101 voetbaliconen: (52) Ruud Krol

PASPOORT

Geboren: Amsterdam, 24 maart 1949
Overleden:
Nationaliteit: Nederlands
Positie: Linksback, libero
Clubs: Ajax, Vancouver, Napoli, Cannes
Interlands: 83 doelpunten: 4
Doelpunten: Ajax: 23, Napoli: 1
Trainer: KV Mechelen, Servette Genève, Nederland -21, Egypte -23, Egypte, Al-Zamalek, Al-Wahda, Nederland (assistent), Ajax (assistent), Ajaccio, Al-Zamalek, Orlando Pirates, CS Sfaxien, Tunesië, Espérance Tunis, Al Ahly, Raja Casablanca, Club Africain

De teams van Ajax en Nederland in de jaren zeventig zullen altijd herinnerd worden om het vloeiende aanvallende voetbal. Wat vaak wordt vergeten is dat aan de basis van de overwinningen een verdediging stond die de nul kon houden.

Op de linksbackpositie vormt Krol samen met Wim Suurbier het verdedigingsduo wat de bijnaam “Snabbel en Babbel ” krijgt. Wanneer Ajax in 1971 de finale van de Europa Cup 1 wint speelt Krol vanwege een blessure helaas niet mee. Wel speelt hij mee in de ook gewonnen Europa Cup 1 finales van 1972 en 1973.

Toen Nederland aan de finale van het WK in 1974 begon, had het slechts één goal in zes wedstrijden toegetaan. Het enige tegendoelpunt was note bene een eigen doelpunt van Ruud Krol. De grote man van die harde verdediging was Ruud Krol, de linksback van Ajax. Hij was al een internationale ster door zijn prestaties in de Europa Cup successen van Ajax. Hij bouwde verder aan zijn reputatie van voetballer van wereldklassse op het WK van 1974.

Het snelle opkomen van Krol kenmerkte het aanvalsspel van Nederland en hij had een venijnig schot in de benen. Evenals zijn ploeggenoten schuwde hij de harde tackle niet, er zijn beelden van Krol die zijn tegenstanders op de grond laat kronkelen na weer een meedogenloze, maar faire tackle.

Met name als laatste man groeit Ruud Krol uit tot één van de belangrijkste spelers van het Nederlandse voetbal. In 1974, wanneer Piet Keizer stopt met voetballen, wordt hij aanvoerder van Ajax.

Op het WK van 1978 speelde Krol laatste man. Hij voetbalde met verstand en veel inzicht, al was het zonder de inspirerende inbreng van Cruijff en Van Hanegem. Krol blonk weer uit, maar de Heilige Graal ontglipte hem opnieuw.

In totaal speelt Ruud Krol 339 competitiewedstrijden voor de Amsterdammers Pas op zijn 31ste verlaat de verdediger Ajax om in Canada te gaan voetballen voor de Vancouver Whitecaps. Van 1980 tot en met 1984 zal hij vervolgens nog bij Napoli in Italië en van 1984 tot en met 1986 bij AS Cannes in Frankrijk spelen.

“Voetbal is geen kunst, maar het is een kunst om goed te voetballen” Ruud Krol over de mooie sport.

Krols 83 interlands waren heel lang een Nederlands record, het werd in 2000 door Aron Winter gebroken.

Ruud Krol als aanvoerder van Ajax.
foto: Onbekend
Ajax 1968 – 1980

Na zijn komst bij Ajax in 1968 (Krol speelt daarvoor bij amateurvoetbalvereniging Rood Wit) voetbalt hij in eerste instantie maar weinig. Echter, in zijn tweede seizoen krijgt hij door het vertrek van Theo van Duivenbode naar Feyenoord opnieuw zijn kans en speelt zich daarna snel in het basisteam.

