101 voetbaliconen: (70) Coen Moulijn

PASPOORT
Geboren: Rotterdam, 15 februari 1937
Overleden: Rotterdam, 4 januari 2011
Nationaliteit: Nederlands
Positie: Aanvaller
Clubs: Xerxes, Feijenoord
Interlands: 38 doelpunten: 4
Doelpunten: Xerxes: 4, Feijenoord: 84
Trainer:

Linker aanvaller Coen Moulijn is één van de populairste oud-spelers uit de historie van Feyenoord. De klein van stuk zijnde Moulijn debuteerde op zijn zeventiende voor de Rotterdamse club Xerxes, waar hij in zijn jeugd Faas Wilkes zag voetballen. Hij zou daar slechts één seizoen (1954-1955) in het eerste elftal voetballen, want de linkeraanvaller stond al snel in de belangstelling van andere clubs waaronder Sparta. In de zomer van 1955 was het echter stadgenoot Feyenoord die de dribbelaar voor 25.000 gulden van Xerxes overnam.

De thuiswedstrijd tegen MVV op 18 september 1955 was zijn eerste wedstrijd in het rood-witte tenue. De publiekslieveling trok tienduizenden mensen naar De Kuip. In zijn beginjaren kon Moulijn haast een wedstrijd in zijn eentje beslissen. Begin jaren zestig informeerde FC Barcelona of Moulijn eventueel te koop was, hij kreeg een blanco cheque maar zag alleen zijn liefde voor Feyenoord.

Hij was een speler die bekend stond om zijn onnavolgbare acties in de voorhoede. Moulijn was een echte publiekslieveling. Voor spelers als Coen Moulijn kwamen de mensen naar het stadion. Coen Moulijn wordt beschouwd als een belangrijk symbool voor zowel sportclub Feyenoord als van Rotterdam. Door zijn rol in het eerste voetbalteam van Feyenoord droeg hij sterk bij aan de successen van de club. Hij groeide uit tot misschien wel de grootste vertegenwoordiger van de ‘handen uit de mouwen’ mentaliteit van de naoorlogse wederopbouwstad.

In 1970 won Moulijn met Feyenoord als eerste Nederlandse voetbalclub de Europacup I door in de finale het Schotse Celtic te verslaan. Een paar maanden later won wij met de club tevens de wereldbeker voor clubteams door van het Argentijnse Estudiantes de la Plata te winnen.

Moulijn speelde in totaal 487 wedstrijden in de Eredivisie voor Feyenoord gedurende 17 seizoenen. Geen andere speler speelde zoveel competitieduels voor de Rotterdammers. Moulijn werd met Feyenoord vijf keer Nederlandse landskampioen en groeide met Feyenoord eind jaren zestig uit tot een Europese grootmacht.

De publiekslieveling kreeg de de eervolle bijnaam ‘Mister Feijenoord’. Hij stierf op 4 januari 2011 aan de gevolgen van een herseninfarct.

Een dribbelende Coen Moulijn is de jaren zestig de publiekslieveling van de Feijenoordsupporters.
foto: Onbekend

Xerxes

Coenraadt (Coen) Moulijn groeide op in de Bloklandstraat in het Oude Noorden van Rotterdam. Het muurtje waar hij in zijn jeugd eindeloos tegenaan had gevoetbald, was befaamd maar viel in de jaren zeventig ten prooi aan de stadsvernieuwing. In 1990 is elders in dezelfde straat een speelplaats voorzien van een (nep)”muur van Coen Moulijn”, ontworpen door de kunstenaar Hans Citroen.

De klein van stuk zijnde Moulijn debuteerde op zijn zeventiende voor de Rotterdamse club Xerxes, waar hij in zijn jeugd Faas Wilkes zag voetballen. Hij was 1 meter 72 lang en woog 62 kilo. De toenmalige linksbinnen toonde aan over talent te beschikken. Hij zou daar slechts één seizoen (1954-1955) in het eerste elftal voetballen want de linkeraanvaller stond al snel in de belangstelling van andere clubs waaronder Sparta. In de zomer van 1955 was het echter stadgenoot Feyenoord die de dribbelaar voor 25.000 gulden, destijds een groot bedrag, van Xerxes overnam. Met dit bedrag kaapte de stadionclub de speler weg voor de neus van rivaal en stadgenoot Sparta.

