(25) 1968 – Gouden Eeuw breekt aan voor het Nederlands voetbal

"We gaan Europa in … "

In de jaren ’60 ontwikkelde het voetbal zich snel in Nederland. Aan het begin van het decennium waren de Nederlandse clubs kanonnenvoer, maar een paar jaar later waren ze het kanon en eind jaren ’60 leefde er een stille ambitie, een kleine droom zeg maar. Eentje die snel werkelijkheid wordt. Eerst is er nog de verloren finale van Ajax tegen AC Milan in ’69, maar met een gouden generatie in het gelid kan Nederland een jaar daarna dan toch victorie kraaien. Eerst met Feyenoord onder Happel, daarna maar liefst drie maal op rij met Ajax. Spelers als Kindvall, Cruijff, Van Hanegem en Neeskens worden op slag wereldberoemd.

Het succes van het Nederlands voetbal (lees: Feijenoord en Ajax) eind jaren zestig, beginjaren zeventig was in de eerst plaats te danken aan de begaafde voetbalgeneratie die Nederland in die periode had. Bij Feijenoord speelde Rinus Israël, Wim van Hanegem, Wim Jansen en Coen Moulijn. Bij Ajax waren Sjaak Swart, Henk Groot, Piet Keizer en Johan Cruijff de sterkhouders.

Het enig wat deze verzameling van unieke talenten nodig had was een nieuw type trainer die de persoonlijkheid hadden om een selectie van profvoetballers in het gareel te houden. Die evolutie in Nederland is er gekomen door twee grote persoonlijkheden, Ernst Happel en Rinus Michels. Dankzij een rigoureuze discipline konden Happel en Michels hun vernieuwende ideeën op het veld doorvoeren. Zij brachten als eersten het full-professionalisme in Nederland in de praktijk, en behaalden er klinkende resultaten mee.

Michels had een gedegen sportopleiding, en weerspiegelde dat in zijn systematische aanpak. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met het wereldberoemde Totaalvoetbal. In het buitenland ook wel aangeduid als de Hollandse School, in navolging van onze beroemde schilders uit de zeventiende eeuw. De Oostenrijker Happel behoorde als actief voetballer tot de wereldtop, en compenseerde daarmee zijn gebrek aan een sportopleiding. Zijn aanpak was voor honderd procent gebaseerd op ervaring en intuïtie.

Ernst Happel (trainer van Feyenoord van 1969 tot 1973) en Rinus Michels (trainer van Ajax van 1965 tot 1971) tijdens een persconferentie na afloop van Feyenoord-Ajax begin jaren zeventig.
foto: Robert Collette/ANP

Het omslagpunt

Het is moeilijk om te bepalen op welk moment het Nederlands voetbal zijn succesreeks startte. Voor Feijenoord werden wellicht al in 1963 de eerste fundamenten gelegd tijdens de deelname aan de Europacup 1. In 1961 speelde Feijenoord, vanwege het behaalde landskampioenschap, zijn eerste Europacupwedstrijd tegen IFK Göteborg. Feijenoord behaalde de volgende ronde, maar strandde toen als nog tegen Tottenham Hotspur. Ook stond Feijenoord in het seizoen 1961/62 in de finale van de eerste editie van de International Football Cup, de voorloper van de huidige Intertoto Cup. Er werd echter met 4-2 verloren van de grote rivaal Ajax.

Twee jaar later stonden honderdduizenden supporters langs de oevers van Nieuwe Maas en Nieuwe Waterweg om de Groote Beer en de Waterman uit te zwaaien. De schepen vervoerden duizenden supporters naar Lissabon, waar op 8 mei 1963 het Europacupduel tegen het befaamde Benfica moest worden gespeeld. Feijenoord stond in de halve finale en mocht eindelijk met de ‘grote jongens’ meedoen. Op 10 april 1963 had Feijenoord in het eigen stadion Benfica, de Europese kampioen van de twee voorgaande jaren, op 0-0 gehouden. Nu was er een kans die kampioen te verslaan en zelfs in de finale te komen. Toch bleef Feijenoord steken in de halve finale, want na de 0-0 in Rotterdam verloor het in Lissabon met 3-1 van Benfica. Ondanks deze uitschakeling waren de jaren 60 wel de vooravond van de grote succesperiode van de jaren 70. Als eerste succes tijdens de gloriejaren behaalde Feijenoord in 1965 voor het eerst in zijn historie de dubbel(landskampioen en bekerwinnaar).

