101 voetbaliconen: (24) Eusebio

PASPOORT

Geboren: Lourenço Marques (Mozambique), 25 januari 1942
Overleden: Lissabon, 5 januari 2014
Nationaliteit: Portugees
Positie: Aanvaller
Clubs: Sporting de Lourenço Marques, Benfica, Boston Minutemen, Monterrey, Toronto Metros, Beira-Mar, Las Vegas Quicksilvers, União de Tomar, New Jersey Americans
Interlands: 64 Doelpunten: 41
Doelpunten: Sporting de Lourenço Marques: 77, Benfica: 317, Boston Minutemen: 2, Monterrey: 1, Toronto Metros: 16, Beira-Mar: 3, Las Vegas Quicksilvers: 2, União de Tomar: 3, New Jersey Americans: 2
Trainer:

De in Mozambique geboren Eusébio da Silva Ferreira was de eerste grote Afrikaanse speler en bleef de belangrijkste voetbalambassadeur van dat continent. Dankzij zijn passeersnelheid, dribbels en verwoestende schot heeft hij zo’n indrukwekkend doel- puntenrecord gevestigd dat hij zelfs de vergelijking met Pelé kan doorstaan. Hij was de eerste Afrikaanse voetballer die écht een topper werd in Europa. Hij kreeg bijnamen als ‘de zwarte parel’ of ‘de zwarte panter’, maar zijn ziel bleef Mozambikaans. Eusébio: lange benen, soepele spieren, droevige blik.

Bij Benfica, waar hij het grootste gedeelte van zijn carrière speelde, maakte hij een ongeëvenaarde 317 doelpunten in 301 wedstrijden. Hij speelde voor Benfica vier Europa Cup finales, waarvan hij er helaas slechts één wist te winnen. Benfica had Eusébio overigens onbeschaamd voor de neus van Sporting Lissabon weggekaapt, waar hij zijn carrière was begonnen bij een satelietclub van Sporting.

Het Engelse publiek had een zwak voor Eusébio. De warme band was ontstaan tijdens het WK van 1966, waar Noord-Korea in de kwartfinale op een 3-0 voorsprong was gekomen, maar Eusébio zijn ploeg met vier doelpunten terug in de wedstrijd bracht, die Portugal uiteindelijk met 5-3 wist te winnen. In de halve finale tegen Engeland vocht hij een fascinerend duel uit met Nobby Stiles en toonde hij zich een sportief verliezer.

Zijn tranen na afloop van die confrontatie op Wembley welden twee jaar later opnieuw op, toen Benfica de Europa Cup finale tegen het Manchester United van Matt Busby verloor, eveneens op Wembley. In deze wedstrijd had de ‘Zwarte Panter’ een unieke mogelijkheid om zijn elftal in de slotminuten op voorsprong te brengen, maar hij schoot recht in de handen van Alex Stepney. Ondanks zijn teleurstelling gaf Eusébio Stepney een hand en felicteerde hem met zijn redding.

Na een carrière in de NASL stopte Eusébio met voetbal na een ernstige knieblessure, hij was toen pas 32 jaar oud. Een standbeeld bij Benfica’s Estadio de Luz is een passend eerbetoon aan de grootse voetballer van de club en van Portugal.

Na zijn dood kondigde de Portugese regering drie dagen van nationale rouw af. Hij werd anderhalf jaar na zijn overlijden, naar zijn laatste rustplaats gebracht. Hij is als eerste sportman overgebracht naar het Nationaal Pantheon in Lissabon, waar diverse promi- nenten begraven liggen.

Eusébio da Silva Ferreira
foto: Kent Gavin/Getty Images

Jeugdjaren

Eusébio da Silva Ferreira groeide op in Lourenço Marques, zoals Maputo, de hoofdstad van Mozambique, toen heette. Als kind werd hij Ninguém genoemd, “niemand”. Zijn moeder was een arme weduwe. Hij had gezien zijn afkomst schoenpoetser of pinda- verkoper of kruimeldief kunnen worden, maar hij had goede longen en werd parelduiker. In de diepte van het azuur scherpte hij zijn fysieke vermogens nog aan.

Voetbal stond bij hem in het teken van hartstocht. “Als de hartstocht geboren wordt, moet het avondeten wachten”, zei hij in zijn biografie “Mijn naam is Eusébio”. Als hij voetbalde, met de bal aan zijn voeten over het veld raasde, was hij gelukkig en dacht hij aan niets anders dan plezier. Angst kende hij niet. Zoals hij dat op blote voeten had geleerd in de sloppenwijk van Lourenco Marques, de hoofdstad van Mozambique. Spelend met een bal van lompen.

