(3) 11 maart 1934. Nederland – Belgié 9-3

Tien! Tien! Tien!

De wedstrijd tegen België is vooral bekend door een doelpunt van Bep Bakhuys: Frank Wels zette een bal (té) scherp voor waardoor Bakhuys vallend moest koppen. Hedendaags wordt er bij zulk soort doelpunten (snoekballen of duikballen) vaak gerefereerd naar de goal à la Bakhuys.

Deze wedstrijd wordt ook gekenmerkt door een fenomeen dat vroeger niet bestond: het roepen van tien-tien-tien bij een grote voorsprong. De supporters wilden met deze yell aangeven dat er dubbele cijfers op het scorebord moeten komen, iets wat door de media als uiterst onsportief werd ervaren. Tenslotte ontstond er een klein relletje na de wedstrijd: de regering wilde dat de KNVB zijn maatschappelijke betrokkenheid verder ging uitbreiden.

In deze jaren had Nederland een topteam met roemruchte spelers als Beb Bakhuys, Puck van Heel, Henk Pellikaan, Wim Anderiesen, Adri van Male, Frank Wels, Leen Vente, Kick Smit en Kees Mijnders. En natuurlijk zorgde teamleider/mental coach/bobo Karel Lotsy voor de juiste Oranje-spirit. Met de merkwaardige Oranje-yell “Heja, heja, litsjumeaux, kwatta, kwatta!” spoorde hij zijn spelers permanent aan.

In 1934 leek het Nederlands elftal van Karel ‘de Kerel’, ook bekend als ‘Keuze Karel’, opeens over mysterieuze krachten te beschikken. De Belgen werden op 11 maart verslagen met 9-3. Volgens journalist Joris van de Bergh kwam dat door de revolutionaire ‘mental-training’ van Karel Lotsy. In Sportkroniek schreef hij: “Eenmaal per week verandert het vierkante, ietwat holle restaurant van VUC in een wondertentje. (…) Het is een milieu vol atmospheer waarin OVERTUIGING wordt aangekweekt en waarin langs den weg van de enthousiasmerende kameraadschappelijke causerie het inzicht wordt gepropageerd dat het innerlijke de daden van het fysieke moet steunen.”.

Ondanks de enorme overwinning kwam Nederland in de eerste minuut op achterstand. De gelijkmaker van Beb Bakhuys hierna is nu nog een begrip in de Nederlandse sport- geschiedenis, want het was de beroemde kopbal à la Bakhuys. Voor de eerste keer maakte Nederland in een thuiswedstrijd negen doelpunten, waarvan vijf door Leen Vente. Hij heeft daarmee nog steeds een nationaal record in handen van de meeste doelpunten van een international in één wedstrijd. Hij deelt dit wel met Jan Vos (1912) en Marco van Basten (1990), maar toch. Johnny Bosman legde er trouwens ooit ook vijf in, maar dat was in 1987 tijdens de ongeldige wedstrijd tegen Cyprus na het gooien van een bom en die wedstrijd telt daarom niet mee.

De befaamde kopbal van Beb Bakhuys
foto: onbekend

Beb Bakhuys zorgde hiervoor met een weergaloze kopbal – een actie die sindsdien in de Nederlandse voetbaltaal is vastgelegd. Frank Wels, speler van Unitas uit Gorinchem, was hiervoor verantwoordelijk, want zijn voorzet in de vijftiende minuut was eigenlijk net iets te diep gegeven voor de aanstormende Bakhuys. Deze spits had dan ook als enige optie om er naar te duiken in de hoop dat hij er met zijn hoofd nog bij kon. En dat gebeurde, waarna de bal achter de verbaasde Belgische doelman sloeg. Het was de ommekeer van de wedstrijd, want het werd uiteindelijk 9-3!

Het is een doelpunt dat ruim tachtig jaar voetbalgeschiedenis heeft overleefd. De duikvlucht waarmee Bakhuys koppend de 1-1 maakt, is in zijn tijd net zo episch als de volley van Marco van Basten op het EK van 1988. Bakhuys laat in een flits zien wat een geweldige atletische voetballer hij is. Het doelpunt past dan ook in een reeks van 28 interlandtreffers, waarmee hij Oranjes topscorer aller tijden wordt. Bakhuys heeft daar slechts 23 wedstrijden voor nodig.