Toen Krol van Rood Wit kwam was hij één van de vele talentvolle amateurs, die Ajax voor een habbekrats inlijfde. Krols eerste contract leverde hem een vast jaarsalaris van 2500 gulden op plus een winstpremie van 60 gulden per wedstrijd. In het kampioenselftal van Rood Wit viel hij op als een stijlvolle en voor zijn leeftijd erg zelfverzekerde stopper. Hij kreeg aanbiedingen van zowat alle Amsterdamse profclubs, maar uiteindelijk koos hij voor Ajax: “Ik wist wel, dat het moeilijk zou worden in een topclub als Ajax, maar ik wist ook dat ik dáár uiteindelijk het meest zou kunnen bereiken. Als ik zou slagen”. (Bovendien was er de wetenschap, dat het B-elftal van Ajax onder leiding stond van Cor Brom, die in het eerste elftal van VVA nog met Krols vader had gespeeld. ‘Kuki’ Krol, zoals Ruuds vader werd genoemd, genoot regionale faam als een uitgekookte binnenspeler.

De band met Ajax was dus ook logisch. Stel je van zo’n B-elftal niet veel voor. Een B-elftal, zeker bij een topclub als Ajax, hangt er maar zo’n beetje bij. Het traint niet met de selectie mee, de faciliteiten zijn, integendeel, niet met die van de fullprofs te vergelijken. De reserves van Ajax spelen voor enkele honderden toeschouwers. De entourage is er vaak aanzienlijk minder aantrekkelijk dan bij eerste of tweede klassers bij de amateurs. Belangstelling van hoofdtrainer of bestuur is er nauwelijks. Zoals de verontwaardigde spelers van Ajax’ B-elftal (mét Krol) waren, toen zij in ’69 het kampioenschap hadden behaald en zij niet eens werden gefeliciteerd.

Maar altijd is er de hoop óóit de aandacht te trekken van de bonzen. Altijd is er de kans in de prijzen van de topelf te vallen. Daarom blijven de meesten nog wel enige tijd hangen. Oók al, omdat de sprong naar andere betaalde clubs vanuit bijvoorbeeld Ajax-B zeer wel mogelijk is. Maar voor veel van die spelers werkt de depressieve sfeer rond zo’n B-elftal verlammend. Bij de junioren of de amateurclubs waren zij dè middelpuntfiguren, de uitblinkers; in zo’n bijeengeraapt B-elftal zijn zij een van de naamlozen, die naar een vet contract hunkeren. Het vergt heel veel kracht om die sprong te kunnen maken. Ruud Krol lukte het. Na zijn tweede seizoen bij Ajax kreeg hij het A-contract, waaraan hij zo vaak had gedacht.

Ruud Krol speelde meer dan 300 wedstrijden voor Ajax.
foto: AJAX.NL
Als vrije verdediger en organisator (achter tamelijk onbekende verdedigers als stopper Bruinewoud, rechtsback Van Eyden en linksback Heineman, allemaal nooit doorgebroken bij Ajax, besloot hij een jaar, waarin hij zelfs de kritische Michels van zijn klasse had kunnen overtuigen. Met een aantal voetballende vrienden (bijvoorbeeld met George Bockel en Hansie Driessen) toog hij naar de Spaanse badplaats Lloret de Mar om er zich voor te bereiden op zijn eerste seizoen in de hoogste selectie.

Het toeval wilde, dat Michels juist de transactie met de van Go Ahead afkomstige Nico Rijnders had rondgekregen. Michels adviseerde Rijnders ook naar Lloret de Mar met vakantie te gaan, omdat hij wist dat daar ook een aantal andere Ajacieden verbleven. Later benutte Michels die toevallige vriendschap door Rijnders en Krol altijd samen op een kamer te laten slapen. “Nico praatte me maar steeds moed in,” herinnert zich Krol, en toen ik later, in de eerste trainingsweek bijna liep te sterven, dan zei hij op de kamer steeds: “Ruud, we gaan gewoon heel vroeg slapen, dan zijn we morgen wel weer fit genoeg.”

Het was niet vreemd, die verbondenheid met Rijnders. Beide spelers waren onzeker. Krol, omdat hij tenslotte geen idee had hoe hij zou worden opgevangen, of hij een vaste plaats kreeg, of zijn kwaliteiten ook op het allerhoogste niveau toereikend zouden zijn.