In 1932 werd António de Oliveira Salazar eerste minister en feitelijk staatshoofd van Portugal. Salazar regeerde bijna veertig jaar als een dictator over Portugal. Terwijl hij dicht bij huis de koers van nationalisme en katholiek corporatisme voer, trachtte hij de Afrikaanse en Aziatische ‘provincies’ (Angola, Mozambique, Goa in India) met geweld onder de knoet te houden. De ellende die Eusébio in zijn jeugd kende, werd mede veroorzaakt door de plunderingen van de Portugese kolonialen die de grondstoffen stalen en de plaatselijke bevolking uitbuitten.

Eusébio ontdekt door Nederlands Parochianen

Zijn ontdekker was een pater uit Tegelen. Die kende het jonge talent van jongs af aan en ontkracht in 1962 maar meteen dat Eusebio een schelpenvisser was. Pater Beurskens is de naam. Het artikel komt uit de Telegraaf in 1962. Net na de winst van Benfica op Real Madrid. Pater Beurskens was erbij als toeschouwer met buitengewone aandacht voor Eusebio, zijn pupil.

“Eusebio is bij mij op de lagere school gekomen. Men zal van mij niet horen dat ik hem voetballen heb geleerd, want een natuurtalent behoef je wat dat aangaat niets te leren. Bijschaven, opvoeden, dat kan je natuurlijk wel, en dat is in het schoolelftal ons gebeurd” aldus Beurskens.

“Ik zag het onmiddellijk: een ongelooflijk atleet, die schieten kon als de beste. In de schoolploeg, die achter de pastorie op een stuk zandgrond speelde, haalde je hem tussen al die donkere jongetjes zo eruit. ledereen die hem bekeek stond toen al verbaasd over de verbazingwekkende aanleg die het joch toonde”.

Eusébio, maar ook doelman Alberto da Costa Pereira en linksbinnen Mario Coluna van Benfica zijn vroegere parochianen van hem. Genoeg reden om naar Amsterdam af te reizen om de Europa Cup finale te aanschouwen. Beurskens reisde via Lissabon naar Amsterdam. Hij zat zowaar in hetzelfde vliegtuig als Benfica. “Geweldig vonden ze dat toen ze mij terugzagen. En ik vond het ook prachtig”, aldus pater Beurskens. Die had overigens nog een speciale boodschap voor Eusebio. Net voor zijn vertrek uit Mozambique was hij nog even bij Eusebio’s moeder was langs gegaan. Zodoende kon Eusebio uit de mond van zijn oude schoolmeester vernemen dat het thuis allemaal nog naar wens ging en dat hem veel succes werd gewenst!

De Telegraaf heeft in 1962 nog een prangende vraag voor de pater: “Is het waar dat Euseblo schelpenvisser is geweest, zoals overal gezegd en geschreven is?” “Toen hij bij mij van school ging heeft hij net zoals iedereen dat doet op Mozambique een baantje gezocht”. “Wat het was weet ik niet meer precies, maar met schelpen ophalen had het in ieder geval weinig te maken. Misschien dat hij wel eens heeft gevist. Ik heb vroeger ook met een hengel aan de Maas gezeten. Maar daarom ben ik nog geen visser”.

De parelroof; Eusébio naar Portugal

Omdat Eusébio bij Sporting speelde, een satellietclub van Sporting Clube de Portugal uit Lissabon, moesten die van Benfica omzichtig te werk gaan om de zwarte parel in te lijven. Trainer Béla Guttmann reisde stiekem naar Lourenço Marques, zoals de hoofdstad van Mozambique toen heette, en sprak er met de moeder en de broer van Eusébio. “Benfica bood omgerekend zowat duizend euro voor drie jaar”, vertelde Eusébio daar later over. “Mijn broer vroeg het dubbele en Guttmann ging akkoord. Moeder tekende een contract waarin zij als zaakwaarnemer werd aangesteld en kreeg het geld overhandigd. ” Ze beloofde het geld terug te geven als hij niet voldeed.

Vervolgens kreeg Eusébio een vliegtuigticket toegestopt op de (valse) naam van António Ferreira, zodat zijn reis geheim zou blijven en Sporting de ‘ontvoering’ van hun zwarte parel niet zou kunnen beletten. Bijna liep het plannetje mis. Voor zijn vertrek ging Eusébio nog afscheid nemen van zijn ploegmaats en die verwittigden de clubleiding. Op het nippertje kon hij toch naar Lissabon afreizen, waar de zaak meteen een groot schandaal veroorzaakte.