Kick Smit maakte zijn debuut in 1934 tegen België en scoorde twee keer. Het was het eerste optreden van het Gouden Binnentrio: Kick Smit, Beb Bakhuys en Leen Vente. Dit binnentrio maakte van Nederland een behoorlijk voerballand. Oranje kwam in 1934 zelfs tot de eindronde van het WK in Italië. Maar het was niet allemaal zo vrolijk in Italië. Mede door interne ruzies werd de wedstrijd tegen Zwitserland verloren en kon Oranje als vrij vroeg weer naar Nederland terugkeren.

Kwalificatie-wedstrijd voor het Wereldkampioenschap voetbal in Italië, Nederland-Ierland (uitslag 5-2) Kick Smit (nog net zichtbaar in donkere kledij) scoort in de 85e minuut het laatste doelpunt.
foto: Het Leven, Spaarnestad Photo

Overigens, herhaalde Nederland dit kunststukje twee jaar later, in 1936, door België maar met liefst 8-0 te verslaan, waaronder drie doelpunten van Beb Backhuys.

Wedstrijdgegevens:
11 maart 1934
Nederland – België 9-3 (Vriendschappelijk)
Olympisch stadion, Amsterdam
Doelpuntenmakers: (1. Voorhoof 0-1, 15. Bakhuys 1-1, 17. Smit 2-1, 21. Vente 3-1, 36. Smit 4-1, 56. Brichaut 4-2, 63. Vente 5-2, 67. Vente 6-2, 69. Bakhuys 7-2,  69. Vente 8-2, 74. Versijp 8-3, 82. Vente 9-3)

Nederland:
Adri van Male (Feyenoord), Jan van Diepenbeek (Ajax), Sjef van Run (PSV), Henk Pellikaan (LONGA), Wim Anderiesen (Ajax), Puck van Heel (Feyenoord), Frank Wels (Unitas), Leen Vente (Neptunus), Beb Bakhuys (ZAC), Kick Smit (Haarlem), Kees Mijnders (DFC).

Tien, tien, tien !

Alles in de wereld moet ooit eens begonnen zijn dus ook het Tien, tien, tien-geroep van voetbalsupporters. Wanneer heeft dit voor het eerst langs een Nederlands sportveld geklonken? Zou het die beroemde vooroorlogse interland Nederland-België van 11 maart 1934 geweest zijn? Toen maakte Nederland ten slotte voor het eerst in eigen land negen doelpunten – dus de geboorte van het Tien-tien-tien zou op die dag plaatsgevonden kunnen hebben. Helaas is er op het filmpje van de wedstrijd weinig tot geen geluid, dus hierop staat geen geluidsbewijs. Schaatshistoricus en tweevoudig bondscoach Marnix Koolhaas heeft hiervan toch een bewijs gevonden. Op 9 december 1937 werd namelijk de ijshockeywedstrijd Amsterdam-Oxford gespeeld. Bij Beeld en Geluid ligt een opname met het radioverslag hiervan met Han Hollander. Na het achtste doelpunt van de Amsterdamse ijshockeyers begon het publiek opeens Tien! Tien! te roepen. Hollander merkte toen heel alert op dat dit geroep voor het eerst opklonk sinds 11 maart 1934.

(Hartog (Han) Hollander was de eerste Nederlandse radio-sportverslaggever. Han Hollander werd het meest bekend door de verslagen van voetbalwedstrijden die hij van 1928 tot 1940 bracht voor de AVRO. Als jongeman was hij in 1902 één van de oprichters van de Deventer club Go Ahead. Door zijn verslagen gingen meer mensen naar sportwedstrijden toe om eens met eigen ogen te gaan kijken.)

