Anderlecht, jaren zestig en zeventig

De Belgische trots Anderlecht is wat ondergesneeuwd in het internationale voetbalgeweld uit de jaren zestig en in iets mindere mate in de jaren zeventig. Toch was Anderlecht een club met internationale allure mede door de leiding van Constant Vandenstock.

Constant Vanden Stock werd aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog geboren in de Brusselse gemeente Anderlecht. Hij was de zoon van Philémon Vanden Stock, een bier- brouwer gespecialiseerd in lambiek. Op 10-jarige leeftijd sloot de jonge Constant zich aan bij de lokale voetbalclub SC Anderlechtois. Hoewel Vanden Stock zich in de jaren 40 vooral met de bierbrouwerij bezighield, verloor hij het Belgisch voetbal nooit uit het oog. Begin jaren 50 sloot hij zich op vraag van voorzitter Albert Roosens aan bij het veteranen- elftal van Anderlecht. Het was Roosens manier om Vanden Stock en andere ex-spelers bij het bestuur van de club te betrekken. Vanden Stock werd bij zijn terugkeer verantwoor- delijk voor het rekruteringscentrum van de club en trainde ondertussen de scholieren en cadetten van Anderlecht. Het was in die periode dat hij de jonge Paul Van Himst ontdekte. Hij trok naar Club Brugge, waar hij één seizoen lang de functie van technisch directeur uitoefende onder voorzitter André De Clerck.

In 1969 keerde Vanden Stock voorgoed terug naar het Astridpark. Eerst werd hij in het bestuur opgenomen, nadien kreeg hij de titel van ondervoorzitter. In 1971 nam hij het roer volledig over. Voorzitter Roosens verliet de club en werd secretaris-generaal bij de KBVB. Vanden Stock werd benoemd tot voorzitter en zette het eerste elftal meteen naar zijn hand. Trainer Pierre Sinibaldi werd bedankt voor bewezen diensten en vervangen door de meer gedisciplineerde Georg Keßler, de 30-jarige Jean Dockx plukte Vanden Stock weg bij stadsrivaal Racing White en Rob Rensenbrink ging hij persoonlijk in Brugge halen. Vanden Stock ging in Sint-Michiels op zoek naar de woning van Rensenbrink en vroeg een man in zijn voortuin om aanwijzingen. De man bleek niemand minder dan Raoul Lambert te zijn. Lambert was in de ogen van Vanden Stock een monument in Club Brugge en kwam dus niet in aanmerking voor een transfer naar Anderlecht. Lambert duidde de woning van Rensenbrink aan, waarna de Nederlandse linksbuiten Club Brugge inruilde voor Anderlecht. In zijn eerste seizoen als voorzitter veroverde Anderlecht meteen de dubbel.

Stade Constant Vanden Stock de thuishaven van Anderlecht
foto: Onbekend

Vanden Stock was van 1971 tot 1996 voorzitter van RSC Anderlecht. Onder zijn bewind veroverde Anderlecht onder meer tien keer de landstitel, zeven keer de Beker van België, twee keer de Europacup II, één keer de UEFA Cup en twee keer de Europese Supercup. Naast het voetbal bouwde hij de brouwerij Belle-Vue uit tot een wereldmerk. In 2005 eindigde hij als 93e in de verkiezing van de De Grootste Belg.

Anderlecht in de jaren zestig

Met Jef De Bombardier Mermans werd Anderlecht in de jaren veertig de topploeg van België. Mermans (1922-1996) was in 1941 voor 125.000 francs gekocht van Tubantia Borgerhout en leidde Anderlecht met 38 doelpunten naar de eerste titel in 1947. Onder de vleugels van Mermans bleef Anderlecht in de jaren vijftig de toonaangevende ploeg (titels in 1954, 1955 en 1956) maar in de daaropvolgende vier jaar wist de Brusselse club het kampioenschap nog maar één keer te behalen. Mermans was weg. Er moest aan een nieuwe ploeg gebouwd worden.

Die opdracht werd in handen gegeven van Pierre Sinibaldi. In 1960 trad de oefenmeester uit Corsica aan. Hij was coach van het nationale team van Luxemburg geweest maar had blijkbaar voldoende indruk gemaakt om de zware taak in Brussel toevertrouwd te krijgen. Sinibaldi bouwde zijn nieuwe team rond Jef Jurion, aanvoerder, spelmaker en het mentaal geweten van de ploeg, en de stylist Paul Van Himst die hij op zestienjarige leeftijd liet debuteren. En Sinibaldi ruimde al snel een plaats in het centrum van de verdediging in voor Laurent Verbiest. Die was na zijn transfer uit Oostende als rechtsback begonnen, maar nadat Georges Heylens de overstap naar het eerste team maakte en rechtsback ging spelen, verhuisde Verbiest naar het centrum.

