(29) 1969: 28 mei EC 1 finale: Ajax-AC Milaan 1-4

Ajax klopt aan de deur.

Woensdag 28 mei 1969 zal altijd een historische datum blijven in de vaderlandse voetbalgeschiedenis. Op die woensdagavond in mei speelde er voor het eerst een Nederlandse club in de finale van het Europacup 1-toernooi. De Amsterdamsche Football Club Ajax had de eer geheel aan zichzelf te danken dat het die wedstrijd kon spelen tegen de Italiaanse kampioen AC Milan. Ajax heeft zes dagen voorafgaand aan de finale haar laatste wedstrijd afgewerkt. Op tegen 22 mei wint Ajax thuis met 1–0 van ADO. De Amsterdammers eindigen de competitie als nummer twee, dus bij verlies in de finale zullen zij in het seizoen 1969/70 verstoken blijven van Europacup 1 voetbal. Hetzelfde geldt voor het AC Milan van trainer Nereo Rocco, zij hebben hun titel moeten afstaan aan stadgenoot en aartsrivaal
Internazionale. Buiten verkoudheden voor Klaas Nunninga en Inge Danielsson, reist Ajax coach Rinus Michels maandag 26 mei, met een fitte selectie af naar Madrid. Ook Johan Cruijff is weer volledig hersteld van de blessure die hij opliep rondom en tijdens de halve finale wedstrijden tegen Spartak Trnava.

Als eerste Nederlandse Europa Cup 1-finalist geldt Ajax als underdog tegen het grote AC Milan. Rocco, de trainer van de Milanezen, annuleert een spionagereis naar het laatste competitie-duel van Ajax vóór de finale. Rocco weet genoeg en is zeker van zijn zaak. Op 28 mei krijgt hij in het Bernabeu-stadion in Madrid zijn gelijk.

Let op schoenpoetsers

Let op schoenpoetsers, adviseerde de Volkskrant de ruim tienduizend Ajax-fans die Ajax naar Madrid vergezelden. Spanje was nog vreemd en ver weg en huiveringwekkend was het beeld dat de correspondent van de Volkskrant schetste van Madrid, de stad waar nieuw (Ajax) oud (AC Milan) zou ontmoeten en tienduizenden Nederlandse supporters werden verwacht. Het was 1969, per slot van rekening. “Laat u niet meetronen door vriendelijke maar opdringerige runners die speciale adresjes weten of u uitnodigen ergens een glaasje te gaan drinken. Zij brengen u in een cabaret waar u spoedig omringd wordt door mooie en minder mooie dames.”.

“Wees voorzichtig met loslopende of in bars werkende Spaanse of buitenlandse schonen. Zij hebben het alleen maar op uw beurs voorzien.”

De Spaanse schoenpoetser is een aardige man die een nuttig beroep uitoefent. Maar hij is ook een goed psycholoog en hij weet precies wanneer hij zijn buitenlandse klant een volkomen overbodige extra dienstverlening kan aanbieden. Terwijl de Amsterdamse supporters toch wel wat waren gewend. Rood-wit was Parijs gekleurd toen Ajax en Benfica op 5 maart 1969 in de kwartfinale een beslissingswedstrijd moesten spelen. In Amsterdam had het Benfica van Eusebio de sneeuw getrotseerd (1-3), in Lissabon werd het eveneens 1-3, in het Parijse Stade de Colombes waar dertigduizend Nederlanders een plaats vonden 3-0, door doelpunten van Cruijff en Danielsson (twee). In de halve finale werd Spartak Trnava verslagen. Maar de Italianen, dat waren de hogepriesters van het Europese voetbal, aangevoerd door de sluwe Nereo Rocco.

De aanloop

In de spelergroep leeft er optimisme, Sjaak Swart laat zich zelfs een voorspelling ontglippen, “Het wordt ‘gewoon’ 2–1 voor ons, die cup gaat mee terug naar Amsterdam.” Rinus Michels deelt het optimisme van zijn spelers niet. Juist hij, die tactiek zeer hoog in het vaandel heeft staan, is erg bezorgd over de manier van spelen van Milan. Als geen ander beheerst de ploeg uit Noord Italië het compact spelen. Vanuit een gesloten defensie komen zij na balverlies van de tegenstander, er heel snel uit en vervolgens staat binnen drie, vier passes een speler vrij voor de keeper om te scoren. Michels is bang dat er teveel ‘voetbal’ in zijn ploeg zit. Het zijn allemaal spelers die willen voetballen, willen aanvallen daarbij soms hun verdedigende taken verwaarlozend.

