101 voetbaliconen: (23) Dragan Dzajic

PASPOORT

Geboren: Ub, (Joegoelsavië) 30 mei 1946
Overleden:
Nationaliteit: Joegoeslaaf (Serviër)
Positie: Linksbuiten
Clubs: Rode Ster Belgrado (1963-1975), SC Bastia (1975-1977), Rode Ster Belgrado (1977-1978)
Interlands: 85 Doelpunten: 23
Doelpunten: Rode Ster Belgrado: 108, SC Bastia: 31, Rode Ster Belgrado: 5
Trainer:

Omdat Dragan Džajic voornamelijk in het voormalig Joegoslavië gevoetbald heeft, is hij internationaal niet zo bekend bij het grote voetbalpubliek. Met 144 doelpunten in 361 wedstrijden kunnen we echter spreken van een geweldige carrière. Dragan Džajic kon toveren met een bal. De linkerflank was zijn domein en de plek waar hij het beste tot zijn recht kwam. Džajic kon dribbelen, hij kon goed passen en met beide benen kon hij een goede voorzet geven. Samen met Cruijff was Džajic een van de eerste vleugelspelers die vanaf de flank naar binnen sneden om op die manier gevaarlijk te worden. Als Džajic echter buitenom moest, dan maakte hem dat niets uit.

Het jaar 1968 was een bijzonder succesvol jaar voor de man uit Ub. Naast nationale successen met Rode Ster Belgrado reikte Joegoslavië aan de hand van de kleine dribbelaar op het Europees kampioenschap van datzelfde jaar tot grote hoogte. Voetbalminnend Europa had de kleine tovenaar graag bij een mooie Europese club gezien. Waarom dit er nooit van gekomen is, is nog steeds een vraag. Door zijn toewijding aan Rode Ster kon hij aldaar echter uitgroeien tot een publiekslieveling en bovenal, een legende.

De grootsheid van een voetballer wordt vaak gekenmerkt door wat collega’s over hem te zeggen hebben. Woorden die nog meer lading krijgen als deze uit de mond van andere legendes komen. Na aanleiding van de finale van het EK in 1968 wist Pelé genoeg. Hij sprak de magische woorden: “Džajic is het mirakel van de Balkan, een echte tovenaar. Ik vind het jammer dat hij geen Braziliaan is want ik heb nog nooit zo’n natuurlijk goede voetballer gezien. Snelheid, techniek, intelligentie; Džajic had het allemaal.”

Hij werd in 2003 verkozen tot de beste Servische voetballer van de afgelopen vijftig jaar.

Dragan Džajic
foto: Onbekend

Jeugd

Džajic begon op vijftienjarige leeftijd met voetballen bij Rode Ster Belgrado, nadat hij was gescout op een jeugdtoernooi in Valjevo. Na een half jaar bij de jeugd te hebben gespeeld maakte hij op 6 mei 1963 zijn debuut in het eerste elftal. Trainer Michel Pavic besloot de zestienjarige Džajic een kans te geven tegen Buducnost Titograd.

Rode Ster Belgrado: 1963-1975

In het volgende seizoen 1963/64 werd hij voor de eerste maal landskampioen. Daarna ontwikkelde de vleugelspits zich tot de leider van een zeer succesvolle generatie die drie maal op rij de landstitel vierde (1968, 1969, 1970). In 1971 bereikte Rode Ster Belgrado bijna de finale van de Europacup I.

In de halve finale tegen Panathinaikos wonnen de Joegoslaven met 4-1 in eigen huis, maar gingen ze uiteindelijk met 3-0 onderuit in Athene waardoor de finale werd misgelopen. Tijdens de halve eindstrijd had de club niet kunnen rekenen op de aanwezigheid van Džajic, omdat die een schorsing had opgelopen in de kwartfinale tegen FC Carl Zeiss Jena.

Met zijn snelheid, uitstekende dribbels en goede voorzetten bediende hij jarenlang de spitsen van Rode Ster Belgrado: Vojin Lazarevic, Zoran Filipovic en tot slot Dušan Savic. Džajic werd op dat moment gerekend tot een van de beste vleugelspelers van de wereld. Hij maakte tweemaal zijn opwachting in het Wereldelftal (Rio de Janeiro 1968 en Parijs 1969) en viermaal in het Europese elftal (Lissabon 1970, Moskou 1972, Hamburg en Bazel in 1973).

