Bosman arrest

In 1988 ontspon zich een meningsverschil tussen een anonieme Belgische middenvelder en zijn club over niets meer dan dat een technisch detail uit zijn contract leek. Zeven jaar later veranderde de uitkomst van dit rechtszaakje de wereld van het voetbal voor altijd. Jean-Marc Bosman tekende een tweejarig contract bij Standard Luik in 1988. Wanneer dit afliep, zou hij bij een nieuw contract 60% van zijn salaris moeten inleveren. Een mogelijks oplossing bood de Franse club Duinkerken, maar zij wilden nog niet de helft betalen van het bedrag dat Standard Luik voor hem vroeg en Bosman kon dus niet weg.

In het voorjaar van 1990 ging het 2-jarig contract van Jean-Marc Bosman bij SA Royal Club Liegois de laatste maanden in. De Belg kon een nieuw contract tekenen, maar ging nog maar een kwart van zijn salaris verdienen. Logischerwijs sloeg Bosman deze aan- bieding in de wind. Hij werd prompt op de transferlijst geplaatst.

Jean-Marc Bosman als betrekkelijk anoniem voetballer.
foto: The Telegraph

In mei van hetzelfde jaar deed Dunkerque de toen 26-jarige voetballer een beter aanbod, maar de club kwam niet tot een overeenkomst met RC Liegois. De consequentie was dat Bosman, die het aanbod van zijn werkgever had afgeslagen, door de KBVB werd geschorst. Dit was het punt dat Bosman besloot om naar de rechter te stappen. Hij wilde het systeem aanvechten door het te toetsen aan het arbeidsrecht van de Europese Unie, die vrijheid van werknemers in acht nam.

"Ik ging naar een kennis naar een advocatenkantoor", legt Bosman later uit. "Liegois had vijftien dagen om te reageren, maar dat deden ze niet. We zochten contact met de Bel- gische bond, maar zij reageerden ook niet. En zo begon de rechtszaak."

Bosman leefde jarenlang van weinig geld en werd door voetbalorganisaties onder druk gezet om de zaak in te trekken. Deze zou uiteindelijk vijf jaar duren, waardoor Bosman in zijn topjaren niet op het veld maar in de rechtzaal stond. Zijn offer bleek uiteindelijk niet voor niets, want het Europese Hooggerechtshof stelde hem in het gelijk. Hetzelfde vonnis verklaarde ook de UEFA regels die een grens stelde aan het aantal buitenlandse spelers dat een club in Europese wedstrijden kon opstellen, ongeldig.

Deze uitspraak van het Hof had verstrekkende gevolgen. De machtspositie van spelers ten opzichte van clubs werd versterkt. Bovendien hoefden er minder transfersommen betaald te worden. Het aantal transfers en de salarissen stegen daardoor fors. Daarnaast nam bij veel clubs het aantal buitenlandse spelers toe, doordat het niet meer aan een maximum gebonden was. Doordat het voor spelers makkelijker werd om van club te wisselen na afloop van het contract, blijven spelers sindsdien minder lang voor dezelfde club spelen. Logisch gevolg hiervan was dat clubs hun spelers langer gingen contracteren.

Jean-Marc Bosman in een jarenlange strijd tegen de macht van voetbalorganisaties.
foto: Onbekend

Maar waar het recht geschiedde, zijn de gevolgen een stuk groter dan gewenst. "Om eerlijk te zijn, is het Bosman-arrest een ramp geweest voor sport, en voor het voetbal in het bijzonder" – voormalig UEFA-directeur Gerard Aigner, januari 2004. Bosman vocht een goede strijd en won. Voetballers over de hele wereld mogen hem dankbaar zijn. Maar decennia later verder blijkt dat het arrest niet alleen maar goeds heeft gebracht. De uitspraak van Aigner dat het een ramp was voor het voetbal is echter wat overtrokken.

Direct na het arrest waren de gevolgen voelbaar, vooral in Nederland. In 1995 won Ajax de Champions League met een jonge ploeg van gemiddeld 23 jaar, ondanks de aanwezigheid van veteranen Danny Blind en Frank Rijkaard. Deze ploeg bestond voornamelijk uit spelers uit de eigen jeugdopleiding. Maar drie jaar later waren Patrick Kluivert, Edgar Davids, Michael Reiziger en Winston Bogarde transfervrij vertrokken. Voormalig Ajacied Frank Arnesen zei destijds: "Na het Bosman-arrest kwamen de rijken naar Nederland om de topspelers weg te kapen.". Michael van Praag, de huidig KNVB-voorzitter die destijds de lakens bij Ajax uitdeelde, was machteloos. "Milan nam Patrick Kluivert gratis van ons over. Hij werd daar geen succes, dus zij verkochten hem een jaar later aan Barcelona voor twaalf miljoen euro. Wij hadden Patrick twaalf of dertien jaar opgeleid, maar stonden met lege handen."

Zoals in het bedrijfsleven hebben werknemers natuurlijk basisrechten: ze moeten beschermd worden en niemand zal tegenspreken dat voetballers jarenlang werden uitgebuit. In Engeland was het maximumsalaris twintig pond per week tot 1961. En zelfs daarna waren voetballers met recht ontevreden over de manier waarop ze werden behandeld. De clubs hadden ze in hun macht. Een loopbaan duurde minder lang dan in het bedrijfsleven en er kon minder geld verdiend worden. Spelers wilden daarom meer verdienen in hun tijd op het hoogste niveau.

Zoals Johan Cruijff het ooit zei: "Als mijn carrière erop zit, kan ik niet naar de bakker gaan en zeggen Ik ben Johan Cruijff, doe mij een brood." Deze stelling vond bijval in Italië, waar Paolo Rossi in bespreking was met Juventus over een nieuw contract. "Ik kan mijn kind geen roem te eten geven", aldus de WK-winnaar van 1982. Maar profspelers hebben tegenwoordig weinig meer te kagen over hun arbeidsomstandigheden. "Sommigen zeggen dat profvoetballers moderne slaven zijn. Nou, geef mij dan maar levenslang!", zei Bobby Charlton in 1960 al. Dus toen Cristiano Ronaldo in 2008 zei dat hij zich ‘een voetbalslaaf’ voelde, was eigenlijk ronduit belachelijk.

Het komt erop aan om een speler niet einde contract te laten komen, want dan kunnen ze de club gratis verlaten. Hele goeie spelers zijn nooit einde contract. Zo anticiperen club- bestuurders op het veranderde systeem en clubs hebben zich moeten aapassen. Het komt er voor een clun opaan om een speler niet aan het einde van contract te laten komen, want dan kunnen ze de club gratis verlaten. Minstens één jaar voor het einde van het contract, maar soms al twee jaar voor het einde, wordt er onderhandeld over een nieuwe overeenkomst.

De winnaars ? De topspelers, omdat de clubs hoge salarissen begonnen te bieden om transfervrije sterren aan te trekken.

De verliezers ? De kleine clubs, die afhankelijk waren van het geld van de transfers van hun aanstormende talenten. De grotere ploegen konden nu gewoon wachten tot de contracten uitgediend waren en ze dan voor nop overnemen.

Bosman zelf heeft als voetballer nooit echt de kranten gehaald, in tegenstelling tot zijn Nederlandse naamgenoot, John Bosman (Alhoewel er velen in het buitenland zijn die denken dat ze één en dezelfde persoon zijn.)

This entry was posted in VOETBAL VAN A-Z. Bookmark the permalink.