In de Nederlandse competitie is dat niet erg omdat op basis van individuele klasse er meestal meer wordt gescoord dan de tegenstander. Maar internationaal is dat een ander verhaal, zeker tegen de ‘sluipmoordenaars’ van AC Milan. Het “catenaccio”, dat jaren daarvoor door de beroemde Helenio Herrera werd geïntroduceerd bij stadgenoot Inter, maar dat AC Milaan onder Rocco nog meer heeft geperfectioneerd.

De man waar alles om draait in het elftal van AC Milan is Gianni Rivera. Deze frêle technicus is gezegend met een fantastische traptechniek en weet vaak ‘onmogelijke’ openingen te creëren van waaruit de spitsen Prati, Sormani en Hamrin kunnen scoren. De zweed Kurt Hamrin is een van de oudere spelers in de Milanese ploeg. Hij heeft zeer veel ervaring en speelt al sinds 1956,in Italië. Op papier staat de Zweed rechtsbuiten maar tijdens wedstrijden zwerft hij over het gehele veld en is daardoor zeer moeilijk af te stoppen. Hamrin was ook van de partij tijdens de eerste Europacup 1 finale van AC Milan. In 1963 versloegen de Milanezen het ‘grote’ Real Madrid en konden voor de eerste keer de cup meer naar Milaan nemen.

Andere opvallende spelers in het elftal van Nereo Rocco zijn de West Duitse linksback Karl Schnellinger, hij maakte onderdeel uit van de West Duitse nationale elftal dat in 1966 in de finale om het wereldkampioenschap had verloren van Engeland. De keiharde stopper Rossatto die in de halve finale Manchester United spits Dennis Law aan banden had gelegd zal dat nu moeten doen met Johan Cruijff. Ook halfspeler Giovanni Trapatoni die tijdens de halve finales nog niet fit was zal tegen de Amsterdammers in het strijdperk treden. Trapatoni kan zowel aanvallen als verdedigen en vormt een belangrijke schakel in het elftal van AC Milan.

Aankomst van Ajax op het vliegveld van Madrid
foto: onbekend
De voorbereiding

Net als Ajax zich in de kleedkamer wil omkleden voor de laatste training meldt een delegatie van het stadion dat er die dag niet getraind kan worden. Men is nog druk bezig om het speelveld in orde te brengen voor de finale die over ruim 24 uur van start zal moeten gaan. De avond ervoor zijn 80.000 mensen getuige geweest van een benefiet wedstrijd voor de voormalige Real vedette Ferenc Puskas. De ‘Hongaarse majoor’ had zelf ook nog 30 minuten meegespeeld tegen Rapid Wien. Maar er kan dus niet getraind worden in het stadion. Michels en zijn mannen worden verwezen naar het trainings- complex van Real Madrid dat een tiental kilometers verderop ligt.

“En dit gebeurt met Europa Cup-finalisten. Of ze zien ons niet als zodanig. Bij Real zijn ze misschien een beetje jaloers. Ze hadden het natuurlijk graag zelf willen zijn”, briest Michels.

Vervelende bijkomstigheid is dat de bus die de selectie had afgeleverd bij het stadion alweer is vertrokken. Spelers en begeleiders lopen dan ook driftig over het trottoir bij het stadion op zoek naar andere vervoers-middelen. Voorzitter Jaap van Praag probeert nog enige lijn in de verwarring te brengen maar uiteindelijk gaat de hele groep in ver- schillende taxi’s naar het Estuad Sportivo. Uiteindelijk kan er met een half uur vertraging toch getraind worden.

Een exodus van Ajax supporters zoals dat in maart van dat jaar in Parijs het geval was geweest voor de beslissingswedstrijd tegen Benfica, zit er nu niet in. Ongeveer 5000 landgenoten zullen plaatsnemen op de tribune van het Estadio Santiago Bernabeu. Maar ook de Milanezen en Madrilenen lopen niet echt warm voor de finale van het kampioenen- bal. Vandaar dat met ruim 50.000 toeschouwers het stadion op de avond van de finale voor net iets meer dan helft is bezet. Via de televisie zijn meer dan 200 miljoen Europeanen getuige van de wedstrijd.

De spanning en twijfel

De belangrijkste schakel in het elftal van Ajax is Johan Cruijff. Cruijff oogt in de dagen voorafgaand aan de finale ontspannen. Hij is dan ook blij dat hij eindelijk, na weken met pijn te hebben gespeld, weer pijnvrij is en volluit kan trainen en spelen. Dat niet iedereen zo ontspannen is bewijst Wim Suurbier. Als Ajax eindelijk de tijd vindt om de dag voorafgaand aan de finale te trainen, gaat de rechtsback tijdens de training plotseling op het veld liggen. Aan de toegesnelde Dokter Rolink vertelt hij dat hij zich helemaal niet goed voelt en daarom maar is gaan liggen.

