101 voetbaliconen: (84) Gianni Rivera

PASPOORT

Geboren: Alessandria, 18 augustus 1943
Overleden: –
Nationaliteit: Italiaans
Positie: Middenvelder
Clubs: Alessandria, AC Milan
Interlands: 60 doelpunten: 14
Doelpunten: Alessandria: 6, AC Milan; 122
Trainer: –

AC Milan was een elftal dat in de jaren zestig tot de verbeelding sprak. Rivera! Een jonge, frêle voetballer die de ene meesterlijke pass na de andere verstuurde! In het ervaren team van AC Milan vertegenwoordigde Rivera de verjonging die beslist noodzamelijk was. De grote namen waren toen natuurlijk de Zweed Hamrin, de latere trainer Trappatoni, de Duitse back Schnellinger en de lange doelman Cudicini. En ook Altafini hoorde daar bij. Maar de bekoring kwam toch voornamelijk van stilist Rivera, een streling voor beide ogen!

Met spelers als Gianni Rivera en Angelo Sormani zou Prati, vaak komend vanaf de vleugel, een gevreesde aanval vormen van de rood-zwarte formatie. Ook Giovanni Trappatoni speelde in die periode voor de club, waar op dat moment succestrainer Nereo Rocco de scepter zwaaide.

Middenvelder – Giovanni Rivera was een begaafde en elegante spelverdeler die liefst 501 competitiewedstrijden voor AC Milan speelde en daarbij 124 goals scoorde. Rivera wist met Milan drie scudetto’s te winnen en twee keer de Europacup I te veroveren. In 1969 werd hij gekozen tot Europees Voetballer van het Jaar.

Rivera is de voetballer van de gouden passes, de nummer 10 van AC Milan. De speler die Ajax in zijn eerste Europa-Cupfinale van hot naar haar stuurde. Rivera won titels, bekers en in 1963 en 1969 zelfs de Europa Cup I, als eerste Italiaanse ploeg ooit. Het waren de gloriejaren van AC Milan met Nereo Rocco op de bank, en binnen de lijnen maakte sterspeler Gianni Rivera de dienst uit. Il ragazzo d’oro, het gouden jongetje werd hij genoemd.

Rivera zou bij Milan uitgroeien tot wat Johan Cruijff voor Ajax is en Coen Moulijn voor Feyenoord: een echt clubicoon. En de tifosi rossoneri zouden het Ruud Gullit nooit helemaal vergeven dat hij tijdens zijn officiële perspresentatie in 1987 het antwoord schuldig moest blijven op de vraag wie de grote Gianni Rivera ook al weer was.

Gianni Rivera (AC Milan) Europees Voetballer van het Jaar in 1969
foto: Onbekend

Jeugdjaren

Rivera werd geboren in Alessandria, in de regio Piemonte. Zijn vader was een spoorweg- arbeider. Gianni begon met voetballen bij de lokale club ASD Don Bosco, waar hij werd gescout door de voormalige Milanese middenvelder Franco Pedroni, die de assistent-coach was bij Alessandria hij haalde Rivera over, om zich op zijn dertiende, aan te sluiten bij Alessandria

In 1960 werd de destijds zeventienjarige Rivera overgenomen door AC Milan

AC Milan

AC Milan won titels, bekers en in 1963 en 1969 zelfs de Europa Cup I, als eerste Italiaanse ploeg ooit. Het waren de gloriejaren met de legendarische mopperkont Nereo Rocco op de bank, ook wel El Paron genoemd. En binnen de lijnen maakte sterspeler Gianni Rivera de dienst uit. Il ragazzo d’oro, het gouden jongetje, die zo weergaloos kon kappen, draaien, dribbelen op het middenveld en het publiek in San Siro (vernoemd naar de heilige San Siro aan wie een kappeletje was opgedragen in de gelijknamige Milanese wijk) in vervoering bracht. Gianni Rivera, de man met de naam van een Italiaanse popster debuteerde als zestienjarige met Alessandria in de Serie A en in hetzelfde jaar zijn opwachting maakte in het eerste van AC Milan.