Wie Feyenoord zegt, zegt Coen Moulijn. “Hij ging naar Xerxes, want zijn idool Faas Wilkes speelde daar”, vertelt Adrie Moulijn, weduwe van Coen. “Zijn ouders wilden dat hij daarna naar Sparta ging, terug naar de noordkant van de stad, maar Feyenoord betaalde beter.” Zo werd een legende op Zuid geboren.

Feijenoord

In de zomer van 1955 maakte Moulijn de overstap naar stadgenoot Feyenoord, de club waarvoor hij uiteindelijk liefst zeventien seizoenen zou spelen.

De thuiswedstrijd tegen MVV op 18 september 1955 was zijn eerste wedstrijd in het rood-witte tenue. De publiekslieveling trok tienduizenden mensen naar De Kuip. In zijn beginjaren kon Moulijn haast een wedstrijd in zijn eentje beslissen. Begin jaren zestig informeerde FC Barcelona of Moulijn eventueel te koop was, hij kreeg een blanco cheque maar zag alleen zijn liefde voor Feyenoord. Later liet hij weten dat hij daar spijt van had, als hij toen naar Barça was gegaan zou hij een stuk beroemder zijn geworden was zijn overtuiging.

Met zijn 1,65 meter wordt Coen Moulijn in de Kuip al snel ‘Coentje’ genoemd, een koosnaam die nu de mascotte van Feyenoord draagt. In zijn beginjaren was Moulijn ongrijpbaar. Het waren zijn beste jaren. De buitenspeler, weggekaapt voor de neus van rivaal Sparta, gold als uniek. Zijn opkomst in het stadion was zeer apart. Alle spelers van Feyenoord liepen altijd keurig in een rijtje naar de middenstip, Coen niet. Hij kwam altijd als laatste uit de tunnel en huppelde een paar meter achter zijn maten aan. Hij had altijd een te grote broek aan en streek met de handen veelvuldig langs de elastieken band. Hij stond bekend om zijn spectaculaire en vaak onnavolgbare acties op de flanken, maar liet het verdedigen over aan zijn vriend Cor Veldhoen.

In de jaren vijftig en zestig was Coen Moulijn de grote publiekstrekker van Feyenoord. ‘Als Coentje en Kieboom op de middenstip gaan klaverjassen, zit De Kuip al halfvol’, was in die tijd een bekend Rotterdams gezegde. ‘Coentje’ was in heel Europa befaamd om de passeerbeweging waarmee hij vele tegenstanders op het verkeerde been zette. ‘Als Coentje draait, draait Feyenoord’, was een staande uitdrukking in de Maasstad. Coentje kon, zeker in zijn grote tijd, een wedstrijd in zijn eentje beslissen. Dan liep hij met ‘die damespasjes’ zomaar enkele spelers voorbij, was de herinnering van teamgenoot Willem van Hanegem.

‘Moulijn heeft iets van Matthews, de Britse baltovenaar van weleer’, was een constatering van Volkskrant-journalist Ben de Graaf. Hij was klein, 1 meter 72 en 62 kilo, maar in het veld was hij machtig. Hij deklasseerde tegenstanders die geen antwoord hadden op de passeerbeweging van Moulijn, ‘acht van de tien keer buitenlangs.’ Hij was niet overdreven snel, maar kwam altijd los van zijn back.