Johan Cruijff ontsnapt aan zijn bewaking in de finale tegen AC Milaan
foto: onbekend

Rolink constateert dat Suurbier een zwakke pols heeft maar verder lijkt alles in orde. Een paar uur na de training kan de dokter dan ook aan de media mededelen dat de nummer 2 van Ajax vanwege de ‘spanning’ last kreeg van zijn circulatie en daarom zich ‘flauw’ voelend op de grasmat neerlegde. Maar er is geen reden om Suurbier aan de kant te houden voor de wedstrijd. Hij speelt, net zoals doelman Gert Bals, voorstopper Barry Hulshoff, laatste man Velibor Vasovic, linksback Theo van Duijvenbode, die na een aantal pittige tests tijdens de laatste training door Michels fit genoeg is bevonden. Evenals de middenvelders Henk Groot en Ton Pronk. Pronk zal zich persoonlijk gaan bemoeien met Gianni Rivera zoals hij dat in de wedstrijdenreek tegen Benfica zo goed had gedaan met Eusebio. In de aanval geen verassingen dus Sjaak Swart, Johan Cruijff, Inge Danielsson en Piet Keizer zullen aan de aftrap staan van hun allereerste Europacup finale. Het is duidelijk dat behalve de positie van Pronk, Michels geen aanpassingen wil doen aan de opstelling en speelwijze waarmee Ajax dat seizoen zoveel internationale waardering heeft geoogst.

Michels stond bekend als een wat eenzame, geïsoleerde figuur’. Daardoor was het des te opvallender dat hij aan de vooravond van de finale uitvoerig zijn spelers raadpleegde. Michels twijfelde: hoe onstuimig moest hij Ajax laten aanvallen? Wie moest Rivera uitschakelen ? Bijna vier uur lang vergde het overleg op de derde verdieping van hotel Philips II in Madrid. Michels bleef bij zijn voornemen om Ajax met twee middenvelders en vier aanvallers het catenaccio van coach Rocco te laten bestrijden.

De Ajaxieden met Tonny Pronk, Velibor Vasovic en Barry Hulshoff voorop stappen gespannen het veld op.
foto: onbekend
De wedstrijd: 1e helft

De bezorgdheid van Michels over de tegenstander en met name over de manier hoe deze bestreden moet worden blijkt niet vreemd. Want na amper een minuut spelen klinkt al het geluid van een bal op de paal. Ajax keeper en aanvoerder Gert Bals hoort dat geluid het hardst omdat het enkele centimeters van hem gebeurt. De Italiaan Anquetelli is de schutter. Ajax speelt zijn eigen spel, driftig de combinatie zoekend op de helft van de Italianen. De Italianen vangen Ajax op eigen helft op. Het is dan al duidelijk dat mannen als Rivera, Sormani, Prati en Hamrin het één keer raken zeer goed beheersen.

Ajax lijkt na de waarschuwing van de eerste minuut steeds beter in haar spel te komen. Maar niets blijkt minder waar als in de achtste minuut Milan midvoor Sormani de bal krijgt met een schijnbeweging gevolgd door een demarrage, Barry Hulshoff uit het Ajax verdedigingscentrum weglokt naar de rechterkant, bij de achterlijn een hoge voorzet aflevert richting Prati die van de linkerkant naar binnen is gekomen. Het lijkt erop dat Prati de bal verkeerd op zijn hoofd krijgt en dat de bal daardoor over het doel van Bals zal gaan. Lettend op de reactie van de Ajax-goalie denkt hij dat ook maar met een fraaie curve daalt de bal naar beneden. Gert Bals probeert nog te redden wat er te redden valt maar ziet de bal via de bovenkant van het zijnet binnenvallen, 1–0 voor AC Milan na acht minuten spelen.

Ajax doelman Gert Bals slaat een aanval van AC Milaan af.
foto: onbekend

De Amsterdammers verliezen de moed nog niet en proberen nu met meer aanvallende impulsen de Milanese ring van verdedigers te doorbreken. Johan Cruijff laat zich veelvuldig terugzakken achter Danielsson om zo meer in balbezit te kunnen komen en altijd met zijn gezicht naar het Italiaanse doel te staan zodra hij de bal heeft. Hij heeft geleerd van Dennis Law die teveel tegen de stopper Rossatto ging ‘aanhangen’ en daardoor niet in zijn spel kwam. Maar Cruijff heeft niet die brille die hem bijvoorbeeld wel ten deel viel in het Estadio da Luz van Benfica.