Één van de negen doelpunten tegen België.
foto: Nationaal Archief

Ruzie met de minister

De interland kreeg een curieus staartje door het explosieve karakter van de liberale minister Hendrik Pieter Marchant van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Hij bezocht als eregast het traditionele banket na afloop van de wedstrijd, waar hij zijn speech gebruikte voor een oproep tot steun aan het Orkest van het Concertgebouw: “De regeering kan in dezen tijd niet tot verhooging van subsidie overgaan: de rijksmiddelen laten dat niet toe. Daarom wil ik overgaan tot een steunactie, waaraan ook het publiek bijdraagt. Toen ik Zondag zag dat voor voetbal de beurzen nog wel opengaan, was mijn gedachte, dat dan de voetbalsport wellicht iets aan die steunactie zou kunnen bijdragen. Ik hoop dan ook van harte, dat de KNVB voor dit prachtige doel wat geld zal willen geven.”

Tot enorme teleurstelling van Zijne Excellentie had de bond hier geen zin in. Op 3 juni verbrak Marchant daarom de relatie met de KNVB. Tegelijk beledigde hij de voetballers intens met de verklaring dat ze zich moreel en intellectueel op een lager niveau bevonden dan hij. “Dat zij er op blijven!” De voetballers snapten er niets van. Waarom moesten zij opeens het Concertgebouw steunen, in plaats van de minister van cultuur? Heel veel maakte het ook weer niet uit, want in oktober 1934 was Marchant zijn woede vergeten. Bij een jubileumfeest van de Haagse Voetbalbond dook de minister opeens weer op. Een journalist schreef hierover: “Hij hield een vlotte geestige speech, waarin hij een enkele maal wat scherp was jegens den KNVB, maar op deze wijze maakte Zijne Excellentie op joviale manier zijn rentree in de voetbalwereld, hetgeen zeer gewaardeerd werd.” En daarmee kwam een einde aan de ruzie, die was begonnen na die bijzondere dag van ruim 80 jaar geleden.

Het Nederlands elftal op 11 maart 1934 voor de vriendschappelijke wedstrijd tegen België.Bovenste rij v.l.n.r.: Bakhuys, van Heel, van Diepenbeek, Pellikaan, Anderiesen, Van Male, van Run. Knielend v.l.n.r.: Wels, Vente, Smit en Mijnders.
foto: Nationaal Archief
Nederlands elftal gaat naar het WK van 1934

“We gaan naar Rome toe….”

Willy Derby zong het en de hele natie zong het met hem mee. De Nederlandse voetbal- gekte ontstond in 1934 toen het nationale elftal zich plaatste voor het WK in Italië. Met dank aan de crisis, waardoor het volk wel een verzetje kon gebruiken.

Rome werd gehaald op 8 april 1934. In een uitverkocht Olympisch Stadion versloeg Oranje Ierland met 5-2 en plaatste zich ondanks een hoogst merkwaardig doordrukincident voor het tweede WK uit de geschiedenis. De stemming was euforisch, want een maand eerder had Oranje in de traditionele Holland-België in hetzelfde stadion de Zuiderburen met 9-3 een ongekend pak slaag gegeven. Het was ook de wedstrijd waarin Leen Vente vijf keer scoorde (nog steeds een ongebroken Oranje-record!). Overigens plaatste ook België zich voor het WK in Italië.

Aanvankelijk kabbelde de wedstrijd heen en weer, aldus het Rotterdamsch Nieuwsblad: “Men kan niet bepaald zeggen dat er een doelpunt in de lucht hangt, want de verdediging van Oranje is safe.” Na elf minuten spelen werd de wedstrijd op zijn kop gegooid – net als de Feyenoorder Adri van Male trouwens.

De Leeuwarder Courant schreef: “En dan plotseling een doelpunt. Van Male krijgt van Squires een schot te verwerken. Op een drietal meters van het doel stuitert het leder neer, van Male kan gemakkelijk den bal, op de lijn staand, vangen. Maar de pijlsnelle Moore is toegestormd. Met kracht werkt hij van Male in doel, zoodat de bal, dien de Feijenoorder nog steeds in zijn handen heeft, ook achter de lijn komt. Moore juicht, scheidsrechter Ohlsson fluit, het is een geldig doelpunt. 1-2.”

