101 voetbaliconen: (53) László Kubala

PASPOORT

Geboren: Boedapest, 10 juni 1927
Overleden: Barcelona, 17 mei 2002
Nationaliteit: Hongaars
Positie: Aanvaller
Clubs: Ganz TE, Ferencváros, Slovan Bratislava, Vasas, Pro Patria, Hungária, Barcelona, RCD Espanyol, Zürich, Toronto Falcons
Interlands: Tsjecho-Slowakije: 6 (doelpunten: 4) Hongarije: 3 Spanje: 19 (doelpunten: 11)
Doelpunten: Ganz TE: 2, Ferencváros: 27, Slovan Bratislava: 14, Vasas: 10, Pro Patria: 9, Hungária: 5, Barcelona: 131, RCD Espanyol: 7, Zürich: 5, Toronto Falcons: 5
Trainer: Barcelona, Español, FC Zürich, Toronto Falcons, Toronto City, Córdoba CF, Spanje, Barcelona, Al-Hilal, Real Murcia, CD Málaga, Elche CF, Spaans Olympisch elftal, Paraguay

Kubala is een mythische figuur voor Barcelona en voor het Europese voetbal. Hij speelde eerst bij het Hongaarse Ferencvaros, daarna voor Bratislava (toen nog Tsjechoslowakije), het Italiaanse Pro Patria, Barca en ook nog bij het eveneens uit Barcelona afkomstige Espanyol.

Kubala was een multisporter, hij tenniste in de zomer en deed ook aan boksen. Zo bleef hij fit, en dat maakte hem tot een geweldige speler. Hij had drie longen, kon met gemak 90 minuten spelen en had ook uiteraard techniek. Dribbelaar pur-sang en geweldige schot- kracht, iets waar keepers nachtmerries van kregen. Hij werd dan ook een sterspeler in Tsjecho-Slowakije en zijn faam groeide.

Uiteindelijk was het FC Barcelona die Kubala overnam Vanaf juni 1950 speelde Laszlo voor Barça vriendschappelijke wedstrijden. Een jaar later vroeg Barcelona de Spaanse nationaliteit aan voor Kubala, waarna hij ook officiële duels mocht spelen. Op 29 april 1951 maakte Kubala zijn debuut voor FC Barcelona in de Copa de España. De blaugranas wonnen met 1-4 van Sevilla door twee doelpunten van Kubala.

Met de winst in de Copa de España dat jaar brak de gouden periode aan voor Barça in de jaren vijftig. Kubala was samen met Luis Suárez, de beste Spaanse voetballer ooit, de grote ster van Barcelona. In het seizoen 1951/52 was het een topjaar voor FC Barcelona met vijf prijzen, waaronder de landstitel en de nationale beker. Ook evenaarde Kubala een record door tegen Sporting Gijón zeven goals te maken, in een wedstrijd die Barcelona met 9-0 won.

De Hongaar was zeer geliefd, maar hield ook van zichzelf en van de chique levensstijl die hij erop nahield, waardoor hij nogal eens met de clubleiding in de clinch lag. Door zijn enorm aantal doelpunten en zijn prachtige vrijschoppen kwam zijn status als publieks- lieveling echter nooit in gevaar. Zijn leven was misschien een van de meest opmerkelijkste die een speler heeft gehad, hij was bovendien ook groot als mens. Hij stichtte zelfs een eigen ‘goed doel’, namelijk de ‘Fundación Kubala’, dat zich inzet voor oorlogskinderen.

In 1999 werd Kubala verkozen tot beste voetballer uit de geschiedenis van FC Barcelona.

Hij heeft voor maar liefst drie verschillende landen gespeeld. Drie keer voor Hongarije, zes keer voor Tsjechoslowakije en negentien keer voor Spanje, maar hij was echter nooit op een groot toernooi actief.

Na zijn spelerscarrière werd Kubala in 1963 trainer. Hij leidde achtereenvolgens Spanje van 1969 tot 1980, waar hij met 68 wedstrijden nog steeds recordhouder is, Paraguay, Saudi-Arabië en FC Barcelona.

László Kubala ster bij FC Barcelona.
foto: FCBarcelona.com

Hongarijje

Ladislao Kubala Stecz werd geboren op 10 juni 1927 in Boedapest, Hongarije. Zijn vader was profvoetballer bij Ferencvárosi TC en uiteindelijk kwam ook Kubala bij deze club terecht. Zijn familie was intercultureel. Zijn vader en moeder waren oorspronkelijk Slowaak en zijn opa Pool. Hij kende dus al veel talen van jongs af aan en dat zouden er later nog meer worden. Hij zou drie nationaliteiten aannemen en in die drie landen wedstrijden in de nationale ploegen spelen (Hongarije, Tsjecho-Slowakije en Spanje).