Sjaak Swart lijkt de beste man aan Ajax kant, hij komt een paar keer goed langs zijn directe tegenstander Schnellinger. Maar zijn voorzetten eindigen altijd op een Italiaans hoofd. Als er bijna een kwartier is gespeeld ontstaat er voor het eerst druk op het doel van Cudicini. Ajax weet een korte tijd drie hoekschoppen te creëren maar helaas levert dat geen echte kansen op.

In de 39ste minuut laat AC Milan zien hoe een perfecte counter moet worden uitgevoerd. Na een hoekschop voor Ajax gaat Wim Suurbier tegen de vlakte ter hoogte van het zestienmetergebied van Milan. Prati neemt de bal over en versnelt dusdanig dat plots er nog maar vier spelers van Ajax tussen hem en doel van Gert Bals staan. Gianni Rivera loopt mee en ontvangt de bal op de helft van de helft van de Amsterdammer. De nummer 10 van Milan drijft de bal op richting het strafschopgebied om zelf te kunnen gaan schieten maar hij verrast de meegelopen Ajacieden met een leep hakje waardoor de naar binnen- gekomen Prati op de rand van het zestienmetergebied plots kan uithalen. Bals is te verrast en duikt naast de bal die tegen het net ketst, 2-0 voor AC Milan.

Johan Cruijff in duel met één van de AC Milaan-verdedigers. Op de achtergrond Piet Keizer.
foto: onbekend/ANP

De wedstrijd lijkt met nog vijf minuten te gaan tot aan de rust al gespeeld. De Ajacieden protesteren nog wel bij scheidrechter Ortiz omdat Suurbier door toedoen van een Italiaan tegen de grond zou zijn gegaan maar de Spaanse arbiter wil van niets weten. Tot de rust gebeurt er niets noemenswaardig meer. Of Rinus Michels de wedstrijd ook als verloren heeft beschouwd is niet bekend. Hij brengt wel allebei zijn wissels in het veld. Bennie Muller komt er in voor Wim Suurbier. Muller zal zich vooral moeten gaan bezighouden met de ‘zwerver’ Hamrin. Klaas Nunninga krijgt sinds de eerste wedstrijd tegen Benfica in de kwartfinales weer eens internationale speelminuten. Hij vervangt Henk Groot.

De wedstrijd: 2e helft

De tweede helft gaat verder zoals de eerste is geëindigd. Ajax heeft het meeste balbezit en AC Milan laat de Amsterdammers rustig die bal rondspelen.

Na een kwartier spelen in de tweede helft is het Piet keizer die doorbreekt op links, passeert zijn directe tegenstander en duikt met de bal aan de voet het strafschopgebied in. Keizer maakt zich klaar om te vuren totdat Lodetti opduikt en hem bruut een halt toe roept middels het uitsteken van een been. Piet Keizer gaat neer en tot opluchting van alles wat Amsterdams is blaast Ortiz voor een penalty. Vaste penaltynemer en specialist Henk Groot is gewisseld dus is het nu laatste man Velibor Vasovic die deze taak op zich neemt. Hij schiet de bal droog en hard in de rechter benedenhoek, Cudicini duikt de andere kant op, 2-1. Er is weer hoop voor Ajax.

Miljoenen Nederlanders voor de televisie hopen toch dat die 2-1 de aanleiding kan zijn voor de gelijkmaker van de Nederlandse kampioen van 1968. Maar meteen houden zij hun hart vast als ze na een flitsende aanval de rood-zwarte schim Rivera een vliegend schot zien afvuren op het doel van Bals, de bal gaat rakelings naast. Even later gaat de hartslag bij de Ajacieden weer omhoog als Hamrin weet te ontsnappen aan de aandacht van Muller en op de vuisten van Bals schiet.

Na dit mini offensief van Milan slaat Ajax nog maar eens met goede moed de weg in naar een het doel van de ‘zwarte spin’ Cudicini. Maar de rood-witte mannen weten geen kans te creëren laat staan te benutten. Zeven minuten na de benutte penalty door Ajax, is het Sormani die zich laat afzakken naar de linkerkant. Voor Prati is dit het moment om de spitspositie op te zoeken. Voordat Prati op weg gaat naar zijn derde doelpunt pakt Barry Hulshoff hem op, hiermee onbedoeld ruimte makend voor Sormani die nog voordat hij de zestienmeterlijn heeft bereikt verwoestend uithaalt, zo verwoestend dat Gert Bals nog wel duikt maar te vergeefs, de bal ploft in de verre benedenhoek binnen, het is 3-1 voor AC Milan, het is over voor Ajax.

