(13) 1958: 15 juni DOS kampioen van Nederland

DOS zet Utrecht op z’n kop


Op 15 juni 1958 wordt DOS kampioen van Nederland, een unieke prestatie in 1958! Uniek ook toen voor de stad Utrecht, DOS kampioen samen met VELOX wat landskampioen werd bij de amateurs. Het Utrechtse Elinkwijk ontsnapte in een beslissingsduel aan degradatie. Utrecht stond op zijn kop! Oh ja, bij DOS behoorde ene Joop van Basten (jawel,..de vader van Marco) tot de selectie van het kampioenselftal.

Dit was het tweede seizoen waarin onder de KNVB-vlag een professionele Eredivisie werd gevoetbald. Het jaar ervoor waren Eindhoven en Willem II gedegradeerd. Hiervoor in de plaats kwamen ADO en Blauw Wit. Er werd in het seizoen 1957/1958 ook erg veel ge-scoord. Er vielen toen 1135 goals in 306 wedstrijden te noteren. Dit komt neer op afgerond 3,71 doelpunten per wedstrijd. Enkele hoge uitslagen tijdens dit seizoen waren: MVV – BVV Den Bosch (9-0), Sparta – NOAD (8-1) en GVAV – PSV (7-1).

De beslissingswedstrijd

De strijd om de eerste plaats ging lange tijd tussen DOS, SC Enschede (met Abe Lenstra in de gelederen) en Ajax. DOS en Sportclub Enschede, de club van Abe Lenstra, eindigden na 34 wedstrijden gelijk, met 47 punten. Er is een beslissingswedstrijd noodzakelijk tussen DOS en SC Enschede. Het duel werd op 15 juni 1958 In het Nijmeegse Goffertstadion gespeeld. Voor 38 duizend toeschouwers.

In Nijmegen wordt de club uit Utrecht kampioen door de beslissingswedstrijd tegen SC Enschede (nu FC Twente) te winnen na verlenging. Het is een warme zomerdag en SC Enschede blijkt een taaie tegenstander. Een van de spannendste voetbalcompetitie uit de geschiedenis van de eredivisie.

In Utrecht is het stadion gevuld met voetballiefhebbers die naar de radio luisteren om de verrichtingen van hun helden te volgen. Pas in de derde verlenging van de beslissings- wedstrijd tussen DOS uit Utrecht en Sportclub Enschede wordt deze beslist door een doelpunt van Tonny van der Linden. Over dat bijzondere seizoen 1957/1958 verscheen het boek DOS: Het wonder van Utrecht van de hand van journalist Ad van Liempt.

Bloedheet en benauwd was het op de dag van de finale. De Goffert zat bomvol met supporters uit Utrecht en Enschede. De strijd ging gelijk op. De spanning was ondraaglijk, maar DOS was fysiek sterker en had de wedstrijd onder controle. Er werd achterin niks weggegeven. Na negentig minuten stond het nog altijd 0-0. Er volgde een verlenging van vier keer zeveneneenhalve minuut. Het werd een echte slijtageslag, waar maar geen eind aan leek te komen. Totdat Tonny van der Linden in de 109e minuut puur op gevoel een kunststukje uithaalde.

Ik zag zo gauw niemand vrij staan en schoot toen maar

"Op ongeveer tien meter buiten het strafschopgebied, kreeg ik de bal", vertelt de legendarische nummer 10 van De Kanaries. "Ik wist eigenlijk niet wat ik moest doen. Ik goochelde maar wat met de bal." "De bal kwam voor mijn linker. Ik ben meer rechts, maar ik dacht toen: laat ik maar uithalen. Het was een laag schot in de verre hoek. Jan van de Wint, de keeper van Enschede, was een hele lange vent, maar hij kon er net niet met zijn vingers bij, omdat de bal op het laatst afzwaaide."