1963: Benfica-Feijenoord. Eddy "PG" onderschept een aanval van Benfica. Hans Kraaij kijkt toe.
foto: onbekend

Het seizoen 1964/65 was een dieptepunt in de geschiedenis van Ajax. Ondanks de aanwezigheid van jonge talenten zoals Wim Suurbier, Johan Cruijff en Piet Keizer ontsnapte de club maar net aan degradatie uit de Eredivisie: Ajax eindigde als 13e in de eredivisie van de 16 clubs. Halverwege dit seizoen vertrok trainer Vic Buckingham. De nieuwe voorzitter Jaap van Praag (1964-1978) kwam in januari 1965 op het idee om oud-speler Rinus Michels aan te stellen als trainer.

Onder de aansturing van Michesl kwam een jaar later, op 7 december 1966, de omslag naar succes voor Ajax. In dichte mist verslaan de Amsterdammers in het Olympisch Stadion in Amsterdam de kampioen van Engeland, Liverpool, met 5-1. Een legendarische wedstrijd, die gezien wordt als het begin van het totaalvoetbal. Hier werd de basis gelegd voor de prestaties op het Wereldkampioenschap van 1974 in Duitsland.

1966 Ajax-Liverpool, Klaas Nunninga scoort de 3-0
foto: Nijs

De voetballer Happel

Ernst Happel was een van de hoekstenen van het Oostenrijkse wereldelftal uit het begin van de jaren 50. In een elftal dat onder leiding van de briljante middenvelder Ernst Ocwirk de passing tot kunstvorm had verheven, vormde hij met Gerhard Hanappi de ruggengraat van de verdediging. Happel was een harde, meedogenloze stopper en een vrijetrappen- specialist. Hij excelleerde ook bij Rapid Wien, de beste Oostenrijkse club van zijn generatie.

Happel beschrijft zijn carriere zelf het beste. Een stukje uit de sollicitatiebrief die Happel in de zomer van 1969 naar Feijenoord stuurde:

"Ik ben op 29 november 1925 in Wenen geboren, ik ben rooms-katholiek en kom uit een horecafamilie. Ik heb acht jaar op de Volksschule gezeten en volgde drie jaar beroeps- onderwijs. Gevolgde opleiding: lederwaren. Daarna voltooide ik de stageperiode met succes. Later was ik ambtenaar bij het bestuur van de provincie Neder-Oostenrijk".

"Mijn sportieve loopbaan begon in 1937 bij Sportclub Rapid Wien bij de junioren. Op mijn zeventiende speelde ik voor het eerst mee in het hoogste elftal. Ik speelde van 1937 tot 1954 bij Rapid Wenen. Van 1954-1956 in Frankrijk bij Racing Paris. Van 1956 – 1959 terug als speler bij Rapid Wenen. Ik heb 51 keer voor Oostenrijk gespeeld en was eenmaal reserve in het FIFA-team tegen Engeland (4-4)."

"Ik was tweemaal als speler actief op het Wereldkampioenschap. In 1954 in Zwitserland; Oostenrijk bereikte de eervolle derde plaats achter Duitsland en Hongarije. In 1958 in Zweden werden we in de voorronde uitgeschakeld. Het was een sterke groep met Brazilië, Engeland, Rusland en Oostenrijk."

Ernst Happel (links) in duel met Waldir Pereira (Brazilië) tijdens het WK van 1958
foto: onbekend

Happel speelde verder in 1953 nog voor een wereldelftal van de FIFA. Happel scoorde in het Europacup 1 in 1957 een hattrick tegen Real Madrid; twee vrije trappen en een strafschop. Bij het WK van 1954 stond zijn verdediging in drie minuten tijd drie doelpunten toe, maar de Oostenrijkers wonnen uiteindelijk met 7-5, ondanks een gemiste penalty. In de volgende ronde verloren ze met 6-1 van West-Duitsland. In 1958 speelde Happel dus weer oo het WK, maar het elftal was over zijn hoogtepunt heen en werd vroegtijdig uitgeschakeld.