Flórián Albert na een wedstrijd met het Wereldelftal: “Amancio, Overath, Beckenbauer, Marzolini en ikzelf speelden allemaal goed, maar we zijn het Braziliaanse publiek nog iets verschuldigd. De enige van ons die de Brazilianen echt verpletterde was Dragan Džajic. De rest van het elftal stond slechts in zijn schaduw”.

Een bijzondere wedstrijd speelde Dragan Džajic op 1 mei 1972. Op die dag speelde Uwe Seeler, de legendarische Duitse spits, zijn afscheidswedstrijd. Zijn team Hamburger SV speelde tegen een Internationaal sterrenelftal. Bekende namen zoals Geoff Hurst, Ferenc Bene, Franz Beckenbauer, George Best, Bobby Charlton en Eusébio gaven kleur aan deze wedstrijd die in het teken stond van Seeler. Džajic speelde ook mee in deze wedstrijd en tussen al deze internationale sterren, was het uiteindelijk Džajic die het meest van zich liet spreken. Als een van de weinigen wist Džajic door de defensie van Hamburg heen te dartelen.

Legende Dragan Džajic in actie voor Rode Ster Belgrado
foto: Onbekend

Džajic werd nog eenmaal kampioen in 1973 voordat hij naar het buitenland zou vertrekken. Lange tijd had hij in de belangstelling gestaan van Real Madrid, maar daar wilde de spits niet heen. Hij scoorde er namelijk lustig op los en had het naar zijn zin in Belgrado en behaalde de ene na de andere prijs. Dit ondanks een linkerbeenbreuk dat hem drie maanden aan de kant had gehouden. Na het ongekende aantal van maar liefst 280 wedstrijden en 108 doelpunten. was het de Franse club SEC Bastia, die de vleugelspeler in 1975 contracteerde.

SEC Bastia: 1975-1977

Na enkele seizoenen in de middenmoot te hebben gespeeld, werd de club in 1977 onder leiding van Džajic derde. Mede door zijn 21 doelpunten plaatste de club zich hiermee voor de UEFA Cup. Met 31 goals in 56 wedstrijden liet hij zien dat hij buiten Joegoslavië ook in staat was tot uitzonderlijke prestaties. De Joegoslaaf hield het na de triomf echter voor gezien en keerde terug naar Rode Ster Belgrado. Niemand minder dan onze eigen Johnny Rep volgde de magiër uit de Balkan op.

Bij Rode Ster Belgrado speelde hij nog één seizoen, waarna hij zijn voetbalcarrière op 28 juni 1978 op 32-jarige leeftijd beëindigde.

Džajic speelde voor Rode Ster Belgrado in twee periodes maar liefst 305 wedstrijden waarin hij 113 goals wist te maken. Het leverde hem een mooie waslijst aan titels op: winnaar van de Prva Liga: 1963/64, 1967/68, 1968/69, 1969/70, 1972/73, de Marshall Tito Beker: 1963/64, 1967/68, 1969/70, 1970/71 en persoonlijk werd hij topscorer van het EK in 1968, stond hij in het EK-team van het toernooi in 1968 en 1976, was hij ‘Golden Player’ in 2003 en is hij recordinternational van Joegoslavië.

Interlanational van Joegoeslavië 1964-1979

Op 17 juni 1964 maakte de slechts achttienjarige Džajic zijn debuut voor het Joegosla- vische elftal tegen Roemenië. Uiteindelijk zou hij 85 wedstrijden spelen voor Joegoslavië, waarmee hij recordinternational werd. Zijn meest beroemde wedstrijd was die tegen Engeland, in de halve finale van het EK 1968. Na eerst zijn directe tegenstander Ray Wilson te hebben omspeeld, legde hij Bobby Charlton in de luren om tot slot de bal met een lobje over keeper Gordon Banks te wippen.

Daarmee werd de regerend wereldkampioen met 1-0 verslagen en bereikte Joegoslavië de finale. Džajic wist daar vervolgens ook in te scoren, maar dit bleek niet genoeg te zijn. Omdat Italië in de finale een zetje in de rug kreeg van de scheidsrechter, wist zij met 2-0 van de Joegoslaven te winnen (nadat de eerste wedstrijd in 1-1 geëindigd was).

