101 voetbaliconen: (100) Zico

PASPOORT
Geboren: Rio de Janeiro, 3 maart 1953
Overleden: –
Nationaliteit: Braziliaans
Positie: Aanvallend middenvelder
Clubs: Flamengo, Udinese, Flamengo, Sumitomo Metals, Kashima Antlers
Interlands: 72 doelpunten: 52
Doelpunten: Flamengo: 378, Udinese: 30, Flamengo: 23, Sumitomo Metals: 21, Kashima Antlers: 24
Trainer: Japan, Fenerbahçe, FC Bunyodkor, CSKA Moskou, Olympiakos Piraeus, Irak

Op het WK van 1982 speelde Brazilië voor het eerst sinds 1970 weer schitterend aanvallend voetbal, de inspirators waren Socrates, Falcao, Cerzeo en Zico. Het was een frisse wind na hun stugge tacktiek in 1978 en het gaf Zico, die in 1978 enorm teleurgesteld had, de kans zijn ware talent te laten zien.

Zijn onvermoeibare kracht en venijnige schoten voegden vuurkracht toe aan de geraffineerde bewegingen van de mannen in het goud, en dat was maar goed ook, want de andere spits, Serginho, was niet veel soeps. Brazilie’s wedstrijden in de tweede ronde waren beide klassiekers, een overwinning op Argentinië met 3-1, met drie prachtige doelpunten, en een nederlaag tegen Italië onder aanvoering van Paolo Rossi met 3-2 in een gelijkopgaande wedstrijd.

Helaas was Zico op het toernooi van 1986 weer wisselvallig en zeurderig, zoals 8 jaar eerder.

Zico speelde voornamelijk voor Flamengo, hij schitterde in de zege op het topteam van Liverpool voor de wereldbeker voor clubs. Een transfer naar Udinese bleek voor de Italianen weggegooid geld te zijn. Zico zou zelfs het gevaar hebben gelopen dat hij als grote, niet ingeloste belofte herinnerd zou worden, als hij in 1982 niet zo fantastisch had gespeeld.

In Zico’s laatste wedstrijd op het WK van 1986 werd Brazilië helaas na strafschoppen uitgeschakeld door Frankrijk. Na als invaller op het veld te zijn gekomen, miste hij tijdens de wedstrijd een penalty, Hij had de moed in de strafschoppenserie er weer één te nemen en scoorde toen wel.

Zico scoorde een verbluffende hattrick tegen Bolivia en stelde zo Brazilie’s plaats voor het WK van 1982 veilig.

Zico scoorde bij zijn debuut voor Brazilië in 1975 uit een vrije trap op de voor hem kenmerkende manier.

Zico één van de beste Braziliaanse voetballers
foto: Onbekend

Jeugdjaren

Arthur Antunes Coimbra beter bekend als Zico, staat bekend als een van de beste Braziliaanse voetballers aller tijden. De Braziliaanse voetbalgod kreeg vele bijnamen, maar de meest sprekende is de witte Pelé. Voor velen is hij dan ook de grootste voetballer na Pelé die ooit het kanariegele shirt van Brazilië heeft gedragen – en dat wil wat zeggen in een land van Jairzinho, Romario en andere Ronaldo’s.

Zico werd geboren in 1953 en kwam uit een familie uit de lagere middenklasse van Portugese afkomst, in de buurt van Quintino Bocaiúva, Rio de Janeiro. Net als veel jonge Brazilianen droomde hij ervan om profvoetballer te worden en sloeg hij vaak de school over om te voetballen op straat. Zijn passie voor de sport maakte hem bekend in de buurt, veel buurtgenoten kwamen kijken om hem te zien voetballen tegen oudere kinderen en tieners. In die tijd speelde hij voor Juventude, een lokaal straatvoetbalteam dat werd gerund door zijn oudere broers en vrienden, en hij was ook begonnen met zaalvoetbal voor River Futebol Clube op zondag.

Zijn bijnaam is ontstaan in Zico’s eigen familie, naar steeds kortere versies van Arthurzinho, wat “Kleine Arthur” betekent. Arthurzinho werd vervolgens Arthurzico, vervolgens Tuzico en, ten slotte, Zico, de finale versie die gemaakt werd door zijn nicht Ermelinda “Linda” Rolim.