Het eerste wat Eusébio ziet van Lissabon zijn de binnenmuren van zijn verblijfplaats. Zijn kerker, zou je bijna durven zeggen, want bij aankomst in Europa in december wordt de zwarte parel zoveel mogelijk afgeschermd van de enorme heisa die rond zijn ‘kidnapping’ is ontstaan. Eusébio behoorde eigenlijk toe aan die andere club uit Lissabon: Sporting, de moederclub van zijn Mozambikaanse vereniging Sporting de Lourenço Marques. Omdat hij daar niet meteen een profcontract kreeg aangeboden was Benfica er als de kippen bij om het grote talent zelf in te lijven.

Uiteraard lokt dat groot protest uit bij Sporting. In Lissabon ben je voor Benfica of voor Sporting. Meestal al bij de geboorte. De stad is verdeeld in rood-wit en groen-zwart. Er wordt verteld dat de meisjes van lichte zeden vroeger hun klanten lokten door in de deuropening te gaan staan met alleen maar een shirt van Benfica of Sporting aan.

“Nee, we sluiten je niet op,” zeiden de dirigenten van Benfica tegen de achttienjarige voetballer, “maar blijf zoveel mogelijk binnen en als je toch naar buiten wilt, geven we je wel bodyguards mee. Het zal maar een paar dagen duren.”

De paar dagen duren een halfjaar. Eusébio wordt zelfs enkele weken weggebracht uit Lissabon en in een hotel in Lagos in de Algarve ondergebracht. Hij overweegt om terug te keren naar Mozambique, maar zijn moeder overtuigt hem te blijven. Pas in de late lente van 1961, wanneer het juridische steekspel voorbij is en de mediaoorlog uitgewoed, kan de zwarte parel zijn debuut maken.

Eusébio als de rijzende ster van Benfica
foto: Onbekend

Benfica 1961-1975; de doorbraak

Eusébio was dé voetballer die het Portugese clubvoetbal in de jaren zestig op de Europese voetbalkaart zette. Met de razendsnelle, technische begaafde en uiterst schotvaardige ras-atleet in de spits groeide Benfica in de jaren zestig uit tot een van de grootmachten in het Europese voetbal. Niet alleen werden De Adelaren in dat decennium zeven keer lands- kampioen, ze stonden ook vijf keer in een Europa Cup I-finale.

Eusébio werd op 25 mei 1961 in het immense Estadio da Luz (stadion van het licht) in Lissabon aan het publiek voorgesteld in een oefenpartijtje tegen tweedeklasser Atletico. Hij toonde meteen zijn talenten: met panterachtige versnellingen raasde hij door de verdediging van Atletico, hij scoorde drie keer.

Een week later, op 31 mei 1961, speelde Benfica de finale van Europa Cup I tegen Barcelona, maar Eusébio was niet speelgerechtigd en moest in het Wankdorfstadion van Bern vanaf de tribune toekijken. Die finale is speciaal, want het is de eerste zonder Real Madrid, dat op dat ogenblik al vijf keer de beker met de grote oren gewonnen heeft. De Madrilenen zijn voor de allereerste keer voortijdig uitgeschakeld en dat gebeurde in de achtste finale uitgerekend door FC Barcelona. De woede van Franco was de triomf van Catalonië. Natuurlijk wou Barça de coup op Real en het franquistische regime nog extra luister bijzetten door de cup te winnen, maar daarvoor moest het in de finale voorbij Benfica. De Catalanen lijken zeker van de zege na de vroege goal van Sándor Kocsis, maar hun hoogmoed komt voor de val. Benfica slaat nog voor de pauze terug en wint uiteindelijk de wedstrijd met 3-2.

Een dag later, op 1 juni, moet Benfica al opnieuw aan de bak, want de Portugese bond heeft geweigerd om de geplande wedstrijd om de Beker van Portugal tegen Vitória Setúbal te verplaatsen – om maar aan te geven welk gering belang de nationalistische overheid van Portugal aan Europa en de Europacup hechtte. Benfica stelt noodgedwongen zijn B-elftal op, maar mét Eusébio, die op die eerste juni van 1961 eindelijk zijn officiële debuut mag maken. Hij scoort ook, maar dat kan de nederlaag (1-4) niet verhinderen.

Atletico en Vitória zijn aardige ploegen, maar niet van dien aard om Eusébio op het wereldtoneel te plaatsen. Dat gebeurt enkele weken later, wanneer Benfica uitgenodigd wordt op het prestigieuze toernooi van Parijs en daar een galawedstrijd mag spelen tegen het Santos van Pelé. Santos is dan één van de sterkste ploegen van wereld en zou in 1962 en 1963 de Copa Libertadores en de Wereldbeker winnen.