Vooral bij een man als Michels is het moeilijk zekerheid te krijgen. Als Michels ooit een ‘sfinx’ genoemd mag worden, dan betreft dat de houding, die hij ten opzichte van zijn spelers altijd heeft ingenomen. Krol vertelt bijvoorbeeld: “Ik had er bijna twee seizoenen in het B-elftal opzitten, toen ik een telefoontje kreeg, dat ik me bij de selectie moest melden. Ajax moest een aantal internationals afstaan, terwijl er een vriendschappelijke wedstrijd tegen Schalke zou worden gespeeld. Zonder veel poespas werd bekendgemaakt, dat ik zou spelen. Het was mijn debuut. Alles wat Michels tegen me zei was: ‘Maak er maar wat van.’ Dat is Michels. Hij gaat er van uit, dat de speler zijn eigen weg maar moet vinden. Pas als het fout gaat, helemaal fout, grijpt Michels in.”

Met Krol ging het in die eerste wedstrijd (Ajax won met 4-2, Franz Hasil scoorde tweemaal, vlak vóór hij door Happel naar Feyenoord zou worden gehaald) bepaald niet mis, hoewel hij daarna niets meer hoorde. Pas na die eerste, voor nieuwelingen verschrikkelijk zware trainingsweek verkreeg Krol enige zekerheid. Michels gaf hem vanaf de eerste oefenwedstrijd (Manchester City, 3-3) de kans. En ook in die periode bleek, hoe Krol kan ‘afzien’, zoals het in wielertermen zo mooi wordt genoemd, wanneer iemand alle ellende, vermoeidheid en pijn kan wegbijten. Zijn greep naar de sterren lukte. In de competitie-wedstrijd tegen Sparta scoorde hij zelfs uitgesproken mooi, toen hij Jan van Beveren met een 25 meter schot verraste.

Vlak daarop schoot Michels uit zijn slof. Krol: “Op de training liep hij langs me en zei, dat het goed ging.” Michels stond daarin niet alleen. De opvolger van de naar Feyenoord getransfereerde Theo van Duivenbode volgde hem ook op in het nationale elftal. Notabene tegen Engeland maakte Ruud Krol zijn zeer geslaagde debuut in de wedstrijd, die een bij vlagen grandioos Oranje tegen de verhouding in met 1-0 verloor. Twee maanden later schakelde Krol op Wembley Engelands veelgeroemde international Francis Lee uit. Nederland gaf de Engelsen een lesje in modern voetbal en bereikte een gelijk spel van 0-0.

Later, in Mexico, sprak Lee zeer bewonderend over Krol: “In geen enkel Brits elftal zou Krol misstaan.” Vlak erop, na de uitwedstrijd in Tel Aviv (januari 1970), ging het opeens mis met Krol. Hij geeft dat zelf toe: “Ik weet niet waaraan het lag. Misschien was het allemaal wel te snel gegaan. Er lukte me niets meer.”

En ook tóén kwam Krol terug. Wat voor een gevierde jongeman in een aan geneugten zo verleidelijke wereldstad als Amsterdam niet meevalt. Krol kreeg de reactie van de geweldige ommekeer in zijn leven. Hij was opeens alléén maar voetballer geworden. En een jongen van een jaar of twintig wil wel eens een pilsje pakken, een meisje versieren of, zo maar, de spanningen afreageren door eens lekker uit de band te springen.

Een jonge profvoetballer kan dat niet doen. Hij loopt op de toppen van zijn zenuwen. Altijd weer. Hij mag niet verslappen. En dus moet hij aantrekkelijke meisjes afzeggen, als die hem voorstellen op vrijdag of zaterdag de stad in te gaan. Hij kan niet drinken, hij moet opstappen als het gezellig gaat worden. De dagen werden lang voor Ruud Krol. Met trainen alléén werden die niet opgevuld.

