract met PSV in 1980 zou aflopen, zou ik afscheid nemen. Wat er die dag niet allemaal over me heenkwam … Er werden zelfs actiecomités tegen Van Beveren opgericht. Ik had eigenlijk in alle stilte willen vertrekken, maar dat lukte niet. Ik heb tientallen keren geprobeerd aan de pers uit te leggen wat me zoal bezighield. Hoeveel tijd heb ik niet gestoken in gesprekken met journalisten? In 98 van de honderd gevallen schoot ik mijn doel voorbij. Ik heb totaal geen begrip aange- troffen. Ik ben ik al die jaren niet veranderd. Ik ken maar één lijn: de rechte lijn.”

Van Beveren won in zijn jaren bij de club uit Eindhoven onder meer drie landstitels en de UEFA Cup.

Van Beveren en de moeizame verhouding met Oranje

“Toen ik ‘s avonds thuiskwam uit Hilversum, heb ik mezelf een schouderklopje gegeven. Maar toen ik de volgende dag de krant las, bleek dat ik het weer verkeerd had gedaan. Ik weet zeker dat die journalisten het in hun hart met me eens zijn. Alleen, als ze gaan schrijven, kiezen ze voor de anderen. Dan ben ik weer dat zeikerdje.”

Dat imago zou Jan van Beveren zijn gehele keeperscarrière achtervolgen, ook al omdat hij nogal blessuregevoelig was. Daardoor miste hij onder meer het WK van 1974. Kort voor het toernooi haakte de doelman af, volgens zijn criticasters had Van Beveren te snel geconcludeerd dat hij niet op tijd fit zou zijn.

Van Beveren kreeg bovendien vaak het verwijt dat hij bang was om zijn doel uit te komen. Hij was een voortreffelijke lijnkeeper, maar niet meer dan dat, oordeelden veel jour- nalisten. Van Beveren: “Dat is de grootste flauwekul die er bestaat! Ik speelde bij PSV in de meest aanvallende ploeg van Nederland, stond altijd op de zestienmeter. En als er íémand bij de voorzetten kon komen, was ik het.”

“Maar mijn kracht lag op de lijn, dat is waar. Ik vond het heerlijk als ze van dichtbij keihard op me schoten. Díé ballen pakken, was fantastisch. Van het etiket lijnkeeper kom ik nooit meer af. Maar ik was een complete keeper. Ik heb mezelf niet een bepaalde stijl opgelegd of opgedrongen. Ik speelde zo, dat wás ik. Maar wat wil je? Van mijn zesde tot mijn zestiende heb ik 24 uur per dag gekeept.”

“Anders mocht ik niet meedoen. Voetballen kon ik niet, ik was een geboren keeper. Je reactiesnelheid, sprongkracht, lichaamsbouw – daarmee word je geboren.”

Van Beveren onder de lat bij het Nederlands elftal in een duel met België in het Olympisch Stadion te Amsterdam.
foto: ANP Historisch Archief
Hoewel elke voetballiefhebber de kwaliteiten van Jan van Beveren hoog schatte, kreeg hij nooit de waardering die hij verdiende. Want er was altijd wat aan de hand met de gevoelige doelman, die door een deel van de Nederlandse pers werd afgeschilderd als een ‘zeikerdje’. Van Beveren was dan ook superkritisch, tevens op zichzelf. Dat hij slechts 32 interlands speelde, had ook voor een groot deel te maken met zijn ongekende drang naar perfectionisme.

En George Kessler, die van Beveren in 1967 liet debuteren: “Hij viel te vergelijken met Frans de Munck, ook al zo’n grote doelman. Prachtige lichaamsbouw, slank, lang, maar met de souplesse van een kleine keeper. Vangzeker, grote sprongkracht. Ik ging er in 1967 nog van uit dat Van Beveren een generatie lang het doel van Oranje zou verdedigen.” En Willy van der Kerkhof, zeven jaar lang ploeggenoot van de doelman: “Ik durf te stellen dat Nederland met Van Beveren twee keer wereldkampioen was geworden. Hij was voor mij de beste keeper aller tijden.”

En wat trainde hij nou? Eén keer per week keeperstraining, meer wilde Jan niet. Hij wilde tijdens trainingen meevoetballen. René van de Kerkhof: “Vergeleken met Jan zijn Hans van Breuken en Joop Hiele piepeltjes. Jan was topniveau, van de klasse Ard Schenk. Ik was bij PSV jarenlang zijn slapie, we deelden lief en leed. Maar wat er ook gebeurde, bij Jan stond maar één ding voorop: presteren. Jan had ook recordinternational moeten zijn.”