In 1969 leidde hij AC Milan naar een verpletterende 4-1 overwinning op Ajax. De eerste Europa-Cupfinale van Ajax. Hij herinnert zich van de finale in Madrid maar één Ajacied, Johan Cruijff. “Die stond maar te schreeuwen en de anderen schreeuwden maar terug.”

Eind jaren zestig begon Ajax aan zijn Europese opmars. Als eerste Nederlandse Europa Cup 1-finalist geldt Ajax als underdog tegen het grote AC Milan. Rocco, de trainer van de Milanezen, annuleert een spionagereis naar het laatste competitie-duel van Ajax vóór de finale. Rocco weet genoeg en is zeker van zijn zaak. Op 28 mei krijgt hij in het Bernabeu-stadion in Madrid zijn gelijk.

AC Milan met in de gelederen de grote Italiaanse vedette van die tijd, de begaafde middenvelder en spelverdeler Gianni Rivera. Een andere bekende naam is latere trainer Giovanni Trappatoni en de felblonde Duitse back Karl-Heinz Schnellinger. Coach is de Nereo Rocco. Berucht bijna, Rocco is één van de grondleggers van het catenaccio, het voetbalsysteem dat met de introductie van de libero (vrije verdediger) uitgaat van een gesloten defensie. Hoe verfoeilijk ook, het systeem blijkt die avond in het Bernabeu stadion in Madrid bijzonder effectief. Met rake counters zorgen de Italianen ervoor dat de finale geen wedstrijd wordt: 4-1. Prati, één van de twee spitsen, is met drie doelpunten de ‘man of the match’. De Joegoslaaf Velibor Vasovic moet nota bene met een penalty de eer redden. Johan Cruijff is, niet voor het laatst in zijn carrière, onzichtbaar in een finale.

Gianni Rivera met Ajax aanvoerder en doelman Gert Bals voor de finale in 1969
foto: Onbekend

NRC had in 1995 een interview met de toen 52-jarige Rivera.

Mooie herinneringen heeft hij volop. Vooral aan de Europa-Cupfinale op Wembley in 1963, toen Milan met 2-1 van het machtige Benfica van Eusebio won. Negentien jaar was hij pas en hij toonde aan Europa hoe goed hij kon voetballen. De lange, preciese passes op Altafini die tweemaal scoorde en op de prachtige buitenspeler Mora die door een zware blessure vroegtijdig zijn loopbaan moest beëindigen. “Dat was een team met individuele klasse, met schitterende staaltjes van techniek. Zo zou Milan nooit meer spelen in die jaren”, zegt hij met zachte stem.

De grote man achter het succes was Nereo Rocco. Hij stond bekend als de trainer die voor het eerst een libero achter de vier verdedigers opstelde. Hij vond het catenaccio uit, als een middel voor de arme clubs om zich teweer te stellen tegen de rijke. Maar dat was bij Padova en later bij Triestina. “Bij Milan hoefde hij geen catenaccio te spelen. Dat deed hij ook zelden. Later heeft Helenio Herrera bij Inter het catenaccio geperfectioneerd. Inter speelde altijd catenaccio. Milan speelde aanvallend, zeker onder Rocco.”

Met groot respect praat Rivera over wijlen Rocco, die na de Europa-Cupwinst in 1963 bij Milan vertrok en vier jaar later terugkeerde om in 1969 opnieuw de Europa Cup te winnen. “Rocco was een strateeg, maar vooral een beminnelijke man. Hij had een zacht karakter, hij hield van mensen. Daardoor hadden de spelers vertrouwen in hem. Er was een groot vertrouwen tussen de spelers en hem. Hij was mijn grote broer. Bij zijn terugkeer in 1968 maakte hij mij aanvoerder. Niet omdat ik een leider met mijn mond was, zei hij, maar met mijn benen.”

