Champions League

Europa Cup 1

Er was een tijd dat de Europa Cup simpel in elkaar zat. Als je de landstitel behaalde, plaatste je je voor een knock-out toernooi waaraan 32 ploegen deelnamen en waar elke ronde uit één thuis- en één uitwedstrijd bestond. In 1956 was in het Parc des Princes in Parijs de eerste Europa Cup 1-finale, de eindstrijd van het Europese clubtoernooi voor landskampioenen. Van de zestien ploegen waarmee begonnen was, waaronder PSV, hoewel Willem II de titelhouder was in Nederland, hadden Real Madrid en Stade de Reims alle schiftingen overleefd.

De Europacup I (de originele naam luidt ‘Coupe des Clubs Champions Européens’, en staat nog altijd op de beker) was het belangrijkste Europese clubtoernooi waaraan elk seizoen de landskampioenen van alle bij de UEFA aangesloten landen deelnamen. De te winnen beker, die nog steeds wordt uitgereikt aan de winnaar van de Champions League, wordt ook wel de "cup met de grote oren" genoemd. Die "grote oren" zijn afgeleid van de Grieks/Romeinse amfora, waarvan de oren als draaghouvast dienden.

De "cup met de grote oren"
foto: Onbekend

De Spaanse ploeg was de eerste die de befaamde trofee, inmiddels vooral bekend als de ‘Cup met de grote oren’, in handen kreeg. En niet voor het laatst. Ook de volgende vier edities werden gewonnen door de ‘Koninklijke’ en met de zesde zege in 1966 is deze club recordhouder. Nederlandse clubs wonnen het toernooi in totaal 6 keer: Feyenoord in 1970, Ajax in 1971, 1972, 1973 en 1995, en PSV in 1988. In 1963 bereikte Feyenoord als eerste Nederlandse club de halve finale, in 1969 was Ajax de eerste Nederlandse club die de finale bereikte. De beste prestatie van een Belgische club was de verloren finale van Club Brugge

De titel prolongeren, in het Europa Cup 1-tijdperk was het niets bijzonders. Ajax en Bayern München wonnen de prijs zelfs drie keer op rij, Real Madrid deed er met vijf eindzeges in successie nog twee scheppen bovenop. Sinds het toernooi als Champions League door het leven gaat, lijkt er echter een vloek op de trofee te rusten. Nadien lukte het namelijk nog geen enkele club haar Europese titel te prolongeren. Pas in 2017 in de 25ste CL-jaargang brak Real Madrid (wie anders) de ban door in 2016 stadgenoot Atlético en in 2017 Juvents te verslaan.

Ajax, met Ruud Krol en Johan Cruijff vieren de winst van weer een Europacup 1
foto: Onbekend

Met weemoed denken veel voetballiefhebbers aan de tijd dat de Champions League nog de Europacup I heette. Het laatste EC 1-toernooi dat nog geen poulesysteem kende, dateert uit het seizoen 1990/91. Het voetballandschap anno 1990 is nog overzichtelijk. De UEFA telt op dat moment 33 lidstaten. Elk van die voetbalbonden, Wales uitgezonderd, vaardigt alleen zijn kampioen af voor de Europacup I. In het geval dat de titelverdediger geen kampioen van zijn land is geworden, mag een lidstaat twee deelnemers inschrijven. Het veld van 32 of 33 deelnemers nodigt uit tot het hanteren van het knock-outsysteem. In september staan de zestiende finales op hethalve finales op de rol, mei vormt het sluitstuk. Dit systeem wordt al jaren gehanteerd en de UEFA ziet zich niet genoodzaakt om eraan te sleutelen.