Dit soort spanningen zijn in de prestaties van een voetballer merkwaardig snel terug te vinden. Het pleit voor de profbewuste Krol, dat hij zelf ook inzag, dat er iets moest gebeuren. En dus werd zijn finish sterk. Michels experimenteerde zelfs door hem op de plaats van Vasovic te zetten. Natuurlijk om zich voor de toekomst veilig te stellen, maar ook omdat hij Vasco wilde prikkelen. Het werd geen succes voor Krol: “In het B-elftal luisterde iedereen naar me. Als ik riep: eruít, dan wérd er ook naar voren gesprint. Maar oudere spelers als Pronk en Vasovic namen, en dat begreep ik wel, niet zoveel van me aan. Daardoor durfde ik ook niet zo te reageren als ik soms wel van plan was.”

Ruud Krol in actie tegen FC Den Haag (3-0) in 1979.
foto: AJAX.NL

Wanneer er ooit een of ander NIPO-onderzoek in die periode was gehouden over de vraag wie Nederlands meest begeerde vrijgezel is, dan zou Ruud Krol zeker een vooraanstaande plaats op die hitparade innemen. Krol, die nog bij zijn ouders op het Europaplein woonde, zou met die kwalificatie waarschijnlijk erg tevreden zijn; aan de andere kant schuilt daarin ook een duidelijk gevaar. Sterker nog: niet zelden meende Michels, dat het terugvallen in vorm te wijten was aan de manier waarop de voor vrouwen aantrekkelijke Krol zich in Amsterdams bar-, dancing- en discotheekwezen had gestort.

In ieder geval had Krol zélf soms het idee, dat het niet om tactische redenen was, dat hij werd gepasseerd voor de basis-opstelling. In thuiswedstrijden, wanneer Ajax voor eigen publiek een super-aanvallende show moet opvoeren, is het niet onlogisch, dat bijvoorbeeld Dick van Dijk als extra-aanvaller voor Krol speelde. Maar toen Krol er ook in de toch altijd moeilijke uitwedstrijd bij MVV naast kwam te staan, toen is Krol voor de eerste maal in vier seizoenen zélf naar Michels gestapt om hem de werkelijke redenen van zijn maat- regelen te vragen. Hoewel Michels ontkende wat Krol vermoedde (“Ik had via via te horen gekregen, dat er over mij de meest opwindende verhalen werden verteld. Dat was in die periode zeker niet waar”), heeft Krol sindsdien zijn plaats als linksachter niet meer verloren.

Tot aan die beenbreuk, in de wedstrijd tegen NEC, toen kenners meenden dat Krol op het hoogtepunt van zijn prestatievermogen stond. Vóór de grote confrontaties met Atletico Madrid en Feyenoord in het Olympisch stadion; vóór de bekerfinale(s) tegen Sparta en, tenslotte, vóór de Europa Cup I finale op Wembley. Dáár strompelde Ruud Krol moeizaam in het rond, het in gips gestoken been door een stok ondersteunend. Het was een psychologisch juiste zet van het bestuur geweest Krol de hele voorbereiding mee te laten maken. Het vergrootte de onderlinge band in die spannende dagen, bovendien maakte Krol zich op zíjn manier nog verdienstelijk door in de rust het publiek tot grotere aanmoedigingen aan te sporen.

Door het vertrek van Theo van Duivenbode naar Feyenoord kreeg Krol een kans op de linksback-positie. Met Wim Suurbier vormde hij een verdedigingsduo, bijgenaamd Snabbel en Babbel. In 1971 bereikte Ajax de finale van de Europa Cup 1, en won, maar Krol kon niet meespelen vanwege een gebroken been. Hij speelde wel de Europa Cup 1 finales van 1972 en 1973, en de twee finales om de Wereldbeker in 1972, die ook door Ajax werden gewonnen. Hij groeide als laatste man uit tot een van de belangrijkste spelers van het Nederlands voetbal. In oktober 1974 stopte Piet Keizer en werd Ruud Krol aanvoerder bij Ajax. In tegenstelling tot vele collega’s uit die tijd bleef Krol zijn werkgever Ajax wel trouw, en speelde hij in totaal 339 competitiewedstrijden voor deze club. Pas in 1980 verkoos hij het buitenland, na 6 landskampioenschappen, 3 maal de 2de plaats en 3 maal de 3de plaats in de competitie, na 6 bekerfinales, waarvan 4 gewonnen, na 4 EuropaCup I-finales, waarvan 3 gewonnen, en na 1 Wereldbeker voor clubteams.