In 1967, op 14-jarige leeftijd, had hij een geplande proefwedstrijd bij América, waar zijn broers Antunes en Edu al als professional speelden. Maar op een zondag tijdens een River-wedstrijd scoorde Zico 9 doelpunten en trok de aandacht van radioverslaggever Celso Garcia, die de vader van Zico adviseerde hem bij Flamengo een proefwedstrijd te laten spelen in plaats van bij América. Als Flamengo-fan had Zico de goedkeuring van zijn vader en begon hij zijn weg naar een van de meest bewonderde spelers in de geschiedenis van het voetbal.

Clubcarrière

De langste periode van zijn carrière als speler bracht Zico door bij Flamengo, waar hij de dragende speler was binnen de succesvolste periode in de historie van de club. Naast vele andere prijzen die in die periode werden gewonnen, leidde Zico Flamengo in 1981 naar de winst in de Copa Libertadores en de Intercontinental Cup.

Ook werden drie nationale titels gewonnen in 1980, 1982 en 1983. In het veld scoorde Zico vele doelpunten, de ene nog mooier dan de andere, gaf hij regelmatig voorzetten en was hij een echte leider in het team. Hij stond ook bekend om zijn goede speloverzicht en verder was hij tweebenig en een specialist in vrije trappen.

Tot teleurstelling van vele Braziliaanse fans ging hij in 1983 naar Italië, waar hij uitkwam voor Udinese. Hij leidde de club richting de Italiaanse top. In 1983/84 scoorde hij 19 doelpunten in de Serie A, slechts één doelpunt minder dan de uiteindelijke topschutter Michel Platini. Wel speelde hij in dat seizoen zes wedstrijden minder dan de Fransman. Na twee seizoenen zonder prijzen te hebben gewonnen keerde Zico terug naar Brazilië en Flamengo.

Bij zijn terugkomst liep hij een knieblessure op na een harde overtreding van Marcio Nunes, die hem enkele maanden aan de kant hield. Nadat hij eindelijk was hersteld van zijn blessure won hij met Flamengo zijn vierde landstitel. Met 580 wedstrijden voor de club is hij de op-één-na meest opgestelde speler in de historie van Flamengo.

1983: Zico als speler van Flamengo in stadion Maracanã
foto: ESPN

Met zijn 401 doelpunten is hij de all-time topschutter. Hij wordt beschouwd als de beste speler die ooit voor Flamengo heeft gespeeld. Zanger Jorge Bejor schreef daarom een lied over hem, genaamd Camisa 10 da Gávea.

Nadat Fernando Collor de Mello als minister-president van Brazilië was gekozen stelde hij Zico aan als Minister van Sport. Zico bleef in deze functie ongeveer een jaar actief. Het voetbal bleef echter zijn grootste passie en in 1991 nam hij een aanbod van Sumitomo Metal Industries aan, die met hem in het team een plaats hoopte te bereiken in de in 1993 nieuw te vormen Japanse J-League.

In het seizoen 1992 speelde hij voor Sumitomo en kwalificeerde hij zich met zijn team voor de J-League. De club die haar naam veranderde in Kashima Antlers, behoorde niet tot de favorieten voor de titel; ploegen als Yokohama Marinos en Verdy Kawasaki werden kansrijker geacht. Toch wist Zico met zijn club een knappe tweede plaats in het seizoen te bereiken.

Er bestaat een prachtige anekdote over de eerste dagen van Zico in Japan, begin jaren negentig. Toen hij na de wedstrijd de pers te woord stond maakten ook sommigen van zijn eigen ploeggenoten aantekeningen van wat hij zei. Voor de volgende wedstrijd leerden ze de notities uit hun hoofd. Toen hij nog speelde, schond Zico de strenge code van fatsoen in Japan door geagiteerd naar een tegenstander te spuwen. Hij werd uit het veld gestuurd. Maar het werd hem vanwege zijn status in Japan snel vergeven.