Van Beveren kwam 32 keer uit voor het Nederlands elftal, maar maakte nooit een eindronde van het wereldkampioenschap of Europees kampioenschap mee. Voor het WK van 1974 (West-Duitsland) was hij geblesseerd, kort voor het EK van 1976 (Joegoslavië) keerde hij het Nederlands elftal de rug toe uit boosheid over de voorkeursbehandeling voor met name Johan Cruijff.

WK van 1974

Terwijl Ajax en Feyenoord finales van de Europa Cup 1 haalden – Feyenoord won in 1970 als eerste Nederlandse club de belangrijkste beker voor clubteams – miste het Nederlands elftal deelname aan het WK 1970 in Mexico.

“Veel spelers vergeten de belangrijkheid van zo’n toernooi. Die praten altijd maar over geld”, liet de doelman optekenen in het boek Rugnummer 1 van Joop Niezen. Van Beveren stoorde zich met name aan de houding van een aantal Ajacieden. Johan Cruijff zegde nog wel eens af.

Ook het EK in 1972 werd gemist. Van Beveren speelde inmiddels voor PSV (gekocht voor 1 miljoen gulden) en was normaal gesproken de keeper van Oranje. De beslissende kwalifi- catiewedsdtrijd voor deelname aan het WK van 1974 tegen België (0-0) miste hij door een blessure, die hem uiteindelijk ook deelname aan het legendarische toernooi kostte.

In de voorbereiding weigerde bondscoach Rinus Michels een uitzondering te maken voor Van Beveren die nog niet voluit kon trainen. Van Beveren behoorde niet tot de selectie, die naar het WK van 1974 naar Duitsland ging. Trainer Rinus Michels en Johan Cruyff waren vier handen op één buik. Achteraf is er het verhaal van gemaakt dat Cruijff een voorkeur zou hebben voor een ‘meevoetballende keeper’. Zo’n keeper was Jongbloed in de ogen van Cruijff. Later, toen Jan Zwartkruis, trainer was, kwam het zelfs zover, dat hij Van Beveren voor een interland had opgesteld, maar hem op de dag van de wedstrijd meedeelde, dat het feest niet doorging. Veto van Cruyff.

De koning van de zweefduik: Jan van Beveren. Polen-Nederland (1969)
foto: Onbekend
De doelman besloot uiteindelijk zelf maar te vertrekken. Met Jan Jongbloed in het doel verloor Nederland de finale van gastland West-Duitsland en was een voetbaltrauma geboren. Denkend aan die eerste finale, gespeeld op 7 juli 1974, schiet altijd weer de naam te binnen van Jan van Beveren. Het blijven natuurlijk altijd stellingen uit het ongerijmde, maar velen zijn ervan overtuigd dat we met Van Beveren in het doel wereldkampioen waren geworden. In de finale zou hij tenminste één goal en wellicht zelfs beide doelpunten hebben voorkomen.

Bij de rake penalty van Paul Breitner (1-1, na 25 minuten) manifesteerde Jongbloed zich als de enige keeper van de wereld die niet reageerde op een penalty. Jongbloed was een goede keeper, maar in de finale dook hij bij de penalty niet eens naar een hoek. Jan van Beveren zou tenminste naar een hoek zijn gegaan.

En de winnende goal van Gerd Müller – een frommeldraai, die Ruud Krol te machtig was nadat libero Arie Haan had laten zien dat hij geen verdediger was maar een middenvelder – zou voor Van Beveren absoluut een prooi zijn geweest.

PSV’er René van de Kerkhof beweerde later nog, dat door het niet meedoen van Jan van Beveren Nederland twee wereldkampioenschappen was misgelopen. Dat lijkt me wat overdreven, maar één wereldkampioenschap op zijn minst. Kijk naar de finale van 1974 tegen Duitsland en zie het gestuntel van Jan Jongbloed en dan weet je genoeg.

De definitieve breuk met Oranje

In die tijd kocht de KNVB de sponsorbelangen van grote spelers af en stortte 150.000 gulden op de rekeningen van onder andere Cruijff, Neeskens en Van Hanegem. Van Beveren toonde aan dat het geld uit de gezamenlijke pot kwam, waardoor de andere spelers minder verdienden. Ook weigerde de doelman zijn belangen te laten behartigen door Inter Football, het bedrijf van de schoonvader van Cruijff. Dat alles kwam tot een climax toen bondscoach Michels de keeper voor een onbelangrijke oefenwedstrijd tegen HSV de keus gaf. Van Beveren moest spelen ondanks dat hij geblesseerd was. Omdat hij nog een paar dagen nodig had om te herstellen weigerde hij. Michels stuurde hem meteen naar huis. Weg WK. Weg dwarsligger.

