(15) 1960: 18 mei Real Madrid wint 5x de Europacup 1

Ongeëvenaard record door Koninklijke Madrilenen


Op 18 mei 1960 wint Real Madrid voor de vijfde achtereenvolgende keer de Europacup 1. Tot op de dag van vandaag nog steeds een ongebroken record. Real Madrid was in de jaren vijftig ongenaakbaar. Vijf keer op rij won de club de Europa Cup 1 (1956-1960) en in 1966 nog één keer. Alles was toen anders, zowel in als buiten het stadion. Voetbal was toen nog voetbal. Commercie had de sport nog niet in zijn greep en finales waren steevast heroïsche gevechten.

Het zal geen genoegen zijn geweest Real Madrid te coachen in de jaren zeventig en tachtig. Hoe stel je in hemelsnaam de supporters tevreden van een club die vijf maal achtereen de Europ Cup won, en als vanzelfsprekendheid bijna ieder jaar de landstitel behaalde ? Het antwoord is dat dat onmogelijk is, wat misschien wel verklaart waarom het na 1966 32 jaar duurde voordat Real Madrid opnieuw kampioen van Europa werd.

De Spaanse voetbalbond was, in tegenstelling tot de Engelse, destijds blij met de mogelijkheden die de Europese competitie bood, en dit enthousiasme was Real in de eerste toernooien tot steun. Real trok ook spelers met talent, afkomstig van minder grote clubs aan, zo had Real al voor de finale tegen Reims in 1956 besloten hun spelmaker, Raymond Kopa, te kopen.

De grootste club van de twintigste eeuw heeft enkele van de beste spelers uit de voetbal- geschiedenis in de gelederen gehad. De spelers voetbalden in een tijd waarin het een eer was het witte shirt te dragen en je zolang mogelijk in dienst bleef van de club.

Het was de tijd van dictator Franco. De generaal wilde destijds in Madrid het sterkste team van Spanje. Onder het regime van Franco genoot Real de reputatie van beschermd te zijn om het regime en de macht van Franco uit te dragen in Spanje en Europa. Onder druk van Franco moest de eeuwige rivaal FC Barcelona hun sterspeler Alfredo Di Stéfano afstaan.

Met zijn politieke contacten en veel geld werden sterspelers uit Zuid-Amerika naar de hoofdstad gehaald. De Argentijn Di Stefano en de Uruguayaan Santamaria hesen zich in het koninklijke wit. In 1956 kreeg Don Alfredo, die ook wel de "Blonde Pijl" werd genoemd, de Spaanse nationaliteit.

Meer spelers hadden sprekende bijnamen. De defensie van het gouden Real Madrid werd gesteund door José Emilio Santamaria, alias "De Muur". Voorin waren "Het Kleine Kanon" (Puskas) en de snelle "El Supersonico" (Gento) samen met de Blonde Pijl een plaag voor elke verdediging.

Di Stefano met de vijf EC1 bekers.
foto: onbekend

Het Supertrio

Real Madrid had een keur aan supersterren en superspelers.

Alfredo di Stefano. was een van de beste spitsen ooit. Hij maakte furore in het Zuid-Amerikaanse voetbal, waar hij een spelersstaking leidde en een ster werd in de wilde competitie. Europa lonkte en hij vetrok naar Spanje, waar hij eeuwige roem verwierf als aanvoerder en drijvende kracht achter het machtige Real Madrid van de jaren vijftig.

Samen met de briljante Hongaar Ferenc Puskas vormde hij een van de best aanvallende combinaties ooit, die haar hoogtepunt bereikte in de laatste van de vijf opeenvolgende Europa Cup toernooien die Real Madrid vanaf 1956 wist te winnen. In een verpletterende overwinning op Eintracht Frankfurt scoorde Di Stefano een hattrick, terwijl Puskas een duit in het zakje deed met de andere vier treffers !.

Met de "Witte Pijl" in de punt van de aanval domineerde Real Madrid bijna een decennium lang de Spaanse Liga. Toen hij in 1964 na elf jaar het Bernabeu verliet, speelde hij nog één seizoen voor Espanyol, maar met zijn achtendertig jaar bleef het bij incidentele oprispingen van genialiteit.