De voetballer Michels

In zijn jeugd was Michels een succesvol zwemmer en basketballer, maar hij werd het meest bekend als voetballer. In 1940 werd Rinus, na deelname aan proefwedstrijden, op twaalfjarige leeftijd bij Ajax als spelend lid ingeschreven. De Duitse bezetting en vooral de hongerwinter maakten diepe indruk op Michels. Noodgedwongen moest hij zijn voetbalactiviteiten in deze jaren op een laag pitje zetten. Behalve aan goede voeding ontbrak het toen namelijk ook aan geschikt schoeisel. Bovendien waren er in een gedeelte van het Ajax-stadion Duitse soldaten ingekwartierd.

Na de bevrijding waren er de vreugde en trots over Michels eerste voetbalsuccessen. Op 9 juni 1946 debuteerde hij in het eerste elftal van Ajax in de uitwedstrijd tegen het Haagse ADO. Ajax won met 8-3 en de achttienjarige nieuweling scoorde maar liefst vijf keer. Daarmee droeg hij in belangrijke mate bij tot het behalen van het afdelingskampioenschap in de eerste klasse.

Sindsdien was Michels niet meer uit de hoofdmacht van Ajax weg te denken. Ondertussen verloor hij zijn maatschappelijke toekomst niet uit het oog. In 1947 begon Michels aan een opleiding aan de Academie voor Lichamelijke Oefening die hij in 1951 met het eind- diploma bekroond zag. Na van 1951 tot 1953 zijn militaire dienstplicht te hebben vervuld bekwaamde hij zich nog in heilgymnastiek en massage. Op weg naar uitwedstrijden of tijdens een buitenlandse reis troffen zijn medespelers hem in deze jaren dan ook geregeld met een studieboek aan.

Rinus Michels (rechts) als juichend midvoor van Ajax
foto: Ajax site

Als kopsterke midvoor zou Rinus Michels tussen 1945 en ’58 voor Ajax 264 (of 269) competitieduels spelen waarin hij 122 keer zou scoren. Na dertien jaar in het eerste van Ajax moest Michels in 1958, slechts vier jaar na de intrede van het betaalde voetbal in Nederland, zijn carrière noodgedwongen beëndigen. Uitgerekend hij, de voetballer van wie beweerd en geschreven werd dat hij niet hard genoeg was en tackles ontweek uit angst voor blessures, sneuvelde op een slepende rugkwetsuur (hernia) in 1958. Rinus Michels vertegenwoordigde het Nederlands Elftal vijf maal, maar kwam in die wedstrijden niet tot scoren.

Happel naar Feijenoord

In 1962 arriveerde Happel in Nederland, bij ADO. Daar komt hij terecht doordat de vrouw van ADO-bestuurslid Choufoer een Oostenrijkse is, de echtgenote van Happel was een vriendin van haar en ADO besluit, uiteraard op voorspraak van Choufoer, Happel aan te stellen als trainer van ADO. Bovendien hadden Oostenrijkse trainers een goede naam opgebouwd in Nederland. Kment en Fuchs waren Oostenrijkse trainers die al eerder bij Feyenoord furore hadden gemaakt. Happel blijft bij ADO tot 1969.

In 1966 had Happel zich in een interview nog verwonderd afgevraagd waarom Feyenoord niet aan de Europese top stond. Feyenoord is in 1969 kampioen geworden onder leiding van Ben Peeters, die zijn leven vooral doorbracht als succesvol jeugdtrainer op Varkenoord maar in 1967, achteraf voor slechts één seizoen, de overstap maakt naar de andere kant van de Stadionweg, naar De Kuip. Hoewel Feyenoord kampioen is geworden, begrijpt manager Brox dat er meer nodig is dan de trainingen van Peeters om de club naar nog grotere hoogten te brengen. Peeters keert terug naar Varkenoord. Ernst Happel voelt het moment aan want in 1969 maakte hij de overstap van het Haagse ADO naar de Kuip om dan zelf maar voor die aansluiting met de topteams te zorgen.