Op 17-jarige leeftijd maakte hij zijn debuut bij de grootste club van Hongarije en scoorde meteen tweemaal. Kort daarna werd Kubala opgeroepen voor het Hongaars elftal. Hij speelde echter maar drie interlands voor de Magyaren en scoorde slechts één goal.

In die periode waren het zware tijden voor de Hongaren. De tweede wereldoorlog zorgde voor veel problemen, maar de Hongaren bleven gewoon voetballen als het maar even kon. Iedereen zag dat Kubala, naast Puskás, de ster zou worden van het Hongaars voetbal. Maar hij zou niet in Hongarije blijven.

Tsjecho-Slowakije.

Toen zijn vader stierf, vertrok hij met zijn moeder naar Tsjecho-Slowakije. Hij ging daar voor Slovan Bratislava spelen. Omdat zijn ouders officieel Slowaak waren, had Kubala de mogelijkheid om die nationaliteit te bemachtigen. Nog steeds maar 18 jaar debuteerde hij bij Slovan Bratislava door alweer 2 goals te scoren tegen het uiterst sterke Dukla Praag. Hij werd direct opgeroepen voor het nationale elftal. Kubala kwam elf keer in actie voor Tsjecho-Slowakije.

Op 17 april 1947 trouwde hij met Anna Viola Daucik, de dochter van Ferdinand Daucik die trainer was van Slovan Bratislava. In datzelfde jaar kreeg hij een contract aangeboden van de Hongaarse club Vasas. Toen hij vroeg of zijn vrouw, die zwanger was, mocht mee- komen, werd dat geweigerd. Hij vond dat raar, maar vertrok toch naar Hongarije. Aangekomen in Budapest, werd hij echter gevangen gezet, wegens ‘landverraad’. Na hevige protesten werd Kubala na anderhalf jaar vrijgelaten op aandringen van de FIFA.

Kubala groeide uit tot een absolute ster bij Barcelona.
foto: Onbekend

Vluchtelingenkamp in Italië

Kubala zag het dan natuurlijk niet meer zitten om nog langer in Hongarije te blijven. Samen met zijn landgenoot, Marik József, ontvluchtte hij het land richting Oostenrijk. Van daar trokken beiden naar Italië, omdat zij daar als politiek vluchteling mochten blijven, wat in Oostenrijk onmogelijk was. In Italië verbleef hij in een vluchtelingenkamp in Udine. De FIFA verbood politieke vluchtelingen om officiële wedstrijden te spelen voor een club, tenzij zij toestemming kregen van hun land van herkomst. Door deze bizarre reglemen- tering wist Kubala dus dat aansluiten bij een Italiaanse ploeg geen optie was.

In het kamp speelde hij wel vriendschappelijke wedstrijden voor Pro Patria. En ondertussen trachtte hij wat geld te verdienen met allerlei werkjes, zoals schilderen, timmeren en andere werkzaamheden. In de tussentijd leerde hij talen, zoals Italiaans en Engels. Omdat Italië in de jaren ’50 ontzettend veel films produceerde, kon Kubala een bijrolletje spelen in 3 Italiaanse films. Eén van zijn films werd opgenomen in Spanje, waarbij hij de Spaanse taal kon aanleren. Zo verdiende hij wel wat geld en kon hij de reis van zijn vrouw, zijn geboren zoon Branko, zijn schoonvader (trainer Daucik) en zijn moeder bekostigen.

Onder leiding van Fernando Daucik, de schoonvader en tevens oud-trainer van Kubala bij Slovan, werd toen een elftal opgericht met gevluchte spelers uit de communistische landen, die vriendschappelijke wedstrijden speelde tegen vele clubs. Na een tour door Italië en Engeland kwam het team in 1950 in Spanje aan. Hier maakte Kubala grote indruk en de interesse van zowel Real Madrid als FC Barcelona was gewekt. Ook zag Franco in dit elftal propagandamateriaal, om de mensen te laten zien hoe fout het communisme was.