Utrecht staat op zijn kop

Alles wat er na dit ‘schot uit het niets’, gebeurde, voltrok zich in een roes. De wedstrijd was meteen afgelopen. Het was een golden goal. De meegereisde fans uit Utrecht bestormden het veld van de met 38.000 toeschouwers volkomen uitverkochte stadion De Goffert en namen de spelers op de schouders.

Doordat er enorme belangstelling was, en een groot gebrek aan toegangskaarten, hebben die dag 14.000 DOS-supporters in het eigen stadion naar een speciaal aangelegde radioverbinding geluisterd: ze keken twee uur naar een lege grasmat en luisterden naar een krakende lijn waarop uiteindelijk de goede afloop doorkwam. Voetbal anno jaren vijftig zonder televisieaandacht van betekenis, het betaald voetbal was nog pril, had zijn onschuld nog niet aan de commercie verloren.

foto: onbekend

foto: Utrechtsch Nieuwsblad

De kampioenen

Het bijzondere van DOS was dat het kampioenselftal een vriendenploeg was die bijna geheel uit eigen kweek afkomstig was. Veel spelers van die ploeg zijn altijd vrienden gebleven, tot de dag van vandaag. Iedereen genoot, behalve de maker van het winnende doelpunt. Van der Linden deed niet mee aan het feestgedruis. Zijn schoonvader was op diezelfde zondag overleden.

DOS in 1958
foto: onbekend

Kampioenselftal: Frans de Munck, Hans Kraay, Martin Okhuijsen, Henk Temming, Wim Visser, Gerrit Krommert, Louis van den Bogert, Dirk Lammers, Tonny van der Linden, Cor Luiten, Andries Nagtegaal, Jan van Capelle, Jacques Westphaal, Wim van den Bergh, Rini de Jong, Huub van der Heyden, Luc Flad, Mos Temming, Willem Steygerwald, Jacques Koole, Piet Wolfs, trainer: Pepi Grüber

Eredivisie stand 1957-1958

1. DOS 47 punten (84-52)
2. SC Enschede 47 punten (75-48)
3. Ajax 42 punten (62-44)
4. Fortuna ’54 40 punten (72-53)
5. MVV 37 punten (57-50)
6. ADO 35 punten (68-56)
7. VVV 35 punten (61-59)
8. NAC 35 punten (69-70)
9. Sparta 34 punten (63-62)
10. PSV 32 punten (73-70)
11. Feijenoord 32 punten (74-76)
12. Rapid JC 31 punten (56-67)
13. Blauw Wit 30 punten (56-59)
14. BVC Amsterdam 30 punten (54-63)
15. NOAD 29 punten (50-76)
16. Elinkwijk 28 punten (47-71)
17. GVAV 28 punten (58-63)
18. BVV 20 punten (56-96)

Topscorers:

1. Leo Canjels NAC 32 doelpunten
2. Tonny van der Linden DOS 29 doelpunten
3. Coen Dillen PSV 28 doelpunten
4. Carol Schuurman ADO 24 doelpunten
4. Cor van der Gijp Feijenoord 24 doelpunten

Op de schouders ontdekken we doelpuntenmaker Tonny van der Linden en keeper Frans de Munck.
foto: onbekend

De steunpilaren

Het "Wonder van Utrecht" is wat overtrokken DOS had gewoon een goed elftal met een uitstekende as: keeper (Frans de Munck), centrale verdediger (Hans Kraaij), middenvelder (Henk Temming) en twee scorende spitsen (Tonny van der Linden en Dirk Lammers).

Keeper: Frans de Munck

Keeper Frans de Munck keerde terug uit Duitsland en ging bij Fortuna ’54 aan de slag. Een roemrucht team, want niet alleen De Munck speelde er, maar ook beroemdheden als Faas Wilkes, Cor van der Hart en Bram Appel. Appel werd enige jaren later trainer bij dezelfde club.