Ferenc Puskas. Hoewel Puskas klein van stuk was, iets te veel kilo’s meesleurde, een nutteloos rechterbeen had en in de lucht niets klaarspeelde, wordt hij terecht beschouwd als een van de beste aanvallers in de voetbalgeschiedenis.

Na de oorlog leverden zijn snelheid en verwoestend schot hem, achttien jaar jong, meteen een plaats op in het Hongaarse elftal. Zijn succes bij Honved, een Hongaars legerteam, was voor Real Madrid aanleiding hem naar Spanje te halen, waar hij samen met Alfredo di Stefano het waarschijnlijk beste aanvalsduo aller tijden vormde. De twee leidden Real naar ongekende successen in Spanje en Europa. De "Galopperende Majoor" werd vier keer topscorer van Spanje, en wanneer hij het niet werd, dan werd Di Stefano het.

Daarnaast maakte Puskas deel uit van het fantastische Hongaarse elftal dat tussen 1950 en 1954 vier jaar lang ongeslagen bleef alvorens in de WK finale te verliezen van Duitsland. De ploeg viel in 1956 na de Hongaarse opstand uiteen en Puskas zou later nog vier wed- strijden spelen voor Spanje, zijn tweede vaderland.

Franciso Gento. Heel af en toe is er een speler die zowel heel erg snel als heel erg goed is. Zo iemand was Francisco Gento, de Spaanse vliegende velugelspeler.

Niet alleen kon hij een formidabele snelheid uit zijn imposante dijen persen, maar hij had ook nog eens een geweldige balcontrole en kon doelpunten maken als het nodig was. Helaas heeft hij nooit kunnen schitteren op WK’s, maar de Europa Cup was een andere kwestie. Gento was een onvervreemdbaar onderdeel van het Real Madrid dat in de beginjaren van de Europacup 1 het toernooi overheerste. Iedereen weet nog wie Di Stefano en Puskas waren, maar het was de snelheid van Gento die het elftal extra scherpte gaf, vooral wanneer hij werd gevoed door de talentvolle linksbinnen Rial.

Zelfs na vijf opeenvolgende overwinningen was Gento nog niet klaar met de cup: na nog eens twee verloren finales, wist hij in 1966 de beker voor de zesde keer te winnen. Het zou daarna 32 jaar duren voordat Real de trofee nog een keer in de wacht zou slepen. Gento speelde achttien jaar voor Real Madrid (1953-1971) waarin hij 800 wedstrijden speelde en twaalf keer kampioen van Spanje werd.

Het Supertrio van Real Madrid: Di Stéfano, Gento en Puskás.
foto: marca.com

De overige sterren

Buiten bovengenoemd super trio waren er ook de internationaal gewaardeerde sterren die aan de basis stonden van het succes.

Raymond Kopa, geboren als Raymond Kopaszewski, zoon van Poolse immigranten in Frankrijk. Hij speelde bij Stade de Reims, waarmee hij in 1953 en 1955 Frans lands- kampioen werd. Met Reims bereikte hij in 1956 de allereerste Europa Cup I-finale. Daarin werd met 4-3 verloren van Real Madrid. Het volgende seizoen ging de middenvelder Kopa naar Madrid, waar hij onder andere samenspeelde met Alfredo Di Stéfano en Ferenc Puskás. Hij werd er kampioen van Spanje en won in 1957, 1958 en 1959, als eerste Fransman, de Europa Cup. De laatste finale was zijn oude club Reims de tegenstander in de finale. Na drie seizoenen in Spanje keerde hij terug naar Reims, waar hij nog twee landstitels mee won.

José Emilio Santamaría uit Uruguay. Veel mensen vinden hem een van de beste centrale verdedigers aller tijden. Hij is een van de weinige voetballers die voor twee verschillende nationale elftallen (Spanje en Uruguay) uitkwam. Tijdens het WK 1954 had Santamaría de interesse van Real Madrid gewekt. In 1957 maakte hij een transfer naar, op dat moment, het beste clubteam van de wereld. In de jaren die volgden won Santamaría met Real Madrid alles wat hij kon winnen: drie keer de Europacup 1, het WK voor clubs, vijf keer het Spaanse landskampioenschap en de Spaanse beker.