Kubala van vluchteling tot sterspeler in Catelonië
foto: Onbekend

Het vluchtelingen-elftal, Hungaria, van zijn schoonvader Daucik bestond niet alleen uit Hongaren, maar ook uit Tsjechen, Joegoslaven, Roemenen, Russen en Bulgaren. Als de Harlem Globetrotters uit het oosten speelden zij vriendschappelijke wedstrijden tegen vele clubs. Grote spelers in het team waren Kubala zelf, zijn vriend Marik (goede spits), Joegoslaaf Monsider (uitstekend doelman) en Roemeen Simotec (een type Hagi).

Kubala ontsnapte in 1949 aan een tragisch lot. Torino, die destijds de beste club was van Italië, nodigde hem toen uit om met haar ploeg een vriendschappelijke wedstrijd te gaan spelen tegen Benfica in Portugal. Hij stond op punt die uitnodiging te aanvaarden toen hij een telegram ontving van zijn echtgenote, die zei: “Ben er in geslaagd Wenen te bereiken met onze zoon. Kom ons halen.” Dat telegram redde zijn leven, want de hele ploeg van Torino kwam om toen hun vliegtuig op de terugreis uit Portugal neerstortte op de berg Superga (waar hij nadien jaarlijks nog bloemen zou gaan neerleggen).

Spanje

Kubala maakte grote indruk en de interesse van zowel Real Madrid als FC Barcelona groeide. Maar de FIFA deed moeilijk en Real haakte af, ook al omdat Kubala wou dat Daucik trainer moest worden. Uiteindelijk was het FC Barcelona die Kubala overnam en tevens werd Daucik aangesteld als trainer. Vanaf juni 1950 speelde Laszlo voor Barça vriendschappelijke wedstrijden. Een jaar later vroeg Barcelona de Spaanse nationaliteit aan voor Kubala, waarna hij ook officiële duels mocht spelen. Op 29 april 1951 maakte Kubala zijn debuut voor FC Barcelona in de Copa de España. De blaugranas wonnen met 1-4 van Sevilla door twee doelpunten van Kubala.

De gouden periode van Barça van de jaren 50 was aangebroken. In het seizoen 1951-1952 was het een topjaar voor Barcelona. Ze wonnen 5 bekers, namelijk de dubbel en de Copa Latina (een beker waar de landskampioenen van Frankrijk, Portugal, Italië en Spanje tegen elkaar speelden), de Copa Eva Duarte (de Spaanse Supercup) en de Copa Martini (een beker zoals de Copa Latina, maar dan met de landskampioenen van Spanje, Argentinië, Uruguay en Chili). Ook evenaarde Kubala een record. Hij scoorde tegen Sporting Gijón 7 goals, en evenaarde het record van Bata (Athletic). Barcelona won overigens met 9-0. Het jaar erna werd de dubbel gewonnen. Barcelona had toen een uitstekend elftal, met Kubala, Luis Suarez, Basora, Cesar en Ramallets. Ook in 1957 won Barcelona de Beker.

Kubala miste een groot deel van het seizoen 1952/1953 vanwege tuberculose, een ziekte die zijn spelersloopbaan serieus in gevaar bracht. De steraanvaller herstelde echter opvallend goed en na zijn terugkeer hielp Kubala het team de landstitel en de Copa del Generalísimo te prolongeren. In 1953 speelde Kubala zijn eerste interland voor het Spaans elftal. Toen brak de Hongaarse Opstand uit en de spelers van het Hongaars superelftal die de WK-finale van 1954 verloren zochten een veilig onderkomen.

De Hongaren Sandor Kocsis, Laszlo Kubala & Zoltan Czibor bij FC Barcelona<
foto: Onbekend

Kubala voelde zich verplicht om zijn ex-landgenoten te helpen. Zoltán Czibor, Sándor Kocsis en Ferenc Puskás werden door hem overgehaald om naar Spanje te gaan. En in afwachting van een Spaans paspoort, trainden de drie Hongaren bij Español de Barcelona. Uiteindelijk zouden Czibor en Kosics naar FC Barcelona gaan en Puskás naar Real Madrid. Met de Hongaren erbij werd Barcelona nog sterker en veroverde het tweemaal de UEFA Cup. In 1961 behaalde de Catalaanse club voor het eerst de finale van de Beker voor Landskampioenen, door onder andere titelhouder Real Madrid uit te schakelen.

Ondanks de fantastische voorhoede met Czibor, Kubala, Kocsis, Suárez en de Braziliaan Evaristo de Macedo, was Benfica met 3-2 te sterk. Czibor en Kocsis scoorden, maar een eigen doelpunt van keeper Ramallets kostte Barça de beker. Na de verloren finale nam Kubala afscheid van FC Barcelona. Op 30 augustus 1961 kreeg Kubala een hommage in Camp Nou. De 100.000 toeschouwers nemen afscheid van de ster door een staande ovatie en door zijn naam een kwartier lang te scanderen. Kubala barstte in tranen uit en bedankte de fans voor hun steun.

