Voetbaljaren 1956-heden in cijfers

We springen in met het jaar 1956. Voor 1956 waren er nagenoeg geen internationale toernooien en de Nederlandse ere-divisie kreeg pas echt vorm in 1957. Bovendien had de 2e Wereld Oorlog de (voetbal) wereld tijdelijk stil gezet.

We zetten op deze pagina nog even alle belangrijke statistische gevens op een rijtje

(1) Nederlandse competitie en nationale beker
(2) Nederlands topscorer en Nederlands voetballer van het jaar
(3) Europacup I / Champions League
(4) UEFA Cup / UEFA Europa League
(5) UEFA Cup voor bekerwinnaars (Europacup II)
(6) International Football Cup/UEFA Intertoto Cup
(7) Jaarbeursstedenbeker
(8) Europees kampioenschap voor landenteams
(9) Ballon d’Or
(10) Europees Topschutter (Gouden Schoen)
(11) Wereldkampioenschap voor clubs
(12) Wereldkampioenschap voor landenteams
(13) Golden Ball (Gouden bal)
(14) Golden Boot (Gouden schoen)


(1) Nederlandse competitie en nationale beker

Het Nederlandse voetbal was tot 1954 een amateurcompetitie. De landskampioen werd bepaald door middel van een kampioenscompetitie tussen de kampioenen van de verschillende hoofdklassen, die tot 1950 regionaal verdeeld waren. Toen in 1954 het betaald voetbal werd ingevoerd, bleef dit systeem in eerste instantie bestaan, maar vanaf het seizoen 1956/1957 werd de eredivisie ingevoerd. Sindsdien is de kampioen van de eredivisie ook automatisch landskampioen. We springen in bij het jaar 1956/1957 vanaf de invoering van de eredivisie.

De beker heette de Holdertbeker, behalve tussen 1921 en 1929 toen de beker NVB-beker heette, naar de bond. Pas in 1946 kreeg het bekertoernooi een andere naam, de ‘KNVB Beker’ en werd ook voor het eerst zilver gebruikt voor de beker. Dat was een zeer kostbaar geschenk, omdat edelmetalen vlak na de Tweede Wereldoorlog schaars waren. Deze beker werd aangeboden door de Algemene Nederlandse Voetbalvereniging De Zwaluwen.

Vanaf 1995 werd bierbrouwer Amstel sponsor van het bekerevenement. Feyenoord en FC Volendam speelden voor het eerst een finale om de Amstel Cup, die de Rotterdamse club met 2-1 van FC Volendam won.

In augustus 2005 werd er opnieuw een naamswijziging doorgevoerd. Sindsdien werd er gestreden om de Gatorade Cup, vernoemd naar sportdrankenfabrikant Gatorade. Vanaf het seizoen 2006/07 heet het toernooi weer KNVB beker, maar Gatorade bleef sponsor van het bekertoernooi.

Sinds het seizoen 2017/18 is de naam van het toernooi officieel de TOTO KNVB Beker. TOTO verwijst hier naar de sponsor Nederlandse Loterij.

Seizoen – Kampioen Bekerwinnaar
1956/1957 – Ajax                          Fortuna ’54 4-2 Feijenoord
1957/1958 – DOS Sparta 4-3 Volendam
1958/1959 – Sparta VVV 4-1 ADO
1959/1960 -Ajax Niet gespeeld
1960/1961 – Feyenoord Ajax 3-0 NAC
1961/1962 – Feyenoord Sparta 1-0 nv DHC
1962/1963 – PSV Willem II 3-0 ADO
1963/1964 – DWS Fortuna ’54 0-0 ns (4-3) ADO
1964/1965 – Feyenoord Feijenoord 1-0 Go Ahead
1965/1966 – Ajax Sparta 1-0 ADO
1966/1967 – Ajax Ajax 2-1 nv NAC
1967/1968 – Ajax ADO 2-1 Ajax
1968/1969 – Feyenoord Feijenoord 1-1 nv 2-0 PSV
1969/1970 – Ajax Ajax 2-0 PSV
1970/1971 – Feyenoord Ajax 2-2 nv 2-1 Sparta
1971/1972 – Ajax Ajax 3-2 FC Den Haag
1972/1973 – Ajax NAC 2-0 NEC
1973/1974 – Feyenoord PSV 6-0 NAC
1974/1975 – PSV FC Den Haag 1-0, 1-0 FC Twente ’65
1975/1976 – PSV PSV 1-0 nv Roda JC
1976/1977 – Ajax FC Twente ’65 3-0 nv PEC Zwolle
1977/1978 – PSV AZ ’67 1-0 Ajax
1978/1979 – Ajax Ajax 1-1 nv 3-0 FC Twente ’65
1979/1980 – Ajax Feyenoord 3-1 Ajax
1980/1981 – AZ ’67 AZ ’67 3-1 Ajax
1981/1982 – Ajax AZ ’67 3 0-1, 5-1 FC Utrecht
1982/1983 – Ajax Ajax 3-1, 3-1 NEC
1983/1984 – Feyenoord Feyenoord 1-0 Fortuna Sittard
1984/1985 – Ajax FC Utrecht 1-0 Helmond Sport
1985/1986 – PSV Ajax 3-0 RBC
1986/1987 – PSV Ajax 4-2 nv FC Den Haag
1987/1988 – PSV PSV 3-2 nv Roda JC
1988/1989 – PSV PSV 4-1 FC Groningen
1989/1990 – Ajax PSV 1-0 Vitesse
1990/1991 – PSV Feyenoord 1-0 BVV Den Bosch
1991/1992 – PSV Feyenoord 3-0 Roda JC
1992/1993 – Feyenoord Ajax 6-2 sc Heerenveen
1993/1994 – Ajax Feyenoord 2-1 NEC
1994/1995 – Ajax Feyenoord 2-1 FC Volendam
1995/1996 – Ajax PSV 5-2 Sparta
1996/1997 – PSV Roda JC 4-2 sc Heerenveen
1997/1998 – Ajax Ajax 5-0 PSV
1998/1999 – Feyenoord Ajax 2-0 Fortuna Sittard
1999/2000 – PSV Roda JC 2-0 NEC
2000/2001 – PSV FC Twente 0-0 ns (4-3) PSV
2001/2002 – Ajax Ajax 3-2 nv FC Utrecht
2002/2003 – PSV 2003 FC Utrecht 4-1 Feyenoord
2003/2004 – Ajax FC Utrecht 1-0 FC Twente
2004/2005 – PSV PSV 4-0 Willem II
2005/2006 – PSV Ajax 2-1 PSV
2006/2007 – PSV Ajax 1-1 ns (8-7) AZ
2007/2008 – PSV Feyenoord 2-0 Roda JC
2008/2009 – AZ sc Heerenveen 2-2 ns (5-4) FC Twente
2009/2010 – FC Twente Ajax 2-0, 4-1* Feyenoord
2010/2011 – Ajax FC Twente 3-2 nv Ajax
2011/2012 – Ajax PSV 3-0 Heracles Almelo
2012/2013 – Ajax AZ 2-1 PSV
2013/2014 – Ajax PEC Zwolle 5-1 Ajax
2014/2015 – PSV FC Groningen 2-0 PEC Zwolle
2015/2016 – PSV Feyenoord 2-1 FC Utrecht
2016/2017 – Feyenoord Vitesse 2-0 AZ
2017/2018 – PSV Feyenoord 3-0 AZ
2018/2019 – Ajax Ajax 4-0 Willem II
2019/2020


(2) Nederlands topscorer en Nederlands voetballer van het jaar

In 1962 kwam Vic Steenbergen, bestuurslid van de Eddy Pieters Graafland-fanclub, op het idee om een verkiezing voor de beste voetballer van het jaar te organiseren. Omdat deze club slechts weinig uitstraling had, kwam de organisatie vanaf 1966 in handen van het tijdschrift Revue en later de NOS.