Nederland-Ierland: het “doordruk incident”
foto: onbekend

Een ontzagwekkend geloei steeg op in het stadion. Een uiterst merkwaardig doelpunt: keeper had bal klemvast en werd toch over de lijn geduwd. Deze affaire ging de geschiedenis in als Het Doordrukincident.

Tegen de onverslaanbaar geachte profs van de Ierse Vrijstaat stonden de Nederlandse amateurs lange tijd achter met 2-1. Toen begon er een periode die bekend raakte als het ‘krankzinnig kwartiertje’, het ’emotionele kwartiertje’ en het ‘Hollandsche kwartiertje’. Binnen 16 minuten werd de achterstand omgebogen tot een 5-2 voorsprong. NSB’ers, liberalen, socialisten, communisten en KVP’ers omhelsden elkaar op de tribune. Nederland had zich geplaatst voor het WK.

Ook het bioscoopjournaal ging mee in de Oranje-hausse, en filmde uitgebreid het vertrek van de nationale ploeg. In zijn slottoespraak hamerde Lotsy er nog even fijntjes op dat de spelers zich in Italië dienden te onthouden van alle kwalijke invloeden die ze tegen zouden komen, daarmee omfloerst verwijzend naar een geslachtsziekte die bij een vorige uit-wedstrijd door één van de spelers was opgelopen.

Wedstrijdgegevens:
8 april 1934
Nederland 5-2 Ierse Vrijstaat
Doelpunten: Smit 41′ 85′, Bakhuys 67′ 78′, Vente 83′ Ierland: Squires 44′, Moore 57′
Olympisch Stadion, Amsterdam
Bezoekersaantal: 38.000
Scheidsrechter: Carl Ohlsson (Zweden)

Voetbalvirus in Nederland

Over de loting voor het eindtoernooi was vrijwel iedereen tevreden. Nooit won het Nederlands elftal op vreemde bodem van de Zwitsers. Toch zeiden de meeste voetbalkenners: “Die Zwitsers kunnen we hebben! En na de Zwitsers treffen we de Tsjechoslowaken. Ook die kunnen we hebben! En dan is het nog maar een kleine stap richting de finale in Rome.”

Een 5-4 nederlaag in een oefenwedstrijd tegen Frankrijk temperde de euforie heel even. Maar nadat doelman Gejus van der Meulen, die eerst had afgezegd vanwege zijn drukke dokterspraktijk, had beloofd alsnog af te reizen naar Milaan, neurieden tienduizenden Nederlanders de hele dag door het nieuwe volkslied ‘We gaan naar Rome’ van Willy Derby. De 4-5 tegen Frankrijk was bij nader inzien “een krijgslist om den Zwitsers om den tuin te leiden”.

Een paar weken later keken Karel de Kerel en zijn ‘ferme jongens, Hollandsche jongens van Jan de Witt’ met de hoogste verwachtingen uit naar de Coppa Mussolini. Er vonden rellen, betogingen, hongerdemonstraties en massa-arrestaties plaats in Florence, Padova, Udine, Turijn en in Mussolini’s geboortestreek Romagna. De socialistische krant Het Volk plaatste een artikel met de kop: “Onlusten in Italië. Begin van verzet tegen dictatuur?” Slechts zelden pleitte iemand voor een boycot.

Lotsy wees alle suggesties voor een boycot sterk af. “Sport en politiek zijn als water en vuur”, was een van zijn favoriete uitspraken, en in mei 1934 dachten nog maar weinig Nederlanders aan Hitler, Mussert, stempelen, Joden of fascisme. Karel Lotsy had bereikt ‘waartoe feitelijk nog niemand in staat was: “Het geheele Nederlandsche volk is opgezweept tot een voetbalenthousiasme dat zijn weerga in de voetbalgeschiedenis niet heeft”. Of, zoals één van de weinige criticasters het omschreef: “Voetbalwaanzin teistert ons land.”