Op 13 oktober 1975 verliet hij, samen met clubgenoot Willy van der Kuylen, zelfs woedend het trainingskamp van Oranje, twee dagen voor de EK-kwalificatiewedstrijd tegen Polen. Een maand eerder hadden de twee PSV’ers – en met name Jan van Beveren – zich mateloos geërgerd aan de voorkeursbehandeling van Johan Cruijff in het uitduel met Polen, dat Nederland kansloos met 4-1 verloor. Volgens Van Beveren was die nederlaag mede te wijten aan de chaotische voorbereiding. Zo hoefden Johan Cruijff en Johan Neeskens, die beiden uitkwamen voor Barcelona, zich van bondscoach George Knobel pas kort voor de wedstrijd in Chorzow te melden.

Voor de return tegen Polen wilden Van Beveren en Van der Kuijlen de affaire uitpraten, maar ze werden min of meer weggehoond. Samen met zijn collega van PSV Willy van der Kuylen opent hij de aanval op Cruijff en Neeskens. Die mogen een dag later op een trainingskamp verschijnen en bovendien hun vrouwen meenemen. Van der Kuylen maakt daarover een legendarische opmerking. “Daar heb je de koningen uit Spanje.” Als dat in alle kranten verschijnt vermoedt Cruijff daar het kwade genius van de doelman achter en eist het vertrek van de PSV’ers.

De PSV’ers Jan van Beveren en Willy van der Kuijlen verlaten op 13 oktober 1975 het sportcentrum in Zeist.
foto: onbekend
Van Beveren, met in zijn kielzog Van der Kuijlen, trok zijn consequenties en stapte op. Hij zou later nog één keer het doel van Oranje verdedigen: op 31 augustus 1977, tijdens de WK-kwalificatiewedstrijd Nederland-IJsland (4-1). Vervolgens passeerde de toenmalige bondscoach Jan Zwartkruis hem ten faveure van Piet Schrijvers, waarna de getergde Van Beveren definitief afscheid nam. Verhalen doen de ronde dat de Ajacieden zelfs emmers water in zijn bed zijn gooiden. De pers schildert de doelman in het kielzog van de Amsterdammers af als een verrader en een zeikerd. Hij speelde slechts tweeëndertig interlands.

Als hij tijdens het WK in 1978 commentaar moet geven voor Studio Sport komen er bedreigingen binnen. Zijn gezin zou eraan gaan, hij zou zelf vermoord worden en zijn huis zou worden afgebrand. De status van Jan van Beveren als landverrader is compleet.

Vluchten naar Amerika

En zo vluchtte Jan van Beveren, 32 jaar pas, naar het Amerikaanse Fort Lauderdale Strikers. In een land waar hij kennelijk werd uitgekotst, wilde hij niet langer wonen. Pas bij zijn vertrek stonden de kenners plotseling in de rij om zich lovend over de doelman uit te laten. In Florida kwam Van Beveren tot rust. Tot zijn eigen verbazing.”Verhuizen naar Amerika was het laatste waaraan ik dacht. Ik was er nog nooit geweest. Fort Lauderdale stuurde me een paar kaarten om eens te komen kijken. Ik stapte het vliegtuig uit en dacht: Wauw, wat een heerlije warmte! Ik ging naar het voetballen kijken en zag Beckenbauer, Pelé, Cruijf en Marinho spelen, voor 72 duizend mensen in New York.”

In Dallas waar hij in 1985 ging wonen, had hij een postzegelhandel. Daarnaast was Van Beveren ook trainer of keeperstrainer van verschillende Amerikaanse (amateur)clubs, vaak de jeugdafdelingen. Hij was een tijdje keeperstrainer van FC Dallas dat uitkomt in de MLS. Hij trainde niet alleen clubs maar gaf ook privélessen. Sinds 2007 was “Yawn” van Beveren in dienst bij Spindletop Select Soccer in Beaumont. Hij was daar het hoofd van vijf trainers, die samen 21 elftallen trainen.

Van Beveren overleed, na een sober bestaan in de VS, in 2011. De laatste jaren leefde hij daar op een dieet van koffie en sigaretten en woonde hij volgens journalist Matty Verkamman, die hem opzocht, in een appartement “waar je je hond nog niet zou parkeren”. Iedere avond klapte Neerlands beste keeper ooit een bedje op in zijn kleine kamer. Hij werd op 63-jarige leeftijd, na een hartstilstand, door gezinsleden dood aangetroffen achter de computer in zijn woning in Beaumont.

Prijzenkast en erelijst:

* Landskampioen: 1975, 1976, 1978 (PSV)
* KNVB Beker: 1966 (Sparta) 1976 (PSV)
* UEFA Cup: 1978 (PSV)
* Nederlands elftal: 32 interlands,

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Het Voetbal Boek, ANP, NRC, Trouw, Sport, angelfire.com, s-vk.nl, sport.tpo.nl, bestevoetballers.nl