Europa Cup I finale 1963: Benfica en Rivera (rechts met bal) betreden het Wembley stadion
foto: Onbekend

Rivera herinnert zich dat Rocco vóór de Europa-Cupfinale in 1969 niet eens naar een wedstrijd van Ajax ging kijken. “Rocco was ervan overtuigd dat we van Ajax zouden winnen. We hadden in de voorgaande ronden al van Celtic en Manchester United gewonnen. Dat waren de grote clubs van Europa. Ajax was niet belangrijk. Rocco zei dat er maar één speler was waar we op moesten letten: Cruijff. Anquiletti, een verdediger moest hem bewaken. Maar toen bleek dat Cruijff het hele veld bestreek, moest Trapattoni, onze verdedigende middenvelder, hem overnemen.”

Rivera kan zich de wedstrijd nog goed voor de geest halen. Maar namen van Ajacieden schieten hem niet te binnen. “O ja, die Joegoslaaf Vasovic. En wacht even… Keizer. Maar verder niemand. Er stond wel een grote, blonde jongen steeds bij mij in de buurt. Blond. Maar echte mandekking paste Ajax niet toe. Ze wilden maar aanvallen. Maar ik had een vrije avond. Cruijff stond maar te schreeuwen. En de anderen schreeuwden maar terug. Ik had soms het gevoel dat de anderen dachten: doe jij het maar. Ik vond de meeste Hollanders zo traag, een beetje stijf. Technisch waren ze niet zo bijzonder.”

Wie de trainer was? Rivera strijkt met zijn handpalm over zijn onberispelijk gekamde kuif. Hij weet het niet. “Michels? Was Michels toen trainer? Heb ik nooit bij stilgestaan dat Michels toen trainer was. Ik heb Ajax later echt wel gevolgd. Want ik had bewondering voor Ajax, Cruijff vooral, en voor Rinus Michels. Maar ik kan me niet meer herinneren dat Michels toen trainer van Ajax was.”

Maar denk niet dat Milan toen een gemakkelijke wedstrijd speelde, waarschuwt Rivera. “We kwamen vroeg met 1-0 voor door Prati. Maar het duurde heel lang voordat we door Prati op 2-0 kwamen. We werden overmoedig. Na de rust maakte Vasovic uit een onterechte strafschop 2-1. Toen hebben we het tempo verhoogd en scoorden Sormani en weer Prati. We hebben niet zoveel kansen gehad. We wilden het te mooi doen. Ajax was ook eigenlijk veel te zwak, op Cruijff na. Ze waren zo nerveus, ze waren geen eenheid, zo voetbalden zo naïef. Ze hadden duidelijk geen ervaring.”

Rivera vergelijkt de ploeg van Ajax van 1969 met die van Feyenoord een jaar later. “We werden door Feyenoord uitgeschakeld omdat die ploeg veel compacter dan Ajax speelde, veel harder, veel volwassener. Feyenoord had meer individuele klasse dan Ajax. Ik kan me nog die middenvelder herinneren, een fantastische voetballer (Rivera hakkelt iets wat op Van Hanegem moet duiden,). Ik speelde in Rotterdam niet mee toen we verloren. In de eerste wedstrijd die we wonnen, was ik al uitgevallen door een blessure. Feyenoord voetbalde met veel kracht en daar kon Milan niet zo goed tegen.”

Rivera voor AC Milan in de stadsderby tegen Inter Milan
foto: Gazzetta TV

Precies 501 wedstrijden speelde Rivera voor AC Milan en 60 voor het nationale elftal. Hij was geen speler die vocht voor elke meter, hij maakte geen overtredingen, hij was oogstrelend zacht, hij was een heer. “Ik had het niet nodig hard te zijn en te schreeuwen. Toen niet, in dat voetbal. Ik ben altijd een jongen gebleven. Ik hield van Prati, ook een echte Milanista. Ik hield van hem omdat hij anders was dan ik. Hij was uitbundig, wild en grillig, een echte schutter. La peste, ja, een plaag voor elke tegenstander. Ik vond het jammer dat hij wegging bij Milan. Het klimaat in Milaan was slecht voor zijn gezondheid. Het was er te vochtig. Daarom ging hij naar Rome en later naar Florence. Hij is nu trainer van een amateurclub. Jammer, dat hij weg moest. Ik heb hem in Madrid gekust. Ik vond het fijn voor hem dat juist hij driemaal scoorde.”