Karel Lotsy (midden) op de schouders na de overwinning tegen Ierland.
foto: onbekend

Nederland dacht al in 1934 wereldkampioen te worden

Vrijwel alle Nederlandse voetballiefhebbers verwachtten een finaleplaats in het Stadio Partito Nazionale Fascista in Rome. Welk land kon Bakhuys, Van der Meulen, Vente, Van Heel en Smit in één team opstellen? Ja, die Italianen hadden Meazza, Orsi en Mussolini. De Oostenrijkers konden rekenen op wondercoach Hugo Meisl en op Matthias Sindelar, misschien wel de beste speler ter wereld. Maar het Nederlands elftal had de grootste troef van allemaal: Karel Lotsy, een oud-doelman van Haarlem 5 die sinds het begin van de jaren dertig bekend stond als de Nederlandse ‘sport-Mussolini’. Voor het wereld- kampioenschap werd doelman Gejus van der Meulen teruggehaald; deze doelman was een jaar eerder gestopt met keepen maar op verzoek van bondsbestuurder, hoofd van de keuzecommissie en clubgenoot Karel Lotsy teruggehaald na een vermeende fout van Feyenoorder van Male.

Aan de vervloekte jaren voor 1934 wilde niemand meer denken; niet aan de werkloosheid die steeg tot recordhoogte en niet aan aan voetbalinterlands die zelden werden gewonnen. Na jaren van veelvuldig verlies kwalificeerde Oranje zich onder leiding van Karel Lotsy, de Nederlandse ‘sport-Mussolini’, voor het WK in 1934. Vervuld van optimisme maakte Nederland zich op voor de WK-finale.

Op dinsdag 22 mei 1934 verdrongen duizenden mensen elkaar op het perron om de Lotsyploeg uit te zwaaien vanuit Arnhem. Spelers en bestuurders werden beschermd door een politiemacht. Reserve Jaap Mol pakte zijn harmonica en speelde ‘We gaan naar Rome’. Kick Smit dirigeerde het publiek vanuit een wagon. Voor het eerst in de geschiedenis gingen honderden supporters mee met Oranje. Sommigen zelfs per fiets, helemaal de Alpen over naar Milaan waar Oranje de eerste wedstrijd tegen Zwitserland zou spelen.

Nederland in Italië

Toen Nederland Italië bereikte was het WK was op dat moment net van start gegaan. Mussolini zat op de tribune bij Mexico-Amerika. De Duce hield van voetbal, vooral als het stevig werd gespeeld. Zelf beoefende hij vrijwel alle sporten op topniveau. Een zwarthemd van Lo Sport Fascista schreef in 1928: “Duce: piloot, schermer, paardrijder, eerste sportman van Italië.”. De spelers van het Nederlands elftal waren niet aanwezig bij de openingswedstrijd. Ze zaten afgesloten van de buitenwereld in een trainingskamp in het dorpje Cernobbio, vlak bij het Comomeer.

Het Nederlands voetbalelftal reist per autobus naar het dorpje Cernobbio aan het Como- Meer, om zich daar voor te bereiden op het WK.
foto: onbekend

De eerste twee dagen verliepen uitstekend. Daarna sloegen verveling, ergernis en heimwee hard toe. Na een paar dagen voegde Lotsy zich bij de spelers. Hij merkte dat de sfeer minder goed was dan gehoopt. Op de ochtend van de wedstrijd hield Lotsy de donderspeech van zijn leven: “Jullie zullen nog liever sterven dan deze wedstrijd verliezen!”.

De wedstrijd: Nederland – Zwitserland

De dag van de wedstrijd reisde de ploeg van Como naar Milaan. Daar stroomden de straten vol hossende gillers, zoals de Oranjesupporters werden omschreven in Het Volk. Nooit eerder reisden zo veel Nederlanders mee naar een uitwedstrijd. Er waren extra treinen ingezet voor vijfduizend toeschouwers. Op het grote plein bij de Dom zong het legioen het Wilhelmus en ‘We gaan naar Rome’.

Bij de aftrap om half vijf in de middag zaten dertigduizend toeschouwers in het stadion, onder wie zevenduizend Zwitsers en zevenduizend Hollanders. Alleen in de hoeken waren nog lege plekken.