Het is een feit dat de titel destijds ook behaald werd dankzij een heel bijzondere en voor die tijd heel dure aankoop. DOS kocht zomer 1957 de toen 35-jarige doelman Frans de Munck van Fortuna ’54 voor een transfersom van 95.000 gulden. Die riskante aankoop (De Munck was al enige tijd geen nationale doelman meer) bleek een gouden gok. Hij leidde de tot dat moment onzekere DOS-verdediging, die direct ongeveer 25 doelpunten minder tegen kreeg dan de jaren daarvoor. En hij keerde met succes terug in het Nederlands elftal.

Frans de Munck had niet alleen binnen, maar ook buiten het veld een geweldige uit- straling. Doordeweeks was hij een vertegenwoordiger bij een verzekeringsmaatschappij en er heeft nog nooit iemand in Utrecht zoveel verzekeringen afgesloten als hij, voornamelijk bij zijn vrouwelijke klanten.

Dat De Munck niet altijd even gemakkelijk in de omgang was, bleek in 1959. De Munck had met DOS een conflict over zijn contract. Hij weigerde daarom enkele maanden bij DOS te trainen en te spelen. Wel zorgde hij ervoor dat zijn conditie op peil blijft: hij speelde als handballer bij ‘Sport Vereent’! De Munck won zijn zaak en keerde in januari 1960 terug onder de lat bij DOS.

In 1961 maakte De Munck de overstap van DOS naar Veendam. In 1964 hij naar Cambuur Leeuwarden en in 1965 naar vitesse. Het seizoen 1966-67 begon De Munck bij Vitesse nog als keeper. Hij speelde op 21 augustus 1966 – hij was net 44 jaar – zijn laatste wedstrijd en volgde Pepi Gruber als op trainer.

Zijn verdere loopbaan voerde De Munck daarna als trainer langs Club Brugge, Lierse SK, opnieuw Vitesse, Minerva in Utrecht, Arnhemse Boys, hoofd Opleidingen bij DS ’79 in Dordrecht en, als afsluiting, opnieuw trainer bij achtereenvolgens AVW ’66, Zuid-Arnhem en WOM. In 1990 hield Frans de Munck er definitief mee op. Hij was toen 68 jaar. Een bijzondere man die met recht ooit de bijnaam Zwarte Panter heeft gekregen.

Frans de Munck alias "de zwarte panter" in actie voor DOS tegen Elinkwijk 3-2. Midden Hans Kraaij
foto: onbekend

Centrale verdediger (stopperspil) : Hans Kraaij

Kraay werd groot bij volksclub DOS, waar hij in 1954 voor 2400 gulden jaarsalaris (excl premies) ging spelen. Kraaij zat op de laatste officiële speeldag van de competitie met het militair elftal in Turkije. Omdat er een beslissingswedstrijd nodig was kon Kraaij nog net op tijd aansluiten voor de kampioenswedstrijd.

Een contract met de wilde profclub Utrecht moest hij van zijn vader verscheuren. Kraay speelde tot 1961 bij Door Oefening Sterk. Toen werd hij voor 65 duizend gulden verkocht aan Feyenoord.

In Rotterdam vormde hij het K-kwartet, met Reinier Kreijermaat, Gerard Kerkum en Jan Klaassens. In 1968 moest hij verdwijnen bij Feyenoord, omdat hij niet voor een verbeterd contract in aanmerking kwam. Kraay, kampend met zwakke achillespezen, stapte over naar DFC waar hij trainer werd. Nog een keer liet hij zich verleiden tot een terugkeer op de velden. Het avontuur eindigde voortijdig. Kraay moest aan de liezen geopereerd worden en gaf de helft van zijn handgeld aan DOS-voorzitter Willem Kernkamp terug.