Pelé en zijn maats zetten kersvers Europees kampioen Benfica eventjes flink met beide benen op de grond: 4-0 halverwege. Twintig minuten voor tijd en bij een stand van 5-0 krijgt Eusébio zijn kans. “Ik vond Santos eigenlijk een vrij trage ploeg”, vertelt hij. “Ik dacht: als ik hen de bal kan afnemen en op snelheid kan dribbelen, dan kan ik zeker scoren.” Dat lukt ook. Met enkele staalharde knallen brengt Eusébio zijn rode kameraden terug tot 5-3. Pelé legt met zijn tweede van de avond de eindstand vast op 6-3, maar wil na affluiten maar één ding weten: “Wie is die donkere invaller? Dat gaat een hele grote speler worden!” De Franse sportkrant L’Equipe denkt daar net zo over en scchrijft met bloklettert op de voorpagina: ‘Eusébio 3 – Pelé 2’.

Eusébio past zich inderdaad zonder al te veel moeite in de uitstekende ploeg in. De competitie loopt dat jaar wel vrij moeizaam, de titel gaat naar aartsrivaal Sporting. Thuis blijft de rode garde ongeslagen, maar in uitwedstrijden gaan veel punten verloren. Benfica is uit een heel andere ploeg dan in het eigen majestueuze Estádio da Luz, het Stadion van het Licht, dat geluk en hoop doet schijnen in de sombere gemoederen van het eenvoudige volk van Lissabon, dat zijn helden met uitbundig gejuich vooruit schreeuwt. Gedragen door dat fanatieke publiek dendert Benfica wel weer door de Europacup, waarbij het niet al te zachtzinnig omspringt met Austria Wien (5-1), FC Nürnberg (6-0) en Tottenham Hotspur (3-1). Vaak gaat het er ook letterlijk hard aan toe: de Portugese verdedigers spelen in hun geestdrift tot op het randje. Maar de beloning mag er wezen: een nieuwe finale, dit keer tegen de allergrootste, Real Madrid.

1962 Europacup I finale: Real Madrid – Benfica

Hoewel de apotheosen van het Europese clubvoetbal in 1963 (AC Milan 1-2) , 1965 (Internazionale (0-1) en 1968 (Manchester United 1-4 n.v.) eindigden in een domper, was Benfica getuige de finale van 1962 in Amsterdam één van de eerste clubs die erin slaagde de hegemonie van het in de beginjaren van het Europa Cupvoetbal oppermachtige Real Madrid te doorbreken.

De Koninklijke had liefst vijf van de zes voorgaande Europa Cups I op zijn naam geschreven, maar kon de status van vijfvoudig winnaar in het Olympisch Stadion niet waarmaken tegen de titelverdediger. Benfica had een jaar eerder in Bern immers al Reals aartsrivaal Barcelona verslagen in de strijd om De Cup met de Grote Oren. Waar dat toen nog zonder Eusébio gebeurde, trad De Zwarte Panter tegen de topclub uit Madrid voor het eerst in de schijnwerpers. Real Madrid van de dertigers Ferenc Puskas, Francisco Gento en Alfredo Di Stéfano.

Eusébio was anders dan Di Stéfano. De Argentijnse Spanjaard was technischer en sierlijker en meer een gewiekste spelmaker dan de Portugees, afkomstig van de voormalige Portugese kolonie Mozambique. Eusébio was sneller, explosiever, sterker, atletischer, en beschikte over een snoeihard schot.

“Ik weet nog dat ik de avond voor de finale bijna niet kon slapen van de zenuwen”, herinnert António Simões zich, want net als zijn ploegmaats heeft hij nog nooit tegen de vijfvoudige Europacupwinnaars gespeeld. “En dan de dag zelf… Wat een gevoel om Ferenc Puskás, Alfredo Di Stéfano en Francisco Gento van dichtbij te zien! Spelers over wie we al zoveel gehoord hadden.” Ook Eusébio is onder de indruk: “In Afrika droomden we over Real Madrid. En ze hadden Di Stéfano, mijn held!”