Na zijn laatste officiële wedstrijd voor Ajax, werd Krol op de schouders van het veld gedragen door zijn ploeggenoten Piet Schrijvers en Sören Lerby, ondanks de 3-1 uitnederlaag in de bekerfinale tegen Feyenoord. In Krols laatste seizoen bij Ajax streed Ajax lang mee op alle 3 fronten; in de competitie finishte Ajax als 1ste, in het KNVB-bekertoernooi werd Ajax 2de, en in het EuropaCup I-toernooi bereikte Ajax de halve finales (doelsaldo toernooi maar liefst +23 (31-8)). Het spel was nog beter dan in het voorgaande seizoen 1978/79, maar door het vertrek van centrumspits Ray Clarke miste Ajax een afronder, waardoor er 16 goals minder werden gescoord in de wat moeizamer verlopende competitie 1979/80. Krol ging vanaf 21 mei 1980 spelen voor de Vancouver Whitecaps in de NASL (North American Soccer League). Daarna speelde hij nog vier seizoenen voor SSC Napoli. Zijn actieve loopbaan als speler sloot hij in 1986 af bij het Franse AS Cannes.

Ruud Krol als sierlijke verdediger bij Napels
foto: Onbekend

Ruud Krol, dat was de playboy waar in de jaren ’70 en ’80 massa’s vrouwen voor vielen. Hij was de zoon van de legendarische Kuki, een belangrijk man in het verzet. Kuki deed samen met zijn joodse vriend en Ruuds tweede vader, Leo Horn, heel belangrijk werk toen in ’40-’45 hun dagelijks leven zo onnoemelijk veel spannender was dan een voetbal- wedstrijd.

Ruud Krol heb ik persoonlijk altijd bewonderd om zijn absolute wil een ster in het inter- nationale voetbal te worden. Hij werd het! Hij was van nature rechtsbenig, maar toen bij het grote Ajax in opkomst de knedende coach Rinus Michels op links een steviger back nodig had dan de linksbenige en breedgeschouderde Theo van Duivenbode, toen viel zijn oog op de nog zeer jonge Krol. Hij trainde en trainde, net zo lang tot hij ook met het linkerbeen een gave voorzet kon geven. Met dat chocoladebeen gaf hij bijvoorbeeld in 1974 de beslissende voorzet op Johan Cruijff in de historische WK-wedstrijd in Dortmund tegen Brazilië. Dat was het summum voor Krol. Wie niet beter wist, kreeg toen het gevoel dat hij van nature links was.

Kroketten en kunst

Op 26 september 1974 opende hij aan de Amsterdamse Nieuwendijk en Reguliers- breestraat een snackbar onder zijn eigen naam. Zijn ploeggenoot Arie Haan verleende ook zijn medewerking. De snackbars hebben jaren bestaan maar zijn later weer verdwenen.

De jongen uit Amsterdam-Noord, die de eerste Europa-Cupzege van Ajax miste door een gebroken been. De jonge voetballer die zich als rechtsbenige onder Rinus Michels ontwikkelde tot een van ‘s werelds beste linksbacks. De jonge man die zich met zijn staccato-Mokums staande hield in Napels en daar in het hemelsblauwe shirt van Napoli vier jaar lang als door God gezonden werd aanbeden in het immense Stadio San Paolo.

Ruud Krol stond open voor nieuwe inzichten. Na de door verkoop van kroketten verworven rijkdom liet hij zich inwijden in de kunst. In Cannes, waar hij twee jaar een Franse tweededivisieclub diende, werd hij overmeesterd door schoonheid en cultuur. Wie voor Ajax, de Vancouver Whitecaps, AS Napoli en AS Cannes heeft gevoetbald weet toch al een beetje wat de wereld te bieden heeft. Had Krol het kunnen verwoorden, dan had hij al lang een roman geschreven of een praatprogramma op televisie gekregen.