Raymond Kopa in actie voor Real Madrid.
foto: onbekend

Wisseling van de macht

Na die eerste reeks overwinningen in Europa werd het moeilijke voor Real. Benfica en de beide Milanese ploegen begonnen een bedreiging te vormen voor hun suprematie (terwijl Real problemen had vervangers voor Di Stefano en Puskas te vinden, wonnen de genoemde drie clubs de volgende vijf tournooien).

De succesreeks werd in 1961 onderbroken door het Portugese Benfica. Benfica versloeg in de finale van 1961 Barcelona en vervolgens in de finale van 1962 Real Madrid. Verder speelde Real Madrid in 1964 nog een met 3-1 verloren finale tegen het Italiaanse Internationale. In 1961 was aartsrivaal FC Barcelona de de eerste club die de Madrilenen wist te verslaan in de Europa Cup.

De finale van de Europacup I van het seizoen 1965/66 werd gehouden op 11 mei 1966 in het Heizelstadion in Brussel. Het Spaanse Real Madrid stond voor de achtste keer in de finale van de Europacup. Het kwam 0-1 achter tegen het Joegoslavische FK Partizan, maar won uiteindelijk met 2-1. Voor de Koninklijken was het de zesde keer dat ze de beker met de grote oren wonnen.

Real Madrid voor de Europacup I-finale tegen FK Partizan in het Heizelstadion, Brussel
foto: Nationaal Archief Fotocollectie Anefo

Boven, van links naar rechts: José Araquistáin, Pachín, Pedro de Felipe, Manuel Sanchís Martínez, Pirri, Ignacio Zoco.
Onder, van links naar rechts: Fernando Serena, Amancio Amaro, Ramón Grosso, Manuel Velázquez, Francisco Gento.

In de eerste ronde van deze jaargang werd Feyenoord nog uitgeschakeld. Ondanks een thuiszege van de Rotterdammers, had Real Madrid op 22 september 1965 in eigen huis weinig moeite met de tegenstander. Vlak voor tijd, toen het 5-0 was, ontrolden de Madrileense fans het spandoek met de tekst: ‘Wij Madrilenen houden in ons stadion niet van grapjes. Wij zijn de besten.’

Einde van een goude generatie

De zege van Real Madrid betekende het definitieve einde van een gouden generatie die gekenmerkt werd door stervoetballers als Ferenc Puskás, Francisco Gento en Alfredo Di Stéfano. Van die drie is Gento overigens de enige die elke finale speelde. Het Spaanse team speelde in totaal acht finales in elf edities van de Europacup I. Zijn record van acht finales werd pas in 2007 geëvenaard door Paolo Maldini.

In 1966 speelde Pirri op 21 jarige leeftijd de EC 1 finale en werd tien keer kampioen van Spanje. Pirri speelde in ruim 16 jaar 414 competitiewedstrijden voor Real. Amancio Amaro won negen landstitels met Real Madrid, en scoorde de eerste goal in de Europacup finale tegen Partizan Belgrado.

Miguel Munoz speelde op het middenveld in de Europacup finale in 1956 en 1957. Drie jaar later leidde hij als coach Real naar de beroemdste overwinning, die op Eintracht Frankfurt. Hij bleef veertien jaar lang coach van Real. Sindsdien is de langste periode drie jaar !.

Een dribbelende Di Stefano in 1962
foto: The Guardian/EPA

De vijf gewonnen EC 1 finales 1957-1960:

Europacup I 1955/56

De allereerste editie van de Europacup I werd gewonnen door Real Madrid CF in een spannende finale tegen het Franse Stade de Reims. Er nam geen team uit Engeland deel alhoewel kampioen Chelsea FC wel geïnteresseerd was. Ook de Sovjet-Unie vaardigde geen team af vanwege de strenge winters in Rusland en zou pas in 1967 voor het eerst een team sturen.

De Franse middenvelder Michel Leblond scoorde het eerste doelpunt ooit in een finale van de Europa Cup I. De Spaanse aanvoerder Miquel Muñoz mocht dan weer als eerste de trofee in ontvangst nemen.

Raymond Kopa, een van de uitblinkers bij Stade de Reims, ruilde zijn club na de verloren finale in voor Real Madrid. In 1959 zou hij terugkeren naar Reims.