Toch sluimert er onvrede. Doordat de UEFA geen onderscheid maakt tussen zogeheten sterke en zwakke teams komt het regelmatig voor dat gedroomde finales al in een vroege fase van het EC 1-toernooi plaatsvinden. Voorbeelden hiervan zijn Real Madrid-Juventus (tweede ronde 1986/87) Real Madrid-Napoli (eerste ronde 1987/88) en AC Milan-Real Madrid (tweede ronde 1989/90). Uitschakeling in een vroegtijdig stadium is vaak een ramp voor de Europese grootmachten die een belangrijke bron van inkomsten om hun peperdure selecties te onderhouden als sneeuw voor de zon zien verdwijnen. Ook de kapitaalkrachtige televisiestations, voornamelijk afkomstig uit Spanje, Frankrijk en
Italië en goed voor negentig procent van de uitzendrechten, is deze ontwikkeling een doorn in het oog. Daarom dringen zowel clubs als tv-kanalen op hervormingen aan: de EC 1 moet een plaatsingslijst à la het tennis krijgen waardoor sterke ploegen elkaar in ieder geval tot de kwartfinale ontlopen. Daarnaast moet de knock-outopzet vanaf de kwart- finales plaatsmaken voor twee poules van vier ploegen die een hele competitie afwerken en waarvan de winnaars van beide poules in een finale over één duel om de eindzege strijden.

De UEFA gaat voor aanvang van het seizoen 1990/91 gedeeltelijk overstag. Het knock-outsysteem blijft in zijn geheel gehandhaafd, maar een plaatsingslijst wordt ingevoerd. Dit heeft tot gevolg dat titelpretendenten als AC Milan, Napoli, Real Madrid, Bayern München en Olympique Marseille niet hoeven te vrezen dat ze elkaar treffen in de zestiende of achtste finales. Als het toernooi eenmaal in de kwartfinales is aanbeland, is voor de top- clubs alles volgens plan verlopen. Bayern München treft Porto, Real Madrid ontmoet Spartak Moskou, AC Milan versus Olympique Marseille is een droomaffiche. Enige vreemde eend in de bijt is Rode Ster Belgrado-Dynamo Dresden. Sowieso is de ver- scheidenheid aan winnaars in die tijd enorm: Steaua Boekarest, FC Porto, PSV en Rode Ster Belgrado. Zet dat af tegen de Champions Leaguewinnaars van tegenwoordig en je hebt een wereld van verschil.

Waar de UEFA in 1990 gedeeltelijk tegemoet kwam aan de eisen van het grote geld, zwichtte het in 1991 helemaal. Vanaf het seizoen 1991/92 werd het poulesysteem vanaf de kwartfinales ingevoerd. Het jaar daarna was er geen sprake meer van Europacup I, maar van Champions League. Door de jaren heen groeide de Champions League uit tot het miljoenenbal zoals het heden ten dage gekend is.

Louis van Gaal noemde de introductie van de Champions League destijds een "financieel gedrocht&quout;. We kunnen niet ontkennen dat daar een groot waarheidsgehalte in zit.

Het is een illusie te denken dat de situatie van voor 1992 nog ooit terugkeert en vroeger was het voetbal niet altijd beter, maar wel minder voorspelbaar. Wat dat betreft is het mooi dat Rode Ster Belgrado een van de laatste winnaars van de Europacup I oude stijl is. Een team dat louter uit spelers van eigen bodem bestond en na jaren van hard werken eindelijk de gevestigde orde wist te verslaan. De onvoorspelbaarheid gaf charme aan het spel, iets wat tegenwoordig node gemist wordt.

Champions League

Toen kwam in het seizoen 1992-1993 de Champions League. Zoals het geval is met de meeste plannen van de UEA bonzen was dit nogal een warboel. In 1999 veranderde het echter in een complete chaos. Het tot dan toe gehanteerde systeem van teams die in poules spelen om zich te plaatsen voor de kwartfinales werd verder vertroebeld door een uit-breiding tot 32 deelnemers, met twee keer een voorronde van groepswedstrijden, wat inhield dat er 12 wedstrijden gespeeld moeten worden voordat de laatste acht teams de laatste knock-out wedstrijden ingingen. Een ploeg die de finale bereikte, had in totaal 17 wedstrijden gespeeld.