Hij ontwikkelde daar zijn speelse speelstijl verder. Ook opvallend was zijn coachgedrag. In een tijd waarin dit bepaald ongewoon te noemen was, praatte Verbiest doorlopend op zijn medespelers in. Er werd wel gezegd: Mermans leidde Anderlecht, Verbiest beïnvloedde de ploeg.

In de jaren zestig won Anderlecht de titel in 1962 en daarna vanaf 1964 vijf jaren op rij. Europees won men echter niets. Wellicht dat het in eigen land voor RSCA te gemakkelijk ging, waardoor men in Europees verband niet voldoende gewapend was als er op het scherp van de snede gestreden moest worden. Toch beschouwen Anderlecht-volgers deze tijd als de gouden periode van de club, meer nog dan de jaren zeventig waarin twee keer de Europa Cup II werd veroverd. Dat kwam door de speelstijl.

Anderlecht speelde in de jaren zestig schitterend voetbal: aanvallend, swingend, op techniek gebaseerd spel, ingegeven door Pierre Sinibaldi. Dat begon achterin met Laurent Verbiest die op dwingende wijze met veel risico in zijn spel de aanvallen vormgaf. Daarna kon de ploeg alle kanten op. Met Heylens (een harde, enthousiaste werker die doorlopend mee naar voren ging) en Jean Cornelis (technisch ijzersterk) had Anderlecht van achteruit drie troeven. Het middenveld met Lippens, Jurion en Pierre ‘Poep’ Hanon kende zijn gelijke niet. Daarin zat techniek, tactisch vermogen en strijdbaarheid.

Jurion,(links) met het typische ziekenhuisbrilletje
foto: Onbekend

In de aanval was Paul Van Himst het grote wonderkind, struinde Wilfried Puis de linkerflank af en bleek Jan Mulder, een jonge Groninger aangetrokken in 1965, de ideale toevoeging met zijn recht-toe-recht-aan stijl. Toch was het gemis van de verdediger Verbiest na 1966 voelbaar in aanvallend opzicht. Scoorde Anderlecht in de seizoenen eindigend in 1964, 1965 en 1966 respectievelijk 77, 87 en 88 maal, de twee jaren erna (toen Verbiest er dus niet meer bij was) vond men het net nog 63 en 67 keer. Een serieus verschil.

30 september 1964, Anderlecht-Nederland 1-0

Constant Vandenstock, de bierbrouwer van Bellevue en de grote man in het Belgische voetbal, was voorzitter van Anderlecht maar ook selectieheer van de nationale ploeg. Tot ver in de jaren zestig immers werd de Belgische ploeg niet opgesteld door de coach, maar door een ‘kenner’: de selectieheer. Vandenstock hield Verbiest goed in de gaten. In België stond een dergelijk talent niet ieder jaar op.

Nauwelijks een maand na zijn debuut bij Anderlecht en na vier wedstrijden in de hoogste klasse werd Laurent Verbiest al opgeroepen voor De Rode Duivels. Direct kon hij aan de bak tegen Nederland (1-4 verlies). Verbiest haalde bij de nationale ploeg niet altijd het niveau dat hij bij Anderlecht tentoonspreidde. Ook zijn laatste interland verliep niet vlekkeloos. In een beslissingswedstrijd voor het WK 1966 verloor België met 2-1 van Bulgarije. Verbiest kreeg de hele wedstrijd geen vat op de Bulgaarse topspits Georgi ‘Gundi’ Asparoechov.

Tussentijds had zich een merkwaardig, zelden (of nooit) vertoond feit voorgedaan. Op 30 september 1964 speelde België in Antwerpen tegen Nederland. Tien Anderlecht-spelers (Heylens, Plaskie, Verbiest, Cornelis, Hanon, Jurion, Stockman, Devrindt, Van Himst en Puis) stonden aan de aftrap. Zij werden vergezeld door doelman Guy Delhasse van Club Luik. Toen de laatste zich blesseerde, werd zijn plaats ingenomen door Anderlecht-keeper Jean Trappeniers. Op deze wijze speelde Nederland tegen elf Anderlecht-spelers. Die wonnen de wedstrijd met 1-0. Beter kan de suprematie van Anderlecht over het Belgische voetbal in de jaren zestig niet beschreven worden. Journalist Bob Deps schreef over het voetbal van Anderlecht in 1965: “Het was meer dan sport wat Anderlecht toonde, het was onvervalste kunst.”