ECI finale 1962: Eusébio op dreef tegen Real Madrid, links Augusto (Benfica) en Enrique Perez Diaz Pachin en Jose Santa Maria (Real Madrid)
foto: Getty Images

Het ontzag is aanvankelijk wat té groot en Real, een oude maar geslepen ploeg, loopt via Puskás snel naar 0-2 uit. Maar het publiek in het Amsterdamse Olympisch Stadion neemt het op voor de underdog en schudt Benfica luidkeels wakker. De Portugezen slaan terug, kort na de pauze staat het 3-3, en dan is het moment van Euséio gekomen. Hij pikt de bal diep op de eigen helft mee, trekt zich op gang, raast op de rechterflank Di Stefano voorbij en snelt de backlijn binnen waar hij wordt geschept door Pachín. Strafschop!

Het Madrileense rijk wankelt, de vedetten op leeftijd zijn niet opgewassen tegen de explosiviteit, de veer- en de vuurkracht van de jeugdige Eusébio, die enkele minuten later zijn tweede scoort. De finale – volgens de overlevering de beste uit de geschiedenis – eindigt op 5-3 voor Benfica. Eusébio bezorgde Benfica met twee treffers in vier minuten tijd de tweede Europa Cup I op rij en deed de internatonale hiërarchie op zijn grondvesten schudden. De hoogtijdagen van de inmiddels 35-jarige Puskás waren voorbij; de twintig- jarige spits uit Mozambique had de wereld aan zijn voeten.

Eusébio gaat op de schouders, buiten zichzelf van vreugde. Maar het meest tevreden is hij al bij al met … het truitje van Di Stéfano. Het is symbolisch: de oude keizer draagt met dat shirt zijn heerschappij over aan de jonge prins.

Merkwaardig genoeg vertonen Ronaldo en Eusébio enigszins dezelfde stijl: een atletisch lichaam, bijzonder doelgericht en begiftigd met de flitsende snelheid van een kat. Die snelheid was Eusébio’s handelsmerk. “Vroeger hadden auto’s vijf versnellingen, toen kregen ze er een zesde bij”, zegt Pachín, de verdediger van Real Madrid die tegen hem speelde in de EC-finale van 1962. “Zo was het ook met Eusébio. Hij speelde doorgaans al in vijfde, maar wanneer het nodig was kon hij nóg eens hoger schakelen.”

Benfica; de periode 1962-1965

Na zijn twee treffers in de Europa Cupfinale tegen Real Madrid, mocht Eusébio het in 1962 in de strijd om de wereldbeker voor clubs opnemen tegen het Santos van Pelé. De destijds beste voetballer van Zuid-Amerika bleek de betere van Europa’s beste spits. Santos won over twee duels met 8-4 (3-2, 5-2), Pelé scoorde vijf keer, Eusébio trof slechts eenmaal doel.

Benfica speelt ook de jaren daarop als een typisch zuiderse ploeg: warmbloedig, aanvalslustig, met oog voor spektakel. Binnen dat team ontpopt Eusébio zich tot – zo beweren sommigen – de eerste moderne voetballer: een geweldige atleet met een onnavolgbare versnelling en een genadeloos hard schot. “Hij was zó snel”, vertelt Jaime Graça lachend. “Als ik een slechte pass gaf, haalde hij die nog, en dan stond er de dag nadien in de krant: Eusébio scoort na prachtpass van Graça!”

Eusébio in duel in de ECI finale tegen AC Milan in 1963
foto: Press Association

In 1963 en 1965 bereiken de roodhemden nog twee keer de finale van EC I, waarbij Real Madrid onderweg bijna terloops met 5-1 wordt weggebliksemd uit het Estádio da Luz. Maar wat Real daarvoor wel kon, een serie EC-zeges neerzetten, daarin slaagt Benfica niet. Het tomeloze aanvalsspel moet het in beide finales afleggen tegen een nieuwe spelvorm: het cynische Italiaanse catenaccio. In 1963 wint AC Milan met 2-1 en in 1965 zijn het de meesters van het catenaccio zelve, het Inter van coach Helenio Herrera, die met een koelbloedige 1-0 de beker in de wacht slepen.

Waar die prestatie hem bij de Gouden Bal-verkiezing van 1962 nog de tweede plaats achter de Tsjechische spelmaker Josef Masopust opleverde, werd Eusébio drie jaar later als eerste Portugees alsnog uitgeroepen tot beste voetballer op de Europese velden. Later zouden alleen Luis Figo (2000) en Cristiano Ronaldo nog in zijn voetsporen treden.

