101 voetbaliconen: (19) Johan Cruijff

PASPOORT

Geboren: Amsterdam, 25 april 1947
Overleden: Barcelona, 24 maart 2016
Nationaliteit: Nederlands
Positie: Aanvaller
Clubs: Ajax, Barcelona, Los Angeles Aztecs, Washington Diplomats, Levante, Feyenoord
Interlands: 48 Doelpunten: 33
Doelpunten: Ajax: 204; Barcelona: 48; Los Angeles Aztecs: 14;Washington Diplomats: 12; Levante: 2; Feyenoord: 11
Trainer: Ajax, Barcelona, Catelonië

Johan Cruijff was een uniek persoon. Als liefdevolle echtgenoot van Danny Koster en vader van drie kinderen reisde hij de hele wereld rond op zoek naar (voetbal)geluk. Cruijff dribbelde door het leven, had de controle en koos eigenzinnig zijn weg. Zijn voetbalvisie, gericht op balbezit en techniek, veranderde de manier waarop spelers, coaches en supporters over de hele wereld naar voetbal keken en de sport benaderden.

Cruijff wordt wereldwijd erkend als één van de beste voetballers aller tijden. In 1999 werd hij door de IFFHS verkozen tot Europees voetballer van de twintigste eeuw. Bij de IFFHS-verkiezing van Wereldvoetballer van de twintigste eeuw eindigde hij als tweede achter Pelé. De voormalige aanvaller en spelverdeler werd met name geroemd vanwege zijn techniek, startsnelheid, handelingssnelheid en spelinzicht. Driemaal werd hij verkozen tot Europees voetballer van het jaar en ook won hij drie keer de Europacup I. Dit laatste deed Cruijff met Ajax, waar hij gold als de leider en ster van het elftal. In 1974 bereikte Cruijff als aanvoerder van het Nederlands elftal de finale van het WK, waarin met 1-2 werd verloren van West-Duitsland.

Na een twintigjarige carrière als voetballer, waarin hij als prof voor clubs in Nederland, Spanje en de Verenigde Staten speelde, legde Cruijff zich in 1985 toe op het trainerschap. Zonder de benodigde diploma’s werd de oud-speler trainer bij Ajax en met de Amster- dammers won hij twee KNVB bekers en de Europacup II. Nadat Cruijff begin 1988 ontslag nam bij Ajax, werd hij trainer bij zijn voormalige werkgever FC Barcelona. Daar formeerde hij een elftal dat de geschiedenisboeken inging als het Dream Team. Hoogtepunt tijdens zijn verblijf bij de Catalanen was de winst van de Europacup I in 1992.

Zijn magische rugnummer wordt bij Ajax nooit meer gedragen door een andere Ajacied, simpelweg omdat ‘14’ op geen enkel shirt zo goed paste als dat van Cruijff. Sport paste iedereen vond Cruijff. Hij zette onder meer de Johan Cruijff Foundation en de Johan Cruyff University op. Het doel was om iedereen in de maatschappij een kans te geven te sporten en te studeren. Cruijff was van alle markten thuis. De Amsterdammer schonk de sport veel onvergetelijke momenten, Cruijff gaf vooral via zijn Foundation ook veel terug aan zowel de sport als de maatschappij.

Het karakter van Cruijff was net zo moeilijk te doorgronden als zijn spel dan wel denk- patronen. “Relativeren? Nee, dat zit niet in mijn karakter.” En: “Rancune is de beste motivatie”. Hij genereerde zelf de druk die hij nodig had om te kunnen presteren. Het is vaak omschreven als het conflict-model, gehanteerd door Cruijff, dat mensen tot nieuwe uitdagingen leidt.

Er zijn verschillende boeken geschreven over Johan Cruijff en zelfs over zijn manier van spreken. Er zijn biografieën, boeken waarin Cruijff zijn spelinzicht uitlegt, gelardeerd met mooie uitspraken. Het allermooist zijn echter de boeken met citaten, zoals in “Typisch Cruijffiaans” en ‘ “Je moet schieten, anders kun je niet scoren.” Un Momento Dado is een Nederlandse documentaire uit 2004 over de periode dat Cruijff bij FC Barcelona speelde, geregisseerd door Ramón Gieling. De film laat zien welke enorme impact Cruijff heeft gehad op de club en op Catalonië: hij wordt er op handen gedragen. “Un Momente Dado” is een al te letterlijke vertaling van “op een gegeven moment” en is zijn top-Spaanstalige Cruijffiaanse uitdrukking. De laatste verschenen autobiografie ‘Johan Cruijff – Mijn Verhaal’ is een tijdloos document, opgetekend uit de mond van Nummer 14 zelf. Er is dus al zoveel gezegd, geschreven en gefilmd over ‘De Verlosser’ dat we daar nauwelijk iets aan kunnen toevoegen, met behulp van Wikipedia hebben we toch maar een chronologisch overzicht van zijn uitgebreide carrière opgesteld.

Jeugdjaren

Hendrik Johannes Cruijff wordt geboren in het Amsterdamse Burgerziekenhuis als tweede zoon van Manus Cruijff en Nel Draaijer. Vader Manus en moeder Nel kwamen beiden uit de Jordaan. Na de oorlog waren ze in een woonwinkelpand een groentezaak begonnen, genaamd Cruijffs Aardappelenhandel. Ze noemen hem Johan en soms ook wel Jopie. Johan groeit op in Betondorp, vlak bij stadion De Meer van Ajax. Hennie is zijn tweeënhalf jaar oudere broer, samen met zijn oudere broer voetbalde hij veel op straat. Later speelden ze ook samen in de jeugd van Ajax. Moeder Nel helpt ook in de kantine van Ajax. Johan bezoekt de protestants-christelijke Groen van Prinstererschool.

1957

De tienjarige Johan wordt als lid bij Ajax aangenomen. Hij traint dan al vier jaar bij de club mee. Als straatvoetballer in Betondorp is hij jeugdtrainer Jany van der Veen opgevallen, daarom hoeft hij geen proefwedstrijd te spelen.

1959

Vader Manus overlijdt op 45-jarige leeftijd aan een hartaanval. Het overlijden van zijn vader is het grote drama uit Johans leven. Nog jarenlang zou hij denkbeeldige gesprekken met hem voeren. De groentewinkel wordt gesloten; moeder Nel gaat als huishoudster werken bij de trainer van Ajax, de Engelsman Vic Buckingham. Ajax betaalt Nel voortaan voor haar werk bij de club. Johan gaat naar de ulo, blijft tweemaal zitten en verlaat zonder diploma de school. Hij wordt winkelbediende in een sportzaak, later in een textielwinkel.

AJAX 1964-1973

1964-1965

In de jaren 1957-1963 doorliep hij de jeugdopleiding. In het seizoen 1962/63 werd hij met het hoogste jeugdteam van Ajax kampioen Ajax A1, het hoogste jeugdteam, wordt met Hennie en Johan Cruijff en ook Wim Suurbier in de gelederen landskampioen. Johan staat rechtsbuiten in de beslissende wedstrijd tegen Volendam en scoort met een actie die als voorzet was bedoeld.

Johan (17), inmiddels in bezit van een jeugdcontract, maakt zijn debuut in een officiële wedstrijd van het eerste van Ajax. In Groningen, tegen GVAV. Ajax verliest met 3-1. Cruijff, die in sommige kranten Kruijff wordt genoemd, scoort de enige tegentreffer. Na moeizame onderhandelingen ondertekent Johan een fullprofcontract bij Ajax. Dit bond hem voor vier jaar aan de Amsterdammers. Dezelfde dag breekt hij zijn linkerkuitbeen. Zijn salaris bedroeg 15.000 gulden per jaar plus premies. Daarmee werd hij na zijn teamgenoot Piet Keizer de tweede fullprof van Nederland.

Lang speelde hij niet onder het bewind van Buckingham, want ruim twee maanden na Cruijffs eerste opwachting keerde de oefenmeester terug naar Engeland, waarna hij werd opgevolgd door Rinus Michels. De onervaren keuzeheer vond Cruijff eigenlijk nog te jong en fysiek niet sterk genoeg voor het eerste elftal.

Desalniettemin wist het zeventienjarige talent tijdens zijn debuutseizoen tienmaal binnen de lijnen te verschijnen, waarin hij vier keer scoorde. Voor Ajax verliep het seizoen sportief gezien zeer teleurstellend. De club eindigde als dertiende op de ranglijst en wist slechts ternauwernood aan degradatie te ontsnappen. De eindklassering van 1965 is nog steeds de laagste die Ajax ooit behaalde sinds de invoering van het betaald voetbal.