Sinds 1982 werd de Gouden Schoen uitgereikt aan de beste voetballer in de Nederlandse Eredivisie. De prijs wordt toegekend op basis van rapportcijfers die rapporteurs van De Telegraaf en Voetbal International elke week geven aan spelers. Spelers moeten minimaal een bepaald aantal wedstrijd spelen. Voorheen was dat minimaal twee derde van het aantal gespeelde wedstrijden diende een speler een rapportcijfer te hebben ontvangen, later werd dat gewijzigd, dat van een speler zijn vier slechtste punten komen te vervallen. In de praktijk komt het erop neer dat je met vijf of meer gemiste wedstrijden kansloos wordt voor de titel.

Omdat de verwarring groter te maken werd sinds 1984 De Voetballer van het jaar van de eredivisie (naast de Gouden Schoen) jaarlijks toegekend door Nederlandse beroepsvoetballers en uitgereikt op het VVCS-gala. Op hetzelfde gala werden de prijzen voor Nederlands voetballer van het jaar uit de eerste divisie en Nederlands talent van het jaar uitgereikt. Tot en met 1997 werd de prijs per kalenderjaar uitgereikt, daarna ging men over op een uitreiking per seizoen. Deze prijs hebben we niet in onze onderstaande lijst opgenomen, maar hebben we voor de periode 1984-2005 doorgeborduurd met de prijs van de Gouden Schoen.

In 2006 fuseerden de beide prijzen. Sindsdien wordt de Voetballer van het Jaar beloond met de Nederlandse Gouden Schoen en wordt de prijs uitgereikt op het VVCS-gala.

Topscorer/Club/Doelpunten Voetballer v.h jaar
1956/1957 – Coen Dillen PSV 43                          v.a. 1963
1957/1958 – Leo Canjels NAC Breda 32 v.a. 1963
1958/1959 – Leo Canjels NAC Breda 34 v.a. 1963
1959/1960 – Henk Groot Ajax 38 v.a. 1963
1960/1961 – Henk Groot Ajax 41 v.a. 1963
1961/1962 – Dick Tol FC Volendam 27 v.a. 1963
1962/1963 – Pierre Kerkhoffs PSV 22 Reinier Kreijermaat (Feyenoord)
1963/1964 – Frans Geurtsen DWS 28 Coen Moulijn (Feyenoord)
1964/1965 – Frans Geurtsen DWS 23 Coen Moulijn (Feyenoord)
1965/1966 – Piet Kruiver Feyenoord 23/
        Willy van der Kuijlen PSV 23
Willy Dullens (Sittardia)
1966/1967 – Johan Cruijff Ajax 33 Eddy Pieters Graafland (Feyenoord)
1967/1968 – Ove Kindvall Feyenoord 28 Johan Cruijff (Ajax)
1968/1969 – Ove Kindvall Feyenoord 30 /
        Dick van Dijk FC Twente 30
Gert Bals (Ajax)
1969/1970 – Willy van der Kuijlen PSV 26 Rinus Israël (Feyenoord)
1970/1971 – Ove Kindvall Feyenoord 24 Willem van Hanegem (Feyenoord)
1971/1972 – Johan Cruijff Ajax 25 Johan Cruijff (Ajax)
1972/1973 – Willy Brokamp MVV 18 /
        Cas Janssens N.E.C. 18
Willy Brokamp (MVV)
1973/1974 – Willy van der Kuijlen PSV 27 N.B.
1974/1975 – Ruud Geels Ajax 30 Rinus Israël (Excelsior)
1975/1976 – Ruud Geels Ajax 29 N.B.
1976/1977 – Ruud Geels – Ajax 34 N.B.
1977/1978 – Ruud Geels Ajax 30 N.B.
1978/1979 – Kees Kist AZ ’67 34 N.B.
1979/1980 – Kees Kist AZ ’67 27 N.B.
1980/1981 – Ruud Geels Sparta 22 N.B.
1981/1982 – Wim Kieft Ajax 32 Martin Haar (Haarlem)
1982/1983 – Peter Houtman Feyenoord 30 Piet Schrijvers (Ajax)
1983/1984 – Marco van Basten Ajax 28 Johan Cruijff (Feyenoord)
1984/1985 – Marco van Basten Ajax 22 Frank Rijkaard (Ajax)
1985/1986 – Marco van Basten Ajax 37 Ruud Gullit (PSV)
1986/1987 – Marco van Basten Ajax 31 Frank Rijkaard (Ajax)
1987/1988 – Wim Kieft PSV 29 Gerald Vanenburg (PSV)
1988/1989 – Romario PSV 19 Gerald Vanenburg (PSV)
1989/1990 – Romario PSV 23 Edward Sturing (Vitesse)
1990/1991 – Dennis Bergkamp Ajax 25/
        Romario PSV 25
Henny Meijer (FC Groningen)
1991/1992 – Dennis Bergkamp Ajax 22 John Metgod (Feyenoord)
1992/1993 – Dennis Bergkamp Ajax 26 Marc Overmars (Ajax)
1993/1994 – Jari Litmanen Ajax 26 Ed de Goeij (Feyenoord)
1994/1995 – Ronaldo PSV 30 Danny Blind (Ajax)
1995/1996 – Luc Nilis PSV 21 Danny Blind (Ajax)
1996/1997 – Luc Nilis PSV 21 Jaap Stam (PSV)
1997/1998 – Nikos Machlas Vitesse 34 Edwin van der Sar (Ajax)
1998/1999 – Ruud van Nistelrooij PSV 31 Michael Mols (FC Utrecht)
1999/2000 – Ruud van Nistelrooij PSV 29 Jerzy Dudek (Feyenoord)
2000/2001 – Mateja Kežman PSV 24 Johann Vogel (PSV)
2001/2002 – Pierre van Hooijdonk Feyenoord 24 Cristian Chivu (Ajax)
2002/2003 – Mateja Kežman PSV 35 Dirk Kuijt (FC Utrecht)
2003/2004 – Mateja Kežman PSV 31 Maxwell (Ajax)
2004/2005 – Dirk Kuijt – Feyenoord 29 Mark van Bommel (PSV)
2005/2006 – Klaas-Jan Huntelaar – sc Heerenveen/Ajax 33 Dirk Kuijt (Feyenoord)
2006/2007 – Afonso Alves sc Heerenveen 34 Afonso Alves (SC Heerenveen)
2007/2008 – Klaas-Jan Huntelaar Ajax 33 John Heitinga (Ajax)
2008/2009 – Mounir El Hamdaoui AZ 23 Mounir El Hamdaoui (AZ)
2009/2010 – Luis Suárez Ajax 35 Luis Suarez (Ajax)
2010/2011 – Björn Vleminckx N.E.C. 23 Theo Janssen (FC Twente)
2011/2012 – Bas Dost sc Heerenveen 32 Jan Vertonghen (Ajax)
2012/2013 – Wilfried Bony Vitesse 31 Wilfried Bony (Vitesse)
2013/2014 – Alfreð Finnbogason sc Heerenveen 29 Daley Blind (Ajax)
2014/2015 – Memphis Depay PSV 22 Georginio Wijnaldum (PSV)
2015/2016 – Vincent Janssen AZ 27 Davy Klaassen (Ajax)
2016/2017 – Nicolai Jørgensen Feyenoord 21 Karim El Ahmadi (Feyenoord)
2017/2018 – Iran Alireza Jahanbakhsh AZ 21 Hakim Ziyech (Ajax)
2018/2019 Luuk de Jong PSV 28 /
        Dušan Tadic Ajax
Mathijs de Ligt (Ajax)


(3) Europacup I / Champions League

De UEFA Champions League is het belangrijkste internationale voetbaltoernooi voor clubs in en rond Europa. Het toernooi wordt georganiseerd door de Europese voetbalbond UEFA. De Champions League bestaat sinds 1992. Voor die tijd stond het toernooi bekend als Europacup I. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, gaat het om een kampioenschap tussen hoog eindigende ploegen in de nationale competities, niet alleen om kampioenen
per land.