Acht interlands speelde Hans Kraay. Hij moest lange tijd plaatsnemen achter een stel vaste krachten. Onder hen was Cor van der Hart, de belangrijkste sta-in-de-weg. Kraay kreeg zijn kans, wanneer andere spelers niet beschikbaar waren. Pas in 1964 verkreeg hij zijn favoriete, centrale plaats in de defensie van Oranje, in combinatie met Daan Schrijvers. Dat koppel bleef drie interlands staan. Daarna werd voor het club duo Schrijvers-Israel gekozen.

Na zijn loopbaan maakte hij naam als trainer. Kraay was als trainer/manager werkzaam bij alle drie klassieke Nederlandse topclubs: Ajax (1974/75, start 1975/76), Feyenoord (1982/83, 1988/89) en PSV (1985/86, 1986/87). Daarnaast was hij in 1976/77 en 1977/78 werkzaam bij AZ’67, dat op dat moment begon aan een periode van zes seizoenen waarin de club elk jaar bij de eerste vier van de Eredivisie eindigde (in 1976/77, 1977/78, 1978/79, 1979/80, 1980/81, 1981/82 werd de club successievelijk derde, derde, vierde, tweede, eerste en derde).

Later koos hij voor een baan in de journalistiek: het laatst als analyticus voor de NOS.

Middenvelder: Henk Temming

Christiaan Henk Temming voetbalde in de jaren veertig en vijftig voor de DOS en maakte als middenvelder (in het toen gehanteerde stopperspilsysteem: rechtsbinnen) deel uit van het elftal dat in het seizoen 1957/1958 kampioen van Nederland werd. Samen met neef Louis van den Bogert vormde Temming het middenveld van de Kanaries. Van der Bogert was er voor de korte combinatie en het technische werk, terwijl Temming het meer moest hebben van vrije trappen en afstandsschoten.

Temming werd wel getypeerd als het type ruwe bolster, blanke pit.

Soms overdreef Henk Temming wel eens. Zoals in de uitwedstrijd tegen Wageningen toen teamgenoot Ton van der Linden zich met een bloedende knie bij hem kwam beklagen. De topscorer van DOS was een paar keer meedogenloos aangepakt en beklaagde zich bij Temming over het harde spel van zijn bewaker. "Wacht maar even, je hebt vanmiddag geen last meer van die jongen", fluisterde de geblokte middenvelder hem toe. Even later ging de speler van Wageningen van het veld af, per brancard wel te verstaan. Temming had woord gehouden.

Henk Temming mag eigenlijk een beetje Mister DOS genoemd worden, hij heeft immers de meeste clubwedstrijden achter zijn naam staan. Maar hij stond wat in de schaduw bij de spelers die aan de weg timmerden. Ton van der Linden en Frans de Munck waren de grote blikvangers. Het landskampioenschap in Enschede was een mooie afsluiting van zijn loopbaan. Hij was toen al 34 jaar en moest gaan afbouwen.

Een weinig bekende periode uit het leven van Henk Temming is zijn internering in een Amersfoorts werkkamp. Temming werd opgepikt door de hulppolitie die collaboreerde met de Duitsers, naar Amersfoort overgebracht en vervolgens naar Duitsland getranspor- teerd waar hij van februari ’44 tot mei ’45 verbleef. Volgens eigen zeggen heeft hij gelukkig in de oorlog nog een beetje kunnen doorvoetballen, dat brak de spanning van de bombar- dementen.

Temming werd meerdere malen geselecteerd voor het Nederlands elftal, maar kwam nooit verder dan de reservebank. In 1960 beëindigde hij zijn carrière, om vervolgens als amateur nog enkele jaren voor Velox te spelen. Temming was van 1949 tot 2005 eigenaar van Sporthuis Henk Temming in Utrecht.

Henk Temming is de vader van zanger Henk Temming. Zijn zoon Henk zong bij het Goede Doel en is componist van hits van deze groep, Herman van Veen en René Froger. Henk Temming is een neef van voormalig voetballer Mosje Temming.