Anderlecht en de internationale successen in de jaren zeventig

RSC Anderlechtois, zoals de club in de jaren zeventig nog heette, had het naoorlogse voetbal in België gedomineerd, maar kon in Europese competities nooit potten breken. Dat veranderde in 1976 toen Anderlecht mede dankzij een gelukkige loting doordrong tot de finale van de Europa Cup voor bekerwinnaars. In het Heizel stadion speelden de Belgen een hectische pot tegen West Ham United, die eindigde in een 4-2 overwinning voor Anderlecht, met twee doelpunten van de dynamische Van der Elst en twee van de begaafde Nederlander Rob Rensenbrink. Met een andere Nederlandse international, Arie Haan, op het middenveld en een hechte verdediging daarachter had de Belgische club zich als een nieuwe macht gemanifesteerd.

De UEFA Super Cup 1976 bestond uit twee voetbalwedstrijden die gespeeld werden in het kader van de UEFA Super Cup. In een tweeluik tegen Bayern München was Anderlecht uiteindelijk de sterkste, na verlies in München met 2-1 (doelpunt Arie Haan) rolde Anderlecht de winnaar van de Europacup I op met 4-1, door ondermeer twee doelpunten van Rensenbrink en één van Arie Haan. Buiten Rensenbrink stonden ook de Nederlandse doelman Jan de Ruiter en aanvaller Peter Ressel in de basis. Het was de eerste Europese Supercup uit de geschiedenis van de club.

Het succesteam van Anderlecht in 1976.
foto: Belga

In het volgende jaar kreeg Andelecht met zwaardere tegenstand te maken, maar wist opnieuw de finale van de Europa Cup voor bekerwinnaars te bereiken. Nu bleek het machtige Hamburger SV een maatje te groot, en dankzij twee late doelpunten ging de cup naar Duitsland. De wraak was zoet toen de Belgen het volgende jaar in een vroege fase van het toernooi opnieuw de bekerhoude trof. Mede dankzij een fantastisch doelpunt van Rensenbrink won Anderlecht in Duitsland van Hamburger SV met 2-1. In de terug- wedstrijd moest het echter met man en macht een 1-1 gelijke stand verdedigen om de volgende ronde te bereiken.

In de finale van de Europacup II van het seizoen 1977/78 stond Anderlecht voor de derde keer op rij in de finale. Met de jonge Frank Vercauteren nieuw in de ploeg kreeg het spel een extra dimensie en met groot gemak vervolgde Anderlecht zijn weg door het toernooi. FC Porto en FC Twente werden eenvoudig opzij gezet en in de finale in het Parc des Princes in Parijs kreeg FK Austria Wien met 4-0 de oren gewassen. In de finale van 1978 scoorde Rensenbrink opnieuw twee keer, evenals back Gilbert van Binst. Behalve Rob Rensenbrink, hadden ook de Nederlandse doelman Nico de Bree, verdediger Johnny Dusbaba en middenvelder Arie Haan een basisplaats. Overigens waren Rensenbrink en Arie Haan niet bepaalde vrienden van elkaar.

In 1978 won Anderlecht voor de tweede keer UEFA Super Cup, ditmaal was Europacup I winnaar Liverpool het slachtoffer over twee wedstrijden, De heenwedstrijd werd in Anderlecht gespeeld en eindigde op 3-1 voor de thuisploeg. Een week later won Liverpool in eigen huis met 2-1, maar dat was net onvoldoende om verlengingen af te dwingen. Op de televisiebeelden was het niet duidelijk dat François Van der Elst had gescoord. Door een dikke mistlaag was zijn doelpunt niet goed zichtbaar. Overigens scoorde Rensenbrink ook nu weer in een belangrijke Europese finale. In de thuiswedstrijd scoorde Rensenbrink drie minuten voor tijd de 3-1, een doelpunt dat in de uitwedstrijd van doorslaggevend belang bleek. Wederom stonden er weer veel Nederlanders in het Brusselse basisteam. (Nico de Bree, Matthijs van Toorn, Johnny Dusbaba, Arie Haan, Ruud Geels en Rob Rensenbrink)

In 1983 behaalde Anderlecht de finale van het UEFA Cuptoernooi waarin het afrekende met Benfica. Een jaar laters speelde Anderlecht de UEFA Cupfinale tegen Tottenham Hotspur en verloor na 1-1 en strafschoppen. Vercauteren was nog de enige speler uit de succesploeg van de jaren zeventig.

Het succes van Anderlecht luidde een enigzins gouden tijdperk voor de Belgen in, de Rode Duivels haalden de finale van het EK 1980 en de halve finale van het WK 1986.

De club veranderde pas in 1984 zijn naam officieel in RSC Anderlecht.

This entry was posted in VOETBAL VAN A-Z. Bookmark the permalink.