Michels naar Ajax

Na zijn actieve carrière gaat Rinus Michels verder als trainer. Na in het amateurvoetbal succesvol te zijn geweest bij de Amsterdamse amateurclubs JOS en AFC, stelde op 22 januari 1965 interimvoorzitter Jaap van Praag Rinus Michels aan als opvolger van de Engelsman Vic Buckingham. De Amsterdammer was daarmee de eerste Nederlander ooit die Ajax’ beste spelers onder zijn hoede kreeg. Rinus Michels, die voorheen nog even voor vijftig gulden per week de welpen van AFC had getraind, ging bij Ajax tweeduizend gulden in de maand verdienen.

Michels nam de teugels in Amsterdam meteen stevig in handen, maar de overwegend jonge selectie had ook behoefte aan een kwaliteitsimpuls. De jonge trainer maakte zich na het hoe dan ook memorabele seizoen 1964-1965 bij de nieuwe voorzitter Jaap van Praag sterk voor de komst van drie spelers: doelman Gert Bals, verdediger Co Prins én Henk Groot, die een ton méér kostte dan het bedrag waarvoor hij in 1963 was verkocht.

1965: debuut voor coach Rinus Michels (tweede van rechts) tijdens de wedstrijd Ajax-MVV (9-3).

Happel en het succes bij Feijenoord

Happel nam Feyenoord in 1969 aan de hand en leidde het een nieuwe wereld in: die van het keiharde professionele voetbal aan de Europese top. Hij smeedde aan een uniek elftal dat de hardheid van Israël en Laseroms koppelde aan de brille van Moulijn en het inzicht van Van Hanegem. Kloppend hart van dat team was de linie Wim Jansen-Van Hanegem-Franz Hasil. Het werd het beste middenveld van Europa genoemd.

Happel was de trainer die Feyenoord in 1970 tot de beste club van Europa en de wereld maakte. De Oostenrijker was een bijzonder man, gevormd door de oorlog waarin hij fout was. Vaak wordt gezegd dat hij de beste trainer is die Feyenoord ooit had, maar dat is een moeilijke te beargumenteren stelling. Feit is dat The Times Happel ooit verkoos tot de op twee na beste trainer aller tijden.

In Rotterdam kon hij samenwerken met getalenteerde spelers als Willem van Hanegem, Coen Moulijn, Rinus Israël, Ruud Geels, Wim Jansen en de Oostenrijker Franz Hasil, die hij nog kende van zijn periode bij Rapid Wien. Het werd het begin van een gouden tijdperk. Happel, die hamerde op discipline, bekend stond om zijn tactische meester- zetten en zich vaak kort, maar krachtig in het Duits uitdrukte – "Tactiek ist der Rinoes, Wiellem und Coentj".

Happel is naast zijn grootse resultaten als trainer natuurlijk ook bekend geworden door zijn soms opmerkelijke uitspraken. Hij sprak gewoon zijn eigen taaltje, Oostenrijks gemengd met Hollands. "Kein geloel", "Waarom bist du hier? Om Fussball zu spielen!". De wedstrijdbesprekingen duurden ook nooit lang. Happel hield altijd een voorbespreking met mannen als Wim Jansen, Rinus Israël en Willem van Hanegem. Nam hij alles mee door. En als het in de wedstrijd dan niet liep, floot hij op zijn vingers en gebaarde hij vervolgens naar Israël dat het anders moest. Nou, die zorgde daar dan voor. Happel was een man van weinig woorden.

Trainer Ernst Happel loopt een opwarmronde met de selectie van Feyenoord in 1970
foto: Peter Mokveld

De Oostenrijker had bovendien een zeer goede band met iedereen binnen de club. Op het ene moment zat hij met de spelers te kaarten om geld en dan was hij een van hun. Maar zodra hij opstond, werd hij weer de trainer Happel. Er was niemand die het in zijn hoofd haalde om een brutale mond tegen hem op te zetten. Natuurlijk, er waren wel eens problemen, (die zijn er overal). Zo werd Van Hanegem eens van de training gestuurd met de mededeling ’s avonds terug te komen. Stond Van Hanegem daar te trainen, maar geen Happel. De volgende dag vroeg Van Hanegem waar hij was en toen zei Happel: "Ik stond bij het benzinestation, ik heb alles gezien wat je deed.".