De winnaar plaatst zich voor het wereldkampioenschap voor clubs (in het verleden -t/m 2004- voor de tweekamp om de wereldbeker). Die club plaatst zich ook voor de UEFA Super Cup, het duel tussen de winnaar van de Champions League en de winnaar van de UEFA Europa League (sinds het seizoen 2009/10, daarvoor die van de Europacup II en vervolgens die van de UEFA Cup).

Europacup I

1955/56
Real Madrid CF
4 – 3
Stade de Reims
1956/57
Real Madrid CF
2 – 0
AC Fiorentina
1957/58
Real Madrid CF
3 – 2 nv
AC Milan
1958/59
Real Madrid CF
2 – 0
Stade de Reims
1959/60
Real Madrid CF
7 – 3
Eintracht Frankfurt
1960/61
Benfica
3 – 2
FC Barcelona
1961/62
Benfica
5 – 3
Real Madrid CF
1962/63
AC Milan
2 – 1
Benfica
1963/64
Internazionale Milano
3 – 1
Real Madrid CF
1964/65
Internazionale Milano
1 – 0
Benfica
1965/66
Real Madrid
2 – 1
Partizan Belgrado
1966/67
Celtic FC
2 – 1
FC Internazionale Milano
1967/68
Manchester United FC
4 – 1 nv
Benfica
1968/69
AC Milan
4 – 1
AFC Ajax
1969/70
Feyenoord
2 – 1 nv
Celtic FC
1970/71
AFC Ajax
2 – 0
Panathinaikos FC
1971/72
AFC Ajax
2 – 0
FC Internazionale Milano
1972/73
AFC Ajax
1 – 0
Juventus FC
1973/74
FC Bayern München
beslissingswedstrijd
1 – 1
4 – 0
Atlético Madrid
1974/75
FC Bayern München
2 – 0
Leeds United AFC
1975/76
FC Bayern München
1 – 0
AS Saint-Étienne
1976/77
Liverpool
3 – 1
Borussia Mönchengladbach
1977/78
Liverpool
1 – 0
Club Brugge KV
1978/79
Nottingham Forest
1 – 0
Malmö F
1979/80
Nottingham Forest
1 – 0
Hamburger SV
1980/81
Liverpool
1 – 0
Real Madrid CF
1981/82
Aston Villa
1 – 0
FC Bayern München
1982/83
Hamburger SV
1 – 0
Juventus FC
1983/84
Liverpool
na strafschoppen
1 – 1
4 – 2
AS Roma
1984/85
Juventus
1 – 0
Liverpool FC
1985/86
Steaua Boekarest
na strafschoppen
0 – 0
2 – 0
FC Barcelona
1986/87
FC Porto
2 – 1
FC Bayern München
1987/88
PSV
na strafschoppen
0– 0
6 – 5
Benfica
1988/89
AC Milan
4 – 0
Steaua Boekarest
1989/90
AC Milan
1 – 0
Benfica
1990/91
Rode Ster Belgrado
na strafschoppen
0 – 0
5 – 3
Olympique Marseille
1991/92
FC Barcelona
1 – 0 nv
UC Sampdoria
Champions League
1992/93
Olympique Marseille
1 – 0
AC Milan
1993/94
AC Milan
4 – 0
FC Barcelona
1994/95
AFC Ajax
1 – 0
AC Milan
1995/96
Juventus
1 – 1 ns (4 – 2)
AFC Ajax
1996/97
Borussia Dortmund
3 – 1
Juventus FC
1997/98
Real Madrid
1 – 0
Juventus
1998/99
Manchester United FC
2 – 1
FC Bayern München
1999/00
Real Madrid CF
3 – 0
Valencia
2000/01
FC Bayern München
1 – 1 ns (5 – 4)
Valencia
2001/02
Real Madrid CF
2 – 1
Bayer Leverkusen
2002/03
AC Milan
0 – 0 ns (3 – 2)
Juventus
2003/04
FC Porto
3 – 0
AS Monaco
2004/05
Liverpool
3 – 3 ns (3 – 2)
AC Milan
2005/06
FC Barcelona
2 – 1
Arsenal
2006/07
AC Milan
2 – 1
Liverpool FC
2007/08
Manchester United FC
1 – 1 ns (6 – 5)
Chelsea
2008/09
FC Barcelona
2 – 0
Manchester United FC
2009/10
FC Internazionale Milano
2 – 0
FC Bayern München
2010/11
FC Barcelona
3 – 1
Manchester United FC
2011/12
Chelsea FC
1 – 1 ns (5 – 4)
FC Bayern München
2012/13
FC Bayern München
2 – 1
Borussia Dortmund
2013/14
Real Madrid CF
1 – 1 nv 4 – 1
Atlético Madrid
2014/15
FC Barcelona
3 – 1
Juventus FC
2015/16
Real Madrid CF
1 – 1 ns (5 – 3)
Atlético Madrid
2016/17
Real Madrid CF
4 – 1
Juventus FC
2017/18
Real Madrid CF
3 – 1
Liverpool FC
2018/19
Liverpool FC
2 – 0
Tottenham Hotspur
2019/20


(4) UEFA Cup / UEFA Europa League

De UEFA Europa League is een jaarlijks door de UEFA georganiseerde voetbalbekercompetitie die in het seizoen 2009/10 van start ging als vervanging van de UEFA Cup. Ook de UEFA Intertoto Cup werd in deze competitie geïntegreerd. De bokaal, de UEFA-beker, bleef dezelfde. Na de UEFA Champions League is de UEFA Europa League de belangrijkste clubcompetitie in Europa.

De UEFA Cup werd door de UEFA geïntroduceerd in het seizoen 1971/72. Het kwam daarmee in de plaats van de Jaarbeursstedenbeker (dit toernooi was geen UEFA-toernooi) die dertien keer was georganiseerd. Dat toernooi was ontstaan naar een idee van de Zwitser Ernst Thommen, de Italiaan Ottorino Barrasi en Sir Stanley Rous uit Engeland. Hun idee was het organiseren van een toernooi met representatieve ploegen uit de diverse steden in Europa die regelmatig handelsbeurzen organiseerden. Twee weken na het ontstaan van de Europacup I (de naam van de UEFA Champions League voor de naamswijziging), werd de Jaarbeursstedenbeker op 18 april 1955 opgericht. Na 1968 werd door sommigen voor dit toernooi ook wel de Engelse benaming Runners Up Cup gebruikt, omdat vanaf dit jaar deelname werd gebaseerd op de eindrangschikking in de nationale competities, hetzelfde systeem wat de UEFA vanaf 1971/72 voor de UEFA Cup zou hanteren.

Nadat de UEFA de organisatie in 1971 zelf in handen nam werd de link met de handelsbeurzen verbroken. Tot 1975 gold nog wel de regel dat er maar één team per stad afgevaardigd mocht worden. Nadat Everton FC (4e in de competitie) in 1975 als gevolg van deelname van Liverpool FC (2e in de competitie) volgens deze regel niet mee mocht doen aan het toernooi, spande Everton hiertegen een rechtszaak aan en won deze, waarna Everton dat seizoen alsnog deelnam. De UEFA heeft vervolgens in dat jaar de regel geschrapt. In plaats van UEFA Cup werd vroeger in de volksmond ook nog weleens de benaming ‘Europacup III’ gebruikt, naast de Europacup I (voor landskampioenen) en de Europacup II (voor bekerwinnaars).