Michels besloot in te grijpen en drong bij het bestuur, dat onder leiding stond van de nieuwe voorzitter Jaap van Praag, aan op versterking. De clubleiding besloot Co Prins en Henk Groot terug te halen en contracteerde daarnaast doelman Gert Bals van PSV. Hoewel Michels het nog niet de tijd vond om Cruijff een vaste rol binnen het elftal te geven, bemachtigde deze op 24 oktober 1965 tegen DWS toch een basisplaats toen hij de geblesseerde Klaas Nuninga verving.

De definitieve doorbraak van Johan Cruijff, hier in duel met Rinus Israel, tegen DWS in 1965
foto: Onbekend

Cruijff scoorde die middag tweemaal, waarmee hij Michels overtuigde van zijn kunnen. Met hem in de spits bleef Ajax vervolgens zestien wedstrijden op rij ongeslagen. De 2-0-uit-winst tegen FC Twente op 15 mei 1966 betekende dat Ajax twee wedstrijden voor het verstrijken van de competitie zeker was van de titel, waarmee de club terugkeerde aan de top.

Op 7 september van dat jaar maakt Cruijff (19) zijn officiële debuut in het Nederlands elftal; iets wat op last van Ajax enkele malen is uitgesteld. Nederland speelt die dag in Rotterdam vriendschappelijk tegen Hongarije en speelt met 2-2 gelijk. Cruijff scoort éénmaal. Eén maand later wordt hij in zijn tweede interland, tegen Tsjechoslowakije, uit het veld gestuurd. Hij zou de scheidsrechter hebben geslagen. Hij wordt een jaar geschorst voor wedstrijden van het Nederlands elftal; die straf wordt later teruggebracht tot acht maanden.

Voor de Europa Cup speelt Ajax een legendarische wedstrijd in de mist tegen Liverpool, dan een Europese topclub, en wint met 5-1. Het is de internationale doorbraak van Ajax.

Flipper, zo noemden ze Cruijff. Aldus oud-Ajacied Henk Groot in 1966, vlak nadat ‘Johan’ als tiener werd toegevoegd aan de selectie van het eerste elftal van Ajax. “Hij is altijd aan het woord. Je kunt geen onderwerp aansnijden of Cruijff praat mee”, zegt Groot in Wie is Johan Cruijff?

1967

In het seizoen 1965-1966 was Ajax al de meest trefzekere ploeg van de eredivisie, met 79 doelpunten. In het volgende seizoen maakte het eerste elftal van Ajax in de competitie 122 doelpunten; een aantal dat sindsdien nooit is overtroffen. Cruijff had met 33 treffers het grootste aandeel, en werd met dit aantal topscorer van de Eredivisie. Met een positief doelsaldo van 88 prolongeerde Ajax de landstitel en behaalde het bovendien voor de eerste maal in de clubhistorie de dubbel, door in de KNVB beker-finale NAC met 2-1 te verslaan.

Cruijff, voor het eerst topscorer in de eredivisie (33 doelpunten), wordt gekozen tot Nederlands voetballer van het jaar.

In deze periode ging Cor Coster, de aanstaande schoonvader van Cruijff, als een van de eersten inzien dat individuele spelers een commerciële waarde vertegenwoordigden. Hij begreep dat De Meer iedere wedstrijd veel toeschouwers trok, die hoofdzakelijk voor Cruijff kwamen. Costers inzichten leidden ertoe dat Cruijff besloot zich vanaf dat moment te laten vertegenwoordigen door zijn aanstaande schoonvader, die daarmee een van de eerste zaakwaarnemers in het nationale en internationale topvoetbal werd.

De intrede van de zaakwaarnemer bracht een kentering in de voetbalwereld teweeg, aangezien sportbestuurders tot dan toe gewend waren dat zij de voorwaarden voor het contract opstelden en dat spelers slechts hoefden te tekenen. Illustratief was bijvoorbeeld Costers invloed op het clubbestuur, toen hem ter ore kwam dat de nieuwe aankoop Dick van Dijk meer ging verdienen dan Cruijff. Coster greep in en zorgde er persoonlijk voor dat Cruijffs contract werd opengebroken. Er vond een financiële opwaardering plaats waarbij het jaarsalaris werd opgetrokken naar 50.000 gulden: hetzelfde bedrag dat Van Dijk ook ontving. Toen de spelerssalarissen een vlucht namen, ging Coster zelfs nog een stapje verder door zichzelf te beloven dat hij ervoor ging zorgen dat Cruijff van zijn voetbal- kwaliteiten miljonair zou worden.

1968-1969

In 1968 werd Ajax voor de derde keer op rij landskampioen. Het gevolg is dat de club daarom in 1968/69 mocht deelnemen aan de Europacup I en daarin kende men de nodige successen. Mede door de doelpunten van Cruijff en Danielsson tegen het Benfica van Eusébio, wist Ajax als eerste Nederlandse club de finale van het Europese bekertoernooi te bereiken. Op 28 mei 1969 bleek AC Milan in de eindstrijd echter een maatje te groot voor de Amsterdammers, het catenaccio van de Italianen leverde die avond een 4-1-over- winning op.

Door een druk internationaal programma liep Ajax op de valreep ook op nationaal niveau alle prijzen mis, waardoor het seizoen 1968/69 als verloren kon worden beschouwd. Michels besloot daarop het elftal te verjongen en dit leidde een seizoen later tot een positief resultaat: Cruijff won met zijn club opnieuw de dubbel.

Johan trouwt met Danny Coster, die hij anderhalf jaar eerder op de bruiloft van ploeg- genoot Piet Keizer heeft ontmoet. Het echtpaar gaat wonen in Vinkeveen en krijgt drie kinderen. Na Johans huwelijk, in 1968, verwaterde het contact met zijn broer. Na de dood van hun moeder, in december 2007, hadden zij geen contact meer.

1970

Door een liesblessure miste Cruijff de eerste wedstrijden van het daaropvolgende seizoen. Na een wekenlange afwezigheid vond de rentree van Cruijff plaats op 30 oktober 1970 tegen PSV. Tijdens die wedstrijd droeg hij echter niet zijn vaste rugnummer 9, maar nummer 14. Dit vindt zijn oorsprong in het ontbrekende shirt van Gerrie Mühren met rugnummer 7, dat niet in de wasmand werd aangetroffen. Aangezien Cruijff langdurig geblesseerd was geweest, vond hij dat Mühren dan maar zijn tricot met nummer 9 moest nemen. Cruijff trok vervolgens een reserveshirt met rugnummer 14 aan. Nadat het duel tegen PSV in een 1-0-overwinning voor Ajax is geëindigd, droeg Cruijff een week later opnieuw het shirt met nummer 14 omdat het tegen PSV ‘zo lekker is gegaan’ en Mühren wederom met nummer 9 kon spelen. Uit bijgeloof blijft hij shirts met dat nummer dragen; hij dankt er één van zijn bijnamen aan

Cruijff is na zijn lange afwezigheid opmerkelijk snel hersteld en toonde dit binnen een maand na zijn rentree op 29 november 1970 tegen AZ’67, toen hij met zes treffers een groot aandeel had in de 8-1-overwinning van Ajax. Daarmee evenaarde Cruijff het record van Lammers en Kerkhoffs, die ook zes keer hebben gescoord in één competitiewedstrijd. In 2007 schoot Afonso Alves dat record echter uit de boeken toen hij zeven keer het net vond tegen Heracles.

Europese overheersing

1971

In het nieuwe seizoen scoort hij tegen Telstar al na negen seconden. Saillant detail: Telstar trapte af, speelde terug naar de keeper maar de bal smoorde in een op plas en werd door de anticiperende Cruijff (“ik had de terreinknecht gesproken”) onderschept en in het Telstar-doel geschoten. Cruijff wordt gekozen tot Nederlands én Europees voetballer van het jaar. Hij wordt aanvoerder van het Nederlands elftal en blijft dat tot zijn 48 interlands erop zitten.

Inmiddels had Michels een team dat zich kon meten met de Europese top. Het elftal bestond naast jongelingen als Stuy, Krol, Neeskens, Rijnders, Blankenburg en Haan uit oudgedienden die al aanwezig zijn geweest bij de Europacupfinale van 1969 zoals Suurbier, Hulshoff, Vasovic, Swart, Keizer en Cruijff.

Ajax, eerder opnieuw Nederlands kampioen en bekerwinnaar geworden, wint voor het eerst de Europa Cup (Feyenoord deed het in 1970). In Londen wordt het Griekse Panathinaikos met 2-0 verslagen. Gesteund en geadviseerd door zijn schoonvader Cor Coster tekent Johan een maand later een zevenjarig contract bij Ajax.