Uiteraard had dit weinig meer te maken met een eerlijke competitie. De rijke Europese verenigingen, gefrustreerd door de weigering van de bonden om hen toe te staan een aparte Superleague op te zetten, klopten vervolgens met bergen sponsorgeld aan bij de UEFA en creeërden er gewoon toch één.

Met ingang van 2003-2004 was de UEFA, nerveus geworden door de verminderde belangstelling en het mogelijke verlies aan reclameinkomsten tengevolge van de twee groepsronden, zo wijs om de tweede groepsronde te vervangen door een knock-out systeem waaraan de 16 overgebleven ploegen uit de eerste groepsronde deelnemen. Desondanks heerst het gevoel dat er te veel betaald wordt voor de televisierechten.

In het seizoen 2009/10 zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd in de samenstelling van de eerste ronde. Er zijn 22 in plaats van 16 clubs rechtstreeks geplaatst en er zullen ten minste 17 landskampioenen meedoen in plaats van 10.

1992 invoering van de Champions League
foto: Onbekend

De Champions League is al jaren een succesvolle formule. Wereldwijd kijken er miljoenen mensen naar de wedstrijden uit het belangrijkste Europese voetbaltoernooi en de UEFA vaart er financieel wel bij getuige de jaarlijkse omzet, geschat op ongeveer 1,5 miljard euro, die met het prestigieuze evenement geboekt wordt. Keerzijde is dat de CL op sportief vlak vaak van alle spanning ontdaan is. Slechts een handvol clubs is in staat de cup met de grote oren te winnen, teams uit de lagere echelons doen slechts dienst als opvulling van het toernooi.

Onder de deelnemende clubs wordt jaarlijks een berg geld verdeeld. Het te verdelen budget onder deelnemende teams is de afgelopen tien jaar gigantisch gegroeid. Werd er in het seizoen 2003/2004 nog € 408 miljoen tussen de teams verdeeld, voor het seizoen 2014/2015 zegt de Europese voetbalbond zo’n € 1,3 miljard te hebben uitgekeerd. Dat betekent een ruime verdriedubbeling van de inkomsten in tien jaar tijd.

Dat het budget van de voetbalbond gigantisch is, wordt verder geïllustreerd door een vergelijking met het budget voor de Europa League. Daarin werd in het seizoen 2013/2014 zo’n € 232 miljoen onder zijn deelnemers, een forse € 770 miljoen minder dan de Champions League in dat seizoen (€ 1 miljard). De totale omzet van de bond over dat seizoen was ruim € 1,7 miljard.

In de vijf edities (2009/2010 t/m 2013/2014) is het zeven clubs gelukt om ieder jaar deel te nemen aan de kampioenenstrijd. Zij haalden daarmee een flinke geldsom binnen voor hun kas, met helemaal bovenaan de lijst FC Bayern München en FC Barcelona, die beiden meer dan €226 miljoen verdienden met hun deelnames. Op de derde plek volgt Manchester United met € 222,5 miljoen, gevold door landgenoot Chelsea met € 219,3 miljoen. De top 7 wordt gesloten door Real Madrid (de rijkste voetbalclub ter wereld) met €218,8 miljoen, AC Milan (€185,2 miljoen) en Arsenal (€155,6 miljoen).

Miljoenenbal de Champions League
foto: Reuters / Pool Pic / UEFA Livepic

Nederlandse clubs krijgen een aandeel van 8,5 miljoen uit de market pool, die in 2016 in totaal 482,9 miljoen bedroeg. De helft daarvan (4,25 miljoen) wordt verdeeld onder alle eredivisieclubs. Ajax kreeg van de andere helft na zijn uitschakeling in de voorronde nog 10 procent (0,425 miljoen), zodat er voor PSV 3,825 miljoen overbleef.

Het moge duidelijk zijn dat een startbewijs voor de Champions League ontzettend belangrijk is voor alle clubs! Hiernaast zijn er natuurlijk ook nog inkomsten uit de marketpool. Maximaal kan een team in de Champions League € 54.400.000,- verdienen op het miljoenenbal, dit is naast de marketpool.