EC 1 finale 1956: Di Stefano in actie in de finale tegen Stade de Reims.
foto: onbekend

Wedstrijdgegevens:
13 juni 1956
Real Madrid – Stade de Reims 4-3
Doelpunten: 6′ Michel Leblond 0-1, 10′ Jean Templin 0-2, 14′ Alfredo Di Stéfano 1-2, 30′ José Héctor Rial 2-2, 62′ Michel Hidalgo 2-3, 67′ Marcos (Marquitos) Alonso 3-3, 79′ José Héctor Rial 4-3
Parc des Princes, Parijs
Toeschouwers: 38.239

Real Madrid:
Juan Alonso; Angel Atienza, Marcos (Marquitos) Alonso, Rafael Lesmes, Miguel Muñoz (c), José María Zárraga, José Iglesias Joseito, Ramón Marsal, Alfredo Di Stéfano, José Héctor Rial, Francisco Gento
Coach: José Villalonga

Stade de Reims:
René-Jean Jacquet; Simon Zimny, Robert Jonquet (c), Raoul Giraudo ; Michel Leblond, Robert Siatka; Michel Hidalgo, Léon Glovacki, Raymond Kopa, René Bliard, Jean Templin
Coach: Albert Batteux

Europacup I 1956/57

Het is de 2de editie van de voetbalcup Europacup I en werd gewonnen door Real Madrid CF in de finale tegen het Italiaanse ACF Fiorentina. Er namen 22 teams deel waaronder 21 kampioenen, Madrid was als titelverdediger rechtstreeks geplaatst.

De finale van de Europacup I van het seizoen 1956/57 werd gehouden op 30 mei 1957 in het Estadio Santiago Bernabéu in Madrid. Thuisploeg Real Madrid stond tegenover het Italiaanse Fiorentina. De Spanjaarden wonnen in eigen huis met 2-0. Meer 124.000 toeschouwers woonden het spektakel bij. De finale werd geleid door de Nederlandse scheidsrechter Leo Horn. Hij kende na 69 minuten een strafschop toe aan Real Madrid voor een overtreding van Ardico Magnini op Enrique Mateos.

Voor Fiorentina was het de eerste en tot op heden laatste keer dat het de finale van het kampioenenbal bereikte. De club won in 1961 wel de allereerste Europacup II.

EC1 finale 1956/1957. In de 70e minuut scoort Alfredo Di Stéfano uit een penalty.
foto: UEFA

Wedstrijdgegevens:
30 mei 1957
Real Madrid – Fiorentina 2-0
Doelpunten: 70′ Alfredo Di Stéfano 1-0, 76′ Francisco Gento 2-0
Estadio Santiago Bernabéu, Madrid
Toeschouwers: 124,000
Scheidsrechter: Leo Horn (Nederland)

Real Madrid:
Juan Alonso, Torres, Marcos Alonso Marquitos, Rafael Lesmes, Miguel Muñoz, José María Zárraga, Raymond Kopa, Enrique Mateos, Alfredo Di Stéfano, Héctor Rial, Francisco Gento.
Coach: José Villalonga

ACF Fiorentina:
Sarti, Magnini, Orzan, Sergio Cervato, Scaramucci, Segato, Julinho Botelho, Gratton, Beppe Virgili, Miguel Montuori, Bizzarri
Coach: Bernardini.

Europacup I 1957/58

De derde editie van de Europacup I werd voor de derde keer op rij gewonnen door Real Madrid CF na een finale met verlengingen tegen AC Milan. 24 teams namen deel, waaronder 23 kampioenen. FC Sevilla was vicekampioen maar mocht meedoen omdat kampioen Real rechtstreeks geplaatst was als titelverdediger. De competitie werd overschaduwd door het ongeluk met het vliegtuig van Manchester United FC dat neerstortte na de wedstrijd in Belgrado. 23 mensen kwamen om het leven, waaronder acht spelers van United.

Niet alleen het stadion, maar ook de wedstrijdleiding was Belgisch. Scheidsrechter Albert Alsteen was getuige van de eerste finale met verlengingen. Real Madrid won de wedstrijd uiteindelijk met 3-2. De Spaans-Argentijnse stervoetballer Alfredo Di Stéfano scoorde voor de derde keer op rij een doelpunt in de finale van de Europacup I.