Nadat in 1999 de Europacup II werd opgeheven, speelden de bekerwinnaars sindsdien mee in de UEFA Cup.

Met ingang van het seizoen 2009/10 werd de UEFA Cup vervangen door de UEFA Europa League. Ook de UEFA Intertoto Cup werd in deze competitie geïntegreerd.

Tot en met het seizoen 1996/1997 werd de finale gespeeld over een uit- en thuiswedstrijd

UEFA Cup
1971/72
Tottenham Hotspur
2 – 1, 1 – 1
Wolverhampton Wanderers
1972/73
Liverpool
3 – 0, 0 – 2
Borussia Mönchengladbach
1973/74
Feyenoord
2 – 2, 2 – 0
Tottenham Hotspur
1974/75
Borussia Mönchengladbach
0 – 0, 5 – 1
FC Twente
1975/76
Liverpool
3 – 2, 1 – 1
Club Brugge
1976/77
Juventus
1 – 0, 2 – 1 (u)
Athletic Bilbao
1977/78
PSV
0 – 0, 3 – 0
SEC Bastia
1978/79
Borussia Mönchengladbach
1 – 1, 1 – 0
Rode Ster Belgrado
1979/80
Eintracht Frankfurt
3 – 2, 0 – 1 (u)
Borussia Mönchengladbach
1980/81
Ipswich Town
3-0, 2 – 4
AZ’67
1981/82
IFK Göteborg
1 – 0, 3 – 0
Hamburger SV
1982/83
Anderlecht
1 – 0, 1 – 1
Benfica
1983/84
Tottenham Hotspur
1 – 1, 1 – 1
ns (4 – 3)
Anderlecht
1984/85
Real Madrid
3 – 0, 0 – 1
Székesfehérvár
1985/86
Real Madrid
5 – 1, 0 – 2
1. FC Köln
1986/87
IFK Göteborg
1 – 0, 1 – 1
Dundee United
1987/88
Bayer Leverkusen
0 – 3, 3 – 0
ns (3 – 2)
Espanyol
1988/89
Napoli
2 – 1, 3 – 3
VfB Stuttgart
1989/90
Juventus
3 – 1, 0 – 0
Fiorentina
1990/91
Internazionale
2 – 0, 0 – 1
AS Roma
1991/92
Ajax
2 – 2, 0 – 0 (u)
Torino
1992/93
Juventus
3 – 1, 3 – 0
Borussia Dortmund
1993/94
Internazionale
1 – 0, 1 – 0
SV Salzburg
1994/95
Parma
1 – 0, 1 – 1
Juventus
1995/96
Bayern München
2 – 0, 3 – 1
Girondins de Bordeaux
1996/97
Schalke 04
1 – 0, 0 – 1
ns (4 – 1)
Internazionale

Vanaf 1997 t/m 2009 werd de UEFA Cup finale over één wedstrijd gespeeld.

UEFA Cup
1997/98 Internazionale 3 – 0 Lazio
1998/99 Parma 3 – 0 Olympique Marseille
1999/00 Galatasaray 0 – 0
ns (4 – 1)
Arsenal
2000/01 Liverpool 5 – 4 nv Alavés
2001/02 Feyenoord 3 – 2 Borussia Dortmund
2002/03 FC Porto 3 – 2 Celtic
2003/04 Valencia 2 – 0 Olympique Marseille
2004/05 CSKA Moskou 3 – 1 Sporting Lissabon
2005/06 Sevilla 4 – 0 Middlesbrough
2006/07 Sevilla 2 – 2
ns (3 – 1)
Espanyol
2007/08 Zenit Sint-Petersburg 2 – 0 Glasgow Rangers
2008/09 Sjachtar Donetsk 2 – 1 nv Werder Bremen
UEFA Europa League
2009/10 Atlético Madrid 2 – 1 nv Fulham
2010/11 FC Porto 1 – 0 SC Braga
2011/12 Atlético Madrid 3 – 0 Athletic Bilbao
2012/13 Chelsea 2 – 1 Benfica
2013/14 Sevilla
na strafschoppen
0 – 0
4 – 2
Benfica
2014/15 Sevilla 3 – 2 Dnipro Dnipropetrovsk
2015/16 Sevilla 3 – 1 Liverpool
2016/17 Manchester United 2 – 0 Ajax
2017/18 Atlético Madrid 3 – 0 Olympique Marseille
2018/19 Chelsea 4 – 1 Arsenal
2019/20


(5) Beker voor Bekerwinnaars (Europacup II)

De UEFA Beker voor Bekerwinnaars, in de volksmond als de Europacup II aangeduid, was tot 1999 de op één na belangrijkste Europese voetbalcompetitie voor clubs. Na 39 edities werd deze competitie in het seizoen 1999/2000 opgenomen in de UEFA Cup.

De Europacup II was voorbehouden voor de winnaars van de nationale bekercompetities in de verschillende landen. De winnaar van de beker was automatisch geplaatst voor het volgende seizoen. Wanneer een club zowel bekerwinnaar als landskampioen was, mocht de verliezende bekerfinalist als plaatsvervanger meedoen aan de Europacup-II, de bekerwinnaar deed dan immers mee aan de Europacup I (Beker voor Landskampioenen), vanaf 1992 de UEFA Champions League. AFC Ajax bereikte als enige Nederlandse club de finale, en wel twee keer. In 1987 won de club de beker en in 1988 verloor het in de finale van KV Mechelen.

1960/61 Fiorentina 2-0, 2-1 Glasgow Rangers
1961/62 Atlético Madrid 1-1 nv Fiorentina
(beslissingswedstrijd) 3-0
1962/63 Tottenham Hotspur 5-1 Atlético Madrid
1963/64 Sporting Lissabon 3-3 nv MTK Boedapest
(beslissingswedstrijd) 1-0
1964/65 West Ham United 2-0 TSV 1860 München
1965/66 Borussia Dortmund 2-1 nv Liverpool FC
1966/67 FC Bayern München 1-0 nv Glasgow Rangers
1967/68 AC Milan 2-0 Hamburger SV
1968/69 Slovan Bratislava 3-2 FC Barcelona
1969/70 Manchester City 2-1 Górnik Zabrze
1970/71 Chelsea 1-1 Real Madrid
(beslissingswedstrijd) 2-1
1971/72 Glasgow Rangers 3-2 Dinamo Mosko
1972/73 AC Milan 1-0 Leeds United AF
1973/74 1. FC Magdeburg 2-0 AC Milan
1974/75 Dynamo Kiev 3-0 Ferencvárosi TC
1975/76 RSC Anderlecht 4-2 West Ham United FC
1976/77 Hamburger SV 2-0 RSC Anderlecht
1977/78 RSC Anderlecht 4-0 Austria Wien
1978/79 FC Barcelona 4-3 nv Fortuna Düsseldorf
1979/80 Valencia CF 0-0
ns 5-4
Arsenal FC
1980/81 Dinamo Tbilisi 2-1 FC Carl Zeiss Jena
1981/82 FC Barcelona 2-1 Standard Luik
1982/83 Aberdeen 2-1 nv Real Madrid C
1983/84 Juventus 2-1 FC Porto
1984/85 Everton 3-1 Rapid Wien
1985/86 Dynamo Kiev 3-0 Atlético Madrid
1986/87 AFC Ajax 1-0 FC Lokomotive Leipzig
1987/88 KV Mechelen 1-0 AFC Ajax
1988/89 FC Barcelona 2-0 UC Sampdoria
1989/90 UC Sampdoria 2-0 nv RSC Anderlecht
1990/91 Manchester United 2-1 FC Barcelona
1991/92 Werder Bremen 2-0 AS Monaco
1992/93 AC Parma 3-1 Antwerp FC
1993/94 Arsenal 1-0 AC Parma
1994/95 Real Zaragoza 2-1 nv Arsenal FC
1995/96 Paris Saint-Germain 1-0 Rapid Wien
1996/97 FC Barcelona 1-0 Paris Saint-Germain
1997/98 Chelsea FC 1-0 VfB Stuttgart
1998/99 SS Lazio Roma 2-1 RCD Mallorca

(6) UEFA Intertoto Cup

De UEFA Intertoto Cup, vaak afgekort tot Intertoto Cup of Intertoto, IC, UIC of UI, was een Europees voetbaltoernooi, georganiseerd door de UEFA. Het toernooi was de rechtstreekse opvolger van de International Football Cup. Voor clubs bood het een kans zich alsnog te plaatsen voor de UEFA Cup als zij zich niet via hun nationale competitie konden plaatsten voor de UEFA Cup of Champions League. In 2009 werd de UEFA Intertoto Cup samen met de UEFA Cup samengevoegd tot een nieuwe competitie, de Europa League.

