101 voetbaliconen: (48) Sándor Kocsis

PASPOORT

Geboren: Boedapest, 21 september 1929
Overleden: Barcelona, 22 July 1979
Nationaliteit: Hongaars
Positie: Aanvaller
Clubs: Kobanyai TC, Ferencváros, ÉDOSZ, Honvéd, Young Fellows Zürich, Barcelona
Interlands: 68 doelpunten: 75
Doelpunten: Ferencváros: 40, ÉDOSZ: 30, Honvéd: 153, Young Fellows Zürich: 7, Barcelona:42
Trainer: Hércules, Alicante

Kocsis begon zijn loopbaan als profvoetballer in 1948 bij Ferencváros, waar hij in 1949 de Hongaarse titel won. Vervolgens kwam hij in zijn geboorteland uit voor ÉDOSZ Budapest (1949-1950) en Honvéd (1950-1956). Bij Honvéd veroverde Kocsis nog drie landstitels (1952, 1954, 1955). Bovendien werd hij in 1951, 1952 en 1954 nationaal topscorer met respectievelijk 30, 36 en 33 doelpunten. In 1952 en 1954 won Kocsis bovendien de Gouden Schoen als Europees topscorer.

Samen met Puskás vormde hij het sterkste en productiefste aanvalsduo aller tijden. In oktober 1956 hadden zij samen 160 doelpunten gescoord voor Hongarije. Zijn familie was het niet altijd eens met de wijze waarop Sándor behandeld werd, in vergelijking met Puskás. Deze had volgens hen slechts één been, terwijl Kocsis er twee had, met daarnaast nog een hoofd. Maar Kocsis was dan ook eerder een introvert persoon, terwijl Puskás zijn eigen publiciteit heel wat beter kon verzorgen.

Tijdens de Hongaarse Opstand in 1956 was Kocsis met Honvéd op tournee in Spanje. Hij besloot niet terug te keren naar Hongarije en vluchtte naar Zwitserland, waar hij ging spelen voor Young Fellows Zürich. In 1958 volgde Kocsis zijn landgenoten Zoltán Czibor en Ferenc Puskás, eveneens gevluchte oud-spelers van Honvéd, naar Spanje. Kocsis en Czibor gingen op aanraden van hun landgenoot Ladislao Kubala spelen bij FC Barcelona, terwijl Puskas koos voor Real Madrid.

Bij zijn debuut in de Primera División tegen Real Betis was Kocsis meteen trefzeker. De Hongaar zou bij FC Barcelona meerdere prijzen winnen, waaronder tweemaal de Spaanse landstitel (1959, 1960), tweemaal de Copa del Generalísimo (1959, 1963) en tweemaal de Jaarbeursstedenbeker (1958, 1960). Hij scoorde 22 goals in de verschillende Europa Cups voor Barça, waaronder in de verloren Europa Cup I-finale van 1961 tegen Benfica. In 1966 stopte Kocsis als profvoetballer.

Op 22 juli 1979 pleegde Kocsis zelfmoord door vanuit de Clinica Quirón, het ziekenhuis in Barcelona waar hij verpleegd werd, naar beneden te springen.

Sándor Kocsis voor Hongarijje op het WK van 1954.
foto: Onbekend

Jeugdjaren

Kocsis ‘Sanyi’ of ‘Kocka’ of ‘Schani’ Sándor, geboren in Boedapest, bracht samen met zijn ouders Maria en Kocsis Sándor Sr., zijn jonge jaren door in de door de oorlog geteisterde Hongaarse hoofdstad, waar hij in de schuilkelders het voetbalspelletje leerde door met een lappenbal te oefenen. Onmiddellijk na de oorlog nam zijn vader hem mee naar Ferenc- város, waar hij op 26 mei 1946 als 16-jarige in de eerste ploeg debuteerde tegen Kispest, dat Puskás in de ploeg had. Kocsis was een grote, zenuwachtige jongen en met een gewichtstekort. De club hielp hem zich te ontwikkelen door hem speciale voedselpakketten te bezorgen, terwijl zijn vader een locale herberg mocht uitbaten.

Hongarijje

Kocsis begon zijn loopbaan als profvoetballer in 1948 bij Ferencváros, waar hij in 1949 de Hongaarse titel won. Vervolgens kwam hij in zijn geboorteland uit voor ÉDOSZ Budapest (1949-1950) en Honvéd (1950-1956). Bij Honvéd veroverde Kocsis nog drie landstitels (1952, 1954, 1955). Bovendien werd hij in 1951, 1952 en 1954 nationaal topscorer met respectievelijk 30, 36 en 33 doelpunten. In 1952 en 1954 won Kocsis bovendien de Gouden Schoen als Europees topscorer.

1956 Hongaarse opstand

Nadat in 1956 de Hongaarse opstand losgebroken was, bevond Kocsis zich, na de inval van de Russische tanks, met zijn ploeg Kispest Honvéd in Wenen. Daar besloot hij, samen met Puskás en Czibor, niet terug te keren naar Hongarije. Geschorst door de FIFA tekende hij als speler-trainer bij een kleine Zwitserse club, FC Young Fellows Zürich, vanwaar hij op 16 november 1958 naar FC Barcelona getransfereerd werd.

Barcelona

In 1958 volgde Kocsis zijn landgenoten Zoltán Czibor en Ferenc Puskás, eveneens gevluchte oud-spelers van Honvéd, naar Spanje. Kocsis en Czibor gingen op aanraden van hun landgenoot Ladislao Kubala spelen bij FC Barcelona, terwijl Puskas koos voor Real Madrid. In Barcelona zou hij zijn ex-ploegmaat Czibor terugvinden, met wie hij samen nog grote successen zou boeken. Ook Kubala László, die andere grote Hongaarse speler, was een van zijn ploegmaats.