Nederlands elftal

Krol maakte zijn debuut in het Nederlands elftal op 5 november 1969, in een vriend- schappelijke wedstrijd tegen Engeland, ook hier als linksachter. Op 10 oktober 1973 droeg hij voor het eerst de aanvoerdersband bij het Nederlands elftal in een oefenduel tegen Polen. In totaal was hij 45 maal aanvoerder van Oranje, waaronder het gehele WK van 1978. Hij was lange tijd recordaanvoerder tot hij werd afgelost door Frank de Boer op 15 november 2000.

Tevens speelde hij mee op het WK van 1974, het EK van 1976 en het EK van 1980. Op 22 mei 1979 speelde Krol zijn 65ste interland, en verbrak daarmee het destijds 42 jaar oude record van Puck van Heel. Uiteindelijk zou hij 83 interlands (vier doelpunten) spelen, waarmee hij tot 29 juni 2000 recordhouder bleef. Aron Winter passeerde hem tijdens het Europees kampioenschap dat jaar als recordhouder.

WK finale 1978: Ruud Krol gevolgd door Mario Kempes
foto: Onbekend

Ballon d’ Or

Bij de Ballon d’Or verkiezingen voor Europees voetballer van het jaar, georganiseerd door het Franse voetbalmagazine France Football, finishte Krol als volgt:

1977 : gedeelde 18de plaats, met 3 punten
1978 : gedeelde 6de plaats, met 20 punten
1979 : 3de plaats, met 41 punten
1980 : gedeelde 16de plaats, met 4 punten
1981 : gedeelde 16de plaats, met 5 punten.

Trainerscarrière

Krol gaf leiding aan het nationale elftal van Egypte. Als assistent-trainer kwam hij ook tot zijn recht. In deze hoedanigheid werkte hij onder leiding van Louis van Gaal bij het Nederlands elftal, en van 1 december 2001 tot 10 mei 2006 was hij 4½ jaar als assistent-trainer in dienst van Ajax. Na één seizoen (2006-2007) trainer te zijn geweest van de Franse club AC Ajaccio (twaalfde plaats in de Ligue 2) gaf Krol vanaf 2008 leiding aan de Orlando Pirates in Zuid-Afrika. Met dit team werd hij in het seizoen 2010-2011 Kampioen van Zuid-Afrika.

Het kampioenschap werd op de laatste dag beslist in de wedstrijd Ajax Cape Town – Orlando Pirates en de winnaar mocht zichzelf kampioen noemen. Orlando Pirates, met Krol aan het roer trok aan het langste eind.

Vanaf 2012 is Krol achtereen trainer bij CS Sfaxien (2012-2013), Tunesië (Bondscoach in 2013), Espérance (2014), Al Ahly Tripoli (2014-2015) en Raja Casablanca (2015).

Hoewel hij ooit bij KV Mechelen mooie prestaties neerzette, werd hem steeds nagedragen dat zijn uitstraling onvoldoende was. Krol was een prachtige jongen, een sekssymbool. Maar hij moest wel zijn mond houden. Ging hij praten, dan deed iedereen hem meteen na. ‘Ja, gottuh’ waren de twee stopwoorden, die iedereen op de perstribune nadeed. Degene met het meest nasale geluid had het grootste succes.

Trainer zijn van KV Mechelen, Servette Genève en Egypte is hem niet licht gevallen. Ruud Krol spreekt geen trainerstaal, hij is de man van het gevoel en de verworven inzichten die nauwelijks zijn over te dragen. Zijn huidige baas is niet Rinus Michels. Zijn huidige baas is niet Johan Cruijff of Velibor Vasovic die hem vroeger de baas waren in het veld, zijn huidige baas is een man die hem slechts verbaal de baas is. Ruud Krol verdient meer. Wie in Stadio San Paolo van Napels heeft geschitterd is een icoon. Hij verdient in het dak van de Amsterdam Arena een meterslang fresco – liefst van Jan Cremer.