Het WK van 1966: ‘the man in a hurry

Na de Europacupfinale van 1962 tegen Real staat Eusébio in 1966 voor een tweede mijlpaal in zijn carrière: het wereldkampioenschap voor landenteams in Engeland, de bakermat van het voetbal. Volgens de traditie loten de spelers van Portugal om hun nummers. Simões loot de 13 en ziet zijn favoriete 11 door Eusébio getrokken worden. Hij stelt voor om te ruilen: “Stel je voor dat je topschutter zou worden, met die 13”, zegt hij tegenn Eusébio. “Beeld je de mystiek in die dan rond dat shirt zal hangen.” De goedige Eusébio accepteert, zonder te beseffen dat enkele weken later…

Portugal zet in de poulefase zonder veel problemen Hongarije (3-1) en Bulgarije (3-0) opzij. De derde wedstrijd geeft een indicatie wat voor een geweldig team de Iberiërs wel hebben: ex-kolonie Brazilië, de wereldkampioen van 1958 en 1962, wordt helemaal overspeeld: 3-1 met twee goals van Eusébio. Ook al zijn de Goddelijke Kanaries mijlenver verwijderd van hun vorm van vier en acht jaar eerder, de rood-groene pletwals van Portugal maakt indruk.


WK 1966: Eusébio in actie voor Portugal tegen Hongarijje
foto: FIFA / Getty Images

In de kwartfinale wacht dé verrassing van het toernooi, Noord-Korea. De Koreanen hadden met een late gelijkmaker Chili een puntje weten af te snoepen en zorgden voor een regelrechte stunt door in hun derde wedstrijd Italië te verslaan. De Italianen, die aan een punt genoeg hadden voor kwalificatie, slaagden er niet in om de treffer van Pak Doo-Il net voor de rust ongedaan te maken. Ook Portugal laat zich door Noord-Korea verrassen. En hoe! Na 25 minuten staan de Koreanen 0-3 voor, iedereen wrijft zich de ogen uit. Maar dan is het tijd voor Eusébio om aan het opvallendste uur uit zijn carrière te beginnen. Hij maakt de 1-3 en op penalty nog voor de rust ook de 2-3.

Bobby Charlton, de legendarische aanvaller van Engeland, zou later zeggen: “Eusébio liep gewoon over Korea heen. Het was één van de grootste individuele prestaties die ooit op een voetbalveld zijn gezien.” Keer op keer spurt ‘de zwarte panter’, bal aan de voet, de in het wit uitgedoste Aziaten voorbij. Kort voor het uur maakt hij de gelijkmaker en wanneer hij na een volgende rush onder de graszoden wordt gestopt, benut hij zelf de strafschop 4-3, de situatie is volledig omgeslagen.

Augusto maakt de klus helemaal af: 5-3. Eusébio wordt in de Britse pers ‘the man in a hurry’ genoemd, omdat hij na elke goal de bal uit het net vist en ermee naar de midden- cirkel spurt.

Met een Eusébio in supervorm kijkt Portugal vol vertrouwen uit naar de halvefinaleclash met het gastland. De Engelsen zijn er ook niet gerust in en trachten hun opponenten te destabiliseren: de wedstrijd, die oorspronkelijk in Liverpool gepland stond (in Evertons Goodison Park), wordt verplaatst naar Wembley. Vermoeid door de late treinreis traden de Portugezen aan tegen het gastland.

Geen ideale voorbereiding. Eusébio is moe en slaagt er tijdens de wedstrijd niet in zijn wil op te dringen. Hij krijgt bovendien een schaduw opgekleefd: de genadeloze mandekker Nobby Stiles. Door Eusébio af te stoppen, legt Engeland heel Portugal lam en met twee goals van Bobby Charlton grijpt het een finaleplaats, want de tegengoal een penalty van Eusébio komt te laat.

Tranen van groot verdriet liet Eusébio na de uitschakeling met het nationale team van Portugal in de halve finale van het wereldkampioenschap van 1966 door Engeland. “Ik keek naar de hemel, vroeg God wat ik gedaan had om dit te verdienen, en toen kwamen de tranen”, zei hij in een portret van Sky Sports. Hij was in het Wembleystadion van Londen lam gelegd en gesloopt door de Engelse ‘terriër’ Nobby Stiles.

Eusébio werd topscorer van het toernooi met negen doelpunten. Zijn verdriet was er niet minder om.

WK 1966: Eusébio verlaat in tranen het veld na het verlies tegen Engeland
foto: Press Association

Eusébio maakte in 1962 zijn debuut voor het nationale elftal, in een wedstrijd tegen Luxemburg. In totaal speelde hij 64 wedstrijden voor Portugal, waarin hij 41 maal scoorde en was daarmee topschutter van het Portugese elftal, tot 12 oktober 2005. Toen haalde Pauleta hem in.