Happel loodste Feyenoord in 1970 naar de finale van de Europacup I. De Rotterdammers schakelden op weg naar de finale onder meer AC Milan en Legia Warschau uit. In de finale won Feyenoord na verlengingen met 2-1 van Celtic, waardoor het de eerste Nederlandse club werd die de beker met de grote oren in ontvangst mocht nemen. De Schotse trainer Jock Stein loofde na afloop Happels tactiek: "Celtic heeft niet van Feyenoord verloren, ik heb van Happel verloren."

Door zijn inbreng heeft hij met en bij Feyenoord voor successen gezorgd. Daarmee is hij van grote betekenis geweest voor het hele Nederlandse voetbal. Ernst Happel stierf 14 november 1992 op 67-jarige leeftijd in het harnas: tijdens een wedstrijd van de nationale ploeg van Oostenrijk. Hij was op dat moment bondscoach en trainer van FC Tirol. Happel is tot op heden de enige trainer die het is gelukt om de Europacup I en de Wereldbeker naar Rotterdam te halen.

1967/1968 Boven: Cor Veldhoen, Thijs Libregts, Piet Romeijn, Guus Haak, Rinus Israël, Hans Kraaij en Eddy Pieters Graafland.
Onder: Ruud Geels, Ove Kindvall, Wim Jansen en Coen Moulijn.
foto: onbekend

Selectie Feijenoord 1968/1969

Keepers: Bert Kik, Eddy Pieters Graafland, Eddy Treijtel
Verdediging: Rinus Israël, Theo Laseroms, Piet Romeijn, Mathijs van Toorn, Cor Veldhoen, Thijs Wijngaarde
Middenveld: Jan Boskamp, Rob de Boom, Guus Haak, Wim Jansen, Rob Theuns, Willem van Hanegem, Joop van Daele, Frans van der Heide
Aanval: Ruud Geels, Ove Kindvall (Zweden), Coen Moulijn, Spasoje Samardzic (Servië), Henk Wery
Trainer: Ben Peeters

Nadat hij Feyenoord in 1971 ook landskampioen heeft gemaakt, vertrekt Happel naar Club Brugge. Een lange reeks Europese clubs volgt. En het Nederlands Elftal. Met Oranje weet Happel in 1978 de finale van het WK Voetbal te halen.

Na omzwervingen door Europa, langs Sevilla, Brugge, Zeist, Harelbeke, Luik en Hamburg, keerde hij in 1987 terug in eigen land, als meest gelauwerde trainer uit het internationale voetbal. Men dacht dat hij thuis kwam om te sterven. Maar bij Tirol liet Happel zijn oude ambitie flonkeren. Hij won zijn zeventiende prijs. In 1991 werd hij ernstig ziek, vel over been. Hij noemde het een levervirus opgelopen op de Bahama’s. Het was kanker. Op 14 november 1992 overlijdt Happel op 67-jarige leeftijd. Na zijn dood wordt het Praterstadion in Wenen omgedoopt tot het Ernst Happel-stadion.

Het Ernst Happel Stadion is het grootste stadion van Oostenrijk en kan 50.000 toeschouwers verwelkomen. Het stadion heeft geen vaste bespeler, maar wordt bij elke thuiswedstrijd van het Oostenrijks nationaal elftal gebruikt. Daarnaast was het stadion het decor voor de finale om het Europees kampioenschap in 2008. Ook sterren als Madonna, Bruce Springsteen en Bon Jovi hebben het stadion gebruikt voor hun concerten. 

Bij Feyenoord wordt Happel onder meer geëerd met een borstbeeld, welke op 23 januari 2005 in De Kuip door zijn zoon werd onthuld. Het borstbeeld is tot stand gekomen door de inzet van een aantal supporters.

Michels en het succes bij Ajax

Rinus Michels is de meest legendarische trainer die het Nederlandse voetbal ooit heeft gekend. Zijn erelijst is lang, maar veruit het meest in het oog springen de winst van de Europa Cup 1 met Ajax (1971) en, dat bovenal, zijn meeslepende zegetocht met het Nederlands elftal tijdens het EK in 1988. Furore maakt Michels ook als de architect van het spectaculaire totaalvoetbal dat Oranje tijdens het WK’74 eeuwige wereldfaam brengt. Maar als Rinus Michels in de winter van 1965 trainer wordt van Ajax, is hij net 36 jaar en heeft hij alleen ervaring als trainer van amateurclubs.

