101 voetbaliconen: (22) Alfredo Di Stefano

PASPOORT

Geboren: Buenos Aires, 4 juli 1926
Overleden: Madrid, 7 juli 2014
Nationaliteit: Argentijns, Columbiaans, Spaans
Positie: Aanvaller
Clubs: River Plate, Huracán, Millonarios, Real Madrid, Espanyol
Interlands: Argentinië 6, Columbia: 4, Spanje: 31. Doelpunten: 29
Doelpunten: River Plate: 49, Huracán: 10, Millonarios: 90, Real Madrid: 216, Espanyol: 11
Trainer: Elche, Boca Juniors, Valencia, Sporting CP, Rayo Vallecano, Castellón, River Plate, Real Madrid

Alfredo Di Stefano was één van de beste spitsen ooit. Hij maakte furore in het Zuid Amerikaanse voetbal, waar hij een spelersstaking leidde en de ster werd in een wilde competitie. Hij stond niet alleen bekend om zijn strijdvaardigheid, maar ook om zijn balvaardigheid. Europa lonkte en hij vertrok naar Spanje, waar hij eeuwige roem verwierf als aanvoerder en de drijvende kracht achter het machtige Real Madrid van de jaren vijftig.

Samen met de briljante Hongaar Ferenc Puskas vormde hij één van de beste aanvallende combinaties ooit, die haar hoogtepunt bereikte in de laatste van vijf opeenvolgende Europa Cup toernooien die Real Madrid vanaf 1956 wist te winnen. In een verpletterende 7-3 overwinning op Eintracht Frankfurt scoorde Di Stefano een hattrick, terwijl Puskas een duit in het zakje deed met de ander vier treffers !

Met de ‘Witte Pijl’ in de punt van de aanval domineerde Real Madrid bijna een decennium lang de Spaanse Liga. Toen hij in 1964 na elf jaar het Bernabeu verliet, speelde hij nog één seizoen voor Espanyol, maar net zijn achtendertig jaar bleef het bij incidentele oprispingen van genialiteit.

Als trainer won hij met Valencia in 1971 de titel in de Spaanse Liga, maar hij heeft vooral als speler een blijvende indruk in de voetbalsport achtergelaten.

Hij was de enige speler die voor drie landen heeft gespeeld: Argentinië, Columbia en Spanje. Samen met onder meer George Best heeft hij nooit op een WK-eindtoernooi gespeeld. Hij trok zich terug voor het toernooi van 1962 na een ruzie met de Spaanse trainer Herrera.

Di Stéfano is decennialang topscorer aller tijden van Real Madrid geweest. Ruim veertig jaar nadat hij gestopt was, werd hij pas ingehaald door Raúl. Hij is ook de vierde speler op de topscorerslijst aller tijden van de Spaanse competitie. In het tijdschrift France Football eindigde hij vierde in de verkiezing Voetballer van de Eeuw.

Jeugdjaren

Alfredo Stefano Di Stéfano Laulhé (Buenos Aires, 4 juli 1926 – Madrid, 7 juli 2014) werd geboren in Barracas, een wijk in Buenos Aires, en was de zoon van Alfredo Di Stéfano, een Italiaanse Argentijn van de eerste generatie (zijn vader Michele emigreerde in de 19e eeuw van Nicolosi naar Argentinië) en Eulalia Laulhé Gilmont, een Argentijnse vrouw van Franse en Ierse afkomst met verwanten afkomstig uit Swinford, County Mayo.(Ierland). Zijn ouders dreven even buiten Buenos Aires een boerderij.

Alfredo Di Stéfano
foto: Onbekend via VI

1945-1953: Zuid-Amerikaanse carrière.

Als 17-jarige debuteerde hij bij River Plate. Als jonge aanvaller maakte hij de glorieperiode (eind jaren veertig) mee van de club uit Buenos Aires. La Máquina (de machine), zo werd het elftal genoemd. Daar werd zijn talent alleen niet meteen op waarde geschat. Hij kreeg maar weinig speeltijd en werd zelfs uitgeleend aan stadgenoot Huracán. Bij deze club veroverde hij wel meteen een basisplaats en tijdens zijn debuut scoorde hij binnen een paar minuten, uitgerekend tegen River Plate.

Een jaar later keerde hij terug naar de Argentijnse topclub. En met succes. Di Stéfano werd in zijn eerste jaar meteen topscorer van Argentinië, met 27 treffers in 30 wedstrijden. Di Stéfano werd meteen geselecteerd voor de Copa America 1947. Door blessures van andere spelers speelde hij tijdens dit toernooi veel wedstrijden en maakte hij zes goals. “La saeta rubia” (de blonde pijl) werd Alfredo Di Stéfano genoemd toen hij eind jaren veertig als middenvoor deel uitmaakte van het sterrenelftal van River Plate. Hij speelde nog 3 jaar voor River Plate en scoorde in totaal 49 doelpunten.

