101 voetbaliconen: (30) Francisco (“Paco”) Gento

PASPOORT
Geboren: Guarnizo, El Astillero, 21 oktober 1933
Overleden:
Nationaliteit: Spaans
Positie: Linksbuiten
Clubs: Racing Santander (1952-1953), Real Madrid (1953-1971)
Interlands: 43 doelpunten: 5
Doelpunten: Racing Santander: 2, Real Madrid : 128
Trainer: Castilla, Castellón, Palencia, Granada

Heel af en toe is er een speler die zowel heel erg snel als heel erg goed is. Zo iemand was Francisco Gento, de Spaanse vliegende velugelspeler.

Niet alleen kon hij een formidabele snelheid uit zijn imposante dijen persen, maar hij had ook nog eens een geweldige balcontrole en kon doelpunten maken als het nodig was. Helaas heeft hij nooit kunnen schitteren op WK’s, maar de Europa Cup was een andere kwestie. Gento was een onvervreemdbaar onderdeel van het Real Madrid dat in de beginjaren van de Europacup 1 het toernooi overheerste. Iedereen weet nog wie Di Stefano en Puskas waren, maar het was de snelheid van Gento die het elftal extra scherpte gaf, vooral wanneer hij werd gevoed door de talentvolle linksbinnen Rial.

Zelfs na vijf opeenvolgende overwinningen was Gento nog niet klaar met de cup: na nog eens twee verloren finales, wist hij in 1966 de beker voor de zesde keer te winnen. Het zou daarna 32 jaar duren voordat Real de trofee nog een keer in de wacht zou slepen. Gento speelde achttien jaar voor Real Madrid (1953-1971) waarin hij 428 wedstrijden speelde en twaalf keer kampioen van Spanje werd.

Gento stond altijd onder druk om zijn vorm te bewaren, Spanje had nog een tweede uitstekende linksbuiten in de persoon van Enrique Collar van Atletico Madrid.

Gento speelde achttien jaar voor Real Madrid (1953-1971)

Jeugdjaren

Francisco (“Paco”) Gento López (Guarnizo, Cantabrië, 21 oktober 1933) debuteerde in de Primera División in het seizoen 1952/1953 bij Racing Santander. Het volgende jaar vertrok hij naar Real Madrid, waar hij onder rugnummer 11 een clublegende zou worden. De razendsnelle linksbuiten kreeg de bijnaam “El Supersonico.” Hij had een grote balvaar- digheid en voor iemand die geen centrumspits was een hoog scorend vermogen: in 428 wedstrijden voor Real scoorde hij 128 doelpunten.

Gento haalt uit en scoort tegen stadsgenoot Atlético Madrid.
foto: ABC

De opkomst en grote glorietijd van Real Madrid

In 1943 werd voormalig speler en trainer Santiago Bernabéu Yeste gekozen tot nieuwe clubvoorzitter. Hij zorgde voor de heropbouw van de club na de Spaanse Burgeroorlog. In oktober 1944 werd gestart met de bouw van een nieuw stadion. Op 14 december 1947 werd het Estadio Chamartín in gebruik genomen. Het stadion zou later, vanaf januari 1955, de naam dragen van Santiago Bernabéu als eerbetoon aan de succesvolle voorzitter. Onder het regime van Franco genoot Real de reputatie van beschermd te zijn om het regime en de macht van Franco uit te dragen in Spanje en Europa. Onder druk van Franco moest de eeuwige rivaal FC Barcelona hun sterspeler Alfredo Di Stéfano afstaan.

Onder leiding van Santiago Bernabéu brak in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw de glorietijd van Real Madrid aan met diverse landstitels en vijf maal de Europa Cup I op rij van 1956 tot 1960.

Real Madrid: 1953-1971

Het was de tijd van dictator Franco. De generaal wilde destijds in Madrid het sterkste team van Spanje. Met zijn politieke contacten en veel geld werden sterspelers uit Zuid-Amerika naar de hoofdstad gehaald. De Argentijn Di Stefano en de Uruguayaan Santamaria hesen zich in het koninklijke wit. In 1956 kreeg Di Stefano, die ook wel de ‘Blonde Pijl’ werd genoemd, de Spaanse nationaliteit. Meer spelers hadden sprekende bijnamen. De defensie van het gouden Real Madrid werd gesteund door José Emilio Santamaria, alias ‘De Muur’. Voorin waren ‘Het Kleine Kanon’ (Puskas) en de snelle ‘El Supersonico’ (Gento) samen met de Blonde Pijl een plaag voor elke verdediging.

Gento kwam in 1953 bij Real Madrid in een perfecte omgeving terecht om zijn loop- vermogen en zijn techniek tot uiting te laten komen. Hij zou hij in Reals hoogdagen één van de belangrijkste schakels worden in het radarwerk van Real Madrid.

De eerste Europacup I werd gespeeld in het seizoen 1955-1956. Real haalde de finale waarin het Stade de Reims trof en met 4-3 versloeg. Het jaar erna moest Fiorentina eraan geloven in de finale. Met een stiftbal legde Gento de 2-0 eindcijfers vast. Maar zijn absolute moment van glorie volgde in 1958. Na 90 minuten stond het 2-2 tegen een taai AC Milaan. In de 107de minuut haalde Gento snoeihard uit. Real haalde zo zijn derde Europacup I op rij binnen.