1968: Coen Moulijn (rechts) in duel met Theo van der Burch (ADO)
foto: Fotocollectie Anefo

De linksbuiten met zijn onnavolgbare passeerbewegingen brengt de harten van het publiek in vervoering; hij is dan ook mateloos populair. Hij had zelfs een imitator. Die trad in de rust op en maakte dezelfde gebaren als Coen. Het was een bizar gezicht, want als de imitator vertrekt, komt de voetballer zelf weer het veld op. Coen Moulijn is een nuchtere voetballer, staat zich nooit voor op zijn talent, zet anderen in de schijnwerpers. De enige gril die hij heeft, zijn de voetbalschoenen die hij draagt. Donkerbruine Italiaanse schoenen met slagnoppen, die verzorger Gerard Meijer eigenhandig in de schoenen slaat voor Coen. Op een gegeven moment zijn ze zo versleten, dat Meijer extra strips leer onder de zolen plaatst om weer grip voor de noppen te creëren. En als Feyenoord een deal sluit met Adidas, die de schoenen voor de spelers gaat leveren, doet Coen niet mee. Hij verft drie witte strepen op zijn enige echte éigen Italiaanse schoeisel.

Moulijn en De Klassieker

Feyenoord-Ajax 28 augustus 1960. Er worden tijdens die tweede ronde van de nieuwe competitie maar eventjes veertien doelpunten gemaakt in de Kuip. Negen stuks door Feyenoord, vijf door Ajax. Binnen een kwartier hebben de Rotterdammers er al drie in liggen. Het zijn drie typische Coen Moulijn-goals, althans, doelpunten die door de legendarische linksbuiten worden voorbereid.

Ajax’ rechtsback Ger van Mourik is die dag een beklagenswaardige figuur. In de derde minuut wordt hij buitenom door Coent Moulijn gepasseerd. Een afgemeten voorzet volgt en daar staat linksbinnen Henk Schouten, wiens kopbal doelman Bertus Hoogerman te machtig is: 1-0. Drie minuten later wordt Van Mourik door een aantal schijnbewegingen van Moulijn gefopt: binnendoor dreigen, buitenom dreigen, nog eens binnendoor dreigen en dan toch weer buitenom passeren. Opnieuw volgt een zuivere voorzet en daar is het hoofd van Rinus Bennaars: 2-0. Nadat Cees Groot eerst nog even heeft tegen gescoord, raakt Van Mourik andermaal in paniek door het tollen en dollen van Moulijn en, hup, daar slaat Cor van der Gijp toe: 3-1. Zo ging het de hele middag door. Rust 5-2, eindstand 9-5.

Jaren later werd Ger van Mourik door Coen Moulijn in een special van Voetbal Inter- national ‘een pittige rechtsback’ genoemd. Het vreemde was dat Coen soms geen poot aan de grond kreeg bij de fors gebouwde verdediger en andere keren juist tegen Van Mourik de pannen van het dak speelde. “Ik kreeg in elk geval nooit een doodschop van Van Mourik.” Dat laatste bevestigt de Amsterdammer. “Ik ging er stevig tegen aan, maar in die tijd werd meestal fair gespeeld. We gingen als Ajacieden en Feyenoorders ook prima met elkaar om. Dat is na onze actieve voetbaltijd ook gewoon zo gebleven. Oud-Ajax en Oud-Feyenoord hebben vaak tegen elkaar gespeeld en dan was het ook na afloop altijd reuze gezellig. In het veld was indertijd natuurlijk ook sprake van grote rivaliteit, maar vijandigheid was er niet. Je ging gewoon goed met elkaar om.

Veertien keer stonden Moulijn en Van Mourik in de ‘Klassieker’ tegenover elkaar. Van Mourik herinnert zich het onvoorspelbare karakter van die ontmoetingen. “Gemiddeld werd in die wedstrijden heel veel gescoord. Dat kwam omdat beide teams op de aanval speelden. Soms hield ik Coen tachtig minuten onder controle, maar dan kon hij toch nog een beslissende actie hebben. Hij was in zijn bewegingen zo verdraaid moeilijk te volgen. Als back wist je dat Coen acht van de tien keer buitenom ging, maar zeker wist je het nooit. En had hij je eenmaal gepasseerd, dan was hij op de eerste meters enorm snel en kreeg je hem niet meer te pakken. Bovendien had hij een schitterende voorzet.”