EC1 finale 1957/1958. Real doelman Alonso stopt een schot van AC Milaan aanvaller Schiaffino
foto: Topham Picturepoint/Press Association

Wedstrijdgegevens:
28 mei 1958
Real Madrid – AC Milaan 3-2 (n.v.)
Doelpunten: 69′ Juan Alberto Schiaffino 0-1, 74′ Alfredo Di Stéfano 1-1, 78′ Ernesto Grillo 1-2, 79′ Héctor Rial 2-2, 107′ Francisco Gento 3-2.
Heizelstadion, Brussel
Toeschouwers: 67,000
Scheidsrechter: Albert Alsteen (België)

Real Madrid CF:
Juan Alonso, Angel Atienza, José Santamaría, Rafael Lesmes, Juan Santisteban, José María Zárraga, Raymond Kopa, José Iglesias Joseito, Alfredo Di Stéfano, Héctor Rial, Francisco Gento.
Coach: Luis Carniglia

AC Milan:
Narciso Soldan, Alfio Fontana, Cesare Maldini, Eros Beraldo, Mario Bergamaschi, Luigi Radice, Giancarlo Danova, Nils Liedholm, Juan Alberto Schiaffino, Ernesto Grillo, Tito Cucchiaroni.
Coach: Giuseppe Viani

Europacup I 1958/59

De 4de editie van de Europacup I werd voor de 4de opeenvolgende keer gewonnen door Real Madrid CF, het was een heruitgave van de eerste finale en ook dit keer moest het Franse Stade de Reims het onderspit delven dankzij een vroeg doelpunt in zowel de eerste als de tweede helft. Er namen 26 teams deel, enkel Atlético Madrid was geen kampioen, maar omdat Real als titelverdediger al geplaatst was mocht de vicekampioen opdraven.

EC1 finale 1958/1959. Real wint met 2-0 ondanks de gestopte penalty van Enrique Mateos door doelman Dominique Colonna
foto: Paris Match

Wedstrijdgegevens:
3 juni 1959
Real Madrid – Stade de Reims 2-0
Doelpunten: 1′ Enrique Mateos 1-0, 47′ Alfredo Di Stéfano 2-0
Neckarstadion, Stuttgart
Toeschouwers 80,000

Real Madrid:
Rogelio Antonio Domínguez; Marcos Alonso Marquitos, José Santamaría, José María Zárraga ; Juan Santisteban, Antonio Ruiz; Raymond Kopa, Enrique Mateos, Alfredo Di Stéfano, Héctor Rial, Francisco Gento
Coach: Luis Carniglia

Stade de Reims:
Dominique Colonna; Bruno Rodzik, Robert Jonquet, Raoul Giraudo; Armand Penverne, Michel Leblond; Robert Lamartine, René Bliard, Just Fontaine, Roger Piantoni, Jean Vincent.
Coach: Albert Batteux

Europacup I 1959/60

De vijfde editie van de Europacup I werd voor de vijfde opeenvolgende keer gewonnen door Real Madrid in de finale tegen het Duitse Eintracht Frankfurt. Het was een memorabele finale waarin tien doelpunten vielen, een recordscore voor een finale in de competitie. 27 teams namen deel waaronder 26 kampioenen, Real was geplaatst als titelverdediger. Het was ook al de derde keer dat Real Madrid een ander Spaans team versloeg in de competitie.

De wedstrijd wordt beschouwd als een van de beste voetbalwedstrijden ooit. Alfredo Di Stéfano en Ferenc Puskás scoorden allebei een hattrick tijdens de finale. Enkel de Italiaan Pierino Prati deed hen dat later na, hij scoorde in 1969 een hattrick tegen Ajax. Ook in 1962 scoorde Puskás een hattrick in de finale. Voor Di Stefano was het overigens de vijfde keer op rij dat hij in de finale van de Europacup I raak schoot.

Eintracht Frankfurt kreeg aanvankelijk van de Duitse voetbalbond geen toestemming om tegen Real Madrid te spelen. Bij de Koninklijken vertoefde immers Ferenc Puskás, de Hongaarse aanvaller die West-Duitsland op het WK 1954 beschuldigde van dopinggebruik. Hongarije verloor in de WK-finale met 2-3 van West-Duitsland. Pas nadat Puskas een formele brief met zijn verontschuldigingen had geschreven, kreeg Frankfurt de toestem- ming om deel te nemen aan de finale van de Europacup.