Ergens was Rivera ondanks zijn zachte karakter toch een leider. Hij vocht met Inter-aanvoerder Mazzola jarenlang voor de rechten van profvoetballers en was voorzitter van de spelersvakbond. Het werd hem niet in dank afgenomen door de clubbestuurders. In 1975 besloot Milan-voorzitter Buticchi de 32-jarige Rivera te verkopen. Maar Rivera wilde niet: eens een Milanista, altijd een Milanista.

De intussen schatrijk geworden voetballer meende de club voor zes miljoen gulden te moeten kopen. Aanvankelijk mislukte de coup van Rivera omdat Buticchi toch voldoende ruggesteun kreeg. Maar enige tijd later slaagde Rivera toch in zijn opzet en werd hij vice-voorzitter. Bovendien bleef hij voetballer en voorzitter van de spelersvakbond. In 1979 beëindigde Rivera zijn voetballoopbaan.

Een jaar later werd Rivera voorzitter. Zijn voorganger Colombo en de spelers Morini en Albertosi waren betrokken bij het Totonero-schandaal en werden geschorst. Milan werd teruggeplaatst naar de Serie B. Milan zou nog jaren moeten wachten voordat de club zijn oude glorie terugkreeg. Dankzij het kapitaal van Berlusconi. Eén jaar werkte Rivera samen met de media-gigant. “Maar ik kon niet met hem samenwerken. Ik ben eruit gestapt en werd gevraagd in de politiek te gaan. Ik ben sinds 1986 parlementslid, voor de Democraten, zoals ze nu heetten.”

Gianni Rivera speelde van 1960 tot en met 1979 voor AC Milan. De schaduwspits won met Milan enkele malen de landstitel, de nationale beker en tweemaal de Europa Cup I. Hij speelde mee in 501 competitieduels en scoorde daarin 124 maal.

In 1969 werd Rivera verkozen tot Europees voetballer van het jaar.

Rivera met de Ballon d’Or (Gouden Bal) in 1969
foto: Onbekend

Italiaans elftal

Rivera maakte deel uit van het Italiaanse nationale elftal tussen 1962 en 1974. Rivera maakte zijn internationale debuut met Italië onder de 21 op 9 Maart 1960, en scoorde 2 doelpunten in een 4-1 pre-Olympisch vriendschappelijke wedstrijd tegen Zwitserland. Op de Olympische Zomerspelen in Rome maakte Rivera zijn toernooidebuut in een 4-1 overwinning tegen Taiwan, op zeventienjarige leeftijd, en vormde een tandem met Bulgarelli op het middenveld. De Italianen eindigen op een vierde plaats Rivera scoorde drie doelpunten in vijf wedstrijden.

Met het Italiaanse elftal maakte Rivera zijn debuut op 13 mei 1962 in een 3-1 uitwinst tegen België, op achttienjarige leeftijd. Hij deed mee op het WK in 1962 in Chili en speelde zijn eerste WK-wedstrijd op het toernooi, in een 0-0 gelijkspel tegen West-Duitsland op 31 mei; dit was echter zijn enige wedstrijd op het toernooi, mede omdat Italië al werd uitgeschakeld in de eerste ronde.

Ondanks Rivera’s creatieve talent en technische vaardigheden, was de bekende Italiaanse sportjournalist Gianni Brera kritisch over de prestaties van de jonge Rivera vanwege zijn gebrek aan tempo, fysiek en slecht verdedigend werk. Hij vond ook dat de in-vorm zijnde Angelo Sormani had moeten spelen in zijn plaats op het WK van 1962.

Later dat jaar scoorde Rivera zijn eerste doelpunt voor Italië op 2 december in zijn vierde interland, op een leeftijd van 19 jaar en 206 dagen, in een thuisoverwinning van 6-0 tegen Turkije, in een EK-kwalificatiewedstrijd voor het EK van 1964 waardoor Rivera de op één na jongste doelpuntenmaker van Italië ooit werd, achter Bruno Nicolè.