Van Mourik ontmoette nooit een andere linksbuiten van Feyenoord, Moulijn wel diverse andere rechtsbacks van Ajax. 36 Keer speelde Moulijn mee in de nationale topwedstrijd. Sjaak Swart was er precies even vaak bij. De orthodoxe linksbuiten en de al even orthodoxe rechtsbuiten zijn in dit opzicht recordhouders en zullen dat ongetwijfeld blijven.

De eerste tegenstander voor Moulijn na het tijdperk-Ger van Mourik was Piet Ouderland. Op 5 februari 1961 ging het in Amsterdam (0-1) om een eenmalige ervaring voor Ouderland en dat speet de Ajacied niet. “Ik was linksback, zij het van nature een rechtsbenige. Voor die ene wedstrijd zaten we met blessures en moest ik op rechts tegen Coen spelen. Voor een back was hij een vreselijk lastige klant. Hij was razendsnel in zijn bewegingen en bijzonder getruct. Ik kan niet zegen dat Coen een komediant was, maar hij was zó licht – bij het minste lag hij op de grond en kreeg hij een vrije trap mee. Bij het Nederlands elftal heb ik ook nog enkele keren met hem samen gespeeld. Ook dat was niet altijd een pretje, want Coen verdedigde echt voor geen meter mee. Het verdedigen liet hij heel graag aan de verdedigers over. Maar ik vond ‘m wel altijd een moordgozer. Coen kon natuurlijk ook verschrikkelijk goed voetballen.

In het najaar van 1956 speelde Coentje zijn eerste wedstrijd tegen Ajax (7-3 voor Feyenoord) en nadien zou hij pas in het voorjaar van 1971 voor het eerst een wedstrijd tegen de eeuwige rivaal missen. Trainer-coach Ernst Happel passeerde de linksbuiten toen voor het bekerduel dat Feyenoord voor eigen publiek met 2-1 verloor. Zes weken later speelde Coen voor de laatste keer tegen Ajax. Het was in het Olympisch Stadion een gedenkwaardige wedstrijd. Theo Laseroms begon dat directe titelduel met een gebroken sleutelbeen, Wim van Hanegem sloeg Johan Neeskens bewusteloos en Feyenoord greep verrassend het kampioenschap door met 3-1 te winnen. In het najaar van 1971 was Moulijn er bij de volgende Ajax-Feyenoord niet bij, omdat hij toen nog herstellende was van een bizar ongeluk. Zijn auto werd gegrepen door een goederentrein.

Na de botsing met de trein kwam Coen nog even terug, maar op 9 januari 1972 sloeg vervolgens het noodlot op het veld toe. Bij een onschuldig duel met de Blauw-Witter Ab Schonewille raakte zijn linkerarm uit de kom en scheurden enkele banden. Nog eens herstelde de lichtgewicht, maar op 8 maart 1972 betekende de thuiswedstrijd voor de Europa Cup I tegen Benfica zijn laatste wedstrijd voor Feyenoord. Met een eresaluut tegen het nationale elftal van Uruguay zwaaide hij drie maanden later als speler af.

Coen Moulijn speelde tussen 1956 en 1971 dus 36 keer tegen Ajax. Anders dan in de generaties na hem was Feyenoord in zijn tijd iets sterker dan Ajax: vijftien keer won Coent Moulijn van Ajax, twaalf keer verloor hij en negen keer werd het gelijk. Het aantal doelpunten in die reeks was enorm: 75 voor Feyenoord, 70 voor Ajax. Coen was zelf altijd de man van de beslissende voorzet, maar hij scoorde zelf ook nog vier maal. “Bij Feyenoord-Ajax wordt altijd gevoetbald”, zei Mister Feyenoord. Gaandeweg ging de evolutie van het spel hem echter tegen staan. In de jaren van de duels met Ger van Mourik, Piet Ouderland en Henk Tijm, viel de aanvaller aan en verdedigde de verdediger.