Toen in 1998 Di Stéfano samen met Gento in Amsterdam was naar aanleiding van Champions League-finale Real Madrid-Juventus werden enkele journalisten uitgenodigd om in het Amsterdamse restaurant d’Vijff Vlieghen de lunch te gebruiken. Terwijl Di Stéfano de ene sigaret na de andere opstak en het ene glas witte wijn na het andere dronk, werd hem gevraagd wie hij de beste voetballer aller tijden vond. “José Manuel Moreno”’, zei Di Stéfano kort en nam meteen een slok. Moreno bleek de rechtsbinnen van River Plate, die Di Stéfano altijd van de beste passes voorzag.

Di Stéfano was de jonge held van River Plate, de club die hij samen met andere voetballers tijdens een Argentijnse spelersstaking in 1949 voor Millonarios Bogotá verruilde. Bij de Ballet Azul (het blauwe ballet) werd hij opnieuw een held, waar hij in vier seizoenen 90 treffers maakte. Met deze club won hij drie landstitels en werd hij twee keer topscorer.

1953: Transfer naar Real Madrid.

In 1952 bestaat het Spaanse Real Madrid vijftig jaar en organiseert daarom een toernooi waar ook di Stefano met zijn club Millonarios op actief is. De aanvaller blinkt tijdens de wedstrijden dusdanig uit dat zowel Real Madrid als FC Barcelona de speler direct willen vastleggen. De Spaanse rivalen stijden vervolgens maandenlang om de handtekening van Di Stefano. Na veel gedoe waarbij het gerucht gaat dat het Franco-regime niet wilde dat de speler bij FC Barcelona gaat spelen, tekent de aanvaller uiteindelijk bij ‘de Koninklijke’.

De onderhandelingen waren moeilijk, want de koper moest een overeenkomst bereiken met Di Stéfano en twee clubs: Millonarios en het Argentijnse River Plate, dat nog steeds eigenaar van de speler was. In mei 1953 arriveerde Di Stéfano in Barcelona. Het Cata- laanse bestuur had een akkoord met de speler en River Plate, maar aan de financiële eisen van Millonarios wilde de club niet voldoen.

Geruchten deden de ronde dat voorzitter Marti Carreto door het Franco-regime, dat Di Stéfano liever bij Real zag spelen, bedreigd werd. Op dat ogenblik nam de Spaanse voetbalbond een nieuwe wet aan: de aankoop van buitenlandse spelers werd verboden, met uitzondering van Di Stéfano, als de Argentijnse ster de seizoenen 1953-54 en 1955-56 voor Madrid zou uitkomen en de seizoenen 1954-55 en 1956-57 de kleuren van Barça zou verdedigen. Een erg eigenaardig contract dat de voorzitters van beide Spaanse topclubs in september 1953, tot Catalaans ongenoegen, ondertekenden.

De socios wilden de vernedering niet om Di Stéfano in de witte kleuren van Real te zien spelen en onder toenemende druk van de supporters nam voorzitter Carreto ontslag. Het moedeloze interim-bestuur verkocht de rechten op Di Stéfano aan Madrid.

Real Madrid: 1953-1964

Vier dagen nadat Di Stéfano zijn contract had getekend bij Real Madrid scoorde hij een hattrick, uitgerekend tegen Barcelona. Iedere voetballende jongen droomde er vroeger van in het elegaal witte tenue van Real Madrid te kunnen spelen. Naast Francisco Gento, de Hongaar Ferenc Puskas, de Fransman Raymond Kopa, de Argentijn Hector Rial, de Uruguayaan José Santamaria maar vooral naast Di Stéfano, de razendsnelle, getructe en strategisch geslepen aanvaller. Di Stéfano werd tweemaal (1957 en ’59) uitgeroepen tot de beste voetballer van Europa waarvoor hij in aanmerking kwam, omdat hij de Spaanse nationaliteit had aangenomen.

Heel weinig mensen hadden in die tijd al (zwartwit)televisie. Voetbal werd spaarzaam uitgezonden. Maar wanneer een film of samenvattend verslag van Real werd vertoond, werd duidelijk dat in het ‘koninklijke’ wit droomvoetbal werd gespeeld. Betere voetballers bestonden er niet in Europa – alleen in Brazilië waar Didi, Garrincha, Vava en vooral Pelé klaar stonden om de wereld te veroveren.

Tijdens zijn eerste seizoen bij Real Madrid werd Di Stéfano meteen landskampioen en topscorer van Spanje. In totaal speelde hij elf seizoenen in Madrid, waarin hij acht landstitels won. Vijf keer was hij nationaal topscorer en hij won de eerste vijf Europacups op rij, waarbij hij in elke finale scoorde.