Onder coach Ferruccio Valcareggi maakte Rivera later deel uit van het zegevierende Italiaanse elftal, die hun eerste Europese kampioenschap in 1968 won, op eigen bodem. Ondanks het krijgen van de winnaarsmedaille miste Rivera de finale tegen Joegoslavië, door een blessure die hij had opgelopen in de halve finale wedstrijd tegen Sovjet-Unie, die eindigde in een 0-0 gelijkspel; Italië ging vervolgens door naar de finale door ouderwets tossen. Ondanks dat hij kampte met een spierblessure, speelde Rivera een prima wedstrijd in de halve finale.

Rivera speelde vervolgens met de Squadra Azzurra (Italiaans nationaal team) op het WK van 1970, georganiseerd door Mexico. Op het hoogtepunt van zijn carrière, werd er veel van hem verwacht in het toernooi; na een trage start werd Rivera de sterspeler in de knock-out wedstrijden totdat Italië de finale bereikte en met 4-1 werd overklast door Brazilië.

In de voorbereiding was het Italiaanse team in rep en roer geraakt na een blessure op het laatste moment van spits Pietro Anastasi. Roberto Boninsegna en Pierino Prati werden in zijn plaats opgeroepen, terwijl Giovanni Lodetti, die samen met Rivera een vaste waarde was op het middenveld uit het team werd verwijderd, als gevolg daarvan stond Rivera in het middelpunt van een controverse toen hij team supervisor Walter Mandelli beschuldigde van het leiden van een mediacampagne tegen hem, en hem ook had willen uitsluiten van het Italiaanse elftal.

Rivera in één van 60 interlands voor Italië
foto: Onbekend

Op het WK van 1970 vond de Italiaanse coach Ferruccio Valcareggi, dat Rivera en Sandro Mazzola niet samen konden spelen, omdat ze in vergelijkbare posities speelden voor rivaliserende clubs. Hoewel Rivera aantoonbaar de meest bekende was van de twee sterren koos Valcareggi ervoor om de harde werker en fysiek sterkere Mazzola op te stellen. Rivera miste de eerste twee groepswedstrijden van Italië, terwijl zijn afwezigheid werd toege- schreven aan “maagklachten”; speelde hij zijn eerste wedstrijd van het toernooi in de laatste groepswedstrijd van Italië, een 0-0 gelijkspel tegen Israël. Vanwege de frequente ruzie van Rivera met de Italiaanse technische staf over zijn beperkte speeltijd, moest zijn mentor Rocco ingevlogen worden om te voorkomen dat hij de ploeg zou verlaten.

In de tweede ronde van het toernooi met Rivera in plaats van Mazzola was Italië aanvallend sterker, maar zonder Mazzola maakte het Italië minder compact en verdedigend kwetsbaarder. Voor de knock-out ronde bedacht Valcareggi een controversiële oplossing door beide spelers te laten spelen en het beste uit hun specifieke vaardigheden te halen: ee strategie die later “staffetta” (estafette) werd genoemd.

Mazzola, die sneller, sterker, fitter, meer doelgericht was en de meeste tactische intelligentie van de twee had, begon aan de wedstrijd, terwijl Rivera halverwege kwam, zodra de tegenstanders vermoeid begonnen te raken. Dit zou de meer creatieve spelmaker Rivera de kans geven om meer aan de bal te komen om het tempo van het spel en van het elftal te dicteren. Met deze strategie versloeg Italië gastheer Mexico in de kwartfinales, en vervolgens West-Duitsland in de verlenging met 4-3. In een zinderend duel, dat uiteindelijk een 4-3 overwinning voor de azzurri werd. Een geniale Gerd Müller, die in de verlenging twee keer scoorde, kon daar niks aan veranderen. Gianni Rivera was de matchwinner in de 114e minuut. Niet voor niks wordt deze wedstrijd door de Italianen beschouwd als één van de beste interlands aller tijden. De Italianen bereikte voor het eerst in 32 jaar de WK finale, waarin het geconfronteerd werd met Brazilië, geleid door Pelé.