International Football Cup 1961-1967

Hieronder volgen de uitslagen van de finales van de International Football Cup. De eerste uitslag achter een finale is de wedstrijd die ervoor staat, de tweede is de omgekeerde wedstrijd (de tweede club speelde die wedstrijd thuis) en de uitslag tussen haakjes is de totale uitslag.

1961-62 AFC Ajax Feijenoord 4-2
1962-63 RH Slovnaft Bratislava Padova 0-0 1-0 (1-0)
1963-64 RH Slovnaft Bratislava Polonia Bytom 1-0
1964-65 Polonia Bytom SC Leipzig 5-1 0-3 (5-4)
1965-66 1. FC Lokomotive Leipzig IFK Norrköping 4-0 0-1 (4-1)
1966-67 Eintracht Frankfurt Inter Bratislava 1-1 3-2 (4-3)

Vriendschapsbeker 1957-1961

Tussen 1957 en 1961 werd er om de Vriendschapsbeker (ook wel Beneluxcup genoemd) gestreden. In eerste instantie werd dit toernooi opgericht voor teams uit de Benelux maar later deden er ook teams mee uit onder andere Duitsland, Frankrijk en Italië. Dit toernooi wordt gezien als de voorloper van de International Football Cup.

1957-58 Feijenoord RSC Anderlecht 6-0
1958-59 Feijenoord CS Sedan 4-2
1959-61 Lanerossi Vicenza PSV 2-1


(7) Jaarbeursstedenbeker

De Jaarbeursstedenbeker was een bekertoernooi voor voetbalclubs waar dertien keer om is gestreden. Het toernooi werd opgeheven nadat de UEFA besloot om vanaf het seizoen 1971/72 het voetbaltoernooi in eigen beheer te organiseren onder de naam UEFA Cup.

Het oorspronkelijke idee was van de Zwitser Ernst Thommen, de Italiaan Ottorino Barrasi en Sir Stanley Rous uit Engeland. Hun idee was het organiseren van een voetbaltoernooi met representatieve ploegen uit de diverse steden in Europa die regelmatig handelsbeurzen organiseerden.

De eerste competitie werd gespeeld over drie seizoen, tussen 1955 en 1958. Het tweede toernooi werd gespeeld over twee seizoenen, tussen 1958 en 1960. Daarna werd het een jaarlijks toernooi in de herfst-lente periode. In de beginjaren namen zowel stadselftallen als clubteams deel aan de toernooien, maar er werd wel maar één club per stad toegelaten (uitzondering gold voor eventuele bekerwinnaar). Na 1968 werd door sommigen ook wel de Engelse benaming Runners Up Cup gebruikt, omdat vanaf dit jaar deelname werd gebaseerd op de eindrangschikking in de nationale competities, hetzelfde systeem wat de UEFA vanaf 1971/72 voor de UEFA Cup zou hanteren.

1955/58 FC Barcelona 6-0 London XI
1955/58 London XI 2-2 FC Barcelona

* FC Barcelona won in totaal met 8-2

1958/60 Birmingham City 0-0 FC Barcelona
1958/60 FC Barcelona 4-1 Birmingham City

* FC Barcelona won in totaal met 4-1

1960/61 Birmingham City 2-2 AS Roma
1960/61 AS Roma 2-0 Birmingham City

* AS Roma won in totaal met 4-2

1961/62 Valencia CF 6-2 FC Barcelona
1961/62 FC Barcelona 1-1 Valencia CF

* Valencia CF won in totaal met 7-3

1962/63 Dinamo Zagreb 1-2 Valencia CF
1962/63 Valencia CF 2-0 Dinamo Zagreb

* Valencia CF won in totaal met 4-1

1963/64 Real Zaragoza 2 – 1 Valencia CF

1 wedstrijd

1964/65 Juventus FC 1-0 Ferencvárosi TC

1 wedstrijd

1965/66 FC Barcelona 0-1 Real Zaragoza
1965/66 Real Zaragoza 2-4 FC Barcelona

* FC Barcelona won in totaal met 4-3

1966/67 Dinamo Zagreb 2-0 Leeds United AFC
1966/67 Leeds United AFC 0-0 Dinamo Zagreb

* Dinamo Zagreb won in totaal met 2-0

1967/68 Leeds United AFC 1-0 Ferencvárosi TC
1967/68 Ferencvárosi TC 0-0 Leeds United AFC

* Leeds United AFC won in totaal met 1-0

1968/69 Newcastle United FC 3-0 Újpest Dózsa
1968/69 Újpest Dózsa 2-3 Newcastle United FC

* Newcastle United FC won in totaal met 6-2

1969/70 RSC Anderlecht 3-1 Arsenal FC
1969/70 Arsenal FC 3-0 RSC Anderlecht

* Arsenal FC won in totaal met 4-3

1970/71 Juventus FC 2-2 Leeds United AFC
1970/71 Leeds United AFC 1-1 Juventus

* Leeds United AFC won op basis van goals in uitwedstrijd

1971 FC Barcelona 2-1 Leeds United AFC

Jaarbeursstedenbeker Beker Beslissingswedstrijd


(8) Europees kampioenschap voor landenteams

Al in 1927 bedacht de Franse secretaris-generaal van de FIFA, Henri Delaunay, een Europees kampioenschap voor landenteams. Toch duurde het, mede vanwege de Tweede Wereldoorlog, nog tot 1960 voordat de eerste EK-eindronde plaatsvond. Delaunay, naar wie de beker werd genoemd, maakte het niet meer mee: hij stierf in 1955.

Onder auspiciën van de UEFA, de Europese voetbalbond, wordt dit toernooi sinds 1960 elke vier jaar georganiseerd. De eerste twee edities werden gespeeld onder de naam Europacup voor landen.

Van 1960 tot en met 1976 kwalificeerden vier landen zich voor het eindtoernooi. Uit deze landen werd dan de organisator van de eindronde gekozen. Vanaf 1980 wordt van tevoren bepaald in welk land de eindronde zal plaatsvinden. Sinds 2000 is het ook mogelijk dat twee landen het eindtoernooi gezamenlijk organiseren. Tot en met 1992 namen acht landen deel aan de eindronde. Vanaf 1996 doen zestien landen mee en vanaf 2016 24 landen. De troostfinale werd na het EK van 1980 afgeschaft.