Prijzengeld in groepsfase:

Startgeld groepsfase: 12 miljoen
Overwinning in groepsfae: 1,5 miljoen
Gelijkspel in groepsfase: 0,5 miljoen

Prijzengeld in knock-outfase

Plek achtste finale: 5,5 miljoen
Plek in kwartfinale: 6 miljoen
Plek in halve finale: 7 miljoen
Verliezend finalist: 10,5 miljoen
Winnaar: 15 miljoen

De Europa League levert een stuk minder op. Een startbewijs door het behalen van de KNVB-Beker, levert € 2.400.000,- op. Een overwinning levert € 360.000,- op en een gelijk spel € 120.000,-, uiteindelijk nog geen schim van de Champions league, maar dit zijn niet alle inkomsten. Zo is er ook nog eens € 150.000.000,- te verdelen vanuit de marketpool. De uiteindelijke winnaar kan maximaal € 15.000.000,- verdienen, een schril contrast met alleen al het startgeld voor de champions league.

Juventus heeft de finale van de Champions League weliswaar verloren in 2017, maar geen enkele club heeft meer geld overgehouden aan de afgelopen editie van het kampioenenbal. Volgens Italiaanse media streek Juventus het seizoen 2016/2017 109 miljoen euro op via de Champions League. Winnaar Real Madrid bleef steken op 81 miljoen euro.

De verdiensten bestaan uit prijzengeld, sponsorgeld, tv-gelden en kaartverkoop. Juventus is de eerste club ooit die meer dan 100 miljoen euro verdient aan de Champions League. Dat is te verklaren doordat het geld uit de Italiaanse marketpool slechts met één andere club gedeeld hoefde te worden. Juventus en Napoli waren de enige deelnemers uit de Serie A en i Partenopei werden in de achtste finales al uitgeschakeld door Real.

Het gaat overigens nog om schattingen: de opbrengsten zijn officieel nog niet bekend. Ook maken de Italiaanse media niet de cijfers van alle deelnemers bekend. Napoli heeft 66 miljoen euro verdiend aan het Champions League-avontuur, wat zelfs meer is dan halve finalist Atlético Madrid (60 miljoen). Arsenal (62 miljoen) en Barcelona (61 miljoen) verdienden ook iets meer dan Atlético, ondanks dat ze eerder werden uitgeschakeld.

De bovenstaande cijfers zijn elk seizoen aan verandering onderhevig, de intentie is om aan te geven welk miljoenbal de Champions League is.

Een club kan zich voor dit toernooi plaatsen door een hoge eindpositie in de nationale competitie van het voorgaande jaar. Elk land dat bij de UEFA is aangesloten mag minimaal één en maximaal vier clubs afvaardigen; hoe sterker het land, hoe meer clubs mogen deelnemen. De verdeling wordt gebaseerd op de positie van het land op de UEFA-coëfficiëntenranglijst. Liechtenstein kent geen deelnemer in dit toernooi omdat dit ministaatje geen eigen nationale competitie heeft; de zeven clubs uit Liechtenstein spelen allen in de Zwitserse competitie. Aan de eerste ronde van het hoofdtoernooi doen 32 clubs mee. Een aantal clubs is rechtstreeks geplaatst en de overige clubs moeten zich via de voorronden plaatsen.

CL Finale 2017: Ronaldo scoort de 3-1 tegen Juventus
foto: AFP PHOTO / Ben Stansall

Champions League (1993-2017)