EC1 finale 1959/1960. Puskás scoort één van zijn drie doelpunten tegen Eintracht Frankfurt
foto: onbekend

Wedstrijdgegevens:
18 mei 1960
Real Madrid – Eintracht Frankfurt 7-3
Doelpuntenmakers: Kress 18′ 0-1, Di Stéfano 27 1-1, Di Stéfano 30′ 2-1, Puskás 45+1′ 3-1, Puskás 56′ 4-1, Puskás 60′ 5-1, Puskás 71′ 6-1, Stein 72′ 6-2, Di Stéfano 73′ 7-2, Stein 75′ 7-3
Hampden Park, Glasgow
Toeschouwers: 127,000

Real Madrid:
Rogelio Domínguez, Marquitos, José Santamaría, Pachín. José María Vidal, José María Zárraga , Canário. Luis del Sol. Alfredo Di Stéfano, Ferenc Puskás. Francisco Gento
Coach: Miguel Muñoz

Eintracht Frankfurt:
Egon Loy, Friedel Lutz, Hermann Höfer. Hans Weilbächer, Hans-Walter Eigenbrodt, Dieter Stinka, Richard Kress, Dieter Lindner, Erwin Stein, Alfred Pfaff, Erich Meier
Coach: Paul Osswald.

Wereldbeker voetbal 1960

De Wereldbeker van 1960 werd gespeeld tussen het Spaanse Real Madrid en het Uruguayaanse Peñarol. In Zuid-Amerika eindigde het duel op een brilscore. In de terug- wedstrijd won Real Madrid overtuigend met 5-1. De Koninklijken werden daarmee de eerste laureaat van de wereldbeker voor clubs.

Voor zo’n 90.000 toeschouwers in het Estadio Santiago Bernabéu scoorden Puskas 2x, Di Stefano, Herrera en Gento voor Madrid.

Oprichting van Real Madrid

Real Madrid werd op 6 maart 1902 opgericht als Madrid Club de Fútbol. Juan Padrós Rubió werd de eerste clubpresident. Het predicaat Real (Koninklijk) ontving de club op 29 juli 1920 van koning Alfons XIII.

Santiago Bernabéu speelde in het eerste elftal van Real Madrid op zijn zeventiende. Hij scoorde meer dan 200 doelpunten, en was jarenlang aanvoerder. Hij stopte in 1927. Hij werd directeur van Real, en later assistent trainer en hoofdtrainer van het eerste elftal. Bij het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog (1936) stopte het professioneel voetbal. Bernabéu werd soldaat in het fascistische leger van Franco, en vocht mee bij de invasie van Catalonië.

Na de Spaanse burgeroorlog werd weer betaald voetbal gespeeld. Bernabéu trof de club op sterven na dood; trofeeën waren gestolen, medewerkers waren verdwenen of gedood in de burgeroorlog, en de club die er toe deed met aanzien was Atlético Madrid en Real Madrid kreeg geen hulp bij de wederopbouw. Bernabéu bracht de club tot leven door vele spelers, bestuurders en leden terug bijeen te brengen.

In 1943, na supportersgeweld bij een overwinning op FC Barcelona, verplichtte de regering de voorzitters van beide clubs af te treden. Bernabéu werd gekozen tot voorzitter, en zou dat blijven tot zijn dood in 1978.

De voetbaltempel Estadio Santiago Bernabéu in de jaren zestig
foto: Realmadrid.com

Bernabéu reorganiseerde de club naar een organisatie die later standaard werd voor elke professionele voetbalclub. Elke sectie kreeg een eigen technische staf, en er werden ambitieuze mensen aangesteld met visie. Vervolgens begon hij aan de bouw van het stadion, geheten Nuevo Estadio Chamartín, toentertijd het grootste van Europa. Het Ciudad Deportiva, het oude trainingscomplex, werd gebouwd zodat de spelers elders konden trainen om de grasmat in het stadion te sparen. Op 14 december 1947 werd het Estadio Chamartín in gebruik genomen. Het stadion zou later, vanaf januari 1955, de naam dragen van Santiago Bernabéu als eerbetoon aan de succesvolle voorzitter.

Onder leiding van Santiago Bernabéu brak in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw de glorietijd van Real Madrid aan met diverse landstitels en vijf maal de Europa Cup I op rij van 1956 tot 1960. Memorabel was de 7-3 overwinning op Eintracht Frankfurt in de finale van 1960.