1960 Sovjet-Unie 2-1 nv Joegoslavië
1964 Spanje 2-1 Sovjet-Unie
1968 Italië 1-1 nv Joegoslavië
Extra wedstrijd 2-0
1968 Italië 2-0 Joegoslavië
1972 West-Duitsland 3-0 Sovjet-Unie
1976 Tsjecho-Slowakije 2-2 West-Duitsland
na strafschoppen 5-3
1980 West-Duitsland 2-1 België
1984 Frankrijk 2-0 Spanje
1988 Nederland 2-0 Sovjet-Unie
1992 Denemarken 2-0 Duitsland
1996 Duitsland 2-1 nv Tsjechië
2000 Frankrijk 2-1 nv Italië
2004 Griekenland 1-0 Portugal
2008 Spanje 1-0 Duitsland
2012 Spanje 4-0 Italië
2016 Portugal 1-0 nv Frankrijk
2020


(9) Ballon d’Or

De Ballon d’Or (Nederlands: Gouden Bal) is een trofee die sinds 1956 wordt uitgereikt door het Franse tijdschrift France Football. Tot en met 1994 werd de trofee toegekend aan de beste Europese voetballer van het jaar die in een Europese competitie speelde. Vanaf 1995 kwamen ook niet-Europese spelers die in een Europese competitie speelden in aanmerking om de trofee te winnen en sinds de verkiezing van 2007 kunnen spelers over de hele wereld (en dus niet alleen in Europese competities) verkozen worden. De speler die de meeste stemmen krijgt, ontvangt als trofee een gouden bal.

Tussen 2010 en 2015 werd de prijs niet uitgereikt. In plaats daarvan werd de FIFA Ballon d’Or, een samenvoeging van de Ballon d’Or en de Wereldvoetballer van het jaar, uitgereikt. Vanaf 2016 wordt de Ballon d’Or opnieuw uitgereikt, nadat France Football en FIFA besloten hadden om hun samenwerking stop te zetten.

1956 Stanley Matthews (Blackpool)
1957 Alfredo Di Stéfano (Real Madrid)
1958 Raymond Kopa (Real Madrid)
1959 Alfredo Di Stéfano (Real Madrid)
1960 Luis Suárez (FC Barcelona)
1961 Omar Sívori (Juventus)
1962 Josef Masopust (Dukla Praag)
1963 Lev Jasjin (Dinamo Moskou)
1964 Denis Law (Manchester United)
1965 Eusébio (Benfica)
1966 Bobby Charlton (Manchester United)
1967 Flórián Albert (Ferencváros)
1968 George Best (Manchester United)
1969 Gianni Rivera (AC Milan)
1970 Gerd Müller (Bayern München)
1971 Johan Cruijff (Ajax)
1972 Franz Beckenbauer (Bayern München)
1973 Johan Cruijff (FC Barcelona)
1974 Johan Cruijff (FC Barcelona)
1975 Oleh Blochin (Dynamo Kiev)
1976 Franz Beckenbauer (Bayern München)
1977 Allan Simonsen (Borussia Mönchengladbach)
1978 Kevin Keegan (Hamburger SV)
1979 Kevin Keegan (Hamburger SV)
1980 Karl-Heinz Rummenigge (Bayern München)
1981 Karl-Heinz Rummenigge (Bayern München)
1982 Paolo Rossi (Juventus)
1983 Michel Platini (Juventus)
1984 Michel Platini (Juventus)
1985 Michel Platini (Juventus)
1986 Ihor Bilanov (Dynamo Kiev)
1987 Ruud Gullit (AC Milan)
1988 Marco van Basten (AC Milan)
1989 Marco van Basten (AC Milan)
1990 Lothar Matthäus (Internazionale)
1991 Jean-Pierre Papin (Olympique Marseille)
1992 Marco van Basten (AC Milan)
1993 Roberto Baggio (Juventus)
1994 Christo Stoitsjkov (FC Barcelona)

Beste voetballer van het jaar in een Europese competitie

1995 George Weah (AC Milan)
1996 Matthias Sammer (Borussia Dortmund)
1997 Ronaldo (FC Barcelona)
1998 Zinédine Zidane (Juventus)
1999 Rivaldo (FC Barcelona)
2000 Luís Figo (Real Madrid)
2001 Michael Owen (Liverpool)
2002 Ronaldo (Real Madrid)
2003 Pavel Nedved (Juventus)
2004 Andrij Sjevtsjenko (AC Milan)
2005 Ronaldinho (FC Barcelona)
2006 Fabio Cannavaro (Juventus)

Beste voetballer van het jaar

2007 Kaká (AC Milan)
2008 Cristiano Ronaldo (Manchester United)
2009 Lionel Messi (FC Barcelona)
2016 Cristiano Ronaldo (Real Madrid)
2017 Cristiano Ronaldo (Real Madrid)
2018 Luka Modric (Real Madrid) (Real Madrid)
2019


(10) Europees Topschutter (Gouden Schoen)

Europees Topschutter, ook wel bekend als de Gouden Schoen, is een Europese titel die na elk voetbalseizoen wordt uitgereikt aan de topschutter met het grootste aantal doelpunten. De voetballers die als tweede en derde eindigen ontvangen een Zilveren en Bronzen Schoen. De prijs werd op initiatief van het Franse voetbalmagazine France Football ingevoerd en wordt sinds 1968 uitgereikt. De Portugees Eusébio was tijdens die jaargang de eerste winnaar van de Soulier d’Or.

Aan de prijsuitreiking kwam in 1991 echter een einde toen de Cypriotische voetbalbond protest aantekende tegen de 34 doelpunten van Darko Pancev. De bond had namelijk een speler aangedragen die in de Cypriotische competitie er 40 zou hebben gemaakt. Later zou echter blijken dat het twee spelers waren (Suad Besirevic en Panayiotis Xiourouppas) die beiden slechts 19 keer hadden gescoord. Door deze onregelmatigheden besloot France Football om de prijs vanaf dat moment alleen nog officieus voort te zetten. Overigens ontving Darko Pancev vijftien jaar later alsnog de Gouden Schoen, uit handen van UEFA-bestuurslid en ex-voetballer Michel Platini.

In 1997 werd er door de European Sports Magazines (ESM), waar France Football deel van uitmaakt, toch besloten om de prijs opnieuw in te voeren. Er werd echter besloten om met een puntensysteem te gaan werken zodat niet de speler met de meeste doelpunten de Gouden Schoen wint maar degene met de meeste punten. Door een wegingsfactor in te voeren werd er beter aangesloten bij de onderlinge verschillen tussen de deelnemende voetbalcompetities.

1968-1991

Tussen 1968 en 1991 werd de Gouden Schoen uitgereikt aan de speler met de meeste doelpunten. Daarbij werd niet gekeken naar de sterkte van de competitie of naar de hoeveelheid wedstrijden die daarin werden gespeeld. In deze periode zijn er vier spelers die de prijs twee maal op hun naam mochten zetten: Eusébio, Gerd Müller, Dudu Georgescu en Fernando Gomes.

1967/68 Eusébio (Benfica) 42
1968/69 Petar Jekovic (CSK Sofia) 36
1969/70 Gerd Müller (Bayern München) 38
1970/71 Josip Skoblar (Olympique Marseille) 44
1971/72 Gerd Müller (Bayern München) 4
1972/73 Eusébio (Benfica) 40
1973/74 Héctor Yazalde (Sporting Lissabon) 46
1974/75 Dudu Georgescu (Dinamo Boekarest) 33
1975/76 Sotiris Kaiafas (Omonia Nicosia) 39
1976/77 Dudu Georgescu (Dinamo Boekarest) 47
1977/78 Hans Krankl (Rapid Wien) 41
1978/79 Kees Kist (AZ) 34
1979/80 Erwin Vandenbergh (Lierse SK) 39
1980/81 Georgi Slavkov (Trakia Plovdiv) 3
1981/82 Wim Kieft (Ajax) 32
1982/83 Fernando Gomes (FC Porto) 36
1983/84 Ian Rush (Liverpool) 32
1984/85 Fernando Gomes (FC Porto) 39
1985/86 Marco van Basten (Ajax) 37
1986/87 Rodion Camataru (Dinamo Boekarest) 44
1987/88 Tanju Çolak (Galatasaray) 39
1988/89 Dorin Mateut (Dinamo Boekarest) 43
1989/90 Hugo Sánchez /Christo Stoitsjkov (Real Madrid)/(CSKA Sofia) 38
1990/91 Darko Pancev (Rode Ster Belgrado) 34

1992-1996

Vanaf 1991 besloot France Football om de Gouden Schoen niet meer officieel uit te reiken, na onenigheden met de Cypriotische voetbalbond. Er is wel een officieuze ranglijst met spelers die de titel Europees topschutter mogen dragen.