1968: EC I finale: Manchester United – Benfica

Met Benfica staat Eusébio nog één keer op het imposante schouwtoneel van een Europacupfinale, in 1968. Maar de omstandigheden zijn omineus: de wedstrijd vindt plaats op … Wembley, en de tegenstander heet Manchester United. Met andere woorden: Euséio loopt weer tegen zijn kwelduivel aan: Nobby Stiles. De Engelse kuitenbijter laat zijn slachtoffer geen seconde met rust en grijpt grof in wanneer nodig.

ECI finale 1968: Eusébio in een opstootje met de United sterren George Best en Bobby Charlton
foto: Onbekend

Eén keer kan Eusébio zich losrukken, in de laatste minuut, wanneer hij bij een stand van 1-1 oog in oog komt met doelman Alex Stepney. Bij de allergrootste Eusébio zou het altijd goal geweest zijn, maar net nu laat hij Stepney toe een heldhaftige save uit te voeren. En wat zo tekenend is: hij geeft de doelman een schouderklopje en een welgemeend applausje. De sportiviteit mag niet baten.

United veegt in de verlengingen de vloer aan met Benfica: 4-1.

Einde van een impossante carriè

Het einde van de glorieuze loopbaan naderde. Chronische knieblessures dreven hem vaak tot wanhoop. Het leven werd meer fado dan voetbal. Hij won nog titels met Benfica, speelde in de Verenigde Staten en in Mexico, maar raakte verslaafd aan de drank en gokken. Vrouwen smeten met zijn geld. Eusébio vergokt een fortuin. Hij keert jaren later half berooid naar zijn oude club terug, waar hij wat mag bijklussen als materiaalman of ‘hulptrainer’. Hugo Camps maakte de Eusébio van toen een keer zelf mee. Hij interviewde de oude glorie in een klein visrestaurant met uitzicht op de oceaan.

Eusébio had van de gelegenheid gebruik gemaakt om een hele rits vrienden uit te nodigen. Zo kon hij die nog eens naar behoren trakteren. Voor de kosten zouden immers de Belgische journalist en zijn krant opdraaien…

Maar de panter kwam wel weer op zijn pootjes terecht. Hij ging volwaardig deel uitmaken van de technische staf van Benfica en naar aanleiding van het EK 2004 in Portugal werd zijn heldenstatus hernieuwd. Met recht en reden, want Eusébio was zonder discussie een van de allergrootste – en meest sportieve – voetballers uit de geschiedenis.

Eusébio won met Benfica 11 titels, 5 bekers en de Europa Cup I (1962). Daarnaast werd hij 3 keer vicekampioen, was hij met Benfica 4 keer verliezend finalist van de Beker van Portugal en verloor hij 3 finales van de Europa Cup I (1963, 1965 en 1968). In 1965 werd hij verkozen tot Europees voetballer van het jaar en in 1968 en 1973 was hij de eerste winnaar van de Gouden Schoen. In 1966 werd hij topschutter op het WK Voetbal in Engeland. Tussen 1964 en 1973 werd hij 7 maal topschutter van de Portugese competitie, en tweemaal werd hij zelfs Europees topschutter (1968 en 1973) met respectievelijk 42 en 40 doelpunten. In 431 competitiewedstrijden maakte hij liefst 423 doelpunten, waarvan alleen al 317 voor Benfica.

5 januari 2014 het definitieve einde van de ‘zwarte parel’

Hij genoot van zijn heldenstatus, vooral tijdens het EK van 2004 in Portugal. Maar hij kon de diepgewortelde melancholie niet meer verbergen. Zijn gezondheid liet hem steeds meer in de steek. Rustig in zijn slaap van ouderdom overleden, dus niets aan de hand eigenlijk, we gaan allemaal dood, no big deal, niets om je druk over te maken, zo gaan die dingen nu eenmaal. Maar in het geval van Eusébio werd er toch wel behoorlijk anders gereageerd. Het begon al op de dag van zijn overlijden. De televisieprogrammering was volledig gewijd aan de grote voetballer. Vrienden, familie en collega’s kwamen uitgebreid aan het woord. Tranen en emoties en ontroering.

Het grote rouwen kwam de volgende dag pas echt goed op gang in de eerste edities van de ochtendkranten. Bijna alle dagbladen hadden een speciale Eusébio-bijlage, waarin leven en werk van Portugals beroemdste zoon geboren en getogen in Afrika, dat wel, maar wie maalt er op momenten als deze nog om zo’n detail nogmaals uitvoerig onder de loep werd genomen. Tal van internationale beroemdheden zoals Figo, Beckenbauer, van Basten, Cruijff en Platini vertelden hoe belangrijk, hoe bepalend en beslissend Eusébio was geweest voor hun eigen sportieve carrière. De bijlage kwam met een grote voetbalposter, die er gratis werd bij geleverd. Na zijn dood kondigde de Portugese regering drie dagen van nationale rouw af.