In 1978, wanneer Cruijffs contract zou aflopen, was de planning dat hij ook definitief zou stoppen met voetballen. Daarom regelde Coster ook nog een akkoord met Koninklijke Bijenkorf Beheer, waarin was opgenomen dat Cruijff vanaf zijn 31e tot zijn 65e jaarlijks een bedrag uitgekeerd zou krijgen ter hoogte van 60.000 gulden.


1972: Johan Cruijff in de EC I finale tegen Inter Milan.
foto: Onbekend

1972

In 1971/72 beleefde Cruijff met Ajax één van de meest succesvolle seizoenen uit de historie van de club, nadat vanaf half 1971 Johnny Rep, Arnold Mühren en Heinz Schilcher aan de selectie waren toegevoegd. Trainer Rinus Michels vertrok inmiddels naar FC Barcelona en werd opgevolgd door Sefan Kovács. Ajax wordt weer landskampioen (onder meer door met 12-1 van Vitesse te winnen). Ook de lob waarmee Cruijff de 2-1 aantekende tegen FC Den Haag kan tot de hoogtepunten van het seizoen worden gerekend. Onder leiding van de Roemeense oefenmeester wonnen de Amsterdammers opnieuw de dubbel en stond de club voor de tweede achtereenvolgende maal in de finale van de Europacup I. Het verslaat in Rotterdam in de finale het Italiaanse Internationale met 2-0; Cruijff maakt beide doelpunten.

Dat Cruijff in die periode door de media tot de absolute top werd gerekend, bewezen onder andere de uitverkiezing tot Nederlands en Europees voetballer van het jaar in 1971.

In tegenstelling tot 1971, toen Ajax als titelhouder van de Europacup I deelname aan de Wereldbeker had afgezegd, besloot de club in het najaar van 1972 de confrontatie met de winnaar van de Copa Libertadores toch op te zoeken. Aanvankelijk bestond er twijfel vanwege de lange reis en de geringe uitstraling van de Wereldbeker, maar de intentie binnen de spelersgroep om alles te willen winnen gaf uiteindelijk de doorslag om toch te gaan. Ajax won ook de wereldbeker na een dubbele confrontatie met Independiente uit Argentinië. Na deze wedstrijden neemt Cruijff het aanvoerderschap over van Piet Keizer.

1973

Onder leiding van Cruijff werd begin 1973 door Ajax ook de Europese Supercup veroverd, na een dubbele overwinning op Glasgow Rangers. Op 7 maart 1973 volgde er in de kwartfinale van de Europacup I een belangrijke 4-0-thuisoverwinning op Bayern München.

Het duel werd in 2005 door L’Équipe verkozen tot de beste Europacupwedstrijd ooit. De Franse sportkrant omschreef het duel als “de beste demonstratie van totaalvoetbal”. Nadat de Ajacieden in de halve finale ook Real Madrid hadden uitgeschakeld (2-1-zege thuis, 0-1-zege uit), bereikte de club op 30 mei 1973 voor de derde keer op rij de Europacup I-finale. Daarin wisten de Amsterdammers opnieuw te winnen, ditmaal met 1-0 van Juventus.

Inmiddels begon echter het enthousiasme over het aanvoerderschap van Cruijff onder spelers af te nemen. In juli 1973 ging een onderling verdeelde selectie op trainingskamp in een hotel in De Lutte. Keizer wilde weer aanvoerder worden, maar Cruijff zag dit niet zitten. Er werd daarom een stemming gehouden over de vraag of Cruijff aanvoerder moest blijven of niet. Met drie stemmen voor en dertien stemmen tegen zegde de spelersgroep het vertrouwen in Cruijff op en kreeg Keizer de aanvoerdersband terug. Cruijff ervoer de beslissing van de spelersgroep als een motie van wantrouwen en had het gevoel dat zijn gezag werd ondermijnd.

Geschokt keerde hij terug naar zijn hotelkamer, waar hij contact opnam met zijn schoon- vader. Telefonerend gaf Cruijff hem de opdracht: “Je moet nu meteen Barcelona bellen. Ik vertrek hier.”

De grenzen in Spanje werden weer opengesteld voor buitenlandse spelers en Barcelona, dat Cruijff al eerder heeft willen contracteren, sloeg zijn slag, nadat in een eerder stadium de transfer van Gerd Müller is afgeketst. Cruijff speelde nog twee competitiewedstrijden voor Ajax, op 12 augustus 1973 (FC Groningen–Ajax 0-4) en zijn laatste op 19 augustus 1973 tegen FC Amsterdam (6-1). Hoewel Cruijff in de eerste minuten van het duel nog werd uitgefloten, was hij erop gebrand om de club waardig te verlaten. Tien minuten voor tijd wist de afzwaaiende vedette het net te vinden, waarna hij onder luid applaus een publiekswissel ontving om afscheid te kunnen nemen.[

Drie dagen later, op 22 augustus, werd het contract ondertekend en verhuisde Cruijff voor zes miljoen gulden, waarvan drie miljoen voor hem zelf, naar Barcelona. Door zijn transfer mocht Cruijff zich de duurste voetballer aller tijden noemen.

FC Barcelona 1973-1978

In Barcelona werd Cruijff herenigd met Michels, die van 1965 tot 1971 zijn trainer bij Ajax is geweest. De Catalanen hebben lang op de komst van Cruijff moeten wachten. Eerst stond de Spaanse voetbalbond geen buitenlanders toe en daarna werkte de KNVB niet mee, omdat Cruijff na het verstrijken van de transferperiode werd gecontracteerd. Cruijff kon aanvankelijk alleen in vriendschappelijke wedstrijden voor Barcelona uitkomen en maakte op 5 september 1973 zijn officieuze debuut tegen Cercle Brugge (6-0).

De recettes van de vriendschappelijke duels waren zodanig dat Barcelona, nog voordat Cruijff in de Spaanse competitie speelgerechtigd is, het transferbedrag van Cruijff helemaal terugverdiende. Met als argument dat Cruijff wedstrijdritme moest behouden voor het Nederlands elftal gaf de KNVB alsnog toe. Hierdoor kon Johan Cruijff op 28 oktober 1973 in de thuiswedstrijd tegen Granada zijn officiële debuut voor Barcelona maken. Inmiddels was het seizoen al zeven speelronden oud en bevond Barcelona zich, na twee overwinningen, twee gelijke spelen en drie nederlagen, in de onderste regionen van de ranglijst.

Cruijff maakte twee doelpunten tegen Granada, waardoor er met 4-0 werd gewonnen. Met de Nederlander in het elftal bleef de club vervolgens 25 wedstrijden op rij ongeslagen (negentien overwinningen en zes gelijke spelen). Vijf wedstrijden voor het einde van de competitie kon de concurrentie de club niet meer achterhalen: na veertien jaar behaalde Barcelona eindelijk weer het kampioenschap van Spanje. Cruijff maakte zestien doel- punten (één doelpunt minder dan clubtopscorer Marcial) en leverde een fundamentele bijdrage aan dit kampioenschap. Dit werd het hoogste aantal doelpunten dat hij in een seizoen in Spanje zou scoren, een aantal dat ver verwijderd bleef van de 33 in zijn beste seizoen bij Ajax.

Cruijff scoort met zijn hiel tegen Atlético Madrid
foto: Onbekend

Toen zijn vrouw zwanger was van hun zoon Jordi en uitgerekend was op nota bene de dag van de uitwedstrijd tegen aartsrivaal Real Madrid, sprak het echtpaar af om de bevalling met een week te vervroegen middels een keizersnede. De wedstrijd op 17 februari 1974 eindigde in een klinkende 0-5-overwinning, waarin Cruijff éénmaal scoorde. Ook was er dat seizoen het beroemde doelpunt tegen Atlético Madrid, waarbij Cruijff met de rug van het doel draaide om vervolgens met zijn hiel de bal langs keeper Miguel Reina binnen te tikken.

De prestaties van Cruijff zorgden ervoor dat hij in 1973 en 1974 opnieuw werd verkozen tot Europees voetballer van het jaar. Daarmee werd hij de eerste speler die de prijs driemaal won. Michel Platini en Marco van Basten zijn de enige spelers die dit wisten te evenaren.

Hoewel Cruijff destijds in de hoogtijdagen van zijn carrière zat, bleef de landstitel van 1974 jarenlang de enige prijs die hij in dienst van Barcelona zou winnen. Na het vertrek van Michels in 1975 kon zijn opvolger Hennes Weisweiler daar geen verandering in brengen. De Duitse oefenmeester heeft bij Borussia Mönchengladbach grote successen gevierd, maar ook daar viel al op dat Weisweiler slecht overweg kon met vedetten.