Zico’s discipline, talent en professionalisme zorgden ervoor dat hij zich ook snel de Japanse cultuur eigen maakte. Hij werd zeer populair en kreeg de bijnaam Sakka no kamisama (Voetbalgod) van Japanse voetbalfans. In 1994 beëindigde hij zijn carrière als speler, maar bleef in dienst van Kashima Antlers als technisch directeur. In die periode reisde hij regelmatig op en neer naar Brazilië waar hij het Centro de Futebol Zico (Zico’s Voetbalcentrum) oprichtte.

Zico werd een lokale held in Kashima, en er werd een standbeeld van hem werd geplaatst naast het Kashima Soccer Stadium. In 1996 richtte hij voetbalclub CFZ do Rio op en in 1999 CFZ de Brasília.

Brazilë

Een incident bij het nationale voetbalelftal van Brazilië zorgde ervoor dat Zico zijn carrière bijna had opgegeven. Hij maakte zijn internationale debuut in de Zuid-Amerikaanse kwalificatiewedstrijd voor de Olympische Zomerspelen 1972, waarbij hij 5 kwalificatie- wedstrijden speelde en de treffer scoorde tegen Argentinië die de definitieve kwalificatie betekende. Ondanks dit belangrijke doelpunt werd hij niet opgeroepen voor de Olympische Spelen in München. Hij voelde zich extreem gefrustreerd en vertelde zijn vader in ontzetting dat hij wilde stoppen met voetballen. Hij bleef zelfs 10 dagen weg bij de trainingen van zijn club Flamengo, later werd hij door zijn broers weer omgepraat.

In de openingsgroepswedstrijd van het WK in 1978 tegen Zweden, scoorde Zico met een kopbal uit een hoekschop in de laatste minuut van de wedstrijd wat een 2-1 overwinning zou betekenen. In een beslissing die berucht werd, weigerde de Welshe scheidsrechter Clive Thomas echter het doelpunt goed te keuren en zei dat hij had afgefloten terwijl de bal nog in de lucht was.

In de tweede ronde scoorde hij vanuit een penalty in een 3-0 overwinning op Peru. Zico won uiteindelijk een bronzen medaille met Brazilië op het toernooi toen Italië in de troostwedstrijd werd verslagen. Zico won in 1979 nog een bronzen medaille met Brazilië in de Copa América.

Europese voetbalfans maakten kennis met de offensieve middenvelder van Flamengo op de WK’s van 1978, 1982 en 1986. Vooral op de Mundial in Spanje ’82 schitterde Zico in een ploeg met verder nog Falcão, Sócrates, Eder en Júnior. Het was de mooist voetballende Seleção uit de geschiedenis, de ogen van het publiek werden gestreeld met dribbels, combinaties, steekpassen, lobjes en andere frivoliteiten. Maar in de tweede ronde al maakte de koele efficiëntie van de Italiaan Paolo Rossi een einde aan de titeldromen.

Zico (l) en de Italiaanse verdediger Claudio Gentile vechten voor een beetje ruimte.
foto: Allsport

Tijdens het WK van 1986 speelde hij wel mee, hoewel hij nog altijd geblesseerd was. In de kwartfinale tegen Frankrijk miste hij in de reguliere speeltijd een strafschop. De wedstrijd eindigde gelijk en liep uit op een strafschoppenserie. Daarin benutte Zico zijn strafschop wel, maar nadat Sócrates en Júlio César ieder hun penalty misten was Brazilië uitgeschakeld.

In 72 interlands trof hij 52 maal doel. Naast speler van het Braziliaans elftal was hij ook de clubarts.

Trainerscarrière

Een voetbalcultuur is er niet in Japan, maar aan grote namen geen gebrek. Illustere oud-voetballers als Zico, Toninho Cerezo en Stojkovic analyseren het WK 2002 voor de Japanse tv. Zico is de grootste. Hij is technisch directeur van ‘s lands succesvolste club. Deze voetballer maakte ooit in de Japanse J-League 45 doelpunten in 65 wedstrijden.