Beste voetballer van Nederland

Ruud Krol is de beste voetballer van Nederland. Arie Haan staat tweede, Johan Cruijff derde. Dat berekende prof. dr. Gerard Sierksma, econometrist van de Rijksuniversiteit Groningen. Krol: ‘Johan is de beste.’

De ranglijst die in samenwerking met Elf Voetbal tot stand kwam in 2010, maakt gebruik van een rekenkundig model waarbij het aantal speelminuten van alle Nederlandse voetballers sinds 1956 doorslaggevend was. Om te voorkomen dat er veel keepers in de top tien zouden staan (‘keepers maken veel meer minuten dan veldspelers’), heeft Sierksma dat rekenkundig gepareerd (‘een regressiemodel’). En hij heeft rekening gehouden met de aard van de wedstrijd. ”Een WK-duel telt zwaarder dan een EK-duel en een EK-duel telt zwaarder dan een Europese wedstrijd.” Op dezelfde wijze stelde hij eerder ook een top 100 van wielrenners en schaatsers samen.

Krol hoort de woorden van de professor aan, denkt even na en zegt dan: “Ik ben dus de succesvolste speler van Nederland. Ik heb de meeste wedstrijden op hoog niveau gespeeld, maar dat is iets anders dan de beste. Want de beste, dat was Johan Cruijff.”

Sierksma antwoordt: “Dat dacht ik ook toen ik aan de klus begon, maar u komt echt als beste uit de bus. Had Cruijff in 1978 echter meegedaan aan het WK in Argentinië, dan was hij wél eerste op de ranglijst geworden.” Krol doet het niet, maar hij had kunnen antwoorden: “Misschien waren we mét Cruijff in 1978 wél wereldkampioen geworden.”

Ruud Krol gekozen tot beste Ajax-verdediger ooit

Ruud Krol is de beste Ajax-verdediger ooit, dat stelt Ajax na een enquete onder supporters op Facebook in 2012. In oktober kon via de Facebook-pagina van de club gestemd worden op Ajax’ beste verdediger. Het bleek dat Ruud Krol het populairst is onder de supporters. Hij wordt gevolgd door Frank de Boer en Jan Vertonghen. De Facebook-pagina van Ajax heeft meer dan 850.000 volgers, hoe vaak er gestemd is op de spelers is niet bekend.

Krol speelde van 1968 tot 1980 maar liefst 457 wedstrijden voor Ajax en scoorde daarin 30 keer. De in Amsterdam geboren verdediger speelde dus meer duels bij de Amsterdamse club dan Frank de Boer. De voormalige trainer van Ajax speelde 431 duels en maakte daarin 43 doelpunten. Jan Vertonghen heeft aanzienlijk minder duels in het rood-witte tenue gespeeld: 220 keer stond hij in Ajax-shirt op de grasmat. Hij maakte bijna evenveel doelpunten als Krol: 28 keer trof hij het net.

Prijzenkast en erelijst:

* Lanskampioen Eredivisie: 1970, 1972, 1973, 1977, 1979, 1980
* KNVB beker: 1970, 1971, 1972, 1979
* Europa Cup I: 1971, 1972, 1973
* UEFA Super Cup : 1972, 1973
* Intercontinental Cup (Wereldbeker): 1972
Nederlands elftal:
* Interlands 83 doelpunten: 4
* Wereldkampioenschap: 1974 #2, 1978 #2
* Europees kampioenschap: 1976 #3
Individueel
* FIFA World Cup All-Star Team : 1974, 1978
* UEFA Euro Team of the Tournament: 1976
* FIFA XI: 1979
* Ballon d’Or (Gouden Bal): 1979 #3
* Guerin d’Oro (Serie A Voetballer van het Jaar): 1981
* Trainer
* PSL Trainer van het Jaar: 2010-11

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Het Voetbal Boek, NRC, www.ajax1.nl, Trouw (Matty Verkamman), De Ajacieden(1971)–Maarten de Vos, Parool, www.bestevoetballers.nl