Hij botste voortdurend met zijn sterspeler Günter Netzer. Deze geschiedenis herhaalde zich in Barcelona: Weisweiler botste met Cruijff, die in 1976 tegen Sevilla zelfs naar de kant werd gehaald. De socios kozen massaal partij voor Cruijff en zijn populariteit bleef onaangetast. Weisweilers dagen waren geteld en hij moest al na één seizoen weer vertrekken. Ondanks geruchten dat Cruijff naar Juventus zou gaan of zelfs naar Nederland zou terugkeren (naar Ajax of AZ’67), tekende hij voor twee seizoenen bij. Hij eiste dat Michels moest worden teruggehaald. Deze eis werd ingewilligd. Onder leiding van de teruggekeerde oefenmeester behaalde Cruijff in 1978 zijn tweede en laatste prijs gedurende zijn vijfjarig verblijf bij FC Barcelona.

Op 19 april won de club de Spaanse nationale beker na een 2-0-overwinning op Las Palmas.

WK 1974

Hoewel Cruijff al snel naam heeft gemaakt binnen Oranje, bleek het geen aanzet tot een langdurige interlandcarrière. In 1968 begon er onenigheid te ontstaan tussen Cruijff en de KNVB. De aanvaller kon zich, samen met vier ploeggenoten van Ajax, niet vinden in de hoogte van de vergoeding die zij zouden ontvangen voor de deelname aan een trainings- kamp en het spelen van een interland tegen Bulgarije.

De internationals onder leiding van Cruijff wilden alleen voor Oranje uitkomen als daar ook een substantieel geldbedrag tegenover stond. Het was niet ongebruikelijk dat Cruijff zo nu en dan zijn eigen belangen boven het landsbelang stelde. Hij zei daarom regelmatig om diverse redenen wedstrijden af. Zo werd de aanvaller eens geschorst door bondscoach Kessler omdat hij, vanwege het bezoeken van een buitenlandse schoenenbeurs in het kader van zijn eigen bedrijf, een belangrijke training heeft gemist.

Hoewel de verstandhouding bij vlagen soms moeizaam verliep, werd Cruijff inmiddels wel verkozen tot aanvoerder van het Nederlands elftal. Deze rol heeft hij al sinds zijn vijftiende interland, op 1 december 1971, vervuld. De aanvoerdersband zou hij ook de resterende 33 wedstrijden uit zijn interlandcarrière behouden.

Ondanks de internationale successen van Ajax en Feyenoord eind jaren 60 en begin jaren 70, wist het Nederlands elftal zich niet te kwalificeren voor het WK in 1970 en EK in 1972. Cruijff gaf later toe dat in die periode het belang van Oranje niet zo werd ingezien. Voor het WK in 1974 wist Nederland zich wel te plaatsen, na 36 jaar van afwezigheid op het mondiale eindtoernooi.

Johan Cruijff forceert een penalty in de WK-finale van 1974 tegen West-Duitsland.
foto: ANP

Voordat er echter werd afgereisd naar gastland West-Duitsland, heeft Cruijff tegenover Voetbal International verklaard dat dit zijn eerste en laatste WK zou zijn. De aanvaller liet er geen twijfel over bestaan dat hij in 1978 op zijn 31e zou stoppen met voetballen. Deelname aan het volgende WK in Argentinië werd daarmee uitgesloten. Cruijff zag op tegen het lange verblijf in Zuid-Amerika maar vreesde ook de risico’s die hij in Argentinië zou lopen.

In 1972 heeft Ajax in Buenos Aires om de Wereldbeker gespeeld en die reis is al gepaard gegaan met verschillende incidenten. Tevens lag bij een verblijf in Zuid-Amerika het gevaar van kidnapping op de loer.

Onder leiding van bondscoach Rinus Michels begon Oranje op 15 juni 1974 voortvarend aan het WK. In het openingsduel tegen Uruguay bepaalden twee doelpunten van Johnny Rep de eindstand, en omdat Nederland tijdens de eerste speelronde als enige land indruk heeft gemaakt, werd het in de pers al meteen bestempeld tot aanstaand wereldkampioen. Tegen Zweden, de volgende tegenstander in de groepsfase, bleef het Nederlands elftal op een 0-0-gelijkspel steken.

In het laatste groepsduel liet Oranje tegen Bulgarije echter zien waar het toe in staat was. Cruijff kreeg van Michels een vrije rol in de aanval. Zwervend over het hele veld schiep hij ruimte en bracht hij ploeggenoten in stelling. Nederland speelde het totaalvoetbal waar het nog jarenlang bekend om zou staan en versloeg de Bulgaren met 4-1.

Oranje plaatste zich na twee overwinningen en een gelijkspel voor de finalepoule, waar Argentinië de volgende tegenstander werd. Tegen de Zuid-Amerikanen speelde Oranje zijn beste wedstrijd tot dan toe. Het systeem van Michels en Cruijff werd uitgevoerd zoals het is bedoeld. Cruijff maakte zijn eerste twee WK-doelpunten. Nederland won met 4-0 en kon zich opmaken voor het volgende duel tegen Oost-Duitsland. Deze partij was minder hoogstaand dan het duel tegen Argentinië, maar werd relatief eenvoudig gewonnen met 2-0.

Een gelijkspel tijdens het laatste duel tegen Brazilië zou vervolgens voldoende zijn om de finale te bereiken. De ontmoeting met de regerend wereldkampioen ontaardde echter in een legendarische schoppartij, die werd ontsierd door het spuwen naar tegenstanders, het op elkaars voeten gaan staan en vliegende tackles. Oranje liet zich niet van de wijs brengen en dankzij de doelpunten van Neeskens en Cruijff werden de Brazilianen met 2-0 verslagen, waardoor Nederland voor de eerste maal de WK-finale bereikte.

Nog voordat de eindstrijd werd gespeeld ontstond er echter een rel aan Nederlandse zijde. Een dag voor de finale plaatste het Duitse boulevardblad Bild-zeitung een verhaal over een zwempartij bij het Waldhotel Krautkrämer in Hiltrup, waar het Nederlands elftal verbleef. Het artikel droeg als kop ‘Cruyff, Sekt und nackte Mädchen’ en beschreef een zwemfeest dat na de overwinning op Oost-Duitsland zou hebben plaatsgevonden, waarbij Neder- landse spelers in gezelschap van naakte Duitse vrouwen hebben verkeerd. Wat er precies die nacht is gebeurd bleef een raadsel, maar vooral Cruijff kreeg grote problemen met zijn vrouw, Danny die meteen aan de telefoon hing. Volgens sommigen zou dit invloed hebben gehad op het spel van Cruijff tijdens de finale, aangezien hij in die wedstrijd niet zijn gebruikelijke niveau haalde.

Op 7 juli 1974 trapte Nederland af voor de finale tegen West-Duitsland. Nog voordat de Duitsers de bal hebben kunnen beroeren, kwam Oranje al op voorsprong door een benutte strafschop van Neeskens. De strafschop werd gegeven na een overtreding van Uli Hoeneß op Cruijff die in deze wedstrijd geen grote rol meer zou spelen. Nadat West-Duitsland met een voorsprong de rust in is gegaan, kreeg Cruijff op weg naar de kleedkamer van scheids- rechter Taylor een gele kaart wegens aanhoudend protesteren.

In de tweede helft probeerde Nederland iets terug te doen, maar het combinatiespel en de overmacht, waarmee men eerdere wedstrijden naar zijn hand heeft gezet, ontbrak in de finale. Het duel eindigde in 1-2 en West-Duitsland werd wereldkampioen. De prestaties die Cruijff op het toernooi heeft neergezet zorgden er wel voor dat hij na afloop tot beste speler van het WK werd verkozen.

EK 1976

Twee jaar later heeft Nederland zich gekwalificeerd voor het EK in 1976. Het doel was om met een finaleplaats het verloren WK van twee jaar terug goed te maken. In de halve finale tegen Tsjecho-Slowakije wist Nederland echter niet te scoren en zorgden doelpunten van de opponent voor een 3-1-eindstand mede door een eigen doelpunt van de Tsjechen. Een van de hoofdpersonen tijdens het duel is scheidsrechter Thomas geweest, die bekendstond vanwege zijn strikte interpretatie van de spelregels.

Van Hanegem en Neeskens ontvingen van hem een rode kaart, evenals de Tsjecho-Slowaak Pollák. Cruijff kreeg een gele kaart en omdat hij deze tijdens een kwalificatie- wedstrijd ook al heeft ontvangen, was het EK na één wedstrijd voor hem afgelopen. Nederland won vervolgens de troostfinale van Joegoslavië met 3-2, waardoor het alsnog derde eindigde.