Henk Temming op de schouders van de supporters na afloop van de kampioenswedstrijd
foto: onbekend

Midvoor: Dirk Lammers

Eigenlijk is het een klein wonder dat Dirk Lammers in het betaald voetbal belandde. Hij voetbalde immers onopvallend bij een afdelingsclub (Ares) en was nooit opgevallen bij de voetbalscouts van DOS, Elinkwijk of Velox. De militaire dienst bracht uitkomst voor de laatbloeier. Dirk Lammers moest naar het toenmalige Nederlands-Indië waar een hele competitie werd georganiseerd voor militairen en burgers uit het vaderland. Bij een wedstrijd zaten Karel Lotsy en Dick van Rijn toevallig op de tribune. De één was een bekende KNVB-er, de ander een populaire radioreporter. Na afloop werd er een reportage gemaakt waarin zijn naam een aantal malen genoemd werd. Die uitzending is ook in Utrecht te horen geweest. Bij zijn terugkeer in Nederland stond DOS ineens op de stoep.”

Tijdens zijn debuut als invaller tegen Leeuwarden scoorde hij meteen drie keer en vanaf die tijd was Dirk Lammers vaste kracht in het elftal van DOS. Het was de start van een glansvolle periode, van 1950 tot 1960 maakte hij naast Ton van der Linden de meeste treffers voor de "Kanaries".

Dirk Lammers stond bekend om zijn sportiviteit én karakter. In 1957 scoorde zes doel- punten (waarvan twee kopballen) met een gebroken kaak tegen Holland Sport. De op twee plaatsen gebroken kaak was nog niets vergeleken met de enkelfractuur waarmee hij een wedstrijd speelde tegen Elinkwijk. Het deed "behoorlijk pijn" maar Dirk Lammers gaf geen krimp.

Dirk Lammers sloot zijn loopbaan overigens niet af in Galgenwaard, maar bij Go Ahead. Hij was toen al 38 en de legendarische Wim Beltman wilde hem toch nog hebben vanwege zijn karakter. Hij ging bij die club al snel door zijn knie heen, toen was het definitief gebeurd met karaktermens Dirk Lammers.

De snelle en karaktervolle spits Dirk Lammers in actie voor DOS
foto: onbekend

Aanvaller: Tonny van der Linden

De absolute uitblinkers van DOS in het kampioensteam waren stopperspil Hans Kraay (toen pas 21 jaar) en vooral Tonny van der Linden. Tonny van der Linden werd op 29 november 1932 geboren in Utrecht. In 1943 werd hij lid van het keurige Voorwaarts. Als jongen van zeventien jaar stapte hij in 1950 over naar de volksclub DOS. Hij groeide uit tot een local hero, een legendarische nummer 10.

Op 30 januari 1957 debuteerde hij in Oranje. In het Bernabéu Stadion in Madrid werd kansloos met 5-1 verloren van Spanje met de wereldsterren Antonio Ramallets, Ladislao Kubala, Luis Suárez, Francisco Gento en Alfredo Di Stéfano. Na afloop klaagde keeper Frans de Munck bij de pers over debutant Van der Linden. Volgens De Zwarte Panter zou de wedstrijd heel anders verlopen zijn met zijn Fortuna ’54-collega Bram Appel in de aanval. Van der Linden heeft De Munck deze uitspraken nooit vergeven. Ook toen de oncollegiale keeper even later een contract bij DOS tekende gunde Van der Linden hem geen blik waardig.

In 1958 leidde hij DOS naar het landskampioenschap, door in een play-off tegen Sportclub Enschede de winnende goal te scoren. Hij scoorde dat seizoen al 27 doelpunten in 32 wedstrijden. In totaal scoorde Van der Linden in twaalf seizoenen 208 keer voor DOS. Tussen 1957 en 1963 kwam Van der Linden 24 keer uit voor het Nederlands elftal, waarin hij 17 keer scoorde.