Zico beschouwt de ontwikkelingen op het WK 2002 voor de Japanse tv kalm en ernstig. Hij ziet er goed uit, het gezicht slechts een weinig voller dan toen hij nog speelde en tal van vrije trappen met gekend Braziliaans effect in het doel draaide. De legendarische oud-voetballer oogt ook zeer beleefd. De gestelde vragen getuigen, vriendelijk gezegd, niet van erg veel kennis van het voetbal. Niettemin geeft Zico steeds weer geduldig antwoord, met de onverminderde intentie ogenschijnlijk om de Japanners wijzer te maken.

Maar hij heeft meer betekend voor het Japanse voetbal, en voor Ibaraki in het bijzonder. Hij heeft de plaatselijke club hervormd, groot gemaakt, naar zijn hand gezet. Kashima Antlers is dankzij technisch directeur Zico de meest succesvolle club van Japan. In de nadagen van zijn carrière belandde hij in Japan. Hij raakte verknocht aan het land, in eerste aanleg vooral aan de leergierigheid van de Japanse voetballer.

Zico is een grootheid in het Japanse voetbal. Tijdens het WK 2002 vertelt hij het nauwelijks terzake kundige volk als analyticus op tv wat er gebeurt, en waarom. Sinds de oprichting van de J-League, in 1993, trokken in het spoor van Zico immers vele spelers, routiniers veelal, naar het verre oosten, waar het geld goed is. De Brazilianen Dunga en Jorginho speelden er, de Argentijn Ramon Diaz, de Italiaan Toto Schillaci, de Engelsman Gary Lineker, en de balkunstenaar Stojkovic. De bekendste Nederlander was Gerald Vanenburg.

Meer dan 160 Brazilianen maakten de oversteek. Zij gedijen in het aangename klimaat, en Japanners zijn zeer bevattelijk voor hun frivole spel. In eerste instantie maakte Zico vooral gebruik van landgenoten om zijn club op te stuwen. Toninho Cerezo, Zico’s ploeggenoot in het bekoorlijke Braziliaanse team van het WK 1982, was trainer van Kashima Antlers.

Zico slaagde erin jong Japans talent op te leiden. Hij heeft de hulp van Brazilianen ingeroepen, maar hij heeft nooit uit het oog verloren dat hij een Japanse club leidde.

Na het WK voetbal 2002 zocht de Japanse voetbalbond een opvolger voor de vertrekkende bondscoach Philippe Troussier. Men zag in Zico zijn ideale opvolger, ondanks zijn gebrek aan ervaring als coach. Troussier lag steeds in de clinch met de bond en Zico die zich thuis voelde in Japan en zich de cultuur eigen had gemaakt was zeer populair. Volgens de Japanse voetbalbond kon hij de job wel aan. De eerste interland met Zico als bondscoach ging echter met 4-1 verloren tegen Argentinië.

In 2003 liet het zich positief aanzien ten tijde van de Confederations Cup, maar in het begin van 2004 kwam men maar met moeite langszij Oman in een kwalificatieduel voor het WK voetbal 2006. Enkele spelers werden zelfs geschorst vanwege een alcoholincident. Hoewel Japan negen wedstrijden op rij niet verloor, gingen er verhalen de rondte dat Zico ontslag zou nemen.

Een kleine groep fans demonstreerde zelfs in de straten van Tokio om zijn ontslag op te eisen en hij kreeg een aanbod om trainer te worden van de Engelse amateurclub Garforth Town.

Zico bleef echter aan als bondscoach en Japan won de Asian Cup 2004 ondanks intimidaties van Chinese fans en het feit dat er slechts één speler binnen de selectie in dienst van een Europese club was, namelijk Shunsuke Nakamura. Daarna kwalificeerde Japan zich moeiteloos voor het WK 2006, waarin slechts een nederlaag werd geleden.

In 2008 werd Zico trainer van Fenerbahçe. In zijn eerste seizoen werd de club onder zijn leiding kampioen van Turkije. Het was een belangrijk kampioenschap vanwege het 100-jarige bestaan van Fenerbahçe. In zijn tweede jaar kreeg hij met name als doelstelling om succes te boeken in Europa.

In september 2008 tekende hij bij FC Bunyodkor in Oezbekistan waarmee hij prompt de landstitel en de beker veroverde. In september 2009 volgde hij Temuri Ketsbaia op bij het Griekse Olympiakos Piraeus. Op dinsdag 19 januari 2010 werd de Braziliaanse trainer echter ontslagen.