De wedstrijd werd een strijd tussen aanvallend en verdedigend voetbal, maar op de wedstrijddag stapte Valcareggi van zijn strategie af en besloot om Mazzola pas aan het einde van de wedstrijd te gebruiken, vanwege de fysieke toestand van verschillende van zijn startende spelers na de slopende halve finale tegen West-Duitsland. Rivera werd pas zes minuten voor tijd ingebracht, waarin hij Roberto Boninsegna verving toen Brazilië al een 3-1 voorsprong had. Twee van de grootste technische sterren van Italië waren dan eindelijk, vlak voor het eindsignaal, verenigd op het veld, maar veel mensen waren van mening dat beide spelers al vanaf het begin opgesteld hadden moeten worden, maar het was te laat; Brazilië won hun derde WK finale met 4-1.

Vier jaar later gebruikte Valcareggi uiteindelijk de twee spelers samen bij het WK van 1974, maar het oudere Italiaanse elftal presteerde slecht en werd al in de eerste ronde van het toernooi uitgeschakeld.

Met Italië maakte hij vier WK’s mee. Op het EK van 1968 behaalde hij met de Azzurri echter het grootste succes door Europees kampioen te worden. Rivera speelde zestig interlands en scoorde veertien keer voor zijn land.

Carrière na het voetballen

Na zijn actieve carrière werd Rivera zeven seizoenen vice-president in Milaan. Toen Silvio Berlusconi de club in 1986 kocht, nam hij ontslag en ging de politiek in.

Rivera begon zijn politike carrière in 1986 en werd in 1987 lid van het Italiaanse parlement met de partij van de christen-democraten. Hij diende als onder-secretaris voor defensie onder de regering van Romano Prodi en later als niet-inscrit-lid van het Europees Parlement.

In 2013 werd Rivera door de Italiaanse voetbalbond (FIGC) benoemd tot president van de technische sector (settore tecnico), die toezicht houdt op de opleiding en kwaliteit van de technisch staf in dienst van de FIGC.

Gianni Rivera werd in 2012 door toenmalig UEFA-voorzitter Michel Platini geëerd met de President’s Award. Die prijs is bedoeld om oud-spelers te eren die uitzonderlijke prestaties koppelden aan voorbeeldige persoonlijke kwaliteiten. De jaren ervoor kregen Raymond Kopa, Eusebio, Sir Bobby Charlton en Alfredo di Stefano de prijs.

Prijzenkast en erelijst:

* Serie A (Kampioen Italië): 1962, 1968, 1979
* Coppa Italia (Italiaanse beker): 1967, 1972, 1973, 1977
* UEFA Cup: 1968, 1973
* Europa Cup I: 1963, 1969
* Intercontinental Cup (Wereldbeker): 1969
Italië:
* 60 interlands, 14 doelpunten
* Europees Kampioen: 1968
* #2 Wereldkampioenschap 1970
Individueel
* Topscorer Coppa Italia (Italiaanse beker): 1967, 1971
* Ballon d’Or (Gouden Bal): 1969 en tweede in 1963
* FIFA XI: 1967
* Serie A Topscorer: 1972–73 (gedeeld met Giuseppe Savoldi en Paolino Pulici)
* IFFHS (International Federation of Football History & Statistics) Italiaans speler van de 20e eeuw: 1999
* IFFHS Europees speler van de 20e eeuw: #12 in 1999
* IFFHS Weredlspeler van de 20e eeuw: #19
* A.C. Milan Speler van de 20e eeuw: 1999
* Golden Foot “Football Legends”: 2003
* FIFA 100
* UEFA Golden Jubilee Poll: #35
* A.C. Milan Hall of Fame
* UEFA President’s Award: 2011
* Italian Football Hall of Fame: 2013
* Walk of Fame Italian sport: 2015

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Het Voetbal Boek, NRC, www.voetbaltravel.nl, www.nu.nl