Toen in januari 1965 Rinus Michels zich meldde bij het in degradatienood verkerende Ajax was het Nederlandse voetbal beslist geen woestenij. De boeken Brilliant Orange  en Inverting the Pyramid identificeren een aantal gunstige omstandigheden voor het Nederlandse voetbal. De welvaart nam bijvoorbeeld toe, daardoor waren de jaren van schaarste voorbij en verbeterden de voedselkwaliteit, de medische wetenschap, de mogelijkheden voor full-prof voetbal en de sportspecifieke opleidingen.

Michels had zelf na zijn actieve carrière de academie voor lichamelijke opvoeding gevolgd, was daarna een tijdje leraar geweest, en had daardoor een gedegen generalistische achtergrond (en wist dat pressing in andere sporten in de mode was geraakt). Ook lag de nadruk in dit land veel meer op techniek, is het starre stopperspilsysteem nooit populair geworden en werd er geen strikte mandekking gehanteerd. Bij Ajax werd reeds voor de komst van Michels geoefend volgens de Schotse passing-game en werd, zonder dat één enkel, eenvormig en eenduidig spelsysteem werd opgelegd, zoveel mogelijk door alle lagen van de vereniging heen deze uitgangspunten benadrukt.

 

Rinus Michels op de training met Barry Hulshoff
foto: ANP-Ben Hansen

In de Watergraafsmeer startte Michels aan het bouwen van een nieuwe ploeg en maakte van voetbal een beroep. Hij introduceerde trainingskampen voor belangrijke wedstrijden, verdiepte zich in het fenomeen sportvoeding, Johan Cruyff en Piet Keizer werden de eerste fullprofs. Met Johan Cruyff lag Michels vaak overhoop. De nieuwe trainer bracht meer professionaliteit binnen Ajax. Hij gebruikte een zeer aanvallende speelstijl en haalde ook ervaren spelers als Henk Groot en Co Prins terug naar Ajax en haalde ook keeper Gert Bals van PSV.

Rinus Michels wordt, vaak in één adem met Johan Cruijff, genoemd als de architect van het totaalvoetbal en de bedenker van de buitenspelval. Ook al bestaan er twijfels over de juistheid van deze beweringen, feit blijft dat Michels de eerste voetbalcoach was die grote triomfen vierde met deze tactische concepten.

De achtergrondvoorwaarden waren zogezegd gunstig. Hoewel al het onderstaande niet ontsprong uit één of ander bedacht blauwdruk en het langzamerhand moest groeien, paste Michels direct een ijzeren discipline toe. Waar Duitsers behoefte hadden aan aimabele vaderfiguren als Helmut Schön omdat zij de discipline van zichzelf bezitten en van nature een tekort aan zelfbewustzijn tentoonspreiden, daar was het bij de Nederlanders omgekeerd. Zo redeneerde Michels tenminste. Na de (gewonnen) wedstrijd mocht er worden doorgezakt en op de trainingen was er ruimte voor grappen en humor maar hij hield zoveel mogelijk de touwtjes en regie strikt in handen.

Als het hem niet zinde liet hij voor straf spelers om zeven uur s’ochtends opdraven, waarna hijzelf in zijn auto wegscheurde. Hij liet spelers doelbewust hun handen verbranden op het moment dat ze een sigaret in hun broekzak verstopten. Hij belde aan bij huizen en controleerde de warmte van motorkappen om te zien of ze op tijd op bed lagen. Met gerichte opmerkingen kon hij ten overstaan van de groep ("ik wil niet dat jij naar voren gaat want dan komt Suurbier één-tegen-één te staan, dat kan hij niet") spelers motiveren. Voor persoonlijke, emotionele gesprekken had Ajax Salo Muller, de amateur-psycholoog, in huis (masseur van beroep).