Ondanks de kanttekening dat dit EK maar uit vier landen bestond, kunnen we toch stellen dat Džajic het toernooi van zijn leven gespeeld had. Hij werd dan ook verkozen tot speler van het toernooi, hij werd opgenomen in het team van het toernooi en met twee doel- punten werd hij ook nog topscorer van het toernooi.

Džajic werd na de halve finale in de Britse pers omschreven als ‘Magic Dragan’ en datzelfde jaar werd Džajic derde in de verkiezing om de Ballon d’Or. De Duitse aanvoerder Beckenbauer vond dat de Joegoslaaf dat jaar de Gouden Bal had moeten winnen (in plaats van George Best).

Pelé na het optreden van Džajic tegen Engeland in de halve finale van het EK 1968: “Hij is de meest natuurlijke voetballer die ik ooit heb gezien”

1976: Dragan Dzajic als Joegoeslavisch international tegen Berti Vogts van West-Duitsland
foto: Icon Sport/Icon Sport via Getty Images

Op de Braziliaanse Onafhankelijkheidsbeker, ook wel het mini-wk, in 1972 scoorde hij vier keer, Joegoslavië werd er derde Džajic kwam daarna nog in actie op het WK 1974 en het EK 1976. Hij beëindigde uiteindelijk zijn interlandcarrière op 16 september 1979 na een vriendschappelijk duel tegen Argentinië.

In 2003 werd Dragan Džajic door de Voetbalbond van Servië en Montenegro verkozen tot de beste voetballer van de afgelopen vijftig jaar. Džajic eindigde met 56 punten voor Dragan Stojkovic (26 punten) en Dejan Savicevic (23 punten).

Carrière na het voetbal

Onmiddellijk na zijn actieve carrière ging Džajic in 1979 aan de slag als technisch directeur bij Rode Ster Belgrado. Dit bleef hij tot 1998 waarna hij clubvoorzitter werd. Samen met Borislav Cvetkovic lag hij aan de bakermat van het sportieve succes dat de club begin jaren 90 kende.

Met een verzameling van de grootste talenten van Joegoslavië won de club in 1991 de Europacup I en de Wereldbeker. In mei 2005 moest Džajic als clubvoorzitter echter opstappen. Later werd hij aangesteld als vicevoorzitter van de Servische voetbalbond.

Fraudebeschuldiging

Dzajic, ook wel liefkozend ‘Firi’ genoemd, zou met twee andere bestuursleden tussen juli 2001 en maart 2002 geld hebben verduisterd van de transfer van Goran Drulic naar het Spaanse Real Zaragoza. Er werd toentertijd 26 miljoen Duitse Mark voor de voetballer betaald, maar op de papieren kwam een bedrag van achttien miljoen te staan. Hij werd echter vrijgesproken omdat het om valse beschuldigingen bleek te gaan.

Prijzenkast en erelijst:

* Landskampioen Joegoeslavië: 1964, 1968, 1969, 1970, 1973
* Beker Joegoeslavië: 1964, 1968, 1970, 1971
* International: EK 1968 (zilver)
Individueel:
* EK 1968: topscorer
* UEFA Europees elftal: EK 1968 en EK 1976
* Ballon d’Or (Gouden Bal): #3 1968
* Golden Badge (Beste atleet Joegoeslavië): 1969
* World Soccer World XI: 1969
* FIFA XI: 1968
* UEFA Golden Player (Joegoeslavië/Servië, beste voetballer 1954-2003) : 2004
* Nationale elftal: 85 Doelpunten: 23

* In november 2003, ter viering van het Jubileum van de UEFA, werd hij door de voetbalbond van Servië en Montenegro uitgeroepen tot de gouden speler van Servië en Montenegro als hun meest opmerkelijke speler van de afgelopen 50 jaar.

* In 2016 organiseerde de UEFA een stemming voor het selecteren van de beste EURO-spelers aller tijden, uit een lijst van 50. Dragan Dzajc was één van de genomineerden.

Referenties en bronnen:
Wikipedia, wijzijnvoetbal.nl,kentudezenog.nl