Coen Moulijn in duel met Gerrie Mühren tijdens Feyenoord – Ajax (2 november 1969)
foto: Peter Molkenboer

Dit was ook nog het geval toen Wim Suurbier, de later zo gruwelijk harde rechtsback van Ajax, op 29 november 1964 voor het eerst tegen Feyenoord speelde. Suurbier was van rechtsbuiten toen al rechtsback geworden. Als jonge verdediger had hij totaal geen vat op Moulijn. Die eerste keer werd het 9-4 voor Feyenoord. Midvoor Hans Venneker scoorde vijf maal en Coen flitste keer op keer langs Suurbier. In volgende jaren had Coen het veel minder naar zijn zin tegen Suurbier.

Van alle rechtsbacks waren er drie waar Coen beducht voor was: Harry Brüll van Rapid JC, Frits Flinkevleugel van eerst DWS en later FC Amsterdam en Wim Suurbier. Brüll was een meedogenloze ijzervreter waar Coen nooit goed tegen speelde (‘in Limburg heb ik sowieso bijna nooit een opvallende wedstrijd gespeeld’), Flinkevleugel brak hem met een buiten- gewoon grove actie een kuitbeen en voor Suurbier ging hij op den duur ook liever een straatje om. Maar het vervelendste aan de ontmoetingen met het Ajax van Suurbier vond Coen de gaandeweg gegroeide verplichting om de naar voren trekkende rechtsback te volgen.

In de door Ger Bestebreurtje geschreven biografie Coen Moulijn vertelt, geeft Coen aan hoe hij tegen die ontwikkeling van het spel aan keek. “Suurbier is puur defensief geen uitblinker, zeker niet de moeilijkste om te passeren. Maar als hij oprukt, moet ik hem als moderne aanvaller afstoppen en dat valt niet mee. Wim is veel jonger dan ik en in zijn ren naar voren gaat hij steeds harder.” Coen heeft hier nooit aan kunnen wennen. Een rechtsback diende hem te volgen, andersom vond hij flauwekul.

Na zijn loopbaan als speler is Coen Moulijn altijd een echte Feyenoorder gebleven. De wedstrijden tegen Ajax heeft hij zich nooit laten ontnemen. Gaandeweg ergerde hij zich wel aan de steeds hatelijker sfeer bij zijn bezoeken aan Amsterdam. Andersom was de agressie in Rotterdam tegen Mister Ajax Sjaak Swart nog groter. Uiteindelijk besloot Swart de Klassieker in de Kuip maar niet meer te bezoeken. Coen ging nog wel naar Amsterdam, maar op den duur met steeds minder plezier.

Europacup I

In 1970 won Moulijn met Feyenoord als eerste Nederlandse voetbalclub de Europacup I door in de finale het Schotse Celtic te verslaan. Een paar maanden later won wij met de club tevens de wereldbeker voor clubteams door van het Argentijnse Estudiantes de la Plata te winnen.

Coen Moulijn tilt de Europacup op na de overwinning tegen Celtic.
foto: Onbekend

Treinongeluk

In het najaar van 1971 werd zijn auto gegrepen door een goederentrein. Van de auto was niet veel meer over dan een hoop verwrongen blik, maar Coen – die naar buiten werd geslingerd -had slechts schaafwonden en een paar gekneusde ribben. Er werd beweerd dat het om een poging tot zelfmoord ging. Dat leek onwaarschijnlijk, omdat hij in het Zuiderziekenhuis een uurtje later zijn gevoel voor humor al weer terug had. “Die trein week niet uit.” Ruim een jaar later, op 24 april 1972, raakten Feyenoord en de familie Moulijn opnieuw in paniek. Toen werd in Rotterdam het bericht verspreid dat Coen zelfmoord had gepleegd. Aanvoerder Rinus Israël kreeg de schrik van zijn leven toen hij telefonisch de familie Moulijn wilde condoleren en Coen zelf aan de lijn kreeg.