In de documentaire Football’s Greatest van Sky Sports zei Eusébio in 2011: “Ik hoop dat de rouwstoet bij het beeld van mij voor het stadion van Benfica even stopt, dan een ronde om het stadion maakt en dan naar binnen gaat.”’

En zo geschiedde.

In Memoriam

Eusébio behoort tot de beste voetballers aller tijden. Zijn op vele beelden vastgelegde rushes, zijn schoten en zijn vele doelpunten in de jaren zestig vormen daarvan het bewijs. Hij was ook een sportieve voetballer, een sportman die vriendelijk bleef voor zijn tegenstanders – hoezeer ze hem ook met grove middelen tegenspel boden. Hij had meer trofeeën verdiend dan elf Portugese titels, één Europese clubtitel en één keer Europees voetballer van het jaar. Hij was ook tweemaal topscorer van Europa. Het was het lot van de ‘Parel van Mozambique’of de ‘Zwarte Panter’.

Eusébio groeide snel uit tot een uitblinker in Portugal en in Europa. Nooit zou hij met volle teugen van zijn status genieten. Nooit zou de weemoed uit zijn ogen verdwijnen. Uitgelaten vierde hij zijn doelpunten en triomfen, in tranen onderging hij nederlagen. Een fadista, een man die de fado, het lied van de weemoed, vertolkte met zijn voeten.

Christiano Ronaldo is één van de weinige voetballers genoemd die in de buurt komt van de statuur die Eusébio in eigen land heeft. Zijn bijnaam O Rei (De Koning) zegt eigenlijk alles; Eusébio staat in Portugal op een voetstuk zoals Johan Cruijff, Diego Maradona en Pelé dat in Nederland, Argentinië en Brazilië staan. In 2003 werd hij door de Portugese voetbalbond dan ook uitgeroepen tot de beste Portugese voetballer van de afgelopen vijftig jaar. Eusébio is ook opgenomen in de FIFA 100, de lijst met de 125 beste voetballers ooit. En dat heeft alles te maken met de manier waarop hij het Portugese clubvoetbal in de jaren zestig op de Europese voetbalkaart zette. Met de razendsnelle, technische begaafde en uiterst schotvaardige ras-atleet in de spits groeide Benfica in de jaren zestig uit tot een van de grootmachten in het Europese voetbal.

Prijzenkast en erelijst:

* Landskampioen: 1960 (Sporting de Lourenço Marques), 1961, 1963, 1964, 1965, 1967, 1968, 1969, 1971, 1972, 1973, 1975 (Benfica) 1976 (Toronto Metros)
* European Cup I: 1962 EC1 finales: 1963, 1965, 1968
* Nationale elftal: #3e WK 1968
Individueel:
* Ballon d’Or (Gouden Bal): 1965
* World Soccer World XI: 1965
* FIFA XI: 1963, 1967
* Gouden schoen (Europees topscorer): 1968 (1e winnaar), 1973
* Portugees topscorer: 1964, 1965, 1966, 1967, 1968, 1970, 1973
* EC 1 topscorer: 1965, 1966, 1968
* WK topscorer: 1966 (9 doelpunten)
* FIFA beste speler WK; #3 1966 (achter Bobby Charlton en Bobby Moore)
* FIFA World Cup All-Star Team: 1966
* Portugees voetballer van het jaar: 1970, 1973
Onderscheidingen:
* IFFHS Legends
* IFFHS’ World Players of the Century (Top-10)
* FIFA International Football Hall of Champions
* FIFA 100
* France Football’s World Cup Top-100
* Voetbal International’s Wereldsterren
* Guerin Sportivo’s (sporttijdschrift uit Italië)50 beste voetballers ooit
* Placar’s (sporttijdschrift uit Brazilië); 100 beste voetballers ooit
* World Soccer’s Selection of the 100 Greatest Footballers of All Time
* Golden Foot Legends Award (bijzondere sportprestaties): 2003
* FIFA Order of Merit (onderscheiding bijzondere verdienste): 1994

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Het Voetbal Boek, NRC Handelsblad, VI, guusvanholland.com, sportkroniek.blogspot.com, www.portugalportal.nl, nrcreader.nl, sportmagazine.knack.be