De meest memorabele wedstrijden met Di Stéfano waren de Europa Cup-finale van 1960 (Real won met 7-3 van Eintracht Frankfurt: vier doelpunten van Puskas, drie van een weergaloze Di Stéfano). In het Hampden Park van Glasgow waren 127.000(!) toeschouw- ers getuige van deze demonstratie. Deze finale wordt door de kenners bestempeld als één van de beste wedstrijden ooit.


Di Stéfano scoort de 1e goal in de ECI finale van 1960 tegen Eintracht Frankfurt
foto: AP Photo

En ten slotte de memorabele finale van 1962 (Real verloor met 5-3 van het Benfica van Eusebio ondanks drie doelpunten van Puskas, maar de 36-jarige Di Stéfano was voorgoed verslagen).

Alfredo di Stéfano is de enige voetballer die zes keer de Europa Cup 1 won en vertaald naar hedendaags jargon was de midvoor (later spelverdeler) de eerste ‘totaalvoetballer’ Di Stéfano was bij Real Madrid een integraal onderdeel van een van de meest succesvolle teams aller tijden. Hij scoorde 216 competitiedoelpunten in 282 wedstrijden (een clubrecord, sindsdien overtroffen door Raúl en Cristiano Ronaldo). Hij is ook de vierde speler op de topscorerslijst aller tijden van de Spaanse competitie.

Di Stéfano vormde legendarisch trio met Ferenc Puskás en Paco Gento. Vooral dankzij dit trio kon Bernabéu in Madrid een nieuw stadion bouwen, een stadion met een capaciteit van 100.000 toeschouwers waarin ‘de Koninklijke’ nog altijd speelt. Di Stefano was ook lang topscorer in de Europacup met 49 doelpunten in 58 wedstrijden. Dit record is inmiddels door zes spelers verbroken o.a. door de Real Madrid spelers Cristiano Ronaldo in 2014 en Karim Benzema in 2016.

Ontvoering in Caracas in de nacht van 24 augustus 1963

De Venezolaanse revolutionaire groep voor nationale bevrijding (FALN), ontvoerde Alfredo Di Stéfano door hem te bedreigen met vuurwapens in het Potomac Hotel in Caracas terwijl Real Madrid bezig was met een toernee door Zuid-Amerika. De ontvoering ging gepaard onder de codenaam “Julián Grimau”, (na de Spaanse communistische Julián Grimau García, geëxecuteerd door een vuurpeloton in Spanje in April 1963 tijdens Francisco Franco’s dictatuur.) Di Stefano werd twee dagen later ongedeerd vrijgelaten dicht bij de Spaanse ambassade en zonder dat het verlangde losgeld werd betaald, Di Stefano benadrukte dat zijn ontvoerders hem niet had mishandeld. De dag na zijn vrijlating speelde Di Stefano tegen São Paulo FC en kreeg een staande ovatie.

In 2005 werd een Spaanse film getiteld Real, La Película (Real, The Movie) uitgebracht , die de gebeurtenissen van de ontvoering vertelde. In een bizarre publiciteitsstunt werd op de première, ontvoerder Paul del Rio, nu een beroemde kunstenaar, en Di Stefano voor de eerste keer samengebracht sinds de ontvoering, 41 jaar daarvoor.

Alfredo Di Stéfano in 1961 met de vijf gewonnen Europacup I
foto: Don Balon/Press Association

Interlandcarrière

Di Stéfano had een opmerkelijke internationale carrière. Hij speelde niet alleen voor Argentinië (6 interlands) en Spanje (31 interlands), maar kwam ook nog vier keer uit voor Colombia, al waren dat geen officiële wedstrijden. Ondanks het feit dat hij voor deze drie landen speelde, heeft hij nooit een wereldkampioenschap gespeeld. Voor het WK 1958 wist Spanje zich niet te plaatsen.

In 1962 plaatste het land zich wel, maar Di Stéfano speelde tijdens het toernooi geen wedstrijden door een blessure. Di Stéfani was boos was dat hij in 1962 tijdens het WK in Chili werd gepasseerd door de Spaanse bondscoach. “Ik had iets aan mijn enkel, of zo.” zei hij in 1998. Met Argentinië won hij wel de Copa America van 1947.

Einde Carrière

In 1964 verruilde Di Stéfano Real Madrid voor Espanyol. Daar speelde hij nog 2 jaar, maar de magie was weg. Di Stéfano scoorde er ‘slechts’ 11 keer. Hij stopte in 1966 op 40-jarige leeftijd met voetballen.