Kort nadien zette de linksbuiten een punt achter zijn loopbaan. Hij kreeg nog één keer De Kuip vol, voor zijn benefietwedstrijd tegen Uruguay, en hield zich vervolgens full time bezig met zijn modezaak.

Nederlands elftal

Moulijn debuteerde op 8 april 1956 al op 19-jarige leeftijd in het Nederlands elftal. Er lag een grote interlandcarrière voor hem in het verschiet, maar de 38 interlands, waarin hij vier doelpunten wist te maken, die hij uiteindelijk zou spelen waren er eigenlijk veel te weinig. Verschillende bondscoaches weigerden een beroep op Moulijn te doen, omdat ze vonden dat hij te veel pingelde en te weinig meedeed als hij de bal niet had. Desal-niettemin speelde de Feyenoorder ook in dienst van Oranje talloze gedenkwaardige wedstrijden.

Coen Moulijn voor Oranje waar hij 38 keer voor uitkwam.
foto: KNVB

Het einde van 17 seizoenen Feijenoord.

Het legioen brulde wanneer de tegenstander alleen maar boos keek naar de buitenspeler. Niemand mocht aan de kleine tovernaar komen. Later zakte Moulijn weg in prestatie en de daarmee samenhangende adoratie. Hij werd afhankelijker van zijn ploeggenoten en kreeg last van inzinkingen. Hij runde een modezaak, hij had een gehandicapte zoon en kreeg te veel aan zijn hoofd.

Op 9 juni 1972 speelde Moulijn zijn afscheidswedstrijd bij Feyenoord, tegen het nationale elftal van Uruguay. Het Rotterdamse publiek bedankte hem die avond met twintigduizend rode en witte anjers. Na zijn actieve carrière had Moulijn tot aan zijn overlijden een kledingwinkel aan de Langenhorst in Rotterdam, die hij al tijdens zijn carrière opende. Ook was hij een seizoen bij Feyenoord actief als elftalleider. Moulijn bleef altijd een zeer trouw bezoeker van de thuiswedstrijden van zijn grote liefde en een graag geziene gast in de business unit ‘Het Oude Noorden’ van Willem van ’t Wout in De Kuip.

In 1988 werd hij door het bestuur van Feyenoord tot onbezoldigd ‘Elftalleider’ benoemd bij het toen nogal tobbende team van trainer Pim Verbeek. Hij stelde zich er veel van voor, maar in december 1989 hield hij het al voor gezien. “Dit is niks voor mij. Ik wilde invloed hebben, maar in werkelijkheid houdt zelfs al iemand als bewindvoerder Joop van der Reijden mij overal buiten. Dan kan ik mijn energie maar beter voor mijn kledingzaak gebruiken.”

In totaal speelde Moulijn 487 competitieduels voor Feyenoord, waarmee hij tussen 1955 en 1972 de Europa Cup I, de Wereldbeker, vijf landstitels en twee KNVB-bekers wist te winnen. De lichtvoetige linksbuiten was een artiest op de vleugel, die met zijn passeer- beweging en uitstekende voorzet ontelbaar veel Rotterdamse goals voorbereidde. Spitsen als Cor van der Gijp en Ove Kindvall dankten een groot deel van hun productie aan de precisie waarmee Moulijn zijn voorbereidende werk deed. Op zijn beurt kon Moulijn zich uitleven op de vleugel dankzij spelers als Cor Veldhoen die met liefde het vuile werk voor hem opknapte. De overlevering vertelt: geen oprechtere Feyenoorder dan Coen Moulijn, maar hij kwam origineel wel van Xerxes. De andere stelling: geen echtere linksbuiten dan Coen Moulijn, een man met het krijt aan de schoenen, maar hij trad wel als linksbinnen aan bij de stadionclub.

Coen Moulijn is één van de drijvende krachten achter het meest legendarische elftal dat ooit op de groene zoden van de Kuip gestaan heeft. Het is een wereld die Adrie Moulijn van de zijlijn meekrijgt. Letterlijk, want ze trouwt pas met Coen als hij zijn leren kicks al aan de wilgen heeft gehangen.