De spelers van Nederland en Zwitserland betreden het volle stadion.
foto: onbekend

Het begin viel een beetje tegen. Weber trapte twee keer over de bal en na 7 minuten belandde een hard schot van de bebrilde midvoor Kielholz via de paal in het doel achter Gejus van der Meulen. Pas na een half uur spelen raakte de Lotsyploeg op dreef. Puck van Heel mikte een vrije trap op het hoofd van Smit, “die het leder juist zoveel van richting laat veranderen dat Sechehaye ernaast grijpt”. Natuurlijk wilde krijgsdansen en indianengehuil op de tribune.’

Nu zouden de Zwitsers vast en zeker worden overlopen. Maar vlak voor rust scoorde Kielholz voor de tweede keer.

Ook in de tweede helft waren de Zwitsers beter en de Abegglen zorgde voor de 3-1. Nog één keer kwam Nederland terug. Van Heel nam een vrije trap. Vente scoorde en alle Nederlandse gillers rekenden op een krankzinnig laatste kwartier. Steeds weer trok de Nederlandse voorhoede ten aanval. Daar kwam Vente op twintig meter in schotpositie en knalde. Kreunend kwam het leder van den paal terug.’

Het bleef 3-2. “We gaan niet naar Rome, maar den langen weg terug” stamelde iemand.

Wedstrijdgegevens:
27 mei 1934
Nederland 2-3 Zwitserland
Doelpunten: Smit 29′, Vente 69′, Zwitserland: Kielholz 7′ 43′, Abegglen 66′
San Siro, Milaan
Bezoekersaantal: 33.000
Scheidsrechter: Ivan Eklind (Zweden)

De teleurstelling

Een dag later werd de stemming agressief. Kenners uit alle lagen van de bevolking klaagden over “een oranjezeepbel die ging van floep” en een ‘luchtkasteel’ of eigenlijk ‘een heele stad in de lucht’. Het Nederlands elftal had veel te vroeg gepiekt, de overwinningen op België en de Ierse Vrijstaat waren ‘schijnsuccessen’. Het spel was veel te verdedigend geweest en “het blijkt toch wel dat we het Zwitsersche spel hebben onderschat”. Zelfs Willy Derby kreeg ervan langs. De man achter ‘We gaan naar Rome’ wist van voetbal ‘toeten noch blaazen’ en had een ‘allerdwaas liedje’ geschreven dat ‘door een aardig wijsje bij het groote publiek zoo is ingeslagen, dat tenslotte de groote massa scheen te denken dat onze ploeg inderdaad een kans had om het tot den eindwedstrijd te Rome te brengen’.

De terugreis verliep in stilte. Begin juni arriveerde de Rheingold in Rotterdam. Vier internationals werden hartstochtelijk begroet door familieleden en kennissen. Voor de ingang van het station was de sfeer lang niet zo vriendelijk als op het perron. Honderden Rotterdammers floten en scholden; na meerdere alarmtelefoontjes ariveerde de politie. Één speler probeerde in een taxi te glippen. Tientallen voormalige Oranjesupporters vielen hem aan en moesten met gummiknuppels worden teruggeslagen.

De dagen, weken en maanden erna werd er nog lang en vaak gediscussieerd over de nederlaag. De rust keerde pas weer terug in november 1934 na een 4-2 overwinning in een revanchewedstrijd tegen de Zwitsers. Ineens leek alles weer te lukken en onder de geestdriftige leiding van Karel de Kerel begon het Nederlands elftal aan een nieuwe zegereeks die nog wonderlijker was dan de vorige. Kenners spraken over ‘het haussetijdperk van ons voetbal. Op de Hitlerspelen van 1936 zou de Lotsyploeg vast en zeker de gouden medaille winnen.

Het dubieuze WK van 1934

De dictators Benito Mussolini en Jorge Videla hebben cruciale invloed gehad tijdens de wereldkampioenschappen voetbal in 1934 en 1978. Dat heeft de Italiaanse schrijver Marco Impiglia gezegd op een symposium over de relevatie en impact van WK’s.

In 1934 legde gastland Italië beslag op de mondiale titel, in 1978 was Argentinië in de finale in Buenos Aires te sterk voor Nederland (3-1). Volgens Impiglia staat vast dat de wereldtitels zijn beïnvloed door de impact van de militaire leiders en hun propaganda- politiek. “Het is het aloude verhaal: Sport en politiek zijn broers en soms ligt sport ónder de andere broer”, zo zegt Impiglia vervolgens in een interview met AP naar aanleiding van het symposium.