Zijn afscheidswedstrijd als voetballer kreeg hij in 1966. Di Stéfano was 40 jaar, hij had last van een versleten rug. De wedstrijd werd gespeeld in het oude Chamartin-stadion van Madrid. Hij verliet na afloop in tranen het veld. Hij was vijf keer topscorer van Spanje, scoorde voor Real in 282 wedstrijden 216 keer. In zijn hele profloopbaan maakte Di Stéfano 376 doelpunten. In 1991 kozen Europese voetbaljournalisten op verzoek van France Football hun beste Europese speler aller tijden. Di Stéfano werd royaal winnaar vóór Cruijff, Beckenbauer en Platini.

Zijn zeldzame voetbaltalent valt nauwelijks te beschrijven. Buiten het huis van de erevoorzitter in Madrid staat een monument. Niet van hem als voetballer, maar van een bal. Want zo zei Di Stéfano “Niet de voetballer maar de bal moet worden geëerd.”’

Di Stéfano als trainer

Na zijn carrière als speler was Di Stéfano ook een tijdje actief als trainer van een hele rits clubs zoals Valencia, Boca Juniors, River Plate en Real Madrid. Hij won een Spaanse titel, een Spaanse Supercup, een Europacup II en twee keer de Argentijnse titel, maar was als trainer niet zo succesvol als dat hij als speler was.

Di Stéfano 1926-2014

Di Stéfano bleef tot zijn dood in Spanje wonen. Hij werd op 5 november 2000 benoemd tot erevoorzitter van Real Madrid. In 2005 kreeg Di Stéfano zijn eerste hartaanval. Hij onder- ging enkele operaties, en bleef mede door een pacemaker goed functioneren. In 2013 verloofde hij zich met de 36-jarige Gina Gonzalez, ondanks fel verweer van zijn kinderen die hem ontoerekeningsvatbaar wilden verklaren. Gonzalez hielp hem bij het schrijven van zijn autobiografie.

De rest van zijn leven bleef hij een icoon van de Koninklijke. In 2014 tijdens een wandeling in de straten rond het San Bernabéustadion van Real Madrid werd Alfrédo Di Stéfano getroffen door een hartaanval. Het was een paar dagen nadat hij 88 jaar was geworden. Real comminiceerde via haar website: “De grootste speler uit de historie van Real Madrid is van ons heengegaan”

In 2016 kreeg Alfredo Di Stefano een straat naar zich vernoemd in Madrid. De ‘Calle Di Stefano’ in de wijk Hortaleza, dicht bij het trainingscomplex van Real Madrid. Ook is een stadion op het trainingscomplex van de club naar hem vernoemd.

Minuut stilte in São Paulo voor Di Stéfano
foto: Reuters

Prijzenkast en erelijst:

* Landskampioen: 1945, 1947 (River Plate), 1949, 1951, 1952 (Millonarios), 1954, 1955, 1957, 1958, 1961, 1962, 1963, 1964 (Real Madrid)
* Copa Colombia (Colombiaanse beker): 1953
* Copa del Rey (Spaanse beker): 1962
* European Cup I: 1956, 1957, 1958, 1959, 1960
* Intercontinental Cup (wereldcup): 1960
* Nationale elftal Argentinië: Copa América 1947
Coach:
* Boca Juniors: Landskampioen 1969 en Copa Argentina 1969
* Valencia: Spaans kampioen 1971, kampioen tweede divisie 1987, Europacup II 1980
* Real Madrid: Spaanse Supercup 1990
Individueel:
* Topscorer: Argentijnse competitie 1947, Colombiaanse competitie 1951, 1952
* Ballon d’Or (gouden Bal): 1957, 1959
* Super Ballon d’Or, France Football: 1989
* Topscorer Europa Cup: 1958, 1962
* Spaans voetballer (atleet) van het jaar: 1957, 1959, 1960, 1964
* FIFA Order of Merit (bijzondere verdienste): 1994
* World Soccer World XI: 1960, 1961, 1962, 1963, 1964
* World Team of the 20th Century: 1998
* FIFA 100: 2004
* Golden Foot (bijzondere verdienste): 2004, als voetballegende
* UEFA President’s Award (bijzondere verdienste): 2007
* World Soccer Greatest XI of all time: 2013
* IFFHS Legends
Records:
* Scoorde in de meeste Europacup I finales: 5
* Scoorde in de meeste opeenvolgende Europa Cup-finales: 5
* Meeste gescoorde doelpunten in Europacup finales: 7 (gedeeld met Ferenc Puskás)
* Enige speler die de onderscheiding Super Ballon d’Or heeft ontvangen

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Het Voetbal Boek, NRC Handelsblad, AD, Volkskrant, guusvanholland.com, bestevoetballers.nl, kentudezenog.nl, scoremagazine.wordpress.com