Piet Keizer in een ‘totale’ val, veroorzaakt door een bewonderaar: Van Hanegem ligt al op de grond. Op een rijtje: Johan Cruijff, Nico Rijnders, ..
foto: onbekend

Nieuw was zijn verlangen om van iedereen een full-prof te maken. Arie Haan moest zijn studie afbreken, anderen moesten hun werk opzeggen. Alleen zo kon er intensief worden getraind, waarbij trainen met de bal voorop stond maar tegelijkertijd, en dat was nieuw bij Ajax (Nederland?), conditie- en looptrainingen op het programma stonden. Bovendien kon het concept van druk zetten worden geïmplementeerd, dit werd onmogelijk geacht te doen met amateurs of semi-profs. 

Gradueel werd Ajax beter en beter. Er werd afscheid genomen van het in Europese wedstrijden kwetsbare 4-2-4 systeem en een aantal spelers zoals Soetekouw, Pronk en Van Duivenbode werden allen te licht bevonden. Het 4-3-3 systeem met inschuivende verdediger kwam ervoor in de plaats. Voor dit laatste werd de voortreffelijke buiten- lander Velibor Vasovic gehaald. Ajax ontmoette steeds taaier wordende defensies ("muren"). Michels ging daaropvolgend de verticale en horizontale positiewisselingen invoeren. Dit laatste werd makkelijker geacht uit te voeren in een 4-3-3 veldbezetting.

De spelers haatten hem, en ze hadden respect voor hem. Hoe Rinus Michels een klein land groot maakte door ‘onmenselijk’ te zijn. De meedogenloze aanpak van spelers en zijn dominante leiderschapsstijl leverden Michels de bijnaam ‘de Generaal’ op. Berucht is zijn uitspraak "Voetbal is oorlog". Michels zou hiermee hebben bedoeld dat een harde, agressieve speelstijl noodzakelijk én aanvaardbaar is als je wilt winnen, gele en eventueel ook rode kaarten inbegrepen. Zijn woorden zijn sindsdien ontelbare keren geciteerd; zelf vond hij dat ze uit hun verband waren gerukt, en dat hij er twintig jaar ten onrechte mee was achtervolgd.

Hij zei in werkelijkheid in een interview in het Algemeen Dagblad in 1970: "Topvoetbal is zoiets als oorlog. Wie te netjes blijft, is verloren".

 
Tenslotte was daar de factor Cruijff. Cruijff voerde elke dag voorafgaand aan de training in het kamertje van Michels een gesprek. Cruijff kon zo zijn invloed doen gelden, de stemming onder spelers overbrengen aan Michels én de stemming van Michels zelf peilen en dat weer doorgeven aan de spelers. Michels corrigeerde de (tactische) fouten van Cruijff maar Cruijff corrigeerde, in toenemende mate naarmate hij ouder werd, in het veld ook tactische fouten van Michels (Cruijff schatte dat percentage op 10%) en kon als geen ander de wedstrijd lezen, iets wat door Michels werd onderkend.

Zijn aanpak leidde tot onvoorziene successen. Met Ajax werd Michels vier maal landskampioen. De grootste successen bereikte hij echter in Europa. Hoewel de finale van de EuropaCup 1 in 1969 nog met 4-1 werd verloren van AC Milan, twee jaar later was Michels met Ajax de eerste Nederlandse coach die de ‘Cup met de grote oren’ won. Op Wembley werd het Griekse Panathinaikos met 2-0 verslagen. Het waren de gloriedagen voor het Nederlandse voetbal, ook omdat Feyenoord een jaar eerder diezelfde beker als eerste Nederlandse club gewonnen had. Maar het moment kwam naderbij dat, zoals Rep het zei, men klaar was met het gezeur van Michels. Michels vertrok naar Barcelona.

Selectie Ajax 1968/1969

Keepers: Gert Bals, Heinz Stuy
Verdediging: Barry Hulshoff, Ruud Krol, Tonny Pronk, Wim Suurbier, Ruud Suurendonk, Theo van Duivenbode, Velibor Vasovic (Servië)
Middenveld: Arie Haan, Bennie Muller, Henk Groot, Gerrie Mühren
Aanval: Johan Cruyff, Inge Danielsson (Zweden), Sjaak Swart, Piet Keizer, Klaas Nuninga
Trainer: Rinus Michels

Beste team ooit..