In 1934 misbruikte Mussolini het WK in eigen land. Impiglia: “Het fascistische regime van Musslini zorgde voor een politieke mishandeling van het WK. Er stonden zelfs in die tijd al grote vraagtekens achter de wereldtitel van Italië in eigen land.”.

Mussolini gebruikte het WK als een promotiestunt voor het fascisme, wat Hitler ertoe inspireerde twee jaar later bij de Olympische Spelen hetzelfde te doen. Zo bracht het Italiaanse team voor de wedstrijd de fascistengroet. Een andere controverse waren een aantal beslissingen van scheidsrechters ten gunste van Italië. Volgens sommigen waren die onterecht. Een van de scheidsrechters, de Zwitser Mercet, die de replay van de kwartfinale Italië – Spanje floot, zou door zijn optreden tijdens die wedstrijd door de Zwitserse bond voor zijn leven lang geschorst worden om internationale wedstrijden te fluiten.

WK 1934: Het Italiaanse elftal met de fascistengroet voor aanvang van de wedstrijd.
foto: onbekend

De Zweedse scheidsrechter Eklind, die zowel de halve finale van Italië als de finale floot, bleef deze vernedering bespaard, ondanks dat er tijdens die twee wedstrijden duidelijke signalen waren van bevoordeling van de thuisploeg. Bepaalde bronnen suggereren, dat de Zweed voor aanvang van de halve finale Italië – Oostenrijk, persoonlijk was uitgenodigd door Mussolini, en dat hij dankzij het “goede” fluiten van die halve finale ook via il Duce de finale toebedeeld had gekregen (Eklind zou tijdens de eindronde van het WK 1938 in Frankrijk ook actief zijn als arbiter).

De IFFHS (International Federation of Football History & Statistics) zou later concluderen, dat op grond van diverse bevindingen Italië gediskwalificeerd had moeten worden voor het toernooi:

  • Tijdens de kwalificatiewedstrijden (Italië moest zich ook voor zijn eigen kampioenschap kwalificeren) had Italië de eerste groepswedstrijd met 4-0 gewonnen van Griekenland. Omdat de Italiaanse bond, gesteund door het Italiaanse regime, niets zag in een vermoeiende reis naar Griekenland voor de returnwedstrijd, werd aan de Griekse bond gevraagd zich terug te trekken. Als tegenprestatie kocht Italië in Athene een gebouw dat door de noodlijdende Griekse voetbalbond als bondsgebouw gebruikt kon worden. Griekenland ging in op dit voorstel (het gebouw is nog steeds in bezit van de Griekse bond).
  • Volgens het FIFA-reglement mochten buitenlandse spelers alleen in het nationale team worden opgenomen, als zij op zijn minst drie jaar lang niet gespeeld hadden in een internationale wedstrijd van een ander thuisland en als zij minstens drie jaar in hun nieuwe vaderland woonden. De Italianen trokken zich niets aan van deze regel.
    * De Argentijn Monti had in 1931 nog gespeeld voor Argentinië
    * De Braziliaan Guarisi woonde nog geen drie jaar in Italië
    * Guaita speelde in 1933 nog voor Argentinië en zelfs nog voor een lokale Argentijnse ploeg.
    * Demaría was de vierde speler, die met Argentinië in 1931 nog tegen Paraguay had gespeeld.

Dit betekent dat Italië op vier fronten gediskwalificeerd had kunnen worden. Dit gold overigens ook voor Argentinië, die Urbieto Sosa had opgesteld, die in 1931 nog drie wedstrijden voor Paraguay had gespeeld.

Een andere schending van de reglementen werd gepleegd door Brazilië: daar er alleen amateurvoetballers aan het toernooi mee mochten doen, had de Braziliaanse bond de status van negen profvoetballers tijdelijk teruggezet naar amateur.

Referenties en bronnen:
Voetbalgeschiedenis deel 1- Frans van den Nieuwenhof, npogeschiedenis.nl, Volkskrant, Algemeen Dagblad (AD)