Memorabel was de 7-3 overwinning op Eintracht Frankfurt in de finale van 1960. Sterspelers in die tijd bij de club waren Alfredo Di Stéfano, Francisco Gento en Ference Puskás. In 1961 was aartsrivaal FC Barcelona de eerste club die de Madrilenen wist te verslaan in de Europa Cup.

Fransico Gento scoort de 2-0 in de EC I finale in 1957 tegen Fiorentina
foto: onbekend

Al die sterren maakte Real Madrid bijna onverslaanbaar. Het bereiken van de Europa Cup 1-finale was elk jaar bijna vanzelfsprekend. Twee jaar later verloren de Spanjaarden de eindstrijd met 5-3 van het Benfica van Eusebio in Amsterdam. Een historische wedstrijd en de mooiste wedstrijd die zowel Di Stefano als Gento speelde was tegen dit Benfica. Gento: “Een schitterende wedstrijd die wij verloren. Maar we speelden zo goed, zeggen ze. Er vielen bij ons nogal wat spelers uit en in die tijd mocht je nog niet wisselen.” Aan Di Stefano’s zijde blonk Franscico Gento uit. Hij speelde links in de aanval, volgens velen de snelste ooit op die positie.

In 1966 volgde desondanks een zesde Europa Cup I voor Real Madrid ten koste van Partizan Belgrado.

Behalve voetballen hield de Cantabriër ook van stierenvechten. Je kan je voorstellen at het bestuur van Real Madrid daar niet al te blij mee was. Gelukkig had Gento een verant- woording klaar: hij deed mee aan stierengevechten om zijn voetenspel te verbeteren. Na de gewonnen finale van de Europacup I in 1966 was het vet wat van de soep. Real Madrid wist in 1967 maar ternauwernood Ajax in de eerste ronde te kloppen. Een mooi schouw- spel was het niet. Gento opende in de terugwestrijd (de eerste wedstrijd was in 1-1 geëindigd) de score voor de Madrilenen, maar maakte zich in Nederland niet al te populair. Hij beet Ajacied Sjaak Swart in de zij en ook de manier van voetballen van hem en zijn ploegmaats wekte weerzin op.

Fransico Gento in actie tegen Feijenoord met Piet Romeijn als toeschouwer.
foto: Bogaerts, Rob / ANEF

Francisco ‘Paco’ Gento was gekend om zijn loepzuivere voorzetten, zodat het voor Di Stefano en Puskas vaak maar een formaliteit was om de netten te doen trillen. Een ander handelskenmerk was zijn snelheid en acceleratievermogen. Hij was zo aalvlug dat hij in zijn eentje een hele verdediging openreet en met een dribbel de wedstrijd in een plooi kon leggen. Voor hij voetbalde, deed Gento aan atletiek. En dat hebben zijn tegenstanders geweten. Gento zou algauw de bijnaam El Supersonico krijgen.

In zijn carrière speelde Gento met vele grote voetballers. Voetballerslatijn is ook hem niet vreemd. Santamaria, Kopa en vooral Puskas. “Als ik Ference in het strafschopgebied aanspeelde, liep ik terug naar mijn eigen helft”, zegt Gento: “Puskas aan de bal in de zestien betekende altijd een doelpunt.” Toch vindt hij de Hongaar met het magische linkerbeen niet de beste voetballer waarmee hij heeft samengespeeld. “Dat is Alfredo Di Stefano .” De beste, meest complete voetballer aller tijden wordt hij wel genoemd. Bijna alle onderdelen van het voetbal beheerste de midvoor. Een allround aanvaller die ook verdedigend werk opknapte.

Gento won met Madrid de Europacup I zesmaal (een record), in 1956, 1957, 1958, 1959, 1960 en 1966. Zijn record van acht finales werd pas in 2007 geëvenaard door Paolo Maldini. Ook werd hij twaalf keer kampioen van Spanje. Hij kwam 43 keer uit voor het Spaans voetbalelftal en scoorde daarin vijfmaal.

Na zijn afscheid in 1971 trainde hij een aantal kleinere clubs. Daarna werd hij ambas- sadeur van Real Madrid. Gento had lang het record van de meest gepakte prijzen in Spanje. Dit record hield lang stand, maar werd uiteindelijk verbroken door Xavi van Barcelona.

Prijzenkast en erelijst:

* Landskampioen: 1954, 1955, 1957, 1958, 1961, 1962, 1963, 1964, 1965, 1967, 1968, 1969
* Copa del Rey (Spaanse beker): 1962, 1970
* Europacup I: 1956, 1957, 1958, 1959, 1960, 1966
* Wereldkampioen clubteams: 1960
* Latin Cup: 1955, 1957
* Nationale elftal: Eurpees kampioen 1964
* Interlands: 43 doelpunten: 5
Individueel:
* World Soccer World XI: 1960, 1961, 1962
* Golden Foot Legends Award (onderscheiding voor verdienste): 2005
* World Soccer: The 100 Greatest Footballers of All Time
* IFFHS Legendes
Records:
* 12x Spaans kampioen
* 6x Europa Cup I

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Het Voetbal Boek, Trouw, zonderwoord.com, www.extrasport.be, www.hln.be