Op 26 oktober 1977 speelde Cruijff, zoals hij jaren van tevoren al heeft aangekondigd, zijn laatste wedstrijd voor Oranje. Bijna niemand geloofde dat het Cruijffs laatste interland is geweest, maar de hoofdpersoon zelf bleek vastbesloten. In 1981 leek het er op dat Cruijff toch nog een rentree zou maken bij Oranje, nadat hij een lang gesprek heeft gevoerd met bondscoach Rijvers. Vanwege verschillende sponsorbelangen wisten Cruijff (die een contract had met Cor du Buy Sports die van Rudi Dassler het importrecht van Puma voor de Benelux had verworven) en de KNVB (die werd gesponsord door Adidas) echter geen overeenstemming te bereiken over het aantal strepen op de mouwen van de shirts.

Cruijff wilde met twee strepen spelen, maar de KNVB hield vast aan de kenmerkende drie strepen van adidas. Voorafgaand aan het WK 1974 heeft de strepenkwestie ook al gespeeld, maar destijds zijn Adidas en de KNVB uiteindelijk akkoord gegaan met Cruijffs eisen, waardoor hij als enige Nederlandse speler in een shirt met twee strepen heeft gespeeld. Alle andere internationals hebben wel de drie Adidas-strepen op hun tenue gehad.

1978 Afscheidswedstrijd

Zoals hij zijn hele carrière al heeft voorspeld, besloot de 31-jarige Cruijff in de zomer van 1978 een punt achter zijn loopbaan te zetten. Met een 3-1-zege op Ajax nam hij op 27 mei 1978 afscheid van het Catalaanse publiek.Speciaal voor Cruijff werd op 7 november 1978 door Ajax nog een afscheidswedstrijd georganiseerd. Het Duitse Bayern München werd uitgenodigd voor de erewedstrijd in het Olympisch Stadion. Vooraf kreeg Cruijff van voorzitter Ton Harmsen een gouden horloge met inscriptie en een kleurentelevisie. Dit laatste cadeau zorgde voor hilariteit op de tribunes, maar later bleek dat de televisie gekocht is naar de wens van Cruijffs vrouw Danny.

Het werd geen feestelijke dag en geen gebruikelijke uitslag voor een erewedstrijd. In een vol stadion en met miljoenen tv-kijkers over de hele wereld werd Ajax met 0-8 ingemaakt. De Duitsers waren getergd door de nederlagen die ze hebben geleden in de voorgaande jaren tegen Ajax (in augustus 1972 werd het in München 0-5 en in maart 1973 in Amsterdam 4-0). Daarnaast stond er niemand van de Amsterdamse club op Schiphol om de Duitsers welkom te heten en werden ze ondergebracht in een tweederangs hotel. Ook hebben ze achteraf laten weten uitgejouwd te zijn vanaf de tribunes (voor onder andere ‘Nazi-Schweine’). Het team van Ajax wilde er een leuke avond van maken maar werd verrast door de geconcentreerde strijdlust van Bayern. Na de achtste treffer, van Karl-Heinz Rummenigge, verliet Cruijff het veld voor Ray Clarke. Het is de grootste nederlaag die Cruijff in zijn carrière heeft geleden. In mei 2006 hebben enkele voormalige spelers van Bayern München in NOVA alsnog hun excuses aangeboden voor deze wedstrijd.

1979-1981

Na zijn voetbalcarrière stortte Cruijff zich in een zakelijk avontuur in Spanje. Hij had zich eerder al op zaken toegelegd met Jack van Zanten en nu besloot Cruijff in zee te gaan met goede vriend en zakenpartner Michel Basilevitsj. Het bedrijf hield zich onder meer bezig met de export van wijn, cement en groenten, de handel in onroerend goed, het vertegen- woordigen van Warner Bros. en de exploitatie van varkensfokkerij Ganadera Catalana.

Het project liep echter uit op een fiasco: Basilevitsj bleek het vermogen handig te hebben weggesluisd, hield Cruijff met vervalste papieren voor de gek dat hij eigenaar was van verschillende bedrijven en liet hem achter met een schuld van zes miljoen gulden. Cruijffs’ schoonvader had hem gewaarschuwd voor Basilevitsj, maar Cruijff sloeg dat advies in de wind en verbrak de contacten met hem. Na het debacle kwam het weer goed tussen hen.

Na het zakelijk echec dat Cruijff ettelijke miljoenen kost, besluit hij weer te gaan voetballen. Dat doet hij bij de Los Angeles Aztecs, waar hij opnieuw Rinus Michels als trainer treft. Bij zijn debuut in de Amerikaanse competitie, tegen Rochester Lancers, scoort hij tweemaal. Hij wordt gekozen tot de most valuable player van de competitie.

Cruijff stapt over naar de Washington Diplomats. Ajax trekt hem in november aan als technisch adviseur van trainer Leo Beenhakker. In de functie van technisch adviseur baarde Cruijff groot opzien door tijdens een wedstrijd tegen subtopper FC Twente op 30 november 1980 van de tribune in Amsterdam af te dalen en naast de verbouwereerde Beenhakker op de bank plaats te nemen. Na met 1-3 achter gestaan te hebben won het op dat moment als achtste geklasseerde Ajax, na onder meer Rijkaard in de ploeg te hebben gebracht, alsnog met 5-3.

Cruijff speelt in januari 1981 als gastspeler drie wedstrijden mee bij het Dordtse DS’79. Eind februari tekent hij een contract voor vier maanden bij het Spaanse Levante. De club uit Valencia komt uit in de tweede divisie van Spanje. Meer dan tien wedstrijden speelt Cruijff, die met blessures kampt, er niet. In juni tekent hij opnieuw bij de Washington Diplomats. Blessures blijven hem parten spelen; hij komt maar tot vijf wedstrijden.

In december keert hij terug bij Ajax, ditmaal als speler.

Ajax 1981 – 1983

Cruijff ondertekende een contract op recettebasis waarbij werd afgesproken dat zodra er meer dan 11.000 toeschouwers in De Meer zaten, hij de helft van de meeropbrengst ontving. Met deze deal waren beide partijen tevreden, aangezien enerzijds het Ajax-bestuur wist dat wedstrijden in 1980 soms door niet meer dan 8.000 mensen werden bezocht, en Cruijff zich anderzijds realiseerde dat hij persoonlijk voor extra toeschouwers kon zorgen, zeker wanneer het met Ajax sportief weer bergopwaarts zou gaan. Ondanks prima resultaten in de eerste 8 competitieduels stond Ajax op het moment dat Cruijff arriveerde namelijk op de 3de plaats, een straatlengte achter op PSV en AZ.

De comeback van Cruijff vond plaats op 6 december 1981 tegen HFC Haarlem in een uitverkochte De Meer. Er zijn die middag 12.000 toeschouwers meer op komen dagen dan normaal, terwijl ook in de rij voor de loketten nog duizenden fans stonden. Aanvankelijk bestond er scepsis over Cruijffs komst, maar deze wist hij in de 21e minuut weg te nemen toen hij in het strafschopgebied langs Piet Huijg en Martin Haar slalomde en de 1-0 aantekende door de bal met een subtiel lobje over keeper Edward Metgod heen te wippen. Het stadion raakte uitzinnig en het publiek zag dat de speler met rugnummer 14 ‘het’ nog kon. Met de komst van Cruijff verdween de wisselvalligheid bij Ajax, waardoor PSV na de winterstop op de ranglijst kon worden gepasseerd.

De club uit Amsterdam verloor geen enkele wedstrijd in de competitie meer, en omdat de naaste concurrenten in het slot van de competitie punten lieten liggen, werd Ajax in 1982 met vijf punten voorsprong en een imposant doelsaldo van +75 (117-42) alsnog landskampioen.

Johan Cruijff tijdens een wedstrijd in De Meer tussen Ajax en NEC
foto: ANP / Cor Mulder

Bijna exact een jaar na zijn comeback zorgde Cruijff opnieuw voor een zeldzaam moment, toen Ajax op 5 december 1982 met 1-0 voorstond tegen Helmond Sport. De Amster- dammers kregen een penalty, waarna Cruijff de bal opeiste. Dit was op zichzelf al een opvallend voorval omdat de routinier nog nooit eerder een penalty voor Ajax heeft genomen. De uitvoering is vervolgens echter nog curieuzer: Cruijff legde de bal breed op Jesper Olsen en die schopte hem terug naar Cruijff, die simpel binnen kon tikken omdat doelman Versfeld naar Olsen toeliep.