Ally McCoist was de eerste speler die twee maal achter elkaar Europees topschutter werd.

1991/92 Ally McCoist (Glasgow Rangers) 34
1992/93 Ally McCoist (Glasgow Rangers) 34
1993/94 David Taylor (Porthmadog) 43
1994/95 Arsen Avetisyan (Homenmen Erevan) 39
1995/96 Zviad Endeladze (Metaloergi Zestaponi) 40

1997-heden

Vanaf 1997 wordt de Gouden Schoen uitgereikt door de European Sports Magazines. Sindsdien is ook niet meer het aantal doelpunten doorslaggevend om de prijs te kunnen winnen. Een speler die uitkomt in een competitie uit de top vijf (tot seizoen 1999/00: top acht) van de UEFA-ranking, mag zijn doelpunten vermenigvuldigen met een factor twee. Van spelers die actief zijn in een competitie die zesde tot en met tweeëntwintigste op de ranglijst staat (vóór 1999/00: 9 t/m 21), wordt het doelpuntenaantal vermenigvuldigd met factor 1,5. Bij de overige competities zijn de doelpunten gelijk aan het aantal punten. Sindsdien hebben vooral ‘grotere’ namen uit de voetbalwereld de prijs gewonnen.

1996/97 Ronaldo (FC Barcelona) 34 / 68
1997/98 Nikos Machlas (Vitesse) 34 / 68
1998/99 Mário Jardel (FC Porto) 36 / 72
1999/00 Kevin Phillips (Sunderland) 30 / 60
2000/01 Henrik Larsson (Celtic) 35 / 52,5
2001/02 Mário Jardel (Sporting Lissabon) 42 / 63
2002/03 Roy Makaay (Deportivo La Coruña) 29 / 58
2003/04 Thierry Henry (Arsenal) 30 / 60
2004/05 Thierry Henry/Diego Forlán (Arsenal)/(Villarreal) 25 / 50
2005/06 Luca Toni (Fiorentina) 31 / 62
2006/07 Francesco Totti (AS Roma) 26 / 52
2007/08 Cristiano Ronaldo (Manchester United) 31 / 62
2008/09 Diego Forlán (Atlético Madrid) 32 / 64
2009/10 Lionel Messi (FC Barcelona) 34 / 68
2010/11 Cristiano Ronaldo (Real Madrid) 40 / 80
2011/12 Lionel Messi (FC Barcelona) 50 / 100
2012/13 Lionel Messi (FC Barcelona) 46 / 92
2013/14 Cristiano Ronaldo/Luis Suárez (Real Madrid)/(Liverpool) 31 / 62
2014/15 Cristiano Ronaldo (Real Madrid) 48 / 96
2015/16 Luis Suárez (FC Barcelona) 40 / 80
2016/17 Lionel Messi (FC Barcelona) 37 / 74
2017/18 Lionel Messi (FC Barcelona) 34 / 68
2018/19 Lionel Messi (FC Barcelona) 36 / 72

(11) Wereldbeker voetbal voor clubteams

De wereldbeker voetbal voor clubteams (Engels: Intercontinental Cup) werd van 1960 tot 2004 bijna elk jaar gespeeld tussen de ampioen van Europa (de winnaar van de Europacup I en later UEFA Champions League) en de kampioen van Zuid-Amerika (de winnaar van de Copa Libertadores) onder de naam European-South American Cup of EUSA Cup. Het werd gespeeld door vertegenwoordigers van clubs van de meeste ontwikkelde continenten in de voetbalwereld (vooral in die jaren); de winnaars werden erkend als de de facto wereldkampioen.

Oorspronkelijk bestond de strijd om de wereldbeker uit een uit- en thuisduel. Tot 1968 werd er een derde duel gespeeld indien nodig, daarna werd er via strafschoppen beslist. Door de extreem gewelddadige finale van 1969 waarin de spelers van Estudiantes de spelers van Milan bewust fysiek verwondden, lieten sommige Europese ploegen de beker in de jaren zeventig links liggen.

Vanaf 1980 bestond de strijd om de wereldbeker uit een enkele wedstrijd in Tokio, waarna de beker naar sponsor Toyota de naam Toyota Cup kreeg. Zodoende leverde dat bij winst, naast de originele wereldbeker, een tweede beker op.

1960 Real Madrid 0-0, 5-1 Peñarol
1961 Peñarol 0-1, 5-0 Benfica
1961 Peñarol 2-1 Benfica
* 3e wedstrijd ook in Montevideo
1962 Santos 3-2, 5-2 Benfica
1963 Santos 2-4, 4-2 AC Milan
1963 Santos 1-0 AC Milan
* 3e wedstrijd in Rio de Janeiro
1964 Internazionale 0-1, 2-0 Independiente
1964 Internazionale 1-0 Independiente
* 3e wedstrijd in Madrid
1965 Internazionale 3-0, 0-0 Independiente
1966 Peñarol 2-0, 2-0 Real Madrid
1967 Racing Club 0-1, 2-1 Celtic
1967 Racing Club 1-0 Celtic
* 3e wedstrijd in Montevideo
1968 Estudiantes 1-0, 1-1 Manchester United
1969 AC Milan 3-0, 1-2 Estudiantes
1970 Feyenoord 2-2, 1-0 Estudiantes
1971 Nacional 1-1, 2-1 Panathinaikos
* Panathinaikos in plaats van Ajax
1972 Ajax 1-1, 3-0 Independiente
1973 Independiente 1-0 Juventus
* Juventus in plaats van Ajax; wedstrijd in Rome
1974 Atlético Madrid 0-1, 2-0 Independiente
* Atlético in plaats van Bayern München
1975 niet gespeeld
* Bayern München en Independiente konden geen speeldata overeenkomen
1976 Bayern München 2-0, 0-0 Cruzeiro
1977 Boca Juniors 2-2, 3-0 Borussia Mönchengladbach
* Borussia in plaats van Liverpool
1978     * niet gespeeld: Boca Juniors – Liverpool
* Liverpool wilde niet spelen
1979 Olimpia Asunción 1-0, 2- Malmö FF
* Malmö in plaats van Nottingham Forest
1980 Nacional 1-0 Nottingham Forest
1981 Flamengo 3-0 Liverpool
1982 Peñarol 2-0 Aston Villa
1983 Grêmio 2-1 n.v. Hamburger SV
1984 Independiente 1-0 Liverpool
1985 Juventus 2-2 n.s. (4-2) Argentinos Juniors
1986 River Plate 1-0 Steaua Boekarest
1987 FC Porto 2-1 n.v Peñarol
1988 Nacional 2-2 n.s. (7-6) PSV
1989 AC Milan 1-0 n.v. Atlético Nacional
1990 AC Milan 3-0 Club Olimpia Asunción
1991 Rode Ster Belgrado 3-0 Colo-Colo
1992 São Paulo 2-1 FC Barcelona
1993 São Paulo 3-2 AC Milan
* Milan in plaats van Olympique Marseille (uitgesloten)
1994 Vélez Sarsfield 2-0 AC Milan
1995 Ajax 0-0 n.s. (4-3) Grêmio
1996 Juventus 1-0 River Plate
1997 Borussia Dortmund 2-0 Cruzeiro
1998 Real Madrid 2-1 Vasco da Gama
1999 Manchester United 1-0 Palmeiras
2000 Boca Juniors 2-1 Real Madrid
2001 Bayern München 1-0 n.v. Boca Juniors
2002 Real Madrid 2-0 Club Olimpia Asunción
2003 Boca Juniors 1-1 n.s. (3-1) AC Milan
2004 FC Porto 0-0 n.s. (8-7) Once Caldas

Het wereldkampioenschap voetbal voor clubs is een door de FIFA georganiseerd voetbaltoernooi waaraan de winnaars van zes continentale bekertoernooien en de kampioen van het organiserend land deelnemen. Uit Afrika neemt de winnaar van de Champions League deel, uit Azië de winnaar van de Champions League, uit Europa de winnaar van de UEFA Champions League, uit Noord- en Midden-Amerika de winnaar van de CONCACAF Champions League, uit Oceanië de winnaar van de OFC Champions League en uit Zuid-Amerika de winnaar van de Copa Libertadores. Het toernooi kent officieel de wereldtitel toe.