In hetzelfde jaar beëindigde Kubala ook zijn loopbaan als international. In 1953 speelde Kubala een eerste keer voor het Spaanse nationaal elftal. Zijn debuut was in een vriend- schappelijke wedstrijd op 5 juli 1953 in Buenos Aires, Argentinië (verloren met 1-0). Kubala werd een vaste waarde bij het Spaans elftal en zou 19 interlands spelen en 11 doelpunten scoren. Zijn laatste wedstrijd als international speelde hij op 2 april 1961 in Madrid tegen Frankrijk (gewonnen met 2-0).

Kubala als trainer

Kubala miste het voetbal echter en in 1963 werd hij trainer-speler bij RCD Espanyol. Als trainer van Espanyol liet hij in 1965 zijn oudste zoon Branislav Kubala debuteren in de competitiewedstrijd tegen Sevilla FC. Op verzoek van Kubala kwamen ook Czibor en Alfredo Di Stéfano, een zeer goede vriend van Kubala, naar Espanyol. De Catalaanse club schitterde met dit koningskoppel en in 1966 bereikte Espanyol de kwartfinale van de UEFA Cup. De club werd uitgeschakeld door de latere winnaar Barcelona. In 1966 stopten Di Stefano en Kubala beiden met voetbal. Laatstgenoemde werd trainer bij Córdoba en vervolgens Spaans bondscoach van 1969 tot 1980.

Van 1980 tot 1982 ging Kubala als coach aan de slag bij Barcelona, echter zonder succes. Vervolgens werd hij coach bij het Arabische Al-Hilal, Murcia, Málaga en Elche. Ten slotte werd Kubala assistent-coach van het Spaans Olympisch elftal dat in 1992 in Barcelona goud won.

Na zijn carrière

Na de Olympische Spelen van 1992 stopte hij er echt mee. Hij nam tijd voor zijn familie, die bestond uit zijn vrouw en drie zoons. Ook nam hij tijd voor enkele hobby’s, zoals voetballen met oud-spelers, zwemmen en tennis. In 1999 werd hij verkozen als beste speler van FC Barcelona bij het 100-jarig jubileum van de club, waarbij hij boven spelers als legende Johan Cruyff en de Argentijnse superster Diego Maradona verkozen werd. In 2000 kreeg hij samen met zijn vriend Di Stefano een onderscheiding, Real Orden del Merito Deportivo.

In 2001 was zijn gezondheidstoestand zorgelijk. Zijn hart functioneerde niet goed meer en hij had hartritmestoornissen. In januari 2002 werd hij in het ziekenhuis (Clínica del Pilar in Barcelona) opgenomen, maar na een ziekbed van 4 maanden stierf Ladislao Kubala op 17 mei 2002. Hij was 74 jaar oud. Heel Spanje was in rouw.

Het was mede dankzij hem dat een nieuw stadion voor FC Barcelona kon worden gebouwd om de oude ‘Les Corts’ te vervangen, dat te klein geworden was voor het grote toe- schouwersaantal. Daarnaast combineerde Kubala zijn leiderschap met extreme vrijgevigheid aan zijn meest behoeftige ex-teamgenoten.

Het standbeeld van Kubala op Camp Nou
foto: Onbekend

Op 24 september 2009 werd op Camp Nou, de voetbaltempel van FC Barcelona, een twee meter hoge bronzen standbeeld van de Catalaanse beeldhouwer Montserrat Garcia Rius, ingehuldigd van deze grote speler. Dit gebeurde in aanwezigheid van 20.000 toeschouwers en ondermeer zijn zoon Lidislao Kubala Jr.

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen van Spanje (La Liga): 1952, 1953, 1959, 1960
* Copa del Generalísimo (Copa del Rey): 1951, 1952, 1953, 1957, 1959
* Inter-Cities Fairs Cup (UEFA Cup) : 1958, 1960
* Latin Cup (Frankrijk, Italië, Spanje en Portugal): 1952
* Copa Eva Duarte (Spaanse Supercup): 1952, 1953
Individueel
* Interlands: 29 voor drie verschillende landen, doelpunten: 20
* Ballon d’Or (Gouden Bal): 1957 #5
* Trainer
* Segunda División: CD Málaga 1987–88