2017/18 Real Madrid 3 – 1 Liverpool
2016/17 Real Madrid 4 – 1 Juventus
2015/16 Real Madrid 1 – 1 ns (5 – 3) Atlético Madrid
2014/15 Barcelona 3 – 1 Juventus
2013/14 Real Madrid 1 – 1 nv 4 – 1 Atlético Madrid
2012/13 FC Bayern München 2 – 1 Borussia Dortmund
2011/12 Chelsea 1 – 1 ns (5 – 4) Bayern München
2010/11 Barcelona 3 – 1 Manchester United
2009/10 Internazionale Milano 2 – 0 Bayern München
2008/09 Barcelona 2 – 0 Manchester United
2007/08 Manchester United 1 – 1 ns (6 – 5) Chelsea
2006/07 AC Milan 2 – 1 Liverpool
2005/06 Barcelona 2 – 1 Arsenal
2004/05 Liverpool 3 – 3 ns (3 – 2) AC Milan
2003/04 FC Porto 3 – 0 AS Monaco
2002/03 AC Milan 0 – 0 ns (3 – 2) Juventus
2001/02 Real Madrid 2 – 1 Bayer Leverkusen
2000/01 Bayern München 1 – 1 ns (5 – 4) Valencia
1999/00 Real Madrid 3 – 0 Valencia
1998/99 Manchester United 2 – 1 Bayern Müünchen
1997/98 Real Madrid 1 – 0 Juventus
1996/97 Borussia Dortmund 3 – 1 Juventus
1995/96 Juventus 1 – 1 ns (4 – 2) Ajax
1994/95 Ajax 1 – 0 AC Milan
1993/94 AC Milan 4 – 0 Barcelona
1992/93 Olympique Marseille 1 – 0 AC Milan


1992 EC 1 finale: Ronald Koeman scoort de winnende treffer tegen Sampdoria
foto: Onbekend

Europacup I (1955-1992)

1991/92 FC Barcelona 1 – 0 nv Sampdoria
1990/91 Rode Ster Belgrado 0 – 0 ns (5 – 3) Olympique Marseille
1989/90 AC Milan 1 – 0 Benfica
1988/89 AC Milan 4 – 0 Steaua Boekarest
1987/88 PSV 0 – 0 ns (6 – 5) Benfica
1986/87 FC Porto 2 – 1 Bayern München
1985/86 Steaua Boekarest 0 – 0 ns (2 – 0) FC Barcelona
1984/85 Juventus 1 – 0 Liverpool
1983/84 Liverpool 1 – 1 ns (4 – 2) AS Roma
1982/83 Hamburger SV 1 – 0 Juventus FC
1981/82 Aston Villa 1 – 0 Bayern München
1980/81 Liverpool 1 – 0 Real Madrid
1979/80 Nottingham Forest 1 – 0 Hamburger SV
1978/79 Nottingham Forest 1 – 0 Malmö FF
1977/78 Liverpool 1 – 0 Club Brugge
1976/77 Liverpool 3 – 1 Borussia Mönchengladbach
1975/76 FC Bayern München 1 – 0 AS Saint-Étienne
1974/75 Bayern München 2 – 0 Leeds United
1973/74 Bayern München 1 – 1 nv Atlético Madrid
Bayern Mü;nchen 4 – 0 Atlético Madrid
1972/73 Ajax 1 – 0 Juventus
1971/72 Ajax 2 – 0 Internazionale
1970/71 Ajax 2 – 0 Panathinaikos
1969/70 Feyenoord 2 – 1 nv Celtic
1968/69 AC Milan 4 – 1 Ajax
1967/68 Manchester United 4 – 1 nv Benfica
1966/67 Celtic 2 – 1 Internazionale
1965/66 Real Madrid 2 – 1 Partizan Belgrado
1964/65 Internazionale 1 – 0 Benfica
1963/64 Internazionale 3 – 1 Real Madrid
1962/63 AC Milan 2 – 1 Benfica
1961/62 Benfica 5 – 3 Real Madrid
1960/61 Benfica 3 – 2 Barcelona
1959/60 Real Madrid 7 – 3 Eintracht Frankfurt
1958/59 Real Madrid 2 – 0 Stade de Reims
1957/58 Real Madrid 3 – 2 nv AC Milan
1956/57 Real Madrid 2 – 0 AC Fiorentina
1955/56 Real Madrid 4 – 3 Stade de Reims


This entry was posted in VOETBAL VAN A-Z. Bookmark the permalink.