Dit toernooi kan als opvolger van de wereldbeker voetbal worden gezien die tussen 1960 en 2004 werd gespeeld, sinds 1980 jaarlijks in Japan (vanaf 1980 in Tokio en de laatste drie edities in Yokohama), tussen de winnaars van de Europacup I, later de UEFA Champions League (Europa) en de Copa Libertadores (Zuid-Amerika).

2005 São Paulo 1 – 0 Liverpool
2006 Internacional 1 – 0 FC Barcelona
2007 AC Milan 4 – 2 Boca Juniors
2008 Manchester United 1 – 0 Quito
2009 FC Barcelona 2 – 1 nv Estudiantes
2010 Internazionale 3 – 0 Kinshasa Mazembe
2011 FC Barcelona 4 – 0 Santos
2012 Corinthians 1 – 0 Chelsea
2013 Bayern München 2 – 0 Raja Casablanca
2014 Real Madrid 2 – 0 San Lorenzo
2015 FC Barcelona 3 – 0 River Plate
2016 Real Madrid 4 – 2 nv Kashima Antlers
2017 Real Madrid 1 – 0 Grêmio
2018 Real Madrid 4 – 1 Al Ain
2019
2020

(12) Wereldkampioenschap landenteams

Het FIFA-wereldkampioenschap voetbal meestal wereldkampioenschap voetbal of WK voetbal genoemd. Op maandag 28 mei 1928 werd in Amsterdam besloten dat Uruguay gastland zou worden van het eerste officiële wereldkampioenschap voetbal, in 1930, om het eeuwfeest van de Uruguayaanse onafhankelijkheid te vieren en omdat Uruguay dubbele olympische titelhouder en dus een van de betere voetballanden was.

Het eerste wereldkampioenschap voetbal was tevens het enige waarvoor de landen zich niet hoefden te kwalificeren: ze werden uitgenodigd door de FIFA om aan het eerste WK mee te doen. De animo uit Europa was echter nihil: op 28 februari 1930, de einddatum van inschrijving, had zich nog geen enkel Europees land aangemeld vanwege de lange reisduur en de hoge reiskosten. Uiteindelijk wist Rimet, met hulp van de regering van Uruguay, vier teams zo ver te krijgen om de oversteek te maken: België, Roemenië, Joegoslavië en Frankrijk. Met zeven teams uit Zuid-Amerika en
twee uit Noord-Amerika kwam het aantal deelnemende landen op 13. Uruguay werd de eerste officiële wereldkampioen.

1930 Uruguay 4 – 2 Argentinië
1934 Italië 2 – 1 n.v. Tsjecho-Slowakije
1938 Italië 4 – 2 Hongarije

1942 Afgelast vanwege de Tweede Wereldoorlog
1946 Afgelast vanwege de Tweede Wereldoorlog

1950 Uruguay 2 – 1 Brazilië
1954 West-Duitsland 3 – 2 Hongarije
1958 Brazilië 5 – 2 Zweden
1962 Brazilië 3 – 1 Tsjecho-Slowakije
1966 Engeland 4 – 2 n.v. West-Duitsland
1970 Brazilië 4 – 1 Italië
1974 West Duitsland 2 – 1 Nederland
1978 Argentinië 3 – 1 n.v. Nederland
1982 Italië 3 – 1 West-Duitsland
1986 Argentinië 3 – 2 West-Duitsland
1990 West-Duitsland 1 – 0 Argentinië
1994 Brazilië 0 – 0 n.v. (P: 3-2) Italië
1998 Frankrijk 3 – 0 Brazilië
2002 Brazilië 2 – 0 Duitsland
2006 Italië 1 – 1 n.v. (P: 5-3) Frankrijk
2010 Spanje 1 – 0 n.v. Nederland
2014 Duitsland 1 – 0 n.v. Argentinië
2018 Frankrijk 4 – 2 Kroatië
2022

(13) Golden Ball (gouden bal)

De Golden Ball (gouden bal) gaat naar de beste speler van het WK eindtoernooi, die gekozen wordt door afgevaardigden uit de media. De spelers die in deze verkiezing op de tweede en derde plaats eindigen, krijgen respectievelijk de Silver Ball en de Bronze Ball.

1930 José Nasazzi (Uruguay)
1934 Giuseppe Meazza (Italië)
1938 Leônidas (Brazilië)
1950 Zizinho (Brazilië)
1954 Ferenc Puskás (Hongarije)
1958 Didi (Brazilië)
1962 Garrincha (Brazilië)
1966 Bobby Charlton (Engeland)
1970 Pelé (Brazilië)
1974 Johan Cruijff (Nederland)
1978 Mario Kempes (Argentinië)
1982 Paolo Rossi (Italië)
1986 Diego Maradona (Argentinië)
1990 Salvatore Schillaci (Italië)
1994 Romário (Brazilië)
1998 Ronaldo (Brazilië)
2002 Oliver Kahn (Duitsland)
2006 Zinédine Zidane (Frankrijk
2010 Diego Forlán (Uruguay)
2014 Lionel Messi (Argentinië)
2018 Luka Modric (Kroatië)
2022

(14) Golden Boot (gouden schoen)

De Golden Boot of Golden Shoe (gouden schoen) gaat naar de topscorer van het WK eindtoernooi.

1930 Guillermo Stábile (Argentinië) 8
1934 Oldrich Nejedlý (Tsjecho-Slowakije) 5
1938 Leônidas (Brazilië) 7
1950 Ademir (Brazilië) 9
1954 Sándor Kocsis (Hongarije) 11
1958 Just Fontaine (Frankrijk) 13
1962 Flórián Albert/Valentin Ivanov (Hongarije)/(Sovjet-Unie)
Garrincha/Dražan Jerkovic (Brazilië)/(Joegoslavië)
Leonel Sanchez/Vavá (Chili)/(Brazilië) 4
1966 Eusébio (Portugal) 9
1970 Gerd Müller (West-Duitsland) 10
1974 Grzegorz Lato (Polen) 7
1978 Mario Kempes (Argentinië) 6
1982 Paolo Rossi (Italië) 6
1986 Gary Lineker (Engeland) 6
1990 Salvatore Schillaci (Italië) 6
1994 Oleg Salenko/Christo Stoitsjkov (Rusland)/(Bulgarijje) 6
1998 Davor Šuker (Kroatië) 6
2002 Ronaldo (Brazilië) 8
2006 Miroslav Klose (Duitsland) 5
2010 David Villa/Thomas Müller (Spanje)/(Duitsland)
Wesley Sneijder/Diego Forlán (Nederland)/(Uruguay) 5
2014 James Rodríguez (Colombia) 6
2018 Harry Kane (Engeland) 6
2022
This entry was posted in 1956-HEDEN IN VOGELVLUCHT. Bookmark the permalink.