De Helmond-spelers protesteerden nog maar de genomen strafschop voldeed aan de reglementen. Het doelpunt ging de hele wereld over, maar later bleek dat het niet de eerste keer is dat een penalty in drieën werd genomen. Het seizoen 1982/83 werd door Ajax opnieuw succesvol afgesloten met een landskampioenschap en de KNVB beker.

In de laatste maanden van het seizoen is Cruijff echter in conflict gekomen met Ajax-voorzitter Harmsen. Het bestuurslid vond Cruijff te oud geworden en wilde zijn salaris van anderhalf miljoen gulden niet uitbetalen. Gedreven door rancune over de behandeling door het Ajax-bestuur, gaf Cruijff aan Coster de opdracht om contact te zoeken met Feyenoord voor een onvoorstelbaar geachte overstap naar de aartsrivaal.

Feijenoord 1983-1983

Na maanden van onderhandelingen kwamen partijen tot een overeenstemming, waarbij een soortgelijke beloningsconstructie op recettebasis werd opgezet als bij Ajax, aangezien de clubkas van Feyenoord bijna leeg was. Op 10 mei 1983 kondigde Cruijff zijn afscheid aan. Een week later, na de gewonnen bekerfinale, vertrok het clubicoon.

Aanvankelijk hadden de supporters van Feyenoord de nodige moeite met de van Ajax overgekomen routinier. Deze verdween echter snel toen Cruijff, nadat hij op 21 augustus 1983 debuteerde tegen FC Volendam, zijn meerwaarde bewees. Ondanks een 8-2 neder- laag tegen Ajax, haalde Cruijff zijn sportieve revanche door met de Rotterdamse club zowel de landstitel als de KNVB beker te winnen. Behalve een getergde Cruijff, is dit met name te danken geweest aan de sterk spelende Ruud Gullit en André Hoekstra en de trefzekere Peter Houtman.

Ondanks zijn relatief hoge leeftijd speelde Cruijff dat seizoen op één wedstrijd na alle competitieduels. Door zijn prestaties op het veld werd de 37-jarige Feyenoorder in 1984 voor een vijfde maal gekozen tot Nederlands voetballer van het jaar. Aan het einde van het seizoen kondigde de routinier zijn definitieve afscheid aan. Op 13 mei 1984 werd hij in het competitieduel tegen PEC Zwolle elf minuten voor tijd met een symbolische rode kaart van het veld gestuurd door scheidsrechter Severein. Hij werd vervangen door een jeugdige Mario Been. Zijn allerlaatste duel speelde Cruijff driekwart jaar later in Saoedi-Arabië, toen Feyenoord voor vele miljoenen een zeer aanlokkelijk aanbod ontving van de Saoedische koning Fahd. Cruijff ontving als dank voor zijn deelname een veeldelig 24-karaats gouden servies.

Trainerscarrière

Ajax 1985-1988

Na zijn actieve loopbaan was Cruijff tijdens het seizoen 1984/85 korte tijd technisch adviseur bij Roda JC. Cruijff leek nadien zijn weg te vervolgen bij Feyenoord, maar besloot medio 1985 toch terug te keren naar zijn jeugdliefde Ajax, dat Cruijffs eerdere trainer bij de club, Aad de Mos, had ontslagen. Het Ajax-bestuur verkoos Cruijff boven de 3 andere kandidaten Tomislav Ivic, Rinus Israël en Leo van Veen. Bij gebrek aan trainersdiploma’s wordt Cruijff aanvankelijk technisch adviseur. Later krijgt hij van de KNVB toestemming als trainer te functioneren.

Met het trainerschap bracht Cruijff nieuwe ontwikkelingen binnen de voetbalwereld op gang. Onder zijn toezicht werd het totaalvoetbal verder ontwikkeld en bovendien kwam hij met nieuwe inzichten. Zo huurde hij onder meer een operazanger in om zijn spelers op een andere manier te leren ademhalen. Ook liet hij jeugdvoetballers van positie wisselen, zodat aanvallers leerden hoe verdedigers dachten.

Daarnaast was Cruijff van mening dat spelers een laag basissalaris moesten ontvangen en hoge prestatiepremies. Bij Ajax kreeg Cruijff de beschikking over een talentvolle groep, met spelers als Menzo, Silooy, Koeman, Vanenburg, Rijkaard, Van ‘t Schip, Van Basten en De Wit. De successen als trainer volgden spoedig. Al in zijn eerste seizoen won Cruijff met Ajax de KNVB beker. De landstitel ging naar PSV, ondanks een positief Amsterdams doelsaldo van 85 (120 doelpunten voor en 35 tegen).

Tijdens het tweede seizoen wist Ajax opnieuw alleen de prestaties in de KNVB beker te verzilveren, de landstitel ging wederom naar Eindhoven. Het Europese succes vormde echter een pleister op de wonde, want na veertien jaar werd opnieuw een internationale prijs behaald in de vorm van de Europacup II. Op 1 juni 1987, twee weken na het behalen van de Europacup II, schonk de KNVB Cruijff de licentie Coach Betaald Voetbal op grond van “zijn verdiensten voor het Nederlandse voetbal in het algemeen en Ajax in het bijzonder.” De keuzeheer werd daarmee officieel bevoegd om als trainer aan de slag te gaan.

In de eerste helft van het seizoen 1987-1988 liep het elftal stroef. Veel van de spelers die Cruijff had ingepast vertrokken bij Ajax. In de zomer van 1987 vertrokken viervoudig Eredivisietopscorer Van Basten en routinier Silooy naar buitenlandse clubs, terwijl na een conflict met Cruijff ook Rijkaard vertrok. Cruijff kwam daarnaast in conflict met routiniers Jan Sørensen en Peter Boeve.

De aankopen die Cruijff deed, Jan Wouters, Danny Blind, Arnold Scholten, Hennie Meijer, de Schot Alistair Dick, de Ier Frank Stapleton, de Fin Petri Tiainen, de Deen Jan Sørensen en de Zweed Peter Larsson, bleken allen niet direct versterkingen voor het eerste elftal te zijn. In de contractonderhandelingen voor een nieuw tweejarig contract eiste Cruijff dat hij zonder overleg met het bestuur aan- en verkopen zou mogen doen.

Het bestuur was echter ontevreden over het getoonde spel en nam zelfs afstand van de trainingsmethode van Cruijff met de woorden “Het wordt tijd, dat een ploeg met dergelijk spelersmateriaal eens leert meer dan één systeem te spelen.” Ook had de club, sinds het ontslag van De Mos in 1985, geen landstitel meer behaald. Het bestuur wenste tevens Cruijff, gezien de resultaten en aankopen, geen carte blanche te geven in het technische beleid. In januari 1988 barstte de bom en diende Cruijff onverwacht zijn ontslag in.

FC Barcelona 1988-1996

In de maanden na zijn vertrek leek het er even op dat Cruijff naar sc Heerenveen zou vertrekken. Maar na een aanbod van FC Barcelona besloot de oud-speler terug te keren naar zijn voormalige werkgever. Evenals in Nederland ontstond er ook in Spanje bezwaar op zijn aanstelling als trainer. Cruijff beschikte wel over de benodigde diploma’s, maar het ontbrak hem aan de vereiste drie jaar ervaring als trainer. Ondanks dit gemis werd de aanstelling van Cruijff toch goedgekeurd Daarmee volgde hij interim-trainer Charly Rexach op, die in de jaren 70 te boek stond als een goede vriend van Cruijff tijdens hun gezamenlijke verblijf bij Barcelona

Rexach keerde terug in zijn oude functie als assistent-trainer en ging Cruijff ondersteunen bij de opbouw van een nieuw te vormen elftal. Een groot deel van de oorspronkelijke spelersgroep is namelijk in opstand gekomen, toen zij op 28 april 1988 tijdens een door hen zelf ingelaste persconferentie het vertrek van het clubbestuur hebben geëist vanwege een financieel dispuut. Clubpresident Núñez was weinig vergevingsgezind en heeft op negen spelers na de hele selectie ontslagen.

Voor de totstandbrenging van het nieuwe FC Barcelona hanteerden zij een dubbele strategie. Allereerst moesten uit binnen- en buitenland de beste voetballers worden gecontracteerd. Naderhand zou de rest van het team worden aangevuld met talenten uit de cantera (jeugdopleiding). Het eerste deel van de strategie werd geconcretiseerd met Spaanse aankopen als José Bakero, Txiki Begiristain en Julio Salinas. Buitenlandse versterkingen verschenen er na het eerste seizoen toen Ronald Koeman en Michael Laudrup in 1989 en Christo Stoitsjkov in 1990 werden vastgelegd en Cruijff kon na verloop van tijd een beroep kon doen op veelbelovende jeugdspelers als Pep Guardiola, Guillermo Amor, Albert Ferrer en Sergi Barjuán.