De resultaten in de competitie vielen wat tegen met een tweede plaats en zeven punten achter op de koploper, rivaal Panathinaikos, maar in de Champions League haalde Olympiakos Piraeus wel de 1/8 finales. Eind mei 2010 raakte bekend dat Zico sportief directeur werd bij Flamengo. Vanaf augustus 2011 werd hij aangesteld als bondscoach van het nationaal Iraaks voetbalelftal.

Zico als trainer
foto: Onbekend

Hij staat bekend als een van de beste voetballers ter wereld die nooit de Wereldbeker wonnen. Zico werd in 1983 door het Engelse voetbaltijdschrift World Soccer verkozen tot Wereldvoetballer van het jaar. Bijnamen die hij gedurende zijn carrière kreeg waren onder andere Galo en De witte Pelé. Zijn oudere broer Edu was ook een begenadigd voetballer.

Een klassiek nummer 10, Zico speelde meestal als een aanvallend middenvelder, hoewel hij ook in verschillende andere aanvallende en middenveldposities kon spelen, en ook werd ingezet als een centrale middenvelder, als een tweede spits of zelfs als een pure aanvaller die uitstekend kon afmaken. Een kleine spelmaker, met een kleine, slanke lichaamsbouw, hij was een tweebenige speler, bekend om zijn flair, snelheid, uitzonderlijke techniek, balbeheersing en dribbelvaardigheden, evenals zijn gebruik van trucs en schijnbewegingen om tegenstanders in de luren te leggen met een mooie pass. Hij stond bekend stond om zijn kenmerkende blinde (no-look) pass.

Hij had het vermogen om de bal een curve mee te geven en zo te scoren vanuit dode spelmomenten. Zico wordt beschouwd als één van de beste vrije trap specialisten aller tijden. Zico’s unieke vrije traptechniek, waarbij hij vaak zijn knie in een zeer hoge hoek ophief bij het raken van de bal, waardoor hij hem hoog over de muur kon tillen, stelde hem in staat veel uit vrije trappen te scoren. Helaas had hij in zijn carrière veel last van blessures.

Prijzenkast en erelijst:

* Flamengo: – Série A: 1980, 1982, 1983, 1987
* Flamengo: – Copa Libertadores: 1981
* Flamengo: – Intercontinental Cup: 1981
* Kashima Antlers (Japan): – J-League Stadium 1: 1993
Brazilië
* 72 interlands, 52 doelpunten
* Deelname WK’s 1878, 1982 en 1986
* Bronzen medaille op het WK van 1978
* Bronzen medaille in de Copa América 1979
Trainer
* Japan Asian Cup: 2004
* Fenerbahçe – Süper Lig: 2006/07
* Fenerbahçe – Turkse Supercup: 2007
* FC Bunyodkor – Oliy liga: 2008
* FC Bunyodkor – Beker van Oezbekistan: 2008
* CSKA Moskou – Beker van Rusland: 2008/09
* CSKA Moskou – Russische Supercup: 2009
Individueel
* Braziliaans voetballer van het jaar: 1974, 1982
* Zuid-Amerikaans voetballer van het jaar: 1977, 1981, 1982
* Wereldvoetballer van het jaar: 1983
* Topscorer Campeonato Carioca: 1975, 1977, 1978, 1979
* Topscorer Série A: 1980, 1982
* Topscorer Copa Libertadores: 1981
* Beste Speler Copa Libertadores: 1981
* Bronzen Schoen: 1982
* Topscorer alle Braziliaanse competities: 1982
Records
* Meeste doelpunten aller tijden in een seizoen als Flamengo-speler (49): 1974
* Meeste doelpunten aller tijden in een seizoen als Flamengo-speler (56): 1976
* Meeste doelpunten op rij in Japan (11 in 10 wedstrijden): 1992
* Meeste doelpunten in 1 kalenderjaar (89): 1979
* Topscorer in de historie van Flamengo: 568 doelpunten

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Het Voetbal Boek, Trouw, sportmagazine.knack.be, www.jongebazen.nl