Ajax en Feyenoord hadden voortdurend warme belangstelling voor de sterspeler in Utrechtse dienst, maar tot een transfer kwam het niet. In 1967 vertrok Tonny van der Linden op een vervelende manier bij DOS. Hij kampte met hyperventilatie, maar dacht geruime tijd dat hij hartproblemen had. Het bestuur van DOS vertrouwde het zaakje niet. Van der Linden kreeg een officieel afscheid, maar dat werd vergald door een gesloten enveloppe.. zonder inhoud. Het enige aandenken aan zijn afscheidswedstrijd is een maquette met bijpassende tekst, gegeven door … Ajax.

1967: Tonnie van der Linden wordt gehuldigd naar aanleiding van zijn afscheid als actief voetballer
foto: ANP Historisch Archief

Een jaar later nam Van der Linden revanche, door in de eerste divisie de draad op te pakken bij DOS-concurrent Elinkwijk.

Er was in het seizoen 1957/1958 naast de spannende strijd tussen DOS en Enschede nog een tweede competitie te ontdekken in dat seizoen: de strijd tussen Tonny van der Linden en Abe Lenstra om het officieuze predicaat ‘Beste voetballer van Nederland’. Lenstra speelde in de nadagen van zijn carrière nog een aantal briljante wedstrijden en hand- haafde zich in het Nederlands elftal. Van der Linden werd keer op keer gepasseerd voor Oranje en nam daarvoor steevast revanche door in zijn eigen club schitterende wedstrijden te spelen en als spelverdeler liefst 29 goals te scoren.

Hoe populair Tonny van der Linden was en is blijkt dat uit feit dat hij in 1999 vóór Marco van Basten, door de Utrechters gekozen werd tot beste Utrechtse voetballer van de eeuw.

In 2013 werd er ter nagedachtenis aan het kampioenselftal van 1958 een monument onthuld bij het huidige FC Utrecht stadion. Het monument is een ijzeren constructie van vijf meter lang en tweeënhalve meter breed. Daarop staan op de voor- en achterzijde een afbeelding van het kampioenselftal van DOS uit 1958 en een afbeelding van Van der Linden in actie.

Tonny van der Linden schiet op doel in de Utrechtse derby tegen Elinkwijk
foto: ANP Historisch Archief

D.O.S.

De afkorting DOS stond voor Door Oefening Sterk. DOS werd in 1901 opgericht. De club werd 1958 kampioen van de eredivisie. In 1970 fuseerden DOS, Elinkwijk en Velox (beide ook Utrechtse clubs) tot FC Utrecht, waarna DOS en de genoemde clubs teruggingen naar de amateurs. De club mocht onder de naam DOS ’01 beginnen in de tweede klasse. In 1974 promoveerde de club naar de eerste klasse en na degradatie in 1979 promoveerde de club in 1986 voor het laatst naar de eerste klasse.

Daarna liepen de resultaten terug, wat in 1989 en 1994 resulteerde in degradatie naar respectievelijk de tweede en derde klasse. In 2002 en 2003 degradeerde DOS twee keer achter elkaar, van de derde naar de vijfde klasse. Aan het einde van het seizoen 2003-2004 werd de club opgeheven door gebrek aan vrijwilligers. De club eindigde dat seizoen net boven de nacompetitie-streep. Het fuseerde vervolgens met USV Holland tot DHC’04 (DOS-Holland Combinatie ’04). In 2007 is daar de vereniging Stichtse Boys aan toe- gevoegd en ging de club verder onder de naam D.H.S.C. (DOS-Holland-Stichtse Boys-Combinatie) aan de Thorbeckelaan in Utrecht. Hier had DOS vroeger zijn oefenveld naast Holland welke terreinen samen zijn gesloopt om er een nieuw terrein neer te zetten waar nu D.H.S.C. zit.

Bronnen en referenties
Het Wonder van Utrecht-Ad van Liempt, Volkskrant, inzichten.nl, voetballegends.nl, dos1958.nl