Johan Cruijff als trainer van FC Barcelona
foto: VI

Het team dat Cruijff formeerde moest een speelstijl gaan hanteren die werd afgeleid van het totaalvoetbal. Uitgangspunten daarbij waren techniek en balbezit: Barcelona moest zo veel mogelijk de bal hebben, domineren en zich niet aanpassen aan de tegenstander. In de ogen van Cruijff is het behalen van punten niet het belangrijkste, dat is slechts een onderdeel van het spel. De visie van Cruijff werd niet alleen overgebracht op het eerste elftal maar ook gehanteerd binnen de gehele jeugdopleiding. Op die manier konden talenten vanuit de jeugd gemakkelijker de overstap maken naar het eerste elftal.

Na enkele seizoenen begon de speelstijl vruchten af te werpen en brak er een jarenlange bloeiperiode aan. Het succesvolle elftal kreeg als bijnaam het Dream Team, wat werd afgeleid van de gelijknamige Amerikaanse basketbalploeg die in 1992 olympisch goud heeft gewonnen in Barcelona. Onder leiding van Cruijff doorbrak het Dream Team de jarenlange dominantie van Real Madrid en won het vier opeenvolgende landstitels (1991-1994), waarvan drie op de laatste speeldag van de competitie.

Op Europees vlak legde Barcelona in 1989 beslag op de Europacup II en won het in 1992 de Europacup I. Tijdens beide finales zijn de Catalanen te sterk geweest v oor Sampdoria. Vooral de winst van de Europacup I is een memorabel moment, aangezien het de eerste maal in de historie is dat Barcelona de belangrijkste Europese beker veroverde. Andere trofeeën die Barcelona onder het bewind van Cruijff op zijn naam schreef, zijn de Copa del Rey in 1990, de Europese Supercup in 1992 en drie Supercopas in 1991, 1992 en 1994. Met het winnen van deze elf prijzen werd Cruijff met afstand de meest succesvolle trainer uit de geschiedenis van de club.

Het record bleef vijftien jaar staan, maar werd verbroken op 26 augustus 2011, toen Guardiola door het winnen van de Europese Supercup met Barcelona zijn twaalfde titel pakte en het aantal van zijn leermeester passeerde. Hier heeft hij slechts drie seizoenen voor nodig gehad.

Op 18 mei 1994 vond het keerpunt plaats in de succesreeks van het Dream Team. Het vooraf als favoriet bestempelde FC Barcelona verloor die avond de Champions League-finale van AC Milan met 4-0. In de voorgaande zestien edities is er slechts éénmaal een ploeg geweest die de finale met meer dan één doelpunt verschil heeft verloren. Na de afstraffing volgden er voor Barcelona twee seizoenen zonder titel. Dit is met name te wijten aan de kwaliteitsafname van de spelersgroep door het vertrek van achtereenvolgens Laudrup, Romário, Koeman en Stoitsjkov.

Goedkopere Oost-Europese vervangers als Hagi, Kodro, Kornejev en Prosinecki mislukten onder Cruijffs bewind. Achteraf werd volgens Rexach vaak ten onrechte gedacht dat het systeem bepalend was voor het resultaat, terwijl de spelers degenen waren die wedstrijden moesten winnen. Ook het opstellen van zijn zoon Jordi en binnenhalen van schoonzoon Angoy brachten Cruijff in moeilijkheden nabeschuldigingen van nepotisme. Jordi kon het niveau nog bijhouden, maar Angoy kwam volgens de Spaanse media duidelijk tekort voor Barcelona. Núñez verhoogde de druk door Cruijff persoonlijk verantwoordelijk te stellen voor de tegenvallende resultaten en begon kritiek te leveren op zijn selectiebeleid.

Op 18 mei 1996, de dag voor de een-na-laatste wedstrijd tegen Celta de Vigo, barstte de bom. De zaterdagkrant meldde die ochtend namelijk dat Núñez en vicepresident Gaspart Bobby Robson als nieuwe trainer hebben gecontracteerd. Toen Cruijff bespeurde dat Barcelona in het geheim een breuk heeft geforceerd, raakte hij buiten zinnen. Hij zei dat het niet uit te leggen viel, waarna het gesprek met Núñez en Gaspart ontaardde in een pijnlijke ruzie.

De breuk betekende het vertrek van Cruijff, die na 2.936 werkdagen werd ontslagen. Met zijn acht achtereenvolgende dienstjaren werd hij de langst zittende coach uit de clubge- schiedenis. Na zijn ontslag bleef Cruijff in het voetbal actief als adviseur, ambassadeur en analist.

Catalonië 2009-2013

Cruijff woonde sinds 1988 in Barcelona en had een zwak voor Catalonië. In 2006 ontving hij van de Catalaanse regering het Sint-Joriskruis, één van de hoogste onderscheidingen, als erkenning voor zijn verdiensten voor de regio. Cruijff is na zijn vertrek bij Barcelona nooit ingegaan op aanbiedingen van voetbalbonden of clubs, totdat hij in september 2009 door de Catalaanse voetbalbond gepolst werd voor het bondscoachschap van Catalonië.

Hij besloot gehoor te geven aan het verzoek. Op 2 november werd zijn aanstelling wereldkundig gemaakt. Naast zijn rol als bondscoach van de autonome regio, ging hij ook andere werkzaamheden voor de voetbalbond verrichten om het Catalaanse voetbal verder te ontwikkelen. De Catalaanse nationale ploeg speelt slechts enkele wedstrijden per jaar en is niet aangesloten bij de FIFA of de UEFA, waardoor ze zich niet kan kwalificeren voor een eindtoernooi.

Op 7 november 2012 liet Cruijff in een officiële verklaring weten dat hij tijdens de interland op 2 januari 2013 voor de laatste keer als bondschoach op de bank zou zitten. Tijdens het duel werd met 1-1 gelijk gespeeld tegen Nigeria. Hierdoor handhaafde Catalonië zijn ongeslagen status onder het bewind van Cruijff.

Bestuurlijk 2008-2015

2009 Mislukte terugkeer naar Ajax

In 2008 keerde Cruijff terug naar Ajax. Het erelid schoof op 20 februari plotseling na een jarenlange afwezigheid aan bij de ledenvergadering, waar de uitkomsten van het rapport van de commissie-Coronel werden besproken. Tijdens de vergadering werd een belang- rijke aanbeveling om het bestuursmodel van de Amsterdamse club aan te passen over- genomen. Het bestuur trad terug en Cruijff kreeg vervolgens het verzoek om vorm te geven aan het voetbaltechnische beleid van Ajax.

Cruijff ging zich bezighouden met het kiezen van de beste organisatievorm, maar na twee weken legde hij zijn taken alweer neer. Zijn denkbeelden kwamen niet overeen met die van de nieuwe hoofdtrainer Marco van Basten. De hervormingen gingen hem te ver omdat Cruijff de gehele jeugdopleiding op de schop wilde nemen en daarbij vrijwel iedereen wilde ontslaan om vervolgens met nieuwe gezichten talenten op te gaan leiden.

‘Fluwelen revolutie’ Ajax

Aan het begin van het seizoen 2010/11 bleek al snel dat Ajax de vorm van het voorgaande seizoen niet meer kon vasthouden. Na een afgetekende nederlaag tegen Real Madrid in de Champions League begon Cruijff vanaf 20 september met zijn columns in De Telegraaf stevige kritiek te uiten op het spel en het bestuur van de Amsterdammers. Met de slechte resultaten groeide de kritiek ook onder de supporters, Cruijff kreeg van hen steeds meer steun. In zijn column van 15 november riep hij op tot actie onder de Ajacieden. Doel was om tijdens de algemene ledenvergadering van 14 december de acht vrijkomende plaatsen in de ledenraad te laten innemen door oud-voetballers.

Tot groot ongenoegen van Cruijff bestond deze namelijk enkel uit personen die geen voetbalachtergrond hadden. Oud-Ajacieden gaven massaal gehoor aan de oproep. Onder aanvoering van Keje Molenaar stelden Barry Hulshoff, Aron Winter, Dick Schoenaker, Peter Boeve, Edo Ophof, Co Meijer, Dirk de Groot en Molenaar zelf zich kandidaat. De actie van Cruijff werd in de media al snel bestempeld als de Fluwelen revolutie.