Heel even veert de teneergeslagen reservebank van Ajax nog op als uiteindelijk Theo van Duivenbode, zijnde het eindstation van de eerste aanval na de aftrap, na een machtige uithaal de buitenkant van de paal treft. Maar 3-1 is echt teveel van het goede en de gezien de verhoudingen in het veld is dit ook niet onverdiend. Het heeft negen internationale wedstrijden geduurd maar uitgerekend in de finale treffen de Amsterdammers een opponent die hun op alle fronten de baas is.

Een kwartier voor tijd gaat Gianni Rivera nog maar eens aan de wandel met de bal aan zijn voet. Hij speelt de bal in op Sormani die met z’n rug naar het doel van Gert Bals staat, deze kaatste de bal terug op de naar links doorgelopen Rivera. Het nummer 10 geeft de bal voor en daar staat weer die dekselse Prati die simpel inkopt, Gert Bals voor de vierde keer die avond kansloos latend. Met die 4-1 op het scorebord is de deceptie bij alles wat Ajax is compleet.

Europacup finale AC Milaan-Ajax 4-1. Hier scoort Sormani het derde doelpunt voor AC Milaan.
foto: onbekend
Wedstrijdgegevens:
28 mei 1969
AC Milaan – Ajax 4-1
Doelpunten: 7. Prati 0-1, 40. Prati 0-2, 60. Vasovic 1-2, (strafschop), 67. Sormani 1-3, 75, Prati 1-4.
Toeschouwers: 50.000
Estadio Santiago Bernabéu, Madrid.
Scheidsrechter: Ortiz de Mendebil (Spa)

Ajax:
Bals; Suurbier (Muller), Hulshoff, Vasovic, Van Duivenbode; Pronk, Groot (Nunninga); Swart, Cruijff, Danielsson, Keizer.

AC Milan:
Cudicini; Malatrasi, Anquilletti, Schnelliger, Trapattoni; Lodetti, Rivera; Hamrin, Sormani, Prati.

Nabeschouwing

Het gebrek aan internationale ervaring en hardheid brak de ploeg van Michels op. Milan, met Rivera en Prati als absolute uitblinkers, toonde zich op alle fronten de betere ploeg. Met name de AC Milan-defensie met Schnelliger, Rosato, Malatrasi en Anquiletti, vormde een niet te nemen veste. Bij Ajax was de verdediging juist de achilleshiel van het elftal. De vleugelbacks Suurbier en Van Duivenbode werden voortdurend gedeklasseerd door hun directe tegenstanders, Prati en Hamrin. Muller kwam in de tweede helft het veld in voor Suurbier, die zich de twee doelpunten van Prati persoonlijk mocht aanrekenen.

Een halfuur na het drieluik van Prati gaf Michels zijn nederlaag toe. De overwinnaars, die nog lang niet waren aangekleed, kregen stuk voor stuk een handje. Michels keek zijn tegenspeler Rocco in de ogen en zei: ‘Mes compliments.’Rocco op zijn beurt voorspelde Ajax een toekomst vol glorie.

In historisch perspectief zijn vooral de maanden ná AC Milan – Ajax interessant. Ajax was onderweg naar de top, maar had een zetje nodig. Want Ajax, zei Michels, ‘is gestorven in de schoonheid van Milan’. Na de ruime nederlaag in het Bernabeu-stadion bracht Michels de fysieke en mentale tekortkomingen van Ajax in kaart. Van Duivenbode, Nuninga, Pronk, Muller, Henk Groot en Danielsson werden niet goed genoeg meer bevonden.

1969: Rinus Michels met keeper Gert Bals
foto: onbekend
De Italiaanse kranten zijn unaniem van oordeel dat Ajax geen enkele partij is geweest voor het superieure Milan. ‘La Stampa’ noemt Ajax “een provinciaal ploegje dat hoogstens de kwartfinales had mogen bereiken”. Alleen Cruijff wordt geroemd. ‘Il Tempo’: “Cruijff is de nieuwe ster in het Europese voetbal”. De ongelukkige Bals krijgt als enige speler van het blad Marca het cijfer 0. De doelman kijkt daar niet van op. “Ik heb vier ballen gehad en alle vier gingen ze erin. Maar geloof me, ze waren echt onhoudbaar”.

Bronnen en referenties
Trouw, Volkskrant, degoeiouwetijd.nl