Symbool

Coen Moulijn wordt beschouwd als een belangrijk symbool voor zowel sportclub Feyenoord als van Rotterdam. Door zijn rol in het eerste voetbalteam van Feyenoord droeg hij sterk bij aan de successen van de club. Hij groeide uit tot misschien wel de grootste vertegenwoordiger van de ‘handen uit de mouwen’ mentaliteit van de naoorlogse wederopbouwstad.

Coen Moulijn prijkte, bij een in 1999 samengestelde populariteitsverkiezing, op de hoogste plaats van belangrijkste Feyenoorders uit de historie. Mister Feyenoord speelde 487 competitiewedstrijden. Hij was de linksbuiten, zo luidde de volkswijsheid, die alleen door zijn aanwezigheid al tienduizenden mensen naar De Kuip trok.

Coen Moulijn vereeuwigd in brons
foto: ANP

Al bij leven kreeg Coen Moulijn de waardering die hij verdiende. Zo mocht hij in oktober 2009 een door kunstenaar Tom Waakop Reijers vervaardigd bronzen standbeeld van zichzelf op het voorplein van De Kuip onthullen en verscheen op diezelfde dag een stoeptegeldikke biografie. ‘Misschien heb ik het zelf afgedwongen dat er nu een boek en een beeld is van mij, maar ik sta er toch wel van te kijken’, sprak een vereerde Moulijn bij die gelegenheid. Het was echter een eerbetoon dat hem toekwam. De naam van Coen Moulijn zal voor altijd onlosmakelijk verbonden zijn met Feyenoord.

Overlijden

Coen Moulijn werd op nieuwjaarsdag 2011 getroffen door een herseninfarct en overleed drie dagen later op 73-jarige leeftijd aan de gevolgen daarvan. Bij de uitvaart werd de rouwstoet vanaf De Kuip door de binnenstad naar het crematorium gereden. Langs de route stonden door heel de stad Feyenoordsupporters die Moulijn de laatste eer bewezen met brandende fakkels en het zingen van Feyenoordliederen. Voor het stadhuis, waar de meeste Feyenoorders stonden, hing een spandoek met een foto van Moulijn met eronder de tekst Coen jij blijft de grootste.

De Rotterdamse burgemeester Aboutaleb kondigde na het overlijden van Coen Moulijn aan met zijn familie te gaan overleggen over het vernoemen van een straat of plein. Moulijn staat volgens hem symbool voor het Rotterdamse motto ‘Geen woorden maar daden’. In 2011 is ervoor gekozen om de aan De Kuip gelegen ‘Marathonweg’ om te dopen tot Coen Moulijnweg.

De Coen Moulijn Memorial Cup is een voetbaltoernooi voor F-pupillen dat vanaf 2012 jaarlijks wordt georganiseerd om de naam van de overleden voetballer hoog te houden. Het wordt afwisselend gehouden op het sportcomplex van een van de twee de Rotter- damse voetbalverenigingen waar Moulijn ooit voor uitkwam. Ook de op dezelfde dag te spelen vriendschappelijke wedstrijd tussen Xerxes DZB en SC Feyenoord is bedoeld ter herinnering en hommage aan mister Feyenoord die zijn sportcarrière bij Xerxes begon.

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen van Nederland: 1961, 1962, 1965, 1969, 1971
* KNVB beker: 1965, 1969
* Wereldbeker voor clubteams: 1970
* Europacup I: 1970
* Intertoto Cup: 1958, 1959, 1967, 1968
Nederlands elftal
* Interlands: 38 en 4 doelpunten
Individueel
* Ridder in de Orde van Oranje-Nassau: 1970

Referenties en bronnen:
Wikipedia, TROUW, Voetbal International, www.bestevoetballers.nl, www.kentudezenog.nl, www.rethinkingmedia.nl,