Bij zijn debuut in de Primera División tegen Real Betis was Kocsis meteen trefzeker. De Hongaar zou bij FC Barcelona meerdere prijzen winnen, waaronder tweemaal de Spaanse landstitel (1959, 1960), tweemaal de Copa del Generalísimo (1959, 1963) en tweemaal de Jaarbeursstedenbeker (1958, 1960). Hij scoorde 22 goals in de verschillende Europa Cups voor Barça, waaronder in de verloren Europa Cup I-finale van 1961 tegen Benfica. Toen zijn contract in 1966 afliep bij FC Barcelona, stopte de bijna 37-jarige Kocsis met voet- ballen.

Sándor Kocsis koppend voor FC Barcelona.
foto: FC Barcelona

Hij werd eerst nog een paar jaar coach bij FC Barcelona en vervolgens gedurende ruim één jaar trainer bij Alicante. Nadien baatte hij gedurende een tijdje een herberg uit, met de naam ‘Tete d’Or’, naar zijn bijnaam ‘Gouden Hoofd’, in Barcelona, in de buurt van Nou Camp.

Hongaarse elftal

Kocsis speelde tussen 1948 en 1956 68 interlands voor het Hongaars elftal, waarin hij 75 doelpunten maakte waarvan zeven hattricks.

Samen met onder meer Ferenc Puskás en Zoltán Czibor maakte Kocsis deel uit van het Hongaars wonderelftal van de vroege jaren vijftig dat bekendstond als de Magical Magyars. Ze werden Olympisch kampioen in 1952 en versloegen Engeland met 6-3 op Wembley in 1953. De Magical Magyars waren dan ook de grote favoriet voor de wereld- beker van 1954 in Zwitserland. Kocsis en zijn ploeggenoten waren in uitstekende vorm en in de met 9-0 gewonnen openingswedstrijd tegen Zuid-Korea scoorde hij een hattrick. Vervolgens maakte de aanvaller vier goals in de 8-3-overwinning op West-Duitsland en nog twee doelpunten tegen Brazilië (4-2) in een gewelddadige wedstrijd die de geschie- denis inging als de Slag van Bern. In de halve finale nam Hongarije het op tegen regerend wereldkampioen Uruguay en door twee goals van Kocsis in blessuretijd werd deze wedstrijd met 4-2 gewonnen. In de finale waren de Magical Magyars hun magie echter kwijt. Het elftal kwam op een 2-0-voorsprong tegen West-Duitsland, dat zich echter terugvocht tot een 3-2-overwinning tegen de Hongaren. Kocsis scoorde niet in de finale, maar was met elf doelpunten wel met afstand topscorer van het toernooi. Het was echter het enige optreden van Kocsis op een wereldbeker.

WK 1954: Het schot van Sándor Kocsis wordt gepakt door doelman Castilho
foto: Onbekend

Samen met Puskás vormde hij het sterkste en productiefste aanvalsduo aller tijden. In oktober 1956 hadden zij samen 160 doelpunten gescoord voor Hongarije. Puskás scoorde 85 maal in 84 wedstrijden en Kocsis 75 maal in 68 wedstrijden, zodat hij zelfs een hoger gemiddelde had dan zijn illustere ploegmaat. Zijn laatste wedstrijd als Hongaars inter- national speelde hij op 14 oktober 1956 in en tegen Oostenrijk, waar gewonnen werd met 0-2.

Latere leven en overlijden

Nadat Kocsis zijn loopbaan als profvoetballer had beëindigd, bleef hij in Spanje wonen. De zwijgzame Hongaar begon stevig te drinken en nadat hij eerder al een voet geamputeerd was als gevolg van leukemie , maakte hij in de ban van een zware depressie en door maagkanker getroffen, een einde aan zijn leven door op zondag 22 juli 1979 uit een raam te springen van de zevende verdieping van de Clinica Quirón, het ziekenhuis waar hij in Barcelona verpleegd werd. Op die noodlottige 22 juli was hij nog geen vijftig jaar oud… Twee dagen later werd zijn stoffelijk overschot ten grave gedragen op de begraafplaats van ‘Les Corts’ in Barcelona. Een aantal van zijn vroegere ploeggenoten, waaronder Kubala László, droegen hem naar zijn laatste rustplaats.

Het stoffelijk overschot van Kocsis werd in 2012 naar Hongarijje gebracht. Zijn urne werd bijgezet in de crypte van de Szent István Bazilica, naast het graf van Ferenc Puskás. Kocsis uitdrukkelijke wens om begraven te worden in zijn geboorteland werd eindelijk vervuld.

Prijzenkast en erelijst:

* Landskampioen Hongarijje: 1949 (Ferencváros TC), 1952, 1954, 1955 (Honvéd FC)
* Landskampioen Spanje: 1959, 1960 (Barcelona)
* Copa del Rey (Spaanse beker): 1959, 1963
* Jaarbeursstedenbeker: 1958–1960
* Hongarijje: Olympisch kampioen 1952,
* Hongarijje: Central European Champions: 1953
* Hongarijje: WK 1954 #2
Individueel
* Hongarijje: interlands 68, doelpunten: 75
* Hongaars voetballer van het jaar: 1954
* Europees topscorer (Gouden Schoen): 1952, 1954
* Topscorer Hongarijje: 1951, 1952 en 1954
* Ballon d’Or (Gouden Bal): 1956 #8
* FIFA World Cup Golden Boot: 1954
* FIFA World Cup All-Star Team: 1954
* World Soccer: The 100 Greatest Footballers of All Time

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Het Voetbal Boek, www.labdarugo.be, belgiancule-fcbarcelona.blogspot.com