Johan Cruijff zet de ‘Fluwelen revolutie’ met Wim Jonk en Dennis Bergkamp in gang.
foto: VI

Na de algemene ledenvergadering van 14 december werd bekend dat zeven van de acht ex-voetballers die zich beschikbaar hebben gesteld, gekozen werden in de nieuwe ledenraad. Zelf keerde Cruijff ook officieel terug bij Ajax, toen de club op 10 februari 2011 naar buiten bracht dat hij werd toegevoegd aan de klankbordgroep technische zaken. Vanuit die rol presenteerde Cruijff als voorzitter van het adviesorgaan in maart een rapport waarmee hij Ajax terug wilde brengen naar de top. De sleutel tot verandering lag volgens Cruijff in het aanpakken van de jeugdopleiding.

Ajax moest in zijn ogen weer geleid worden door oud-topvoetballers zoals Wim Jonk en Dennis Bergkamp. Om ook verantwoordelijkheid voor zijn plannen te nemen, stelde Cruijff zich kandidaat voor de raad van commissarissen. Na goedkeuring van de ledenraad nam hij op 6 juni zitting.

Eind 2011 kwam Cruijff echter in conflict met zijn medecommissarisen. Zij blokkeerden de benoeming van Tscheu La Ling als nieuwe algemeen directeur van Ajax. Na een lange impasse en nadat Marco van Basten uiteindelijk ook afzag van deze functie, stelden de overige vier commissarissen Louis van Gaal zonder medeweten van Cruijff als algemeen directeur aan. Cruijff bleek het niet eens te zijn met deze benoeming en daarom spande hij een kort geding aan tegen de Ajax NV en zijn vier medecommissarissen. De rechtbank besliste in december 2011 aanvankelijk in het nadeel van Cruijff door de benoeming van Van Gaal goed te keuren, maar schortte de aanstelling toch op om het vertrouwen van de Ajax-aandeelhouders in de raad van commissarissen te peilen.

Tegen dit oordeel gingen de Ajax NV en de vier commissarissen in hoger beroep, maar deze procedure werd in februari 2012 bij het gerechtshof verloren. Cruijff haalde zijn gelijk en naar aanleiding hiervan besloot de voltallige raad van commissarissen op te stappen. Ten Have en Römer stelden op 26 maart 2012 als eersten hun functie ter beschikking en op 13 april 2012 traden ook de overige commissarissen Davids, Olfers en Cruijff af.

Cruijff bleef nadien nog wel betrokken bij Ajax in een rol als adviseur. Eind 2015 kwam het alsnog tot een breuk en trok Cruijff zich bij Ajax terug als adviseur. Als reden gaf hij dat zijn adviezen niet correct werden opgevolgd.

Erelijst en onderscheidingen

In een meer dan dertig jaar durende carrière won Cruijff als speler en als trainer vele prijzen. Zo is hij een van de slechts zes voetballers die als speler én als trainer De Cup met de Grote Oren heeft gewonnen naast Muñoz, Trapattoni, Ancelotti, Rijkaard en Guardiola. Bovendien duikt zijn naam regelmatig op in lijstjes van beste voetballers ooit, waaronder die van de FIFA, UEFA, IFFHS, AFS en tijdschriften als France Football en World Soccer. Ook werd hij opgenomen in diverse wereldelftallen van de twintigste eeuw, die vanaf begin jaren 80 wereldwijd verschenen.

Voor zijn bijzondere verdiensten op sportief en maatschappelijk vlak ontving Cruijff tweemaal een koninklijke onderscheiding. Na de verloren WK-finale werd Cruijff, evenals Michels en Fadrhonc, benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, waarvoor hij de versierselen ontving van premier Den Uyl. Achtentwintig jaar later, op 10 april 2002, werd Cruijff bevorderd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Ook van diverse organisaties zoals de KNVB, UEFA, FIFA, Ajax en het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur ontving hij hoge erkenningen.

In 2004 werd Cruijff genomineerd voor de titel De grootste Nederlander. Daarbij eindigde hij, als enige nog levende Nederlander binnen de top tien, op de zesde plaats. Postuum kende het Spaanse ministerie van van Onderwijs, Cultuur en Sport aan Cruijff de Gouden medaille in de koninklijke orde voor verdiensten in de sport toe.

In het inmiddels gesloopte Oosterenkstadion van FC Zwolle droeg de hoofdtribune de naam ‘Johan Cruijff-tribune’. Deze werd vernoemd naar Cruijff omdat hij in 1984 de laatste officiële wedstrijd uit zijn loopbaan speelde tegen PEC Zwolle. In de jaren 80 sloeg Cruijff samen met de bevriende voorzitter Marten Eibrink zelf de eerste paal.

In 1996 verbond Cruijff zijn naam aan de traditionele openingswedstrijd van het voetbalseizoen tussen de landskampioen en de bekerwinnaar, die voorheen bekendstond als de Supercup. In plaats van een bokaal ontving de winnaar vanaf dat moment de Johan Cruijff Schaal. Daarnaast wordt sinds 2003, tijdens het jaarlijkse VVCS-gala, de Johan Cruijff Prijs uitgereikt aan de meest talentvolle Eredivisiespeler van het seizoen.

Op 19 april 2007 werd, ter gelegenheid van Cruijffs zestigste verjaardag, bekendgemaakt dat Ajax vanaf het seizoen 2007/08 ‘zijn’ rugnummer 14 uit de roulatie zou nemen. Het is een eerbetoon aan Cruijff, die als speler ‘van onschatbare waarde is geweest voor Ajax en de club wereldwijde naam en faam heeft bezorgd’.

In 2010 werd er een planetoïde vernoemd naar Cruijff. Zijn naam werd gegeven aan planetoïde 14282: een kleine planeet met een diameter van zo’n negen kilometer die tussen Mars en Jupiter in een baan om de zon draait.

In oktober 2015 werd bij Cruijff longkanker vastgesteld. Hij overleed aan zijn ziekte op 24 maart 2016 in Hospital Sant Pau in zijn woonplaats Barcelona. Zijn dood kwam voor de buitenwereld nogal onverwacht, maar in kleine kring was bekend dat hij uitzaaiingen had.

Prijzenkast en erelijst:

* Landskampioen: 1966, 1967, 1968, 1970, 1972, 1973, 1982, 1983 (Ajax), 1974 (Barcelona), 1984 (Feijenoord)
* Bekerwinnaar: KNVB Cup: 1967, 1970, 1971, 1972, 1983 (Ajax) Copa del Rey: 1978 (Barcelona), KNVB Cup: 1984 (Feijenoord)
* Europa Cup I: 1971, 1972, 1973 (Ajax)
* Wereldbeker: 1972
* Interlands: 48 doelpunten: 33
* Nationale elftal: WK 1974 (zilver), EK 1976 (brons)
Trainer:
* KNVB Beker: Ajax 1986, 1987
* UEFA Cup: Ajax 1987
* Kampioen: Barcelona 1991, 1992, 1993, 1994
* Spaanse beker (Copa del Rey): 1990
* Spaanse Supercup: 1991, 1992, 1994
* Champions League: Barcelona 1992
* UEFA Cup: Barcelona 1989
* UEFA Super Cup: Barcelona 1992


Johan Cruijff winnaar van de Gouden Bal in 1971
foto: Nationaal Archief Fotocollectie Anefo

Individueel:
* Gouden Bal (Ballon d’Or): 1971, 1973, 1974 derde in 1975
* Nederlands voetballer van het jaar: 1968, 1972, 1984
* Nederlands sportman van het jaar: 1973, 1974
* FIFA World Cup Golden Ball: 1974
* FIFA World Cup All-Star Team: 1974
* Don Balón Award (Spaans voetballer v/h jaar: 1977, 1978
* Noord-Amerikaans voetballer van het jaar: 1979
* FIFA World Cup All-Time Team: 1994
* FIFA World Cup Dream Team: 2002
* World Team of the 20th Century:
* FIFA Top 100
* World Soccer’s Greatest XI of All Time: 2013
* World Soccer’s The Greatest Players of the 20th Century: #3
* France Football’s Player of the Century: #3
* IFFHS European Player of the Century: #1
* IFFHS World Player of the Century: #2
* IFFHS Legends
Manager/Trainer:
* World Soccer Awards Manager of the Year: 1987
* Don Balón (Spaans coach van het jaar): 1991, 1992
* Onze d’Or (Gouden Bal voor trainer van het jaar): 1991, 1992
* European Coach of the Season: 1991–92
* The 10 Greatest Coaches of the UEFA era (1954—2016)

Referenties en bronnen:
Wikipedia, NRC, Ajax.nl, guusvanholland.com