Het Britse maandblad FourFourTwo heeft Ajax uitgeroepen tot beste team ooit. In de periode 1965 tot 1973 worden de Amsterdammers door het tijdschrift gezien als beste clubteam ooit. Daarmee versloeg het onder andere het AC Milan van 1987 tot 1991 en het Real Madrid van 1955 tot 1960. 

De gouden generatie bestond toen uit spelers als Johan Cruijff, Piet Keizer, Ruud Krol en Sjaak Swart. In de periode tussen 1965 en 1973 won Ajax bijna alles wat er te winnen viel. De club won driemaal op rij de Europacup I (1970/1971, 1971/1972, 1972/1973), eenmaal de Wereldbeker in 1972 en de ploeg werd zesmaal tot landskampioen gekroond. Sjaak Swart zegt over die periode: "Oppermachtig waren we in die tijd. Zeiden we voor de wedstrijd: Kom jongens, we maken er even drie, dan kunnen we het daarna rustig aan doen. Dan gebeurde het gewoon."


24 maart 1968: het Ajax elftal voor de wedstrijd tegen Blauw-Wit 1 – 0
foto: Ron Kroon

Ruim 27 jaar duurt de trainerscarrière van Rinus Michels. Tijdens het EK’92 in Zweden met Oranje neemt hij afscheid van de bank. Daarvoor zwaait hij met wisselend succes de scepter bij FC Barcelona, 1.FC Köln, Bayer Leverkusen en Los Angeles Aztecs. Michels verovert als trainer vijf landstitels, vier voor Ajax, een voor Barça. Tijdens en na zijn loopbaan wordt hij geroemd en onderscheiden, koninklijk en als de beste coach van de twintigste eeuw. Michels werd in 1999 door de FIFA uitgeroepen tot de beste coach van de twintigste eeuw. Na zijn dood verkoos de Britse kwaliteitskrant The Times hem in 2007 tot beste coach van na de Tweede Wereldoorlog.

Verguisd wordt hij ook. Door spelers, bestuurders, collega-trainers en journalisten, die hem verwijten vooral oog te hebben voor eigen succes en portemonnee. Michels is een ondoorgrondelijke man. De Sfinx noemt men hem wel. Heel sporadisch gunt hij de buitenwereld een blik op hem als tedere echtgenoot, begenadigd zanger en sfeermaker. ‘De Godfather van het Nederlandse voetbal’ overlijdt op 3 maart 2005.

In Nedeland wordt Rinus Michels nog steeds herdacht via De Rinus Michels Award, een prijs die jaarlijks op initiatief van het vakblad De Voetbaltrainer wordt uitgereikt. Het initiatief voor de prijs wordt door zowel beide trainersbonden van Nederland (de CBV en de VVON) als de KNVB ondersteund. Deze partijen selecteren de genomineerden. Op het nationale trainerscongres worden de uiteindelijke winnaars bekendgemaakt en de prijzen uitgereikt.

PSV en de gouden periodes

Hoewel PSV eind jaren zestig een prima selectie had begon pas midden jaren zeventig de eerste gouden periode voor de club. Met voetballers als Willy van der Kuijlen en de gebroeders Willy en René van de Kerkhof won PSV diverse nationale prijzen. In 1978 werd de UEFA Cup gewonnen.

Selectie PSV 1968/1969

Keepers: Pim Doesburg, Willy Heijink
Verdediging: Sjef Blatter, Ab Fafié, Peter Kemper, Lazar Radovic (Montenegro), Daan Schrijvers, Wim van den Dungen, Jac van Stippent
Middenveld: Kresten Bjerre (Denemarken), Nico Mares, Pleun Strik
Aanval: Pavle Kiš (Servië), Harry Lubse, Bent Schmidt Hansen (Denemarken), Willy Senders, Willy van der Kuijlen, Gerard Weber

Trainer: Kurt Linder (Duitsland)

Bronnen en referenties
voetbalkrant.com, home.concepts.nl, feijenoord.nl, soccernews.nl, kentudezenog.nl levenmetfeijenoord.wordpress.com, lunaticnews.nl, Volkskrant, feijenoordverzameling.nl.
rinusmichelstoernooi.nl, vi-boeken.nl,